Netwerk Services 4/5 Installatieservers 4/5.1 Een Su SE -installatieserver maken 4/5.1.1 Inleiding Als u maar één server te installeren hebt, doet u dat natuurlijk vanaf de installatie-dvd. Als er meerdere servers te installeren zijn, of als u werkt met servers die u niet gewoon even van dvd kunt installeren, biedt een installatieserver uitkomst. In deze paragraaf leert u hoe u zo n installatieserver aanmaakt. We bespreken de installatieserver op basis van Su SE Linux Enterprise Server. Deze kan ook prima fungeren als basis voor een OES -installatieserver. In de meeste gevallen waar een installatieserver wordt ingezet, kan de server die u wilt installeren ook niet opstarten van de installatie-dvd. Om die reden wordt naast de installatieserver ook nog een PXE -bootserver neergezet. Deze server zorgt ervoor dat een kant-en-klaar boot-image wordt uitgedeeld aan de te installeren servers. We behandelen daarom eerst hoe u een installatieserver aanmaakt waarbij de installatiebestanden worden gedeeld door middel van HTTP. Vervolgens leest u hoe u ervoor zorgt dat de te installeren server door middel van PXE -boot kan opstarten. 4/5.1.2 De HTTP -installatieserver Ga naar uw server en start vervolgens Ya ST 2. In Ya ST zit een module waarmee u eenvoudig een installatieserver maakt. De onderstaande procedure beschrijft hoe u hiervoor te werk gaat. Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 29 4/5.1-1
Installatieservers 1. Selecteer Miscellaneous > Installation Server. U ziet nu het hierna afgebeelde venster. Hierin geeft u aan welk protocol u voor de installatieserver wilt gebruiken. Kies de optie Configure as HTTP Source en selecteer bij de optie Directory to Contain Sources de directory /srv/ www. Klik dan op Next om verder te gaan. Geef aan welk protocol u wilt gebruiken en waar de installatiebestanden neergezet moeten worden. 2. Nu moet u een alias geven die u voor de installatieserver wilt gebruiken. Deze alias maakt het eenvoudiger de installatieserver te onderscheiden van andere bestanden die door de onderliggende Apache-webserver worden aangeboden. Is dit een installatieserver voor SLES 10 SP 2? Dan is sles102 bijvoorbeeld een aardige directory-alias. 4/5.1-2 Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 29
Netwerk Services De alias die u hier opgeeft moet uiteindelijk in het pad naar de installatieserver opgegeven worden. Klik op Add om een installatiebron toe te voegen. Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 29 4/5.1-3
Installatieservers 3. 4. Vervolgens komt u in een leeg venster waar u moet toevoegen waaruit de installatie dan wel uitgevoerd moet worden. Klik in dit venster op Add. Geef nu om te beginnen een source name op. De naam die u hier gebruikt, wordt als subdirectory aangeboden onder de alias die u in stap 2 opgegeven hebt. Stel dat u de source name sles102 gebruikt en dat de server bereikbaar is op IP -adres 192.168.1.200, dan wordt uiteindelijk de volledige URL naar de installatiebestanden dus http://192.168.1.200/sles102/sles102. Niet helemaal handig, maar het is nu eenmaal even niet anders. Het is ook handig de optie Announce as Installation Service with SLP aan te zetten. Deze optie zorgt ervoor dat te installeren servers door middel van SLP een lijst kunnen terugvinden van installatieservers. Ook de source name die u hier opgeeft, wordt in de uiteindelijke URL gebruikt. 4/5.1-4 Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 29
Netwerk Services 5. Vervolgens moet u aangeven waar de installatiebestanden teruggevonden kunnen worden. Hiervoor verwijst u naar de optische drive van de server, of u kiest Use ISO Images en specificeert vervolgens de directory op de server waar het ISO -image van de installatie-cd is opgeslagen. Om de installatierepository te vullen kunt u verwijzen naar het ISO -bestand van de installatie-dvd. 6. De inhoud van de installatie-dvd wordt nu gekopieerd naar de directory die u voor dit doel hebt aangewezen. Dit kan een tijdje duren. Als het kopiëren voltooid is, ziet u een venster zoals hierna afgebeeld. De installatieserver is nu toegevoegd en klaar voor gebruik. Klik op Finish om alle instellingen weg te schrijven naar de server. Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 29 4/5.1-5
Installatieservers De installatieserver is toegevoegd en klaar voor gebruik. Voordat we verder gaan, moet u nu eerst even een controle uitvoeren: ga naar de map /srv/www/sles102 en bekijk de inhoud van deze map. Als het goed is, ziet u hier een subdirectory met de naam CD 1. Dit betekent dat het volledige pad naar de installatieserver als volgt wordt: http://jouserver/sles102/sles102/ CD 1. Tijd om te testen of het ook werkt. Een virtuele machine voldoet hiervoor uitstekend, maar u kunt het natuurlijk ook op een fysieke server uitproberen. Start deze server op vanaf een Su SE - installatieschijf en druk in het opstartmenu op F4. U ziet nu een lijst met verschillende installatiebronnen die u kunt gebruiken. Kies hier de optie HTTP. Geef dan bij Server het IP -adres of de naam van de server op en verwijs onder Directory naar het volledige pad waar de installatiebestanden gevonden kunnen worden. In de volgende afbeelding ziet u hoe een en ander eruitziet. 4/5.1-6 Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 29
Netwerk Services Waarschuwing De server die u gaat installeren, heeft een IP -adres nodig. Zorg ervoor dat een DHCP -server beschikbaar is in het netwerk, anders zal de installatie mislukken. Op de te installeren server verwijst u naar het IP -adres van de server en het volledige pad waar de installatiebestanden teruggevonden kunnen worden. Druk nu op Enter om de installatie te starten. Wacht totdat u het venster ziet uit de volgende afbeelding, dit zult u namelijk alleen zien als de installatieserver met succes bereikt kon worden. Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 29 4/5.1-7
Installatieservers Als u dit venster bereikt hebt, doet de installatieserver het. 4/5.1.3 Configuratie van de PXE -server Nu de installatieserver beschikbaar is, wordt het tijd voor het tweede deel. U moet een PXE -boot-image aanmaken waarvan de te installeren server kan opstarten. Dit is handig als de server die u wilt installeren überhaupt niet beschikt over een optische drive. De enige voorwaarde is dat de netwerkkaart van de server PXE -boot moet aankunnen, maar dat is voor vrijwel alle netwerkkaarten tegenwoordig het geval. Om dit met succes te kunnen doen zijn twee services nodig: de DHCP -server en een TFTP -server. Hebt u al een DHCP -server in uw netwerk? Test dan eerst op een afzonderlijk segment. Als u bevonden hebt dat dit allemaal werkt, integreert u de configuratie met de bestaande DHCP - server. 4/5.1-8 Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 29
Netwerk Services 1. Selecteer in Ya ST de optie Network Services > DHCP Server. Installeer indien nodig de hiervoor benodigde software. 2. Geef aan op welke netwerkkaart DHCP -services aangeboden moeten worden en klik op Next om verder te gaan. 3. Specificeer nu algemene instellingen die altijd door de DHCP -server uitgedeeld moeten worden, zoals default gateway en DNS -server. Geef algemene eigenschappen op voor de DHCP -server. Geef nu een reeks aan van adressen die door de 4. DHCP - server uitgedeeld mogen worden. U hoeft hier niet al te uitgebreid te zijn, het gaat immers alleen maar voor gebruik voor PXE -boot-services. Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 29 4/5.1-9
Installatieservers Voorzie de DHCP -server van een kleine adresreeks. 5. Geef tot slot aan dat de server automatisch gestart moet worden en klik op Finish om dit deel van de installatie af te ronden. 6. Nu de DHCP -server operationeel is, moet u in /etc/ dhcpd.conf een aantal opties toevoegen die door PXE - boot gebruikt moeten worden. Het gaat om de volgende opties: Next-server: geef hiermee het IP -adres van de server die de DHCP -client moet bereiken om het PXE -bootimage te downloaden. Server-name: gebruik deze optie om aan de client de naam door te geven van de server die gebruikt wordt. Filename: verwijs hiermee naar het bestand in de TFTP -document-root dat uitgedeeld moet worden aan de client. 4/5.1-10 Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 29
Netwerk Services Deze opties moeten worden toegevoegd in de subnetdefinitie van de DHCP -server. Hierna ziet u hoe dit volledige onderdeel eruit komt te zien: subnet 192.168.1.0 netmask 255.255.255.0{ range 192.168.1.160 192.168.1.170; default-lease-time 14400; max-lease-time 172800; next-server 192.168.1.200; server-name lin.sandervanvugt.com ; filename pxelinux.0 ; } 7. Start nu de DHCP -server opnieuw op met de opdracht rcdhcpd restart. Nu wordt het tijd om tftp en syslinux te installeren. Deze twee packages zijn nodig om het boot-image te kunnen aanmaken. Gebruik hiervoor de volgende opdracht: yast2 -i tftp syslinux 8. Als dit gebeurd is, maakt u de benodigde directorystructuur aan voor de DHCP -server: mkdir -p /tftpboot/pxelinux.cfg cp /usr/share/syslinux/pxelinux.0 /tftpboot 9. Nu moet u ook nog de Linux-kernel en initrd kopiëren naar /tftpboot. U vindt deze bestanden in de installatierepository in de subdirectory boot/<platform>/loader. Zorg ervoor dat <platform> vervangen wordt door Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 29 4/5.1-11
Installatieservers het platform dat u wilt gebruiken. Vanuit deze directory geeft u de volgende opdracht om deze bestanden te kopiëren: cp linux initrd /tftpboot 10. Nu moet u ervoor zorgen dat er een opstartbestand wordt aangemaakt in /tftpboot/pxelinux.cfg/default. Dit opstartbestand bevat de informatie die u normaal bij het opstarten van een server uit het grubmenu haalt. De inhoud van het bestand kan er als volgt uitzien; let er uiteraard wel even op dat de gebruikte URL aangepast wordt aan de courante situatie: default SLES 10sp2 label SLES 10sp2 kernel linux append initrd=initrd ramdisk_size=65536 install=http://192.168.1.200/sles102/ sles102/ CD 1 Waarschuwing Alles wat achter append staat, moet op één regel staan in het configuratiebestand! 11. Ga nu in Ya ST naar Network Services > TFTP Server en zorg ervoor dat de TFTP -server aanstaat. Klaar? Ga dan weer naar de testserver. Start hem opnieuw op en verzeker u ervan dat daarbij opgestart wordt van de netwerkkaart. Als u iets voorbij ziet komen zoals in de volgende afbeelding, dan zit u goed; u ziet dit alleen maar als de te installeren server met succes een bootimage gekregen heeft. Gaat het daarna nog mis? Controleer dan de URL naar de installatierepository in het bestand /tftpboot/pxelinux.cfg/default. 4/5.1-12 Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 29
Netwerk Services Als u dit ziet, werkt het TFTP -boot-image in elk geval. 4/5.1.4 Tot slot In deze paragraaf hebt u geleerd hoe u een installatieserver inricht. In het eerste deel hebben we besproken hoe u een installatierepository op basis van HTTP klaarzet, vervolgens hebt u geleerd hoe u op basis van een PXE -bootimage deze repository kunt bereiken. Door gebruik te maken van een installatieserver zoals hier beschreven, kunt u voortaan ook lastiger te installeren servers installeren, zoals blades of virtuele machines in een Xen-omgeving. Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 29 4/5.1-13
Installatieservers 4/5.1-14 Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 29