BESCHIKKING WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT (omgevingsvergunning) Aanvraag Datum Nummer aanvraag Gegevens aanvrager Naam aanvrager Adres Postcode en plaats Gegevens locatie Adres Postcode en plaats Activiteiten op de locatie 27 maart 2014 20140131 De heer J. Schotanus Dieuwert 19 9101 SG DOKKUM Cedelshof 26 (kavel 6) 9298 SB Kollumerzwaag Bouwen en Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening
INHOUD Aanvraag... 3 Aanvraaggegevens... 3 Toestemmingen die vallen onder de Omgevingsvergunning... 3 Procedure en Coördinatie... 3 Procedure... 3 Besluit... 3 Bij de beslissing betrokken onderwerpen... 4 Ligging van de locatie... 4 Bouwen... 4 Juridische aspecten... 8 Beroep... 8 Aandachtspunten bij deze beslissing... 9 Bouwen... 9 2
AANVRAAG AANVRAAGGEGEVENS Op 27 maart 2014 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning binnengekomen van de heer J. Schotanus. De aanvraag heeft betrekking op het plaatsen van drie tijdelijke units ten behoeve van wonen. TOESTEMMINGEN DIE VALLEN ONDER DE OMGEVINGSVERGUNNING Het bouwen van een bouwwerk, als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, artikel 2.1, lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. PROCEDURE EN COÖRDINATIE PROCEDURE Voor de voorbereiding van de beschikking is de reguliere voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht en de uitgebreide procedure (paragraaf 3.3) van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gevolgd. BESLUIT Op grond hiervan besluit het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kollumerland c.a., gelet op de bepalingen als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: de omgevingsvergunning overeenkomstig de aanvraag voor de toestemming bouwen en strijdigheid regels bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder a juncto c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, te verlenen; deze vergunning te verlenen voor een periode van 2 jaar na afgifte beschikking, op basis van artikel 2.12 lid 2 Wabo, onder bepaalde voorwaarden; bijgevoegde voorschriften te verbinden aan de vergunning; Kollum, 9 september 2014, Namens het college van burgemeester en wethouders van Kollumerland c.a., E. Tuinstra, eerste medewerker bouw- en woningtoezicht. Verzonden op: 10 september 2014 3
BIJ DE BESLISSING BETROKKEN ONDERWERPEN LIGGING VAN DE LOCATIE De locatie is gelegen aan Cedelshof 26, 9298 SB Kollumerzwaag,. LIGGING VAN HET PERCEEL IN HET BESTEMMINGSPLAN De locatie is gelegen in het wijzigingsplan Cedelshof fase 4 (vastgesteld 16 april 2013) van toepassing. Hierin heeft het de bestemming Wonen 1, zonder de aanduiding erf (art. 4) en de bestemming Tuin (art. 3). De locatie is tevens gelegen in het bestemmingsplan Kollumerzwaag (vastgesteld 25 juni 2009), hier heeft het de bestemming Groen (art. 9) en Waarde Archeologie (art. 19). AANVULLENDE INFORMATIE De aanvraag en de daarbij gevoegde bescheiden voldoen aan de eisen die de Ministeriële regeling omgevingsrecht daaraan stelt. BOUWEN BESTEMMINGSPLAN Aanvraag Op 27 maart 2014 is een omgevingsvergunning aangevraagd door dhr. J. Schotanus ten behoeve van het plaatsen van tijdelijke units ten behoeve van wonen op het perceel Cedelshof 26 te Kollumerzwaag. Reden voor deze aanvraag is dat hij een bouwperceel heeft aangekocht, waarop een nieuwe woning gebouwd gaat worden. De wens is in deze tijdelijke units te wonen, tot dat het mogelijk is de nieuwe woning te betrekken. Het betreffen units van 3m hoog met een totale oppervlakte van 75m² (30 + 30 + 15). Deze units worden gefundeerd op betonplaten op het maaiveld. De aanvraag betreft de activiteit bouwen van een bouwwerk en het handelen in strijd met het bestemmingsplan. Bestemmingsplan Kollumerzwaag Op dit perceel zijn twee bestemmingsplannen van toepassing. Namelijk het bestemmingsplan Kollumerzwaag (vastgesteld 25 juni 2009), hier heeft het de bestemming Groen (art. 9) en Waarde Archeologie (art. 19). De bestemming Groen is bestemd voor groen- en speelvoorzieningen, hier mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzonderingen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen. Dit is geen gebouw ten behoeve van nutsvoorzieningen en is dus strijdig met het bestemmingsplan. Binnen de bestemming Archeologie is het bouwen van bouwwerken tevens niet toegestaan. Cedelshof fase 4 4
Tevens is het wijzigingsplan Cedelshof fase 4 (vastgesteld 16 april 2013) van toepassing. Hierin heeft het de bestemming Wonen 1, zonder de aanduiding erf (art. 4) en de bestemming Tuin (art. 3). De gronden met de bestemming Wonen 1 zijn hoofdzakelijk bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met een beroep/bedrijf aan huis zoals genoemd de Lijst van toegestane beroepen en bedrijven aan huis. Bouwen is toegestaan binnen het bouwvlak, danwel binnen de aanduiding erf. De units bevinden zich niet binnen een bouwvlak of de aanduiding erf, en zijn in strijd met het bestemmingsplan. De gronden met de bestemming Tuin zijn hoofdzakelijk bestemd voor tuinen. Met uitzondering van erkers is het bouwen van gebouwen op deze gronden niet toegestaan. Het plaatsen van units ten behoeve van wonen is hier dus in strijd met het bestemmingsplan. Strijdig gebruik Het plaatsen van de tijdelijke units is te beschouwen als de activiteit bouwen, ook al wordt deze op het maaiveld geplaatst. Dit bouwwerk zal gebruikt worden ten behoeve van wonen, dat is hier niet toegestaan. Daarom is deze activiteit te beschouwen als handelen in strijd met het bestemmingsplan. Art 2.1. lid 1 sub a. van de Wabo geeft aan dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen. Art 2.1. lid 1 sub c. van de Wabo geeft aan dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Omgevingsvergunningvrij Bouwen zonder omgevingsvergunning (ex. art. 2 en 3 Bijlage II Bor) is niet mogelijk. Vergunningvrij bouwen is namelijk alleen mogelijk (onder voorwaarden) in geval van een bijbehorend bouwwerk. Een bijbehorend bouwwerk wordt gedefinieerd als de uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak (ex. art. 1 Bijlage II Bor). Aangezien er op dit perceel nog geen hoofdgebouw aanwezig is, is dit bouwwerk te beschouwen als hoofdgebouw. Deze kunnen niet zonder vergunning voor bouwen worden gebouwd. Binnenplans 2.12 lid 1 sub a onder 1 Wabo Binnen de verschillende bestemmingsplannen en bestemmingen zijn geen regels inzake afwijking opgenomen, waarmee het mogelijk is medewerking te verlenen aan dit verzoek. Dit heeft betrekking op zowel het bouwen als op gebruik. Buitenplans 2.12 lid 1 sub a onder 2 Wabo Indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan, is het met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2 Wabo mogelijk om toch een omgevingsvergunning te verlenen, in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen (bijlage II Bor artikel 4). Er kan slechts gebruik gemaakt worden van artikel 4 in geval van een bijbehorend bouwwerk. Zoals eerder aangegeven zal dit bouwwerk beschouwd worden als hoofdgebouw. Medewerking met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2 Wabo is dan ook niet mogelijk. Projectafwijking 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo Indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan, is het met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo mogelijk om toch een omgevingsvergunning te verlenen, indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. 5
In principe zijn er dus mogelijkheden om medewerking te verlenen aan het plaatsen van units ten behoeve van wonen. Tijdelijke afwijking Dit verzoek betreft het tijdelijk plaatsen van units. Indien in principe medewerking verleend kan worden met toepassing van een projectafwijking artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo, dan kan er tijdelijk medewerking verleend worden met toepassing van artikel 2.12 lid 2 Wabo. In dit artikel staat dat het, in afwijking van 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo, mogelijk is een omgevingsvergunning te verlenen voor zover zij betrekking heeft op een activiteit voor een bepaalde termijn, indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Uit dit artikel kan tevens geconcludeerd worden dat er sprake is van een soepeler toetsingskader. Indien het een vergunning voor een bepaalde termijn betreft, is een goede ruimtelijke onderbouwing niet noodzakelijk. Het plan mag echter nog steeds niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. In artikel 5.16 t/m 5.18 van de Bor zijn categorieën aangewezen in welke gevallen een tijdelijke omgevingsvergunning kan worden verleend. Deze aanvraag betreft de tijdelijke activiteiten bouwen (art. 5.16 Bor) en gebruik (art. 5.18 Bor). Bouwen In artikel 5.16 Bor is de categorie bouwen aangewezen. In dit artikel staat onder: - lid 1a dat in een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in art. 2.1 lid 1 onder a Wabo) bestemd om in een tijdelijke behoefte te voorzien, wordt bepaald dat zij slechts geldt voor een daarin aangegeven termijn; - lid 2 de termijn in deze gevallen ten hoogste vijf jaar is; - lid 5 dat de vergunninghouder na het verstrijken van de in de omgevingsvergunning aangegeven termijn gehouden is het bouwwerk terstond te zijner keuze hetzij te slopen, hetzij in overeenstemming te brengen met de van toepassing zijnde voorschriften; Gebruik In artikel 5.18 Bor is de categorie planologische gebruiksactiviteiten aangewezen. In dit artikel staat onder: - lid 1 dat in een omgevingsvergunning voor een gebruiksactiviteit (als bedoeld in art. 2.1 lid 1 onder c Wabo), die in een tijdelijke behoefte voorziet, wordt bepaald dat zij slechts geldt voor een daarin aangegeven termijn van ten hoogste vijf jaar; - lid 2 dat na het verstrijken van de in de omgevingsvergunning aangegeven termijn de vergunninghouder gehouden is terstond te zijner keuze hetzij de voor de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand te herstellen, hetzij die met de van toepassing zijnde voorschriften van het bestemmingsplan in overeenstemming te brengen. - lid 3 dat voor zover de activiteit waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft tevens de activiteit bouwen betreft, de vergunninghouder uitvoering geeft aan lid 2 door het bouwwerk terstond te zijner keuze hetzij te slopen, hetzij in overeenstemming te brengen met de van toepassing zijnde voorschriften. Op basis van artikel 3.10 Wabo lid 1 onder a staat dat afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning, indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, voor zover er strijd is met het bestemmingsplan en slechts vergunning kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, tweede lid. 6
Beoordeling / afweging Het plaatsen van tijdelijke units is strijdig met de geldende bestemmingsplannen. Maar er zijn argumenten om medewerking aan dit verzoek te verlenen. Het betreft hier tijdelijke units met een oppervlakte van 75m². Deze units zullen bewoond worden totdat de nieuwe woning op het naastgelegen kavel gereed is. Op dit moment is de definitieve aanvraag omgevingsvergunning nog niet ingediend. De aanvrager geeft aan dit halverwege juni 2014 in te dienen. Met het verlenen van de omgevingsvergunning voor de nieuwe woning kan de tijdelijkheid van de bewoning van de units worden aangetoond. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om de bouw van de nieuwe woning af te ronden en de woonunit te verwijderen binnen de gestelde termijn. De aanvrager geeft aan de units voor de termijn van 1 jaar te willen plaatsen. Op basis van ervaring en rekening houdend met eventuele uitloop van werkzaamheden is besloten een termijn van 2 jaar aan te houden, dan wel tot uiterlijk 4 weken na het betrekken van de woning wanneer deze eerder in gebruik genomen wordt. Archeologie Op dit perceel is tevens de dubbelbestemming Archeologie van toepassing. Deze bestemming geeft aan dat er in bepaalde gevallen archeologisch onderzoek en / of een vergunning voor het aanleggen van een werk noodzakelijk is. Dit verzoek betreft een tijdelijk bouwwerk welke op de grond geplaatst wordt. De grond zal dus niet geroerd worden. Daarom worden er geen archeologische belangen geschaad en is een archeologisch onderzoek en / of een vergunning voor het aanleggen van een werk niet nodig. Ruimtelijke inpassing Dit perceel is onderdeel van de uitbreidingslocatie Cedelshof fase 4. Hier komen uiteindelijk 20 woningen, maar op dit moment is er nog geen bebouwing aanwezig. Het gebied heeft dan ook nog lang niet de ruimtelijke uitstraling dat het uiteindelijk zal moeten krijgen. De bouwvlakken van de nog te bouwen woningen in deze straat geven de toekomstige rooilijn aan. Deze units zullen geplaatst worden in deze rooilijn. Op dit moment is dit eigenlijk de enige manier waarop rekening gehouden kan worden met de ruimtelijke inpassing. Dit in ogenschouw nemende is het plaatsen van deze tijdelijke units te beschouwen als een goede ruimtelijke ordening. Conclusie Met toepassing van artikel 2.12 lid 2 Wabo kan medewerking worden verleend aan het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan, ten behoeve van de activiteit bouwen en strijdig gebruik. Op basis van het bovenstaande zijn er geen zwaarwegende argumenten aanwezig om medewerking aan de omgevingsvergunning te weigeren. Procedureel Gelet op de aard en omvang van het gevraagde en ten aanzien van de voortgang is besloten de inspraak procedure over te slaan. De aanvraag heeft met ingang van 12 juni 2014 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Er zijn gedurende de periode van ter inzagelegging geen zienswijzen ingediend. 7
Daarom kan de omgevingsvergunning voor een periode van 2 jaar, tot en met 9 september 2016, zoals bedoeld in artikel 2.12 lid 2 van de Wabo, worden verleend. WELSTAND Op basis van artikel 12a lid 3 onder a Woningwet heeft de welstandsnota geen betrekking op bouwwerken, waarvoor in de omgevingsvergunning voor het bouwen van die bouwwerken wordt bepaald dat deze slechts voor een bepaalde periode in stand mogen worden gehouden. Voor het bouwplan is geen advies van de welstandscommissie Hûs en Hiem vereist. BOUWBESLUIT Uit het bouwplan is niet gebleken dat het niet voldoet aan de voorschriften van het Bouwbesluit, voor zover van toepassing. BOUWVERORDENING Uit het bouwplan is niet gebleken dat het niet voldoet aan de voorschriften van de bouwverordening. WEIGERINGSGRONDEN In artikel 2.10, lid 1, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is bepaald dat een omgevingsvergunning slechts mag en moet worden geweigerd, indien de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als genoemd in artikel 2.1, lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, indien zich een daar genoemde weigeringsgrond voordoet. Voor wat betreft het bouwplan is er geen grond de vergunning te weigeren op grond van artikel 2.10, lid 1, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. JURIDISCHE ASPECTEN BEROEP Tegen het besluit kan binnen zes weken na bekendmaking beroep worden aangetekend door: - degenen die zienswijzen hebben ingebracht tegen het ontwerp besluit; - de adviseurs die gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid advies uit te brengen over het ontwerp besluit; - belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijzen te hebben ingebracht tegen het ontwerp besluit; - degene die een zienswijze willen inbrengen tegen de wijzigingen die bij het nemen van het besluit ten opzichte van het ontwerp zijn aangebracht; Het beroepsschrift moet worden ingediend bij de Rechtbank Noord-Nederland, sector bestuursrecht, Postbus 150, 9700 AD te Groningen. Tegelijkertijd met het beroep kunnen belanghebbenden een verzoek indienen tot het treffen van een voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland te Groningen. Het is ook mogelijk om digitaal beroep in te stellen via http://www.loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht Voor het 8
indienen van een beroepsschrift of een verzoek voor een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd. AANDACHTSPUNTEN BIJ DEZE BESLISSING Van deze vergunning kan pas gebruik worden gemaakt nadat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift tegen deze vergunning is verlopen en binnen die termijn geen bezwaarschrift bij de gemeente is ingediend. BOUWEN PLICHTEN VOOR, TIJDENS EN NA DE BOUW Op het bouwterrein zijn, voor zover van toepassing op het bouwwerk, de volgende bescheiden aanwezig en worden op verzoek aan het bouwtoezicht ter inzage gegeven: a) de omgevingsvergunning; Het uitzetten van de bouw Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor deze omgevingsvergunning is verleend, wordt - onverminderd het in de voorwaarden van de omgevingsvergunning bepaalde - niet begonnen alvorens door of namens burgemeester en wethouders voor zover nodig: a) het straatpeil is aangegeven; b) de rooilijnen en/of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet. Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden Het bouwtoezicht wordt - voor zover het een bouwwerk betreft waarvoor deze omgevingsvergunning is verleend en onverminderd het bepaalde in de voorwaarden van de omgevingsvergunning - ten minste twee dagen voor de aanvang van elk van de hierna te noemen onderdelen van het bouwproces in kennis gesteld: a) de aanvang der werkzaamheden, ontgravingwerkzaamheden daaronder begrepen; Het bouwtoezicht wordt ten minste één dag van tevoren in kennis gesteld van het storten van beton. Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen Zolang de bouwwerkzaamheden niet zijn voltooid worden alle opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoeken verricht, welke het bouwtoezicht in het kader van de controle op de naleving van deze beschikking en van het Bouwbesluit en de bouwverordening nodig acht. Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden Van het gereedkomen van putten en van grond- en huisaansluitleidingen van de riolering en van leidingdoorvoeren en mantelbuizen door wanden en vloeren beneden straatpeil wordt bouwtoezicht onmiddellijk na die voltooiing in kennis gesteld. Onderdelen van het bouwwerk, waarop bovenvermeld voorschrift betrekking heeft, worden niet zonder toestemming van bouwtoezicht aan het oog onttrokken gedurende twee dagen na het tijdstip van kennisgeving. 9
Uiterlijk op de dag van beëindiging van de werkzaamheden, waarop de bouwvergunning betrekking heeft, wordt het einde van die werkzaamheden bij bouwtoezicht gemeld. Tijdelijkheid vergunning De drie units dienen uiterlijk 9 september 2016 te zijn verwijderd, dan wel uiterlijk 4 weken na het betrekken van de woning aan de Cedelshof 26 te Kollumerzwaag wanneer deze eerder gereed is. Het perceel dient uiterlijk 9 september 2016 terug gebracht te zijn in de staat en gebruik zoals bedoeld in het bestemmingsplan, dan wel uiterlijk 4 weken na het betrekken van de woning Cedelshof 26 te Kollumerzwaag wanneer deze eerder in gebruik genomen wordt. 10