Voorganger Ouderling v. dienst Organist Lector : mw. C. de Poel : mw. W. Brinkhuis : dhr. H. Dorsman : mw.a. Dertien Welkom in de Menorah
Lied 836: 1a, 2 en 5
Lied 836: 1b, 2 en 5
Lied 836: 1, 2a en 5
Lied 836: 1, 2b en 5
Lied 836: 1, 2 en 5a
Lied 836: 1, 2 en 5b
Voorganger Ouderling v. dienst Organist Lector : mw. C. de Poel : mw. W. Brinkhuis : dhr. H. Dorsman : mw.a. Dertien Welkom in de Menorah
Aanvangslied: Psalm 65: 1a en 2
Aanvangslied: Psalm 65: 1b en 2
Aanvangslied: Psalm 65: 1 en 2 Zalig wie door U uitverkoren mag wonen in uw hof, hoezeer hij door zijn schuld verloren terneerlag in het stof. Wij worden door U begenadigd die heilig zijt en goed. Gij die ons in uw huis verzadigt met alle overvloed.
bemoediging groet drempelgebed
Psalm 65: 5 Gij komt het dorre land doorschrijden met water uit uw beek en tot een rijke oogst bereiden, uw voetstap maakt het week. Gij druipt uw zegen in de voren, Gij roept het kiemend graan; zo wordt het brood voor ons geboren waar Gij zijt voorgegaan.
Kyriëgebed
Lied 463: 6, 7 en 8 v. zo bidden wij zingend... a.
Lied 463: 6, 7 en 8 v. zo bidden wij zingend... a.
Lied 463: 6, 7 en 8 v. zo bidden wij zingend... a.
Loflied: Lied 869: 1a, 6 en 7
Loflied: Lied 869: 1b, 6 en 7
Loflied: Lied 869: 1, 6 en 7 Ik wil U, Heer, mijn leven lang van ganser harte prijzen en in mijn lied, mijn lofgezang mijn dank aan U bewijzen. Mijn hart, verheug u in de Heer, lichaam en ziel, verblijd u zeer! Geef onze God de ere!
Loflied: Lied 869: 1, 6 en 7 Gij allen die van Christus zijt, geef onze God de ere! Die t merk draagt van zijn majesteit, geef onze God de ere! Roep, al wie goden zijn ten spot: De Heer is God, de Heer is God! Geef onze God de ere!
Schriftlezing: Nehemia 9: 15 20 15 Wanneer ze honger hadden gaf u hun brood uit de hemel, wanneer ze dorst hadden liet u water voor hen uit een rots stromen. U beval hun het land binnen te gaan en in bezit te nemen, het land dat u hun onder ede had beloofd. 16 Maar onze voorouders hebben zich misdragen; koppig als ze waren luisterden ze niet naar uw geboden. 17 Ze weigerden te luisteren en ze vergaten de wonderen die u voor hen verricht had. Koppig stelden ze een nieuwe leider aan, ze wilden weer slaven worden in Egypte. Maar u bent een God van vergeving, genadig en liefdevol, geduldig en zeer trouw: U verliet hen niet.
Schriftlezing: Nehemia 9: 15 20 18 Ze tergden u door een stierkalf te gieten en te zeggen: Dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid! 19 Maar liefdevol als u bent, hebt u hen zelfs toen, daar in de woestijn, niet verlaten. Boven hen stond steeds de wolkkolom om hun bij dag de weg te wijzen, en s nachts was er de vuurzuil die de weg verlichtte waarlangs ze moesten gaan. 20 U gaf hun uw goede geest, en zo verkregen ze inzicht; u stilde hun honger met manna, u leste hun dorst met water.
Lied 382: 1a en 2
Lied 382: 1b en 2
Lied 382: 1 en 2 Waarom toch uw geld en uw moeite te geven voor wat niet verzadigt, het hart niet verblijdt? Kom allen tot mij en uw ziel zal herleven van spijs en van drank die voor eeuwig gedijt. Hier weet gij met harten, met handen en monden dat God met zijn volk zich voorgoed heeft verbonden.
Schriftlezing: Matteus 14: 13 21 13 Toen Jezus hiervan hoorde, week hij per boot uit naar een afgelegen plaats waar hij alleen kon zijn. Maar de mensen kwamen het te weten, en vanuit de steden volgden ze hem over land. 14 Toen hij uit de boot stapte en de grote menigte zag, voelde hij medelijden met hen en hij genas hun zieken. 15 Bij het vallen van de avond kwamen de leerlingen naar hem toe en zeiden: Dit is een afgelegen plaats en het is al laat. Stuur de mensen weg, laat ze naar de dorpen gaan om eten voor zichzelf te kopen. 16 Maar Jezus zei: Ze hoeven niet weg, geven jullie hun maar te eten
Schriftlezing: Matteus 14: 13 21 17 Ze antwoordden hem: We hebben hier niets, alleen vijf broden en twee vissen. 18 Hij zei: Breng ze mij. 19 En nadat hij de mensen opdracht had gegeven op het gras te gaan zitten, nam hij de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit en brak de broden; hij gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze door aan de mensen. 20 Iedereen at en werd verzadigd, en toen ze de stukken brood die over waren ophaalden, hadden ze twaalf manden vol. 21 Er hadden ongeveer vijfduizend man gegeten, vrouwen en kinderen niet meegeteld.
Lied 383: 1, 2 en 3
Lied 383: 1, 2 en 3 Zeven is voldoende toen en nu, zeven is voldoende alle dagen van ons leven, dank zij U. Zeven is voldoende, brood en vis, Jezus is voldoende voor ons allen als de kring gesloten is.
Overdenking
Lied 836: 1a, 2 en 5
Lied 836: 1b, 2 en 5
Lied 836: 1, 2a en 5
Lied 836: 1, 2b en 5
Lied 836: 1, 2 en 5a
Lied 836: 1, 2 en 5b
Dankgebed en voorbede Stil gebed Onze Vader
1e rondgang 2e rondgang Deurcollecte : Zending en Werelddiaconaat : Pastoraat : Eigen jeugdwerk
Voor : Mevr. T. Kromkamp - de Vries Mevr. I. Rozema - van Hoorn
Slotlied: Lied 984
Slotlied: Lied 984 Gezegend die de aarde maakt, de grenzen van de zee bewaakt, ontluiken doet het jonge groen, de kleurenpracht van elk seizoen. Gezegend die een woonplaats maakt voor wat beweegt en ademhaalt: de dieren in het vrije veld, de vogels in hun zingend spel.
Slotlied: Lied 984 Gezegend die de mensen roept tot liefde, vruchtbaarheid en moed, om voor elkander te bestaan in eerbied voor zijn grote naam. Gezegend zijt Gij om uw woord dat ons tot vrede heeft bekoord, tot leven dat van lijden weet en liefde die geen einde heeft.
Slotlied: Lied 984 Gezegend zijt Gij om de Geest die van de aanvang is geweest: de adem die ons gaande houdt en in het eind in U behoudt.
Zending en Zegen
U bent van harte welkom in de foyer voor een kopje koffie of thee. Voor meer info zie: MenorAgenda of www.pgdrachtenoost.nl
Allen een goede zondag toegewenst