Montagehandleiding 31702

Vergelijkbare documenten
Compactvloerverwarming

Informatie over verwarmen en koelen

Montagehandleiding 54502

Quality Heating elektrische vloerverwarming

Leginstructies. Natural Floor VOORAF. Europese Eik Europese Productie. Acclimatisering. Omgevingstemperatuur en Relatieve Luchtvochtigheid

Gomatherm. Vloerverwarming

Bij het droogbouwsysteem van SCHÜTZ worden de verwarmingsbuizen m.b.v. warmtegeleidingsprofielen binnen de warmte-isolatie gelegd.

Installatievoorschriften

Betonkabel Vloerverwarming

voor de montage van ter Hürne vloerlamellen

Compactvloerverwarming

Leginstructies voor zwevende Fold-Down

Plintverwarming. Montagehandleiding 2275

ultra-takk de isolatierol van SCHÜTZ

STAP 1. Legschema STAP 2

Installatie voorschriften Rigid Core XL. Ga voor meer informatie naar:

nora 1-componenten voegpasta

Veilige infrastructuur met OBO ondervloersystemen Effectieve afschottingssystemen beveiligen brandzones Vuur en rook worden met de brandwerende

Quality Heating elektrische vloerverwarmingsfolie

Leginstructies voor norament vloerbedekkingen

Module vloer. Module wand. Module plafond. 3 unieke droogbouwsystemen voor verwarming en koeling

Leginstructies voor norament vloerbedekkingen

Plaatsingsvoorschriften voor DELTA -ALPINA bij pannendaken in beton of gebakken aarde in BENELUX

Installatie instructies

Leginstructies voor noraplan vloerbedekkingen

Uponor Minitec de ideale vloerverwarming voor renovatie zonder breekwerk MINIMALE MONTAGEHOOGTE, MAXIMAAL COMFORT

Installatiehandleiding. DEVIreg 132. Elektronische thermostaat.

AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE

Handleiding Comfort Mat

Marmoleum click. Välinge Innovation kliksysteem. Wigsysteem

Electrische convectors en Infrarood verwarming. Electrische Convectoren

Ribbelbuis voor zonnesystemen 2 in 1

BELANGRIJK! BEWAAR DE PANELEN OP KAMERTEMPERATUUR IN GESLOTEN VERPAKKING VOOR MINIMAAL 48 UUR TOT AAN HET MOMENT VAN LEGGEN.

1mm extreem dunne vloerverwarming (EXDV). VOOR ONDER LAMINAAT OF VOOR IN DE TEGELLIJM. Eenvoudige montage.

INNOVAHEAT AF-MAT ELEKTRISCHE VLOERVERWARMING. Installatiehandleiding & Instructies

Aanbevelingen voor de installatie van Svensson schermdoeken Schuivende installaties

De ET31F (die alleen de vloertemperatuur meet) kan in een andere ruimte geplaatst worden.

- installatiekit (slagijzer, afstandsblokjes (1-8 mm) en een voor Unilink geschikt stootblok) - ondervloersysteem (Quick Step screen) - onderhoudskit

Als men grote oppervlaktes met vloerverwarming verleggen wil, dan is de isolatie rol een zinvolle alternatief. Maximale nuttige belasting**

Vloerverwarmingsverdeler I.6.2. Vloerverwarmingsverdeler

Installatie instructie

Handleiding Thermo Lámina Verwarmingsfolie voor elektrische vloerverwarming

ABB i-bus KNX Magneetcontact EnOcean, 868 MHz MKE/A , 2CDG R0011

Knauf vloeivloer 30 mm. vijzels gevuld met Knauf vloeivloer. Holle vloerelementen met in de hoogte verstelbare vijzels. Randisolatiestrook mineraalwol

VOORBEREIDENDE INFORMATIE

ABB i-bus KNX Thermo-elektrische ventielklep, 24 V TSA/K 24.2, 2CDG R0011

1. Algemeen !!!LET OP!!!

Tackersysteem I.2. Bij dit type vloerverwarming worden de verwarmingsbuizen met buisclips op een draagplaat vastgezet.

Gebruiksaanwijzing Gaasbakken

Hoe installeert u uw laminaat vloerverwarming? Lengte in meters. Breedte in meters

Handleiding EPDM dakbedekking. Kenmerken: * Synthetische EPDM rubber (ethyleenpropyleendieen-monomeer)

Handleiding Installatieaanwijzingen TX 3100A

Leginstructies voor norament vloerbedekkingen

Technisch informatieblad StoSilent Board 100

VH INFRAROOD VLOERVERWARMINGSFOLIE

Elektrische vloerverwarming

Ontwerpen en dimensioneren van verwarmingssystemen 34902

Quality Heating elektrische vloerverwarming

Voor het plannen van een SCHÜTZ-vloerverwarming volgens DIN EN droogbouwsysteem. Type: 14 x 2 mm 16 x 2 mm 17 x 2 mm 20 x 2 mm 25 x 2,3 mm

Leginstructies voor noraplan vloerbedekkingen

GYPTONE D2 SYSTEEM MONTAGEHANDLEIDING. Zeker. BRANDVEILIGHEID Brandklasse A2-s1, d0.

Veiligheid afwasautomaat 4. Vereisten installatie 5. Instructies installatie 7

MONTAGEHANDLEIDING. :metselwerk of beton

Heatingfoil Xtra. Laminaatverwarming voorzien van aluminium coating:

HERZ-thermomotor Project 7708

Elektrothermische kop Biofloor-regeltechnieken

Installatiehandleiding Elektrische vloerverwarming matten/ draden

Parket en Vloerverwarming

Let op! Zware lading. Sta niet onder de hangende lading tijdens het transport of de montage.

VH INNOVAHEAT ELEKTRISCHE VLOERVERWARMING OP MAT. Installatiehandleiding & Instructies

Inhoud. 1. Montagemogelijkheden. 2. Algemene vereisten aan de ondergrond

Clickjet - Clickjet S

AKOESTISCHE VLOERISOLATIE: CONTACTGELUIDISOLATIE

ERRATA ISSO Pag 24 linker kolom en specificatiebladen en vervangen dor bijgaande teksten.

NoppenplaaT Varionova Technische informatie. Construction Automotive Industry

Railjet S. Railjet S Q W E. 65 mm 50 mm

3 WEG- OMSCHAKELKLEP. Installatie- en gebruikershandleiding. voor warmtapwaterlading. USV 1" bu USV 5/4" bu USV 6/4" bi

Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL

AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE

Veria Control B35/B45. Installatiehandleiding

De ideale ruimte verwarming

van krachtig isolatiemateriaal

WTH Electrotherm Elektrische vloerverwarming

B e s t e k t e k s t C l i m a L e v e l

BudgetBuy Vloerverwarmings Kabel

FICHE TECHNIQUE TECHNISCHE FICHE LEVEL DESIGN 1

VLOERINSTALLATIES. KOPOBOX - installatie van het systeem in betonvloer. KOPOBOX 80 - constructiegroep. KOPOBOX 57 - constructiegroep

HANDLEIDING QUICKHEAT-FLOOR THERMOSTAAT

ARMACOMFORT MONTAGEHANDBOEK. T. +49 (0)

Montage- en gebruiksaanwijzing voor Laminotherm vloerverwarming

ORYX Collar WR PRODUCTBESCHRIJVING

Quality Heating Vloerverwarming kabel handleiding

Installatie van de fiberon planken

Veria AquaMat. Watervloerverwarming

DERIA NEDERLAND DERIA VERWARMINGSSYSTEMEN d.m.v. STRALINGSWARMTE

T2QuickNet : de dunne, zelfklevende verwarmingsmat

Professional Supplies EIERKOOKAPPARAAT. Modelnr.: *

Renovatiesysteem R50 I.6. R50 : het nieuwe vloerverwarmingssysteem voor gebouwrenovatie. Voordelen: Dragende ondergrond

Design and Quality IKEA of Sweden KOOPHULP VLOEREN. laminaat

Installatierichtlijnen voor IVC tapijttegels

Transcriptie:

Variotherm Montagehandleiding 31702 GEEFT HET LEVEN WARMTE Vloerverwarmingen Voor zandcementdekvloeren

Inhoudsopgave Pagina 2 Over deze handleiding Deze handleiding moet ervoor zorgen dat alle bedoelde werkzaamheden snel en veilig tot een goed einde gebracht worden. Daarom is deze als volgt ingedeeld: pagina Voor de verwarmings- alle installateur Voor de elektriciën 3, 13-15 Voor de vloerlegger 3, 10, 15 Voor de opdrachtgevers/ alle huurders 1. Veiligheids- 3 Aanwijzingen 1.1 Voorschriften 3 1.2 Voorwaarden tot garantie 3 1.3 Weerbestendigheid van de Varioklima-buis 3 1.4 Bijzondere aanwijzingen m.b.t. de Varioklima-buis 3 5. Uitzetvoegen 10 6. Zand-cementdekvloer 10 6.1 Voorbereiding 10 6.2 Grondstoffen en dikte van de estriklaag 11 6.3 Additief voor Zand-cementdekvloer 11 6.4 Het aanbrengen van de zand-cementdekvloer 11 7. Variotherm verdeler 12 7.1 Klemkoppeling 12 8. Vol lopen / ontluchting van 12 de installatie en drukproef 9. Hydraulische afstelling 13 2. Voorbereiding 3 3. Warmte-isolatie en 3 maatregelen m.b.t. contactgeluid 3.1 Isolatiestrip voor de randen 3 3.2 Warmte- en contactgeluidisolatie 4 3.2.1 Bodembedekkende vloer 4 3.2.2 Vloer met daaronder liggende, onverwarmde kamers 4 3.2.3 Gewone verdieping 4 10. Stelmotor 13 10.1 Technische gegevens 13 10.2 Montage 13 11. Thermostaat 14 11.1 Thermostaat voor het verdeelsysteem 14 11.2 Thermostaat voor het dubbele-buizen systeem 14 12. Ingebruikname 14 4. Installatie van de 5 vloerverwarming 4.1 VarioRast systeem 5 4.1.1 Rasterfolie 5 4.1.2 Veerkrachtige draaglat 6 4.1.3 De Varioklima buis 6 4.2 VarioRoll systeem 8 4.2.1 VarioRoll isolatie 8 4.2.2. De Varioklima buis 8 4.3 VarioNop systeem 8 4.3.1 VarioNop isolatie 9 4.3.2 De Varioklima buis 9 13. Invulformulier voor 15 de dichtheidsproef en eerste opwarming We feliciteren u met de keuze van dit verwarmingssysteem en wensen u veel succes bij de montage ervan. Neem deze handleiding nauwgezet door alvorens met de montage te beginnen. Geniet van de stralingswarmte van de Variotherm vloerverwarming!

Pagina 3 1 Veiligheidsaanwijzingen 1.1 Voorschriften Neem de plaatselijk geldende voorschriften en normen voor elektro- en verwarmingsinstallaties, vloerbepleistering en vloerverwarmingen in acht. 1.2 Voorwaarden tot garantie Indien de verwarmingsinstallatie niet vakkundig is geïnstalleerd of in gebruik is genomen, kan geen aanspraak worden gemaakt op de garantie of waarborg door de fabrikant. 1.3 Weerbestendigheid van de Varioklima buis De Varioklima buis is tot op zekere hoogte weerbestendig en moet tegen direct zonlicht beschermd worden. De Varioklima buis mag niet buiten opgeslagen worden. Door de combinatie van lucht-zuurstof en UV stralen worden de buizen beschadigd. De gebruikelijke tijdelijke opslag op het bouwterrein voor enkele dagen is toestaan. 1.4 Bijzondere aanwijzingen met betrekking tot de Varioklima buis Bij opslag en transport, lossen en verplaatsen moet beschadiging vermeden worden (bv. Insnijdingen en krassen). Zulke beschadigingen hebben een nadelige effect op de duurzaamheid van het materiaal. De verpakking moet met de hand en mag niet met scherpe objecten geopend worden. Om te voorkomen dat de Varioklima buis, die zich in de estriklaag bevindt, tijdens de bouwactiviteiten, door het boren of optillen wordt beschadigd, plaatst u het best opvallende waarschuwingskaartjes op de overeenkomstige plaatsen. 2 Voorbereiding De kamers moeten opgeruimd, schoongemaakt en droog zijn. Resten gips en metselspecie, vooral in de hoeken van de kamer, moeten verwijderd worden. Tijdens de installatie mogen geen andere werklui in de kamer aanwezig zijn. Ramen - met inbegrip van het glas - en deurlijsten moeten aangebracht zijn en de bouwplaats moet tochtvrij zijn zodat de vloerbepleistering niet te vlug kan drogen. Hoe hoger de relatieve luchtvochtigheid, hoe verzorgder en sterker de estriklaag. Om te voorkomen dat de bepleisterde Varioklimabuizen tijdens de bouwfase door boor- of beitelwerkzaamheden beschadigd worden, moeten waarschuwingskaartjes op geschikte plaatsen worden aangebracht. Let erop dat er op de bouwvloer geen grote leidingen (afvoer, elektrische kabels) liggen die boven de warmte-isolatie uitsteken. Er mogen vooral geen leidingen dwars door de kamer lopen. Afvoerleidingen en elektrische kabels, die boven de warmteisolatie uitsteken, moeten langs de omgevende muren aangelegd worden. Ook koud-waterleidingen mogen niet dwars door de kamer lopen, omdat hier rekening moet worden gehouden met het feit dat stilstaand koud water gemakkelijk opwarmt. De afstand tussen de koud-waterleiding en de vloerverwarming moet minimaal 25 cm bedragen. Indien mogelijk, installeert u deze leidingen langs de omgevende wanden in afzonderlijke kanalen. 3 Warmte-isolatie en maatregelen m.b.t. Contactgeluid 3.1 Randstrookisolatie Breng randstrookisolatie aan langs de omgevende muren, maar ook om zuilen, treden, deurlijsten, pilaren enz. heen. Deze beletten een onmiddellijke geluidsoverdracht vanaf de vloerbepleistering naar de oprijzende muren. Daarnaast vervullen deze strips ook de functie van uitzetvoeg voor de bouwgrond en vloerbedekking (een cementlaag zet per meter ongeveer 0,01 mm uit wanner deze wordt opgewarmd met 1 Kelvin). De bijgeleverde randstrookisolatie voor de randen zijn 10 mm dik en voorzien van een zelfklevende, overlappende folie alsook een kleefstrook aan de achterkant. Randisolatiestrips met dunner ribkarton zijn niet geschikt. De randstrookisolatie wordt zoals gebruikelijk aangebracht en reikt vanaf de bouwvloer tot boven de afgewerkte vloer. Indien meerdere lagen isolatie zijn aangebracht, moet de randstrookisolatie bevestigd zijn vóór het aanbrengen van de bovenste isolatielaag.

Pagina 4 Delen die boven de isolatiestrips uitsteken mogen pas na het afwerken van de vloerbedekking of - wanneer textiel- of elastische vloerbekleding is voorzien - pas na het verharden van het plamuursel afgesneden worden. Isolatiestrip voor de randen Folie Kleefstrook Bv VarioRoll Warmte- of contactgeluidisolatie Beple isterde wand Afbeelding boven: situering van de isolatiestrips voor de randen in de vloerconstructie vóór de installatie van de vloerverwarming. 3.2 Warmte- en contactgeluidisolatie Bouwvloer Warmte- en contactgeluidisolatie zijn heel belangrijk voor een economisch en praktisch gebruik van de vloerconstructie. Neem tijdens de ontwerpplanning en het aanbrengen van de warmte- en contactgeluidisolatie de plaatselijk geldende voorschriften en normen in acht. Deze rubriek beschrijft verschillende vloerconstructies met de in Oostenrijk minst dikke isolatielagen met isolatiemateriaal die behoren tot klasse 040 van het warmtegeleidingsvermogen (tot deze [of de betere 035] groep behoren vloerverwarmingsplaten van de VarioRoll en VarioNop systemen). 3.2.1 Bodembedekkende vloer Op de schoongemaakte betonvloer wordt een vochtbestendig PE-folie (of ander geschikt beschermingsmateriaal) aangebracht. De folie moet minstens 10 cm overlappen en aan de randen wat naar boven zijn gebracht. Verwarmde ruimtes, die meteen aan de aardbodem grenzen, moeten zorgvuldig geïsoleerd worden, zodat de warmte niet langer kan ontsnappen in de richting van de bodem. Daarom wordt een warmte-isolatielaag van minstens 5 cm aangebracht. Om daarenboven nog een contactgeluidisolatie te bereiken, kan bijvoorbeeld een 2 cm dikke plaat (contactgeluidisolatieplaat) onder de bovenste isolatieplaat van 3 cm in dikte (bv. VarioRoll of VarioNop platen voor het vloerverwarmingssysteem) in deze volgorde worden geïnstalleerd. Indien geen platen voor vloerverwarmingssystemen gebruikt worden, wordt op de aangebrachte warmte-isolatie een 10 cm overlappende rasterfolie aangebracht. 3.2.2 Vloer met daaronder liggende, onverwarmde kamers Op de betonvloer wordt hier een 10 cm overlappende PE-folie aangebracht, ter bescherming tegen vocht. Voor dergelijke vloerconstructies dient de warmte- en contactgeluidisolatie, al naar gelang de omstandigheden ter plaatse, een laag te vormen van 3-5 cm dik (opmerking: vloeren die grenzen aan de buitenlucht vereisen een veel dikkere warmte-isolatielaag: tot 20 cm in bepaalde deelstaten waar de temperatuurverschillen veel uitgesprokener zijn). Indien geen platen voor vloerverwarmingssystemen met gelamineerd folie gebruikt worden, wordt de 10 cm overlappende rasterfolie bovenop de warmte-isolatie bevestigd. 3.2.3 Gewone verdieping Bij gewone verdiepingen, waar ook de daaronder liggende kamers verwarmd zijn, wordt een warmte-isolatielaag van 2-3 cm dik meteen bovenop de betonvloer aangebracht. Indien geen platen voor vloerverwarmingssystemen gebruikt worden, wordt op de aangebrachte warmteisolatie een 10 cm overlappende rasterfolie aangebracht.

A-2544 Leobersdorf Pagina 5 A-2544 Leobersdorf 4 Installatie van de vloerverwarming De Variotherm vloerverwarmingssystemen VarioRast, VarioRoll en VarioNop zijn in feite natte vloerpleister systemen. De Varioklima buis ligt rechtstreeks in de estriklaag en draagt van daaruit de warmte over aan het oppervlak. Hieronder worden de drie systemen en hun installatie uitvoerig beschreven: (4.1) VarioRast systeem, A-2544 Leobersdorf Bestaat uit rasterfolie, veerkrachtig buisregister, bevestigingsnagels en Varioklima-buis (warmte- of contactgeluidisolatie wordt door de klant aangeleverd) (4.2) VarioRoll systeem, Bestaat uit VarioRoll isolatie, tacknagels en Varioklima buis (4.3) VarioNop systeem Bestaat uit VarioNop isolatie en Varioklima-buis Dit assortiment wordt aangevuld met de randstrookisolatie, het additief voor de zandcementdekvloer en de verdeler met daarvoor afgestemde thermostaat. 4.1 VarioRast systeem 4.1.1 Rasterfolie Afbeelding boven: doorsnede van het VarioRast vloerverwarmingssysteem De reeds aangebrachte isolatielaag wordt vóór de montage van de veerkrachtige draaglat met een rasterfolie (dikte: 0,2 mm) bedekt. Deze bedekking beschermt de isolatielaag tegen ernstige schade. Daarnaast zorgt de folie ervoor dat de zand-cementdekvloer niet binnendringt in de voegen tussen de isolatieplaten en tussen de isolatielaag en de isolatiestrips aan de randen, en evenmin in de uitzetvoegen. Dit voorkomt het ontstaan van koude- en geluidsoverbruggingen. A-2544 Leobersdorf

De Varioklima buis in de juiste positie brengen. Om de verdeler gemakkelijker te kunnen indelen, moeten de markeringen - rasterfolie overeenstemmen. De zelfklevende, vastgehechte overlappingsfolie van de randstrookisolatie wordt op de reeds geïnstalleerde rasterfolie vastgemaakt. 4.1.2 Veerkrachtige draaglat De veerkrachtig buisregister wordt op de met rasterfolie bedekte isolatielaag aangebracht. Per m² heeft u ongeveer 1,5 meter buisregister nodig. Deze veerkrachtig buisregisters worden aan de randstrookisolatie vastgehecht door middel van de kleefstroken op de achterzijde en de bijgeleverde bevestigingsnagels (3 stuks per m²). 4.1.3 De Varioklima buis De Varioklima-buis loopt meteen vanaf de verdeler (hou rekening met de korte buislengte bij de verdeler) naar de kamer in kwestie. Noodzakelijke buislengtes per m²: Afstand buis [cm] 10 15 20 25 30 De installatie zelf is afhankelijk van het installatiepatroon. Installatiepatronen: Patroon A SLAKKENHUIS Gelijkmatige verdeling van de oppervlaktetemperatuur, aangezien de verwarmde zone van de invoer naast de koudere afvoer komt te liggen. Vereiste buislengte per m² Patroon B MEANDER Relatief ongelijkmatige verdeling van de oppervlaktetemperatuur voor kleinere en ondergeschikte kamers en randzones 10 7 5 4 3,4 Patroon C Installatiepatroon A met randzone Pagina 6 De Varioklima-buis wordt stap voor stap, volgens de overeenkomstige afstand tussen de buizen (bv. BA10 beantwoordt aan 10 cm; BA20 beantwoordt aan 20cm, enz.), in de reeds bevestigde buisregister vastgeklemd. Let erop dat de Varioklima buis overal met de zand-centdekvloer kan worden omgeven, zodat er geen gaatjes kunnen ontstaan en een goede warmteoverdracht kan plaatsvinden. Buigen van de Varioklima buis bij smalle radius: om de buis om te buigen tot een radius van 5 cm wordt de buigmal gebruikt. Voor het buigen moet de buis stevig in de groef van de buigmal ingevoerd worden. De buis kan zonder verwarming gebogen worden tot een kamertemperatuur boven +5ºC. Bij lagere temperaturen wordt de Varioklima-buis voorverwarmd. Opmerking: tijdens het buigen moeten de handen zich zo dicht mogelijk bij de buigmal bevinden om krikvorming te voorkomen. Ansicht Haltena Variokli Schnitt Federsc Schräg schuin bevestig

Mantelbuis De Varioklima buis afkorten Pagina 7 Wanneer bepaalde bouwmaterialen de Varioklima buis dwars snijden (bij deuren) en eventueel bij (uitzet-) dilatatievoegen, is het aan te raden een mantelbuis van ca. 50 cm in lengte, bestaande uit elastisch materiaal, te bevestigen (bv. naargelang de lengte een stuk isolatiekous afsnijden, over de Varioklima buis schuiven en vervolgens met kleefband vastmaken - zie ook hoofdstuk 5 (pagina 10). Dit laat een verticale bewegingsvrijheid van de Varioklima buis van ongeveer 3 mm toe. U kunt de buis eenvoudigweg afkorten met behulp van een handzaag (neem schaafsels weg!) of beter nog met behulp van de Variotherm buisklem. Vervolgens de schaafsels aan de nieuwe dwarse doorsnede van de Varioklima buis, ontstaan aan het snijvlak, verwijderen en daarna de buis met het kalibratieinstrument voor de Varioklima buis 16x2 afronden. Opmerking: maak de buis tijdens het kalibreren niet wijder! Randisolatiestrip Mantelbuis Aanslagzijde Afkantinstrument Voorbeeld installatie van VarioRast Patroon B randzone (afstand tussen buizen 10 cm) Patroon A randzone (afstand tussen buizen 20 cm) AF IN AF IN Veerkrachtig buisregister (1,5 m/m²) Varioklima buis IN Invoer AF Afvoer Installatie vanaf de warmtepompcyclus verdeler

4.2 VarioRoll systeem Pagina 8 isolatie gebruiken. Indien bepaalde onderdelen van de VarioRoll isolatie geen zelfklevende strip hebben, worden de aan elkaar grenzende isolatiebanen met kleefband aan elkaar geplakt. Vervolgens wordt de zelfklevende overlappingsfolie die bevestigd is aan de isolatiestrips voor de randen aan de afgewerkte VarioRoll isolatie bevestigd. Afbeelding boven: doorsnede van het VarioRoll vloerverwarmingssysteem 4.2.1 VarioRoll isolatie De VarioRoll isolatie wordt gebruikt als warmte- en contactgeluidisolatie voor vloeren die grenzen aan kamers die op een gelijkwaardige manier verwarmd worden (vloeren die grenzen aan onverwarmde kamers, de grond of buitenlucht vereisen een extra isolatie onder de VarioRoll isolatie, zie hoofdstuk 3). We raden u aan om de isolatie eerst in grote kamers te installeren. Eerst en vooral wordt het isolatiemateriaal in continue banen in lengte van de kamer gelegd door de isolatie eenvoudigweg af te rollen. Om de verdeler gemakkelijker te kunnen indelen, moeten de markeringen op de isolatiebanen op één lijn liggen. Overlappende zelfklevende folie 4.2.2 De Varioklima buis De Varioklima buis loopt meteen van de verdeler (hou hier rekening met de korte buislengte bij de verdeler) naar de kamer in kwestie. De Varioklima-buis wordt door middel van de tackersnagels en het tackerapparaat, volgens de overeenkomstige afstand tussen de buizen (vb. Ba10 beantwoordt aan 10 cm, Ba20 beantwoordt aan 20 cm, enz.) aan de VarioRoll isolatie vastgeklemd. Meer informatie over de Varioklima buis (vereiste buislengte/m², afstand tussen de buizen, installatiepatroon, het buigen, afschermbuizen, afkorten, kalibratie) vindt u terug in deel 4.1.3. 4.3 VarioNop systeem De VarioRoll isolatie is aan één zijde voorzien van een zelfklevende strip zodat de isolatiebanen aan elkaar kunnen worden vastgehecht waardoor ze een schokvrije uniforme oppervlakte of een compacte onderlaag vormen voor het zandlöss- of cementpleister. Overige vlakken in nissen, of nabij deuropeningen evenals resterende stroken nabij de wanden worden achteraf met de restanten opgevuld. Voor kleine kamers kunt u het beste onderdelen van de Afbeelding boven: doorsnede van het VarioNop vloerverwarmingssysteem

Pagina 9 4.3.1 VarioNop isolatie De VarioNop isolatie wordt gebruikt als bevestigingsplaat voor de Varioklima buis 16x2 evenals warmte-isolatie en vochtwering. Op vloeren die grenzen aan ruimtes die eveneens worden verwarmd, kan VarioNop meteen, zonder verdere isolatie, geïnstalleerd worden (vloeren die grenzen aan onverwarmde kamers, de grond of buitenlicht moeten van een extra isolatielaag worden voorzien, zie hoofdstuk 3.2). Het best start u de installatie van de VarioNop platen in de grootste kamer, in een kamerhoek aan de overkant van de kamerdeur. Merk hierbij op dat de plaat zodanig wordt gelegd dat de zichtbare kliknaad naar de kamerruimte is gericht. Door middel van een kliksysteem (messing en groef) krijgt u een stevig, sluitend platform. Elke volgende plaat wordt via messingen en groeven aan de vorige plaat vastgekoppeld. Wanneer u het einde van de kamer bereikt, kunt u de platen met een scherp/puntig mes precies afsnijden. De afgesneden stukken kunnen vervolgens bij aanvang van de volgende ruimte aangewend worden. Aangezien de noppen van de VarioNop isolatie om het even waar kunnen worden samengevoegd, kunnen de resterende stukken in kleine ruimtes ingezet worden, bijvoorbeeld badkamers, de gang, het toilet of als passtuk in randzones van andere kamers. Wanneer platen met afgeronde randen - zonder messing/groef - naast elkaar liggen, moeten de VarioNop platen met kleefband aan elkaar worden geplakt. Vervolgens wordt de zelfklevende overlappingsfolie die bevestigd is aan de randstrookisolatie voor de randen op de afgewerkte VarioNop isolatie. Bevestigd. 4.3.2 De Varioklima buis De buis loopt over de VarioNop isolatie heen, meteen van de verdeler (hou hier rekening met de korte buislengte bij de verdeler) naar de kamer in kwestie. De Varioklima buis wordt volgens de overeenkomstige afstand tussen de buizen (vb. Ba10 beantwoordt aan 10 cm, Ba20 beantwoordt aan 20 cm, enz.) en naargelang het installatiepatroon, tussen de noppen van de noppenplaat geklemd en op deze manier vastgehecht. 5 4 3 3 2 1 10 9 8 7 6 5 14 13 12 11 10 19 18 17 17 16 15 24 23 22 21 20 19 29 28 27 26 25 34 39 43 48 33 32 38 37 42 41 47 46 31 36 40 45 30 35 34 39 44 Meer informatie over de Varioklima buis (vereiste buislengte/m², afstand tussen de buizen, installatiepatroon, het buigen, afschermbuizen, afkorten, kalibratie) vindt u terug in deel 4.1.3.

Pagina 10 5 Uitzetvoegen Wanneer cementpleister met 1 K (ºC) wordt verwarmd, zet het ongeveer 0,01 mm/m uit. Om deze lengtewijziging spanningsvrij te kunnen opvangen, is het noodzakelijk om uitzetvoegen in de vloerconstructie in te bouwen (bepaald door architect of planner). Vooral bij stenen vloerbedekkingen zijn uitzetvoegen van bijzonder belang. Daarbij is het zeer belangrijk dat alle uitzetvoegen in de bouwlagen boven de isolatielaag congruent lopen. GOED: FOUT: Uitzetvoegen bij verwarmingspleister bedekt met harde laag (vb. tegels): mogelijks gedrongen vlak, verhouding van zijden max. 1:2 grootte vlak max. 40 m², lengte van zijden max. 8m uitzetvoeg ca. 8 mm breed, door de gehele vloerconstructie heen vanaf de warmte-isolatie snijpunten met verwarmingsbuis voorzien van flexibele mantelbuizen, hou het aantal kruisingen beperkt (zie afbeelding rechtsboven). De voeg wordt dichtgemaakt met een elastische voegmassa. Op de snijpunten moet de Varioklima buis omgeven zijn met een ca. 50 cm lange mantelbuis (vb. gegolfde pijp) om breuken te vermijden. 6 Vloerbepleistering 6.1 Voorbereiding Tijdens het aanbrengen van de onderlaag (ÖNORM B 2232, ÖNORM B 2242, DIN 18353 und DIN 18560) moeten de buizen onder een druk van 2-3 bar staan, met watertemperatuur van ca. 20ºC. De Varioklima buis moet beschermd worden tegen mogelijke schade. Daarom is het ook nuttig om enkele loopplanken te leggen, wat het aanbrengen van de vloerpleister vereenvoudigt. Deuren en ramen, evenals andere doorgangen moeten afgesloten worden, zodat water de bouwplaats tijdens en na de installatie, niet kan binnendringen.

Dit bevordert een gelijkmatige verharding van de vloerbepleistering en verhindert een plaatselijk, vroegtijdig uitdrogen. Drijvende nat-bepleisteringen mogen tijdens de winter enkel bij een evenwichtige kamertemperatuur van ca. 15ºC aangebracht worden, waarbij ook tijdens het drogen een constante kamertemperatuur in acht moet worden genomen. 6.2 Grondstoffen en dikte van de estrichlaag Het soort vloerbepleistering moet in overeenstemming zijn met de voorziene temperatuurkwalificatie van de vloerverwarming en moet verenigbaar zijn met de Varioklima buis (geen bitumen of asfalt estriklaag!). De Varioklima buizen die in de estriklaag worden ingebouwd moeten volledig door de estrikspecie worden omsloten (consistentie!). Minimum dikte van de zand-cementdeklaag (uittreksel uit : ÖNORM M 7560 deel 2), bij een maximale samendrukbaarheid van de isolatielaag van 5 mm en een isolatiedikte van 30mm: (1) De minimum zand-cementdeklaag boven de top van de buis wordt zo bepaald dat de gemiddelde dikte van de zandcementdeklaag bovenop de buis +45mm bedraagt, maar waarbij geen enkele afzonderlijke waarde minder mag zijn dan 40mm [...]De minimum bedekking van drijvende vloerbepleisteringen met een verhoogde buig-trekweerstand van 6,0 N/mm² mag worden teruggebracht tot 35mm. (2) [...] (3) Voor verwarmingselementen die in een vaste egalisatielaag zijn ingebouwd en gescheiden zijn van de zand-cementdeklaag door middel van een scheidingslaag, geldt: een gemiddelde dikte van 50 mm, bij een minimum dikte van 45 mm. Bij isolatielagen met een maximale samendrukbaarheid van 1 mm, mag de minimum bedekking 5mm minder zijn. Zand-cementdekvloeren moeten vóór het aanbrengen van een bovenlaag eerst verwarmd worden. Pagina 11 De zand-cementdeklaag moet conform zijn met de vereiste druk- en buig-trekweerstand in overeenstemming met ÖNORM B 2232. De minimum dikte van drijvende zandcementdeklaag is in overeenstemming met ÖNORM B 2232 bepaald door de dikte van de isolatielaag. Isolatielaag tot 30 mm: Minimum dikte van een cement zandcementdeklaag van 1 laag is 45 mm. Isolatielaag is groter dan 30 mm: Minimum dikte van een zandcementdeklaag van 1 laag is 50 mm. Met betrekking tot minimum diktes vanzand-cementdeklaag zie ook DIN 18560, deel 2. 6.3 Additief voor de vloerbepleistering Het Variotherm additief moet in vastgestelde mengverhouding (ca. 1 vol.-% van het aandeel cement) gebruikt worden en bezit onderstaande eigenschappen: Verbetering van de wateropnamecapaciteit (de hoeveelheid mengwater kan tot ca. 10% teruggebracht worden) Verbeterde plastificering van de estrichspecie Grotere buig-trekweerstand Grotere drukvastheid waardoor de estrichlaag compacter is en meer bestand tegen slijtage. 6.4 Aanbrengen van de estrichlaag Enkel verwarmingsestrich is hier als estriklaag geschikt. Wanneer drijvend of anhydrietestrich wordt gebruikt, moet rekening gehouden worden met de aanwijzingen van de fabrikant. Indien er kans is op vorst, moeten passende maatregelen getroffen worden. Tijdens de verhardingsperiode moet tocht vermeden worden. Voer de eerste verwarming van de zandcementdeklaag uit volgens het verwarmingsprotocol - invulformulier op pagina 16 (hoofdstuk 13). Aanwijzing: publicatie-uittreksel uit ÖNORM M 7560 deel 2 "Vloerverwarmingen - kwaliteitseisen" met toelating van het Oostenrijks normeringsinstituut, A-1020 Wenen, Heinestraße 38, waar u eveneens deze ÖNORMEN kunt bestellen.

7 Variotherm verdeler van de waterpompcyclus De verdeler kan zowel boven als onder de pleisterlaag benut worden. Beide toepassingsmogelijkheden vereisen verdeelkasten om de verdeler te beschermen. De klant kan bijvoorbeeld zelf een houten betimmering maken. De verdeler wordt met houders aan de wand vastgehecht. De invoerbalk (rood) moet bovenaan ingebracht worden. In de afvoerbalk (blauw) is een circulatie-indicator gemonteerd. Tijdens gebruik wordt hiermee de hydraulische afstelling uitgevoerd. De afmeting van de toevoerleidingen naar de verdeler is afhankelijk van het aantal groepen. Voor max. 5 groepen volstaat bijvoorbeeld een koperen buis met 22 mm. Indien er meer dan 5 groepen zijn voorzien, is een koperen buis met 28 mm noodzakelijk. 7.1 Klemkoppeling Opmerking: de Varioklima buis moet recht afgesneden zijn! Schuif de wartelmoer losjes over de Varioklima buis. Breng de beschermingshuls met een licht draaiende beweging tot aan de inkeping (klop deze er niet in). Voer de Varioklima buis met de beschermingshuls die zich nu aan de inkeping bevindt, in de wartelmoer en draai de koppeling in deze positie aan (40Nm). Gebruikt u hiervoor onze montagesleutel. Pagina 12 8 Vullen/ontluchten van de installatie en de drukproef De bolvormige kranen aan het begin van de verdeler evenals alle afvoersegmenten worden gesloten. Alle invoerkleppen (rood segment) worden geopend. Daarna worden beide toevoerkranen aan de invoer- en afvoerbalken elk aan een waterslang gekoppeld. De invoerbalk wordt vervolgens onder druk gezet en het afvoersegment van de eerste groep wordt (door middel van draaien van de circulatie-indicator) geopend. Op deze manier wordt het water via de invoer door de gehele groep gevoerd en wordt deze grondig schoongemaakt. De waterslang van de afvoerbalk kunt u zomaar op de grond of in een afvoerkanaal leggen. Wanneer het afvoerwater geen luchtbellen meer bevat, wordt eerst het geopende afvoersegment gesloten. Onmiddellijk daarna wordt het volgende afvoersegment geopend. Herhaal deze reeks, zoals hierboven beschreven, telkens voor de andere groepen totdat het gehele verwarmingssysteem gevuld is.

i Pagina 13 Tenslotte wordt deze spoelprocedure nogmaals herhaald, maar ditmaal met alle invoer- en afvoersegmenten geopend. Beide toevoerkranen moeten gesloten worden. De invoer - en afvoersegmenten van alle warmtepompcycli zijn geopend. Dan moet over de toevoer- en afvoerkraan aan de verdeler van de warmtepompcyclus een drukproef worden uitgevoerd voor een periode van 24 uur. Daarna moeten alle koppelingen nagekeken worden en moet de druk gelost worden tot 2-3 bar. Deze druk moet aangehouden worden tot na de voltooiing van het systeem, om zo eventuele schade te onderkennen. 9 Hydraulische afstelling De lengte van de Varioklima buis (verwarmd oppervlak of lengte van plintconvector en toevoerkanaal) wordt bepaald door het drukverlies van de afzonderlijke warmtepompcycli. Om een hydraulische afstelling te kunnen doorvoeren, moet de circulatiepomp in kwestie in werking zijn. De hydraulische afstelling wordt uitgevoerd met de klep voor de doorstroomhoeveelheid in de afvoer. Opmerking! Tijdens dit proces moet de invoerklep volledig geopend zijn. Aan elke warmtepompcyclus is een waterdoorstroom toegewezen. a) Open alle ciruclatie-indicators in de afvoer (draai het glazen buisje eruit tot aan de markering). B) Sluit de circulatie-indicator langzaam totdat de afleesteller de benodigde waarde (circulatie) aanwijst. 10 Regelmotor Regelmotor 10.1 Technische gegevens Werking: Stroomloos afgesloten Spanning: 230 V Tijdelijke inschakelstroom: 320 ma nominale stroom/- capaciteit: 7 ma/2 W Sluit- en openingstijden: ca. 2,5 min. Omgevingstemperatuur: max. 45 C Controlevenster voor onderhoud: ja Uitvoering: Soort veiligheid: IP 40 Veiligheidsklasse: II Behuizing: Polycarbonaat Verbindingseenheid: Polyamide Gewicht: Verbindingskabel: V a r o t h e r m He He i z sy sy s t eme eme Wartelmoer 90 g 2 x 0,5 mm², PVC Grijs, lengte 600mm Watertemperatuur: max. 100 C Luchtvochtigheid: 10 tot 90 % niet Condenserend 60 mm 39 mm 10.2 Montage De installatie hoeft niet leeggemaakt te worden. a) De invoerklep volledig openen b) De zwarte beschermende doppen van de klep verwijderen C) De stelmotor recht opstellen, zodat de draad en wartelmoer in elkaar passen en vervolgens aanschroeven en stevig aandraaien (geen extra gereedschap nodig). 54 mm

Pagina 14 11 Thermostaat Volgens de recentste technische maatstaven moeten centrale verwarmingen uitgerust zijn met onafhankelijk werkende installaties voor het regelen van de kamertemperatuur. Normaal gezien worden de Bi-Metallkamertemperatuurthermostaat Pikolo H, art.-nr Vt40 (of Pikolo HK voor verwarmen/afkoelen, art.-nr Vt41) met elektronische regeling en intelligente begrenzing of bepaling van het temperatuurbereik als standaard aangeboden. Indien u ook een digitaal-uurweekprogramma met 2 verwarmings- en 2 afkoelingsperiodes voor de groepen per dag wenst, dan wordt de kamertemperatuurthermostaat met tijdsinstelling (art.-nr Vt43) aanbevolen. Daarnaast werden speciaal voor vloerverwarmingsoppervlakten met te begrenzen oppervlaktetemperaturen speciale thermostaten ontwikkeld met afstandssensor voor de bodemtemperatuur (vloerverwarmingssystemen) of met begrenzers van de afvoertemperatuur (dubbel buizensysteem). Deze laatst genoemde thermostaten worden in de volgende paragrafen uitvoerig besproken. De Installatie- en montagehandleiding van alle thermostaten, zijn telkens bij de ODER regelaars ingesloten. Technische gegevens: Bedrijfsspanning: 230 V, 50/60 Hz Wisselstroom: 10 (4) A Temperatuurbereik: 10-60 C Schakeldifferentie: ca. 1 K Verbinding: sluiter Omgevingstemperatuur: 0-55 C Soort veiligheid: IP30, volgens resp. montage Montage: UP-Doos Kleur: Alpine wit Gewicht: 150 g Veiligheidsklasse: I/II, volgens resp. Montage 11.2 Thermostaat voor dubbel buizensysteem Voor 2-buizensystemen met te begrenzen vloer-oppervlaktetemperaturen raden we het RTLT-ventiel (met thermostaatdoos, art.-nr. Vt45) of het RTL-ventiel (zonder thermostaatdoos, art.-nr.: Vt46) aan: met vier aansluitingen, invoer en afvoer kunnen worden afgesloten, met handmatige ventilatie- en correctieventiel en circulatieindicator, begrenzer voor de afvoertemperatuur en bij het RTLT-ventiel met thermostaatdoos, geïsoleerde UP-box met snelfixatie. Metalen afdekplaat, wit RAL 9010 gemoffeld. Alle aansluitingen zijn 3/4 Euroconus. 11.1 Thermostaat voor het verdeelsysteem Voor verdeelsystemen met te begrenzen oppervlaktetemperaturen, raden we de vloerverwarming-thermostaat (art.-nr. Vt44) aan. Het bereik van de regelbare kamertemperatuur ligt begrepen tussen 5 en 30ºC, met interne sensor voor de bodemtemperatuur (volgschakelaar), intern instelbaar van 10-60 ºC, schakelaar, lampje AAN/UIT, sensorkabel 4m. 1 2 Invoer verwarming Begin warmtepompcyclus 60 mm 2 0 0 mm 1 2 310 mm 3 3 4 4 Afvoer verwarming Eind warmtepompcyclus 15 76 mm 62 mm 20 25 30 C 62 mm 76 mm Sensor 50 mm 25 mm 7,6 mm 40,6 mm 12 Ingebruikname Open de hoofdafsluiters aan het verdeelstation en de afsluitingen van de warmtepompcyclus. Ontlucht de gehele installatie goed. Na de ingebruikname kan de Variotherm vloerverwarming onderhoudsvrij beschouwd worden. Technische veranderingen voorbehouden.

Pagina 15 13 Invulformulier voor de dichtheidsproef en eerste opwarming Bouwproject: Opdrachtgever/huurder: Aanbesteder: Verwarmingsinstallateur: Dichtheidsproef Nadat de installatie is voltooid en voordat de zand-cementdekvloer aangebracht wordt, dient de groep op ondoordringbaarheid getest te worden. Tijdens de test moet de druk 10 bar zijn gedurende een periode van 24 uur. Indien er kans is op vorst moeten passende maatregelen getroffen worden, bijvoorbeeld het gebruik van antivriesmiddel, verwarmen van het gebouw. Voltooiing van de installatie van de buis Start van de druktest Einde van de druktest Aanbrengen van zand-cementdekvloer vond plaats Om: Om: Om: Om: Tijdens de eindwerken bedroeg de druk in de installatie Aan het mengwater werd antivriesmiddel toegevoegd Ja Nee Met proefdruk Met proefdruk bar bar bar De installatie werd op dichtheid getest om en gecontroleerd Bevestiging: Opdrachtgever/huurder/aanbesteder Bouwcoördinator/architect Verwarmingsinstallateur Invulformulier opwarming Verwarmen van de Variotherm vloerverwarming ( ook tijdens de zomer): hou rekening met de instructies van de van de estrichleverancier met betrekking tot het tijdstip waarop u na het aanbrengen van de estriklaag de verwarming het eerst in gebruik mag nemen (bij cementpleister is dit gewoonlijk ten vroegste 21 dagen na het aanbrengen van de estriklaag, bij anhydrietpleister na 7 dagen). Cementlaag Anhydriet - natte pleisterlaag Andere: Bevestiging: Voltooiing van de eindwerken Gemiddelde dikte van de estriklaag: Begin van opwarming (Datum) Om: Om: Invoertemperatuur instellen op 25 C en deze invoertemperatuur 3 dagen aanhouden Maximaal bepaalde invoertemperatuur (tot 60º) instellen en 4 dagen aanhouden Verwarming afgesteld Om: Operationele toestand en omgevingstemperatuur tijdens overdracht: cm Uitgevoerd? Opdrachtgever/huurder/aanbesteder Bouwcoördinator/architect Verwarmingsinstallateur

Altijd een prima binnenklimaat Variotherm produceert en verkoopt Ecoverwarmings- en airconditioningssystemen sinds1978. Systeem-wandverwarming en koeling voor bepleisterde constructies Module-wandverwarming en koeling voor droogbouw Easyflex Vloerverwarmingen Plintverwarming Convectorputten In deze brochure wordt de montage van de Variotherm vloerverwarming voor natte vloerbepleisteringen beschreven. Wij hopen dat wij ook u tot onze tevreden klanten kunnen rekenen. Deze brochure is intellectueel eigendom van de firma Variotherm Heizsysteme GmbH. Alle rechten van volledige of gedeeltelijke verspreiding en vertaling, ofwel in de vorm van film, radio, televisie, video-opname of internet, alsook als fotokopie en nadruk zijn voorbehouden. Uw Variotherm-Partner Technea Nederland BV Pallasweg 13 8938 AS Leeuwarden Tel: [+31] (0)58-288 47 39 Fax: [+31] (0)58-288 92 98 E-mail: info@technea.nl Internet: www.technea.nl