Inleiding
Deze folder is geschreven met het doel u meer informatie te geven over het inleiden van een bevalling. In deze folder zijn de vragen beschreven die het meest gesteld worden door vrouwen wanneer een inleiding afgesproken wordt. De antwoorden zijn duidelijk maar beknopt gehouden. Mocht u na het lezen ervan nog vragen hebben, stel deze dan gerust aan uw arts. Wat is inleiding De arts overweegt een inleiding wanneer hij vindt dat het beter is dat de baby eerder geboren wordt. De arts wacht dus niet af tot de bevalling spontaan op gang komt. De reden daarvoor zal hij u uitgelegd hebben. Bij inleiden wordt in feite de natuur een handje geholpen; het tijdstip van de bevalling wordt wat vervroegd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van stoffen die in het natuurlijk verloop van een bevalling ook een rol spelen. Zelfs als de arts inleidt, zal op een gegeven moment de bevalling verder spontaan verlopen en een natuurlijk verloop hebben. Er zijn verschillende methoden voor inleiding: Het kunstmatig breken van de vliezen (amniotomie). Het toedienen van prostaglandines in de vorm van Prostin-gel. Het toedienen van weeënstimulerende middelen (Oxytocine) per infuus. Prostaglandine-gel in combinatie met een ballonkatheter (priming). Deze methoden kunnen apart of in een combinatie worden toegepast. Waarom wordt u ingeleid? De arts of verloskundige zal u dat uiteraard tevoren uitleggen. De reden voor het inleiden kan van persoon tot persoon verschillen. De belangrijkste redenen zijn: 2
Over tijd (serotiniteit) De verwachte uitteldatum is ongeveer 2 weken voorbij. Hierna bestaat de kans dat de placentafunctie afneemt, waardoor de baby minder voedingsstoffen en zuurstof krijgt. De hoeveelheid vruchtwater neemt af. Hoge bloeddruk (hypertensie) De arts heeft u op het spreekuur verteld dat uw bloeddruk verhoogd is of misschien werd u al opgenomen om te rusten omdat uw bloeddruk te hoog was en maar niet wilde dalen. In dat geval kan het voor u en uw baby van belang zijn dat u snel zult bevallen. Groeiachterstand van de baby De baby groeit niet zoals het zou moeten. Hiervoor kunnen diverse redenen zijn. De baby zal mogelijk beter groeien buiten de baarmoeder omdat dan de voeding optimaal afgestemd kan worden op de behoefte van de baby. Dit zijn slechts enkele, vaak voorkomende, redenen voor een inleiding. Er zijn echter veel meer redenen denkbaar en in bepaalde gevallen zijn er zelfs combinaties van factoren waarom deze beslissing genomen wordt. Tenslotte kan het zijn dat er geen medische noodzaak is, maar dat er andere omstandigheden van belang zijn. Hierover zal altijd overlegd worden met de arts. Is het noodzakelijk dat u ingeleid wordt Volgens de arts of verloskundige is er een goede reden voor de inleiding, die dan ook aan u werd uitgelegd. Wanneer deze onvoldoende duidelijk is, aarzel dan niet om aan uw arts of verloskundige meer informatie te vragen. De uiteindelijke beslissing ligt bij u. 3
Algemene vragen over inleiding Is inleiden schadelijk voor de baby? De reden van inleiding is om problemen voor u of uw baby te voorkomen. Normaal zou de natuur de bevalling zelf in gang zetten. Bij inleiden wordt gebruik gemaakt van stoffen die in het natuurlijk verloop van een bevalling ook een rol spelen. Deze stoffen zijn niet schadelijk voor de baby. Weeën voordat u ingeleid wordt? Dat betekent in feite dat een inleiding niet meer nodig is. U kunt dan gewoon handelen naar de richtlijnen die u gekregen heeft in verband met het bevallen. Wanneer u reeds in het ziekenhuis bent, ter voorbereiding op de inleiding, zijn er verder geen maatregelen nodig. Komt inleiden veel voor? Inleidingen komen vaak voor. Maar zoals al eerder vermeld, er wordt alleen ingeleid als er een goede reden voor is. Artsen zien liever dat vrouwen spontaan (dus zonder kunstmatige hulp) bevallen. Maar soms is hulp nu eenmaal nodig om problemen te voorkomen. Is een ingeleide bevalling pijnlijker? Er is geen reden waarom dit zo zou zijn. Ook een natuurlijke bevalling gaat met pijn gepaard. Een bevalling verloopt vaak wat sneller na een inleiding. Vandaar dat de weeën vaak eerder als pijnlijk ervaren zullen worden. Het beleven van pijn is individueel zeer verschillend, zodat nooit goed vergeleken kan worden met soortgelijke ervaringen van anderen. De pijn kunt u draaglijker maken met (ontspannings)oefeningen die u op de zwangerschapsgymnastiek geleerd heeft. Indien nodig, is er goede pijnbestrijding mogelijk. Is een infuus noodzakelijk? Dat hangt af van de methode van inleiding. Soms is het nodig als de weeën niet sterk genoeg zijn of wanneer u geen weeën heeft. Een infuus 4
is altijd nodig bij het gebruik van oxytocine (een weeënstimulerend middel, zie verderop in het boekje). Een infuus is ook altijd nodig wanneer u een epiduraal anesthesie (de zogenaamde ruggenprik ) krijgt. Een infuus blijft minimaal tot een uur na de bevalling aanwezig. De arts zal u uitleg geven wanneer u een infuus krijgt. Wat gebeurt er vóór de inleiding? Als besloten wordt tot een inleiding, dan zal op de verloskamer altijd eerst uw bloeddruk gemeten worden. Tevens zal een uitwendig CTG gemaakt worden. Een CTG (Cardiotocografie) is een onderzoek waarbij eventuele weeën en het hartritme van de baby gemeten worden door middel van sensoren op de buik van de moeder. Ook zal de baarmoedermond worden beoordeeld op rijpheid door middel van een inwendig onderzoek en afhankelijk daarvan beslist de arts met welke methode hij u inleidt. Tijdens de inleiding wordt in ieder geval om de drie uur een CTG gemaakt ter controle. Waarom wordt inwendig onderzoek verricht? Het inwendig onderzoek wordt uitgevoerd om te kunnen bepalen welke vorm van inleiding voor u het meest geschikt is. De arts zal na twee tot vier uur de baarmoederhals opnieuw onderzoeken, om te beoordelen of de inleiding aanslaat. Er zal regelmatig getoucheerd worden om te controleren hoe uw bevalling verloopt. U zult dus verschillende malen inwendig worden onderzocht. Dit hangt af van de manier van inleiden en van het verloop van de baring. Is inleiden bij elke volgende zwangerschap nodig? Bij elke zwangerschap wordt de noodzaak tot inleiden opnieuw afgewogen omdat elke zwangerschap weer anders is. 5
Vragen over de verschillende methoden van inleiding Wat doet men bij het breken van de vliezen (amniotomie)? Al in de vorige eeuw ontdekte men dat, aan het einde van de zwangerschap, het breken van de vliezen de baring bespoedigde. Het breken van de vliezen wordt nog zelden gebruikt als enig middel om de baring te bespoedigen. Wel wordt het vaak gebruikt in combinatie met andere methoden van inleiden (oxytocine, prostaglandines). De vliezen worden gebroken door een krasje in de vliezen te maken met behulp van een vliezenbreker. Dit is een dun metalen staafje met aan het uiteinde een uitsteekseltje dat tijdens inwendig onderzoek wordt ingebracht. De druk van het vruchtwater is voldoende om de vliezen verder te openen, waardoor het vruchtwater kan weglopen. Omdat in de vliezen geen zenuwen zitten is deze methode volstrekt pijnloos. De arts kan besluiten tot het aanbrengen van een schedelelektrode op het hoofd van de baby. Hiermee wordt de hartactie van de baby geregistreerd en daarmee de toestand/conditie van de baby bepaald. Soms wordt een druklijn in de baarmoeder gebracht (door middel van een inwendig onderzoek) die de kracht van de weeën meet. Een druklijn is een ongeveer 3 millimeter dik slangetje waarin een sensor zit. Deze druklijn wordt gebruikt om de effectiviteit van de weeën vast te stellen. Wat is oxytocine en hoe werkt het? Oxytocine is de oudst bekende stof waarmee de weeën op gang gebracht kunnen worden. Het is een hormoon dat tijdens een spontane bevalling ook in verhoogde mate door moeder en kind geproduceerd wordt. Oxytocine wordt altijd via een infuus in de bloedvaten van de moeder gebracht en bereikt via de bloedcirculatie de baarmoeder. Hierdoor ontstaan uiteindelijk weeën. Er zal meestal gestart worden met een lage dosis die, afhankelijk van het 6
effect, geleidelijk verhoogd wordt. Oxytocine heeft het voordeel dat als het infuus gestopt wordt, de stof ook snel uitgewerkt is. Een nadeel kan zijn dat het niet in alle situaties even effectief is en dus niet altijd tot het gewenste resultaat (de uiteindelijke bevalling) leidt. Het effect van de inleiding wordt gecontroleerd middels een uitwendige CTG-controle. Soms zal bij een inleiding met oxytocine gebruik gemaakt worden van inwendige CTG-controle en een drukmeter in de baarmoeder. Hierdoor kan de weeënactiviteit gemeten worden. Hierdoor is na te gaan of sprake is van een goede weeënactiviteit en of het nodig is de dosis oxytocine te verhogen. Zo is ook een te sterke stimulatie (overstimulatie) te voorkomen. Hierbij wordt tevens een schedelelektrode op het hoofdje van de baby geplaatst zodat de hartslag van de baby in de gaten kan worden gehouden. Een inleiding wordt meestal 's ochtends gestart, maar kan uiteraard, zo nodig op ieder gewenst moment plaats vinden. Wat zijn prostaglandines en hoe worden ze toegediend? Prostaglandines zijn synthetische hormonen. Deze lijken op de hormonen die door de vrouw zelf geproduceerd worden tijdens de bevalling. Ze stimuleren het lichaam tot de aanmaak van eigen prostaglandines. Zij kunnen de bevalling in gang zetten. Zij geven weeënactiviteit en maken de baarmoederhals weker (zachter). Vandaar dat de arts ze gebruikt bij het inleiden. Ze worden toegediend in de vorm van gel. Tijdens een vaginaal onderzoek (toucheren) wordt de gel in de vagina of in de cervix (baarmoederhals) ingebracht. Dit gebeurt meestal 's ochtends. Na het inbrengen moet u enige tijd in bed blijven. Dit om de kracht van de weeën en het hartritme van de baby, de zogenaamde CTG-controle, te 7
registreren. Tevens om de gel goed ter plaatse te laten blijven. Een CTG-controle wordt in ieder geval om de drie uur herhaald als u ingeleid wordt. Wat is het rijpen van de cervix? Normaal gesproken is de cervix (baarmoederhals) een twee tot drie centimeter lange, stugge buis, die voorkomt dat de baby te vroeg geboren wordt. Wanneer de zwangerschap echter teneinde loopt (à terme is), zal de cervix langzaam maar zeker steeds korter en zachter worden, tot deze tenslotte geen buisvorm meer heeft maar afgeplat is. Dit heet verstrijken. Het week worden en verstrijken van de cervix heet rijpen. Dit rijpen wordt door prostaglandines bevorderd. Het is van groot belang dat een cervix rijp is voordat ingeleid gaat worden omdat anders de kans op een inleiding die niet leidt tot bevallen, groter is. Wanneer wordt Prostaglandine-gel gebruikt in combinatie met een ballonkatheter (priming)? Als tijdens het inwendig onderzoek blijkt dat de cervix nog erg onrijp is en dus de kans van slagen van een inleiding niet groot is, kan besloten worden tot het inbrengen van een ballonkatheter gecombineerd met prostaglandinegel, het zogenaamde primen. Hierbij wordt een slangetje, met aan het einde een ballonnetje, in de baarmoedermond ingebracht. Zo wordt de baarmoedermond opgerekt tot er ongeveer twee tot drie centimeter ontsluiting ontstaat. Deze katheter blijft ongeveer tien uur zitten. Tevens wordt wat prostaglandinegel ingebracht rond de baarmoedermond, waardoor deze verweekt. Tijdens het inbrengen van de ballonkatheter ligt u met uw benen in beensteunen, net als bij een inwendig onderzoek. U blijft hierna in het ziekenhuis. U mag na een half uur bedrust weer vrij rondlopen. Om de drie 8
uur zal een CTG gemaakt worden. De ballon zal na ongeveer tien uur verwijderd worden. Mogelijk kan de ballonkatheter er spontaan uitkomen als er meer ontsluiting is ontstaan. Deze methode wordt toegepast daags vóór de inleiding om de kans van slagen van de inleiding te vergroten. Wat laat dit plaatje zien? Wat gebeurt er als de prostaglandines niet werken? Het kan voorkomen dat prostaglandines niet werken. In zo'n geval zal de arts de alternatieven met u bespreken: Soms is wachten de beste methode. De arts zal u dan een of twee dagen rust geven. Als er echter een dwingende medische indicatie voor de inleiding is, dan zal een andere methode aanbevolen worden. Als de zwangerschap echt beëindigd moet worden, terwijl de inleiding niet aanslaat dan kan tot een keizersnede besloten worden. 9
Gedurende de bevalling zult u geïnformeerd worden over uw toestand en het verloop van de bevalling. Als u zich ergens zorgen over maakt of als u iets niet begrijpt, vraag er dan naar. Wanneer treden weeën op Dit hangt af van de methode van inleiding die gebruikt wordt en de ontvankelijkheid van de baarmoeder voor de gebruikte methode. Indien u met prostaglandines ingeleid wordt, kan het wel eens wat langer duren voor u weeën krijgt. Verwacht niet dat u de dag na de opname al bevallen zult zijn. Dat is wenselijk maar niet altijd mogelijk. Wanneer besloten wordt de vliezen te breken kan alles snel gaan. Soms krijgt u spontaan na enkele minuten al weeën, soms pas na enkele uren. Ook kan het zijn dat het nodig is met behulp van oxytocine weeënactiviteit op gang te brengen of verder te versterken. Hoe lang moet u in het ziekenhuis blijven De duur van de opname is deels afhankelijk van de methode van inleiden en deels van de snelheid waarmee u bevalt. In het algemeen geldt dat u op de dag van inleiding wordt opgenomen. De duur van de inleiding kan variëren van enkele uren tot 1 à 2 dagen, afhankelijk van de rijpheid van de cervix. Is een keizersnede noodzakelijk dan is de opnameduur vanzelfsprekend langer, ongeveer 4 dagen. 10
Heeft u nog vragen Deze folder is niet bedoeld als vervanging van de mondelinge informatie, maar als een aanvulling hierop. Hierdoor kunt u alles nog eens rustig nalezen. Heeft u nog vragen dan kunt u contact opnemen met: de polikliniek verloskunde, telefoon: 040-286 4820 of de kraamafdeling, telefoon: 040-286 4838. 11