Methicilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA)
2
Inleiding U ontvangt deze folder omdat u mogelijk MRSA-drager bent. In deze folder kunt u meer lezen over MRSA zoals wat het is, hoe het wordt vastgesteld en welke behandeling mogelijk is. Daarnaast bevat de folder informatie over de maatregelen die genomen worden bij een afspraak, opname en/of behandeling van u in ons ziekenhuis om verspreiding van de MSRA in het ziekenhuis te voorkomen. 1. Algemene informatie over MRSA Ieder mens draagt miljarden bacteriën met zich mee. Bacteriën worden ook wel micro-organismen genoemd omdat zij niet met het blote oog te zien zijn maar wel met een microscoop. Zij komen bijvoorbeeld voor op de huid, in de neus, mond en darmen. In onze contacten met andere mensen of voorwerpen pakken we bacteriën op en/of geven bacteriën door. Dit gebeurt vele malen per dag. De meeste bacteriën zijn niet ziekmakend. Ze helpen ons zelfs, bijvoorbeeld bij de vertering van voedsel. 1.1. Wat is MRSA? De methicilline-resistente Staphylococcus aureus, kortweg MRSA, is een stafylokok. Stafylokokken zijn bacteriën die veel voorkomen bij gezonde mensen, zonder dat zij daar last van hebben. MRSA is een bijzondere stafylokok want hij is ongevoelig (= resistent) voor behandeling met de meeste antibiotica. MRSA komt vooral voor in een omgeving waar veel antibiotica wordt gebruikt, bijvoorbeeld ziekenhuizen, verpleeghuizen en bedrijven waar met levende varkens, vleeskuikens of vleeskalveren wordt gewerkt (denk daarbij ook aan slachthuizen). (zie verder 1.4). 1.2. Hoe gaat een besmetting met MRSA? Besmetting met MRSA vindt vooral plaats door direct huidcontact, voornamelijk via de handen. Soms komt MRSA in de lucht via huidschilfers of via niezen en kan zo ingeademd worden: dit leidt zelden tot besmetting. 3
MRSA komt ook bij verschillende diersoorten voor en kan van dier op mens worden overgedragen, bijvoorbeeld varkens, vleeskuikens of vleeskalveren. 1.3. Welke klachten heeft een MRSA-drager? Mensen die besmet zijn met MRSA noemen we MRSA-drager. Iedereen kan drager worden van MRSA. Voor gezonde mensen is het risico klein om met MRSA besmet te worden. Mensen kunnen MRSA bij zich dragen zonder ziek te zijn. De bacteriën zitten vooral op de huid en in de neus van de MRSAdragers, maar de bacteriën kunnen ook in de keel, darmen en urine voorkomen. Dit MRSA-dragerschap is meestal van tijdelijke aard: men raakt de bacterie vaak ook weer vanzelf kwijt. Het is onduidelijk hoe lang het duurt totdat er eventuele verschijnselen van een MRSA besmetting ontstaan. Zo kan MRSA infecties veroorzaken, zoals een steenpuist. In zeldzame gevallen kan een bloedvergiftiging, botinfectie of longontsteking ontstaan. 1.4. Wie zijn vatbaar voor MRSA? Omdat MRSA ongevoelig is voor de meeste antibiotica, kan MRSA gemakkelijk overleven en zich verspreiden op plaatsen waar veel mensen met een zwakke weerstand bij elkaar zijn zoals in een verpleeghuis of een ziekenhuis. Bepaalde groepen mensen hebben een grotere kans besmet te zijn (geraakt) met MRSA, vaak zonder dat zij dit weten of merken. Dit geldt voor: 1. Iedereen die in een buitenlandse zorginstelling opgenomen is geweest (omdat men in deze zorginstellingen vaak een andere beleid voert voor het gebruik van antibiotica); 2. Iedereen die een onbeschermd contact heeft gehad met mensen die al MRSA-drager zijn. Dit gaat om bijvoorbeeld verzorgenden (partner, gezinsleden, huisgenoten) van een MSRA-positieve patiënt; 4
3. Iedereen die contact heeft met levende vleeskalveren, vleeskuikens of varkens. Dit geldt bijvoorbeeld als iemand woont of werkzaam is in een veehouderij of slachthuis; 4. Buitenlandse patiënten die in Nederland gedialyseerd zijn of Nederlandse patiënten die in het buitenland gedialyseerd zijn; 5. Kinderen die uit het buitenland geadopteerd zijn en in Nederland wonen; 6. Iemand die MSRA-drager is, of onder behandeling is geweest voor MRSA. Iedereen die korter dan 2 maanden geleden opgenomen of behandeld is geweest in een buitenlandse zorginstelling, wordt bij opname in elk ziekenhuis in ons land, dus ook in de OZG, standaard getest op MRSA. Op grond van landelijke richtlijnen is het beleid van de OZG dat ook patiënten die tot een van de overige genoemde (risico)- groepen behoren, moeten worden gecontroleerd op het al of niet bij zich dragen van een MSRA. Let op: Er kunnen extra redenen zijn om ook mensen te testen bij wie het langer dan 2 maanden is geleden dat zij in een buitenlandse zorginstelling hebben gelegen. Dan gaat het bijvoorbeeld om mensen die een extra risicofactor hebben voor MRSA zoals bijvoorbeeld een wond, steenpuist of eczeem. In deze gevallen geldt namelijk dat de MRSA nog steeds aanwezig kan zijn. 2. Voorzorgsmaatregelen tegen verspreiding van MRSA Het is belangrijk te zorgen dat MRSA zich in een ziekenhuis niet kan verspreiden en te voorkomen dat patiënten die al in het ziekenhuis verblijven, een besmetting met MRSA oplopen. 2.1. Informatie verzamelen over de risicofactoren In het ziekenhuis wordt in elk contact met een patiënt informatie verzameld die duidelijk moet maken of de patiënt behoort tot een van de in 1.4 genoemde risicogroepen. Is dat het geval, dan wordt er meteen getest op MRSA. 5
2.2. Hoe test het ziekenhuis op MRSA? Het testen op MRSA gebeurt met behulp van wattenstokjes. Met een wattenstokje worden kweken afgenomen van verschillende plaatsen van het lichaam onder andere keel, neus, bilnaad en eventueel ook van wonden en urinekatheter. In het laboratorium worden deze kweken nagekeken op de aanwezigheid van de MRSA. Na 7 dagen is in het algemeen de uitslag bekend. - sneltest Als u bent opgenomen, is een zogenoemde sneltest mogelijk. Met behulp van deze test kunnen we vaststellen of u een stafylokok bij u draagt. Is dit niet het geval dan bent u ook geen drager van MRSA. De uitslag van de sneltest is meestal binnen een paar dagen bekend. In een enkel geval (bijvoorbeeld in het weekend) duurt het langer. Als u naar ons ziekenhuis komt voor een afspraak op de polikliniek, wordt er geen sneltest gedaan: er worden dan kweken ingezet waarvan de uitslag binnen 7 dagen bekend is. We doen geen sneltest omdat uw verblijf in het ziekenhuis kort is, u niet met andere patiënten in contact komt en de kans op eventuele verspreiding van de MRSA zeer klein is. 2.2. Aantekening in uw gegevens In ons ziekenhuisinformatiesysteem maken we bij uw gegevens een aantekening dat u drager van MRSA bent of dat hiervan een vermoeden is op grond van gegevens zoals bezoek aan een ziekenhuis in het buitenland (zie paragraaf 2.1). Bij elk bezoek of verblijf dat u daarna aan ons ziekenhuis brengt, krijgt iedere zorgverlener die uw gegevens in het ziekenhuisinformatiesysteem raadpleegt, automatisch deze aantekening over de MRSA te zien. Zo kunnen we tijdig voorzorgsmaatregelen treffen om verspreiding van de MRSA te voorkomen. 2.3. Instellen isolatie- en/of beschermingsmaatregelen - bij afspraak op de polikliniek Als bij u sprake is (van een vermoeden) van een MRSAdragerschap, kunnen uw afspraken in het ziekenhuis, voor bij- 6
voorbeeld een poliklinische behandeling of onderzoek of een afspraak bij de specialist, gewoon doorgaan. Om besmetting van andere patiënten te voorkomen, kan het wel zo zijn dat uw afspraak aan het einde van de dag wordt gepland. Daarnaast nemen de ziekenhuismedewerkers wel een aantal beschermende maatregelen (zie hierna). - bij een opname in het ziekenhuis Als bij u sprake is (van een vermoeden) van een MRSAdragerschap en u moet worden opgenomen dan nemen wij tijdens uw opname in het ziekenhuis de volgende voorzorgsmaatregelen: - u wordt verpleegd op een één-persoonskamer. Deze kamer is mogelijk voorzien een toegangssluis en een eigen toilet en/of douche; - de deur naar de gang moet gesloten zijn op moment dat uw kamerdeur wordt geopend; - u mag de kamer niet verlaten; - op de deur naar uw kamer komt een speciale kaart te hangen zodat iedereen die de kamer wil binnengaan kan lezen welke maatregelen er gelden; - ziekenhuismedewerkers die op uw kamer komen, dragen een beschermende jas, muts, mond/neusmasker en handschoenen. De uitslagen van de MSRA-kweken worden ook toegevoegd aan uw gegevens in het ziekenhuisinformatiesysteem. 3. Behandeling van MSRA U kunt de MRSA spontaan of via een behandeling kwijt raken. Het is afhankelijk van uw aandoening en uw ziekteverloop of we een behandeling starten om de MRSA te bestrijden. De behandeling van MSRA bestaat uit - het wassen en douchen met een desinfecterende zeep; - het 1 keer per dag aanbrengen van zalf in de neus; - eventueel aangevuld met een antibioticakuur. Na 5 dagen wordt door middel van kweken gecontroleerd of de MRSA verdwenen is. Mocht dit niet zo zijn dan wordt er overleg over de behandeling gepleegd. 7
4. Opheffen van de maatregelen Afhankelijk van uw situatie en de uitslag van de kweken wordt u geïnformeerd over vervolg van de behandeling en het al of niet al opheffen van de genomen maatregelen. Als uit 3 achtereenvolgende kweken blijkt dat u de MRSAbacterie niet (meer) bij u draagt, zijn de hiervoor genoemde maatregelen niet meer nodig. Als vervolgens uit de kweken die na 2 maanden en na 1 jaar worden afgenomen, blijkt dat er geen MRSA-bacterie meer aanwezig is, dan vervalt automatisch de aantekening van de MRSA in ons ziekenhuisinformatiesysteem. Let op: Voor de betrouwbaarheid van de MRSA-test is het belangrijk dat u tijdens de test geen antibiotica gebruikt maar ook de 48 uur voorafgaand aan de test geen antibiotica hebt gebruikt. Let op: Een genezen (operatie)wond betekent niet automatisch het opheffen van de maatregelen, omdat het mogelijk is dat de MRSA alsnog aanwezig is in uw lichaam. Zolang de MRSA kweken positief zijn of zolang er nog geen 3 kweken zijn waaruit blijkt dat u de MRSA-bacterie niet meer bij u draagt, bent u MRSA-drager en blijven de isolatie- en/of beschermende maatregelen nodig. 5. Bijzonderheden 5.1. Bezoek tijdens uw verblijf in het ziekenhuis MRSA levert voor gezonde bezoekers geen gevaar op. Tijdens uw verblijf in de isolatiekamer kunt u bezoek ontvangen. Wel moet u uw bezoek van de volgende zaken op de hoogte (laten) brengen voordat zij naar het ziekenhuis komen. - Er gelden voor elke bezoeker (ook gezinsleden) maatregelen rond het betreden en verlaten van uw kamer. - Het kan zijn dat voor uw gezinsleden andere maatregelen gelden: de verpleegkundige bespreekt met u na overleg met de adviseur Infectiepreventie van het ziekenhuis welke maatregelen dit zijn. 8
- Voor al uw bezoek (ook uw gezinsleden) geldt dat het belangrijk is dat zij in elk geval nauwkeurig de aanwijzingen opvolgen die staan op de speciale kaart die op de deur van uw kamer hangt. - Na het verlaten van uw kamer moet elke bezoeker o de beschermende kleding uitdoen en deponeren in de daarvoor bestemde container; o de handen met handenalcohol desinfecteren. Let op: Het is belangrijk dat u uw bezoek laat weten dat als zij van plan zijn om tijdens hun bezoek aan het ziekenhuis niet alleen u maar ook nog andere mensen te bezoeken, zij eerst naar deze andere mensen gaan en daarna pas naar u. 5.2. (Weer) thuis - standaard hygiënemaatregelen Als u (weer) thuis bent, hoeven uw huisgenoten of mensen die thuis bij u op bezoek geen extra maatregelen te treffen. Hygiënemaatregelen zoals handen wassen na een toiletbezoek en voor het bereiden van eten of drinken zijn thuis voldoende. - informeren andere zorgverleners Wordt u thuis behandeld door bijvoorbeeld een fysiotherapeut of een wijkverpleegkundige? Dan moet u hen zo spoedig mogelijk laten weten (in elk geval voor het eerste contact dat zij met u hebben) dat u besmet bent met MRSA, zodat zij voorzorgsmaatregelen kunnen nemen. - afspraak in het ziekenhuis U kunt volgens afspraak behandeld of onderzocht worden in het ziekenhuis (bijvoorbeeld poliklinische behandeling of afspraak bij de specialist). Om besmetting van andere patiënten te voorkomen, kan het voorkomen dat uw afspraak aan het einde van de dag wordt gepland. De medewerkers nemen dan weer een aantal maatregelen in acht. Belangrijk is dat uw partner, huisgenoten en/of verzorgende(n) wanneer zij zelf voor een onderzoek, behandeling of opname 9
naar het ziekenhuis komen, altijd melden dat zij in contact zijn geweest met een MSRA-positieve patiënt. 5.3. Opsporen van de bron van de besmetting Het kan belangrijk zijn om op te sporen waar de besmetting met MRSA vandaan komt om daarna maatregelen te kunnen nemen tegen verdere verspreiding ervan. Uw medewerking is dan nodig om de bron van de besmetting te achterhalen. In dat geval neemt een van onze adviseurs Infectiepreventie contact met u op. 6. Heeft u nog vragen? Wij hopen u hiermee voldoende informatie te hebben gegeven over MRSA. Mocht u na het lezen nog vragen hebben, stelt u deze dan gerust aan de verpleegkundige of aan uw behandelend arts. We beseffen dat sommige maatregelen niet prettig zijn. We hopen dat u er begrip voor heeft. Heeft u nog specifieke vragen aan de adviseur Infectiepreventie? U kunt de verpleegkundige vragen een afspraak voor u te maken of u kunt bellen naar ons Klantcontactcentrum, telefoonnummer 088-066 1000, en vragen naar een van de adviseurs Infectiepreventie. 10
Ruimte voor het opschrijven van vragen 11
Ommelander Ziekenhuis Groep locatie Delfzicht locatie Lucas Jachtlaan 50, Delfzijl Gassingel 18, Winschoten Postbus 30.000 Postbus 30.000 9930 RA Delfzijl 9670 RA Winschoten Telefoon: 088-066 1000 E-mail: info@ozg.eu Web: www.ozg.nl OZG (05-14) IPC 401 12