I Matijs Jan Mollen, (1718) out borgemeester, geboren rond 1665, overleden voor december 1727, zoon van Joannes Mollen. i Matijs is ondertrouwd op 27 mei 1685 en getrouwd te Reusel voor de kerk (rk) (getuigen waren (otk) Martinus Mollen en (otk) Peter Matijssen), op ongeveer 20-jarige leeftijd met Margaretha Peter Compaens (18 jaar oud), geboren te Reusel, gedoopt op 17 april 1667 (rk) (doopgetuigen waren Adrianus Simonis en Elisabeth de La Fous), dochter van Petrus Franciscus Compaens en Adriana van der Cheelen. ii Het gezin woonde in de Lensheuvel Uit dit huwelijk: 1 Joannes Matijs Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 23 januari 1686 (rk) (doopgetuigen waren Jan Peter Compaens en Anna Mollen), volgt onder II-a. 2 Elisabet Matijs Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 27 september 1687 (rk) (doopgetuigen waren Cornelis Verspaendoncq en Margaretha Hendrick), overleden te Reusel op 28 november 1771. 3 Petrus Matijs Mollen, geboren te Reusel, gedoopt in februari 1689 (rk) (doopgetuigen waren Peter van der Chelen en Adriana (weduwe) Peter Compaens), overleden te Reusel voor 1690. 4 Petrus Matijs Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 10 maart 1690 (rk) (doopgetuigen waren Andreas Jan Quirinus en Catharina Jaspers). iii 5 Matheus Matijs Jan Mollen, geboren te Reusel, gedoopt in oktober 1691 (rk) (doopgetuigen waren... Snijders en Anna (vrouw) Jan van der Chelen). 6 Martinus Matijs Mollen, roepnaam Marten roepnaam Matijs, geboren rond 1695 (rk), volgt onder II-b. 7 Catharina Matijs Mollen, roepnaam Catrina, geboren rond 1700 (rk), overleden te Reusel op 26 juni 1774. iv Catharina is in ondertrouw gegaan op 2 november 1726 en getrouwd te Reusel (schepenbank) op 17 november 1726, op ongeveer 26-jarige leeftijd met Joannes Godefridus Loots (25 jaar oud), geboren te Reusel, gedoopt op 4 oktober 1701 (rk) (doopgetuigen waren Joannes Arnoldus en Maria Dirck Winckels), overleden te Reusel op 9 mei 1739, zoon van Godefridus Jan Loots, roepnaam Govaert ((1725) hoefsmid) en Elisabeth Cornelis. v II-a Joannes Matijs Mollen, verpondingsbeurder (1730) en schepen (1731), geboren te Reusel, gedoopt op 23 januari 1686 (rk), overleden te Reusel op 7 april 1743, zoon van Matijs Jan Mollen (I) en Margaretha Peter Compaens. vi Joannes is in ondertrouw gegaan op 24 oktober 1722 en getrouwd te Reusel (schepenbank) op 9 november 1722, op 36-jarige leeftijd met Maria Stoffel Wijnants ook genaamd Maria Stoffel Wijnants (minstens 33 jaar oud), geboren voor 1689, dochter van Christophorus Wijnants, roepnaam Stoffel en Dimphna Geerten Jansen, roepnaam Dingen. vii Maria is daarnaast in ondertrouw gegaan op 21 januari 1719 en getrouwd te Reusel (schepenbank) op 5 februari 1719, op minstens 30-jarige leeftijd (1) met Joannes van der Chelen (ongeveer 24 jaar oud), geboren te Reusel rond 1695 (rk), overleden aldaar rond november 1722, zoon van Franciscus Dirck van der Cheelen, roepnaam Frans ((1715) commerborgemeester, (1718) out borgemeester, (1714) straat meester en (1725) regeerend collecteur slants middellen) en Elisabeth Hoefmans. viii Uit dit huwelijk: 1 Wilhelmina Mollen, roepnaam Willemijntie, geboren rond 1723, overleden op 4 april 1781. Wilhelmina is in ondertrouw gegaan op 3 juli 1753 en getrouwd te Reusel (schepenbank) op 22 juli 1753, ondertrouwd op 7 juli 1753 en getrouwd te Reusel op 22 juli 1753 voor de kerk (rk) (getuigen waren (ondertrouw) Judocus Hendrik Dirks, Joannes Vosters, (kerk) Clemens Claesens en Maria Loots), op ongeveer 30-jarige leeftijd met Joannes Kerckhofs, roepnaam Jan roepnaam Johan (ongeveer 33 jaar oud), geboren rond 1720 (rk), overleden te Reusel op 7 november 1782, zoon van Hendricus Christiaen Kerkhofs, roepnaam Hendrick = blad 1 =
(regerend schepen (1715), oud schepen (1725) en borgemeester (1730)) en Catharina Fabrij. ix 1782 - Bij zijn overlijden was hij hoofdman van der st Joris gulde. Joannes is eerder in ondertrouw gegaan op 13 januari 1742 en getrouwd te Reusel (schepenbank), ondertrouwd op 14 januari 1742 en getrouwd te Reusel op 28 januari 1742 voor de kerk (rk) (getuigen waren (o.t.) Laurentius van Hoof, (beide) Antonie Driedonckx en (k) Christiaan Kerckhofs), op ongeveer 22-jarige leeftijd met Anthonetta Driedonkx, roepnaam Antonia (ongeveer 23 jaar oud), geboren rond 1719 (rk), overleden te Reusel op 24 augustus 1742, dochter van Joannes Antonij Driedonkx ((1718) armmeester en (1724) scheepen) en Cornelia Willem van (Hercq) Herk. 2 Franciscus Jan Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 11 september 1725 (rk) (doopgetuigen waren Matheus Mollen en Dijmphna Vosters), volgt onder III-a. 3 Waltherus Jan Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 16 oktober 1727 (rk) (doopgetuigen waren Gerardus Verdonck en Elisabeth van der Chelen). 4 Hendrica Mollen, geboren rond 1727. 5 Maria Mollen (rk), overleden te Reusel op 30 januari 1768. III-a Franciscus Jan Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 11 september 1725 (rk), overleden te Reusel op 15 mei 1792, zoon van Joannes Matijs Mollen (II-a) en Maria Stoffel Wijnants. Franciscus is ondertrouwd op 10 juni 1747 en getrouwd te Reusel op 25 juni 1747 voor de kerk (rk) (getuigen waren (ondertrouw) Petrus Fabrij, Joannes van Hoof, (kerk) Joannes Verdonck en Matheus Mollen), op 21-jarige leeftijd met Margarita Kerkhofs (ongeveer 22 jaar oud), geboren rond 1725 (rk), overleden te Reusel op 7 september 1795 waarschijnlijk, dochter van Hendricus Christiaen Kerkhofs, roepnaam Hendrick (regerend schepen (1715), oud schepen (1725) en borgemeester (1730)) en Catharina Fabrij. Uit dit huwelijk: 1 Joannes Francis Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 11 januari 1748 (rk) (doopgetuigen waren Mathias Mollen en Catharina Kerckhofs), overleden te Reusel op 12 januari 1748. 2 Henricus Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 27 september 1748 onder voorbehoud - door de baker gedoopt (rk) (doopgetuigen waren Joannes van der Celen (loco) Joannes Kerckhofs en Maria Mollen), overleden te Reusel op 10 november 1748. 3 Cornelia Francis Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 29 maart 1750 (rk) (doopgetuigen waren Stoffel Wijnants en Joanna Kerkhofs), overleden te Reusel op 6 mei 1770. Cornelia is in ondertrouw gegaan op 3 februari 1770 en getrouwd te Reusel (schepenbank) op 18 februari 1770, ondertrouwd op 3 februari 1770 en getrouwd te Reusel op 18 februari 1770 voor de kerk (rk) (getuigen waren Simon Vosters en Petrus van Gorp), op 19-jarige leeftijd met Andreas Das, roepnaam Andries (27 jaar oud), geboren te Reusel, gedoopt op 15 januari 1743 (rk) (doopgetuigen waren Franciscus Lievens en Joanna Das), overleden te Reusel op 28 januari 1785, zoon van Franciscus Jan Das (meester timmerman) en Anna Maria Peeter Schoofs, roepnaam Maria. Andreas is later in ondertrouw gegaan op 8 november 1777 en getrouwd te Reusel (schepenbank) op 28 november 1777, ondertrouwd op 8 november 1777 en getrouwd te Reusel op 28 november 1777 voor de kerk (rk) (getuigen waren Waltherus Paridaens en Joannes Mollen), op 34-jarige leeftijd met Catharina Jan Wouter Paridaans, roepnaam Catrin (23 jaar oud), geboren te Reusel, gedoopt op 19 mei 1754 (rk) (doopgetuigen waren Hendricus Paridaens en Anna Wijnants (loco) Joanna Wijnants), overleden te Reusel op 3 maart 1829, dochter van Joannes Wouter Paridaans en Catharina van der Sauwen. Catharina is later in ondertrouw gegaan op 29 oktober 1785 en getrouwd te Reusel (scheepenbank) op 13 november 1785, getrouwd te Reusel op 13 november 1785 voor de kerk (rk) (getuigen waren Joannes van der Heijden en Joannes van der Sauwen), op 31-jarige leeftijd met Simon Francis Lievens (25 jaar oud), timmerman, geboren te Reusel, gedoopt op 22 juli 1760 (rk) (doopgetuigen waren Andreas Das en Maria Ivo), wonende te Reusel (de Heijdeblom), overleden te Reusel op 26 juni 1812, zoon van Franciscus Goijaert Lievens, roepnaam Sus - Francus en Gertruda Ivo, roepnaam Trui. 4 Catharina Francis Mollen, roepnaam Catrina, geboren te Reusel, gedoopt op 17 april 1753 (rk) (doopgetuigen waren Joannes van der Celen en Catharina Kerkhofs), overleden te Reusel op 2 april 1763. 5 Johannes Francis Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 2 november 1755 (rk) (doopgetuigen waren Christiaan Kerckhofs en Maria Mollen), volgt onder IV-a. = blad 2 =
6 Hendricus Francis Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 5 april 1759 (rk) (doopgetuigen waren Gerardus Zol en Joanna Kerkhofs (loco) Helena Ivo), overleden te Reusel op 19 oktober 1759. 7 Adriana Francis Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 26 oktober 1760 (rk) (doopgetuigen waren Anselmus Zol en Wilhelmina Mollen), overleden te Reusel op 28 februari 1836. Adriana is getrouwd te Reusel (schepenbank) op 26 november 1780, getrouwd op 26 november 1780 voor de kerk (getuigen waren Joanna Verspaandonk en Johanna Mollen), op 20-jarige leeftijd (1) met Hendricus Joost Roijmans, roepnaam Hendrik (28 jaar oud), geboren te Reusel, gedoopt op 7 juni 1752 (rk) (doopgetuigen waren Simon Hendrik Vosters (loco) Hendrik Roymans en Wilhelmina Lavrijsen), overleden te Reusel op 22 maart 1785, zoon van Judocus Rooijmans, roepnaam Joost (landbouwer) en Maria van der Put. Het gezin bewoonde een boerderij aan de Rouwenbocht te Reusel. Adriana is in ondertrouw gegaan op 24 juni 1786 en getrouwd te Reusel (schepenbank) op 9 juli 1786 (getuigen waren Gijsbertus Lenaerts en Adrianus Cornelissen), op 25-jarige leeftijd (2) met Franciscus Cornelis Verspaandonk, roepnaam Francis (26 jaar oud), geboren te Reusel, gedoopt op 26 november 1759 (rk) (doopgetuigen waren Henricus Lenaerts en Marja van de Put (loco) Adriana van de Put), overleden te Reusel op 2 januari 1793, zoon van Cornelis Jan Verspaandonk en Joanna Peter van de Put, roepnaam Jenneke. Zij had van een onbekende man één zoon. Adriana is getrouwd te Reusel (schepenbank) op 8 februari 1801, getrouwd te Reusel op 24 oktober 1810 met dispensatie in de 1e graad. Het huwelijk is gesloten door Pastoor Thijs. (getuigen waren Adrianus Panis en Abraham Schippers), op 40-jarige leeftijd (4) met Waltherus Merckx, roepnaam Wouter (35 jaar oud), particulier, geboren te Hooge Mierde op 29 augustus 1765 (rk), overleden te Reusel op 18 maart 1847, zoon van Adrianus Merckx en Wilhelmina Bastiaans. 8 Catharina Francis Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 4 september 1764 (rk) (doopgetuigen waren Joannes Kerkhofs en Maria Verdonck), overleden te Reusel op 27 mei 1837. x Catharina is in ondertrouw gegaan op 4 mei 1799 en getrouwd te Reusel (schepenbank) op 19 mei 1799, getrouwd te Reusel op 20 mei 1799 voor de kerk (rk) (getuigen waren Joannes Dijckmans en Petrus van Gorp), op 34-jarige leeftijd (1) met Cornelis Peter van Gorp (19 jaar oud), geboren te Reusel, gedoopt op 15 april 1780 (rk) (doopgetuigen waren Joannes van Gorp en Petronilla Lijten (loco) Maria Dijckmans), overleden te Reusel op 24 juni 1850, zoon van Petrus Cornelis van Gorp en Margarita Verhoeven. xi 1850 - Tot zij dood woonde Cornelis aan de Sleutel 17 te Reusel Zij had van een onbekende man één zoon. 9 Henrica Francis Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 28 oktober 1767 (rk) (doopgetuigen waren Gerardus Sol en Joanna Wauters). IV-a Johannes Francis Mollen, biertapper en jeneverschenker en (1814) scheepen, geboren te Reusel, gedoopt op 2 november 1755 (rk), overleden te Oosterhout op 30 juni 1820, zoon van Franciscus Jan Mollen (III-a) en Margarita Kerkhofs. xii Johannes was gehuwd (1) met Joanna Wouters, geboren rond 1760. Uit dit huwelijk: 1 Adrianus Mollen, geboren rond 1780. 2 Joanna Mollen, geboren te Hapert in het jaar 1787, overleden te Reusel op 19 augustus 1856. Joanna was gehuwd met Petrus Maas, geboren te Bladel op 21 november 1790 (rk), overleden te Reusel op 17 december 1842, zoon van Paulus Maas en Gertruda van Beek. 3 Maria Mollen. 4 Cornelia Mollen. Johannes is in ondertrouw gegaan op 14 april 1798 en getrouwd te Reusel (schepenbank) op 29 april 1798, getrouwd te Reusel op 30 april 1798 voor de kerk (rk) (getuigen waren Waltherus van der Ceelen en Joannes Lavrijsen), op 42-jarige leeftijd (2) met Catharina Lemmens (ongeveer 23 jaar oud), spinster, geboren rond 1775, dochter van Waltherus Lemmens, roepnaam Wouter en Catharina Adriaense. = blad 3 =
Uit dit huwelijk: 5 Doodgeboren kind, geboren te Reusel op 25 juli 1799. 6 Margaretha Mollen, bouwvrouw, geboren te Reusel, gedoopt op 16 mei 1800 (rk) (doopgetuigen waren Petrus Cools (loco) Waltherus Lemmens en Adriana Mollen), overleden te Reusel op 22 juni 1855. xiii Zij had van een onbekende man één zoon. Margaretha is getrouwd te Reusel op 27 juni 1834, getrouwd aldaar op 29 juni 1834 voor de kerk (rk) (getuigen waren Anselmus Sol en Adriaan Lavrijsen), op 34-jarige leeftijd (2) met Hendricus Lavrijsen, roepnaam Hendrik (35 jaar oud), landbouwer, geboren te Reusel, gedoopt op 20 september 1798 (rk) (doopgetuigen waren Nicolaas Lavrijssen en Joanna Lievens (loco) Maria Anna Joosten), overleden te Reusel op 23 april 1869, zoon van Antonius Lavrijsen, roepnaam Antonie en Petronilla Steven Haeren, roepnaam Pieternella. xiv Bij loting trok hij nr 12, zodat hij vrij was van legerdienst. 1850-1861 Het gezin woonde aan de het Kippeneind wijk B 10. 1861-1869 wijk A 108. 7 Johannes Franciscus Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 13 juni 1802 (rk) (doopgetuigen waren Petrus Kamackx en Dijmphna Lemmens). 8 Catharina Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 7 december 1805 (rk) (doopgetuigen waren Cornelis van Gorp (loco) Jacobus Lemmens en Dorothea Dijckmans). 9 Joanna Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 13 juni 1809 (rk) (doopgetuige was Josephus Roymans), overleden te Reusel op 4 januari 1815. 10 Hendrica Mollen, geboren te Reusel op 9 augustus 1813, gedoopt in september 1813 (rk) (doopgetuigen waren Antonius Sol en Catharina Mollen), overleden te Reusel op 4 januari 1815. II-b Martinus Matijs Mollen, roepnaam Marten roepnaam Matijs, borgemeester, geboren rond 1695 (rk), vermoord te Reusel op 8 maart 1732, zoon van Matijs Jan Mollen (I) en Margaretha Peter Compaens. xv Martinus is in ondertrouw gegaan op 9 februari 1726 en getrouwd te Reusel (schepenbank) op 24 februari 1726, op ongeveer 31-jarige leeftijd met Margaretha Jacob Bruijnincx, roepnaam Margo (24 jaar oud), geboren te Reusel, gedoopt op 12 februari 1702 (rk) (doopgetuigen waren Jan Simon van Hercq en Martina Bruijnincx), overleden te Reusel op 8 oktober 1747, dochter van Jacobus (?) Bruijnincx en Maria Simon Paul Vorsters. xvi Margaretha is later in ondertrouw gegaan op 6 februari 1734 en getrouwd te Reusel (schepenbank) op 21 februari 1734 getrouwd op huwelijkse voorwaarden, ondertrouwd op 7 februari 1734 en getrouwd te Reusel op 21 februari 1734 voor de kerk (rk) (getuigen waren Joannes Paulus en Martina van Dijck), op 32-jarige leeftijd met Joannes Nicolaes Lavreijssen (ongeveer 34 jaar oud), geboren rond 1700, overleden voor 1775, zoon van Nicolaes Lavrijssen, roepnaam Claes en Anna (Annamaria) Marten Hartoghs. xvii Joannes is later in ondertrouw gegaan op 28 juni 1749 en getrouwd te Reusel op 13 juli 1749 (getuigen waren Martinus Drieonckx (otw), Joannes Driedonckx (beide) en Petrus Hartoghs (w)), op ongeveer 49-jarige leeftijd met Maria Willem Driedonckx (ongeveer 24 jaar oud), geboren rond 1725, dochter van Wilhelmus Antonij Driedonckx ((1715) armmeester en (1724) geswooren setter) en Joanna Marten Kerckhofs. xviii Woonadres: Weijereijnd in de hoeve ten Eijnde. Uit dit huwelijk: 1 Margareta Martinus Mollen, roepnaam Margo, geboren te Reusel, gedoopt op 7 mei 1726 (rk) (doopgetuigen waren Joannes Mollen en Margareta Moelans), overleden te Reusel op 6 oktober 1788. xix Margareta is in ondertrouw gegaan op 30 maart 1748 en getrouwd te Reusel (schepenbank) op 23 april 1748, ondertrouwd op 30 maart 1748 en getrouwd te Reusel op 23 april 1748 voor de kerk (getuigen waren (ondertrouw) Gerardus Sol, Martinus Driedoncks, (kerk) Petrus Sol en Wilhelma Mollen), op 21- jarige leeftijd met xx Cornelis Sol (ongeveer 28 jaar oud), geboren rond 1720 (rk), wonende te Lage = blad 4 =
Mierde, overleden te Reusel op 22 oktober 1783, zoon van Antonius Gerit Sol (landbouwer) en Margriet Leppens, roepnaam Grietje. xxi 1789-31 januari De kinderen van Cornelis en Margareta gaan over tot de verdeling van de nagelaten goederen, deze erfdeling vind plaats voor de schepenbank te Hulsel. Laurens en Peternel wonen dan nog in het ouderlijk huis, buiten deze twee delen Jan, Antonie en de twee minderjarige kinderen van Margareta (gehuwt met Hendrik van den Borne) mee. Men besluit om Laurens en Peternel de gehele boedel te laten behouden tegen betaling van 855 gulden aan de overigen. 2 Hendrina Marten Mollen, geboren rond 1727. xxii 3 Joanna Maria Martinus Mollen, roepnaam Jennemarie, geboren te Reusel, gedoopt op 24 april 1728 (rk) (doopgetuigen waren Jacobus Moelans en Joanna Sol). xxiii Joanna was gehuwd met Jan Thielens, geboren rond 1725. xxiv 4 Matheus Martinus Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 15 maart 1730 (rk) (doopgetuigen waren Theodorus Dijckmans en Catharina Mollen), volgt onder III-b. 5 Jacoba Martinus Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 31 maart 1731 (rk) (doopgetuigen waren Joannes Loots en Maria Vosters), overleden te Reusel op 21 februari 1766. 6 Willemijntje Marten Mollen, geboren rond 1732. xxv III-b Matheus Martinus Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 15 maart 1730 (rk), overleden te Reusel op 26 maart 1768, zoon van Martinus Matijs Mollen, roepnaam Marten roepnaam Matijs (II-b) en Margaretha Jacob Bruijnincx, roepnaam Margo. xxvi Matheus is in ondertrouw gegaan op 27 januari 1753 en getrouwd te Reusel (schepenbank) op 11 februari 1753, ondertrouwd op 27 januari 1753 en getrouwd te Reusel op 11 februari 1753 voor de kerk (rk) (getuigen waren (ondertrouw) Cornelis Cornelissen, Cornelis van Gompel, (kerk) Matheus Panis en Joanna Maria Ivo), op 22-jarige leeftijd (1) met Helena Ivo, roepnaam Lena (minstens 28 jaar oud), geboren voor 1725 (rk), overleden te Reusel op 13 april 1760, dochter van Matheus Gerit Ivo, roepnaam Matijs ((1724) heijmraad) en Joanna Nicolaes Daniëls. Uit dit huwelijk: 1 Joannes Matijs Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 12 april 1753 (rk) (doopgetuigen waren Matheus Ivo en Maria Mollen), volgt onder IV-b. 2 Elisabeth Matijs Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 22 oktober 1754 (rk) (doopgetuigen waren Franciscus Mollen en Joanna Ivo). Elisabeth is in ondertrouw gegaan op 14 november 1778 en getrouwd te Bladel (schepenbank) op 29 november 1778, op 24-jarige leeftijd met Theodorus Jan Smolders (ongeveer 28 jaar oud), geboren te Bladel rond 1750, zoon van Johannes Smolders, roepnaam Jan. 3 Matheus Matijs Martinus Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 9 januari 1757 (rk) (doopgetuigen waren Mathias Ivo (loco) Nicolaas Ivo en Margarita Kerkhofs). 4 Gertruda Matijs Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 17 november 1758 (rk) (doopgetuigen waren Joannes van der Celen en Maria Mollen (loco) Joanna Lucas), overleden te Reusel op 22 november 1758. 5 Gertruda Matijs Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 19 maart 1760 (rk) (doopgetuigen waren Petrus Ivo en Joanna Wauters), overleden te Reusel op 27 november 1763. Matheus is ondertrouwd op 30 mei 1761 en getrouwd te Reusel op 15 juni 1761 voor de kerk (rk) (getuigen waren Petrus Ivo en Jacobus Loots), op 31-jarige leeftijd (2) met Maria Smolders (ongeveer 31 jaar oud), geboren te Bladel rond 1730 (rk), overleden te Reusel op 30 januari 1768, dochter van X Smolders. Uit dit huwelijk: 6 Doodgeboren kind, geboren te Reusel op 22 mei 1762. 7 Jacoba Matijs Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 9 mei 1763 (rk) (doopgetuigen waren Paulus Smolders en Maria Mollen), overleden te Reusel op 21 februari 1766. = blad 5 =
8 Leonardus Matijs Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 12 februari 1765 (rk) (doopgetuigen waren Joannes van Rijthoven en Margarita Mollen). 9 Theodorus Matijs Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 8 september 1766 (rk) (doopgetuigen waren Cornelis Sol en Maria Luijten (loco) Petronilla Smolders), overleden te Reusel op 25 september 1782. IV-b Joannes Matijs Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 12 april 1753 (rk), overleden te Reusel op 2 april 1799, zoon van Matheus Martinus Mollen (III-b) en Helena Ivo, roepnaam Lena. Joannes is in ondertrouw gegaan op 10 mei 1793 en getrouwd te Reusel (schepenbank) op 19 mei 1793, getrouwd te Reusel op 27 mei 1793 voor de kerk (rk) (getuigen waren Joannes Dijckmans en Joannes Mollen), op 40-jarige leeftijd met Dorothea Dijckmans ook genaamd Theodora (21 jaar oud), geboren te Reusel, gedoopt op 4 januari 1772 (rk) (doopgetuigen waren Joannes Vosters en Adriana Pauwels (loco) Nicola Colen), overleden te Reusel op 22 april 1807, dochter van Joannes Dijckmans en Maria Anna Cools. Dorothea is later in ondertrouw gegaan op 21 januari 1804 en getrouwd te Reusel (schepenbank) op 5 februari 1804, getrouwd te Reusel op 6 februari 1804 voor de kerk (rk) (getuigen waren Anselmus Vosters en Wilhelmus Thijs), op 32-jarige leeftijd met Simon Wouter Vosters (26 jaar oud), landbouwer - voerman, biertapper - jeneverschenker en handelaar, geboren te Reusel op 24 augustus 1777, gedoopt op 25 oktober 1815 (rk) (doopgetuigen waren Anselmus Sol en Elisabeth Burgers), overleden te Reusel op 17 januari 1859, zoon van Simon Wouter Vosters, roepnaam Seijmen en Margaretha Anselmus Sol (biertapster). xxvii Simon is later in ondertrouw gegaan op 6 mei 1809 en getrouwd te Reusel (schepenbank) op 22 mei 1809, getrouwd te Reusel op 22 mei 1809 voor de kerk (rk) (getuigen waren Henricus Vosters en Joannes Moonen), op 31-jarige leeftijd met Joanna van der Heijden (22 jaar oud), landbouwster, geboren te Hulsel in het jaar 1787, overleden te Reusel op 3 mei 1859, dochter van Joannes Jan van der Heijden en Catharina Hendrikx. Het gezin woonde aan het Weijereind te Reusel Uit dit huwelijk: 1 Petronella Mollen, geboren te Reusel, gedoopt op 19 mei 1796 (rk) (doopgetuigen waren Petrus Cools (loco) Matheus Mollen en Maria Anna Cools), overleden te Reusel op 1 april 1806. 2 Johannes Mollen, bouwman, geboren te Reusel, gedoopt op 9 augustus 1799 (rk) (doopgetuigen waren Johannes Dijckmans en Margarita Vosters (loco) Helena Bleijs), overleden op 25 juni 1827. xxviii Johannes is getrouwd te Reusel op 11 mei 1822, getrouwd aldaar op 19 mei 1822 voor de kerk (rk) (getuigen waren Sebastiaan Roymans en Jan Antonis), op 22-jarige leeftijd met Anna Maria Roijmans (20 jaar oud), bouwvrouw, geboren te Reusel op 27 september 1801, gedoopt aldaar op 27 september 1801 (rk) (doopgetuigen waren Adrianus van Leuven en Joanna Lievens (loco) Maria Hartoghs), overleden te Litthe Chute op 13 april 1863, dochter van Nicolaas Jan Joost Roijmans (kleerkoper en winkelier) en Henrica Adriaen van Leuven (naaister). xxix Anna is later getrouwd te Reusel op 29 mei 1828, getrouwd aldaar op 1 juni 1828 het huwelijk is door Wilhelmus van Lieshout ingezegend (rk) (getuigen waren Johannes van Gompel en Josephus Roymans), op 26-jarige leeftijd met Jacobus van Gompel (26 jaar oud), landbouwer, geboren te Schilde (B) op 12 januari 1802 (rk), zoon van Joannes Marten van Gompel en Barbara Smouts. Dit overzicht is gemaakt met hazap7.2f plus door:\ Thijs van der Zanden Grotenekker 4 5541 DJ Reusel email zandent@xs4all.nl Bijlage 1 - Lening Reusel voor aflossing juf Maria van Emmeric - 5.10.1719 schuld aflossing van het dorp Reusel archief: Bladel schepenbank inventarisnr: 40 folio 88-89 = blad 6 =
1719-5 october Wij Hendrick Kerckhofs ende Jan van der Loocq schepenen, Jan van Herck regerende ordonaris borgemeester ende Matijs Mollen afgaende ordonaris borgemeester Aert Hartoghs collecteur der vercochte moeren, Wouter Jenten, Wouter Vorsters heffers vande opgenoomen capitaelen ende verponding Jan Cornelis, Adriaen Panis collecteurs der gemeene middelen, Hendrick Haeren, Jan Huijbreghts ende Willem Driedonckx armmeesters Frans van der Chelen ende Hendrick Borgers out borgemeesters ende collecteurs ende inwoonders alhier alsoo samen represterende het geheele corpus van Reusel bekenne gelicht en opgenoomen te hebben van Juffr N: van Wamel geestelijcke dochter wonende tot S:bosch een capitael somme van achtien hondert guldens omme daer mede aftelossen twee renten, te weeten de eene van achthondert guldens en de andere van duijsent guldens, maeckende te samen de voornoemde somme van achtien hondert guldens aen Juffr Maria van Emmerick geloovende hier van intresten jaerlijckx teegens vier ten hondert waer van eersten, pacht vervallen sal heden dato deses over een jaer vervolgens van jaere tot jaere tot de effectuele aflossinge toe de welcken allen jaeren sal moeten en moogen geschieden mits malcanderen een half jaer te vooren opgeseght hebbende tot verseeckeringe vant voornoemde capitael en verloopen van dien verbindende onse parsoonen ende goederen uijt crachte voornoempt hebbende ende vercrijgende present ende toecoomende, submitteerende de selve, onder bedwanck van allen heeren, hooven, rechteren en rechten en wel speciaelijck onder werpende de Edel Achtbaere gerechte der stadt S:bosch ofte Edel Mogende Rade van Brabant in s'gravenhaege omme den in houde des voornoemde gelofte der somme van achtien hondert guldens capitael met de intreste ende verloopen van dien goet willichlijck sonder oppositie te doen ende te laeten condemnieren met de costen daer omme gedaen ende gereesen daer toe mits deesen consentreerende toirconde bij die voornoemde schepenen ende respectieve gelooveren ten scheepenen protocolle onderteeckent op den vijfden october 1719. SARE schepenbank Bladel invt.nr. 40 folio 88-89 Bijlage 2 - Testament Adriana vrouw Peter Compaens - 31.10.1720 Codicil archief: Bladel schepenbank inventarisnr: 40 f 139-140 1720-31 oktober In den Name des Drie Eenighen Godts amen, Bij den inhouden van deesen igewoordigen instrumente bij forme van codicille ter materie van legaet in maniere van transactie, sij cond: en kennelijck een igelijck dat voor ons scheepenen naergenoemt is gecompareert Adriaentje weduwe Peeter Compaens, sijnde volcoomentlijck gesont gaende staende, haer verstant en vijff sinnen machtigh de welcke overdenckende de seeckerheijt, des doots, willende daeromme uijt deser werelt niet scheijden voor alleer van haere tijdelijcke goederen heeft gedisponeert, gevende ten dien sijne, alvorens te kennen hoe sij testatrice heeft geleent en ontfangen tot haeren behoeven van Jan Peeter Compaens des selfs soon eens hondert patta cons (1 patta con is ongeveer een rijksdaalder) item soo was de voornoemde Jan Peeter Compaens goet coomende in eene obligatie van seshondert guldens de helleft welike hellefte sij testatrice voornoemt, aen haere schoonsoon, Matijs Mollen heeft laeten verschenen voor verschulde huer pachte, item soo heeft Peeter Compaens haere, testatrice, man saliger gelegateert aen sijn susters en broeders hondert vijftigh guldens welcke de testatrice verstaet dat gemelde Jan Peeter Compaens haere soon sal betaelen op dat haere testatrice mans legaet voldaen soude wesen????, hem soo is de selve testatrice in recht gecondemneert over eene somme van hondert guldens cum expencis, die sij testatrice ten behoeve van haere voornoemde schoonsoon Matijs Mollen, heeft geleent van Wouter en Dirick Lucas, als mede daer boven noch betaelt de costen daeromme geresen maeckende also de voormoemde uijtgetrocken somme die Matijs Mollen voor sijne kinderen heeft vooruijtgenooten en Jan Peeter Compaens quijt is samen, acht hondert guldens sij testatrice wickt en begeert dat Jan Peeter Compaens haeren soon inplaets sal hebben ende genieten alsulcke hellefte als haer testatrice competeerende is, in twee differente obligatien, d'eene van hondert guldens, en d'ander oock van hondert guldens ten lasten van Dingen Moonen en V: Graaf, icome van gelijcke hondert guldend geheel vande kinderen Adriaen Spoormans en de andere noch te cort coomende penningen sijnde ses hondert guldens verstaet bij testatrice dat voor en aleer de voornoemde Matijs Mollen of des selfs kinderen sullen coomen tot scheijdinge en deijlinge, der goederen haer testatrice competeerende, aen Jan Peeter Compaens voornoemt die voornoende ses hondert guldens alvoorens sullen moeten werden betaelt en voldaen andersints bij manquement van dien en t'selve niet naercoomende soo niet ende begeert sij testatrice dat deselve goederen geheel aen gemelde Jan Peeter Compaens erffelijck sullen blijven en sijn sonder eenigen staet of inventaris te leveren want verclaere de = blad 7 =
voornoemde testatrice dat sij meer als de waerdij des voornoemde Matijs Mollen sijn paert bedraeght en aen hem heeft betaelt, mits en nochthans dat haeren soon Jan Peter Compaens dan daer boven sal moeten draegen de geheele costen van begraffenisse welcke begraffenis costen (: ingevalle dat de peningen ter somme van ses hondert guldens voornoemt door haere schoon soon Matijs Mollen of sijn kinderen worder gerestitueert en geschoten:) als dan bij haer schoon soon voornoemt jder voor de hellefte moeten betaelt worden, onder tuschen sullen de bladinge der goederen en obligatien bij haer testatrice des selfs leven lange geduerende behouden en profijteeren, hier mede verclaert de testatrice dat dit haer laetste en uijterste wille is, tgeene sij om redenen voornoemt en haer daertoe motiveren alsoo wie achtervolcht en naergecoomen hebben sij bij somma van testament, codicille of als het selve best eenigsints plaetsen sal conne grijpen, aldus gedaen voor en ten overstaen van Hendrick Kerckhofs en Jan van der Loock scheepenen in Reusel den 31 october 1720. SARE schepenbank Bladel invt.nr. 40 folio 139-140 Bijlage 3 - Lijst van verwoeste bezittingen - 9.11.1723 verwoeste bezitingen door brandschatting archief: Bladel schepenbank inventarisnr: 40 fo.265-270b 1723-9 november. Specifique lijste van soodanige huijsen schueringe stallinge en gronden van erven als bestaede en gelegen sijn binnen den dorpe van Reusel quartiere van Kempelant Meijerije van s'bosch, welcks ter oceatie vande oorlogen, sijn afgebrant, gedestrueert, afgebroken en deselfst gelaeten, sedert den jare 1688 1698 1699 1700 en principelijck het jaer 1702. door de Fransse afgebrant, en door het leger van desen Staet afgebroocke sijn, ende tot heden niet opgetimmert ende landerijen deses sijn blijven liggen door de armoede der ingesetenen aldaer, soo als ten delen is volgende. (((( Tussenvoegsel uit het Eindhovens Dagblad van 7 januari 1992 Massale brandstichting (uittreksel over een onderzoek van Jan Hagen) Op 3 december 1688 werd een aantal dorpen in de Kempen platgebrand door de Franse troepen, die zo wisten te bereiken dat ze geld kregen van de overheid om de rest met rust te laten. Ook Reusel kreeg het zwaar te verduren en het gemeentebestuur diende bij de Raad van State in Den Haag een lijst in van verwoeste goederen met het oog op een vergoeding voor geleden schade. De verschrikking moet verschrikkelijk geweest zijn als je leest wat de komst van de troepen in de Kempen veroorzaakte. De Fransen dreigde de hele Meijerij van den Bosch in brand te steken als ze niet betaald kregen. Er heerste echt een panische angst over de "Franse Brand" in Bladel, Reusel, Hapert, Lommel, Knegsel, Steensel, Riethoven en Westerhoven al deze dorpen werden getroffen. In den Haag liggen stapels archiefstukken over deze rampen. "Ik heb veel gezien, maar dit is het mooiste stapeltje achiefstukken dat ik ooit aangetroffen heb, een kleine sensatie. Zulke directe verslagen van rampen zijn bij mijn weten zeldzaam, en dan is het leuk zoiets aan te treffen", zegt Jan Hagen over dit onderwerp.)))) (Vervolg origineele tekst) Inden eersten het huijs en stalling van Jan Mesmaeckers gelegen aende Plaets. 2. Item de huijsinge, camer, schuer en stalling, aldaer competerende Qurinus Wijnants. 3. Item Huijs en schuer gestaen hebbende mede aldaer van Jenneke Vos nu Jan Verspaendoncq. 4. Item het huijs van Maria Antonij Peeters. 5. Item het Huijs en camer gelegen aldaer van Adriaentie van der Waerden nu Aert Aert Moonen. 6. Item huijs aldaer Anna Fabrij nu Adriaen Wijnants. 7. Item huijs en camer gelegen ten gehuchte den Molenberg van Aert Crolmans. 8. Item huijs en stal gelegen mede aldaer aende Molenberg van Jan Antonis. = blad 8 =
9. Item huijs camer schuer backhuijs met de stalling van Maeijken Abrams. 10. Item huijs camer schuer brouhuijs met de stallinge van Willem van Herq. 11. Item de schuer en stalling van Maerten Kerckhofs gelegen ten gehuchte de Denestraet. 12. Item de huijsinge stal en camer van Wouter Roijmans ten gehuchte voornoemt nu Willem van Hercq. 13. Item de schuer en stallinge van Willem van Hercq in deselve straet. 14. Item de huijsinge en camer van Thomas Jan Lemmens in deselve straet. 15. Item de schuer en stallinge van Willem Claessen aldaer gelegen nu de erfgenaemen Jan Panis. 16. Item de schuer en torfhuijs van Antoni Francken aent Weijereijnde. 17. Item het huijs en stal van Steven Bierens aldaer gelegen. 18. Item het huijs en stal van Peeter Gijsbert Cohen. 19. Item het huijs en stal van Marten Bercks. 20. Item de schuer van Steven Bierens ten gehuchte Weijereijnd. 21. Item huijs en stalling met 2e schuer aldaer Gerrit Ivo. 22. Item Huijs en stal van Wouter Vroomen aldaer. 23. Item de schuer van Jan Vroomen aldaer. 24. Item huis en stallinge van Maaeijke Hartogs ten gehuchte Kippeneijnt. 25. Item schuer en torfschop van Jan Hoeten. 26. Item huijs en stalling van Jan Antonis. 27. Item schuer en torfschop van Joost Antonis. 28. Item schuer en stalling van Gilen Wouters. 29. Item de schuer en torfstal van Wouter Lucas. 30. Item huijs en stalling en schuer van Benedictus Coremans. 31. Item Huijs en schuer van Willem Celen. 32. Item het huijs stal en schuer van Bartel Michiels. 33. Item de schaepstal van Hendrick Peeters ten gehuchte den Heijkant. 34. Item de huijsinge en schuer van Joost Hartoghs aldaer. 35. Item huijs en stal van Huijbert Cools. 36. Item huijs en stal Willem Daneels. 37. Item huijs en stal van Anneke Daneels. 38. Item huijs camer en stalling van Jacob Smits. 39. Item schuer en schop van Antoni Willems. = blad 9 =
40. Item schuer en stal van Poulus Sijmons. 41. Item de schuer van Peeter Adams. 42. Item huijs en schuer van Bartel Vroomen. 43. Item huijs en schuer van Adriaen Roijmans. 44. Item de schuer van Jan Jonatas. 45. Item den peirtstal schuer en schop van Peeter van Spreeuwel ten gehuchte den Lensheuvel. 46. Item de schuer en stalling van Peeter Schroeve. 47. Item de schuer van Jan Rademaeckers. 48. Item de schuer en torfschop van Marten van Gorp. 49. Item huijs schuer en stalling van Jan Celen. 50. Item huijs en schuer van Peeter Cornelis Aerts. 51. Item schuer en stalling van Paulus Kuijper. 52. Item huijs schuer schaepscoij en stalling van Bastiaen Paulus. 53. Item de schuer en schaepscoij van Evert Zels. 54. Item de stalling en torfhuijs van Adriaen Peeters. 55. Item huijs en schuer van Marten Otten. 56. Item huijs en schuer van Jan de Klerck ten gehuchte van den Heijkant. 57. Item den peirtstale en torfhuijs van Jacob Puts. 58. Item huijs schuer en stal Joannes Vervoort ten gehuchte van de Voortstraet. 59. Item het huijs schuer en stal van Frans Huijgens. 60. Item huijs schuer en stal van Wijnant Puts. 61. Item huijs schuer en stal van Dirk Crommens. 62. Item huijs en schuer van Jan Lierstraets ten gehuchte de Zegersrtaet. 63. Item schuer en torfhuijs van Adriaen Hoefmans. 64. Item huijs en stalling van Giliam Peeters ten gehuchte de Cattenbos. 65. Item huijs en stalling van Aert Pasmans. 66. Item huijs en stalling van Peeter Aerts. 67. Item huijs en schuer van Peeter de Cuijper. 68. Item huijs en schuer van Jan van de Pelt. 69. Item huijs schuer van Laureijs Casteels. 70. Item huijs en schuer van Peeter van der Linden. = blad 10 =
71. Item huijs en schuer van Aert Peeter Aerts. 72. Item huijs en stal van Jan Berckhaens genaemt den Berrevoet. 73. Item huijs camer en schuer van Lijske Jansen. 74. Item huijs schuer en stal Aleke Franssen. 75. Item schuer en torfschop van Hendrick Jonas. 76. Item schuer en torfhuijs van Jan Lambrechts. 77. Item huijs en stal van Daneel Willems. 78. Item huijs en camer met de schuer van Jan Coopmans. 79. Item huijsinge en stallinge van Andries Raeijmaeckers. 80. Item de huijsinge van Matijs Paulus. Hierna volgen de huijsinge die defect en onbewoont liggen. Eerstelijck het huijs camer schuer en stal van Cornelia van der Celen gelegen aen de Plaets. 2. Item huijs camer competeerende de gemeijnte alhier gelegen dan voornoemt 3. Item huijs schuer en stal van Dinge Mattijsse. 4. Item huijs en camer van Willem Celen. 5. Item huijs en stal van Maeijke Corstiaens. 6. Item huijs stal en schuer van Peeter Adriaens. 7. Item huijs schuer en stal van Hendrick Hoeten. 8. Item huijs en camer met de stal van Antoni Paulus. 9. Item huijs en stal van Peeter Schroeven. 10. Item huijs en schuer van Niclaes Aerts. 11. Item huijs schuer en stal van Jan Paulus Jans. 12. Item huijs schuer en stal van Mattijs Reurix. 13. Item huijs en stal van Peeter Gielens. 14. Item huijs en stal van Jan Cornelis. 15. Item huijs schuer en stal van Adriaen Wouters. 16. Item huijs en stal van Elisabeth Snels. 17. Item huijs en schuer van Maeijke Coubergs. 18. Item Huijs, stal en schuer van Mechtel Abraems. Hier naer volgen de deserte (verlaten) en onbruijkbare landerijen. Eerstelijk Antoni Joosten in groes en landt die desert sijn = blad 11 =
leggende 15 lop 2. Hendrick Kerckhofs heeft deserte endie onbruijkbare groese en landerijen 25 lop 3. Niclaes Souwen lant en groes 10 lop 4. Peeter Hartogs deserte goederen 12 lop 1/2 roede 5. Jan Blanchers heeft deserte goederen 8 lop 5 roedes 6. Wouter van der Celen heeft deserte landerijen 25 lop 10 roedes 7. Jan Vreijsen heeft deserte landerijen 15 lop 40 roedes 8. Jan Aerts heeft landerijen en groesen die desert liggen 6 lop 9. Bartel Hoefmans heeft deserte landerijen 6 lop 7 roedes 10. Dirck Cornelis heeft deserte landerijen 5 lop 28 roedes 11. Jan van de Put heeft deserte landerijen 3 lop 4 roedes 12. Andries Souwen heeft deserte landerijen 8 lop 3 roedes 13. Jan Lucas Andriessen heeft deserte landerijen 19 lop 5 roedes 14. Paulus van Gompel heeft deserte landerijen en groes 14 lop 15. Paulus Vosters heeft deserte landerijen 12 lop 3 roedes 16. Lambert van Hercq heeft deserte goederen 5 lop 40 roedes 17. Wouter van Hercq heeft deserte goederen 9 lop 18. Jan Tops heeft deserte landerijen en groese 8 lop 2 roedes 19. Adriaen Matijssen heeft deserte landerijen en groese 2 lop 3 roedes 20. Jan Huijbrechts als pachter van Lovens hoeven heeft deserte landerijen 100 lop 21. Antoni Sol heeft deserte landerijen 10 lop 14 roedes 22. Willen Driedonx heeft deserte landerijen 14 lop 23. Den selven heeft deserte landerijen van sijne gepachte hoeve genaemt Rouwenbocht 80 lop 12 roedes 24. Antonie Willems heeft deserte landerijen van sijne hoeve genaemt de Poel 95 lop 16 roedes 25. Hendrick Vosters heeft deserte landerijen en groese van sijne gepachte hoeve genaemt Breugel 80 lop 26. Tijs Mollen heeft deserte en onbruijkbare landerijen van zijne hove genaemt Ten Eijnde 100 lop 30 roedes 27. De weduwe Jan Peeters heeft deserte landerijen van hare gepachte hoeve genaemt Nieuwenhuijse 75 lop 28. De selve weduwe Jan Peeters van hare eijgen goederen deserte en onbruijkbare landerijen 30 lop = blad 12 =
29. Jan Moonen heeft deserte en onbruijkbare landerijen 10 lop 4 roedes 30. De weduwe Jan Aert Jenten heeft landerijen desert leggende 15 lop 31. Jan van der Celen heeft deserte landerijen 11 lop 32. Willem van der Celen heeft deserte landerijen 11 lop 33. Tijs Lievens heeft deserte landerijen 6 lop 40 roedes 34. Willem Jansen heeft deserte en onbruijkbare landerijen 2 lop 6 roedes 35. Goijert Loots heeft deserte landerijen en groesen 20 lop 36. Peeter Haren lant en groes liggende desert 20 lop 37. Frans Compaens lant en groes desert leggende 19 lop 7 roedes 38. Jan Deckers heeft deserte landerijen 3 lop 39. Jan Jansen deserte landerijen 5 lop 1 roe 40. Cornelis Sol deserte landerijen en groese 9 lop 41. Claes Laureijs lant en groes desert leggende 9 lop 42. Marten van Gompel deserte landerijen 8 lop 9 roedes 43. Hendrick Panis deserte landerijen en groese 4 lop 44. Jan Vromen landt en groes 'tgene desert is leggende 8 lop 45. Adriaen Panis heeft ledigh en onbruijkbare landerijen desert leggende 3 lop 15 roedes 46. Jan Panis ledigh leggende landerijen 2 lop 47. De weduwe Stoffel Wijnants deserte en onbruikbare landerijen 4 lop 48. Jan Kemps heeft onbruijkbare landerijen 9 lop 5 roedes 49. Cornelis van Zuijden heeft onbruikbare landerijen leggende tot heijde 9 lop 50. Peeter Colen heeft deserte en onbruijkbare landerijen 13 lop 51. Frans Celen heeft deserte en ledig leggende landerijen 6 lop 52. Gerit Sol deserte landerijen soo groes als lant 6 lop 53. Jan Peeter Adams in lant en groes desert leggende 4 lop 54. Jan Leenders heeft desert leggende goederen soo groes als lant 10 lop 55. Peeter van Gorp heeft deserte goederen soo lant als groes 15 lop 56. De weduwe Wouter Kemps heeft onbruijkbare goederen en = blad 13 =
landerijen 6 lop 57. De weduwe Marten Hendrix heeft deserte landerijen en groese 7 lop 58. Goijert Lievens heeft deserte landerijen en groese 18 lop 59. Item de potinge inde Lensheuvel desert leggende groodt 30 lop 60. Jan Verspaendoncq heeft deserte landerijen en groese weijde 29 lop 61. De kinderen Willem van Hercq hebben deserte landerijen en groese 4 lop 62. Item den Berrevoet gelegen naest den dorpe van Bladel in lant en groese leggende tot heijde 30 lop. Wij ouden en nieuwe schepenen borgemeesters gesworen setters en heijmraden over den dorpe van Reusel voornoemt verclaren bij desen voor de oprechte waerheijt, ende op den eed int aenvanger van onse respective bedieningen solemnelijk gestaeft dat dese voorneomde lijste inhoudende de verbranden, afgebroocken, huijsingen, deserte landerijen en groese oft weijde is oprecht ende ter goeder trouwe bij ons opgegeven, dat oock de goederen soo lant als groese van de selve huijsinge tot die gespecteert hebbende met meer andere goederen desert sijn en tot heijde leggen, met huijsinge daer inne gespecificeert onbewoont, waer uijt egene verpondingen noch dorps lasten connen betaelt werden, aldus gedaen en verclaert in oirconde der waerheijt hebben wij dese met meerder verseeckeringe eijgenhandig onderteeckent. Actum Reusel den 9e november 1723. onderteekend door: Hendrick Kerckhofs scheepen Jan van der Loock scheepen H Verspaendoncq borgemeester Jan Cornelis out scheepen Aert Moonen out scheepen Jan van Herck borgemeester Hendrick Vorsters verpondings heffer Mathijs Mollen out borgemeester Frans van Ceels verpondings heffer dit ist merk van Jan Huijbrechts gewoon setter. Peeter Jansen gewoon setter Jan Dridoncx gewoon setter Willem driedoncx heijmrade Wijnant Vlijems heijmrade Jan Lucas Andriessen heijmrade Wouter Cheelen heijmrade. SARE schepenbank Bladel invt.nr.40 folio 265-270b Bijlage 4 - Lening door de gem. Reusel van Jan Mollen - 19.4.1724 lening archief: Bladel schepenbank inventarisnr: 40 fol 282b-283 Bijlage bij Joannes van Herck 1675 = blad 14 =
1724-19 april Wij Hendrick Kerckhofs en Jan Driedonckx scheepenen binnen Reusel; met agriatie van de heeren curateuren of den selven dorpe geligeert bij haer Ed. Moog. de heeren vanden staeten; met ons gevoeght; Matijs Mollen in qualiteit verponding beurder, Gerit Zol Heffer van de opgenoomen capitaelen, Jan Panis C beden beurder Jan Huijbrechts ordonaris borgemeester, Adriaen Panis collecteur der gemeene slants middelen, Jan Lucas Andries verpondings beurder, Nicolaes Souwen C beden beurder, Jan van Herck ordonaris borgemeester, Jan Verspaendonck, Willem Driedonckx, Peeter Haeren, en Jan Cornelis geswooren setters, Wijnant Bruijninckx Matijs Ivo en Wouter Cheelen, heijmraden, Adriaen Moonen regeerende armmeester,jan van der loock en Adriaen Wijnants geweesene regenten en Goijaert Lievens allen inwoonders en princijsaelste geersdens alhier gesamentlijck representeerende, het geheele corpus van Reusel voornoemt bekennen gelicht en opgenoomen te hebben, van Johannes Mollen beijaerden jongman, onsen jgenwoordigen inwoonder, eene capitael somme van duijsent Carolie guldens stuck tot twintich stuijvers, valuatie van Hollandt; omme daermede af te lossen en scheiten omme tot minderinge van intrest te geraecken, een diengelijcke rente, van duijzent gls. ten behoeven van juffrouw Johanna van Emmerick, volgens de rent brief daer van verleeden en gepasseert binnen s'bos in dato den... geloovende en bekoomende hier van intresten te betaelen jaerlijcks teegens vier ten hondert waer van den eersten pacht is vervallen, gepasseert den elfden junij 1723 vervolgens van jaere tot jaere tot de effectueele aflossinge en voldoeninge van voornoemde duijsent gls. toe, tot verseeckeringe van voornoemt capitael en aenstaende verloopen intresten; van dien verbinden wij onse parsoonen ende goederen uijt crachte voornoemt hebbende en verckrijgende present en toecoomende in bedwange van allen heeren boven rechten en rechteren met gewillige condemnatie, in.as van oppositie, alvoorens namptisatie, geloovende dese rente brief altijt te houden en doen houden los en vrije voor goet vast steedigh en van waerden, verders hebben wij ons gestelt, soo voor ons selven als onsen gemeentenaeren, als schuldenaeren principael en jder in solidum, aenspreeckelijck tóirconde der waerheijt hebben wij scheepenen ende respective gelooven, ten scheepen protocolle eijgenhandigh onderteeckent. Actum Reusel deesen negentienden april 1724. SARE schepenbank Bladel invt.nr.40 folio 282b - 283 Bijlage 5 - Aflossing schulden van Reusel aan juf J Emmerich - 17.5.1724 archief: Bladel schepenbank inventarisnr: 40 fol 287b-288 1724-17 mei Wij Matijs Mollen verpondingheffer, Jan Panis coninckx beden beurder Gerit Sol borgemeester der genegoficeerde penningen, Jan Huijbrechts ordonaris borgemeester, Jan van Herck out ordonaris borgemeester, Jan Cornelis out collecteur der gemeene s'lants middelen, Wouter Vorsters verpondingh heffer,nicolaes Souwen coninckx beden beurder, Jan Lucas Andries, Wijnant Bruijninckx Matijs Ivo, heijmraden, Jan Verspaendonck, Willem Driedonckx, Peeter Haeren, geswooren setters, Adriaen Panis Adriaen Wijnants en Jan van der Loock, geswooren regenten, Adriaen Moonen en Antonij Jansen, armmeesters, gequalificeerdens, ende geerfdens des dorpe van Reusel, quartiere van Kempelant Meijerrije van s'hertogenbosch, reprefenteerende also het geheele corpus inde gemeente van Reusel voornoemt bekennen en verclaeren bij deesen te constitueeren machtich te maecken en in onse stede te stellen; Hendrick Kerckhofs en Jan Driedonckx beijde onse jgenwoordige regerende scheepenen mede alhier over den voornoemde dorpe Reusel; omme uijt onsen name en van onsen 'tweegen, ten intresten te negosieeren; van Dhr N Timmers secretaris der dinghbancke; quartiere van Oisterwijck; of elders, eene capitael somme van acht hondert Gls. ten eijnde daer mede afte lossen tot reductie van intresten, alculcke diergelijcke capitael van acht hondert Gls., voor dese door gemeente bij haer Hoog Moog octrooij opgenoome van Maria van Emmerich, nu compiteeren juffrouw Johanna van Emmerich tot s'hertogenbos sulckx hiervan behoorlijcken verbant of schult brief voor heeren scheepenen der stat s'hertogenbos voornoemt te passeeren in forma, soo en gelijck de geconstitueerdens sullen bevinden en best ovideelen (?), te behooren, ende aldaer voor onsen onsen inwoonderen; ingesetenen parsoonen ende goederen, precent ende toecoomende te verbinden ons ider in solodum, en als schuldenaren principael, ende voorts generalijck ende speciaelijck, alles daer ontrent verder te doen en verichten wes sal werden gerequireert ende sij comparanten, selfs present ende voor oogen sijnde eenigsints souden connen ofte vermoogen te doen, met macht de intresten de doen aanvanck neemen sulckx vereijst, geloovende onder verbant als voor allen 'tgeene bij de voorschreeven geconstitueerdens uijt crachte deeses sal werden gedaen en verhandelt altijt voor goet vast steedigh en van waerden te sullen houden, behoudenlijck des = blad 15 =
versocht werdende bij de voornoemde geconstitueerdens te doen reeckeninge bewijs en reliquo 'toirconde der waerheijt hebben wij deese ten scheepenen protocolle eijgenhandich onderteeck; en door onse secretaris becrachtigen in Reusel voornoemt deesen seventienden meij 1724. SARE schepenbank Bladel invt.nr.40 folio 287b - 288 Bijlage 6 - Request wegens de veronderstelling tot wanbetalen - 13.1.1725 request archief: Bladel schepenbank inventarisnr: 40 fol. 301 t/m 304 Alsoo aen ons ondergeschreven scheepenen regenten principaelste gegoijde ende geeersdens des dorps Reusel quartiere van Kempelant, Meijerije van s'hertogenbos dese onderteeckent door ofte weegens de Heer Willem van Heemskerck quartier schout van Kempelant voornoemt is gecommunieteert, en kennelijck gemaeckt seecker request aen Haer Hoog Moogende de Heeren staeten Generael der vereenigde Nederlanden, gepresenteert op den naem van s'lants hoevenaers, regeerende en out borgemeesters, heijmraden, geswooren setters,en armmeesters, met hun gevoeght de verdere gemeente van het voornoemde dorp Reuzel ende onderteeckent bij Frans van der Cheelen regeerende Borgemeester, Simon Vorsters hoevenaer, Hendrick Borgers out verpondings heffer, Peeter Haren geswooren setter, Antonij Hulselmans out Heijmrade, 'thantmerck van Hendrick Haeren armmeester, ende Giliam Stijnen. Welck request bij ons geexamineert en verleeden sijnde, soo verclaeren wij ter requisitie van gemelden Heer quartier Schout van Kempelant in faveur van justitie de scheepenen en regenten op haeren Eede ampshalven gedaen ende ingeseetenen onder presentatie van eede die sij des noot ende versocht sijnde ten alle tijde berijtwilligh sijn voor alle Hoven Wetten ende Gerechten te presenteeren, het selve recht bevonden te hebben, opgestelt ende vervult te sijn met volslagene onwaerheeden als eerstelijck dat sij het presenteeren van tselve request noemen 'slants hoevenaers 'slants nietteegenstaende datter geen een eenigh 'slant hoevenaers noch 'slants hoeve binnen den voornoemde dorpe van Reusel en is. Ten tweede datter genoemt worden regeerende en aude borgemeesters, heijmraden, geswooren setters en armmeesters en met hun gevoeght de verdere gemeente van het voornoemde dorp van Reusel onaengesien, het selve request is onderteeckent, enkel en alleen door de voornoemde seven parsoonen; waer Frans vander Cheelen Gieliam Stijnen, Hendrick Vorsters en Hendrick Borgers; op het hooren voorleesen vant opgemelde request voor ons scheepenen dese onderteeckent verclaerden ende protesteerden noijt tot presenteeren vant selve, in dier voegen als het is overgegeven ordere gegeven te hebben, nochte noijt haere intentie geweest te sijn jet wat anders bij het selve te versoecken, als remissie van haere swaere lasten en reeckeningh van eenige penning der goederen die bij exequtie sijn vercocht verfoeiende ten uijtersten; de verdere clachten en vesoecken bij hetselve request als onwaer leugenachtich en bedriegelijck, door Jan Crol en Jan Nicolaes de Haas van Bladel, tegens haere begeerte en buijten haere kenisse gedaen gelijck mede de ondergenoemde en andere eerlijcke ingeseetenen en voorname gegoeijdens en geersdens van Reusel insgelijcke sijn verfoeiende teegenspreeckende en haer ongenoegen des weegens zijn betuijgende, als noijt haere qualiteit noch ordere tot het preesenteeren van request gegeeven hebbende. Ten derden dat het mede een volslagene onwaerheijt is dat de supplementen het dorp van Reusel sien verdrucken en ten gronde gaen, door de executien van 'slants deurwaerder Gerit de Raaf en den procureur of subs. secr. Jan de Graaf als aengestelde collecteuren van 'slants en dorps lasten met kennisse en toesteminge van Johan de Jongh stathouder van Kempelant en Johan de Jongh Drossaert van Heese en Leende als curateuren van Reusel door de Ed. Moog. Heeren raden van Staeten der vereenigde Nederlanden daer toe aengestelt ten laste der ingeseetenen gedirigeert werdende vermits de executien; de welcke anders als uijt de hoogste nootsaeckelijcheijt geschieden niet anders als met de grootste omsichtigheijt en moderatie werden gedirigeert en wel soodanigh; dater geduerende de curateele der curateurs ende het doen der colecte vanden voornoemde Gerit de Raaf En Johan van de Graaf noeijt geprobeert zal konnen werden vijftich guldens aen executie kosten veroorsaeckt te zijn waer uijt of te meeten is hoedanigh het dorp van Reusel verdruckt werdt tgeene nochtants soo onbeschaemt geposeert is waeromme de directiven en behandelingen der voornoemde curateuren en collecteuren bij ons ondergeteeckende en alle andere eerlijcke ingeseetenen met de grootste danckbaerheijt haere volslage approbatie en apploudissement vinden welcke vigilantie en goede dinsten wij ten uijtersten zijn admireerende. = blad 16 =
Ten vierde is het almede eene notoire onwaerheijt dat de curateuren of regenten den voornoemde de Raaf en van de Graaf geene reeckeninge van haere aengenomene collecten laeten doen; vermits deselve daer mede al over jaer en dach besich sijn geweest, en op sijn tijt daer voor sorgh draegen. Ten vijfden is het eene der grootste onwaerheden die versonnen of bedacht connen worden datter veele duijsende guldens bij slooten van dorps of gemeijnts reeckeningen onverantwoort blijven vermits het exact naer sien en visiteeren van allen voorgaende oude en laetst gedaene dorps of gemeijnts reeckeninge soo van verpondinge conninckx bede gemeene slants middelen gemeene of dorps huijshouden tot betaelinge van tractementen ende intresten, van opgenomen capitaele als vande...penningen ten getalle van een entseventich tot dato deses gesloten en afgedaen geen hondert guldens ten achteren noch onbetaelt en sijn onder de rendanten van reckeninge, hoe miserabelenen arremoedigen tijt men hedendaegs beleeft sijn berustende maer tot betaelinge van dorps intresten en meest presteerende schulden deses dorps, tot vermijdinge an alle costen en schaden van tijt tot tijt sijn gebruijckt en geemploijeert geworden. Ten sesden, is oock eene volslaegenen onwaerheijt datter twee mael een boeck vanden huijshoudenden borgemeesters is opgehaelt, als sijnde een noeijt gehoorde saeck, de wijle niemant der ingesetenen soo dwaes is van twee mael te betaelen dat hij maer eens schuldigh is, en waer van nooijt eenigh regent noch reedelijck ingeseten gehoort noch ondervindingh gehat heeft. Ten sevende wat belanght datter veele penningen van geexecuteerde goederen sonder daer reeckeningh te doen, te rugge gehouden worden daer van sijn de luijden, de welcke daer bij geintresseert sijn selfs de oirsaeck, vermits sij zoo versuijmende noch naelaetich niet moesten geweest sijn, gelijck geschiet is van daer van kennisse aende curateuren en regenten gegeven te hebben, waer ontrent de noodige orders tot het afdoen der reeckeninge van dien, soo haest daer van kennisse gegeven is gestelt sijn. Ten achsten is het seer notoire onwaerheijt dat het gelt van vercochte turf of moeren, waer uijt de intresten der gemeente werden betaelt meenige jaeren blijft verdonckert, vermits van jaer tot jaer daer van behoorlijcke en ordentelijcke reeckeninge door den collecteur daer toe aengestelt sijnde wert dedaen; ende penningen daer van coomende tot betaelinge van dorps intresten, en andere huijshoudelijcke noodige schulden sijn geemploijeert, welcke verachtende intresten tot de jaere 1721 inclues over de 6600 guldens hebben gerendeert gehat, boven en behalven eene consideraebele somme van costen van executien; door de slants deurwaerder; over oude achter weesende slants lasten, als mede weegens vonissen van verachterde intresten, en costen van rechten en gijselingen; als andersints gereesen hebben moeten betaelt en voldaen werden. Ten negende is het insgelijckx eene volslagene overgroote onwaerheijtdat van de remissien aende gemeente verleent, met kennisse vande regenten of gemeentenaeren geene afreeckeningen sijn gedaen, vermits die afreeckeningen sijn gedaen door de curateuren ten overstaen van eenige regenten van Reusel met slants ontfangers tot slos behoorlijck sijn geschiet en bij de gemeente genooten, doch de supplementen of presenteerders vant opgemelde request of wel de opstelders van dien hebben zoo men bemercken can, sich gans dwaeselijck en onkundigh verbeelt, datter ter saecke vande verleende remissie merckelijcke somme van penninge in contant gelt sijn ontfangen en deselve bij de optimenten der remissien ter gnader trouwe waeren verduijstert of achter gehouden: in plaets van te begrijpen dat de gemeente of ingeseetenen van dien, sich geluchkigh mochten achten, gratiens en gunstich quijt gescholden te crijgen, soodanige resteerende en onbetaelde lasten, die zij aent gemeente lant schuldigh waeren, en door armoede in haer vermoogen niet en hadden te connen betaelen. Alle welcke voorenstaende frivoele en onrechtmatige clachten de onderteeckende deses, ten uijtersten onaengemaem en degotabel sijn, gelijck mede deselve ten uijterste en onaengenaem en geensints van der selver approbatie is; dat bij de conclusie vant opgemelde request werdt versocht dat haer Hoog: Moog: geliefden te lasten en te ordoneeren dat de dorps reeckeningen ende de boecken en documenten daer toe specteerende aen Johan Crollins, en Johan Nicolaes de Haas souden werden overgegeeven om naer te sien, en te veromineeren, en daer van aen haer Hoog: Moog: rapport te doen ende te verstaen dat de oncosten en verschotten die des noot over dese zaeck mochten komen te vallen, mogen werden voldaen en betaelt uijt de penningen vanden rendant of rendanten, die bevonden sullen worden aen dese gemeente ten achteren te sijn, om reedenen dat in cas sulckx buijten vermoeden door haer Hoog: Moog: in gewillight wierden des men vertrouwt niet te sullen geschieden de onderteeckende deses, niet anders te verwachten en hadden; dan door alle der selver seer bekende intrassaebele, onnistrije twist maeckende, en costen veroirsaeckende misverstanden, de geheele gemeente totael geruineert en verdorven te sien, tot het becoomen van welcke voorschreven pointen van conclusie vastelijck vertrouwt werdt, het opgemelde request met alle veriverde en verdichte onwaerheden, buijten begrijp, en kennisse der genoemde supplianten door inductie van voornoemde Crol ende Haas is opgestelt en vervult geweest, weshalven wij ondergeteeckende van herten wensen dat de gemeente door alle wel beproefde en ondervonden goede officieren directien, devoiren, vigrlantie en omsichtige behandelingen van saecken der voornoemde curateuren Johan de Jongh stathouder van Kempelant en Johan de Jongh drossaert van Heese en Leende, tot verdere reddinge en herstellinge uijt haere desolaeten staet mach werden en blijven bedient ende belangende de aenstellinge of ophaelders der intresten deser gemeente verclaeren wij dat den = blad 17 =
selven daer toe soo wel als eenigh andere der mede bequaemste ingeseetenen volslaegen sussicant en bequaem te weesen; en dat hem deselve bedinginge zoo wel als imandt ander der mede sussisanste en bequaemste ingeseetenen, hoe wel den selven aen een been creupel; rechtmatich is compiteerende waer mede wij dese onse verclaeringe sijn eijndigende de welcke wij tot becrachtingh der waerheijt ten protocolle alhier eijgengandigh hebben onderteeckent op heden den 13e januarij 1725. Jan Driedoncx scheepen. dit sijn de letteren I:H: van Jan Huijbreghts scheepen Hendrick Kerckhofs out scheepen Jan van der Loock out scheepenen P Verspaendonck geswooren setter Jan Cornelis geswooren setter Matijs Mollen out Borgemeester Jan Mollen afgaent geswooren setter Jan van Herck out borgemeester Hendrick van der Cheelen out borgemeester dit sijn de letteren A:P: van Adriaen Panis out collecteur der gemeene middellen Adriaen Wijnants Jan Lucas Andriessen geswooren setter Frans van der Ceels (Cheelen) regeerent collecteur slants middelen Aert Moonen out scheepen Hendrick Simon Vorsters scheepen Hendrick Borgers Giliam Steijnen Jan van Cheelen out orinaris dit ist hantmerck X van Cornelis Maes Paulus Sijmons Vorsters dit ist hantmerck X Antonij Bruijninckx Hoevenaer Bastiaen van der Vliet heijmraet dit ist hantmerck X van Matijs Ivo heijmrade Peeter van de Put dit ist hantmerck X Jan Vrijsen Jan Fabrij dit ist hantmerck X van Hendrick Panis Adriaen van der Cheelen Hans Roijmans out commer borgemeester Cornelis Sol regeerent borgemeester Antonij Sol out borgemeester A:V:Graaf loco secretaris en geweesen clerck. Bijlage 7 - Schuldenstaat Maria Fabrij wed. Jan Verspaendonck - 20.6.1725 schuldenstaat archief: RA Bladel inventarisnr: 40 f. 322b - 325 Staet der schulden opgegeven door ende van weegens Maria Fabrij wed. wijlen Jan Verspaendoncq weegens de belastinge der erfgoederen van gemelde Jan Verspaendoncq ende des selfs minderjaerige kinderen verweckt bij Mechel Spoormans sijne eerste vrouw, soo weegens hijpoteecque vande brieven of obligatien, intresten reeele slants en dorps lasten en alle schulden... in preferentie soudenbehooren te coomen soals volcht. Eerstelijck belast met eene capitaele van twee hondrt vijftigh guldens staende en loopende ten behoeven vanden Gast huijse van Tuerenhout als Adriaen Spoormans voor deesen hadde ingenoomen vanden selven Gast huijse in gevolgen den brief alhier voor scheepenen vanden chijns hove gepasseert in dato den 7e september 1668 waervan de jaerlijckx intrest moeten werden betaelt ingevolge meergemelde rentebrief twaelf gls tien stuijvers capitael 250..0..0 = blad 18 =
de verscheenen intresten van dien bedragende eene somme van 155..10..0 doch alsoo vande selve maer twee en het loopende jaer is geprefereert soo monteeren sulckx 37..10..0 Item mede belast met eene capitaal van drie hondert guldens staende mede ten behoeven vant gemelde Gast huijs van Tuerenhout ingevolge den rente brief voor scheepenen van Reusel voornoemt gepasseert in dato den 30e meert 1688 dus 300..0..0 staende en loopende rente ten intresten jaerlijckx 15 gls waer vanden intreste ten achteren ingevolge quitantie sedert den jaere 1712 bedragen 195..0..0 doch alsoo maer twee jaeren en het loopende is geprefereert als voor soo monteert tselve 15..0..0 Item als mede belast met een capitael van twee hondert vijftich gls: loopende ende staende ten behoeve van N Vissers tot Tuerenhout ingevolge den rente brief daer van sijnde dus 250..0..0 staende hiervan Jaerlijckx intrest te betaelen thien gls waer van intrest is ten achteren thien jaeren bedragende 100..0..0 doch alsoo maer twee jaeren en het loopende geprefereert als voor soo monteert tselve 30..0..0 Item als mede belast met een capitael van hondert gls: staende ten behoeve van dábdij van Corsendonq ingevolge den rente brief daer van sijnde dus 100..0..0 staende dito rente ten intreste tegens vijf ten hondert, en ten achterentsedert den jaere 1712 bedraegende tot den jaere 1725 incluis 60..0..0 doch alsoo maer twee jaeren en het loopende geprefereert als voor soo monteert tselve 15..0..0 Item belast met een capitael van drie hondert gls: loopende ten behoeve van deesen armen van Reusel dus 300..0..0 staende ten intrest Jaerlijckx intrest tegens vijf ten hondert ende bevonden ten achteren te sijn drie jaeren sijnde 15..0..0 ende twee jaeren en het loopende geprefereert sijnde compt als voor drie jaeren 15..0..0 Item als belast met twee hondert gls: capitael; begroot ende beset weesende op den acker genaemt den Bocht sulckx ten behoeven vant gemeene landt, dus 200..0..0 Item aen Gerit de Raaf aengestelden collecteur over Reusel des jaers 1723 debet en bij rest onbetaelt sijnde weegens verpondingen Conninckx bede en anderen 'slants middelen verdraegende ingevolge desselfs collectboeken daer op voor gesien. 108..7..9 Item te betaelen aen Matijs Mollen verpondings beurder des jaers 1724 tot voldoeninge van 'slants ordinaire verpondingen ingevolge des selfs manuael 17..0..6 Item te betaelen aen de coninckx beden beurder Jan Panis des jaers 1724 tot betaelinge van slants beden 5..13..6 Item te betaelen aen Gerit Sol eene extraordineere verpondinge ingevolge Haere Hoog: Moog: resolutie veel te mogen omslaen over de vaste erfgoederen tot betaelinge van dorps verschulde intresten bedragende dato verpondinge over den jaere 1724 17..0..6 Item te betaelen aen Jan van der Cheelen aengestelde heffer tot betaelinge van slantsverschulde verpondingenover den jaere 1725 bedragende dito verpondinge als voor 17..0..6 Item te betaelen aen Cornelis Maes aengestelde coninckx beden beurder over den jaere 1725 5..13..6 Item te betaelen aen Peter Haren aengestelden collecteur des jaers 1725 twee derde paerten en een halve verpondinge reeel; te moogen omslaen ingevolge Haer Hoog: Moog: resolutie tot betaelinge van schulde dorps intresten bedraegende 14..2..12 Item te betaelen aen Cornelis Sol huijshoudende borgemeester des jaers 1725 tweederde paerten van eene verpondinge tot betaelinge van tractementen ordinaire en extraordinaire verschotten en solaris mede volgens Haer Hoog: Moog: resolutie reeel te moogen omslaen bedraegende 11..6..0 Item te betaelen aen den gewesene dienstknecht Willem Antonis weegens verdiende huerpenningen bij restant 39..0..0 Item aende gewesene dienstmaecht Catarina van Casteren bij restant 27..0..0 = blad 19 =
Item debet aen Jan Huijbreghts eene halve extraordinaire verpondinge over den jaere 1724 bij Haer Hoog: Moog: resolutie verstaen reeel te moogen omslaen bedraegende die halve verpondinge 8..10..0 Coomende reeele geprefereerde schulden, schulden in alles te bedraegen eene somme van duijsent acht hondert twee en veertigh guldens, vier stuijvers, twee penningen dus 1842..4..2. Hier naer volgen de geprfereerde parsoneele schulden te weeten: Item belast met eene capitael van hondert gls: staende en loopende ten behoeven van Adriaentien Cheelen wed. Peter Compaens volgens hantobligatie. 100..0..0 Item te betaelen aen den collecteur der gemeene slants middelen Frans van der Cheelen over den jaere 1724 tot betaelinge van slants gemeeene middelen; volgens sijne collect boeken 20..6..9 Item aen den collecteur Steven Verdoncq; des jaers 1725 mede tot betaelinge van slants gemeene middelen bedragende ingevolge sijne collect boek 14..6..0 Bedraegende de parsoneele geprefereerde schulden behalve de veel vuldige schulden; welcke buijten preferentie soude coomen te vallen; en welcke alhier om die reedenen niet werden begroot; eene somme van hondert vier en dartigh gls: ses stuijvers acht penningen dus 134..6..8 daer bij de voornoemde reeele geprfereerde monteerende als 1842..4..2 voornoemt aldus deesen staet 1976..10..10 der schulden voornoemt bij gemelde weduwe Jan Verspaendoncq opgegeeven; en wij scheepenen naer behoorlijck ondersoeck alsoo bevonden effectivelijck te weesen hebben wij tselven ten scheepen dorpsregister eijgenhandigh onderteeckent in Reusel op heeden den 20e junij 1725. Bijlage 8 - Erfdeling Matijs Mollen X Margarita Compaans - 2.1.1728 archief: RA Bladel inventarisnr: 41 fo. 107b - 108b Compareerde voor scheepenen in Reusel naergenoempt Jan Mollen, Peeter Mollen, gebroers ende Jan Loots, als in houwelijck hebbende Catarina Mollen, alsoo vrinden ende erfgenamen van wijlen hunne vader Matijs Mollen ende Margrita Compaens sijne huijsvrouw; ter eene. Martinus Mollen hunnen meden broeder met Margrita Matijsen sijne huijsvrouw ter andere sijde; de welcke alsoo te samen onder malcanderen hebben aengegaen ende gemaeckt, dese hunne minnelijke accoorde ende verdrach, bij forma van schiftinge, scheijdinge ende afdeijlinge in maniere naerbeschreven; Eerstelijck soo verclaeren ende bekennen de voornoemde eerste comparanten over te geven ende in vollen eijgendom te laeten genieten aende gelijcke tweede comparanten allen en delen igelijcke meubelen, haeven en schaeren gereet en ongereet mitsgaders actien ende creditien geen uijtgesondert ende dat alles soo ende gelijk bij hun tweede comparanten is aenvaert ende alrede geprofiteert geworden waer tegens ende voor welcke soo gelooven, die voornoemde tweede comparanten aende eertde comparanten over te geven ende bij deesen erfelijck te laeten genieten seecker den voornoemde tweede eersten comaparants paert; en aendeel ofte vierde paert in eene steede gelegen onder Reusel ten gehuchte genaempt den Lensheuvel, bestaende inne juisinge, lant, groese heijde ende weijde, niets aen dien gehoorende reserveerende, hun comparanten aengecoomen van hunnen voornoemde vader Matijs Mollen; ende bevoorens vant gemeene landt; mitsgaders een twaelfde paert in twee obligatien d'eene van duijsent guldens en d'ander van een hondert guldens staende en loopende beij en ten laste van het corpus van Reusel hun te samen onder andere erfgenaemen aengecoomen ende verstorven van hunne oom saliger Johannes Mollen verders soo verclaeren ende bekennen de voornoemde twee laetste comparanten boven ende behalvens het evenverhaelde aengemelde eerste comparanten ider van hun int besonder sullen tellen ende te laeten genieten eene somme van twintigh guldens 't selve te voldoen ende presteeren binnen de tijt van vijf eerst coomende jaeren aenvang neemende ende gepasseert vijftien december 1727 ende in cas = blad 20 =
vannaelaetigheijt en geene voldoeninge soo onderwerpen sich geloveren deses, de voluntaire condemnatie sonder oppositie eijndelijck soo verclaeren de bovengemelde tweede comparanten te sullen voldoen ende betaelen allen bekende ende nu noch onweetende schulden ende pretentie staende ende loopende op den naam van hunne vader Matijs Mollen met de belastinge van 's lants en dorps lasten sonder dat echter des weegens de eerste comparanten inne schade sullen coomen te vallen; Hier mede geloovende gelijke comparanten met dese hunne accoorde bij somma van schiftinge, scheijdinge ende afdeijlinge in voegen voornoemt genoegen ende contantement te neemen ende daer beneffens den eenen den anderen te erven en vesten, gelovende dese te sullen houden en doen houden voor goet vast en steedich ende van waerden, met de gelofte van quarantschap in forma; Aldus gedaen ende gepasseert voor en ten overstaen van Jan Huijbreghts ende Jan Heijsmans scheepenen. Actum Reusel den 2e januarij 1728 Tot betaelinge van 'slants 10e penninge soo is het voornoemde vierde paert in gemelde steede door den gecommiteerden officier scheepenen ende den secretaris los ende vrije getauxeert; op den voornoemde somme van seven en dartich guldens thien stuijver 37"10"0 waer van 's lants 10e penning is 0"18"12 sijnde het twaelfde paert in voornoemde twee obligatien volgens haer Ed: Moog (in de marge) Nota sijnde van dese gedaene taxatie ten protocolle van reeele actens op folio 142 verso daer van aenteeckeninge gedaen op heden en 's lants 10e penninge betaelt. Bijlage 9 - Inventaris door de erfgenamen Jan Peter Compaens - 10.1.1728 archief: RA Bladel inventarisnr: 41 folio 109-110 Staat ende inventaris gedaen maken bij de kinderen ende erfgenaemen wijlen Jan Peter Compaens haren vader saliger van weegens alle soodanige meubelaire goederen als achtergelaten, ende bevonden sijn geworden inden sterfhuijse van Adriaentjen weduwe Peter Compaens haere respectieve grootmoeder saliger soo en inder voegen dan is volgende Eerstelijck bevonden een haal lenckhaal met een eijsere tangh door scheepenen getaxeert ende gewaardeer op 0-4 - 0 Item een tinnt lamp 0-3 - 0 Item een cooperen ketel 0-18 - 0 Item een castje op 0-8 - 0 Item een kiest 4-0 - 0 Item een tafeltje 0-3 - 0 Item een cleinder dito 0-10 - 0 Item een quaat kiestje op niches (niets) Item een houte tonnetje 0-3 - 0 Item een spinnewiel 0-6 - 0 Item een kuijpken 0-5 - 0 Item een loopene corf met een scheel op 0-3 - 0 Item een eijseren papkeeteltje op 0-4 - 0 Item een clein moespotje op 0-4 - 0 Item een tinne lamp met een tinne lepel 0-5 - 0 Item een eijseren pannetje 0-8 - 0 Item een lampstock op 0-2 - 0 Item een heeckel op 0-6 - 0 Item een bedt met twee hooft peulingen en twee kussens 7-0 - 0 Item een twee deeckens 1-10 - 0 Item een quade salie op 0-3 - 0 Item een acht hemden 3-0 - 0 Item een drie slaeplakens 1-5 - 0 Item een twee neusdoecken op 0-6 - 0 = blad 21 =
Item een vier oirfluwijnen 0-8 - 0 Item een drie witte neerstjens 0-4 - 0 Item een 24 slaapmeutsen ende coven op 0-10 - 0 Item een twee handoeckjes op niches Item een eenige quade cleren 0-10 - 0 Item een swart lijfken 2-10 - 0 Item een peirse schordt 2-0 - 0 Item een dito welcke int leven Adriaentjen Peeter Compaens is vereerdt aen Maria Blanckers memorie Item een sticklijf 0-15 - 0 Item een cort jack op 0-8 - 0 Item een swarten voorschoot op 0-6 - 0 Item een beursje met vier perschellingen tot 1-5 - 0 Item een blouwen voorschoot met een witten 0-8 - 0 Item een hantdoeck met eenen neusdoeck 0-1 - 8 Item een en coperuijn op niches Item een seven witte mutsen 0-12 - 0 Item een houten doosje met pampieren 0-2 - 0 drie schilderijen 0-1 - 8 Item een drie cannetjes met een flesje en doos 0-3 - 0 Item een twee gematte stoelen met een schouwcleet op 0-8 - 0 ende verclaert Boortes van Gorp, neffens sijne huijsvrouw, dat door Elisabeth de huisvrouw van Peeter Mollen uit dese sterfhuijs is gehaalt een bedtpan met een cooperen hant keeteltje Aldus gedaan geinventariseert mitsgaders gewardeert ter goeder bester kennisse ende weetenschap naer alvooren bij dese inventarisatie geropen ende versocht te hebben de kinderen ende erfgenaamen van Matijs Mollen echter niemant gecompareert ofte veel min sich declareerden als erfgenaam, op heden in Reusel den thiende januarij 1728. Bijlage 10 - Minnel. schikking erfgenamen Compaens en Mollen - 22.3.1728 archief: RA Bladel inventarisnr: 41 folio 120-120v Alsoo questie ende verschik waren ontstaen ende verder stonden te vijsen tussen Elisabeth Bierens weduwe van wijlen Jan Compaens met haer gevoegt des selfs kinderen verweckt bij voornoemde Jan Compaens over en ter saecke van seeckere testamentaire dispositie gewilt ende begeert bij vernoemde Adriaentjen weduwe Peeter Compaens dito testamente voor de weth van Reusel verleden den een en dartigsten october 1720 ter eene ende kinderen ende erfgenaemen van Wijlen Matijs Mollen cum uxoris, namentlijk Jan Mollen, Peeter Mollen, Marten Mollen ende Catarina Mollen gesterkt ende geadfiseert met Jan Loots haeren man ende momboir ter andere sijde dewelcke alsoo te samen onder tussen spreecken van goede mannen; op heeden voor ons scheepenen dese onderteeckent sijn gecompareert; ende welcke hebben vercklaert ende bekent; te hebben aengegaen tot voorcoominge van verdere oneenigheeden ende prosesse dese hunne minnelijcke accoorde conventie ende verdrach in voegen volgende, eerstelijck soo verclaeren ende bekennen voornoemde eerste comparanten gevoecht ende geadviseert met voornoemde haere kinderen bij desen te renoncieeren annulleeren mortificeeren ende ten eene maale te vernietigen de voornoemde testamente ten hunne behoeven gemaeckt ende getesteert sonder uijt crachte van selve oijt eenich recht actie ofte pretentie uijt dien hoofden ten laste van voornoemde tweede comparanten ofte henne erfgenaemen te pretenderen waer tegens ende voor welcke soo verclaeren de voornoemde tweede comparanten te renonsieeren ende afstant te doen van soodanich recht ofte eijgenschap die sij neffens de gemelde eerste comparanten vermeenden te hebben ten opsichte vande naerlatenschap van gemelde Peeter Compaens ende sijne voornoemde huijsvrouw laetende in teegendeel het selve in vollen eijgendom posideeren ende profiteeren aende voornoemde eerste comparanten onder conditie dat de voornoemde eerste comparanten boven het geene voornoemt aende tweede comparanten sullen tellen, en laeten genieten jder vijftich guldens welcke op heeden sijn voldoen, weesende onder de gemelde penningen welcke expresselijck bedongen ende begreepen; de gemelde tweede comparanten hunne pretensien dien sij vermeenen opgemelde Peeter Compaens ende sijne = blad 22 =
voornoemde huijsvrouw of nu op des selfs naerlaetenschap te hebben maer sich ten deesen van weedersijden ten vollen vergenoecht ende geconsentreert houdende sonder dat den eenen op den anderen eenich verder recht actie of pretentie connen sustineeren sonder eenige contraditie in rechten of daer buijten maer gelovende partijen dese hunne minnelijck accoorde ende verdrach altijt te sullen houden en doen houden voor goet vast en steedich ende van waerden onder verbant van hunne persoonen en goederen, persenten toecoomende sich ten deesen onderwerpende gewilligde condemnatie. Aldus gedaen en gepasseert voor scheepenen deesen onderteeckent hebbende. Actum Reusel den 22 maart 1728. Bijlage 11 - Tweede huwelijk Maria Stoffel Wijnants - 8.11.1722 Mindelijck accoort archief: Bladel schepenbank inventarisnr: 40 fol. 235-236v 1722-8 november Compareerde voor ons scheepenen der heerlijckheijt van Reusel naergenoemt Johannes Compaens als momboir en Wijnant Stoffel Wijnants toesiender over het eenigh onmomdigh kint wijlen Jan van der Cheelen daer moeder van was Maria Stoffel Wijnants ter eene versterckt met Jan Matijs Mollen haeren tegenwoordigen bruijdegom ter andere sijde dewelcke verclaeren en bekennen gelijck sij sulckx doen bij deesen, in plaetse der bewijs weegens de goederen het voornoemde kint van sijne vader saliger competeerende, en staet aen te coomen, hebben, aengegaen dese hunne mindelijck en vrindelijck pasificatio in voegen en manieren hier naer volgen eerstelijck soo belooft den voornoemde Jan Matijs Mollen, beneffens Maria Stoffel Wijnants sijne bruijt, het voornoemde eenigh onmondigh kint genaemt Johannes te sullen alimenteeren en onderhouden in cost en dranck sieck en gesont in linden en wollen, tot sijne mondighe daege toe, als mede te laeten leeren leesen en schrijven naer sijne staet dan vereijst, waer voor consenteeren die voornoemde vooijden, dan allen, de erfgoederen de voornoemde weese competeerende, door den voornoemde Jan Matijs Mollen, beneffens Maria Stoffel Wijnants, sal worden aenvaert met de lasten en schulden en in vollen eijgendom beseeten worden en naer hunder beijden doodt, bij het, voornoemde kint als welcke door den selven Jan Matijs Mollen en Maria Stoffel Wijnants door de genade en gratie Godts in houwelijck staen te verwecken, sullen worden gedeijlt als kinderen van en uijt eenen bedde, sonder eenigh onderscheijt van wat sijde de voornoemde goederen sijn gecoomen hooft voor hooft even diep deijlen, naer aflijvigheijt van voornoemde tweede comparanten, mits dat voornoemde weese sal behouden het geene naer dato deses staet aen te coomen van sijne vaderlijcke sijde door Elisabet van Uijden weduwe wijlen Hendrick Fabrij, als mede te profiteeren en genieten eene somme van vijfhondert gls; gemaeckt bij forma van schult bekentenis, door Elisabet van Uijden weduwe Hendrick Fabrij meergemelt, aen Jan van der Cheelen als sijnde neve in sijne leven van Elisabet van Uijden weduwe Hendrick Fabrij en vader van voornoemde weese welcken Jan van der Cheelen in sijn leven gewoont hebbende bij Elisabet van Uijden als in die qualiteit als dienst of meesterknecht, dit bekentenis passeert voor den notaris A Wachtelaer wonende tot Bergeijck in dato den 23 april 1715: alles breeder uijt wijsende voornoemde bekentenis brief, mede is conditie dat Johannes Matijs Mollen beneffens Maria Stoffel Wijnants sal genieten en trecken uijt de voornoemde vijfhondert gls eene somme van tweehondert vijftigh gls weegens en voordat voornoemde Maria Stoffel Wijnants moeder van voornoemde weese het voornoemde wees nu al heeft onderhouden en gealimenteert haeren weduwen staet tot datum deses toe is bij deesen ingelijcks geconditioneert bij de wedersijtse comparanten, dat het quam te gebeuren (: het geene men niet en hoope:) dat voornoemt onmondigh kint soo jongh quam te overlijden voor en aleer het selve tot staet was gecoomen, dat als dan het aentecoome erfgoet van Elisabeth van Uijden weduwe Hendrick Fabrij en voornoemde gemaeckte brief van schult bekentenis sal coomen aen erfgenamen en vrinden vant voornoemde weese sijne sijde, behalvens de voornoemde 250 gls welcke evenwel sal genoten werden bij Jan Matijs Mollen en Maria StoffelWijnants sijne bruijt, meergenoemt, omme met dito somme te doen naer hun gelieven verders indien Jan Mollen bij voornoemde Maria Stoffel Wijnants geen kint of kinderen quam te produseeren, soo sal het voornoemde kint allen de erfgoederen soo wel van Jan Mollen als sijne moeder naer doode van tweede comparanten erven tsij van wat kant deselve is gecoomen en op voornoemde pupil kint devolveeren geloovende partijen wedersijts dit hunne minnelijck accoort op de conditien als voornoemt staet altijt te houden en doen houden onder verbant als naer rechten, actum Reusel voor en ten overstaen van Hendrick Kerckhofs en Jan van der Loocq scheepenen deesen achsten november 1722. SARE schepenbank Bladel invt.nr. 40 folio 235b - 236-237a = blad 23 =
Bijlage 12 - Zoek geraakte papieren - 20.3.1730 archief: RA Bladel inventarisnr: 41 folio 191 Wij Jan Mollen en Jan Panis scheepenen mitsgaders Johan de Graaf loco secretaris des dorps Reusel quartiere van Kempelant Meijerije van S Bosch verclaeren op den eet int aenvanen onser bedieninge gedaen ter requisitie van Dhr (Tjerco? Tinco?) Lijclama â Nijholt rentmeester der geestelijke goederen over den quartiere van Kempelandt en Oisterwijk dat wij na noukeurig en mogelijk ondersoek soo op de respectieve quohieren en setboeken van veele jaren herrewaerts (:sijnde de oude registers daer in nogh iets mogt te vinden sijn met het quietingen vande laetbanck door die van Postel als grontheer volgens hooren zeggen weggeraekt:) Als meede naer ingenome informatie van seer oude ingesetene alhier als andersints niet hebben connen uijtvinden de namen van de weduwe Peeter Jan Willems en Jan Jansen Cheelen welcke jaerlijcx ten comptoire van welgemelde rentmeester de eerste 0-3 - 0 en de tweede 0-10 - 0 en van 0-6 - 4 souden vergolden hebbenofte oock noijt eenigen naercomelinge of erfgenaemen van dien nogh oock niet eenige goederen die haer souden gecompoteert hebben gekent ofte geweeten hebben, nogte oock niet weeten of kennen in kennisse der waerheijt hebben wij scheepenen en loco secretaris mist absentie van den secretaris dese ten protocolle eijgenhandigh onderteekent en het uijtgemaekte met de subsignature onser loco secretaris en scheependom zegel doen becragtigen Gegeven te Reusel den 27 meert 1730 Bijlage 13 - Inventaris van Maria Fabrij - 21.10.1730 archief: RA Bladel inventarisnr: 41 folio 216-224 Wettige staat en inventaris gedaan maaken ende opregt ter requisitie van Steven Verspaendoncq als wettige eeëdigden momboir en Aert Moonen toesiender over de onmondige kinderen van Jan Verspaendoncq in den eersten houwelijk verweckt bij Megtildis Spoormans, mitsgaders Wouter Vorsters mede momboir emde Peeter Pijs toesiender over de onmondige kinderen van opgemelde Jan Verspaendoncq in den tweede houwelijk verweckt bij Maria Fabrij allen gesterkt ende geadsisteert met den gecommiteerden officier en scheepenen des ondergeteekent hebbende, sulcx op het deugdelijk aangeven van voornoemde Maria Fabrij als weduwe en boedelhoudster van den gemelde Jan Verspaendoncq alles ingevolge en tot voldoeninge van het 53 art. van haar Ho: Mo: eght reglemente en opgevolgde ampliatie placaat van den 3e qpril 1708 ten eijnde daar uijt te bewijsen der onmondige kinderen goederen, van alsulke meubelen haeven ende schaaren actien ende crediten, ten haere woonhuijse bevonden sijnde ende alsoo agtergelaten en metter doot ontruijmt bij gemelde Jan Verspaendoncq, in de welke de gemelde weduwe en haare kinderen ider voor een helligt sijn geregtigt die geene alsoo door den gecommiteerden officier en schepenen sijn getauxeert en gewaerdeert als volgt In de caamer eertselijk een bedt inde caamer met den hooftpeuling getauxeert door den gecommiteerden officier voor de somme van 0-6 - 0 item een bedt met den hooftpeuling getauxeert als voor op eene somme van 12-10 - 0 item een eijke kastje getauxeert op 8 gls 8-0 - 0 item twee houte spennen getauxeert op 2 gls 2-0 - 0 item twee tafeltjens getauxeert op sestien stuijvers 0-16 - 0 item twee schilderijen getauxeert op ses stuijvers 0-6 - 0 item twee bet steden getauxeert op 5 gls 5-0 - 0 item een sigt met hooij riek getauxeert op drie stuijvers 0-3 - 0 = blad 24 =
In de keuken een houte spen met een bankje getauxeert op sestien stuijvers 0-16 - 0 item een casje naast de glaasen met een glas bort getauxeert op 2-0 - 0 item het bet met zijn toebehoren getauxeert op 10-0 - 0 item een metale pot en houte doos getauxeert op vier guldens 4-0 - 0 item een horlogie getauxeert op ses guldens 6-0 - 0 item een eetens casje getauxeert op vijf guldens 5-0 - 0 item 44 tinne telloren wegende samen vier en veertig pont, jder pont getauxeert op agt stuivers is same zeventien guldens twaalf stuijvers: dus 17-12 - 0 item 22 tinne schotelen wegende samen vier en seventig pont, jder pont getauxeert op agt stuivers is same negen en twintig guldens twaalf stuijvers: dus 29-12 - 0 item een tinne papcom wegende ses pont, pont getauxeert op agt stuivers is samen twee guldens agt stuijvers: dus 2-8 - 0 item ses soutvaten een inktkoker en tinne peperbus wegende samen ses pont, jder pont getauxeert op agt stuivers is samen twee guldens agt stuijvers: dus 2-8 - 0 item twee metalen kandelaars getauxeert op twee guldens 2-0 - 0 item een strijkeijser met rust getauxeert op twaalf stuijvers 0-12 - 0 item twee boeteljes getauxeert op twee stuijvers 0-2 - 0 item twee tinne wijnpinte en drie waterpotten weegenede same circa 25 pont, jder pont getauxeert op agt stuijvers: is te same tien guldens 10-0 - 0 item vier koperen blaakers met den snuijter weegende same circa ses pont, jder pon getauxeert op agt stuijvers: is same twee guldens agt stuijvers 2-8 - 0 item een houte tafel getauxeert op vier stuijvers 0-4 - 0 item een rooster, hackmes en een spit getauxeert op twee guldens tien stuijvers 2-10 - 0 item dozijn tinne leepels vier forquetten en twee mostaert leepels met bortje getauxeert op een gulden sestien stuijvers 1-16 - 0 item seven andere leepels getauxeert op tien stuijvers 0-10 - 0 item drie coperen schelen met vuurpan getauxeert op drie guldens drie stuijvers 3-3 - 0 item een copere tang en schuijmspaan getauxeert op een guldens vijf stuijvers 1-5 - 0 item een pint, rooster en kruijd doos getauxeert op agt stuijvers 0-8 - 0 item vier room tobbetjes een houte temis, een stortvat met nogh twee houte tonnetjes getauxeert op vier guldens vijf stuijvers 4-5 - 0 item de roomstant getauxeert op twee guldens tien stuijvers 2-10 - 0 item de koeij keetel met de koperen aker en melk sij weegen... getauxeert op... is samen vijftien guldens vijftien stuijvers 15-15 - 0 item de pap keetel met twee eijsere moespotten getauxeert op twee guldens 2-0 - 0 item een metaale moespot getauxeert op twien guldens 10-0 - 0 item eenen emmer, twee houte coppen en een coore vat getauxeert op twee guldens tien stuijvers 2-10 - 0 item een koek pan getauxeert op agtien stuijvers 0-18 - 0 item een houte schutsel getauxeert op een guldens twee stuijvers 1-2 - 0 item een haal, tang en brantijser getauxeert op drie guldens drie stuijvers 3-3 - 0 item tien stoelen en vijf stoel kussens getauxeert op vier guldens tien stuijvers 4-10 - 0 Op de Caamer Eerstelijk het bed naast de moos met een deeken getauxeert op twee guldens tien stuijvers 2-10 - 0 item een ander bedt getauxeert op vijftien guldens 15-0 - 0 item twee casjens getauxeert op ses guldens 6-0 - 0 item een mestick en een meelkorf getauxeert op agt stuijvers 0-8 - 0 = blad 25 =
item een pampier casjen met eenige papieren memorie item 18 raap coeke getauxeert op ses stuijvers 0-6 - 0 In de kelder item een was cuijp met een melk ton getauxeert op vier guldens 4-0 - 0 item twee bier stellingjes en twee smoutvaatjes getauxeert op een guldens vijf stuijvers 1-5 - 0 op de solder drie en twintig vaten boekweijt, jder vat getauxeert op seven stuijver vier penningen 8-6 - 12 item vijf vat coolsaat jder vat getauxeert op eene gulden 5-0 - 0 item het calf op de solder getauxeert op twee guldens tien stuijvers 2-10 - 0 item twee varkens in de stal getauxeert op twintig guldens 20-0 - 0 In de stal item vijf melk beesten samen getauxeert op seeventig guldens 70-0 - 0 item drie kockelingen samen getauxeert op vijf en twintig guldens 25-0 - 0 item drie jonge calveren samen getauxeert op ses guldens 6-0 - 0 item het paert met sijn getuijg getauxeert op vijftien guldens tien stuijvers 15-10 - 0 item twee hoog karren samen getauxeert op vijf en twintig guldens 25-0 - 0 item de ploeg met deegde samen getauxeert op twee guldens tien stuijvers 2-10 - 0 item drie heele coeij backen getauxeert op twee guldens tien stuijvers 2-10 - 0 item drie rieken, een schoep, een schip, scherfback en sijsie samen getauxeert op drie guldens drie stuijvers 3-3 - 0 item de gras sijsie en kreugie getauxeert op twee guldens 2-0 - 0 item circa 8000 pont hooij jder duisent getauxeert op vijf guldens is dus: veertigh guldens 40-0 - 0 item 40 vijmen cooren, jder vijm getauxeert op twee gulden tien stuijvers is Samen hondert guldens 100-0 - 0 item twee carren spurrie jder car getauxeert op twee gulden is samen vier gulden 4-0 - 0 item twee carreb toemit ieder car getauxeert op twee guldens tien stuijvers 5-0 - 0 item den brood trogh met de werkbanck getauxeert op seven guldens tien stuijvers 7-10 - 0 item den torf soo bij cavel torf als clot samen getauxeert op vijf en twintig guldens 25-0 - 0 item een tinne en een blicke lamp drie stuijvers 0-3 - 0 item aan contant gelt bevonden de somme van twee guldens agtien stuijvers 2-18 - 0 item een paar laakens getauxeert op twee guldens 2-0 - 0 item twee baentjes ongeblijkt linne lang 30 ellen jder el getauxeert op seve stuijvers 10-10 - 0 item seven servetten en die oorfluijmen soo goede als quade met een tafel laken same getauxeert op agt guldens 8-0 - 0 item een mortier getauxeert op twee guldens tien stuijvers 2-10 - 0 item twee gorsacken getauxeert op vijf tien stuijvers 0-15 - 0 ------------- Somma totalis bedragen de voorschreven getauxeerde goederen saamen eene somme van ses hondert guldens 12 stuijvers en twaalf penningen f600-12 - 12 Tegens welke voorschreven somme moeten werden afgetogen de volgende schulden; = blad 26 =
Als eerstelijk aan de weduwe Willem Fabrij wegens geleende penningen eene somme van hondert agt en twintig guldens dico f128-0 - 0 item aan Joost Fabrij de somme van negen en veertig guldens 49-0 - 0 item aan Peter Danen den knegt een en veertig guldens seeve stuijvers 41-7 - 0 item Wouter Vorsters commer borgemeester des jaars 1727 eene gulden 1-0 - 0 item aan Jan Mollen verpondings beurder des jaars 1727 eene gulden vijf stuijvers 1-5 - 0 item aan Jan Das commer borgemeester des jaars 1728 de somme van vier guldens vijf stuijvers 4-5 - 0 item aan Hendrik Kerkhofs huijshoudende borgemeester des jaars 1728 eene gulden 12 stuijvers ses penningen 1-12 - 6 item aan Aart Hertogs commer borgemeester des jaars 1729 nege guldens elf stuijvers 10 penningen 9-11 - 10 item aan Hendrik Haaren van de gemeene middellen des jaars 1729 twee guldens tien stuijvers en twaalf penningen 2-10 - 12 item aan Hendrik Bogers verpondings beurder des jaars 1729 twee gulde agt stuijvers agt penningen 2-8 - 8 item aan Nicolaas Rooijmans commer borgemeester des jaars 1730 tien guldens agtien stuijvers ses penningen 10-18 - 6 item aan Poulus van Gompel borgemeester voorschreven nege gulde twee stuijvers ses penningen 9-2 - 6 item aan Poulus Vorsters beede beurder des jaars 1730 ses gulde veertien stuijvers vier penningen 6-14 - 4 item aan Jan Rooijmans moer borgemeester des jaars 1730 vijf gulde 5-0 - 0 item aan Andries Seels verpondings beurder des jaars 1730 vier gulde elf stuijvers 4-11 - 0 item aan C Coolen als sadelmakers de somme van vijf guldens agt stuijvers 5-8 - 0 item aan Andries van Dooren collecteur der gemeene middellen des jaars 1730 ses guldens eene stuijver vier penningen 6-1 - 4 item aan de smit G Stijnen vier guldens dertien stuijvers 4-13 - 0 item aan Jan Driedonx twaalf guldens 12-0 - 0 item te betalen weegens geleent cooren 22 vaten ider vat tien stuijvers is samen elf guldens 11-0 - 0 item aan de Haas tot Bladel twee gulde dartien stuijvers vier penningen 2-13 - 4 item aan de weduwe J Compaans wegens verkogte clot tien guldens 10-0 - 0 item aan de wever Hendrik Spil tot Arendonk per rest vier gulde 4-0 - 0 item te betalen aan het gemeene lant den erfpagt wegens den Kerkenbogt verschenen sedert kerstmis 1729 ter somme van een en twintig guldens 21-0 - 0 item aan de cleermaker G vd Put agtien stuijvers 0-18 - 0 item aan Jan van der Look weegens gehaalde winkelwaren agt stuijvers 0-8 - 0 item aan Jan Das seve stuijvers 0-7 - 0 item aan de weduwe Gerit Sol nege stuijvers 0-9 - 0 item aan Jan van Herk wegens geleende penningen aan Jan Verspaandonk twee en dartig guldens tien stuijvers 32-10 - 0 item aan Hendrik Kerkhofs vier en veertig guldens 44-0 - 0 Het getauxeerde op dese staat bedraagt als voor f605-12 - 12 Waar tegens de staat der schulden afgetogen als bedragen in voegen voorschreven de somme van vier hondert agt en dartig guldens vijftien stuijvers ses penningen dico: f438-15 - 6 -------------- rest f166-17 - 6 waarin de gemelde weduwe Jan Verspaandonk comt f83-8 - 11 = blad 27 =
de voornoemde kinderen f83-8 - 11 ------------ Aldus voor tauxatie ende waerdatie mits gaders inventarisatie gedaan naar beste kenisse en weetenschap, alles op het deugdelijk op en aangegeven vande voornoemde Maria Fabri weduwe Jan Verspaandonk als boedelhoudster, de welke verclaart desen inventaris in alle regtvaardigheijt ter goeder consientie opgebragt te hebben, sonder iets versweegen verduijster versompelt ofte ter quader trouwe weederhouden te hebben bij aldien naar dato eenige goederen of effecten per abuijs of door onkunde van desen inventaris te sijn gelaten mogten bevonden werden de selve te sullen ende laten supleeren, allen welke sij des noots ende des versogte werden de bevrijdt met solemneele eede te bevestigen, alles nogtans onder de reserve der nodige restricten ten gemeene voor ofte naar deele in deese de welke naar dato deses soude connen comen gemaakt te werden. Aldus gedaan geinventariseert en getauxeert ende gewaardeert door voor en ten overstaan van Jan Mollen ende Jan Panis scheepenen. Actum Reusel den 21e october 1730. Bijlage 14 - Boedelscheiding familie Wijnants - 18.1.1731 archief: RA Bladel inventarisnr: 41 folio 232v-234v Schiftinge scheijdinge ende afdeijlinge geraemt ende geslooten tussen Maria Wijnants gesterckt ende geassisteerd met Jan Mollen haeren man en momboir ter eenre, ende hendrina Wijnants gesterckt met Servaes Verdonck haeren man en momboir ter andere sijde alsoo kinderen van Stoffel Wijnants in houwelijck verweckt bij Dingena Geeritten en sulcx met volcoomen bewillinghende consent vande gemelde Dingena Geeritten weduwe Stoffel Wijnants mitsgaders Wijnant Stoffel Wijnants haeren soon, van alsulcke stede, bestaende in huijsinge heij ende wijlanden gestaen ende geleegen onder Reusel, ten gehuchte genaemt 't Weijereijnt, indiervoegen dan de gemelde weduwe Stoffel Wijnants bij coop is aengecoomen van Jan Bierens, En welcke bij de selve Dingena Geritten wed. Stoffel Wijnants neffens haren soone Wijnant Stoffel Wijnants mits desen werden gerepudiceert ende afstant gedaan, de frucsessie ende eijgendom gevende ende laetende aende cavalanten deses, sonder nu ofte in toecoomend eenich recht, ofte eijgendom opde selve te willen of connen pretendeeren in rechten ofte daer buijten, welcker verdeelde goederen sijn gelecht inde volgende cavelen waer aende cavalanten sich sijn refereerende De eerste cavele Eerstelijck huijs hof en aengelach gecoomen eerstmael van Wijnant Hendrix en laetstelijck van Wijnant Jan Bierens, groot ontrent 161 roeden, oist de wed. Wouter Vorsters ende west de erfgenaemen Creemers, item de hellichte inden Houtaert, groot 44 Roeden, oist gemelde wed. Wouter Vorsters, en west gemeens straatjen, item 45 roeden inde buenders oist de gemeene heijde en west Jan Vroomen, item de hellichte in het aengelach van Gijsbert Coolen, groor voor de hellichte 43 1/2: oist de wed. Wouter Vorsters en west het Ackerstraatjen, suit Anton Jansen. item een stuck landt inde Corte Vooren groot 88 roeden oist Willem van Herck en west den Kerkepad, item landt den Coorenbocht groot 198 roeden oist de wed. Jan Kemps ende west Jan Lucas, item een stuck groese genaemt den Beemt inde Vorcken groot 182 roeden oist de wed. Matijs Lievens, item landt genaemt den Vrouwkens acker groot twee lopense oist Jan Mollen en west den Kerckepad, item een stuck landt genaemt den Deelmans acker groot 114 roeden oist den gemeene straat ofte Kerckwegh ende west Frans vander Cheelen, item een stuck genaemt het Beemdeken Wijvelt groot???? tussen de vijvers van Postel, item 1/4 paert inde Kenters acker groot 50 ro welckers twee laetste stucken bergroot ende begreepen inde deijlinge tussen de cavalanten deses cum suis verleeden ende gepasseert in dato 14 meij 1725 en is dese cavele also ten deele gevallen aen Maria Stoffel Wijnants gesterckt ende geassisteert als voor, ter eenre. De tweede en laetste cavele eerstelijck drieentwintich treeden inde buenders hijde en wijde gelijck dat afgepaelt sal werden oist den gemeene hijde en west de wed. Wouter Vorsters, item de hellichte in landt genaemt den Kenters acker groot twee lopens oist den gemeene wech en wesr de wed. Wouter Vorsters, item de weder hellichte in = blad 28 =
groese genaemt het aengelach van Gijsbert Coolen ofte nu genaemt den Cool Dries groot 43 roeden oist de wed. Wouter Vorsters ende west het gemeene straatjen, item groese genaemt den Meusen Dries groot 119 roeden oist Cornelis Maas ende west de wed. Jan Kemps, item landt ende groes genaemt het Nieuvelt groot 146 roeden oist de gemeene hijde en west Jan Lucas Andriessen, item een derde paert in huijs, hof ende aengelach eerstmael gecoomen van Marten Berckx, item landt inden Heeckman groot 70 roeden oist de wed. Jan Kemps west de wed. Wouter Vorsteres, item een derde paert in landt genaemt den Smeerens acker groot int geheel 97 roeden oist de erfgenaemen van den heer Herman Creemers en west den gemeene wech, item een stuck landt ende groes genaemt den Neerman groot ontrent 50 roeden geleegen int aengelach, mitsgaders al noch een derde paert inde buenders groot int geheel 155 roeden oist den gemeene hijde en west Jan Vroomen. Welckers laetste vijf stucken van de erven spruijtende uijt de stede Stoffel Wijnants en alsoo begreepen inde derde en laatste cavele der deelinge hier vooren inde eerste cavele gemelt, verleeden den 14e meij 125, ende is dese cavele alsoo ten deelen gevallen aen Hendrina Stoffel Wijnants gesterckt ende geassisteert als voor ter andere sijde. Ende hebbende gelijcke condividente malcanderen verstaen te weegen naer behooren en als van outs gebruijckelijck, neemende een jder condivident aen de lasten voor soo veel de selve berijts ten quohieren sijn geannotteert en gesplitst, te sullen voldoen ende betaelen, mitsgaders jder de hellichte inde renten ofte geestelijcke pachten, beneffens alle andere schulden ten laste van die verdeelde goederen staende sonder eenige exeptie daer ontrent te willen of sullen sustineeren, in recht ofte daer buijten, hun in cas van dispuet ofte verschil, mits deesen submitteeren aende dissisie ofte uijtspraack van heeren scheepenen deses dorps Reusel Hier meede en met dese schiftinge scheijdinge ende afdeijlinge verclaeren parteijen condividenten, volcoomen genoegen ende contantement te neemen mitsgaeders den eenen den anderen in hunne cavele te erven en vesten sonder eenige reserve, ofte exceptie in rechten ofte daer buijten. Aldus gedaen ende gepasseert voor en ten overstaen van Cornelis Adriaenssen en Jan Panis scheepenen. Actum Reusel den 18e januarij 1731. Bijlage 15 - Verklaring Jan Mollen en Jan Panis - 23.6.1731 archief: RA Bladel inventarisnr: 41 folio 246v - 247 Wij Jan Mollen ende Jan Panis scheepenen der dorpe van Reusel quartiere van Kempelant Meijerije van 'S Bos verclaren en certificeeren mits deses op den eed inde aanvanck onser bedieninge gedaen ter requisitie van den heer Tinco Lijclama a Nijholt rentmeester der geestelijcke goederen des gemelten quartiere van Kempelant ende Oisterwijck dat Hendrick Peeter Dielen Jan Meusen is soone ende erfgenaam van de weduwe Peeter Jan Meusen, en dat de goederen van gemelten Peeter Jan Meusen ofte des selfs weduwe onder de goederen van voornoemde Hendrick Peeter Dielen Jan Meusen sijn vercocht en dat wij niet ofte weten eenige goederen meer die den gemelde Hendrick Jan Peeter Dielen Meusen in eijgendom sijn compiteerende in kennisse der waerheijdt hebben wij voornoemde scheepenen wij deese acte ten protocolair eijgen handich onderteeckent en door onsen secretaris laeten uijtmaecken ende met selfs subsignature laeten beckrachtigen, gegeven binnen Reusel den 23e junij 1731 Bijlage 16 - Minnelijk accoord Wijn. Wijnants en Jenna Jansen - 29.8.1732 archief: RA Bladel inventarisnr: 42 folio 51v - 53 Wij Jan Panis ende Aert Hartogs scheepenen des dorps Reusel, tuijgende ende verclaren voor ons persoonlijck is gecompareert Jan Mollen in qualiteijt als momboir ende Goijaert Lievens toesiender over de twee minderjarige kinderen van Wijnant Stoffel Wijnants in huwelijck verweckt bij Antonet Lievens gesterckt ende geadsisteert met ons scheepenen als oppervoogden ter eenre, den gemelten Wijnant Stoffel = blad 29 =
Wijnants bruijdegom ende Jenna Jansen wed. Lucas Wouters zijne bruijt gesterckt ende geadsisteert met haren bruijdegom ter andere zijde; te kennen gevende dat alsoo bij het 53 articul van Haar Hoogh Moog echt regelement ende opvolge amplitatie placaat van den tweeden october 1708 is gestatueert; dat geen wedunaar ofte oock weduwe voortaan ten tweeden huwelijck moogen treeden vooren alleer de selve hare wesen indien se die hebben, hare goederen elck na de costuijme van sijne plaatse ende den rechten genoech sijnde sullen hebben te bewijsen, hebbende daer omme met rijpe diliberatie alvoorens ingenoomen consent ende approbatie vande magistraat alhier, overwoogen den staat des boedels achtergelaaten bij wijlen Antonet Lievens ende alsoo bij tauxatie bevonden waerdich te wezen de somme van een hondert negen en veertich guldens, vijf stuijvers acht penningen; en daer teegens afgetoogen d'eene hellichte van de schulden des boedels ter zomme van tweeenseeventich guldens drie stuijvers acht penningen; gevolgelijck ten behoeven vande onmomdige over sevenentseventig guldens twee stuijvers, der halven ten nutte en voordeele van voornoemde onmondige kinderen, aengegaan ende gemaeckt dit hen minnelijck accoort, conventie ende bewijs van kintz goederen en sulcx dienende voor staat en inventaris; eerstelijck zoo verclaren ende bekennen die voornoemde voogden gesterckt ende geadsisteert als voor, eerste comparanten in desen aende tweede comparanten bruijdegom en bruijdegom en bruijt: over te geeven en in volle macht van eijgendom te laaten genieten, allen ende insgelijcken meubelen ofte huijsraat, item haven, scharen, actien, conquesten ende crediten gout en silver gemunt en ongemunt niets dito kinderen compiteerende gereserveert ofte uijtgeschijden, ten eijnde daar meede te doen, zijnen ofte haren eijgen vrije wille, ende daeraen te disponeeren naer hunne gelieven, sonder aen iemanden gehouden ofte geobliseert te zijn, daar van te leveren eenich bewijs, staat ofte inventaris, waar teegens en voor welcke soo verclaeren, obliseeren en verbinden dit voornoemde tweede comparanten bruijdegom en bruijt te betaelen alle lasten ende schulden des boedels geene gereserveert mitsgaders de twee gemelten minderjarigen kinderen te sullen onderhouden ende alimenteeren in volcoomen cost en dranck sieck en gesont in linden en wollen hen leeven langh geduerende, mitsgaders de selve te laaten leeren leesen en schrijven naer hennen staet en vermoogen, ende tot geaprobeerden ofte huwelijken staat gecoomen sijnde ter gedagtenisse van henne overleedene moeder aen jder kint te tellen en betaelen de som van negen guldens negen stuijvers, ende ingevalle het eene kint vooren alleer berijckt te hebben den geaprobeerden ofte huwelijcken staat quam te overlijden soo sal des selfs negen guldens negen stuijvers bij het in leeven wesende kint werden genooten, gelijck oock bij de selve kinderen, als kinderen welcke de tweede comparanten inden aenstaenden huwelijck bij malcanderen staan te verwecken naer beide der selver tweede comparanten doodt ende aflijvigheijt zal werden genooten en geprofiteertalle der selver achter te laatene roerende ende onroerende goederen egeene hen ter weerelt gecompiteert hebbende gereserveert ofte uijtgescheijden ende sulcx jder hooft als kinderen uijt eenen bedde in linea collaterali sonder onderscheijt in stitueerende selve daer inne als haer eenige ende universel erfgenamen abine stato willende ende begeerende zij tweede comparanten dat de selve aen niemand gehouden sullen sijn diesweegens te leeveren eenigen staat ofte inventaris gelovende partijen wedersijts dese hunne accoorde ende minnelijcke convertie dienende voor staat en inventaris altoos te sullen houden ende doen houden voor goet vast stedich en van waerden onder verbant van henne persoonen en goederen onder submissie vande gewillige condemnatie van allen heeren hooven wetten ende gerechten sonder oppositie. Aldus gedaen verclaart, verleeden ende gepasseert binnen Reusel op heeden den negenen twintigsten augustus 1732. Bijlage 17 - Testamen Jan Jan van der Cheelen - 12.1.1741 testament archief: RA Bladel inventarisnr: 42 folio 346v Bijlage 18 - Boedelschijding Francis Compaens - 2.6.1742 archief: RA Bladel inventarisnr: 42 folio 317v-318v = blad 30 =
Compareerde voor Aert Hertoghs en Jan Albertus Panis schepenen in Reusel deese geteekent hebbende Jan Mollen in qualiteijt als wettige en gerede momboir ende Jan sone Jan Huijbregs als toesiender over Jan, Reijnier en Francis Compaens mitsgaders kinderen en mede erfgenamen wijlen Francis Compaens in huwelijck verweckt bij Maria Daneels, in haer bijder leven inwoonderen alhier, dewelcke met kennisse en aprobatie van heeren schepenen voornoemt als oppervoogden verklaren te cedeeren, transporteeren en in vollen vrijen eijgendom ons te geven soo sij doen bij ende mits deesen aen ende ten behoeven van Wouter Compaens ins gelijcke soone en mede erfgenaem van den voornoemde Francis Compaens en Maria Daneels mitsgaders aen Cornelia Jan Lucas van Casteren geassisteert met den voornoemde Wouter Compaens Haren man alle soodanige geregte drie vierde gedeeltens, als haer transportanten in qualiteit als voor is conseptionele in de meubelen ende huijsraede ossen en koijbeest mits gaders inde schaere jegenwoordigh ten velde staende, soo en in dien voegen dan de selve metter doodt en overleijden vande gemede haere ouders voor de voormelde gedeeltens sijn nagelaten nietwes (alles inbegrepen) vant geene voorzegt soo binnen als buijten 't sterfhuijs uijtgescheijden gereserveert nochtans alle de vaste en erfelijke onroerende goederen, des sullen sij verkrijgers gehouden sijn in plaets van cooppenningen te betaelen alle de personele schulden mitsgaders alle de reele en parsoneele 'slands en dorps lasten welcke alle tot lasten deses boedels sijn staende ende bevonden worden sonder onderscheijt van watnaem ofte hoedanigh die mogte wesen te voldoen, en daer en boovenaen haeren jonghsten broeder Francis Compaens twee nieuwe hemden een nieuw camisool en eenen nieuwen rock (broek) met nog drie gulden aen geld, alles voor Bamis dagh ofte den 1e octob deses jaers 1742 te leveren alsook ingevalle een ofte meerder voornoemde minderjarige kinderen sieck off sugtig waeren ofte quamen te worden, de selve als dan gedurende sodanigen sieckt of sugtigheijt te huijsvesten en te besorgen van behoorlijck vur (vuur) ligt en ligginge en voor den teijt van tien of twaalf dagen te leveren behoorlijcke kost en dranck gelovende sij transportanten in qualiteijt en op approbatie als voor, ende sij verkrijgenen allen 'tgeene voornoemt staet voor so veel ider van haer is aengaende in alles punctueelijck te sullen voldoen en nakomen, sulx alles ten respute van voornoemde momboir en toesiender. Onder verbant van den onmondigens parsoon en goederen hebben en verkrijgende en ten opsichte der verkrijgers approbant van haer eijgene parsoonen en goederen present en toekomende. Aldus gedaen en gepasseert op heden binnen Reusel den 2e junij 1742 Bijlage 19 - Huur en verhuur nalatenschap van Francis Compaens - 2.6.1742 archief: RA Bladel inventarisnr: 42 folio 318v-320v Compareerde voor schepenen deese geteekent hebbende, Jan Mollen in qualiteijt als wettige en geeede momboir, ende Jan soone Jan Huijbregs als toesiender over Jan, Reijnier en Francis Compaens minderjarige kinderen en mede erfgenamen wijlen Francis Compaens in huwelijk verweck bij Maria Daneels in haer beijde leeven inwoonderen binnen Reusel, de welcke met goedvinden van schepenen als oppervoogden verklaeren, in eene geregte maniere ven verhuringe uijtgegeeven en verhuert ofte verpacht aen Wouter Compaens en Cornelia Jan Lucas van Casteren geassisteert met den voornoemde Wouter Compaens haeren man, inwoonderessen deeses dorps hier present en meede apparerende gehuert te hebben, sekere drie vierde parten in eene huijsinge en aengehorende teul en weijlanderijen gestaen en gelegen alhier binnen Reusel, ten geheugte genaemt de Lensheuvel, laetst gecompiteert hebbende den voornoemde Francis Compaens en Maria Daneels sijne huijsvrouw, groot ontrent in 't geheel 30 lopense dan deselve ontrent de Groene Straet geleegen is. Eerstelijck heeft dese verhuure en het gebruijck van dien wegens de huijsinge haeren aenvanck genomen te half maert als ook de groese ende ten opsigte van de teullanderijen aenvanck nemende 'toigst bloot aen stoppelen alles in deesen jaere 1742 ende sal continueren den teijt van ses agter een volgende jaeren, dog sal het aen parteijen wier van hen gelieven sal vrij staen te komen en te mogen scheijden met de drie eerste jaeren, mits malkanderen drie maenden voor't expireren van 't selve derde jaer behoorlijck te warschouwen. Item sullen de pachters gehouden weesen de voornoemde huijsinge behoorlijck te onderhouden in dack, wanden en weegsten(!), en dat deckinge van dien jaerlijcks twe vimmen goed leverbaer dackstrooij, latten, deckbanden en nagelen leveren en de decker behoorlijcke kost en dranck te geven, sonder dat sij huerders daer voor ietwes sullen mogen genieten ofte profiteeren als allenigh den afval, dog de dag = blad 31 =
gelden aen den decker te betaelen sullen mits blijckende quitantie voor drievierde parten bij de huerders aen desselfs pachtpenningen mogen afgekort en ingehouden worden. Item pachteren sullen niet mogen te kappen eenige opgaende boomen, ook geen schaerhout dan allenigh van vijff jaeren oudt en bij de verpachteren tot reparatie vande gemelte huijsinge sal geoordeelt worden nodigh te weesen. Item sullen sij pachteren sorgedragen dat door verhueren van haer ofte iemandt vanden haeren aende voornoemde huijsinge geen brandt werde veroorsaeckt op peene(straf) van vergoedinge. Item sullen sij pachteren deeze huere geduerende alle 'slants en dorps reele lasten welcke deese goederen jaerlijck verschuldigt worden moeten betaelen sonder daer voor iets aen haere pachtpenningen te mogen korten, als ook onderhouden alle staeten, weegen steegen en waterlaeten ten haeren kosten opdat dese schouwe daer over gaende geen calange werde veroorsaeckt in voegen van al 'tgeene voorsegt volgens huermans recht gebruijckelijck is. Item gelooven sij pachteren voor huere ofte pachtpenningen van dien voorzegt drie vierde parten der gemelte huijsinge en landerijen alle jaeren in goedt gangbaer gelt aende verpachters qqa (en alle anderen hierbij vernoemt) te sullen betaelen de somme van seeven gulden en thien stuijvers waer van den eersten pacht verscheijne sal op bamisdagh, ofte den eersten october des toekomende jaers 1743 ende ook alsoo de voornoemde ses of drie jaeren geduerende daer in te continueren. Allen 'tgeene voorschreven aende verpachteren qqa en pachteren duijdelijck sijnde voorgeleesen hebben over en weder over, voor soo veel ider van hun aengaet hier aen gelooft steede ende vastigheijt omme 'tselve in alles punctuelijck te voldoen en na te komen sulx ten respecte des pachteren qqa onder verbant van des onmondigens parsonen en goederen ende ten opsigte der pachteren onder verbant van haere eijge parsonen en goederen hebbende en verkrijgende met renuntiatie van alleexeptien benefitien relivementen en defensien regtens, dese eenigsints contrarievende. Aldus gedaen ende gepasseert voor en ten overstaen van Aert Hertogs ende Jan Albertus Panis schepenen op heden binnen Reusel desen 2e junij 1742. Bijlage 20 - Verklaring van Jan Mollen en Jan Panis schepenen - 3.5.1731 archief: RA Bladel inventarisnr: 41 folio 244v Wij Jan Mollen ende Jan Panis scheepenen der dorpe van Reusel quartiere van Kempelant Meijerije van 'S Bos verclaren op den eed inde aanvanck onser bedieninge gedaen ter requisitie van den heer rentmeester Lijclama dat wij niet kennen of weeten eenige goederen meer die Jan Vromans em Jan Peeter Adams alhier tot Reusel woonachtigh in eijgendom gecompeteert souden hebben, als die geene van weegens gemelde heer rentmeester op de 25e januarij laatst leeden bij parate executie vercocht sijn, Ende dat deselve egeene goederen meer in eijgendom hebben of besitten, in kennisse der waerheijdt hebben wij scheepenen voornoemt 't selve ten protocolle onderteeckent en dese met signatuere onses secretaris en scheependoms zeegel doen beckrachtigen, gegeven den 3e meij 1731 Bijlage 21 - Deeling tussen de kinderen Stoffel Wijnants - 14.5.1725 deeling archief: Bladel schepenbank inventarisnr: 40 folio 320-321b 1725-14 meij Staet schiftinge scheijdinge en afdeijlinghe opgerecht ende geslooten met bewillingh consent volcoomen ordere ende genoegen van Dingen Geerten wed wijlen Stoffel Wijnants, door de gelijcke kinderen van Stoffel Wijnants saliger en Dingen Geerten voornoemt; te weeten Maria Wijnants gesterckt met Jan Mollen haeren man en momboir, Wijnant Wijnants voor sijn selven, ende Hendrina Wijnants gesterckt met Faes Verdoncq des selfs man en momboir, allen hier precent ende compareerende voor scheepenen = blad 32 =
des dorps Reusel bestaende inde volgende cavele waer van gemelde Dingen Geerten wed. Stoffel Wijnants afstant doet ende sulckx op de conditie volgende. De Eerste cavele: Eerstelijck het voorhuijs of de keuken met den hof, met een derde paert inden Dries int aengelach geleegen oistwaerts neven de straet en woninge Jan Cornelis. Item een stuck lant genaemt den Hoeckacker groot circa 1 1/2 loopens oist Wout Jenten west Wouter Vorsters suijt Cornelis Maes en noort Wouter Vorsters voornoemt. Item een stucq lant en groes genaemt de Buenders, groot ontrent een loop: oist den gemeene heijde, west Jan Bierens, suijt en noort Wouter Vorsters. Item een derde paert inde achterste Buenders, oist de gemeene heijde, west Hendrina Wijnants suijt de voornoemde heijde, noort Jan Bierens. Item een vierde paert int aengelach van Jan Bierens voornoemt, oist den selven en gemeene Herbane, west d'erfgenaemen dhr Herman Creemers, suijt de vijvers van Postel, noort Jan Jan Bierens voornoemt. Item een derde paert inden soogenoemde Hoogen Acker, oist d'erfgenaemen dhr Creemers parochie kerck, suijt Jan Panis. Ende is dese cavele bij blinde looten ten deele gevallen aen Wijnant Wijnants voornoemt. De tweede cavele. Item de stal afgescheijdende van het voorhuijs met de schop tegen over de schuer. Item een derde paert in voornoemde Dries oist nevens het eerste gedeelte van de voornoemde cavele geleegen oistwaerts, west het ander paert naest de vijvers van Postel, suijt de armgoedren, noort het huijs. Item een stuck lant genaemt de Hout Voort, groot circa 20 r. oist Wouter Vorsters, west de gemeene straet, zuijt en noort Jan Bierens. Item een stucq lant genaemt de Vick groot ontrent 2 1/2 loop: oist Jan Cornelis west Goijaert Lievens, suijt en noort de gemeene heijde. Item een derde paert inde Achterste Buenders, oist het middelste paert inde voornoemde Buenders en erve Jan Lucas, vander eijnde den selven. Item een stucq lant genaemt den Keurbocht, groot een loop: oist erfgenaemen Dirck Adriaens, west Jan Hendrikx, suijt Jan Lucas en noort de gemeene wegh. Item de hellichte in een stucq groese genaemt het Beemdeken tussen de vijvers van Postel. Item een derde paert inden Hoogen Acker, het middelste paert, ende is dese cavele also bij blinden looten ten deelen gevallen aen Hendrina Wijnants geassisiteert als voornoemt. De derde en laetste cavele. Item de schuer aende voornoemde huisinge met het ander derde paert in den Dries teegen over de schuer naest den vijver van Postel. Item een stucq lant genaemt den Heijman groot 1 1/2 loop: Oist Jan Kemps, west en suijt Wouter Vorsters, noort erfgenaemen Creemers. Item een stucq lant genaemt den Groenacker groot ontrent een loopens oist den gemeene wegh, west Wouter Vorsters, suijt Jan Bierens ende noort den gemeene wegh. Item een derde paert inden Hooge Acker oist de erfgenaemen Creemers, west den gemeene wegh, suijt Wouter Jenten ende noort Goijaert Lievens. Item de hellichte in een stucq groese genaemt het Beemdeken, oist en west den vijver van Postel, suijt Adriaentjen Lucas, noort Gielen Das. Item mede een derde paert inde Achterste Buenders, de eerste en tweede cavele in deesen, west Jan Vroomen, suijt Jan Lucas, ende noort Jan Bierens. Ende is dese cavele ten deelen gevallen aen Maria Wijnants, gesterckt als voornoemt. De voornoemde cavelen alsoo aen jder bij blinden looten ten deelen gevallen sijnde soo is geaccordeert ende geconvenieert dat jder cavele ofte participant sal moeten uijt keeren sjaerlijckx aen Dingen Geerten wed. Stoffel Wijnants henne moeder voornoemt vijf guldens, sulckx tot haere alimentatie ende onderhout, ofte wel daer mede te doen naer haere believen, waer van het eerste jaer vervallen sal heeden over een jaer, ende alsoo vervolgens van jaere tot jaere tot haer overlijden toe. Verders is noch gecondisioneert dat de voornoemde twee laetste tweede en derde cavele sullen moeten uijt keeren ende betaelen aende eerste cavele jder thien gulden eens sonder meer, tgeene de selve bij accordatie en nimmerlijck moderatie is toegeweesen over ende ter saecke de selve hadde te pretendeeren weegens huer loon, dat den selven soude hebben verdient bij gemelde weduwe Stoffel Wijnants. Ende wat aengaet de veltschaere ten velde wortel vast staende, de welcke sal gedijlt ofte vercocht worden tot betaelinge der schulden, ten laste van voornoemde goederen staende, jder des selfs verschult paert ende gnote. Ende wat belanght den put met den oven aen voornoemde huijsinge gehoordende de welcke bij hun int gelijck sonder onderscheijt in gebruijck sal blijven. = blad 33 =
Ende hebben de gelijcke condividenten malcanderen verstaen jder te weegen naer behooren; ende jder neemt aen de lasten ende renten of geestelijcke pachten jder voor een derde paert te voldoen, daer onder verbindende de voornoemde goederen. Hier mede verclaerende de gesamentlijcke condiverdenten met dese scheijdinge en deijlinge volcoomen genoegen ende contantement te neemen en jder in henne cavele te erve en veste sonder eenige exeptie te willen of connen sustimeeren, maer beckennen malcanderen daer inne volgens sijne groote en clijne met de kenbaere reengenooten beweesen en bekent te sijn; Aldus gedaen ende gepasseert voor Jan Driedonckx ende Jan Huijbreghts scheepenen. Actum Reusel den veerthienden meij 1725. Bijlage 22 - Verkoop grond door Cornelis Moonen - 21.4.1751 verkoop grond archief: RA Bladel inventarisnr: 23 folio 145b - 146 Compareerde voor schepenen in Reusel deese getekent hebbende Cornelis Moonen welcken verclaerden ende bekenden wel wettelijck en erffelijck te cedeeren transporteeren in maniere vollen regt van eijgendom opte draegen en over te geeven gelijck dat bij ende mits deesen aen en ten behoeven van Maria Stoffels weduwe Jan Mollen mede wonende te Reusel seeker een derde pardt in een stuk landt genaemt den Groten Acker groot ontrent voor dat part vier en een half loopens gelegen alhier ten geheugte het Weijereijndt deen sijde Adriaen Moonen ten oost en ten west Dirck Dijkmans. Item een stuk groes in den Wegacker groot ongemeete deen sijde den transportant ende andere seijde de gemene wegh ten geheugte voors. Doende het eerste parceel in de verponding bij den transportant en getransporteerde eene gulden en tien stuivers en het tweede perceel seeven stuivers en acht penningen hem transportant aengekomen bij versterff van sijne moeder zaliger en daer naer bij scheijdinge en deijlinge tegens sijne broeders en susters respectieve bevoorens aengekomen voors. gemeene landt wijders los en vrij aengecomen jaerlijcx daer uijt te moeten blijven vergelden de slands ende dorps reele lasten nabuurlijcke regten usantien serviteiten soo voor als nadeelige dat de voors. parceelen van oudts regts en gewoonte weegen staende ende gekoomende sijnde dit transport voor en omme eene somme van taghentigh gulden waervan hij transport vant bekent voldaen en betaelt te sijn belovende naer helmelinge vertijdenisse dit cedeeren transporteern en erfelijck over geven ten behoeve voors. altijt te sullen houden en doen houden voor goedt en van waerden ende tegens eenen egelijcken te sullen vrijen waijren en quarandeeren van allen commer calange en aentaal daer reele op wesende ofte naermaels komende alles ende gedaen en gepasseert voor en ten overstaen van Joost Rooijmans en Hendrick Wijnants die deese neffens den transportant en mij secretaris ten prothocolle hebben onderteekent op heeden in Reusel deesen een en twintigsten April 1700 een en vijfftigh. Cornelis Moonen Joost Roijmans Hendrick Wijnants Mij president J.W. van Crullenberg. Bijlage 23 - Oorkonde geestelijke rechten en pachten Reusel - 16.1.1758 archief: RA Bladel inventarisnr: 45 f. 145b - 148b Lijste of memorie van alle sodanige geestelijcke renten en pagten als welcke door de volgende parsonen nog in leeven sijnde uijt de goedere onder deesen dorpen Reusel aent comptoir der geestelijcke goedere de heer Cornelis de Back te Sertogenbosch jaerlijckx op Ligtmis dag verschuldigt sijn betaelt moete worden bij ons ondergeschreevene schepenen en secreataris ter requisitie van vooren genoemde heer rendmeester geformeert en ten sijnen comploire overgesonden; = blad 34 =
No 56 de kinderen Lucas Hendricx Nu Joost Roijmans, Nicolaes Bel, Hendrick Dirckx, Ansem Sol en Wouter Compaans f0-12-0 No 57 Simon Vosters blijft 3-0-0; No 65 0-2-8; no 82-0-5-0 samen 3-7-0 No 58 Mattijs Lievens blijft 0-5-0 No 59 Simon sone Adriaen Rademakers Nu Jan Joosten, Cornelis Jan Cornelis, Evert van Gompel en de weduwe Peeter van der Heijden 1-10-0 No 60 Weduwe Gerit Sol Nu de weduwe Antonie Sol, Cornelis Verhoeven, Jasper Jooris en Jacobus Willems 1-6-0 No 61 Jan Tops Nu de weduwe Jan Tops 0-10-0 No 63 Cornelis Peeter Maes Nu Jan Dirxc 0-7-8 No 64 Andries Jan Lucas cum suus Nu Maria Vosters sijne weduwe 0-2-8 No 66 Antonie Joosten en Mattijs Lievens Nu Antonie Joosten, Mattijs Lievens de weduwe Marten Staes en Mattijs Mollen 0-2-8 No 67 Frans van der Cheelen Nu Dirck van der Cheelen den Ouden, Cornelis Dirkx, Elisabet van der Cheelen, Wouter van der Put, Hendrick Borgers, Peeter Schroeven, Cornelis Jan Cornelis cum suus 0-2-8 No 69 Bastiaen van der Vliet blijft 0-5-0 No 70 Aert Hartogs Nu weduwe Adriaen van Dooren, Peeter Hartogs en nu Cornelis Dirkx Cornelis 0-2-8 No 72 Jan van Herck den ouden Nu de weduwe Jan van Herck den jongen, Simon Hendrick Vosters en de weduwe Cornelis van Herck 0-15-0 No 73 De weduwe Jan Mollen blijft 0-10-0 No 549 Peeter van Linden (doorgestreept), de weduwe Hendrick Kerkhofs en Gerit Sol 2-1-0 nu Jan Kerkhofs haeren soon, Gerit Sol en Andries Zeelst 0-5-0 No 76 Weduwe Hendrick Kerkhofs Nu Gerit Sol, Jan Michiel Joosten 0-5-0 No 77 Adriaen van Dooren Nu Andries van Dooren 0-10-0 No 78 Jan van Gorp blijft 0-10-0 No 80 Willem van Herck Nu Jan Dirkx en Adriaen Borgmans 0-5-0 No 81 Jan Adriaen Panis Nu Jan van der Hijden 0-5-0 No 83 Peeter van der Linden blijft 0-10-0 No 543 Goijaert van Herk blijft 1-1-4 No 546 Cornelis Gerits cum suus Nu de weduwe Hermanis Dijkmans, Michiel Dijckmans en Bastiaen van Vliet 0-8-12 No 547 Jan van Herck Nu sijne weduwe 0-2-8 No 548 Francis Dasch, Antonie Jan Cornelis, Jan Paridaens, Peeter Stijnen, Cornelis Jan Cornelis, Simon Hendrick Vosters, de weduw Cornelis van Herck, Adriaen van Vessem en Jacobus Willems 0-18-0 No 550 De weduwe Wouter Simon Paridaens Nu Jan Paridaens 0-4-10 No 553 Jenneken en Adriaentien dogters van J Jonatas Nu Nicolaes Bel, Wouter Compaens, Ansem Sol, Hendrick Dirckx en Joost Roijmans 0-5-10 No 556 Jenneken Lucas cum suus No 558? Joost Roijmans en Antonie Jan Cornelis 1-3-8 No 559 Wouter en Jan Compaans blijve 0-12-14 No 560 Anna en Alegonda Winckels Nu den armen van Reusel, Corstiaen Dirkx, Jan Rocca, Cornelis Dirkx en Cornelis en Jan van Liempt No 563 Cornelis van Herk cum suus Nu Simon Hendrik Vosters de weduwe Jan van Herk, Elisabet van der Ceelen en de weduwe Cornelis van Herk 0-11-12 No 564 Hendrick van der Ceelen Nu Jan Huijbregs, Cornelis Maes, Francis van der Loock, Elisabeth Haeren, Mattijs Lievens en Peeter Maes cum suus 0-10-0 No 566 Francis Waeterbeek = blad 35 =
Nu Hendrick Wijnants en Hendrina Clerqs, de weduwe en kinderen Francis Waterbeek (alles doorgestreept) 0-3-0 No 570 Nicolaas Bel blijft 0-11-8 No 571 Hendrik van der Ceelen nu Jan Huijbregs 0-4-0 No 573 Peeter Haeren Nu Dirck van der Ceelen den jongen 0-4-15 No 574 Jacobus Kemps blijft 0-17-6 No 575 Frans Lievens en Govert Staas 0-7-8 No 1191 Steeven Verdonck cum suus Nu Hendrick Verdonck, Antonie Jan Cornelis, Francis Das, Peeter Stijnen, Cornelis Jan Cornelis, Simon Hendrick Vosters, weduwe Cornelis van Herck en Adriaen van Vessem 7-15-0 No 1190 Cornelis Maes Nu Jan Dirckx en Jan Huijbregs junior 2-0-0 Samen 37-7-19 Wij Hendrick Wijnants en Francis van Loock schepenen in Reusel quartiere van Kempelandt Meijerije van S.Bosch, verclaeren op den eedt inden aanvanck onse bedieninge gedaen dat alle de vooren staende rendt gelders noch in eenen sijn en meerendelig voor ons in eijgene persoon sijn gecompareert de welcke hebben gedeclareert dat sij de regte jegenwoordige rent gelders waeren, dat wel eenige niet gecompareert sijnde sijn deselve aen ons door de mede gelders opgegeven en ons bekent is dat noch in leeven sijn of hebben niet konnen ontdekken en meeten meerdere of andere rent gelders sijn dan Jan Huijbregts den ouden welke sijne renten niet heeft laeten aentijckenen, Toirconde hebben wij deese ten onsen scheepen register folio 148 verso eijgenhandig onderteekent door onsen secretaris laeten deperheeren en met sij ordinaire ondertekening bekragtigen. Actum Reusel deesen sestienden januarij 1708 en vijftigh. Hendrick Wijnants Francis van der Loock H. Crullenberg secr 1758. Bijlage 24 - Erfenis Maria van Uijten wed. Hendrick Fabrij - 7.11.1722 archief: Bladel schepenbank inventarisnr: 40 fol 231 232 1722-7 november Compareerde voor mij Adriaen Wachtelaer als openbaere notaris bij den Edele Raeden van Brabant in s'gravenhage geattmiteere tot Bergeijk resideerende en ter presentie van getuijgen naer genoemt De eerbaere Eliesabethe van Nuijten wed. wijlen Hendrick Fabrij inwoonderes tot en in de heerlijckheijt Reusel mij notaris wel bekent de welcke verclaert dat Jan van der Cheelen haere neve, haer acht jaeren getrouwelijck heeft bijgestaen en gedient bij daegen en bij nacht en oock heeft laeten profiteeren ende genieten sjaers seve guldens tien dat haere neve is treckend van sijn smis, welcke te samen met de arbijtsloon is beloopende ter goedr reeckeninge heden tusschen de comparanten en de voornoemde Jan van der Cheelen geliquideert ende gereeckent accoort geaccordeert dat sij voornoemde comparante wel ende deugdelijck ter saecken voornoemt schuldigh is tot datum deses de somme van vijf hondert guldens welcke voornoemde vijf hondert guldens sij comparant belooft ten versoecken van den voornoemde haere neve te voldoen op te leggen en betaelen, sonder eenige de minste oppositie ten sij namptisatie voor ge onder verbintenisse haere parsoon ende goederen met renontiatie appelatie onder vrij willage condemnatie constitueerende toonder deser den condemnatie ten eersten genechte sal worden versocht ende geproinniteert bij resus van deesen rechter, subieteerende allen rechten en rechteren speciaelijck des van noode den Edele Raede van Brabant twee eerste voorcoomen procureurs den eenen versoecken den anderen vrijwillig laeten condemneeren, hier wort ondersproocken ende met consent van Jan van der Cheelen dat hij de comparanten bij haer leven niet en sal constringeeren ten waere dat sij van selfs betaelden, maer naer doodt ende aflijvigheijt soo sal hij Jan van der Cheelen haere neve sijn penninge trecken uit de gereedste goederen bij manquement als voor wettelijck te renoveeren, ende realiseeren alias tot condemnatie die geenen haer goederen coomen te erven sonder oppositie als voor, ende belangende de beijen ofte biestocken die sij comparante en haere neve t'saemen, hebben; verclaert sij dat die halft toe coomen den voornoemde Jan van der Cheelen, haer neef, aldus gedaen tot Reusel ten haere = blad 36 =
comparante woonhuijsen, noch conditie dat den voornoemde van Cheelen in toecoomen bij haer comparant blijft; belooft hem daer nae vaiant; als boven te belaelen alles onder verbintenisse als voor, wettelijck stipuleerende, en versocht mij Notaris hier van te maecken acte in deese forma ter presentie van Jan Cornelis ende Wouter Vorsters als loffweerdighe getuijgen hier toe geroepen die dese neffens die comparanten et ego Notaris hebben op den 23 april 1715 waeren onderteeckent Eliesabet van Uijten Jan Cornelissen Wouter Simon Vorsters, lager stont Quod Attestor ende was geteeckent A J Wachtelaer notaris pupblijck; en sij dese geschreeven op een seegel van??. Dese geregistreert ten overstaen van scheepenen in Reusel den 7e november 1722 geteeckent Hendrick Kerckhofs Jan van der Loock Bijlage 25 - Borgstelling van Cornelis Moonen voor een kind - 16.4.1757 archief: RA Bladel inventarisnr: 45 fo. 105b - 107b Compareerde voor de heeren Cornelis de Back president Lauvreijs Verpannen en Jan Reepmakers Scheepenen in Bladel Jan Kerkhoffs inwoonder te Reusel gehoorende onder deese dingbancke dewelcke ter requisitie van de heer Antonij Timmers drossaert der heerlijckheijt Hilvarenbeek onder de solemneelen eede aen handen van de heere president in absentie van den officier naer behooren afgelegt heeft verklaert dat hij Jan Kerkhoff ontrent augustus 1756 is gegaen met Cornelis Moonen naer Postel om torff te coopen dat Cornelis Moonen hem versogt om naer den Hoevenaer Marten de Volder meede te gaen om aldaar een vrouws persoon die kraamen moest in den cost te besteeden die daar comen soude en die van een goede familie was dewelke die dag daer ook gekoomen maar niet verbleven en verders naer reede gebragt is dat hij int vervolg over Postel naar Reethie is gegaen soo hem voorstaet in laetst van november sjaers 1756 als wanneer Maria van de Geevel aldaer in de craam lag ten huijsen van Antonij Leijsen dat Maria van de Gevel aen hem eenig gelt heeft vertoont en versogt aen hem om voor het cost gelt van haer kindt borgh te willen blijven twelk hij gedaen heeft tot ligtmisse toe en dat hij daer van ook een briefje van sijn handt heeft gegeven dat daer naer door den drossaert van Reedie is becanlangeert geworden Anthonij Lijsen en Maria van de Geevel heeft doen arresteeren den gem: heer bij missive van den 29 october 1756 aen Cornelis Moonen daer van kenisse gegeven heeft om te stellen cousie voor 500 gl: tot behoef van den armen dat gem: Cornelis Moonen die brief aen hem attestant aen sijn huijs heeft overgegeven om die aan den drossaert van Reethie terug te geeven met bijvoeging seg dat den schout van Arendonck daer aen sijn gat kan veegen sonder aen hem verders teen of tander gesegt te hebben dat vervolgens Antonij Leijsen daer op bij den depondant in huijs is gecoomen en heeft bekent gemaekt dat hij door den heere drossaert van Reethie was becalangeert geworden versoekende met den selven meede te gaen bij den voors. heere drossaert omme de calangie te maeken en dat hij depondant uijt sijn sak sulcx heeft afgemaekt en betaelt met drie ducaten die Antonij Leijsen beloofden aen hem weederom te Antonij Leijsen daer op bij den depondant in huijs is gecoomen en heeft bekent gemaekt dat hij door den heere drossaert van Reethie was becalangeert geworden versoekende met den selven meede te gaen bij den voors. heere drossaert omme de calangie te maeken en dat hij depondant uijt sijn sak sulcx heeft afgemaekt en betaelt met drie ducaten die Antonij Leijsen beloofden aen hem weederom te sullen geeven waer hij depondant naer Rethie is gegaen met Cornelis Moonen en Adriaen Wetlox woonende te Diessen om tgeldt weederom te hebben en dat Maria van de Gevel aen hem depondant versogte om 't kint van haer bij Antonij Leijsen nog voor eenige teijt te besteeden omdat het daar wel was soo als hij depodant dan sulcx ook gedaen heeft in presentie van Peeter Gerrits voor de somme van 6 ducaten en een rixgaalder tot half maert des jaer 1758 en dat hij attestandt voor de betaelinge is borgh gebleeven. Waer meede hij attestant eijndigende deese sijne opregte en waeragtige verclaereinge geevend voor reede van welweetentheijt als inden texct bij welcke hij naer prefecte prelecteure heeft geperssisteert en bevestigt met de woorden soo waerlijck mogte hem god almagtig helpen. In oirconde der waerheijt hebben wij scheepenen int hooft dese gemelt ten onsen scheepen register beneffens attestant eijgenhandigh onderteekent door onsen secretaris laeten deproheeren en met desselfs gewoone subsinateure corroboreeren. gegeven onder onsen scheepen doms zeegel Bladel deesen sestienden April 1700 seeven en vijeftigh. Jan Kerkhofs = blad 37 =
laurens Verpannen Jan Reepmakers mij present J.C.Crullenberg. Bijlage 26 - Tussen Lensheuvel en Weijereind door J.W. Hagen - 3.1998 3 artikelen over brand De Schéépers 36-37-38 bewaarplaats: Reusel archief: H.W.R. inventarisnr: Sché. 36+37+38 blz. 28-32 Tussen Lensheuvel en Weijereind --- door J.W.Hagen -- De Schééper 36+37+38 --- Branden en brandbestrijding in Reusel (1) Op 11 februari 1820 verbrandde in Reusel een drie jari meisje. Met nog een ander kind thuis zijnde, hadden door onvoorzichtigheid haar kleertjes vlam gevat. Kermend en roepend waren beide daarop naar buiten gerend. Andere kinderen die dicht bij de plaats des onheils op het vee pasten, zetten eveneens een keel op, toen ze het brandende meisje voor het huis zagen staan. Antonie Vosters, een boer uit de buurt, was als eerste ter plaatse. Eerst dacht hij nog dat het om het dochtertje van Peeter Michiels ging, maar bij nader toezien bleek het het Treesje van Looij te zijn. Even later arriveerde ook Catharina van Baale. Op de wei waar ze aan het werk was had ze wel rook omhoog zien komen van Van Looij zijn erf, maar aanvankelijk meende ze dat er kinderen op den dries vuurtje aan het stoken waren. Het geroep en gekerm deden haar echter van gedachte veranderen, waarna ze onmiddellijk toesnelde. Hulp kon ze evenwel niet meer bieden. Bij aankomst bleek het dochtertje van Johan Baptist van Looij al door haar kleertjes verbrand te zijn (RANB, Rechtelijke archieven in Noord Brabant 1811-1838, 747, stukken van de officier van justitie te Eindhoven 1820) In novenber van hetzelfde jaar vond er opnieuw een brand plaats in Reusel. Deze keer ging het om de boerderij op het Kippeneind nr. 106, Die het gezamelijk bezit was van Antonie Lavrijsen, de kinderen Wouter Kerkhofs en Jan Haaren. Toen laatstgenoemde bezig was met broodbakken ontstond er plotseling brand, om 9 uur 's morgens, als per ongeluk volgens de bronnen. Binnen twee uur was er van het hele pand niets meer over. De schade was enorm. Behalve het huis zelf ging er veel meer in vlammen op: 110 vaten rogge, 25 vaten boekweit, 32 vaten haver, 16 vaten evie (zwarte haver), 7000 pond roggestro, 4000 pond hooi, een veren en een linnen bed, een blauwe lakense rok, een trijpen broek, vijf linnen hemden, wat kinderkleren, een kist en een paar stoelen, een ploeg, een eg, een ossenzadel en een dito juk. Slechts een koe, een os en een grote kar bleven gespaard. De totale schade werd achteraf geraamd op 875 gulden Hollands geld voor de goederen en 500 gulden voor het huis zelf (RANB, Rechtelijke archieven in Noord Brabant 1811-1838, 747, stukken van de officier van justitie te Eindhoven 1820). Twee branden in hetzelfde jaar, allebei ontstaan door onvoorzichtigheid. De rode haan heeft in Reusel echter wel vaker gekraaid en dat om nog heel andere redenen. Nu eens was er een noodweer in het spel, dan weer oorlogsgeweld of opzettelijke brandstichting door een geesteszieke. Huizen, molens, kerken, allemaal zijn ze er wel eens door getroffen. In een serie artikelen zal daar verslag van worden gedaan, net als van de pogingen van de overheid om de bewoners de nodige waakzaamheid tegen het euvel bij te brengen. Begonnen zal worden met een wel heel spectaculaire brand, de grote 'Fransche brandt' van december 1688. Franse inval in de Kempen Eind 1688 dreigde de Republiek in oorlog te komen met de Frankrijk, zoals dat in de jaren zeventig van de zeventiende eeuw ook al was gebeurd. Volgens de regels van het spel diende zo'n strijd vooraf aangekondigd te worden. Dat gebeurde ook, maar deze keer namen de Fransen wel een heel krappe marge. Nog de dag van de oorlogsverklaring zelf viel het onverhoeds een achttal Kempendorpen binnen en dat niet met de vriendelijkste bedoelingen. Wat voor deining dat teweeg heft gebracht is vrij naukeurig te reconstrueren. In het archief van de Staten Generaal bevinden zich enkele zeer sprekende documenten over de inval (ARA,SG,5100 II ((Lias lopende december 1688)). Als eerste een brief geschreven door Petrus Stockelmans uit Oirschot, gericht aan zijn vader Herman, die zich toen op dienstreis in Den Haag = blad 38 =
bevond, omdat er een onderzoek liep naar de hoge kwarierkosten die er in Kempenland werden gemaakt. Centraal daarbij stond de afwikkeling van de rekeningen van de in 1681 overleden rentmeester van het kwartier, Johan Smits. Diens vrouw, Magdalena van Bladel, wordt in die brief trouwens ook genoemd. Die is heet van de naald geschreven, op 3 december 1688, de dag van het gebeuren zelf, Beminde vader stond er boven, "Soo aenstonts is een deel van ons quartier gerooft ende gebrant, onder andere de dorpen Bladel, Reusel, Hapert ende Knechsel, Lommel ende Bergeijck siet men noch branden ende soo aenstonts krijcht men brieven om met de verdere conterbutie (contrebutie) te spreken. 't Gene dat voor ons miserabelste is dat sommige uijtstrooien (beweren), Gelijck als Hoppenbrouwers, den officier tot Beeck, dat het de oorsaecke dat men tegen vrouw Smits heeft geageert. Oversulckx gelieft cito cito (vlug vlug) aen Den Raet (Raad van State) bekent te maecken dat Haer Edel Mogende daer inne gelieve te versien, oft UEdele moet sien dat wij van de boeren selfs in ons eijgen huijs vermoort ende verbrant werden (worden). Soo aenstonts krijge commissie (opdracht) om met de magistraet naer Kleijnen Breugel te gaen om met den commandant te spreecken, alwaer het gro van't leger leijt (ligt). Ick heb Blaedel en Reusel tot een ashoop sien liggen. Maar siet dat Haer Edel Moogende in deesen roep versien, of wij werden van ons eijgen ingesetenen ende van andere dorpen gerooft ende gebrant. Vale (vaarwel), met haest ende niet sonder groote droefheijt, want het gaet hier of de werelt verginck". Beschrijfbrief uit Grote-Brogel Niet alleen in de brief zelf werd op spoed aangedrongen, ook op de 'enveloppe' (dicht gevouwen brief) gebeurde dat. Die had de volgende adressering: Monsieur Monsr. Herman Stockelmans in't groot koffij huis op het buijten hoff bij Sr. vander Poel in s'graevenhaege cito cito Prt: (porto) Ook Stockelmans jr had geen tijd te verliezen. Naar hij zijn vader liet weten diende hij zich aanstonds naar Kleine-Brogel te begeven om met de commandant der Fransen in onderhandeling te treden. Uit een schrijven van een dag later, afkomstig van de Oirschotse stadhouder Jacob Nahuijs, wordt duidelijk dat dat inmiddels was veranderd in Grote-Brogel. Inhoudelijk is dat schrijven even alarmerend als het eerste, dit stond er te lezen: "Wij hebben met droefheijt gesien en door onse conschap (Ingewonnen verklaring) verstaen dat de Fransen het gehucht van de Schaft, het dorp Steensel, Kneghsel, Duijsel, Hapert, Bladel en Reusel hebben in assse geleght ende sijn van Reusel, de Postelse heij, langhs Eersel, Bergeijck en Lommel opgetrocken, op welcke plaetsen meede al groote brandt is gesien, sonder te weeten hoe het daer gestelt is. Ende hebben wij den brandt maer twee uuren van hier gesien, soo dat wij met de grootste droefheijt ende ellende van de werelt desen dagh hebben door gebragt. Hoe met ons nogh sal aflopen is den groote Godt bekent". Net op het moment dat hij zijn brief wilde sluiten ontving Van Nahuijs het jongste dreigement van den vijand, een beschrijfbrief van het Franse leger in Grote Brogel en Hoeij, gedateerd 3 december 1688. "Dese is om UEdele advis te geven", aldus de eerste woorden, maar een prettig advies was het niet: "Bij adien (in het geval dat) UE niet en komt aenstonts om te tracteeren (onderhandelen) weegens de contributie, soo ofte in de stadt van Hoeij, met volle maght men gaet branden het heel landt van 's Hertogenbosch, als Breda. Paniek alom Een aantal dorpen stond al in brand, vele dreigden er nog te volgen. Met honderden tegelijk vluchtten de bewoners naar Den Bosch. Overal hadden ze branden gezien. De schattingen over het aantal Franse ruiters dat de vuren ontstak liepen uiteen van 150 tot enkele duizenden. A.Martini vatte de paniek op 4 december als volgt samen: "Daer sijn gisteren verscheijde luijden van Oirschot komen vlugten die rapporteeren datter inde Meijereije vanden Bosch enige duijsent Franse ruijters soude sijn gecoomen, niet om die te brandtschatten maer aenstonts aen brandt te steecken ende arme menschen te ruineeren. Daer was tot Oirschot tijdinge datter al eenige dorpen waaren in brandt gesteecken en eenige seggen datse opde heij van Oirschot een swaeren roock, als off het van eenige kalckovens waare geweest, hadden sien opgaen, datse meenden teeckenen vant Franse branden te sijn. = blad 39 =
P.S. Soo aenstonts hoore datter honderden van karren koomen binnenvlugten die mede brengen datter 150 ruijters sijn geweest, die afgebrandt hebben Knegsel, Netersel en Blaedel, daer alleen de pastoor en secretaris huijs is blijven staen. Anderen seggen oock van Hapert en Reusel. Tot Eersel sijnse affgeset met 800 gulden. Voorts souden sij van daer brieven hebben laeten afgaen aan de resp. dorpen vande Meijerije om tot hoei bij haer te coomen en door gedeputeerden over de contributien met haar te accoordeeren". De commandeur van Den Bosch (de baas van de vesting, de huidige citadel, aldaar) had van een van zijn officieren, die op er miraculeuze wijze in geslaagd was om de stad nog met de Maastrichtse postkar te bereiken, vernomen dat ook Lommel en Bergeijk in brand waren gestoken, maar dat de Fransen zich inmiddels richting Hasselt hadden teruggetrokken en op kasteel Kuringen een bezetting hadden gelegd. Het zou om 4000 man te gaan, waarvan 500 ruiters. Er circuleerde echter ook heel andere cijfers, 4000 man te paard en 1500 te voet. Negen dorpen zouden er in brand zijn gezet: Eersel, Duizel, Knegsel, Riethoven, Westerhoven, Hapert, Bladel, Reusel en Lommel. De aangerichte schade Later is pas duidelijk geworden welke plaatsen her echt te verduren hebben gehad en wat voor schade ze hebben geleden (ARA, Raad van State, 628 (ingekomen stukken 1689) Lommel voor f44780,-- Bladel voor f53206,-- Reusel voor f17816,-- Hapert voor f11150,-- Riethoven voor f22795,-- waarvan f21701,-- voor afgebrande huizen en f1085,-- aan plunderingen Westerhoven voor f9745,-- waarvan f7300,-- voor zes gebrande huizen en de rest plunderingen Steensel voor f37223,-- sijnde totaliter ende geheel affgebrandt ende geruineert Knegsel voor f30582,-- eveneens totaliter enden geheel affgebrandt ende geruineert Vergeleken met andere kerkdorpen is Reusel er nog genadig afgekomen, zeker gezien het feit dat het echte schadebedrag van het dorp in werkelijkheid f1000,-- lager lag. Dat valt op te maken uit een in maart 1689 door de schepenen en regeerders van Reusel zelf gemaakte lijst van getroffen dorpsgenoten. Getiteld was die: "Verclaeringe met specificatie der schade ende ruinen die de arme ingesetenen van Reusel hebben moeten leijden door het geheel onverwacht rooven ende branden der Franschen op den 3den decembris 1688, van persoon tot persoon ende van huijs tot huijs serieuselijck opgenomen door scheepenen en regeerders (ARA, RvS, 626, (ingekomen stukken 1689 januari-juni))". De zwaarst getroffenen mogen hier volgen. In den eersten Adriaen Spoormans eene herberge ende wtspanninge (uitspanning) wesende, alwaer de Franschen het begin waeren maeckende, alles in stucken geslaegen, totaliter wtgerooft, gelijck den selven eene groote familie hebbende allerhande lijnwaet, oock cleederen, silver gemunt ende ongemunt, ende andersints, ten leeghsten getauxeert (ten laagste geschat) op f650-0-0 Item een groot woonhuijs gehadt hebbende, bewoont bij den heere Doublet (de toenmalige pastoor van Reusel), met eenen stal en schop, ten gronde affgebrant, getauxeert op f950-0-0 Item den voornoemde Doublet daer inne woonende, sijn leijnwaet, gelt ende andersints wtgerooft ende reste daer inne verbrant, getauxeert f600-0-0 Laureijs van der Chelen sijn huijs wtgeplondert (leeggeplunderd), de schade daervan getauxeert op f200-0-0. Item t'selve huijs affgebrant, de schade getauxeest op f 400-0-0 Hendrick Daenen in sijn huis laeckenen (laken stoffen) ende winckelware vercoopende aale sijne meubelen, veele laeckens ende wolle lijnwaet etc. wtgerooft, de schade getauxeert op f 1200-0-0. Item 'tselve huijs, stalle, schop ende schuere affgebrant, getauxeert op f1600-0-0 Item sijn huijs daer tegenover geleegen, bewoont door Evert vanden Broeck, wtgerooft, bestaende in vlasch ende andere coopmanschappen, getauxeert op f500-0-0 = blad 40 =
Item voor de hellight (helft) bewoont werden bij Dirck Winckels, wtgerooft ende verbrant zijne meubelen, cooren ende fouragie, getuaxeert op f1000-0-0 Item 'tselve huijs, stalle, schuere ten gronde affgebrant, getauxeert f 1400-0-0 Cornelis vande Boxheijde eerst sijn huijs wtgerooft, de schade getauxeert op f250-0-0 Item sijn huijs ten gronde affgebrant, getauxeert op f450-0-0 Marten Daenen, een winckelier weesende, den selven wtgeplondert, lijnwaet, gelt ende andersints, getauxeert op f500-0-0 Item sijn huijs affgebrant, getauxeert op f450-0-0 Wouter vande Pudt, herbergier weesende, eerst sijn huijs totaliter wtgerooft, getauxeert op f300-0-0 Item t'huijs, schuere, brouwerije, cooren ende fouragie, getauxeert op f1700-0-0 Lambert van Herck, sijn huijs met eenige meubelen daer inne affgebrant, getauxeert op f630-0-0 Adriaentie vander Waerden haer huijs, bestaende in twee wooninghen, ten gronde affgebrant, mette meubelen, getauxeert op f200-0-0 Balthasar Bastiaens, eene cuijper weesende, sijn huijs eerst wtgerooft, bestaende in lijnwaet, cleederen, gelt ende andersints, getauxeert op f450-0-0 Item het selve huijs affgebrant, met veel costelijck hout ende gereetschap, getauxeert op f150-0-0 Den hoeve Ten Poele, het woonhuijs, stalle ende schuere ten gronde affgebrant, getauxeert op f1600-0-0 Adriaen Scheurmans daar inne woonende de meubelen wtgerooft, de graenen, fouragie, alles verbrant, getauxeert op f1000-0-0. Volgen nog tien anderen getroffenen met kleinere bedragen, te weten: Mathijs Aerts, Willem Hendrick Bruijninckx, Sijmen Hartoghs, de weduwe Adriaen de Meijer, Adriaen vander Waerden (wonende op de Rouwenbocht), Jan Hermans, Machiel van Orten, Hendrick Fabrij, Peeter van Spreeuwel en de heer Vander Burcht, die ontvanger der convooien en licenten was en daarom net als de pastoor "heer" werd genoemd. Als enige had hij vermoed dat er weel eens iets zou kunnen gebeuren, zodat hij veel van zijn meubilair al ergens in veiligheid had gebracht. Tegenwoordig kan men zich voor brand verzekeren, maar in de zeventiende eeuw was dat nog hoogst ongebruikelijk. Toch hebben de acht getroffen dorpen er alles aan gedaan om een kleine tegemoetkoming van de overheid in de wacht te slepen. Die is echter maar zeer gering geweest. Volgens een rekest van schepenen en regeerders van Reusel uit 1706 niet meer dan een stuiver van de gulden (ARA, SG, 76381. (rekesten 1706 november)) De Schééper 37 Branden en brandbestrijding in Reusel 2 Calamiteiten zoals in de vorige keer behandelde "Franse brand" van 1688, waarbij tientallen huizen in vlammen opgingen, brachten een dorp als Reusel zowat op de rand van de afgrond. Maar ook als het slechts om één huis ging kon dat zijn invloed hebben op heel de dorpsgemeenschap. Dat zou Reusel begin 18e eeuw een keer overkomen. In oktober 1713 was Goijaert Lucas daar aangesteld als collecteur van de verpondingen, een van de vele soorten belastingen uit die tijd. Zonder dralen begon hij ook meteen met het inzamelen van de verschuldigde bedragen, die hij periodiek ook afdroeg aan de onvanger in Den Bosch, Willem Graswinckel (1694-1715) geheten. Nu wilde het geval dat hij op 1 juli 1714 door een zware brand werd getroffen, die hem niet alleen van zijn huis beroofde, maar ook van alle spullen daarin, tot en met zijn ophaaladministratie toe. Met veel moeite werd daar een nieuw exemplaar van gemaakt, zodat hij het restant kon gaan innen. De laatst vergaarde gelden vergat!!! hij ecter af te dragen. Sterker nog, hij gebruikte ze ten eigen bate, door er een nieuw huis van te bouwen. Dat kon Den Bosch natuurlijk niet getollereerd worden. Graswinckel was inmiddels als ontvanger van de verpondingen opgevolgd door F.A. van Pallandt (1715-1723). Veel van het eigenlijke werk werd echter = blad 41 =
verricht door diens administrateur, Grahame geheten. Die nam het nieuwe huis van Goijaert Lucas met schuur en al in beslag, om het daarna, inclusief de bijbehorende erven, openbaar te verkopen. Vereffend was de rekening daarmee echter niet. Men kwam in Den Bosch nog 577-0-0 gulden tekort. Die zou het dorp alsnog hebben op te brengen. In Reusel vond men dat niet rechtvaardig en men weigerde dan ook te betalen. Gevolg daarvan was dat een aantal dorpsbestuurders in gijzeling werd genomen. Dat hield in dat ze elders in Den Bosch net zo lang huisarrest kregen totdat het gehele bedrag zou zijn voldaan. Nieuw was die strafmaatregel voor Reusel niet. Vanwege een gigantische achterstand in de belastingen was er in 1709 al eens eerder een aantal dorpsbestuurders gegijzeld, meer dan een jaar lang, wat over de 2000-0-0 gulden had gekost, want gegijzeld werd men in die tijd op eigen kosten. Na veel bidden en smeken hadden de gegijzelde uiteindelijk hun vrijheid herkregen (ARA, RvS, 1828 (Tiendverbalen 1710-1714)). Deze keer dreigde de gijzeling niet minder lang te gaan duren. Reden waarom de schepenen en regeerders van het dorp zich op 11 oktober 1717 tot de Staten Generaal richten om clementie (ARA, SG, 7700 (rekesten 1717 oktober-december)). Met een meer dan lege dorpskas nog eens dubbel gepakt te worden voor een fout van een frauderende dorpsgenoot had geen pas. De Staten Generaal legde de kwestie voor aan de Raad van State. Die kende echter geen medelijden. Van kwijtschelding kon geen sprake zijn, hooguit van uitstel. Op 14 december namen de Staten dat advies over. De ene helft van de 577-0-0 gulden in kwestie diende binnen zes maanden betaald te worden, "de wederhelft binnen het jaar daarna" (ARA, SG, 3772 (gedrukte res. 1717)). Waar een simpele brand in het verleden al niet toe kon leiden! Een goed idee uit Kempenland (1716) Nog voordat de kwestie Goijaert Lucas definitief geregeld was had de Staten Generaal al kennis genomen van een Kempenlands voorstel om eventuele branden zo goed mogelijk te kunnen bestrijden. Het was afkomstig van Willem van Heemskerck, die van 1705 tot 1729 heeft gefungeerd als kwartierschout van Kempenland. Twee dingen waren er volgens hem voor nodig. Ten eerste het aanschaffen van behoorlijke brandleren, brandhaken en brandemmers en ten tweede het aanstellen van nachtroepers of klapwakers, die tijdig konden waarschuwen en hulp inroepen als er ergens bran uitbrak (ARA, SG, 5212 (Lias lopende 1716 oktober - december) Schrijven Heemskerck d.d. 1716 december, 12). Deze keer besloten de Staten om het advies in te winnen van de Raad van Brabant, die het heel dienstig vond daarover eerst de gecommiteerden van het kwartier te horen. Die waren van mening dat er alleen nachtroepers nodig waren in de grotere plaatsen van Kempeland, te weten Eindhoven, Oirschot, Valkenswaard, Eersel en Lommel. Leren, haken en emmers daartegen konden overal hun nut bewijzen. Op 12 december 1717 briefde de Raad dat aar de State door (ARA, SG, 5216 (lias lopede 1717 oktober - december)), die het twee dage later omzette i ee resolutie (ARA, SG, 3772). Voor de grotere plaatse werde de achtroepers iderdaad verplicht gesteld, "op een betamelijk salaris", de kleinere mochten handelen naar eigen goeddunken. Net als de andere dorpen van Kempenland zal Reusel wel een afschrift van de resolutie toegestuurd hebben gekregen, mogelijk zelfs in een gedrukte vorm. Het kan echter ook zijn dat de gedrukte versie pas van een latere datum is, toen er alle reden was om nog eens op het belang van brandpreventie aan te dringen. Richtlijnen voor heel de Generaliteit (1732) Gedoeld wordt hier op een "vehementen en onuijtblusselijcken brant" van 3 juni 1731 in de plaats Echt, gelegen in het land van Montfort, Overkwartier van Gelderland. Die bracht de Staten ertoe om op 20 augustus van dat jaar een hele serie aanbevelingen te doen tegen herhaling van zulk kwaad. Zo moesten er de nodige waterpompen worden gesteld, een brandspuit aangeschaft, alsook de nodige ladders, haken en leren emmers. Jaarlijks diende er inspectie plaats te vinden van alle schoorstenen, bakovens en asputten.ook mochten er geen strooien daken meer gemaakt worden. Die moesten voortaan voorzien zijn van pannen. Al deze maatregelen waren bedoeld voor Echt zelf. Wel diende de Raad van State een onderzoek in te stellen hoe het met de brandvoorschriften in de Generaliteit in het algemeen was gelegen (ARA, SG, 3787 (gedrukte resolutie) Res. d.d. 1731 14 en 20 augustus). Vanuit heel Brabant zijn daar de nodige antwoorden op binnengekomen (te vinden in ARA, RvS, 8041 (ingekomen stukken 1731 november) en 805 I en II (ingekomen stukken 1732 januari - februari)). Op 8 november 1731 arriveerde er ook een schrijven van de toenmalige kwartierschout van Kempenland, Johan Bout (1731-1749). Om te beginnen herinnerde hij de Raad daarin aan de Statenresolutie van 14 oktober 1717. Op zich zelf was die heel nuttig, maar omdat deze geen boete op de overtredingen kende haalde ze in feite niets uit. Daar diende dus als eerste in voorzien te worden. Verder stelde hij een hele serie practische maatregelen voor. In ieder gehucht van elk dorp zouden acht leren brandemmers verplicht gesteld moeten worden, vier lange brandhaken met ijzeren ringen en vier ladders van tenminste twintig voet. Ze zouden alleen gebruikt mogen worden als er brand was. Elk half jaar dienden alle schoorstenen, bakovens, brouwerijen, stokerijen en andere vuurplaatsen te worden nagekeken. In augustus of september moesten alle waterpoelen "geveeght ende gediept" worden, om op het ktitieke moment nooit zonder water te = blad 42 =
zitten. Ook moest er een verbod komen op het roken van tabak in schuren, stallen en turfschoppen, net als op het onachtzaam uitschudden van as. Op 6 februari 1732 namen de Staten de voorstellen van Bout praktisch ongewijzigd over. Maar ze deden meer. Elke plaats in de Generaliteit werd ook verplicht een "regelemen ter voorkoming van brandt" op te stellen, met vaste boetes voor wie zich niet precies aan de regels hield. Ook diende elke plaats die het zich kon veroorloven een nachtroeper of klapwaker aan te stellen. In 1717 was dat nog beperkt gebleven tot de grotere plaatsen in het kwartier Kempenland, nu zou dat voor heel de Generaliteit gaan gelden (ARA, SG, 3787 (gedrukte resolutie 1732). Een brandregelement vastgesteld (1745) Direct gehoor is er aan deze resolutie niet gegeven, want eerst in februari 1745 ging de dingbank van Reusel, Bladel en Netersel ertoe over zo'n regelement op papier te zetten (SARE, GA Bladel, 10 (res. Bladel Reusel en Netersel 1740-1751), fol. 43v-47v). Wel sloeg men toen twee vliegen in één klap, door er meteen een aantal maatregelen tegen een toen heersende besmettelijke veeziekte aan vast te koppelen. Laatstgenoemde bepalingen zijn hier niet van belang. Die over de brand wel. Zij hadden de volgende inhoud: 1. Eerstelijk zal iedere ingezetene gehouden wezen zich te voorzien van een lantaarn, wel dicht van glas of hoorn. 2. Niemand mag met een lamp of lichthout, of met brandende tabakspijpen in stal, schuur of turfhuis gaan. Dat mag alleen met genoemde lantaarn, 's avonds zowel als 's nachts. Bij langdurige droogte is het verboden met een tabakspijp in de buurt van elk huis te komen. "aengesien door sodaenige quaede gewoontens ligtelijck onheijlen van brandt soude konnen ontstaen" 3. Niemand mag voortaan enig vlas of hennep in of op bakovens leggen om dat te drogen, zoals het ook verboden is dat 's avonds bij licht te "swengen ofte heeckelen". Het drogen dient te gebeuren op kuilen, op drie roeden afstand van de huizen. 4. Klot, kavel- en heiturf mogen niet dichter bij de vuurhaard gelegd worden dan op een afstand van een roede. 5. Er mogen geen ashopen gemaakt worden dan op een roede afstand van de huizen. De hete as moet meteen ondergestopt worden. 6. Eigenaars van huizen zonder schoorsteen zijn verplicht daar een vuurvuister van steen in te maken (een vuurvuister is een gemetselde vuurhaard). Die dient minstens drie of vier voet hoog boven de grond te zijn en vier of vijf voet breed. "En de huijsinge daer schoorsteenen sijn, edog niet van steen, soo sullen die met leem dick moeten besmeert worden, insgelijcks voorsien van eenen steenen vuurvuister ende pijp soodaenige schoorsteen sal ten minste twee voeten booven dack moeten uijtsteecken". 7. Regels voor bakovens. Buitenshuis gelegen dienen ze minstens veerti voeten van de woning verwijderd te zijn. Binnenshuis moet de schoorsteen ervan drie voeten boven het dak uitsteken. De ovens horen zuiver gehouden te worden, "van booven, besijden en van onderen" en men mag er geen slaapplaats boven maken. 8. Bier mag alleen gebrouwen worden als er een goede steenen brouwoven voor handen is, omringd door een goede muur. De schoorsteen ervan moet minstens drie voeten boven het dak van de brouwerij uitkomen. Bij die ovens mag geen klot of turf worden opgestapeld 9. Ieder huisgezin moet zich voorzien van een emmer. Brandhaken worden van gemeentewegen verstrekt. De schepenen zullen vaststellen bij wie ze komen te berusten. Tijdens inspecties moet ieder zijn emmer vol water aan de huisdeur hebben staan. 10. In geval van brand dient ieder bij het trekken van de klok (luiden van de kerkklok) naar de plaats des onheils te snellen, of daar een ander bekwaam persoon voor aan te wijzen. 11. Ieder hoort een put uit te diepen, opdat die ook in de droogste zomer water zal bevatten. Men hoort er ook een kist om te maken, van steen, planken of "tuijnwerck". Ook eventuele waterkuilen moeten voldoende schoon en diep gehouden worden. = blad 43 =
Volgende nog twee artikelen met maatregelen tegen overtreders, weaarvan het laatste angstaanjagend direct is geformuleerd: 12. Elke overtreding zou bestraft worden met een boete van één gulden vijftien stuivers, plus vijftien stuivers voor wie de overtreding aanmeldde. 13. "Ende ingevalle de ovens, brouwovens, eesten (droogplaatsen) etc. niet behoorlijck sijn voorsien, soo sullen de heeren visitatoren bevoegt sijn met eenen smits voorhaamer te laeten inslaen", wat de ovetreders niet vrijstelde van het te voldoen van de verschuldigde boete. In eerste instantie had men nog een 14e artikel bedacht, maar dat heeft men later doorgekrast en van de volgende kanttekening voorzien: "desen post opgeheeven als sijnde onnodigh". Het 14e artikel luidde als volgt: 14. "Item sullen de herbergiers in de grote herbergen welcke hangblaeckers (hangende kaarsenlamp) in derselver stallen ofte schueren sijn hangende, sorge moeten draegen dat de gemelde blaeckers met glas ofte hoorn werden voorsien, ten eijnde de keersse (kaarsen) daarop gesteld wordende, om in de stal te lichten (verlichten), daer uijt niet kan vallen, alsmede ende vooral sorge draegen dat, 't sij door passagiers, diensboden ofte anderen, met geene brandende toebacxpijpen in de voornoemde stallen ofte schueren mogte werden gegaen". De praktijk getoetst aan de voorschriften (1757) Op 18 mei 1757 gingen in Reusel de huizen van Joost Roijmans en Elisabeth de weduwe van Jan Haren in vlammen op. Twee weken later zonden ze een rekest aan de Staten Generaal met het verzoek om voor twintig jaar vrijgesteld te worden van alle landsbelastingen, de verpondingen, de beden als zowel de gemeene middelen. Via de Raad van State werd dat doorgestuurd naar de respectievelijke ontvangers van genoemde belastingen in Den Bosch. Die legden de regenten van Reusel vervolgens een tiental vragen over het gebeurde voor, waarop ze schriftelijk in alle eerlijkheid diende te antwoorden. Op 30 juli 1757 is dat ook gebeurd. Samen met het commentaar daarop van genoemde ontvangers is het document eind augustus vervolgens van uit Den Bosch doorgrzonden naar de Raad van State, waar het nog steeds in het archief zit (ARA, RvS, 977 (ingekomen stukken juli - augustus)). Het geeft duidelijk weer hoe de praktijk der toenmalige brandbestrijding zich verhield tot het ideale model op papier. Vraag 1, of het dorp een brandregelement had, zoals bij de resolutie van 6 februari 1732 was voorgeschreven, dit kon volledig bevestigd worden. Vraag 2, naar de halfjaarlijkse schouw van schoorstenen, bakovens en brouwerijen, echter niet. Geen regent kon zich herinneren dat zo'n schouw ooit gehouden was! Ook het vegen en diepen der waterpoelen (vraag 3) verliep niet helemaal volgens opzet. Het gebeurde wel, regelmatig zelfs, "den geheelen soomer door", maar alleen om zodoende het pluksel van het vee te kunnen wassen. Een klepperman of nachtroeper kon het dorp zich niet veroorloven (vraag 4). Wel kwamen in geval van nood of onraad de rotmeesters en boerenwachten in actie. Dan het blusmateriaal (vraag 5). Over ladders en haken beschikte men in het dorp wel, maar over echte brandemmers niet, naar verluidt "weegens onvermoogen van de plaats". Wel was iedere inwoner volgens artikel negen van het regelement verplicht om bij brand een huisemmer of ketel water naar de plek des onheils te dragen. Vraag 6 informeerde naar de oorzaak van de brand en vraag 7 naar het nakomen van de vereiste voorzorgsmaatregelen. Van de oorzaak had niemand ook maar enig idee, alles had zich in een mum van tijd voltrokken. Beide huizen stonden tegen elkaar aan en dan ook nog in een afgelegen uithoek van het dorp. Daar waren geen maatregelen tegen opgewassen. Met de twee volgende vragen trachten de ontvangers een idee te krijgen over de omvang van de geleden schade en van het jaarlijkse aandeel van de getroffenen in de verponding, bede en gemeene middelen. Op eerstgenoemde vraag hield men zich in Reusel doelbewust van den domme. Met de tweede vraag had men minder moeite. Roijmans betaalde jaarlijks meer dan het dubbel zoveel in de verponding dan de weduwe Jan Haren. Tot slot wilden de ontvangers weten of er gevaar dreigde dat de beide huizen mogelijk niet meer herbouwd zouden worden. Mochten de getroffenen totaal geruïneerd zijn, dan was dat niet denkbeeldig. Om het huis van de weduwe hoefde men zich in Den Bosch geen zorgen te maken, aldus het antwoord uit Reusel. De secretaris en Francis vander Loock hadden haar al gratis wat hout ter beschikking gesteld, zodat ze reeds met herbouwen was begonnen. Op de plannen van Roijmans was nog geen zicht, maar totaal geruïneerd kon men hem moeilijk noemen. Interessant is de wijze waarop de ontvangers uit Den Bosch de antwoorden uit Reusel later van commentaar hadden voorzien. Was Joost Roijmans alleen zijn afgebrand, dan kwam hij volgens hen zeker niet voor vrijstelling van belasting in aanmerking. Dorpssecretaris Crullenberg had inmiddels = blad 44 =
namelijk inzicht in de financiële draagkracht van de man. Het ging om "den gegoedsten ingezetenen va het gansche porp", die daar zeker zou blijven wonen, of hij zijn verbrande huis nu optimmerde of een ander ging betrekken. Er was echter ook een arme weduwe in het spel, "die aengemoedight wordt door eenige aen haer geschonken materiaelen". Die kon men niet de dupe laten worden van de onachtzaamheid die de regenten qua brandpreventie te verwijten viel. Mocht men haar echter ter wille zijn, dan ging het weer niet aan om Roijmans in de kou te laten staan. Naar inmiddels vast stond was zijn huis immers aangestoken doordat van de weduwe en "ons dunkt dat het enigsins strijdig is, dat diegene wiens huis het eerst afbrand heeft een remissie (kwijtschelding) geniet en den ander, wiens huis door dat van zijn buren is aangestoken, niets soude ontfangen". Hoe de beslissing uiteindelijk is uitgevallen is overigens niet meer nagezocht. De Schééper 38 Branden en brandbestrijding in Reusel 3 Mischien herinnert deze of gene lezer zich nog hoe er vorige keer is ingegaan op enkele belangrijke momenten uit de algemene regeling inzake brandpreventie in Kempenland (1716-1732) en hoe dat even later (1745) werd vertaald in een brandregelement voor de dingbank van Reusel, Bladel en Netersel. Aan de hand van een concreet geval, de brand bij Joost Roijmans en de weduwe Jan Haeren (1757), werd vervolgens aangetoond dat de praktijk der brandbestrijding in Reusel op dat moment lang niet optimaal was. Ook in deze slotaflevering komen weer enkele Reuselse branden aan de orde, gewone en ongewone. Laatst genoemde werden veroorzaakt door een piromaan. Een viervoudige brand uit 1762 Begonnen zal worden met een brand in de zomer van 1762. Op 19 juli van dat jaar werden niet minder dan vier inwoners van Reusel door de rode haan verrast en dat met desastreuse gevolgen. Het ging om Gerrit Sol, Jan Kerkhofs, Jan Michiel Joosten en de weduwe van Cornelis van de Put. Diezelfde maand nog meldden ze dat ze met z'n vieren aan bij de Staten Generaal, met het verzoek om ondersteuning, in de vorm van de nodige belastingfaciliteiten (ARA, GS, 7866 (rekesten 1762 juli-september)). Net zoals in 1757 rond Joost Roijmans en de weduwe Jan Haeren was geschied, dienden de ontvangers van de belastingen in Den Bosch daartoe eerst zoveel mogelijk gegevens over het gebeuren te verzamelen. opnieuw kregen de regenten van Reusel een uitgebreide vragenlijst voorgeschoteld. Hun antwoorden staan genoteerd in het allereerste nummer uit de inventaris van de archieven van de gemeente Reusel, het resolutieboek over de jaren 1761-1772 (SARE, GA Reusel 1649-1935, 1, folio 10-13). Over de oorzaak van de brand taste men in het duister. Ontstaan was hij aan het huis van Gerrit Sol, "in de schuer, onder de hooijtas" (dus waarschijnlijk broei) en van daar overgeslagen naar de drie andere panden. Gelukkig had men net de waterpoelen geveegd en gediept, anders waren mischien ook de pastorie en de Roomse kerk (de kerk die bij de opgravingen gevonden is) nog in vlammen opgegaan. Van eventuele opzet bleek niets, ook niet wat betreft de personen die onlangs in Lage Mierde waren opgepakt en gevankelijk naar Den Bosch waren gevoerd. Dat laatste sloeg op een paar landlopers waarvan het gerucht ging dat ze kort te voren, op 7 juni 1762, in Lage Mierde met opzet brand hadden gesticht. In eerste instantie was daar echter een vrouw uit het dorp die van de brand werd verdacht en die ook meteen naar Oostenrijks Brabant verdween. Toen de Bosche schepenen haar daarop gelastten om in de stad voor de rechtbank te verschijnen had ze dat ook onmiddellijk gedaan, wat al veel van haar verdenking wegnam (ARA,RvS, 1008 II (ingekomen stukken 1762 december)). Ook deze keer was men in Den Bosch benieuwd of Reusel inmiddels al de nodige nachtroepers of klapwakers kende en zo niet, op welke andere wijze er dan rondes, patrouilles of wachten werden gehouden, speciaal nadat er in de naburige dorpen de laatste tijd zoveel "notabele" branden waren geweest. Het antwoord van de Reuselse regenten luidde als volgt: "Tot Reusel is geen nagtroeper om reeden dat de wooningen zoo verre van elkanderen geleegen zijn en het dorp soo weijt is uijtgestreckt dat, in gevalle men een nagtroeper soude aenstellen, sulckx door een parsoon niet soude connen werden bedient, maar daertoe ten minsten vier parsoonen soude moeten werden aengestelt, 'tgeene het vermoogen niet heeft connen leijden". Wel had men sinds de laatste branden in de buurt het aantal rondes en patrouilles verdubbeld, "soodat de wacht gaat over het geheele dorp 24 uren in 24 maenen (manen)". Regelmatig werden de wachtlopers daarbij door de kapitein en de rotmeesters gecontroleerd. Het vaststellen van de remissiebedragen Ook over de schadebedragen wilde men in Den Bosch alles weten. Die waren verschillend in grootte. Bij Gerrit Sol ging het om 1250 gulden en bij Jan Kerkhofs om 1310 gulden. De beide andere bedragen waren veel kleiner, 350 voor Jan Michiel Joosten en slechts 75 gulden voor de weduwe Van der Put. Hun = blad 45 =
jaarlijkse bijdrage aan de belastingen hielden daar gelijke tred mee: Sol 30 gulden, Kerkhofs 36 gulden, Joosten ruim 14 gulden en de weduwe Vander Put net iets boven de één gulden. Onderling vergeleken zaten de vier belastingplaatjes echter heel verschillen in elkaar. Zo was Gerrit Sol veel kwijt aan verpondingen en relatief weinig aan de gemeene middelen. Bij Kerkhofs lag het net andersom. Al die gegevens bij elkaar afwegend kwamen de heren onvangers in Den Bosch tot een heel gedifferentieerd vergoedings advies aan de Raad van State. Aan Sol, een landbouwer, zou zes jaar vrijstelling van landsbelastingen gegeven moeten worden en drie jaar van dorpsbelastingen, wat neerkwam op een vergoeding van 206 gulden. Bij Kerkhofs zou men met vijf en twee jaar kunnen volstaan, hoewel hem dat in het totaal maar op 161 gulden opleverde. Als herbergier had hij echter veel meer gelegenheid er snel bovenop te komen dan Sol, hoewel men natuurlijk niet kon weten of hij ondertussen zijn klandizie wel of niet was kwijtgeraakt. Joosten zou mogen rekenen op zes jaar remissie landelijke en drie jaar aan dorpslasten, neerkomende op 73 gulden. Bij de weduwe Vander Put, "Een behoeftig mens", dat in feite niet meer dan een hutje verloren had, had zo'n regeling nauwelijks zin. Die kon beter geholpen worden met "een kleine penning". Een heel nieuwe regeling van kracht in 1765 Drie jaar later zette de Staten heel het bovengenoemde remissiesysteem tot aanmoediging van het snel opbouwen van afgebrande panden in de Meijerij op de helling. Het grootste gedeelte der toegekende bedragen bleef namelijk hangen aan de strijkstokken der solliciteurs, de personen die de verzoekschriften voor de getroffenen indienden. Vanaf 14 januari 1765 werd er een totaal nieuwe regeling van kracht. Alle plaatselijke besturen in de Meijerij dienden voortaan binnen drie weken na de brand een gratis taxatierapport van de afgebrande gebouwen op te maken. Als die binnen twee jaar weer waren opgebouwd en de eigenaars ervan waren beneden de 4000 gulden gegoed, dan had de gemeente hen uit de gemeentekas het vierde gedeelte van de eerder geschatte schade te betalen (SARE, GA Bladel 1683-1810,3 (plakaten 1760-1768)). Niet iedereen zal even blij geweest zijn met deze regeling, vooral de gemeenten niet. In de meeste Meijerijse dorpen was maar een handje vol personen die boven de 4000 gulden gegoed waren. Een zware brand zou een gemeente voor onoverkomelijke problemen stellen. In Bladel leidde dat in januari 1783, tijdens een voltallige vergadering van het dorpsbestuur tot de overweging of het nu geen tijd werd een echte brandspuit met toebehoren aan te schaffen en daar teven een bewaarplaats voor te bouwen. Veel plaatsen in de Meijerij beschikten daar op dat moment al over. Kennelijk vond men het toch iets te revolutionair, want tot een beslissing kwam het die dag niet (RARE,GA Bladel 1683-1810, 12, folio 29v-30, 09-01-1783). In Reusel nam men het in die tijd niet zo nauw wat betreft brandpreventie. Eind juli 1788 kwam daar een brief binnen van W.G.J. baron van Rhemen van Remenshuizen, Rentmeester- Generaal der Domeinen in de Stad en Meijerij van Den Bosch. Hem waren klachten ter ore gekomen dat Martinus Kerkhofs en Antonie Sol schoppen (schuurtjes) bij hun huizen hadden gezet, die zowel de straat ontsierden als brandgevaarlijk waren. Het antwoord van het Reuselse dorpsbestuur was even duidelijk als arrogant van toon. Men zag niet in waarom de schoppen geweerd zouden moeten worden, ze brachten niemand enig nadeel toe en de straat hield zijn volle breedte. Het nuttig gebruik ging de ontsiering te boven en de andere huizen, schuren en stallen langs de straat konden de branden net zo goed veroorzaken (RARE,GA Bladel 1683-1810, 12, folio 89v-90v, 02-08-1788)! Mischien heeft die nonchalance er wel toe bijgedragen dat het dorp op 19 oktober 1795 opnieuw door een viervoudige brand werd getroffe, die in een bepaald opzicht zo goed als alle Reuselnaren raakte. Plaats des onheils was de Lensheuvel, waar die dag niet alleen de woningen van Anthonij Bruijninckx, Jan Lavrijsen en de weduwe van Jan Sol (Wilhelmina Paridaans) in vlammen opging, maar ook de pas vernieuwde schuurkerk. Een pyromaan aan het werk (1814) Wat voor maatregelen een gemeente ook neemt om branden te voorkomen, op het moment dat een pyromaan zich aandient halen ze weinig meer uit. Begin 1814 kreeg Reusel met zo iemand te maken. Het ging om Antonie Pasmans, landbouwer van beroep. Op 11 februari stelde burgemeester Vosters de rechtbank van eerste aanleg in Eindhoven van een aantal van diens moedwillige brandstichtingen in kennis. Het ging om het eerder op die dag aangestoken huis van Christiaan Joris (11 februari 1814), en het drie dagen eerder in vlam gezette huis (8 februari 1814) van de weduwe Willem Leppens en Johanna van de Graaf en ten slotte om het huis van de overleden broer (Peter Pasmans) van de pyromaan. Daar bleef het niet bij, hij had in het verleden ook allerlei diefstallen begaan. Zo had hij bij Peter vander Put in de nacht van 16 op 17 november 1813 enkele ketels gestolen, bij de weduwe Matijs van Herck (Gertruda van Casteren) een maand later 20 schapen en van hem, de burgemeester Simon Vosters, op 22 december 1813 's morgens in alle vroegte, een varken. Het varken was door de burgemeester hoogstpersoonlijk teruggehaald (RANB,RA 1811-1838, 737). Binnen de kortste keren werd Pasmans in Reusel gearresteerd en in de gevangenis in Eindhoven opgesloten. Al tijdens de eerste confrontatie voor de rechtbank stelde men vast met een krankzinnige te doen te hebben. Verder onderzoek naar het doen en = blad 46 =
laten van de dader werd door de rechter van instructie dan ook achterwege gelaten. Later uitte de procureur-crimineel in het departement Monden van de Rijn zijn misnoegen over die gang van zaken. Het vaststellen van iemands zinneloosheid diende te gebeuren door "experts", met name door "medicinae doctores". Hoe dan ook, Pasmans bleef vastzitten in de gevangenis, waar hij zich al spoedig agresief gedroeg. Op 16 juni 1814 deed hij zelfs een poging om de cipier om het leven te brengen. Omdat het hok waarin hij appart zat opgesloten gereinigd moest worden, was hij zolang bij een andere gevangenen geplaatst. Op het moment dat zij hun eten aangereikt kregen, een schotel aardappelen, sloeg Pasmans toe, door op de cipier af te springen en hem met een schaar in de linkerborst en linkerbeen te steken. Een van de gevangenen wist hem vervolgens tegen de grond te werken, waarna Pasmans zich tegen hem begon te keren en daarbij "Als een razende tekeer ging". De andere gevangenen kozen aanvankelijk partij voor Pasmans, mede omdat de cipier inmiddels zijn sleutels kwijtgeraakt was. Die lagen zo voor het oprapen. Later veranderde ze echter van gedachte, waarna Pasmans met vereende krachten terug naar zijn hok werd gesleept. Later gaf hij voor de rechter volmondig toe dat het inderdaad zijn bedoeling was de cipier dood te steken, de sleutels te pakken, de deuren te openen en zo te ontsnappen. De weg naar het dolhuis Op 25 juli 1814 stelde het Hoog Gerechtshof Pasmans wegens zinneloosheid op het moment van brandstichting "en andere grove misdaden"vrij van verdere vervolging. Twee weken later besloot de rechtbank in Eindhoven hem provisioneel voor de tijd van een jaar te confineren, dat wil zeggen zonder verdere vorm van proces ergens op te sluiten. Kwesti was alleen: waar? In een gewoon tuchthuis hoorde zo iemand niet thuis. Een dolhuis was daar veel geschikter voor, het dolhuis in Den Bosch bijvoorbeeld. Daarbij deed zich dan wel de vraag voor wie daarvan de kosten zou moeten dragen. Vóór 1810 werden de arme zinnelozen ten koste van de gemeente besteed. Was een gemeente daar te arm voor, dan werd soms het hele kwartier verplicht daaraan mee te betalen. In Kempenlant is dat meerdere keren gebeurd. Met de komst van de Fransen veranderde de situatie enigszins. Toen verschoof de onderhoudsplicht voor arme zinnelozen zoveel mogelijk naar de betrokken persoon of diens familieleden. In geval van nood is er echter ook wel eens betaald uit de algemene middelen. Ook vanaf 1814 werd er in eerste instantie naar het eigen vermogen van de geconfineerde gekeken, om vervolgens een beroep te doen op het plaatselijk armbestuur. Wie er op zou draaien voor de onderhoudskosten van Pasmans was dus allereerst afhankelijk van diens financiële positie. Rooskleurig was die niet, naar onderzoek al snel uitwees. De waarde van zijn bezittigen ging de 300 gulden niet te boven. Mochten die aangesproken worden voor zijn opsluiting dan hadden zijn vrouw (35 jaar oud) en beide kinderen, een zoontje van zes en een dochtertje van drie, geen leven meer. De burgemeester van Reusel wees ondertussen op de berooide staat van de armenkas aldaar. Beide factoren zullen er toe bijgedragen hebben dat op 16 november 1814 op het allerhoogste niveau, bij besluit van Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins van Oranje, werd bepaald dat Pasmans op 's lands kosten in het dol- of zinnelooshuis te 's Hertogenbosch zou worden geplaatst. Restte nog het overbrengen van het Eindhovense huis van arrest naar zijn nieuwe onderkomen in Den Bosch. Dat wachtte nog maar op één ding, de nieuwe kleren voor de betrokkene. Om twee redenen waren die wenselijk. Om gedurende het transport tegen de kou beschermd te zijn en om in Den Bosch enigzins ordentelijk gekleed te gaan, "hebbende bijna niets om af aan dat nog heel is" (RANB, PB 1814-1920, 27, 36 en 12166). Besluit Meer dan een greep uit de vroegste geschiedenis van branden en brandbestrijding in Reusel beoogt het geleverde drietal artikelen niet te zijn. De verdere gebeurtenissen blijven voorlopig rusten, hoewel stoppen in 1814 eigenlijk helemaal geen pas heeft. Het rode gevaar bleef op de loer liggen en een goed brandregelement was er in Reusel nog steeds niet. In mei 1816 probeerde men er een te maken. De commissaris van het arrondissement Eindhoven hoonde het weg. Er deugde niets van en moest helemaal opnieuw. Het jaar daarop ging de korenmolen van het dorp in vlammen op, wat niet alleen 6000 gulden schade veroorzaakte, maar ook twee gezinnen ruïneerde. Mogelijkheden om het verhaal te vervolgen zijn er dus nog genoeg. Bijlage 27 - Testament van Cat. Mollen X Cor. v Gorp - 9.10.1850 testament archief: NA Bladel inventarisnr: 339 akte 114 = blad 47 =
1850-9 oktober Deeling van de nalatenschap van Cornelis van Gorp en Catharina Mollen. 1e Aan Peternel eene boerderij met de daartoe behorende huizinge en aanhorigheden, erf, hof, bouw en weideland, groot tesamen 5 bunders (ha) 3 roeden (a) en 15 ellen (ca) geschat op fl 900.--. 2e Aan Margo eene somma van fl 900.-- door haar uit den boedel genoten en aan inbreng onderworpen. SARE NA Bladel invt. 339 akte 114 1850 Bijlage 28 - Overlijdensakte Petronella Beijsens - 4.10.1828 archief: Reusel B.S. inventarisnr: jaar 1728 akte 12 Het jaar een duizend acht honderd acht en twintig, den vierden der maand October on vier ure des namiddags verscheen voor voor ons, Burgemeester, beambte der Burgelijke Stand der gemeente Reusel provincie Noord-Brabant Hendrik Dirkx van beroep landbouwer oud een en derig jaren, zoon van de overledene, en Cornelis van Gorp van beroep landbouwer oud vijf en twintig jaren geene familie van de overledene, beide woonachtig binnen de gemeente, dewelke ons verklaard hebben dat Petronella Bijsens van beroep landbouwster oud acht en vijftig jaren, weduwe van Mathijs Dirkx, gehuwd te Hoogeloon provincie Noord-Brabant wonende te Reusel dochter van wijlen Hendrik en mede wijlen Petronella Fransen is overleden binnen deze gemeente Reusel den tweeden dezer maand te vier ure smorgens. Nadat van deze akte is voorlezing gedaan aan de comparanten, hebben dezelve met ons geteekend Hi. Dirkx Cornelis van Gorp Den Burgemeester, beambte van den Burgelijke Stand. Bijlage 29 - Bevrijding - 14.2.1814 bevrijding van de Fransen archief: Reusel inventarisnr: 264 1814-14 februari Vergadering gehouden op den 14e februarij agtienhonderd veertien Wij burgemeester der gemeente van Reusel, canton Hilvarenbeek, arrondisement Eindhoven, zijn vergaderd en voor mij precent: Anthony Sol adjunct Martinus Kerkhofs secr. Jan Mollen Jan Jansen Cornelis J van Herck Cornelis Cornelis van Herck Arnoldus Dircx Jan Ivo Jan Loots Peter Kools Mathijs Ivo Alvorens de Nationale Vlag op den thoren hebben opgeheijst zijn wij overgegaan, onder het luijden der klokke, de proclamatie van Heere Commisarissen van het departement afkondigen onder de herhaalde vreugdegalm van de lang leve Prins Willem Gouveneur Vorst der Vereenigde Nederlande. = blad 48 =
Voorts hebben wij geproudeerd en overgegaan de leden van 't Frans gouvernement te ontslagen en namens onze Souvrein Zijne Koninklijke Hoogheid den Heere Prince Van Oranje Nassauw opnieuw geinstaleerd om hunne posten provicioneel te contunueren, welk zij met ijver voor Vorst en Vaderland hebben geaccepteerd. Hier volgen alle handtekeningen van bovenstaande personen en van Simon Vosters. Bijlage 30 - Deling nalatenschap Hend. Lavrijsen X Marg. Mollen - 26.6.1871 archief: NA Bladel inventarisnr: 73 akte 64 1871-26 juni Deeling van de nalatenschap van Hendrik Lavrijsen en Margareta Mollen tussen Martinus Lavrijsen - Peternel Lavrijsen weduwe Hendrik Lemmens - Cornelis de Bruijn gehuwd met Catharina Lavrijsen en Jan Huijbregts Peters zoon gehuwd met Maria Lavrijsen. De massa bedraagd f 2505.--. Aan Martinus en Peternel Lavrijsen: Onroerende goederen, gelegen in de Peel, geschat op f 1321.--. Aan Cornelis de Bruijn: onroerende goederen geschat op f 660.50. Aan Jan Huijbregts: Onroerende goederen geschat op f 523.50. SARE NA Bladel invt.nr.74 akte 64 Bijlage 31 - Machtiging voor Martinus Mollen door zijn vrouw - 11.5.1726 archief: RA Bladel inventarisnr: 41 folio 41b - 42 Compareerde voor scheepenen in Reusel naergenoemt, Margo Bruijninkx de welcke verclaert ende bekent te constitueeren volmachtigh te maecken en in haere stede te stellen Martinus Mollen haren wettige man en momboir, beijde respective inwoonderen alhier in Reusel voornoemt den selven speciaelen last, macht en autorisatie gevende, omme uijt haeren tweegen te inne ende ontfangen alsulcke somme van twee honder guldens, valuta van Keijsers Brabant; also de selve is aengestorven van des selfs respective moeijtjen, Maeijke Willems, in haer leven inwoonderesse binnen Arendoncq lande voornoemt; als de selve bij testamentele dispositie gepasseert voor scheepenen van Arendonck voornoemt soude hebbe gemaeckt ten behoeve van haer comparantesse, de gemelde penningen te ontfangen daer van quitantie te passeeren; mitsgaeders gelofte van vrijwaringe te doen; ofte wel in 't een en d'ander geval; te doen ende verrichten even of sij comparanteresse voor oogen; ende present weesende soude connen ende vermooge te doen, geloovende ten alle tijde tselve voor goet en van waerden te houden tgunt door voornoemde haren man sal werden gedaen en verricht onder verbant van haere persoon ende goederen dan in sulcken cas vereijst. Aldus gedaen en gepasseert voor en ten overstaen van Jan Huijbregts ende Jan Heijsmans scheepenen. Actum Reusel den elfden meij 1726. Bijlage 32 - Moord op Marten Mollen - 10.3.1732 archief: RA Bladel inventarisnr: 42 folio 15v -16v Wij Johan van Osch medicine doctor inde stadt Eijndhoven ende Johan Bedinz meester chirurgeijn inde vrijheijt Eersel beijde quartiere van Kempelandt, Meijerije van S Bos dese onderteeckent; attesteeren = blad 49 =
ende verclaeren op onse eede ampshalven gedaan, dat wij op dato onder gel ter requisitie van Johan de Jongh stathouder van den heer quartierschout van Kempelandt ten sijnen bijweesen als mede ten bijweesen van scheepenen en substuet secretaris van Reusel dese mede onderteeckent, onder het voornoemde quartiere gehoorende, hebben gevisiteert het dode lichaam van Marten Mollen tot noch toe gewoont hebbende tot Reusel voornoemt, ende bij het visiteeren en opneemen vant selve lichaam gevonden te hebben eenen steeck quetsure ofte wonde even boven ter sijde het linker memmeken, van den selven overledenen doorgaende, waer opde openinge vande borst gedaan sijnde hebben bevonden, de selve wonde te penetreeren door het borstvlies, mitsgaders de linckere lobes vande loos, als oock het pericardium met eene openinge inde arteria aorta, ende een groote quantiteijt geronnen bloet in het pericardium, als oock de linckerzijde van de borst vol beseth sijnde met waterachtige bebloeijde stoffe, uijt allen 'twelcke wij oordeelen dese wonde absoluet en volslagen doodelijck te sijn, en in deser voegen den overleedenen van het leeven seer schielijck ter doodt geraeckt te sijn, waer mede wij dese onse voornoemde attestatie en depositie sijn eijndigende de welcke wij tot becrachtnge der waerheijt eijgenhandich hebben onderteeckent op heeden de thienden maart 1732 Bijlage 33 - Verkoop door de erfgenamen van Simon Adr Vosters - 2.1.1751 archief: RA Bladel inventarisnr: 23 folio 129-130b Compareerde voor de heeren Joost Roijmans en Hendrick Wijnants schepenen deses dorps Reusel, dese ondertekent hebbende Dirck Dijckmans soo voor sig selven en als toesiende momboir der kinderen van Margo Bruijninx wonende alhier, item Peternella Dijckmans voor haer selven geadsisteert met Jacobus van den Borne haren man en momboir wonende tot Hoge Mierde, item Jacobus Moelands voor sig selven wonende tot Hapert, item Berbera Moelands geadsisteert met Cornelis Verhoeven haren man en momboir wonende alhier, item Jenneken Moelands gesterckt en geadsisteert met Huijbert van Beers haeren man, wonende tot Veldhoven, item Margo Mollen gesterckt ende geadsisteert met Cornelis Sol haren man, daer moeder van was Margo Bruijnincx voorschreven mede wonende alhier, item Francis Mollen als momboir over de minderjarige kinderen van Marten Mollen in huwelijk verweckt bij meergemelde Margo Buijninx wonende alhier, item Aert Hartogs mede in qualiteijt als momboir over de onmondige kinderen van Jan Lavrijssen in huwelijck verweckt bij de voornoemde Margo Bruijninx mede wonende alhier alle kinderen en kintskinderen en erfgenamen van wijlen zaliger Simon Adriani Vorsters in de kantlijn de voorschreven mombers en toesiender hen fort en sterckmakende ende de rato caveleerende naer namaninge alle bij tijden en wijlen bij de onmondigen in deese gemelde op de getransporteerde huijs en grond van erven souden konnen worden gemaeckt ofte gesustineert. Franciscus Mollen Dit X merck stelt Dirck Dijkmans verclaert niet ander te konnen schreijven. Aert Hartoghs Joost Roijmans Hendrick Wijnants Mij present Cristiaen van Crullenberg. welcke alle verclaren en bekennen in hare respectieve qualiteijten wel wettelijck en erffelijk te cederen transporteren en in eenen vollen regt van eijgendom op te dragen en over te geven gelijck deselve doen bij ende mits deesen aen en ten behoeven van Mattijs Moelands inwoonder alhier, eerstelijk de huisinge met de erve gecomen van Sijmon Vorsters groot 79 roeden, item eem gedeelte in den middelste beemt groot 179 roeden, item het lant met de beemden daer aen gelegen groot 155 roeden, item het Eusel van Jan Paridaens groot 112 roeden, item den Kerckenacker groot 112 roeden, item de helft vant lant genaemt het Middelstuck groot 5 lopen en 11 roeden dog alle soo groot en cleijn als deselve alhier ten gehugte de Lensheuvel gestaen en gelegen sijn in hare welbekende reengenoten en ten quohiere bekent en te sien op folio 199 sulx voor en om eene somme van twee hondert sestig gulden verders daer uijt jaerlijx te moeten blijven vergelden twee en twintig stuijvers aen den armen van Reusel, item aan't comptoir van de heer Cornelis de Back te s'bosch mede jaerlijx drie stuijvers en wijders los en vrije uijtgenomen daer nog jaerlijx uijt te moeten blijven vergelden de slands en dorps reele lasten naerbuurlijke regten usantien en serviteiten soo als naerdeelige tot de voorschreven perceelen van vaste goederen van outs regts en gewoonte wegen staende en gehorende belovende ieder een en elck van haer = blad 50 =
in solidum ende voorschreven haere qualiteit naer helmelinge vertijdenisse in maniere indien gewonelijck dit cederen transporteren en erffelijk overgeven altijt te houden en doen houden voor goet vaste stedig en van waerden als mede dat alle wegen stegen en waterlaeten daer op en door gaende blijven in haren ouden regt verders jegens eenen jegelijken te sullen vrijen waeren en quarderen van allen commer calangie en aentael daer reets op wesende ofte naermaels comende alles onder verbant als naer regten aldus gedaen en gepasseert voor en ten overstaen van haren regten int hooft deses genaemt die deese behalven de transportanten ten registere van reele actens op folij 130 verso eijgenhandigh hebben ondertekent op heden in Reusel desen twee en twintigsten december 1700 een en vijftigh mits alle de comparanten met present is dees gepasseert den tweede januarij 1700 een en vijftigh. Cooppenningen sijn f.160-0-0 Laste in capt. f.31-5-0 f.291-5-0 40e penning f.7-5-10 Dit hantmerk X heeft gestelt Dirck Dijckmans verclaert niet te connen schrijven. Dit X merck stelt Peternel Dijckmans verclaert niet te connen schrijven Jacobus van den Borne Dit X merck stelt Jenneken Moelants verclaert niet anders te connen schrijven Dit hantmerck X heeft gestelt Berbera Moelands verclaert niet te connen schrijven Cornelis Verhoeven Jacobus Moelands Huijbert van Beers Margo Mollen Cornelis Sol Francis Mollen Aert Hartoghs Joost Roijmans Hendrick Wijnants Cristiaen van Crullenberg. Bijlage 34 - Erfdeling goederen Margo Bruijninx - 19.4.1753 archief: RA Bladel inventarisnr: 45 folio 1-3 Compareerde voor schepenen des dorps Hulsel geleegen inden quartiere Oisterwijk dese ten protocolle ondergetijkent hebbende de eerbaere Hendrina Mollen jonge beiaerde dochter voor haer zelven, Margo Mollen gesterckt met Cornelis Sol haren man ende momboir. Item Jennemaria Mollen gesterckt ende geadsisteert met Jan Thielens meede haeren man en momboir ende Willemina Mollen mede ider voor hen zelven kinderen Marten Mollen in huwelijck verweckt bij Margo Bruijninx met hen gevoegt Francis Mollen ende Dirck Dijckmans als der selver wettige voogden immer voor zoverre de onmondige in desen is conserveerende ter eenre. Item Aert Hartogs in qualitijt als momboir en voorn: Dirk Dijckmans als toesiender over de drie minderjarige kinderen van opgemelde Margo Bruijninx verweckt bij Jan Lavrijsen mede alhier present ter andere seijde allen alsoo kinderen en erfgenaemen van opgemelte Margo Bruijnincx dewelcke alsoo verklaeren ende bekennen met elcanderen te hebben aengegaen gemaeckt ende gesloten de naervolgende schiftinge scheijdinge ende erfdeijlinge van alsulcken steede landts ofte pagt hoeve gestaen ende geleegen onder den dorpe Reusel aen den Weijer Einde genaemt de hoeve ten Eijnde naer dat alvoorens bij acte voor schepenen van Reusel verleeden den tiende april laast leden bij voorn: Jan Lavrijssen ten behoeve van de voorkinderen aan voorn: Margo Bruijninx was gerenontieert vande het reglement ter pagte ingericht vermoogens haer hoog mog: resolutie vanden 30 januarij 1744 welken verdeelde goederen zijn gelegt inde naer volgende vijf cavelen waer aende cavelanten hen sijn refereerdende. De eerste cavele Eerstelijck de camer tot ende met de halve schouw, opcamer, en kelder der selve hoeve. Item het tweede gedeelte inden hoff tegen over de vijffde en laetste cavel afgepaelt en aengeweesen het derde part in = blad 51 =
groese genaemt den Dries oost waerts naer den opstal der hoeve geleegen. Item teullandt genaemt den Agstersten acker aenden Reeneijck geleegen. Item twee loopensaet lands inden Heijacker in het midden geleegen meede afgepaelt ende aengeweesen. Item een vierde part in wijde genaemt den Langen beempt agter aen geleegen. Item een vierde zeevende part in heijde en wijde genaemt het Broeck met alnogh het halven Schaerbosje west waerts naest de hoeve Breugel geleegen. Allen welcke stucken van erven soo groot ende klijn dan de zelven gelegen zijn en is dese cavele alsoo ten deele gevalle aen Hendrina Mollen gesterckt ende geadsisteert als voor De tweede cavele, siet hiervoor (RA.44 f.129-130) folio 130 Item het middelste gebont inde schuur met een gedeelte inden hoff naest de voorn: eerste cavele geleegen meede afgepaelt ende aengeweesen. Item het tweede volgende gedeelte inden dries. Item de helfte in lant genaempt den Bogt west waerts met den kant groesse tussen den dries en opgemelde Bogt geleegen. Item het eerste vooraen geleegene vierde part inden Langen beempt naest Bladel geleegen. Item een gedeelte ofte zeevende part in heijde en weijde genaempt het Broek noordwaerts geleegen alles op des selfs groote en clijnte dan het selve is afgepaelt ende aengeweesen en is deese cavele alles ten deele gevallen aen Margo Mollen gesterckt ende geadsisteert als vooren. De derde cavele Item het eerste gebondt in de schuer oost waerts met het derde gedeelte inden hoff nevens de tweede cavele geleegen. Item het eerste gedeelte of leevend part inde Dries. Item de weeder helfte in lant genaemt den Bogt oist waerts met den haut gragt daer aen gehoorende. Item het tweede vierde part in den Langen beemt neevens de tweede cavele geleegen. Item een gedeelte ofte wel het sesde seevende part in heijde en wijde genaemt het Broek nevens de tweede cavele geleegen alles op der zekere groote clijnte en wel bekende reengenooten dan geleegen zijnde afgepaelt ende aengeweesen. Ende is dese cavele alsoo ten deele gevallen aen Jennemarie Mollen gesterckt ende geadsisteert als voor. De vierde cavele Het agterste gebondt in opgemelte schuer west waerts met het vierde seevende part inden hoff naest de eerste cavel geleegen. Item het vierde zeevende part ofte gedeelte in den Dries meede ontrent dertien loopense landt genaemt den Heijacker al meede nevens de eerste cavele geleegen. Item het derde vierde part in den Langenbeempt al meede neevens de eerste cavele geleegen. Item het vijfde seevende part in heijde en weijde genaemt het Broeck naest Bladel geleegen reenende naest erve der eesrte cavele met alnogh de weeder helligte van het schaerbosje oist waerts inde eerste cavele vermelt meede alle welcke soo groot en klijn op de selver welbekende reengenooten dan het zelve geleegen is afgepaelt en aengeweesen. Ende is dese cavele alsoo ten deele gevallen aen Willemina Mollen gesterkt ende geadsisteert als voor. De vijffde en laetste cavele Item de keuken en stal met drie seevende gedeelten inden hof aen malkanderen geleegen. Item de laetste drie seevende parte in opgemelte dries naest de vierde cavele geleegen met den hout gragt naest den Dijck geleegen. Item ontrent tien loopensaet lant agter in den Heijacker noord waerts geleegen. Item lant genaemt den Middelste acker met den houtgragt daer aen gehoorende. Item groese genaemt den Kortenbeempt. Item de resteerende drie seevende parte in heijde en weijde genaemt het Broeck meede alsoo ende indien voegen de zelve zijn afgepaelt op der zelver groote clijnte en welbekende reengenoten dan geleegen en bevonden werdende ende in dese cavele voor opgemelde drie seevende parte alsoo ten deele gevallen aen Jan Lavrijssen ten tochte ende der selver kinderen met naeme Anna Maria, Elisabet ende Maria Lavrijsen ten erfregten. Aldus gedaen verclaert verleeden ende gepasseert voor en ten overstaen van Ansem Peeter Dirckx ende Adriaen van Herck scheepenen in Hulsel die de minute acte prothocollair neevens de voornoemde comparanten secretaris naer dat alvoorens de voornoemde comparanten en cavelanten sig hadde gedeclareert dat ende voornoemde verdeelde goederen geene leene waeren gecomprehendeert op folio 180 verso eijgenhandigh hebben onderteeckent opden neegenthiende april seeventhien hondert drie en vijftigh ende waer ten protocolle van allerlije actens ondergetijckent Hendrina Mollen, Margo Mollen, Cornelis Sol, Maria Mollen, Joanne Thielens, Jacomijn Mollen, Francis Mollen, 99e dit ist handtmerck aldus X van Dirck Dijckmans, 99e Aert Hartogs 99e Dit ist also X van Jan Lavrijssen onderstont attestor was getijckent A. d. Graaf testis Ansem Peeter Dirckx schepen Adriaen van Herck scheepen Mij present en was geteijckent F. van Patronus uts. = blad 52 =
Bijlage 35 - Getuigenverhoor over de moord op Marten Mollen - 10.3.1732 archief: RA Bladel inventarisnr: 42 16v - 18v Compareerde voor ons scheepenen des dorps Reusel quartiere van Kempelant Mwijerij van S: Bos dese ondergeteeckent hebbende Jan van Herck ende Adriaentje Verspaendonck sijne huijsvrouw, mitsgaders Engel van Herck sijne suster ende Elisabeth van Herck sijne dochter, de welcke gerichtelijck geciteert sijnde omme der waerheijt getuijgenisse te geven, hebben ter requisitie ende ter instantie van Johan de Jongh stathouder van de heer quartierschout van Kempelant onder solemneelen eede aen handen van gemelden stathouder de Jongh behoorlijck gepresteert ende afgelecht getuijgt, verclaert ende gedeponeert gelijck deselve doen mits desen ende sulcx dien eerste in ordiene deponent; Jan van Herck den welcken verclaart en deponeert waerachtich te wesen, dat op saterdach geweest sijnde den achtsten deser maant maart deses jaers 1732: ten sijnen huijse geweest des namiddaegs ontrent vier uren, Marten Mollen ende Poulus Vorsters bijde inwoonderen alhiet tot Reusel, sonder eenige andere persoonen ter dier tijt bij hen gehadt ofte gesien te hebben, als wanneer het is coomen te gebeuren dat onder eenige discoersen, welcke de selve onder den anderen waren hebbende, den voornoemde Marten Mollen teegens gemelten Poulus Vorsters sijde ik ben u noch eenen daelder schuldich waarop Poulus Vorsters antwoorden dat heij hem dien daelder niet en maenden, sonder gehoort te hebben dat deselve personen eenige verdere woorden van twist ofte oneenigheijt met den anderen waren hebbende, hij deponent daer op uijt sijn huijs naerden schaep stal gegaan sijnde, met sijn dochter Elisabeth om de schapen te gaan voederen, soo heeft hij deponent corts aen volgende hooren roepen om hulp ende bijstant, waar op hij deponent met alle moogenlijke spoet uijt sijnen schaaps stal is geloopen naer sijn huijs alwaer hij gevonden heeft den voornoemde Marten Mollen, die op selve moment naer hem eenige snacken te hebben sien geven, is coomen te overlijden, sijnde ter selver tijt en op het selve moment hem uijt sijn huijs door de binnen deur, daer gemelde Marten Mollen lach, teegen gecoomen opgemelten Poulus Vorsters in sijne hant hebbende een bloet mes, den welcken in dien voege van daer is weggegaan, sonder gesien te hebben, dat hij eenich andermans huijs ter selver tijt heeft naerder ofte aengegaan, waar mede den voorgenoemde deponent dese sijne verclaringe ende depositie is eijndigende bij de welcke hij naer voor gaende prelectuere heeft gepersisteert soo waerlijck mocht hem Godt almachtich helpen. Verclarende wijders voornoemde Adriaentje Verspaendonck tweede in ordine deponente dat ten dage en tijde voornoemt ten haren huijse sijn geweest Marten Mollen ende Poulus Vorsters de welcken met elcanderen eenige discoersen ofte different hadden over eenen daelder die Poulus Vorsters, opgemelde Marten Mollen uijt crachte van sijn borgemeesters boeck was hebbende, ende door Marten Mollen gewacht sijnde, ofte hij hem die nu quam manen, eijsen, ende daer op door hem geantwoort zijnde van neen, repliseerde den voornoemde Marten Mollen daarop, waerom hebt gij dan mijn vrouw daer over soo sterck gemaant, ende sich weegens grootelijve t'onvreede ende misnoecht toonende vatten hij Marten Mollen de tangh inde hant, en teegens hem Poulus Vorsters opspringende drijgden hem daermede te slaan seggende honsfot staat op, ofte compt voor de deur ende ter selver tijt den voornoemde Poulus Vorsters voor de deur loopende, en hem Marten Mollen met de tangh in de hant volgende sonder datter ter dier tijt imant in huijs present was verclaert sij deponent gesien te hebben dat den selven Poulus Vorsters hem Marten Mollen met sijn mes dat hij in sijn hant hadde, eenen steeck toe bracht aenden lincker sijde van sijn borst, soodanich dat sij deponente sich verbeelden eenich gecraeck te hooren, waerop den selven Marten Mollen soo aenstonts ter aerde needer viel ende op hetselv moment naer hem eenig snacken te hebben sien geven is coomen te overlijden, naer alvoorens door de deponente luijt keels geroepen te hebben, hulp en moort doch de gebueren daer bij coomende hebben gesien,hem de geest geven, en ister selver tijt den gemelden Poulus Vorsters in alle haast van daer wech gegaan, waermede eijndigende zij deponente dese haere verclaeringe en depositie bij welcke sij naer voorgaende prelectuere heeft gepresisteert, soo waerlijck mocht haer Godt almachtigh helpen. Verclaerende wijders de voormelde Engel van Herck ende Elisabeth van Herck, derde en vierde in ordine deponenten, dat ten tijde doen door Adriaentje Verspaendonck hulp en moort wierde geroepen de voormelde Engel van Herck inden koeij stal was, om de koeijen te stroijen ende gemelde Elisabeth van Herck met haer vader Jan van Herck inden schaep stal sijnde de voormelde deponenten, op het geroep en gekrijt in alle haast geloopen naer de binnen deur, alwaer sij de gemelde Marten Mollen buijten de gemelte binnen deur opde aerde hebben sien doodt leggen, hebben ter selver tijt gesien dat Poulus Vorsters van daer in alle haast den wech naer sijn huijs opgingh, sonder verder iets van dese saak ofte het gepasseerde te weeten, waermede de voornoemde deponenten dese henne verclaeringe ende depositie = blad 53 =
zijn eijndigende bij dewelcke zij naer voorgaende prelecture hebben gepersisteert soo waerlick mochte hen Godt almachtigh helpen. Aldus de voornoemde verclaeringen ende depositien van voornoemde vier deponenten in voegen als vooren gegeeven ende gepasseert binnen Reusel op heden den thienden maart 1732. Bijlage 36 - Verkoop stukje heide door Margo Bruijninckx - 3.2.1739 verkoop stukje heijde archief: AA Reusel inventarisnr: 22 folio 44 Compareerde voor scheepenen des dorps Reusel de eerbare Margo Bruijninx weduwe Marten Mollen met haer genoemt Jan Lavrijsen haren man ende momboir de welcken verclaren ende bekennen uijter hant te hebben vercogt ende uijt dien hoofden te erven ende vesten gelijck deselve dan mits desen aen ende ten behoeve van Cornelis Coolen out borgemeester ende inwoonder tot Bladel seecker een stuck hijde wijde inde Gagelbeemden genaemd het Hijken naast Bladel aenden den Berrevoet groot ontrent de veertich loopensaet immers wel soo groot ende clijn deen het selve geleegen ende bevinden wordt onder desen dorpe Reusel naast Bladel aenden Berrevoet voors. oistwaerts Jan Helsemans ofte het stuck den Vergeeten Sarick ende westwaerts den voorn. Berrevoet los ende vrije uijtgenomen haren chijns ende dorpscommer noortwaerts te onderhouden allen weegen steegen ende waterloopen ende voorts wat het voorn. stuck van outs regts ende gewoonte weegen verschuldich is te doen daer teegens gemuteerde de gerechtigheden den aengehoorende soodanich ende inden voegen dan het de voorn. vercooperesse is aengecomen van de erfgenaemen wijlen de heer Herman Creemers ingevolge de publiecque vercoop onder voor dewelcke alhier verleeden den 30e Junij 1732, den cooper sal hier uijts jaarlijcx moeten blijven vergelden drie stuijvers verpondinge ende andere lasten nadergenoemt van voorderen commer, ende anderen overtael te weeren ende cleeren gelijck men erven met recht schuldich is te weeren ende te cleeren welcken ervenisse erven ende transport is geschiet omme eenen somme van sestich guldens waer vande de voorn. vercooperesse bekende voldaen ende betaalt te weesen geloovende vervolgens de partijen van weedersijts dit cedeeren transporteeren ende erffelijk overgeven te behoeven alsvoor altoos te sullen houden ende doen houden van goet vast steedich en van waerden onder verbant ende gelofte van quarantschap in forma aldus gedaen en gepasseerd voor ende ten overstaen van Aert Hartogs ende Jan Cornelis scheepenen in Reusel die dese eveneens de comparanten ende transportante ende meij secretaris alhier ten protocolle eijgenhandich hebben onderteijkent op heden den derde Februarij seventien hondert neegen en dartich. Coop is f60.0.0, waervan den slands 10e penninck is f1.10.0. Dit ist handmerck aldus XX van Margo Bruijnincx ende Jan Lavrijsen welke bijde verclaren niet anders te connen schrijven Aert Hartogs, scheepen Jan Cornelis, scheepen. Bijlage 37 - Inventaris ten verzoeke van Joh. Nic.Lavrijsen - 12.6.1749 inventaris archief: Bladelschepenbank inventarisnr: 43 fo. 313b - 319b Inventaris van de roerende en onroerende goederen van Johannes Nicolaas Lavrijsen en zijn overleden vrouw Margo Bruininkx. Dit in verband met het aanstaande huwelijk van Johannes Nicolaas Lavrijsen met Maria Willem Driedonkx. Vaste Goederen Huijs hoff en schuur met den Bocht 20 lopens, den Dries 25 lopens, den Heijacker 25 lopens, Middelste acker 24 lopens, acker genaemt den Verloren Cost 8 lopens, den Korten Beempt 5 lopens, den Lange = blad 54 =
Beempt onder Bladel, heijde en weegen aen de noordzijde gehorende bekent onder de naem van de hoeve Ten Eijnde. Meubilaire goederen Bet met veeren twee laeckens een hooft peluw, een backtrog, een houten kist, 2 langseijsen, 2 schuppen, een houten en biesen stoel, een mesthack en kargetouw. In de keuken Een vierkanten tafel en een vierkanten bank, een etenskast met drei deuren, een eyseren struijfpan met een kapmes, een soutvadt en een nijptang op de kast, een brandeijsel en tang, een hael en lenckhael, een eijseren moespot met een houten lepel, een eijsere hanglamp en een kinderstoeltien, twee spinwielen met sijn toebehooren, grote kopere koeijketel, twee kopere handketels, eijsere papketel, een knijpken met twee hantvaten oft ooren, een stond met sijn toebehoren, een melkton, item een kopere scheel van een pan met een dito schuijmspaen, een eijseren moespot, een eijseren hamer en aarde potten op de goot, een papruuer van eijser, een hooijmand met een leer, koeijschakels en een bijndtzeel, een voegekorfken en twee halve koeijbakken, een assesock met eijsere schakels, een pluijme bedt met een hooft peulue twee lakens en deken, twee mestrieken, twee matten en een houten stoel, twee koeijrieken en twee schuppen. Int klijn kamerken Twee ploegeijsers twee eijsere hakken en een kist zonder scheel. In de kelder Vier aarden roomteijlen, drie lege vaten en romme. In de koeijstal Twee rood bonte ossen oud 4 jaeren, rood bonte koeij oud 10 jaeren, een rode koeij van 4 jaeren, een swart grijsse koeij oudt 4 jaeren, een rood bonte koeij oud 8 jaeren, een swarte koeij out 12 jaeren, een roodbonte veers out 2 jaeren, een geheel rode veers out 2 jaeren, een rode veers met witte kop out 2 jaeren, een rode stier oudt drie jaeren, een swarte stier met witte kop een jaer, een rood kalf out 3 maenden, een swart kalf met een witte kop, een hengst paert swart van haer oudt 12 jaeren, twee kukens en alde mest in de voorstal. In de missie Een slijpsteen met sijn draijer, een asbak een koeijbak en een kreugen, twee ploegen met een leijt, een vervalle wagen, twee aardkarren, een hoogkar, eden paertsgetuijg, een ruskoop en een koop groesmest en een koop de patasie van dien. In de schuur een vervallen kar, een snijbak en seijsie, 35 hoender groot en klijn, 10 Ooijschapen, in de ooij en 28 lammeren. Te velde staende kooren Het koren in de Bogt, op den Heijacker, op den Middelste achker, op den Achtersten acker. Te velde staende boekwijt In den bocht, in den heijacker, in den Middelste acker, in den Dries Te velde staande haver Haver eb eve is den Bocht Te velde staende spurrij Alde spurrij op den Middelste acker, de aardappelen in den Bocht, al het hooij soo te velde, op de solder en in de schuur, gehooijt als ongehooijt Gereet geldt Den timmer van de kooij, contant in huijsen bij de inventaris. Totaal voor een bedrag van f1201-4-0 Lasten en schulden van den boedel Aan Dries van Dooren kommerborgemeester, aan Aert Jenten, aan Adriaan Goris, aen Goijart van Herck borgemeester, aan Hendrick van Gorp zijn knecht, aan Mathijs Lievens bedebeurder, aan Antonij Cornelis, aan Maria Mollen, aan Hendrik Dircx, aan Jenna Lucas aan winkelwaren, aan Geret van de Pudt, aan Cornelis Verhoeven, aan Jan Huijbregts, Antonij Driedonkx borgemeester, Abraham Dilis, = blad 55 =
Cornelis Hendrik Dircx knecht, Martinus Driedonkx knecht, Frans van Herck knecht, Frans van der Look borgemeester, president van der Graeff, Simon Wouter Vosters, Jan van der Heijden, Jan Kerckhofs, Maria Mollen, Cornelis Coolen maken van zijn paertgetuig, Peeter Verpannen, Joseph Jansen wegens vijf jaer intrest. Totale schuld f385-10-6 Jan Lavrijsen verklaart niet te kunnen schreijven. Bijlage 38 - Staat en inventaris van Jan Lavrijsen - 12.7.1749 archief: RA Bladel inventarisnr: 43 folio 313v-319v Staat en inventaris gedaen maken bij Jan Lavrijssen weduwnaar van wijlen Margo Bruijninx inwoonder alhier tot Reusel, van alle sodaenige vaste en onroerende goederen als welcke de gemelde Margo Bruijninx in vollen eijgendom beseeten, en hij Jan Lavrijssen met de voornoemde sijne huijsvrouw in gebruijk gehadt heeft en waarvan hij ingevolge wettige huijwelijxe voorwaarde met de gesegde sijne huijsvrouwe voor schepenen van Reusel den 20e februarij 1734 opgeregt de tochte is hebbende, soo hij sustineerde mitsgaders vanb alle soodanige roerende goederen, effecten, haeve en schaere, melck en teul gereedschap, als welcke hij metde meer gemelde sijne overleden huijsvrouw in vollen eijgendom in besit gehadt hebben, sulx in gevolge en ter voldoeninge vanden 5.3.acte van Haer Hoog Mog egt regelement de dato 18 maert 1656 en opvolgende waerschouwinge van den 3e april 1708, alvorens sigh in anderen huijwelijck te begeeven mat Maria Willem Driedoncx sijne jegenwoordige bruijdt, sijnde ook voorts de mobilaire roerende goederen en effecten, mits gaders haeve en schaere, door den gecommiteerden vanden heere officier, schepenen en secretaris behoorlijck getauxeerte tegens ideren post uijt getoogen in voegen dan is volgende. Eerstelijck vaste goederen Als huijs hoff en schuer met den bocht groot ontrent vijf en twintig lopens Item Den Dries mede groot ontrent vijf en twintig lopensaet Item den Heijacker groot als voor vijf en twintig lopensaet Item den Middelste acker groot vier en twintig lopens Item den acker genaemt den Verloren Kost groot 8 lopens Item den Korte Beemt gelegen onder Bladel groot 5 lopens Item onder Bladel den Lange Beemt sirca 5 lopens Mitsgaders noch heijde en weijde aende voornoemde goederen gehorende bekent onder de naem van de hoeve Ten Eijnde Meubilaire goederen In de kamer Eerstelijk een (lnide?) bet met veeren twee laeckens een hooft pelulue getauxeert op 2-10 - 0 Item een backtrog 3-0 - 0 Item een houte kist 1-0 - 0 item twee lang seijsies 1-4 - 0 item twee schuppen 0-6 - 0 Item een houte biesen stoel 0-6 - 0 Item een mesthaek en kaer getauw 1-5 - 0 In de keuken Een vierkante tafel en een vierkante bank 0-15 - 0 ----------- transport 10-6 - 0 Item een eetenskas met drie deuren 1-10 - 0 Item een eijsere struijfpan met een kapmes 1-15 - 0 Item een soutvadt en een nijptang op de kast 0-6 - 0 Item een brandeijser en tang 2-5 - 0 = blad 56 =
Item een hael en lenckhael 0-18 - 0 Item een eijsere moespot met een houte lepel 2-5 - 0 Item een eijsere hanglamp en een kinderstoeltien 0-6 - 0 Item twee spinwielen met sijn toebehooren 2-0 - 0 Item een groote kopere koeijketel 10-10 - 0 Item twee kopere hand ketels 2-12 - 0 Item een eijsere papketel 1-4 - 0 Item een kuijpken met twee hantvatten ofte ooren 0-12 - 0 Item een stand met sijn toebehooren 2-0 - 0 Item een melkton 0-12 - 0 Item een kopere scheel van een bedpan met een dito schuijmspaan 1-16 - 0 Item een eijsere moespot 0-8 - 0 ----------- transport 41-5 - 0 Item een eijseren hamer en aarde potten op de goot 1-0 - 0 Item een papruur van eijser 0-6 - 0 Item een hooijmand met een leer 0-6 - 0 Item koeij schakels en een bijntzeel 1-5 - 0 Item een voege korfken met een heele en twee halve koeijbacken 1-10 - 0 Item een osse jock met eijsere schakels 0-18 - 0 Item een pluimebedt met een hooft peulue twee lakens en deeken 9-9 - 0 Item twee mestrieken 0-8 - 0 Item twee matte en een houte stoel 0-6 - 0 Item twee laairieken 1-5 - 0 Item twee schuppen 1-10 - 0 Item twee wannen en een saaijkorf 1-5 - 0 In't klein kamerken twee ploegeijsers twee eijsere hakken en rommelment op 1-16 - 0 Item een kist sonder scheel 0-10 - 0 In de kelder Vier aerde room teijen 0-10 - 0 Item drie lege vaten en rommel 1-10 - 0 In de koeistal Twee roodbonte ossen in de oudt 4 jaeren getauxeert op 80-0 - 0 Item een roodbonte koeij out 10 jaeren 25-0 - 0 Item een roodbonte dito van vier jaren 30-0 - 0 ------------ transport 199-19 - 0 Item een swart grijsse koeij out 4 jaere 24-0 - 0 Bijlage 39 - Jan Lavrijsen doet afstand goederen - 10.4.1753 Afstand goederen archief: Bladel schepenbank inventarisnr: 44 126-126b Compareerde voor scheepenen in Reusel Jan Lavrijssen bevoorens weduwnaar van wijlen Margo Bruinincx inwoonder binnen Reusel dewelke verklaerden ende bekenden gelijck hij verklaert mits deesen dat hij extestamento met de gemelde sijne overledenen huijsvrouw gemaeckt is togtenaer van alle onroerende goederen huijsen lande bosschen beemden en driesen heijde en weijde als welke hij met de = blad 57 =
selve sijne overlijdense huijsvrouwe in vollen eijgendom heeft beseten dat hij heeft onderhouden dat dien goederen hen soo veele onbragie ofte menselijckheijdt verwecken dat hij de selve niet alle kan naergaen en derhalven goetgevonden heeft ten behoeven van sijn kinders Hendrina nog jonge dogter, Margo in huwelijck hebbende Cornelis Soll. Item Jenne Maria in huwelijck Jan Thielens en eijndelijkck aen Willemijntie nogh ongetrouwt de togt welke hij soo veel haer ider in de voorschreven goederen aen gaat vrijwillig afstant te doen en die goederen aen de selve te cedeeren en over te geven omdaer mede te doen en te handelen als sij ten haare meesten nutte en profijte noodig oordeelen sullen te behooren als ader vant int geheele en ten deele afstant doende. Actum Reusel ten overstaen van Joost Roijmans en Hendrik Wijnands scheepenen die deese neffens de comptte en mij secretaris ten scheepen register hebben onderteekent deese 10: april 1700 drie en vijftigh seggende den tiende april. Joost Roijmans dit kruijs merk stelt Jan Lavrijssen verklaart niet ander te konne schrijven Hendrick Wijnandus mij present Crullenberg. Bijlage 40 - Terug betaling lening aan kinderen Jan Lavrijsen - 5.7.1775 archief: RA Bladel inventarisnr: 27 folio 116-117 Compareerde voor schepenen der dingbanke Bladel, Reusel ende Netersel dese getekend hebbende Johanna Huijsmans weduwe van wijlen Jan Tops behoorlijk geadsisteert inwoonderse tot Reusel dewelcke verclaarde onder renuntiatie vande beneficien senalus consulte velliani atoutentice ciqua mullier van de kragt van dien houdende voor onderrigt opgenomen en ontfangen te hebben en dien volgens weldeugdelijk ende regtvaardig schuldig te weesen aan Jacobus Leemans en Cornelis Jan Cornelis woonende tot Hulsel en Reusel in qualitijt als voogden over de onmondige kinderen van wijlen Jan Nicolaas Lavrijssen en Maria Driedonckx en zulx van deselve onmondige offte hennes regts en actie verkrijgende eenen capitael somme van een hondert guldens hollants tot twintig stuijvers het stuck spruitende en herkomende deese schult wegens deugdelike geleende en aangetelde penningen bij de comparante uijt handen der voorschreven voogden genoten en ontfangen renuntie eerende dierhalven ook van de exceptie van onaangetelde penningen belovende allen jaare voor intrest van de voorschreven capitale somme te zullen betalen vier gulden percente welken intrest eerstmaels verschenen en omgekomen sal sijn heden dat dese over een jaar en soo vervolgens van jaar tot jaar daar inte moete blijven continueeren tot de volle en effectuele voldoeningen en afflossinge doorde comparante geloverse offte hares regts verkrijgende allen jaare sal kunnen ende vermoge te geschiede mits drie maanden te vooren behoorlijke weete moeten worden gedaan dog sal doorde beleggers in henne qualiteijt binnen den teijt van drie jaaren te rekenen met dato deeser geene eijsinge van het voors capitael kunnen nog mogen worden gedaan maar die teijt verstreken sijnde kan en vermag sulx geschieden allen jaaren wien dan ook van partheijen gelieven sal mits als voorschreven mede drie maanden te vooren behoorlijke opsegginge sal moete gedaan worden. Tot naarkominge van hetgene voorschreven staat verbint sij comparante en geloversse specialijk haare goederen ten quohiere van Reusel folio 13 verso et 14 bekend ten haren name gelegen tot Reusel voorschreven ten gehugten de straat en verder generalijk haar parsoon en verdere goederen hebbende ende verkrijgende die stellende ten bedwangen en executie als naar regten. Aldus gedaan gepasseert voor ende ten overstaan van Adriaan de Greeff president en vitus Willem van Crullenberg scheepen die dese neffens de gelooversse ende mij secretaris ten register van reeële actens folio 17 eijgenhandig hebben ondertekend binnen Bladel op heden den vijffden julij seventien hondert vijff en seventigh. Capitaal 100-0-0 40e penning 2-10-0 Dit X merk stelt Johanna Huismans verclaart niet ander te konne schrijven A. de Greeff W. van Crullenberg = blad 58 =
J. van Crullenberg secrts. Bijlage 41 - Ruzie Hendrick en Jan Drickx met Tijs Mollen - 20.1.1759 onenigheid archief: RA Bladel inventarisnr: 46 folio 41-43 Wij Hendrick Wijnants en Francis van der Loock schepenen in Reusel doen conde dat post dato van de voorschreven attestatie in dato den 16: deesen door Adriaen van Hooff en Jan Stijnen onder soliminelen eeden in saken van justitie gegeven voor ons naer daertoe door den voster behoorlijck gedaagt zeijnde om der waerheijt getuijgenisse te geven gecompareert sijn Wouter de Vos en Adriaen van der Heijden mitsgaders Matijs Mollen en Helena Ivo sijne huijsvrouw inwoonderen alhier alle van competenten ouderdom dewelke dien ook insaken van justitie onder soliminelen eeden hebben verclaert en wel de twee eerste deponenten. Dat op sondag den 14: deser des avonts omtrent agt off negen uuren den tweeden deponent aant huijs vanden eersten deponent met malkanderen sittenden te praten aldaer was ingekoomen Hendrick Dirkx om een pijp op te steeken en na een wijnige vertoevinge begon te vloeken en te zweeren seggenden ik geeff de duijvel leijffe en ziel soo ik niet naer Tijs Mollen en gaen daer sal ik hem wel vinden sonder uijt te drukken wien hoe seer seij deponenten hen radeden liever naer huijs te gaan dat hij daer op ten huijsen is uijtgegeaan ende de derden in ordine dexones verclaert dat hij op den voors: 14: deser met Adriaan van Hooff en Jan Stijnen mitsgaders Jan de Louwer is geweest aant huijs van Simon Paulus Vosters alwaer onder anderen mede ten gelage waaren Hendrik Dirkx sijn vrouw en Jan Dirkx sijnen broeder dat seij aldaer eens gedroncken hebbende van daer sonder eenige questie gehoort off gesien te hebben samen naer huijs willende gaan aan passant beij Francis Willem Stijnen broeder seijn ingegaan en naer een wijnig aldaer te hebben geseeten sijn voorn: Hendrick Dirkx, sijne huisvrouw hen opgevolgt en daer ook in gekoomen. Dat hij deponent met de gemelden Adriaan van Hooff Jan Stijnen en Jan de Louwer alwederom naer een wijnig vertoeft te hebben vandaer sijn vertoeven en Hendrick Dikx met sijn geselschap daer gelaten en vervolgens samen aant huijs van hem derden deponent zeijn ingekoomen en een wijnig daer geweest zeijnde wederom sijn opgevolgt door meergemelden Hendrick Dirkx en sijn huijsvrouw die dan ook in huijs gekoomen sijn dog Jan Dirkx niet. Dat Jan de Louwer ten eersten naer huijs was gegaan en hij Adriaan van Hooff en Jan Stijnen daer nog een wijnig geseeten en een pintien gedrocken hebbenden opgestaan genagt gesijt en de deur uijt gegaan sijn. Dat daer op Hendrick Dirkx en sijn vrouw met eenen klijnen jongen seijnde haer soontien out ontrent 7: of 8 jaeren ook het huijs sijn uijtgegaan en waer op de deur van Tijs Mollen geslooten worden. Dat hij derden deponent daerop wel eenig ramoer aan de deur gehoort heeft dog tselve niet wel konde onderscheijden waer in het bestont dat wel enige reijsen geklopt is geworden dog dat den deur niet heeft durven open gedaen worden. Dat hij derden deponent eenigen tijt daernaer wanneer hij aan sijn agterdeur stond te luisteren of hij ook nog imand hoorden Jan Dirkx heeft hooren seggen tegen sijnen broeder Hendrick Dirkx wel bruur wast geen tijt dat ik scherp was waer op hij deponent sijden tegens sijn vrouw vierde deponent dese siet geij wel datter Jan bijgekoomen is siet gij wel de schelmerij tgenen de vierde in ordine deponenten voor soo verre ook verclaert en dat des anderen daags smorgens Hendrick Dirkx ten haren huijsen is gekoomen en tot hem seijde hoe seijd gij soo dat gij een dronken mensch soo tracteert en dat hij daerop antwoorden het is mij wel laat dog was van intentie als ik een mesch gehad hadden dat ik hem aande gront gespiet hebben want ik was dronken. En eijndelijck verclaaren alle de deponenten wijders niets meer vant voorgevallene te weeten. Eijndigende sij deponenten hier meede deese hare cinseren verclaringen gevende voor redenen van welwetentheijd bijde welken sij naer profecte prelecture hebben geperssisteert en selve bevestigt met de woorden soo waarlijck mogte hen god almagtig helpen ten overstaan van ons schepenen voornoemt. In oirconde hebben wij deese beneffens de comparanten declaranten en mij secretaris ten onsen schepen register van parsoneele actens folio 43 eijgenhandigh ondertekent op heeden binne Reusel deesen twintigsten januarij seventienhondert negen en vijftig. Dit X kruijs merck stelt Wouter de Vosch Dit X kruijs merck stelt Adriaan van der Heijden verklaren bijde niet anders te konnen schrijven. Tijs Mollen = blad 59 =
Hendrick Wijnants Francis van der Loock mij present J.C. Crullenberg. Bijlage 42 - Testament Simon Wouter Vosters - 29.3.1856 testament archief: NA Bladel inventarisnr: 59 akte 49-50 1856-29 maart Testamenten van Simon Wouter en zijn vrouw Johanna van der Heijden Op heden den negen en twintigsten maart achtien honderd zes en vijftig, compareerd voor Jan Franciscus Cornelis Meijer, notaris in her arrondissement Eindhoven, standplaats Bladel, in tegenwoordigheid van getuigen nagenoemd, Simon Wouter Vosters, bouwman woonende te Reusel, aan mij notaris bekend. Dewelke genegen zijnde om over zijn natelatene goederen bij testament te beschikken, dien aangaande zijne wil aan mij Notaris in tegenwoordigheid der getuigen verklaard heeft, gelijk ik dit dadelijk in duidelijke bewoordingen heb opgeschreven als volgt. Ik maak aan mijne dochter Maria Vosters voor haar aandeel in mijne nalatenschap, eene som van drie honderd gulden in gereed geld, en sluit haar daar mede geheel uit mijne nalatenschap. Verder maak ik aan mijne dochter Dorothea Vosters, vooruit en buitendeels, eene som van twee honderd gulden. Ik herroep alle vroegere testamenten. Daarom heb ik Notaris den vorenstaande uitersten wil aan den erflater duidelijk voorgelezen en na die voorlezing hem afgevraagd of het voorgelezene zijnen uitersten wil bevat waarop hij srellig bevestigend geantwoord heeft, welke voorlezing, afvraging en antwoord, al mede in tegenwoordigheid der getuigen heeft plaats gehad. Waarvan acte. Gedaan en verleden te Reusel ten woonhuize der testateur, ten dage als boven, in tegenwoordigheid van Johannes Tops bouwman en Adriaan van Dooren stroodekker beide alhier woonachtig, mij bekende getuigen, welke deze minute onmiddellijk na voorlezing met mij hebben ondertekend.sare NA Bladel invt.nr. 59 akte 49 + 50 Bijlage 43 - Inventaris Simon Wouter Vosters - 8.10.1859 inventarisatie archief: NA Bladel inventarisnr: 62 akte 119 1859 - Inventaris op 8 oktober 1e: Bouwland genaamd de Plonderijen nr 44, groot 13 roeden 40 ellen, geschat op: ----------------------- 70,-- 2e: Bouwland genaamd de Kleine Groeneweg nr 59, groot 19 roeden 20 ellen, geschat op: ----------------------- 65,-- 3e: De helft oost volgens afpaling in bouwland de Hoeven-akker nr 217, groot 57 roeden 40 ellen geschat op: --- 112,50 4e: De helft zuid volgens afpaling in weiland de Dries nr 423, groot 86 roeden 80 ellen, geschat op: --------------- 180,-- 5e: Een huis met aanhorigheden erf en tuin nr 454 en 455, groot 17 roeden 60 ellen, geschat op: ----------------------- 300,-- 6e: Weiland het Beemken, groot 25 roeden 10 ellen: ------ 120,-- Transport: -------------------------------------------------------- 727,50 7e: De helft zuid volgens afpaling in weiland genaamd het Breebroek nr 14, groot 49 roeden 90 ellen, geschat op: ------ 120,-- 8e: De helft zuid volgens afpaling in bouwland de Grote = blad 60 =
Groenenweg nr 94, groot: 55 roeden 90 ellen, geschat op: ---- 130,-- 9e: De helft noord volgens afpaling in bouwland Grooten Kerkakker, groot 66 roeden, --------------------------------- 130,-- 10e: De helft noord volgens afpaling in weiland de Dries nr 423 groot 86 roeden 80 ellen, geschat op: ---------------- 200,-- 11e: De helft west volgens afpaling in bouwland de Teutenaar nr 147, groot 47 roeden 20 ellen, geschat op: ----- 90,-- Transport: --------------------------------------------------------- 670,-- 12e: De helft noord volgens afpaling in weiland het Breebroek nr 14, groot 49 roeden 90 ellen geschat op: ------- 100,-- 13e: De helft noord volgens afpaling in bouwland de Grooten Groenenweg nr 94, groot 55 roeden 90 ellen geschat op: ------ 130,-- 14e: De helft zuid volgens afpaling in bouwland de Groote Kerkakker nr 162, groot 66 roeden, -------------------------- 130,-- Transport: -------------------------------------------------------- 330,-- 15e: De helft volgens afpaling in bouwland van Verfenis akker nr 203, groot 32 roeden 40 ellen, geschat op: --------- 53,-- 16e: De helft oost volgens afpaling in bouw in de Teutenakker nr 147, groot 57 roeden 20 ellen, geschat op: --- 90,-- 17e: Weiland Voorste Weijer nr 920, groot 28 roeden 90 ellen geschat op: ------------------------------------------- 140,-- Transport: --------------------------------------------------------- 643,-- 18e: Bouwland Scheultjes akker nr 1259, groot 38 roeden 80 ellen, geschat op: --------------------------------------- 200,-- 19e: Bouwland de Kerkakker nr 112, groot 39 roeden 50 ellen geschat op: ------------------------------------------------- 150,-- 20e: Weiland de Tip nr 342, groot 25 roeden 40 ellen geschat op: ------------------------------------------------- 80,-- Transport: --------------------------------------------------------- 430,-- 21e: De helft west volgens afpaling in bouwland de Hoevenakker nr 217, groot 57 roeden 40 ellen, geschat op: --- 112,50 22e: De helft oost volgens afpaling in bouwland van Vessems akker nr 203, groot 30 roeden 40 ellen, geschat op: --------- 53,-- 23e: Bouwland de Zaadlaagte nr 450, groot 28 roeden 10 ellen geschat op: ------------------------------------------- 150,-- 24e: Weiland de Achterste Weijer nr 978, groot 28 roeden 10 ellen, geschat op: --------------------------------------- 140,-- Transport: --------------------------------------------------------- 455,50 ------- Tezamen: ------------------------------------------------------------3046,-- SARE NA Bladel invt.nr 62 akte 119 Bijlage 44 - Tussen Lensheuvel en Weijereind door J.W.Hagen - 6.1997 bewaarplaats: Reusel archief: H.W.R. inventarisnr: De Schééper 33 Tussen Lensheuvel en Weijereind --- Door J.W. Hagen --- Her en der gevonden wetenswaardigheden betreffende Reusel in vroegere eeuwen Hoe het Reuselse gilde in 1812 Sint Napoleon vierde Om allerlei redenen zij er vroeger door de overheid soms dagen aangewezen om collectief iets te vieren. Of het nu ging om de geboorte van een prins of prinsesje, het sluiten van vrede nadat er weer eens een langdurige oorlog was afgelopen, of het feit dat er een nieuwe grondwet was goedgekeurd. Klokken = blad 61 =
beierden, vlaggen werden uitgestoken, versieringen aangebracht, er werd volop gedanst en niet minder gedronken. Vooral in de Bataafs-Franse tijd zijn er heel wat van die nationale feestdagen georganiseerd. Aan vankelijk stonden daarbij allerlei nieuwe politieke denkbeelden en symbolen op de voorgrond. Later werd die plaats ingenomen door toen dominerende personen. Eerst door de toenmalige koning van Holland, Lodewijk Napoleon geheten, daarna door diens beroemde broer ui Frankrijk, de keizer Napoleon Bonaparte. Dank zij deze ontwikkeling heeft het kunnen gebeuren dat het Reuselse Sint Jorisgilde op een bepaald moment het feest van Sint Napoleon heeft moeten vieren, om precies te zijn in 1812. Een bijzonder schild uit 1794 Om maar meteen met het laatstgenoemde jaar te beginnen, in 1812 schoot ene Simon Wouter Vosters zich in Reusel tot koning van het Sint Jorisgilde. Op het zilveren schild dat hij toen heeft laten vervaardigen staat hij afgebeeld als een pijprokende wandelaar, wat duidt op een ambulant beroep. Iemand van die naam uit Reusel is in 1791 en 1792 in ieder geval werkzaam geweest als koperteut, onder andere in Remmelinckhausen. Soms wordt hij aangeduid als Simon Vosters soms als Simon Wouters maar Simon Wouter Vosters komt ook voor. Of hij in 1812 nog in leven is mag worden betwijfeld, zodat er mogelijk aan twee verschillende personen met dezelfde naam gedacht moet worden. (Er zijn inderdaad twee personen met de naam Simon Wouter Vosters. De eerste geboren in 1746 is overleden op 24 februari 1800, de tweede geboren in 1777 is overleden op 17 januari 1859). Hoe dan ook, het schild uit 1812 heeft ook een afbeelding aan de achterkant en wel van een heel ander soort. Daar staat namelijk het stadhuis van Den Bosch op, geflankeerd door twee heiligenbeelden van Maria en van Anna de vermelding van een opmerkelijke gebeurtenis uit die dagen: "Sr Bosch is overgegaan den 9 october 1794". Historisch gezien klopt dat precies. Op 22 september 1794 was generaal Daendels, een van de opperbevelhebbers van de Franse aanvoerder Pichegru, met vier ruiters vanuit Rosmalen naar Orthen getrokken om daar, voordat het beleg van Den Bosch zou beginnen, de nabij gelegen vestiging Orthen te inspecteren. Bij het zien van het vijftal sloeg de bemanning van het fort, één korporaal en drie manschappen, onmiddelijk op de vlucht, zodat Daendels het verdedigingswerk zo binnen kon wandelen. Het beleg van de stad zelf heeft wat meer moeite gekost, maar na drie weken van hevige beschietingen moest Den Bosch zich op 9 oktober 1794 overgeven. Die gebeurtenis is het die op het gildeschild van Simon Wouter Vosters is vastgehouden. Meteen al in 1794 of pas later in 1812? Dat blijft voorlopig gissen, net zo goed als wie de opdrachtgever daartoe geweest is. Waarschijnlijk ene Simon Wouter Vosters, maar welke precies. (Het moet Simon Wouter uit geboren 1777 geweest zijn omdat de andere reeds in 1800 overleden is). Ondanks al deze vraagtekens is het feit hier toch opgevoerd, als eerste voorbeeld dat de Franse tijd niet ongemerkt aan het Reuselse gilde voorbij is gegaan. Koninklijke festiviteiten In 1812 is daar ook het schriftelijke bewijs van op papier gekomen, dat zich momenteel bevind in de bestuursarchieven over de jaren 1795-1814, die berusten in het Rijksarchief in Den Bosch. Het zal nog uitgebreid aan de orde komen, maar eerst enige algemene informatie. Al tijdens Lodewijk Napoleon (1806-1810) gingen er jaarlijks koninklijke decreten de deur uit die de gemeentebesturen gelastten om de verjaardag van Zijne Majesteit op passende wijze te vieren, die viel op 2 september. Van dichtbij heeft men de koning in Brabant kunnen bewonderen toen hij van 14 april tot en met 4 mei 1809 een uitgebreide rondreis door de provincie maakte, vergezeld door een heel gevolg van adjudanten, hoge militairen, kamer- en stalmeesters, lijfartsen, ministers en staatssecretarissen. Zijn lijfwacht bestond uit zestig huzaren, terwijl er in elke grotere plaats die hij aandeed erewachten van notabelen klaar diende te staan om zich bij de stoet aan te sluiten. De Kempendorpen heeft hij op zijn tocht niet bezocht, maar zowel in Reusel als in Bladel heeft men dat jaar de nodige voorzorgsmaatregelen getroffen voor het geval dat. Niet onmogelijk dat toen ook het gildezilver maar alvast een extra poetsbeurt is gegeven. Uitvinding van de Heilige Napoleon In 1810 werd Lodewijk Napoleon door zijn grote (kleine) broer uit Frankrijk als kono=ing aan de kant gezet en Holland in twee fasen bij het Franse keizerrijk ingelijfd. Het vieren van 2 september als verjaardag had toen geen zin meer. Daar kwam de verjaardag van de Corsicaan zelf voor in de plaats. Die viel op 15 augustus.om die dag meer alure te geven, maar daar hield de keizer wel van, werd hij in 1806 op de kerkelijke kalender tot de naamdag van de heilige Napoleon verklaard. De moelijkheid was alleen dat er nooit iemand van die heilige gehoord had. Op bevel van de keizer is hij toen maar uitgevonden. Op aandringen van de pauselijke legaat bij de keizer is er in Rome net zo lang in de oude documenten gesnuffeld tot er een naam gevonden was die er een beetje op leek. Neopolus of Neopolis luidde hij, wat ook gelezen kon worden en spoedig werd als Napoleon. Toen dat eenmaal was vastgesteld werd het vieren van diens naamdag op 15 augustus bij ministiriële ciculaire voor het hele rijk verplicht = blad 62 =
gesteld, waarbij de wereldlijke autoroteiten niet alleen de dan te houden preek moesten bijwonen, maar ook aan de processie deelnemen. Spoedig kwamen er allerlei prentjes van de nieuwe heilige in omloop, waarop hij stond afgebeeld als martelaar of Romeins officier. In Parijs werd zelfs een vrijmetselaarsloge met de naam Sint Napoleon opgericht (J.Pressers, Napoleon. Historie en legende (Amsterdam 1946), pagina 280.) De Reuselse viering van Sint Napoleon in 1812 Begin augustus 1810 zond de prefect van het departement van de Monden van de Rijn, Fremin de Beaumont, alle burgemeesters in Brabant een gedrukt affice toe met richtlijnen hoe in deze het best te handelen. Het Bossche feestprogramma werd daarbij ten voorbeeld gesteld. s'avonds tevoren zouden daar reeds de eerste kanonsschoten worden afgevuurd, wat in de vroege morgen van 15 augustus nog eens herhaald zou moeten worden. Een paar uur later zou in de grote kerk het Te Deum worden gezongen, in aanwezigheid van alle kerkelijke, militaire en burgelijke autoroteiten. De rest van de dag zou er overal worden gedanst en gemusiceerd, in zo feestelijk mogelijk aangeklede lokaliteiten. "Saint Napoléon", stond er met koeien van letters boven het affiche. In de drie daarop volgende jaren werd het vieren van de naamdag van de keizer op soortgelijke wijze onder de aandacht van het volk gebracht en kreeg het feest ook een legitieme plaats op de gemeentebegroting. Ondanks al deze aanmoedigingen en financiële toeschietelijkheid lieten de vieringen naar het oordeel van de prefect zo mee en dan te wensen over.reden voldoende om alle gemeentes te verplichten in het vervolg verslagen van de viering te maken en die naar de onderprefect van her arrondissement op te sturen. Bij tientallen zijn ze bewaard gebleven, waaronder ook een van Reusel, op 20 augustus 1812 opgesteld door de toenmalige burgemeester van het dorp, Simon Vosters. Uiteraard is dat gebeurd in het Frans en zo zal het stuk hier ook worden weergegeven, zo getrouw mogelijk naar het origineel. "Monsieur", stond er boven. "En suiste de l'arreté de Monsieur le Prefet du Departement des Bouches du Rhin, relatif à la celébration de la fête de St. Napoleon le 15 du courant, j'ai l'honneur de vous donner connaissance que sette fête a été celebrée avec toute la pompe posible dans un commune rûrale. Les habitans ont tiré a l'oiseau pour trois pris, consistant en un veste et deux mousoir et de la valeur de quatorze francs soisant sept centimes et après lequel exercice ils sont rejouis a dancer et vider les trois tonneaux de bierre blanche que j'avais faire placer sur place, ou plusieurs fois a été crié "Vive Napoleon, Empereur des Francais" et bu a son santé et cette de son auguste Epouse que le Seigneur daigne conserver leurs jours. J'espere d'avoir satisfait aux ordres de Monsieur le Perfet et qu'il voudre bien passer celles consistant puor le trois prix et le trois tonneaux de bière à neuf florins chaque, faisant en tout en argent dicimal la somme de soixante neuf frais extraordinaire, ce que vous me voudre faire passer sur les depences imprevus. J'ai l'honneur de vous saluer du couer, Le Maire S.Vosters" Kort samengevat komt het er op neer dat de viering had plaatsgevonden zo groots als dat in een dorp maar mogelijk was. Eerst was er voor prijzen op de vogel geschoten, waarbij een wambuis en twee zakdoeken te verdienen waren geweest. Daarna was er gedanst en waren er op het dorpsplein drie tonnen bier soldaat gemaakt, onder het uitbrengen van de nodige heilwensen op de keizer en zijn gemalin. De kosten die dat alles met zich mee had gebracht hoopte Vosters als 'onvoorziene uitgaven'in de gemeentekas te mogen opvoeren. Goedkeuring van de gedane uitgaven Uit bewaard gebleven dorpsrekeningen en hun bijlagen valt op te maken dat dat laatste inderdaad ook is toegestaan. Marten Kerkhofs blijkt jaar op jaar het nodige bier te hebben mogen leveren, waarvoor hij ook prompt door Vosters is betaald. Met zijn eigen declaraties heeft Vosters echter veel meer moeite gehad. In juni 1811, bij de viering van de geboorte van de koning van Rome, de lang verwachte troonopvolger van de keizer, viel het allemaal nogal mee. Ondanks het feit dat hij de twintig franken overheidssubsidie voor het nationale feest had doorgesluisd naar zijn eigen vrouw, Ida Lucia van de Vliet, werd diezelfde handelswijze hetzelfde jaar nog goedgekeurd door Den Bosch. Op uitbetaling van soortgelijke subsidies over 1812 en 1813 heeft hij echter veel langer moeten wachten, tot aan het voorjaar van 1820 toe. Ida Lucia van de Vliet was toen al geruime tijd overleden (26 april 1814) en Vosters zelf al weer lang en breed hertrouwd (26 juni 1818) met Gijsberdina Soethout uit Heusden (Waalwijck) de weduwe van Jan Lavreijsen uit de Lensheuvel. Zij is het ook geweest die in 1820 voor ontvangst van de gevoteerde overheidsgelden zou tekenen. Hoe die manier van doen van Vosters in het dorp is gevallen is niet bekend, maar de arrondissementscommissaris van Eindhoven, C.F.Wesselman, dacht er eind 1814 het zijne van. = blad 63 =
Gevraagd of de oude burgemeesters uit de Franse tijd ook na 1814 nog te handhaven waren scheef hij over Vosters: "Op zijn gedrag valt veel te zeggen, daarbij is hij insolent (brutaal - onbeschaamd - lomp) en zoals ik van goederhand weet, alles behalve een eerlijk man. Bekwaamheid heeft hij genoegen is zeker te Reusel de geschikste om burgemeester te zijn, indien zijn overige slechte kwaliteijten hem daartoe niet onwaardig maakten" (J. van Gils, Hupse mannen en zemelknopers. Burgemeesters in het arrondissement Eindhoven rond 1814", De Brabantse Leeuw 42 (1983) 184-192 206-219, aldaar 218-219). "Liep de zee tot Parijs" Toen de val van Napoleon onvermijdelijk werd durfden zijn critici steeds luider van zich laten horen en maakte de gedwongen persoonsverheerlijking van de keizer soms plaats voor regelrechte spot. Zo in het onderstaande gedichtje, dat eind november aangeplakt werd aangetroffen op de markt in Eindhoven. "Den Engelsman is nu geland, geen Hollander heeft nu meer te vrezen, zij leeven nu alle zeer plaisant zoo lang als hij aan land zal weezen, maar liep de zee tot aan Parijs of hadden onze schepen voeten, 't prulleke zou uit zijn paradijs als Adam eertijds vluchten moeten". Bronnen RANB, bestuursarchieven 1759-1814, 1334 rechtelijke archieven 1811-1838, 735 SARE GA Reusel 1649-1935, 463-465, 587-589, 1377, 1561 Bijlage 45 - Deling nalatenschap Jan Mollen - 17.2.1852 deling nalatenschap archief: NA Bladel inventarisnr: 340 akte 26 1852-17 februari De nalatenschap van Jan Mollen wordt verdeeld. 1e Aan Adriaan Sol, gehuwd met Maria, 6 bunders (ha) 34 roeden (a) en 20 ellen (ca) + 4 bunders 6 roeden en 92 ellen grond, geschat op een waarde van fl 1350.--. 2e Aan Peter van den Borne, gehuwd met Dorothea, meubilaire goederen, bouwgereedschappen, veefourage en granen, geschat op een waarde van fl 875.-- en aan gereede gelden uit den gemeenen boedel genoten fl 475.--, tesamen fl 1350.--. 3e Aan Jan Mollen, ongehuwd, de somma van fl 1350.-- door hem uit den boedel genoten en aan inbreng onderworpen. SARE NA Bladel invt. 340 akte 26 1852 Bijlage 46 - Erfdeling Nicolaas Roijmans - 13.5.1845 efdeeling archief: NA Bladel inventarisnr: rep. doos 38 akte 73 1845-13 mei Deeling van de nalatenschap van Nicolaas Roymans, Hendrien van Leuven zijn weduwe leeft dan nog. Aan Nicolaas, fl 542 aan gereede goederen en een schuldvordering van fl 200.-- tesamen fl 742.-- Aan Joseph, grond t.w.v. fl 700.--, aan contante penningen fl 42.-- tesamen fl 742.--. = blad 64 =
Aan Maria, voor fl 150.-- aan grond, van de complante gelden fl 392.--, en een schuldvordering ten hare laste van fl 200.--, tesamen fl 742.--. Aan Adriana, eene som van fl492.--, en eene schuldvordering van fl 250.-- ten hare laste, tesamen fl 742.--. Aan Johanna, eene som van fl 542.--, en eene schuldvordering van fl 200.-- te hare laste, tesamen fl 742.- -. SARE NA Bladel repit. doos 38 akte 73 1845 = blad 65 =
i SARE, Bladel schepenbank, 40 folio 88-89, 5.10.1719, schuld aflossing van het dorp Reusel (out borgemeester). Zie bijlage 1. SARE, Bladel schepenbank, 40 f 139-140, 31.10.1720, Codicil (schoonzoon en erfgenaam). Zie bijlage 2. SARE, Bladel schepenbank, 40 fo.265-270b, 9.11.1723, verwoeste bezitingen door brandschatting (26-2). Zie bijlage 3. SARE, Bladel schepenbank, 40 fol 282b-283, 19.4.1724, lening (verpondings beurder). Zie bijlage 4. SARE, Bladel schepenbank, 40 fol 287b-288, 17.5.1724, Aflossing schulden van Reusel aan juf J Emmerich (verpondings heffer). Zie bijlage 5. SARE, Bladel schepenbank, 40 fol. 301 t/m 304, 13.1.1725, request (out borgemeester). Zie bijlage 6. SARE, RA Bladel, 40 f. 322b - 325, 20.6.1725, schuldenstaat (verpondings beurder). Zie bijlage 7. SARE, RA Bladel, 41 fo. 107b - 108b, 12.1727, Erfdeling Matijs Mollen X Margarita Compaans (erflater). Zie bijlage 8. SARE, RA Bladel, 41 folio 109-110, 10.1.1728, Inventaris door de erfgenamen Jan Peter Compaens (genoemde). Zie bijlage 9. SARE, RA Bladel, 41 folio 120-120v, 22.3.1728, Minnel. schikking erfgenamen Compaens en Mollen (erflater). Zie bijlage 10. ii SARE, RA Bladel, 41 fo. 107b - 108b, 12.1727, Erfdeling Matijs Mollen X Margarita Compaans (erflaatster). Zie bijlage 8. iii SARE, RA Bladel, 41 fo. 107b - 108b, 12.1727, Erfdeling Matijs Mollen X Margarita Compaans (erfdeler). Zie bijlage 8. SARE, RA Bladel, 41 folio 120-120v, 22.3.1728, Minnel. schikking erfgenamen Compaens en Mollen (erfgenaam). Zie bijlage 10. iv SARE, RA Bladel, 41 fo. 107b - 108b, 12.1727, Erfdeling Matijs Mollen X Margarita Compaans (vrouw van Jan Loots - dochter). Zie bijlage 8. SARE, RA Bladel, 41 folio 120-120v, 22.3.1728, Minnel. schikking erfgenamen Compaens en Mollen (erfgenaam). Zie bijlage 10. v SARE, RA Bladel, 41 fo. 107b - 108b, 12.1727, Erfdeling Matijs Mollen X Margarita Compaans (schoonzoon - erfdeler). Zie bijlage 8. SARE, RA Bladel, 41 folio 120-120v, 22.3.1728, Minnel. schikking erfgenamen Compaens en Mollen (man van Catharina). Zie bijlage 10. vi SARE, Bladel schepenbank, 40 fol. 235-236v, ±8.11.1722, Mindelijck accoort (bruidegom). Zie bijlage 11. SARE, RA Bladel, 41 fo. 107b - 108b, 12.1727, Erfdeling Matijs Mollen X Margarita Compaans (erfdeler). Zie bijlage 8. SARE, RA Bladel, 41 folio 120-120v, 22.3.1728, Minnel. schikking erfgenamen Compaens en Mollen (erfgenaam). Zie bijlage 10. SARE, RA Bladel, 41 folio 191, 20.3.1730, Zoek geraakte papieren (scheepen). Zie bijlage 12. SARE, RA Bladel, 41 folio 216-224, 21.10.1730, Inventaris van Maria Fabrij (verpondingsbeurder 1727). Zie bijlage 13. SARE, RA Bladel, 41 folio 232v-234v, 18.1.1731, Boedelscheiding familie Wijnants (man van Maria). Zie bijlage 14. SARE, RA Bladel, 41 folio 246v - 247, 23.6.1731, Verklaring Jan Mollen en Jan Panis (scheepen). Zie bijlage 15. SARE, RA Bladel, 42 folio 51v - 53, 29.8.1732, Minnelijk accoord Wijn. Wijnants en Jenna Jansen (momboir). Zie bijlage 16. SARE, RA Bladel, 42 folio 346v, 12.1.1741, testament (stiefvader). Zie bijlage 17. SARE, RA Bladel, 42 folio 317v-318v, 2.6.1742, Boedelschijding Francis Compaens (voogd). Zie bijlage 18. SARE, RA Bladel, 42 folio 318v-320v, 2.6.1742, Huur en verhuur nalatenschap van Francis Compaens (momboir). Zie bijlage 19. SARE, RA Bladel, 41 folio 244v, 3.5.1731, Verklaring van Jan Mollen en Jan Panis schepenen (schepen). Zie bijlage 20. vii SARE, Bladel schepenbank, 40 fol. 235-236v, ±8.11.1722, Mindelijck accoort (bruid). Zie bijlage 11. SARE, Bladel schepenbank, 40 folio 320-321b, 14.5.1725, deeling (erfdeelster). Zie bijlage 21. SARE, RA Bladel, 41 folio 232v-234v, 18.1.1731, Boedelscheiding familie Wijnants (erfdeelster). Zie bijlage 14. SARE, RA Bladel, 42 folio 346v, 12.1.1741, testament (zijn moeder). Zie bijlage 17. SARE, RA Bladel, 23 folio 145b - 146, 21.4.1751, verkoop grond (koopster). Zie bijlage 22. SARE, RA Bladel, 45 f. 145b - 148b, 16.1.1758, Oorkonde geestelijke rechten en pachten Reusel (eigenaresse no.73). Zie bijlage 23. viii SARE, Bladel schepenbank, 40 fol 231 232, ±7.11.1722, Erfenis Maria van Uijten wed. Hendrick Fabrij (erfnemer). Zie bijlage 24. SARE, RA Bladel, 42 folio 346v, 12.1.1741, testament (overleden vader). Zie bijlage 17. ix SARE, RA Bladel, 45 fo. 105b - 107b, 16.4.1757, Borgstelling van Cornelis Moonen voor een kind (staat borg). Zie bijlage 25. SARE, RA Bladel, 45 f. 145b - 148b, 16.1.1758, Oorkonde geestelijke rechten en pachten Reusel (belang hebbende zoon Cat. Fab. no.549). Zie bijlage 23. Reusel, H.W.R., Sché. 36+37+38 blz. 28-32, 3.1998, 3 artikelen over brand De Schéépers 36-37-38 (gedupeerde). Zie bijlage 26. x SARE, NA Bladel, 339 akte 114, 9.10.1850, testament (erflaatster). Zie bijlage 27. xi SARE, Reusel B.S., jaar 1728 akte 12, 4.10.1828, Overlijdensakte Petronella Beijsens (getuige). Zie bijlage 28. SARE, NA Bladel, 339 akte 114, 9.10.1850, testament (erflater). Zie bijlage 27. xii SARE, Reusel, 264, 14.2.1814, bevrijding van de Fransen (scheepen). Zie bijlage 29. xiii SARE, NA Bladel, 73 akte 64, 26.6.1871, Deling nalatenschap Hend. Lavrijsen X Marg. Mollen (erflaatster). Zie bijlage 30. xiv SARE, NA Bladel, 73 akte 64, 26.6.1871, Deling nalatenschap Hend. Lavrijsen X Marg. Mollen (erflater). Zie bijlage 30. = blad 66 =
xv SARE, RA Bladel, 41 folio 41b - 42, 11.5.1726, Machtiging voor Martinus Mollen door zijn vrouw (verkrijger). Zie bijlage 31. SARE, RA Bladel, 41 fo. 107b - 108b, 12.1727, Erfdeling Matijs Mollen X Margarita Compaans (erfdeler). Zie bijlage 8. SARE, RA Bladel, 41 folio 120-120v, 22.3.1728, Minnel. schikking erfgenamen Compaens en Mollen (erfgenaam). Zie bijlage 10. SARE, RA Bladel, 42 folio 15v -16v, 10.3.1732, Moord op Marten Mollen (vermoorde). Zie bijlage 32. SARE, RA Bladel, 23 folio 129-130b, 2.1.1751, Verkoop door de erfgenamen van Simon Adr Vosters (1e man van Margo Bruij.). Zie bijlage 33. SARE, RA Bladel, 45 folio 1-3, 19.4.1753, Erfdeling goederen Margo Bruijninx (vader - 1e man van Margo). Zie bijlage 34. SARE, RA Bladel, 42 16v - 18v, 10.3.1732, Getuigenverhoor over de moord op Marten Mollen (vermoorde). Zie bijlage 35. xvi SARE, RA Bladel, 41 folio 41b - 42, 11.5.1726, Machtiging voor Martinus Mollen door zijn vrouw (verlener). Zie bijlage 31. SARE, RA Bladel, 41 fo. 107b - 108b, 12.1727, Erfdeling Matijs Mollen X Margarita Compaans (vrouw van Martinus). Zie bijlage 8. SARE, AA Reusel, 22 folio 44, 3.2.1738, verkoop stukje heijde (verkoopster). Zie bijlage 36. SARE, Bladelschepenbank, 43 fo. 313b - 319b, 12.6.1749, inventaris (overleden vrouw). Zie bijlage 37. SARE, RA Bladel, 43 folio 313v-319v, 12.7.1749, Staat en inventaris van Jan Lavrijsen (overleden vrouw). Zie bijlage 38. SARE, RA Bladel, 23 folio 129-130b, 2.1.1751, Verkoop door de erfgenamen van Simon Adr Vosters (erfdeelster). Zie bijlage 33. SARE, RA Bladel, 45 folio 1-3, 19.4.1753, Erfdeling goederen Margo Bruijninx (erflaatster). Zie bijlage 34. xvii SARE, AA Reusel, 22 folio 44, 3.2.1739, verkoop stukje heijde (man verkoopster). Zie bijlage 36. SARE, RA Bladel, 43 folio 313v-319v, 12.7.1749, Staat en inventaris van Jan Lavrijsen (bruidegom). Zie bijlage 38. SARE, RA Bladel, 23 folio 129-130b, 2.1.1751, Verkoop door de erfgenamen van Simon Adr Vosters (2e man van Margo Bruij.). Zie bijlage 33. SARE, Bladel schepenbank, 44 126-126b, 10.4.1753, Afstand goederen (stiefvader die afstand doet). Zie bijlage 39. SARE, RA Bladel, 45 folio 1-3, 19.4.1753, Erfdeling goederen Margo Bruijninx (2e man van Margo Bruijninx). Zie bijlage 34. SARE, RA Bladel, 27 folio 116-117, 5.7.1775, Terug betaling lening aan kinderen Jan Lavrijsen (overleden man en vader). Zie bijlage 40. SARE, Bladelschepenbank, 43 fo. 313b - 319b, 12.6.1749, inventaris (bruidegom - verzoeker). Zie bijlage 37. xviii SARE, Bladelschepenbank, 43 fo. 313b - 319b, 12.6.1749, inventaris (bruid). Zie bijlage 37. SARE, RA Bladel, 43 folio 313v-319v, 12.7.1749, Staat en inventaris van Jan Lavrijsen (bruid). Zie bijlage 38. SARE, RA Bladel, 27 folio 116-117, 5.7.1775, Terug betaling lening aan kinderen Jan Lavrijsen (vrouw van Jan). Zie bijlage 40. xix SARE, RA Bladel, 23 folio 129-130b, 2.1.1751, Verkoop door de erfgenamen van Simon Adr Vosters (erfgename - dochter van Margo). Zie bijlage 33. SARE, Bladel schepenbank, 44 126-126b, 10.4.1753, Afstand goederen (erfdeelster). Zie bijlage 39. SARE, RA Bladel, 45 folio 1-3, 19.4.1753, Erfdeling goederen Margo Bruijninx (dochter - erfdeelster). Zie bijlage 34. xx Stamboom Sol xxi SARE, RA Bladel, 23 folio 129-130b, 2.1.1751, Verkoop door de erfgenamen van Simon Adr Vosters (man van Margo Mollen). Zie bijlage 33. SARE, RA Bladel, 45 folio 1-3, 19.4.1753, Erfdeling goederen Margo Bruijninx (schoonzoon - man van Margo). Zie bijlage 34. xxii SARE, Bladel schepenbank, 44 126-126b, 10.4.1753, Afstand goederen (erfdeelster). Zie bijlage 39. SARE, RA Bladel, 45 folio 1-3, 19.4.1753, Erfdeling goederen Margo Bruijninx (dochter - erfdeelster). Zie bijlage 34. xxiii SARE, Bladel schepenbank, 44 126-126b, 10.4.1753, Afstand goederen (erfdeelster). Zie bijlage 39. SARE, RA Bladel, 45 folio 1-3, 19.4.1753, Erfdeling goederen Margo Bruijninx (dochter - erfdeler). Zie bijlage 34. xxiv SARE, RA Bladel, 45 folio 1-3, 19.4.1753, Erfdeling goederen Margo Bruijninx (schoonzoon - man van Jennemarie). Zie bijlage 34. xxv SARE, Bladel schepenbank, 44 126-126b, 10.4.1753, Afstand goederen (erfdeelster). Zie bijlage 39. SARE, RA Bladel, 45 folio 1-3, 19.4.1753, Erfdeling goederen Margo Bruijninx (dochter - erfdeelster). Zie bijlage 34. xxvi SARE, RA Bladel, 45 f. 145b - 148b, 16.1.1758, Oorkonde geestelijke rechten en pachten Reusel (belang hebbende no.66). Zie bijlage 23. SARE, RA Bladel, 46 folio 41-43, 20.1.1759, onenigheid (slachtoffer). Zie bijlage 41. xxvii SARE, NA Bladel, 59 akte 49-50, 29.3.1856, testament (erflater). Zie bijlage 42. SARE, NA Bladel, 62 akte 119, 8.10.1859, inventarisatie (opdrachtgever). Zie bijlage 43. Reusel, H.W.R., De Schééper 33, 6.1997, Tussen Lensheuvel en Weijereind door J.W.Hagen (genoemde). Zie bijlage 44. xxviii SARE, NA Bladel, 340 akte 26, 17.2.1852, deling nalatenschap (erflater). Zie bijlage 45. xxix SARE, NA Bladel, rep. doos 38 akte 73, 13.5.1845, efdeeling (erfdeeler). Zie bijlage 46. = blad 67 =
= blad 68 =