De rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel De bevordering, de interne personeelsmobiliteit, het opdrachthouderschap en de waarneming van een hogere functie Een vacante betrekking in de gemeenteadministratie kan worden ingevuld door aanwerving, door bevordering, door interne personeelsmobiliteit of door een combinatie van aanwerving en bevordering, een combinatie van aanwerving en interne personeelsmobiliteit, een combinatie van bevordering en interne personeelsmobiliteit of een combinatie van aanwerving, bevordering en interne personeelsmobiliteit. In een vorige bijdrage (VTS 2009/213, deel 3 van deze reeks) hebben we aandacht besteed aan de aanwerving. In dit artikel (deel 4) gaan we dieper in op de bevordering, de interne personeelsmobiliteit, het opdrachthouderschap en de waarneming van een hogere functie. De bevordering De bevordering is de aanstelling van een personeelslid in een functie van een graad van een hogere rang. De graad is de benaming voor een groep van gelijkwaardige functies of de benaming voor een specifieke functie. Een bevordering is alleen mogelijk in een vacante betrekking van de personeelsformatie. De vacante betrekking kan een statutaire of een contractuele betrekking zijn. Daarbij dient opgemerkt te worden dat betrekkingen die ingesteld zijn ter uitvoering van werkgelegenheidsmaatregelen van de hogere overheid (bijvoorbeeld gesubsidieerde contractuelen) niet opgenomen worden in de personeelsformatie. De volgende personeelsleden kunnen deelnemen aan een bevorderingsprocedure: 1. de vast aangestelde statutaire personeelsleden die aan de bevorderingsvoorwaarden voldoen (ongeacht hun administratieve stand); 2. de contractuele personeelsleden die aan de bevorderingsvoorwaarden voldoen, als ze: - na de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn na eenzelfde aanwervings- en selectieprocedure als voor de statutaire personeelsleden aangesteld zijn en de proeftijd hebben beëindigd; - voor de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007 aangesteld werden na een externe bekendmaking van de vacature en dezelfde selectieprocedure als bij vacatures in statutaire betrekkingen. Dit houdt onder andere in dat gesubsidieerde contractuelen die in dienst werden genomen louter op basis van een verwijzing van de tewerkstellingsdiensten zonder dat een oproep of een selectie werd georganiseerd, niet kunnen deelnemen aan een bevorderingsselectie. Het bewijs dat een personeelslid na een externe bekendmaking en een gelijkwaardige selectieprocedure bij het lokaal bestuur in dienst is getreden, wordt in eerste instantie door het lokaal bestuur geleverd. Een externe bekendmaking mag niet uitsluitend gericht zijn op de interne personeelsleden. De externe bekendmaking moet duidelijk gericht geweest zijn op kandidaten die niet tot het eigen personeel behoren. Het moet daarbij de bedoeling zijn geweest om externe kandidaten aan te trekken voor een vacature bij het lokaal bestuur. Een bekendmaking op de website van het lokaal bestuur alleen wordt niet beschouwd als een externe bekendmaking. Een bekendmaking op de website van het lokaal bestuur alleen wordt niet beschouwd als een externe bekendmaking Hieruit volgt dat aan een bevorderingsprocedure, in tegenstelling tot een aanwervingsprocedure, alleen personeelsleden kunnen deelnemen die in dienst zijn van het lokaal bestuur. Bijgevolg komen contractuele personeelsleden, die in dienst zijn getreden via een aanwervingsprocedure en een selectieprocedure die anders en eenvoudiger is dan die voor de statutaire functies, dus niet in aanmerking voor een bevorderingsprocedure. Vlaams Tijdschrift voor Sportbeheer 49 N 215 VTS215_bnw.indd 49 12/02/10 09:31
De bepaling ongeacht hun administratieve toestand houdt in dat de lokale rechtspositieregeling de deelname aan de bevorderingsselectie voor de statutaire personeelsleden niet kan beperken tot de statutaire personeelsleden die zich in de administratieve toestand dienstactiviteit bevinden. Loopbaanonderbreking wordt in de huidige stand van de wetgeving gelijkgesteld met dienstactiviteit. Een statutair personeelslid in de toestand nonactiviteit kan zelf bepalen of het aan die toestand een einde wil maken voor een eventuele bevordering. Een statutair personeelslid in disponibiliteit kan via een bevordering weer in actieve dienst komen. Een personeelslid in disponibiliteit wegens ziekte kan niet uitgesloten worden van kandidaatstelling. Bovendien zou de verwijzing naar de administratieve toestand als voorwaarde om aan een bevorderingsprocedure te kunnen deelnemen ook de contractuele personeelsleden uitsluiten, omdat de administratieve toestanden op hen niet van toepassing zijn. Vroeger was de bevordering voorbehouden voor statutaire personeelsleden en konden contractuele personeelsleden niet deelnemen aan een bevorderingsprocedure. Voortaan komen zowel statutaire als contractuele personeelsleden in aanmerking voor bevordering. Het is dus mogelijk dat contractuele personeelsleden bevorderen naar een statutaire betrekking van een hogere rang en dat statutaire personeelsleden bevorderen naar een contractuele betrekking van een hogere rang. Een statutair personeelslid dat via bevordering een contractuele betrekking in het eigen bestuur opneemt, krijgt, in toepassing van artikel 211 van het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007, maximaal voor de duur van de aanstelling onbetaald verlof in zijn statutaire betrekking. De gemeenteraad kan echter de loopbanen van de statutaire en contractuele personeelsleden gescheiden houden en bepalen dat statutaire personeelsleden toegang hebben tot statutaire betrekkingen en contractuele personeelsleden tot contractuele betrekkingen. In dat geval moet de gemeenteraad dat principe opnemen in de lokale rechtspositieregeling. Als de gemeenteraad dat onderscheid niet maakt, kunnen alle personeelsleden, ongeacht de aard van hun dienstverband, deelnemen aan alle bevorderingsexamens, als ze aan de bevorderingsvoorwaarden voldoen. Het is niet mogelijk om de bevordering uitsluitend voor te behouden voor contractuele personeelsleden. Dat zou een statutariseringsoperatie zijn die indruist tegen de gelijke behandeling van contractuele en statutaire personeelsleden. Als een statutair personeelslid bevorderd wordt naar een statutaire betrekking van een hogere rang, heeft de proeftijd geen wijziging van het socialezekerheidsstelsel tot gevolg. Dat is wel het geval als een statutair personeelslid bevordert van een statutaire betrekking naar een contractuele betrekking van een hogere rang. Wanneer een contractueel personeelslid bevorderd wordt naar een contractuele betrekking van een hogere rang, krijgt hij een nieuwe arbeidsovereenkomst. Aan een bevorderingsprocedure kunnen alleen personeelsleden in dienst van het lokaal bestuur deelnemen Voor een bevordering moet de aanstellende overheid een oproep tot kandidaten organiseren. Zij beoordeelt de geldigheid van de ingediende kandidaturen. Als de gemeenteraad de aanstellende overheid is, beoordeelt het college van burgemeester en schepenen de geldigheid van de kandidaturen. Dat is het geval voor de gemeentesecretaris, de financieel beheerder en de leden van het managementteam (als de gemeenteraad de aanstellingsbevoegdheid niet heeft gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen). De kandidaten voor de bevordering moeten: 1. een door de gemeenteraad te bepalen minimale anciënniteit hebben (ofwel dienstanciënniteit, ofwel niveauanciënniteit, ofwel graadanciënniteit, ofwel een combinatie van die anciënniteiten); 2. een gunstig evaluatieresultaat hebben voor de periodieke evaluatie of voor de specifieke evaluatie; 3. zo nodig, het vereiste diploma hebben; 4. slagen voor een selectieprocedure. De gemeenteraad kan aanvullende bevorderingsvoorwaarden vaststellen. Inzake anciënniteit kan het lokaal bestuur opteren voor dienstanciënniteit, niveauanciënniteit, graadanciënniteit of een combinatie van die anciënniteiten. Deze administratieve anciënniteiten gelden voortaan ook voor de contractuele personeelsleden. In het verleden bouwden contractuele personeelsleden alleen schaalanciënniteit en dienstanciënniteit op, maar geen niveau- en graadanciënniteit. De administratieve anciënniteiten mogen niet verward worden met de geldelijke anciënniteit, die de basis is voor de individuele loonberekening. De graad-, niveau- en dienstanciënniteit bestaan uit de werkelijke diensten die bij een overheid werden gepresteerd. Onder werkelijke diensten worden alle diensten verstaan die recht geven op het salaris of die, voor de statutaire personeelsleden, gelijkgesteld worden met dienstactiviteit. De graadanciënniteit bestaat uit de werkelijke diensten bij een overheid sinds de aanstelling op proef in een bepaalde graad of een daarmee vergelijkbare graad. De niveauanciënniteit bestaat uit de werkelijke diensten bij een overheid sinds de aanstelling op proef in een of meer graden van een bepaald niveau of een daarmee vergelijkbaar niveau. De dienstanciënniteit bestaat uit de werkelijke diensten die gepresteerd zijn bij een overheid. De schaalanciënniteit is de anciënniteit, verworven bij een bestuur in een bepaalde salarisschaal van de functionele loopbaan van een bepaalde graad. Ze begint, tenzij anders bepaald, vanaf de aanstelling op proef in die graad. Zij speelt alleen een rol binnen de functionele loopbaan binnen een graad. Als overheid worden beschouwd: de provincies, de gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; de diensten en instellingen van de federale overheid, van de gemeenschappen en de gewesten; de diensten en instellingen van de Europese Unie; de diensten en instellingen van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte 50 VTS215_bnw.indd 50 12/02/10 09:31
De bevorderingsmogelijkheden zijn niet beperkt tot niveauoverschrijdende bevordering of tot bevordering binnen het niveau. Het besluit van 7 december 2007 van de Vlaamse regering biedt ruimte voor andere formules. Zo kan de gemeenteraad in de lokale rechtspositieregeling erin voorzien dat personeelsleden die als gevolg van een lange ervaring of op basis van hun inzet en talent op een hoger niveau functioneren of die door opleidingen hun potenen de lokale overheden van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte. De gemeenteraad kan bepalen dat graadanciënniteit, niveauanciënniteit en dienstanciënniteit toegekend worden aan personeelsleden met beroepservaring in de privésector of als zelfstandige, als die beroepservaring relevant is voor de functie waarin het personeelslid wordt aangesteld. De gemeenteraad kan bepalen dat die anciënniteit ook recht geeft op de toekenning van schaalanciënniteit. Anciënniteit wijst op ervaring. De keuze tussen de anciënniteiten wijst op de aard van de ervaring die het bestuur kiest in het belang van de functie. Niveauanciënniteit geeft informatie over de ervaring en het vermogen om op een bepaald niveau te functioneren. Graadanciënniteit verwijst naar een specifiekere ervaring. De gunstige evaluatie kan inhouden dat: de kandidaten geen ongunstig evaluatieresultaat hebben gekregen tijdens meerdere periodieke evaluaties; de laatste evaluatie gunstig was; de specifieke evaluatie gunstig was. De inhoud van de periodieke evaluatie of evaluaties kan een element zijn in de beoordeling van de kandidaten. Zo kunnen evaluaties voor de uitoefening van de vroegere functie relevant zijn voor de toekomstige functie als voor die toekomstige functie dezelfde competentievereisten gelden. De relevantie van periodieke evaluaties is geringer als de toekomstige functie specifieker is. De evaluaties in het verleden hebben dan een geringere voorspellende waarde voor de toekomstige functieuitoefening. Als met evaluaties uit het verleden rekening gehouden wordt bij de beoordeling van kandidaten, moet daarmee rekening gehouden worden voor alle kandidaten. De specifieke evaluatie voor een bevordering kan de vorm aannemen van een potentieelinschatting. Die potentieelinschatting is dan een onderdeel van de selectie en het resultaat van die inschatting vormt een element van de vergelijking van de kandidaten. De vroegere voorwaarden in verband met de salarisschaal (titularis zijn van de tweede salarisschaal van de functionele loopbaan) en met de vorming (basisvorming en voortgezette vorming gevolgd hebben) vallen weg. Vorming kan wel een aanvullende bevorderingsvoorwaarde zijn of kan een element zijn in de vergelijking van de kandidaten. De drie basisvoorwaarden voor bevordering zijn dus: ervaring (uitgedrukt in anciënniteit), evaluatie en selectie. Als de functie of een beschermde titel dat vereist, is het diploma een vierde vereiste. Voor de functies in de rang Cx (C4-C5) valt het bezit van een getuigschrift van de bestuursschool of van een attest van een aanvullende vorming weg. Die voorwaarde is niet langer een verplichting, maar het lokaal bestuur kan die voorwaarde in haar lokale rechtspositieregeling behouden. Er wordt geen algemeen geldende diplomavereiste meer opgelegd voor de bevordering naar een functie van niveau B. Voortaan is het mogelijk dat een personeelslid bevordert van het niveau C naar het niveau B zonder dat het een bachelordiploma heeft. Een diploma wordt wel gevraagd voor gespecialiseerde functies, expertfuncties en beschermde titels. De gemeenteraad kan zelf accenten leggen in zijn bevorderingsbeleid. Hij kan minder de nadruk leggen op ervaring en de anciënniteit beperkt houden en meer het accent leggen op de selectie. De gemeenteraad kan voor bepaalde functies ervoor opteren om meer belang te hechten aan de inhoud van de evaluaties en ervaring. De gemeenteraad kan ook aanvullende voorwaarden inzake vorming en opleiding opleggen. tieel vergroot hebben, kunnen deelnemen aan een bevorderingsexamen voor een hogere rang waaraan ze vroeger niet konden deelnemen. Het is dus mogelijk, op voorwaarde dat de lokale rechtspositieregeling daarin voorziet, dat een personeelslid van niveau C dat op niveau B functioneert, maar door gebrek aan vacatures geen kans heeft gekregen om tot een graad van Bv (met salarisschalen C1-C3) te bevorderen, deelneemt aan een bevorderingsexamen in een graad van rang Bx (met de salarisschalen B4-B5). Alleen de kandidaten die voldoen aan de bevorderingsvoorwaarden, worden toegelaten tot de selectieprocedure. Voor het begin van de selectieprocedure worden de kandidaten die niet tot de selectieprocedure worden toegelaten daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht met vermelding van de reden waarom ze niet tot de selectieprocedure worden toegelaten. De gemeenteraad kan bepalen dat de bevordering gepaard gaat met een proeftijd. De gemeenteraad is echter niet verplicht om voor een bevordering een proeftijd op te leggen. De proeftijd bij bevordering mag niet langer zijn dan de proeftijd die geldt voor dezelfde functie bij aanwerving. De bepalingen die gelden voor de evaluatie van de proeftijd van een aanwerving gelden ook voor de eventuele proeftijd bij een bevordering. Voor de selectieprocedure bij bevordering gelden dezelfde bepalingen als voor de selectie bij aanwerving. De gemeenteraad kan in de rechtspositieregeling bepalen dat een personeelslid dat al geslaagd is voor een onderdeel van de selectie voor een functie van dezelfde graad vrijgesteld is voor datzelfde onderdeel, als het opnieuw deelneemt aan de selectieprocedure. Het personeelslid behoudt dan voor dat onderdeel zijn eerder behaalde resultaat. De gemeenteraad bepaalt dat de geslaagde kandidaten ofwel: 1. onbeperkt het voordeel van hun selectieresultaat behouden en op basis daarvan in aanmerking blijven komen voor een bevordering in een Vlaams Tijdschrift voor Sportbeheer 51 N 215 VTS215_bnw.indd 51 12/02/10 09:31
functie van de graad waarvoor ze geslaagd zijn; 2. opgenomen worden in een bevorderingsreserve waarvan de gemeenteraad de maximale geldigheidsduur vaststelt. Als de geslaagde kandidaten opgenomen worden in een bevorderingsreserve, bepaalt de aanstellende overheid de geldigheidsduur van de bevorderingsreserve. Daarbij moet ze rekening houden met de door de gemeenteraad vastgestelde maximale duur. De interne personeelsmobiliteit Artikel 105, 2,6 van het gemeentedecreet bepaalt dat de gemeenteraad in de rechtspositieregeling onder andere de interne mobiliteit regelt. De gemeenteraad moet daarbij rekening houden met de bepalingen van artikel 75 tot en met 79 van het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007. Onder interne personeelsmobiliteit voor de vervulling van een vacature wordt verstaan: de heraanstelling van een personeelslid in een vacante betrekking van de personeelsformatie die in dezelfde graad of in een andere graad van dezelfde rang is ingedeeld. Deze omschrijving heeft zowel betrekking op de functiewijziging (binnen dezelfde graad) als op de graadverandering. De heraanstelling kan gebeuren in een vacante statutaire of een vacante statutaire betrekking in de personeelsformaties. Betrekkingen ingesteld in het kader van tewerkstellingsmaatregelen van de hogere overheid komen bijgevolg niet in aanmerking voor interne personeelsmobiliteit. De interne personeelsmobiliteit is een horizontale personeelsbeweging binnen dezelfde rang. Bij de bevordering daarentegen gaat het om een verhoging in rang. Interne personeelsmobiliteit gebeurt tussen: functies van dezelfde graad. De graad is de benaming voor een groep van gelijkwaardige functies of de benaming voor een specifieke functie. Deze vorm van interne personeelsmobiliteit wordt ook functiewijziging binnen een graad genoemd; functies van verschillende graad, maar van dezelfde rang. Deze vorm van interne personeelsmobiliteit wordt ook graadverandering genoemd. Interne personeelsmobiliteit is in veel gemeentebesturen nog geen traditie om betrekkingen te vervullen. Meestal beperkt de interne personeelsmobiliteit zich tot een vorm van herplaatsing of mutatie wanneer een personeelslid slecht functioneert. Als een gemeentebestuur positief met interne personeelsmobiliteit omgaat, kan het extra kansen bieden aan het personeel. Essentieel bij interne personeelsmobiliteit is dat de heraanstelling gebeurt op vrijwillige basis na een kandidaatstelling. Als een gemeentebestuur positief met interne personeelsmobiliteit omgaat, kan zij extra kansen bieden aan het personeel Voor de deelname aan een procedure van een interne personeelsmobiliteit komen de volgende personeelsleden in aanmerking: 1. de vast aangestelde statutaire personeelsleden die aan de bevorderingsvoorwaarden voldoen (ongeacht hun administratieve stand); 2. de contractuele personeelsleden die aan de voorwaarden voldoen, als ze: - na de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007 na eenzelfde aanwervings- en selectieprocedure als voor de statutaire personeelsleden aangesteld zijn en de proeftijd beëindigden; - voor de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007 aangesteld werden na een externe bekendmaking van de vacature en dezelfde selectieprocedure als bij vacatures in statutaire betrekkingen. Personeelsleden die in aanmerking komen voor een bevorderingsprocedure komen bijgevolg ook in aanmerking voor de vervulling van een vacature door interne personeelsmobiliteit. De kandidaten moeten ten minste: 1. een door de gemeenteraad bepaalde minimum graadanciënniteit hebben; 2. een gunstig evaluatieresultaat hebben voor de laatste evaluatie; 3. voldoen aan de competentievereisten van de functiebeschrijving voor de functie; 4. (zo nodig) voldoen aan de diplomavereiste voor de functie. Bij de vervulling van een vacature via interne mobiliteit gelden dezelfde basisregels inzake gelijke behandeling en objectiviteit als bij de andere procedures voor de vervulling van een vacature (aanwerving of bevordering). Er is een oproep tot de kandidaten. Bovendien moeten de kandidaten vergeleken worden op basis van een selectie. De selectieprocedure is echter lichter dan bij de aanwerving en de bevordering. Dat is het gevolg van het feit dat de kandidaten al aan een selectieprocedure werden onderworpen voor de functie of de graad en daarbij bewezen hebben dat ze op het niveau van die functie of graad kunnen functioneren. De gemeenteraad stelt de procedure voor de interne personeelsmobiliteit vast. De procedure regelt ten minste: 1. de interne bekendmaking van de vacature; 2. de wijze van kandidaatstelling en de minimale termijnen ervoor; 3. de wijze waarop wordt nagegaan of de kandidaten voldoen aan de competentievereisten. De selectie kan bestaan in een eenvoudige toetsing van de kandidaten aan de selectiecriteria en een systematische vergelijking van titels en verdiensten. Dat kan gebeuren op basis van een gestandaardiseerd formulier over het curriculum vitae voor de kandidaatstelling. De selectie kan ook gebeuren aan de hand van een specifieke selectietechniek. In dat geval kan gebruik gemaakt worden van een gestandaardiseerde vragenlijst voor het curriculum vitae en een gestructureerd interview of een psychotechnische proef of een praktische proef. Vlaams Tijdschrift voor Sportbeheer 53 N 215 VTS215_bnw.indd 53 12/02/10 09:32
De heraanstelling is definitief. Het gaat dus niet om een tijdelijke verandering van functie, maar om een duurzame nieuwe aanstelling in een andere functie. Dat betekent echter niet dat heraangestelde personeelsleden niet meer in aanmerking komen voor andere personeelsbewegingen, zoals bevordering. Er is geen proeftijd. De aanstellende overheid beslist over de heraanstelling. Dat betekent dat het college van burgemeester en schepenen (meestal) bevoegd is voor de heraanstelling. Voor contractuele personeelsleden kan de interne personeelsmobiliteit voor gevolg hebben dat omwille van de verandering van de functie-inhoud een nieuwe arbeidsovereenkomst moet afgesloten worden. Het personeelslid behoudt na de heraanstelling in een andere functie, ongeacht of die tot dezelfde of tot een andere graad behoort, de salarisschaal en de schaalanciënniteit die het verworven had in de functionele loopbaan van zijn vorige functie. Of de nieuwe functie tot dezelfde of tot een andere graad behoort, speelt daarbij geen rol. Daarmee wordt een belemmering voor de interne personeelsmobiliteit opgeheven, omdat vroeger het behoud van schaalanciënniteit facultatief en beperkt was tot de functiewijziging. Het opdrachthouderschap De gemeenteraad kan een stelsel van opdrachthouderschap vaststellen in de rechtspositieregeling. De gemeenteraad is echter niet verplicht om een stelsel van opdrachthouderschap op te nemen in de rechtspositieregeling. Op die manier kan het bestuur indienstzijnde personeelsleden belonen als ze binnen hun functie belast worden met een project of een tijdelijke opdracht die hun werklast en hun verantwoordelijkheden verzwaart en die extra eisen stelt. Bij het opdrachthouderschap wordt een personeelslid in dienst belast met een in de tijd beperkte opdracht die zijn functie naar taakinhoud, verant- woordelijkheid en functievereisten aanzienlijk verzwaart. Het opdrachthouderschap kan alleen toegepast worden op functies in graden van niveau A, B en C en op personeelsleden die de proeftijd beëindigd hebben. Zowel statutaire als contractuele personeelsleden komen in aanmerking voor het opdrachthouderschap. Personeelsleden die de proeftijd nog niet beëindigd hebben, komen niet in aanmerking voor het opdrachthouderschap. Het opdrachthouderschap veronderstelt de instemming van het personeelslid. Het opdrachthouderschap mag niet verward worden met het mandaatstelsel. Bij het opdrachthouderschap gaat het niet om het vervullen van een vacante functie in de personeelsformatie. Het gaat om de tijdelijke verzwaring van de taakinhoud van de functiehouder van een niet-vacante functie. Bij het mandaat wordt een vacante functie in de personeelsformatie vervuld. De gemeentesecretaris brengt de personeelsleden die daarvoor wegens de aard van hun functie in aanmerking komen op de hoogte van de opdracht. Die mededeling vermeldt de opdracht, de gevraagde competenties en de uiterste datum voor de kandidaatstelling. De gemeentesecretaris beslist als verantwoordelijke voor het dagelijkse personeelsbeleid over het opdrachthouderschap. Het gaat niet om een nieuwe aanstelling in een andere functie, maar om een tijdelijke taaktoewijzing. De gemeentesecretaris beslist op basis van een vergelijking van de kandidaten over de toewijzing van de opdracht. De secretaris toetst daarvoor de ingediende kandidaturen aan de opdracht en aan de competentievereisten. De gemeenteraad kan bepalen dat de opdrachthouder voor de duur van de opdracht een toelage krijgt. In tegenstelling tot de sectorale akkoorden bestaat de beloning voor het opdrachthouderschap voor het statutaire gemeentepersoneel niet in de toekenning van een hogere salarisschaal, maar in de toekenning van een toelage. De toelage voor opdrachthouderschap kan alleen toegekend worden voor de duur van de opdracht. De toelage is gelijk aan de toelage die het personeelslid zou ontvangen als het een functie van de naast hogere graad zou waarnemen. De toelage voor opdrachthouderschap wordt maandelijks samen met het salaris betaald. De waarneming van een hogere functie De waarneming van een hogere functie biedt als voordeel dat interne personeelsleden die vertrouwd zijn met de werking van het bestuur of van de dienst op korte termijn kunnen ingeschakeld worden in een dienst waar een personeelslid moet worden vervangen. De waarneming van een hogere functie is niet de enige mogelijkheid om een afwezig personeelslid te vervangen. Het bestuur kan het afwezige personeelslid vervangen door een contractuele vervanger of de taken voorlopig verdelen over meerdere personeelsleden. De waarneming van een hogere functie kan toegepast worden voor de vervanging van een titularis die tijdelijk afwezig is of voor een beperkte duur voor een functie die definitief vacant is in afwachting van de selectie van de nieuwe titularis. In tegenstelling tot het opdrachthouderschap gaat het bij de waarneming van een hogere functie om een aanstelling in een functie. De waarnemer draagt alle verantwoordelijkheden van de hogere functie. Het voordeel is dat interne personeelsleden op korte termijn kunnen worden ingeschakeld in een dienst waar een personeelslid wordt vervangen De gemeenteraad kan bepalen dat een functie waargenomen wordt door een vast aangesteld statutair personeelslid van een lagere graad, als de titularis van de functie tijdelijk afwezig is of als de functie vacant is. Een lagere graad is een functie die door bevordering rechtstreeks toegang geeft tot de waar te nemen functie. 54 VTS215_bnw.indd 54 12/02/10 09:32
De waarneming van de hogere functie in een betrekking die definitief vacant is, mag ten hoogste zes maanden duren. Indien dat noodzakelijk is voor de goede werking van de dienst kan die termijn verlengd worden. Voorwaarde is wel dat bij de verlenging de procedure voor de definitieve vervulling van de betrekking is ingezet. De waarneming van een hogere functie in een betrekking die niet definitief vacant is, mag niet langer dan twee jaar duren. De beperking in de tijd voorkomt misbruiken en het eventueel stilzitten van het bestuur om de functie volgens de normale procedures te vervullen. De aanstellende overheid beslist op voorstel van de gemeentesecretaris wie de hogere functie waarneemt. De gemeenteraad kan bepalen dat aan de statutaire personeelsleden die een hogere functie waarnemen een waarnemingstoelage wordt toegekend. Voor de toekenning van de toelage moet de waarneming van de hogere functie ten minste dertig opeenvolgende kalenderdagen beslaan. De toelage is gelijk aan het verschil tussen het salaris dat het personeelslid bij een bevordering in de waargenomen functie zou ontvangen en het salaris dat het personeelslid in zijn werkelijke functie ontvangt. In het salaris zijn de haard- of standplaatstoelage en elke andere salaristoeslag inbegrepen. Aan de contractuele personeelsleden wordt het salaris toegekend in de salarisschaal, die verbonden is aan de hogere functie. Voor contractuele personeelsleden die een hogere functie waarnemen, moet een addendum aan hun arbeidsovereenkomst toegevoegd worden om betwistingen bij het einde van de waarneming te voorkomen. Arnold Blockerije, stadssecretaris Ninove Trefwoord(en): gemeentedecreet, rechtspositieregeling VTS215_bnw.indd 55