IM-P795-04 CH-BEn-04 7.1.1.010 SI20 / SI40 Stoomluchtbevochtiger 1. Algemene veiligheidsinformatie 2. Algemene productinformatie 3. Installatie 4. In bedrijf stellen 5. Onderhoud en reservedelen 6. Opsporen van defecten INSTALLATIE en ONDERHOUD Wijzigingen voorbehouden
SI20 / SI40 1. Algemene veiligheidsinformatie De veilige werking van dit toestel kan slechts worden gewaarborgd als het correct is geïnstalleerd, opgestart en onderhouden door gekwalificeerd personeel (zie "Veiligheidsinstructies" op het einde van dit document). Ook moet de algemene code van goede praktijk bij buisleidinginstallaties, het gebruik van de juiste werk- en veiligheidsapparatuur gevolgd worden Waarschuwing: Installatie en Onderhoud Isoleer het geheel van het stoomnet vooraleer enig onderhoud aan de bevochtiger uit te voeren. Schakel alle elektrische kringen uit (verwijder de zekeringen) Isoleer de pneumatische regelklep en verbreek de pneumatische verbinding. Laat het systeem voldoende afkoelen. 2. Algemene productinformatie 2.1 Beschrijving De Spirax-Sarco SI luchtbevochtigers werden ontworpen om droge stoom te injecteren in luchtkanalen. Zij verzekeren een efficiënte menging van stoom en lucht teneinde de vochtigheidsgraad van de luchtstroom te verhogen zonder condensaatdruppels mee te sleuren. Regelopties Pneumatisch 0,2 1,0 bar 2,9 14,5 psi Elektrisch VMD 230VAC of 24 VAC Electronisch 0 10 VDC signal met 24VAC voeding 2.2 Technische gegevens Ontwerpvoorwaarden huis waterafscheider PN6 Maximale werkdruk 4 bar eff. Maximale werktemperatuur 152 C Maximaal aanbevolen werkdruk voorverwarming 4 bar eff. Minimaal aanbevolen werkdruk voorverwarming 1 bar eff. Minimum werkdruk geheel 0,35 bar eff. Stoom Condensaat Fig.1: Typische opstelling met waterafscheider (4), regelklep met elektrische servomotor (14), automatische afsluiter (13), lans(en) (5), voorverwarming, ontwatering, toebehoren en leidingen. Opmerkingen Opties: - De standaard regelklep (14) heeft een afdichting metaal metaal volgens IEC 60534-4 klasse IV 0,01% Kvs. Op aanvraag: regelklep (14) met zachte afdichting volgens IEC 60534-4 klasse VI. - Om de stoomtoevoer volledig af te sluiten en dus condensatie in het luchtkanaal bij stilstand te vermijden, raden wij aan om een af zonderlijke automatische afsluiter (13) te voorzien op de stoomtoevoer. Wij bevelen ook aan om regel- en veiligheidsfunctie strikt te scheiden. - Elektrische klemthermostaat (SI-T) (15) te monteren tussen de waterafscheider (4) en de vlottercondenspot (15). De thermostaat meet de temperatuur van het condensaat. De servomotor(en) worden pas geactiveerd indien de thermostaat een voldoende hoge condensaattemperatuur detecteert. - De regelklep (14) mag pas vrijgegeven worden 5 minuten na het vrijgeven van de ON/OFF klep (13). Dit zal ervoor zorgen dat de lansen (5) voorverwarmd zijn waardoor geen condensatie in de luchtkanalen kan optreden. - De regelklep (14) mag pas vrijgegeven worden na het bereiken van de correcte pulsietemperatuur van de lucht. SPIRAX-SARCO BENELUX Industriepark 5 9052 ZWIJNAARDE IM-P795-04 / CH-BEn-04 Tel. +32 9 244 67 10 +31 10 892 03 86 Fax +32 9 244 67 20-2 / 14 - info@be.spiraxsarco.com info@nl.spiraxsarco.com www.spiraxsarco.com/global/be www.spiraxsarco.com/global/nl
Installatie en Onderhoud 2. 3. Identificatie (zie Fig.2) Het naamplaatje vermeldt het type (20 of 40) en de maximum toegelaten stoomdruk: 400 kpa. De sticker op de lans vermeldt het type (20 of 40) en de lengte (1 tot 12). Fig.2 2.4. Het systeem De Spirax-Sarco SI-bevochtiger bestaat uit volgende basiselementen: 1. Waterafscheider met koppelingen voor montage van de regelklep. 2. Lans(en) 3. Regelklep en servomotor 4. Toebehoren: condenspotten, filters, afsluiters en eventuele drukreduceerpost. 5. Verbindingen te voorzien door de installateur. 6. Automatische afsluiter Klemthermostaat 2.5. Levering & verpakking De verpakkingsmethode zal afhangen van het type bevochtiger. Vergelijk steeds met de orderbevestiging. Op de waterafscheiders staat er een naamplaatje die het type aangeeft (20 of 40). De sticker op de lans vermeldt het type (20 of 40) en de lengte (1 tot 12). Toebehoren zoals condenspotten, filters, een drukreduceerstation die bij het order kunnen horen, worden afzonderlijk verpakt. De regelklep wordt afzonderlijk geleverd. Niet gemonteerde aansluitstukken worden los meegeleverd. Bij iedere waterafscheider en iedere lans worden twee aansluitstukken (16 Fig.1) meegeleverd. De lansen worden geleverd in beschermkokers. 3. Montage 3.1. Geleverde materialen. Datumcode 3.1.1 Pak de verschillende componenten uit in de omgeving waar de montage moet plaatsvinden. Dit verhindert mogelijke schade of verlies door het verplaatsen van de componenten. 3.1.2 Onderdelen getekend in streeplijn maken geen deel uit van de levering. 3.1.3 Bij iedere waterafscheider en iedere lans worden twee aansluitstukken meegeleverd. Twee nippels dienen voor de aansluiting van een leiding (8 mm) voor de voorverwarming en de ontwatering van de voorverwarming. Deze leiding moet door de installateur voorzien worden. Twee andere nippels worden gebruikt voor de aansluiting van de voorverwarming rechtstreeks op de waterafscheider en om de thermostatische condenspot MST21 1/2 BSP te verbinden. 3.1.4 Zie Fig.6 voor het gebruik van bevestigingsplaatjes. 3.1.5 De stoomtoevoer en de ophanging van de bevochtiger zijn ten laste van de installateur. 3.1.6 Het materiaal voor de voorverwarming is vrij te kiezen maar moet bestand zijn tegen een stoomdruk van 4 bar eff. 3.2. Lans en voorverwarming. SI20 / SI40 3.2.1 Aansluiting lansen: type 20: 1 BSP type 40: 1 1/2 BSP De beide aansluitingen voor de voorverwarming op de lans zijn 1/4 BSP. 3.2.2 Met de meegeleverde aansluitstukken (Zie Fig.7-10) (met schroefdraad of flenzen) kan een enkele lans direct op de uitlaat van de regelklep (9) gemonteerd worden. Deze aansluitingen zijn aangepast aan de gebruikte regelklep (flenzen of draad, DN) 3.2.3 De uiteindelijke verbinding van de lans op de waterafscheider laat de correcte oriëntatie van de lans toe. (Sproeiers tegen de luchtstroom in, behalve in Fig.15). 3.2.4 Elke andere plaats waar droge stoom gegarandeerd kan worden en de druk begrepen is tussen 1 en 4 bar, kan dienst doen als stoomtoevoer van de voorverwarming. De aansluiting op de waterafscheider moet dan wel afgedicht worden. 3.2.5 Bij systemen met één enkele lans, moet deze lans in het midden van de hoogte van het luchtkanaal gemonteerd worden. 3.2.6 Bij systemen met meerdere lansen moeten de lansen zodanig gemonteerd worden dat een gelijkmatige verdeling van stoom in de lucht gegarandeerd wordt (zie Fig.3). Let op de positie van de stoomtoevoer t.o.v. de verbindingleidingen (zie Fig. 5, 11, 12 en 13) Het max. aantal lansen bedraagt 5. Voor het aantal lansen in functie van de kanaalhoogte zie paragraaf 3.3.4. 3.2.7 Met de M10 draad aangebracht op het uiteinde kan de lans ondersteund worden. 3.3. Montage en leidingsdimensionering 3.3.1 Controleer of stoomtoevoerleidingen (en de eventuele drukreduceerpost) aangelegd zijn volgens de regels van de kunst. Alleen zo kan gegarandeerd worden dat er volledig droge stoom geïnjecteerd wordt. De max. stoomdruk staat vermeld op het naamplaatje en bedraagt 4 bar eff. Voor details: zie sectie 3.9.. 3.3.2 De aansluiting van de stoomtoevoer steekt uit het luchtkanaal. Voorzie voldoende plaats voor de montage van de voorverwarming en het aanbrengen van de isolatie. De openingen die in de luchtkanalen moeten voorzien worden voor de montage van de lansen zijn afhankelijk van het type. Type 20: diameter: 38 mm. Type 40: diameter: 54 mm. De kleine spleet tussen de lans en het gat in het luchtkanaal kan afgedicht worden met een geschikte mastiek (bestand tegen hoge temperaturen) of door het gebruik van bevestigingsplaatjes (zie Fig.6). 3.3.3 Om condensatie van de stoom langs de wanden van de luchtkanalen te vermijden en een minimale absorptieafstand te bekomen moeten de lansen gemonteerd worden zoals in Fig.3. 3.3.4 Het aanbevolen aantal lansen is afhankelijk van de kanaalhoogte. Kanaalhoogte Aantal lansen tot 1000 mm 1 1000-1700 mm 2 1700-2200 mm 3 2200-2600 mm 4 2600 mm en meer 5 Controleer zorgvuldig het aantal lansen indien: - De luchtsnelheid in het kanaal > 5 m/s. - De temperatuur van de lucht in het kanaal vóór de be vochtiger < 21 C. - De laatste filter (fijn filter bevindt zich op een afstand < 3 m na de stoomlans(en). - Een aftakking van de lucht op een afstand < 1 m na de lans(en). Afhankelijk van de voorwaarden, zoals stoomdebiet, beschikbare absorptieafstand, toename in vochtigheid kunnen extra lansen de opname efficiëntie verhogen. Zie nomogram blz. 6. IM-P795-04 / CH-BEn-04-3 / 14 -
SI20 / SI40 Installatie en Onderhoud Voor een optimale verdeling van de stoom moet de lengte van de lans aangepast zijn aan de breedte van het luchtkanaal (niet te kort en niet te lang) Selecteer het type van de lans in functie van de kanaalbreedte volgens volgende tabel : Maximum kanaalbreedte mm 450 630 900 1200 1470 1780 2080 2380 2690 3000 3300 3610 3950 Minimum kanaalbreedte mm 280 450 630 900 1200 1470 1780 2080 2380 2690 3000 3300 3610 Lanslengte 1 1,5 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 3.3.5 Fig.7-10 tonen aan welke onderdelen meegeleverd worden met de Spirax-Sarco luchtbevochtigers. 3.3.6 Aanbevolen DN s van de leidingen om een correcte stoomtoevoer zonder te grote drukval naar de lansen te bekomen: Type Regel Aantal lansen systeem klep 1 2 3 4 5 DN leiding 20 DN 15 15 20 20 25 25 DN 20 20 20 25 25 32 DN 25 25 25 25 32 32 40 DN 20 20 25 25 32 32 DN 25 25 25 32 32 40 DN 32 32 32 40 40 40 DN 40 40 40 40 50 50 3.3.7 Het is aan te raden om de stoomleidingen te isoleren om de warmteverliezen te beperken, de installatie sneller op te warmen, het condensaatdebiet te verminderen en de algemene efficiëntie van de installatie te verhogen. 3.3.8 Fig.11, 12 en 13: aanbevelingen voor de stoomtoevoer, ontwatering, enz. van systemen met meerdere lansen en systemen met verticale lansen. 3.3.9 De afstand tussen de waterafscheider en lansen moet tot een minimum worden beperkt. 3.4. Absorptie Het ontwerp en de installatie van een efficiënte stoombevochtiger resulteert in: 3.4.1 Een volledige menging van de stoom en de lucht over het volledige doorsnede van het luchtkanaal. 3.4.2 Een mimimale absorptieafstand. 3.4.3 Het vermijden van condensatie lans de wand van het luchtkanaal of andere componenten (zoals verwarmingsen koelbatterijen, filters, enz.) 3.5 De absorptieafstand Z (zie Fig.4) is de afstand vanaf het injectiepunt tot het punt waarop de stoom niet meer te zien is. De stoom zal echter nog niet volledig opgenomen zijn door de lucht. Om de absorptieafstand zo klein mogelijk te houden wordt de stoom tegen de luchtstroom geïnjecteerd. De reele bedrijfsomstandigheden zullen de absorptieafstand van de bevochtiger bepalen. Een vrije afstand van 0,5 m wordt aangeraden vóór de lansen (Zie Fig.4) Luchtkanaal 3.6 Deze afstand moet vergroot worden: 3.6.1 indien de luchtsnelheid kleiner is dan 3 m/s. 3.6.2 bij hoge stoomdebieten. 3.6.3 bij een grote vrije lengte na de lans(en). De absorptieafstand is niet kritisch. 3.6.4 bij een luchttemperatuur lager dan 18 C 3.6.5 bij sterke temperatuurschommelingen en verandering van de luchtsnelheid langs de doorsnede van het luchtkanaal. 3.6.6 bij een stoomdruk lager dan 0,5 bar. 3.6.7 bij een hoge relatieve vochtigheid van de intredende lucht. 3.7 Deze afstand mag verkleint worden indien: 3.7.1 bij kleine stoomdebieten 3.7.2 bij een hoge stoomdruk (temperatuur) 3.7.3 bij een hoge luchtsnelheid 3.7.4 bij een luchttemperatuur hoger dan 25 C 3.7.5 waar een beetje condensatie is toegelaten 3.7.6 bij een lage relatieve vochtigheid van de intredende lucht. 3.8 Vochtigheids- en temperatuuropenemers moeten op een voldoende afstand van het injectiepunt gemonteerd worden op een plaats waar een volledige menging van de lucht en de stoom gegarandeerd is. Zie Fig.4. Een max. hygrostaat (meestal ingesteld op 90%RV) gemonteerd op 2 à 3 m van het injectiepunt is aan te raden. Deze beveiliging moet een oververzadiging ten gevolge van de slechte werking van de normale vochtigheidsvoeler voorkomen. Monteer de vochtigheidsvoeler steeds in het terugnamekanaal. Wordt er geen lucht teruggenomen, plaats de vochtigheidsvoeler dan in de open ruimte. ( C in Fig.17) Lans 2 lansen: X=H/4 Y=H/2 3 lansen: X=H/6 Lans Y=H/3 4 lansen: X=H/8 Y=H/4 Fig.3 De minimum afstand tussen lansen onderling bedraagt 250 mm. De minimum afstand tussen de lans en de boven- en onderwand van het luchtkanaal bedraagt 250 mm. SPIRAX-SARCO BENELUX Industriepark 5 9052 ZWIJNAARDE IM-P795-04 / CH-BEn-04 Tel. +32 9 244 67 10 +31 10 892 03 86 Fax +32 9 244 67 20-4 / 14 - info@be.spiraxsarco.com info@nl.spiraxsarco.com www.spiraxsarco.com/global/be www.spiraxsarco.com/global/nl
Installatie en Onderhoud SI20 / SI40 0,5 m Absorptieafstand Z 2Z-3Z 5Z-6Z Luchtstroom Fig.4 Ventilator Batterij Lans Max. hygrostaat Drukschakelaar Vochtigheidsvoeler Alternatieve stoomtoevoer max. 4 bar Isolatie Kanaalwand Bevestigingsplaat Fig.5 Onderdelen getekend in streeplijn zijn door de installateur te voorzien 2 gaatjes 5 mm Fig.6 2 gleuven 5 mm Bevestigingsplaat: gegalvaniseerd: Type 20 R = 18 mm Type 40 R = 25 mm Optie: bevestigingsplaat in RVS 316. IM-P795-04 / CH-BEn-04-5 / 14 -
SI20 / SI40 Installatie en Onderhoud SPIRAX-SARCO BENELUX Industriepark 5 9052 ZWIJNAARDE IM-P795-04 / CH-BEn-04 Tel. +32 9 244 67 10 +31 10 892 03 86 Fax +32 9 244 67 20-6 / 14 - info@be.spiraxsarco.com info@nl.spiraxsarco.com www.spiraxsarco.com/global/be www.spiraxsarco.com/global/nl
Installatie en Onderhoud SI20 / SI40 Fig.7 Type 20 - Schroefdraad Fig.8 Type 20 - Flenzen PN16 EN1092 Optie: met de SI-luchtbevochtiger kunnen de vereiste aansluitstukken worden meegeleverd, aangepast aan de regelklep die voorzien is. De regelklep wordt afzonderlijk meegeleverd. Niet gemonteerde aansluitstukken worden los meegeleverd met de luchtbevochtiger. Fig.9 Type 40 - Schroefdraad Fig.10 Type 40 - Flenzen PN16 EN 1092 IM-P795-04 / CH-BEn-04-7 / 14 -
SI20 / SI40 Installatie en Onderhoud Zie tabel 1 Fig.11: Meerdere lansen met een korte lengte en waar 1 condenspot volstaat Fig.12 Meerdere lansen met grote lengte: een gescheiden ontwatering is vereist. Fig.13 Meerdere verticale lansen: gescheiden stoomtoevoer en ontwatering. Contacteer Spirax-Sarco. SPIRAX-SARCO BENELUX Industriepark 5 9052 ZWIJNAARDE IM-P795-04 / CH-BEn-04 Tel. +32 9 244 67 10 +31 10 892 03 86 Fax +32 9 244 67 20-8 / 14 - info@be.spiraxsarco.com info@nl.spiraxsarco.com www.spiraxsarco.com/global/be www.spiraxsarco.com/global/nl
Installatie en Onderhoud SI20 / SI40 Lucht Bovenaanzicht Fig.14 Horizontaal kanaal - horizontale lans Lucht Bovenaanzicht Fig.15 Horizontaal kanaal - verticale lans IM-P795-04 / CH-BEn-04-9 / 14 -
SI20 / SI40 Installatie en Onderhoud Bovenaanzicht Lucht Fig.16 Verticaal kanaal - horizontale lans 0.5 m injectieafstand Vochtigheidsvoeler C Verse buitenlucht Terugnamekanaal Absorptieafstand Max. hygrostaat Vochtigheidsvoeler C Luchtbehandelingsgroep Fig.17 Temp. sonde SPIRAX-SARCO BENELUX Industriepark 5 9052 ZWIJNAARDE IM-P795-04 / CH-BEn-04 Tel. +32 9 244 67 10 +31 10 892 03 86 Fax +32 9 244 67 20-10 / 14 - info@be.spiraxsarco.com info@nl.spiraxsarco.com www.spiraxsarco.com/global/be www.spiraxsarco.com/global/nl
Installatie en Onderhoud SI20 / SI40 3.9 Stoom- en condensaataansluitingen 3.9.1 De stoom toegevoerd aan de bevochtiger moet zo droog mogelijk zijn. Een goede ontwatering moet steeds voorzien worden. De stoomleiding voor de bevochtiger moet vrij zijn van lage punten en aansluitingen moeten steeds aan de bovenzijde van de leiding gemaakt worden. (zie Fig.18). 3.9.2 De ontwerpdruk voor iedere bevochtiger moet steeds aangehouden worden. Eventueel zal er een drukreduceerpost nodig zijn. (Fig.18 en 19.) 3.9.3 Monteer steeds een filter in de stoomtoevoer met een zeef in RVS van 100 mesh. 3.9.4 Om een goede ontwatering van de SI-waterafscheider (zie Fig.1) te bekomen moet de condenspot steeds lager dan de waterafscheider gemonteerd worden. 3.9.5 De condenspot mag geen tegendruk ondervinden ten gevolge van: a) een stijgende condensaatleiding. b) een condensaatleiding onder druk ten gevolge van revap.stoom of een andere reden. 3.9.6 Het is aan te raden om het condensaat onder graviteit in een ontluchte collector te laten lopen. Indien het condensaatdebiet voldoende groot is kan een Spirax-Sarco condensaatpomp gebruikt worden om het condensaat terug te voeren naar het ketelhuis. 3.9.7 De thermostatische condenspot moet min. 1 m onder de uitlaat van de lans gemonteerd worden om het condensaat voldoende te laten afkoelen. Naar bevochtiger Fig.18 Drukreduceerstation met BRV2S: Waar de stoom droog is, bij kleine debieten en minder kritische toepassingen. 3.10 Perslucht voor pneumatische servomotoren. Indien de regelklep en servomotor door een andere fabrikant geleverd worden, lees dan eerst de afzonderlijke installatie- en onderhoudsinstructies. Ga na of de verschillende componenten wel compatibel zijn. 3.10.1 De perslucht moet vrij zijn van vocht en olie. 3.10.2 Monteer de vochtigheidsvoeler zoals beschreven in de installatie-instructies van de leverancier. 3.10.3 Zorg ervoor dat ingeval van een stroompanne en uitval van de ventilator, de stoombevochtiging ook gestopt wordt. 3.10.4 Fig.20: Typische pneumatische regeling met klepstandsteller. Perslucht 2-6 bar MPC2 Klepstandsteller 4-20mA Regelaar Vochtigheidsvoeler Fig.20 Pneumatische regelklep met klepstandsteller 24V 4-20mA Opmerking (niet voorgesteld): Wij raden aan om een afzonderlijke automatische afsluiter op de stoomtoevoer te voorzien. 3.11 Elektrische aansluitingen voor elektrische servomotoren. Indien de regelklep en servomotor door een andere fabrikant geleverd worden, lees dan eerst de afzonderlijke installatie- en onderhoudsinstructies. Ga na of de verschillende componenten wel compatibel zijn. 3.11.1 Alle elektrische aansluitingen moeten uitgevoerd worden door een bevoegd persoon en volgens de regels van de kunst. 3.11.2 Monteer de vochtigheidsvoeler zoals beschreven in de installatie-instructies van de leverancier. 3.11.3 Zorg ervoor dat in geval van een stroompanne en uitval van de ventilator, de stoombevochtiging ook gestopt wordt. 3.11.4 Fig.21: Typische elektrische regeling. Naar bevochtiger 2-10V Regelaar 24V Fig.19 Drukreduceerstation met DP27: Omvat een waterafscheider, afsluiters, een ontwatering en een veiligheidsklep. Voeding 1 tot 10V Vochtigheidsvoeler Fig.21 Elektrische regelklep Opmerking (niet voorgesteld): Wij raden aan om een afzonderlijke automatische afsluiter op de stoomtoevoer te voorzien. 3.12 Elektrische klemthermostaat (optie) Elektrische klemthermostaat (SI-T) te monteren tussen de waterafscheider en de vlottercondenspot. De thermostaat meet de temperatuur van het condensaat. De servomotor(en) worden pas geactiveerd indien de thermostaat een voldoende hoge condensaattemperatuur detecteert. De thermostaat heeft een instelbereik van 40 tot 120 C. Stel de thermostaat in op 90 à 95 C. IM-P795-04 / CH-BEn-04-11 / 14 -
SI20 / SI40 4. In bedrijf stellen Procedure om een goede werking te garanderen: 4.1. In een nieuwe installatie is, tijdens de constructie, meestal vuil terechtgekomen. Daarom is het steeds wenselijk de installatie door te blazen alvorens op te starten. Opmerking: Het is aan te raden om regelmatig de filterzeven te reinigen. 4.2 Controleer of er geen spanning aangebracht is op de servomotor. De regelklep moet dus in de gesloten stand staan. 4.3 Open de stoomtoevoer naar de waterafscheider en de voorverwarming. 4.4 Laat de installatie gedurende 10 à 15 min. opwarmen. De temperatuur van de leiding tussen de waterafscheider en de condenspot moet die van de stoom benaderen. 4.5 Stel de gewenste en max. RV in. 4.6 Stel de klemthermostaat in (optie). 4.7 Activeer de regelklep en automatische afsluiter. 5. Onderhoud en reservedelen Installatie en Onderhoud Waarschuwing: Sluit eerst de stoomtoevoer volledig af, vooraleer enige onderhoudswerkzaamheden te starten. Schakel alle elektrische aansluitingen uit (verwijder de zekeringen). Sluit de perslucht af. Laat de installatie voldoende afkoelen. 5.1 Periodiek onderhoud Na 24 uur werking: Span de flensbouten aan. Comprimeer de klepsteelpakking, bij regelkleppen met een grafiet pakking, door de moer een ¼ toer aan te spannen. Draag er zorg voor om de moer niet te sterk aan te spannen zodat de klepsteel niet blokkeert. Jaarlijks Inspecteer de regelklep en controleer op slijtage en afzetting. Vervang de beschadigde onderdelen (klep en zitting) en de klepsteelpakking. 5.2 Reservedelen Lees de installatie- en onderhoudsinstructies van de afzonderlijke componenten. 6. Opsporen van defecten Defect Oorzaak Remedie Slechte stoomverdeling A. Vochtigheidsvoeler defect A. Herstellen of vervangen B. Regelklep defect B. Controleer of er zich geen vuil tussen de klep en zitting bevindt. Herstel indien nodig. C. Servomotor defect C. Controleer het regelsignaal. Herstel of vervang de servomotor. D. Ongeschikt of defect regelsysteem D. Controleer en herstel E. Filterzeef verstopt E. Verwijder de zeef en reinig. F Afsluiter stoomtoevoer gesloten F. Open de afsluiter G. Drukreduceertoestel beschadigd G. Reinig en herstel. Stel de juiste gereduceerde druk in. De stoominjectie houdt aan, nadat A. Vuil tussen klep en zitting. A. Controleer de klep en zitting, reinig of vervang. de gewenste vochtigheid bereikt is. B. Hygrostaat defect. B. Herstel of vervang. C. Hygrostaat niet correct ingesteld C. Wijzig instelling. De lans sproeit water. A. Slechte ontwatering van de stoomtoevoer. A. Verifieer en verbeter. B. Primage aan de ketel. B. Ga dit na met de operator van het ketelhuis en zoek daar naar een oplossing. C. Condenspot onder waterafscheider defect C. Reinig, herstel of vervang. de condenspot D. Tegendruk condensaat groter dan de stoomdruk E. Stijgende condensaatleiding na condenspot. F. Condenspot buiten werking op tracer of onvoldoende voorverwarming G. Regelklep geactiveerd vooraleer de lans is voorverwarmd. D. Indien de tegendruk niet verminderd kan worden moet een afzonderlijke condensaatleiding voorzien worden of moet men het condensaat onder graviteit laten weglopen. E. Laat condensaat onder graviteit weglopen of in een collector van een condensaatpomp. F. De condenspot moet van het type MST21 (STD) zijn. G. Zie instructies over het in dienst stellen. Een beter voorverwarming van de lans kan bekomen worden door een afzonderlijke stoomvoeding te voorzien tot 4 bar max. SPIRAX-SARCO BENELUX Industriepark 5 9052 ZWIJNAARDE IM-P795-04 / CH-BEn-04 Tel. +32 9 244 67 10 +31 10 892 03 86 Fax +32 9 244 67 20-12 / 14 - info@be.spiraxsarco.com info@nl.spiraxsarco.com www.spiraxsarco.com/global/be www.spiraxsarco.com/global/nl
Installatie en Onderhoud SI20 / SI40 IM-P795-04 / CH-BEn-04-13 / 14 -
SI20 / SI40 Installatie en Onderhoud Veiligheidsinstructies Het vermijden van risico s bij het installeren, gebruiken en onderhouden van Spirax-Sarco producten De veilige werking van deze producten kan enkel gegarandeerd worden indien ze op de juiste manier geïnstalleerd, opgestart en onderhouden worden door gekwalificeerd personeel (zie sectie Werkvergunningen hieronder) in overeenstemming met de installatie- en onderhoudsinstructies. Er moet ook voldaan worden aan de algemeen geldende installatie- en veiligheidsinstructies voor pijpleiding- en installatietechnieken. Het juiste gebruik van werktuigen en van veiligheidsapparaten moet ook voldoende gekend zijn. Toepassing Verzeker u ervan dat het product geschikt is voor de toepassing aan de hand van de installatie- en onderhoudsinstructies (IM), de naamplaat en de technische fiche (TI). De producten in de lijst hieronder voldoen aan de vereisten van de Europese PED richtlijn 97/23/EC en zijn voorzien van een markering, tenzij ze vallen onder de voorwaarden van artikel 3.3 van de richtlijn: DN Categorie Product min. max. Gassen Vloeist. G1 G2 G1 G2 SI20 3/4" 3/4" - Art.3.3 - Art.3.3 SI40 6/4" 6/4" - Art.3.3 - Art.3.3 i) De producten zijn specifiek ontworpen voor gebruik met : - stoom - water Toepassingen met andere fluïda zijn mogelijk, doch hiervoor is steeds overleg met en toestemming van Spirax-Sarco noodzakelijk. ii) Verifieer de materiaalgeschiktheid en de maximum en minimum toelaatbare werkdruk en werktemperatuur in onderlinge combinatie. Indien de maximum gebruikslimieten van het product lager zijn dan het systeem waarin het gemonteerd is, of wanneer een defecte werking van het product tot een gevaarlijke overdruk of overtemperatuur kan leiden, dan moet het systeem voorzien worden van een overdruk en/of overtemperatuurbeveiliging. iii) Volg nauwgezet de installatie-instructies met betrekking tot inbouw en de richting en zin van de stroming van het fluïdum. iv) Spirax-Sarco producten zijn niet bestand tegen externe belasting geïnduceerd door het systeem waarin ze geïnstalleerd zijn. De installateur moet deze externe belastingen inschatten en alle voorzorgsmaatregelen nemen om ze te minimaliseren. v) Verwijder alle beschermingskappen van aansluitingseinden alvorens in te bouwen.. Toegankelijkheid Alvorens een product in te bouwen in een leidingsysteem en/of handelingen uit te voeren aan een ingebouwd product, verzeker u van een veilige bereikbaarheid, en gebruik indien nodig een beveiligd werkplatform. Verlichting Zorg voor een adequate verlichting, die toelaat alle details van het product en zijn onmiddellijke omgeving duidelijk waar te nemen. Gevaarlijke gassen en/of vloeistoffen in de leiding Verifieer wat er zich in de leiding bevindt of bevonden heeft. Neem gepaste voorzorgen indien het gaat om fluida die brand-, ontploffings-, of gezondheidsgevaar kunnen opleveren. Gevaarlijke omgeving rond het product Verifieer en evalueer het explosiegevaar in de onmiddellijke omgeving, de aanwezigheid van voldoende ademlucht (bvb. In tanks en putten...), de mogelijke aanwezigheid van toxische gassen, extreem hoge omgevingstemperaturen, hete oppervlakken (t.g.v. van laswerken...), overdreven lawaai, bewegende machines. Het systeem Verifieer en evalueer het effect van de inbouw van het product op het complete systeem. Zorg ervoor dat geen enkele manipulatie van het product (bvb. bediening van handwielen en/of hendels, thermische en elektrische isolatie..) eender welk gedeelte van het systeem of eender welke persoon in gevaar brengt. De grootste omzichtigheid moet in acht genomen worden bij het tijdelijk buiten dienst stellen van alarmsystemen of het afsluiten van ontluchtings- en/of beluchtingsystemen. Isolatieafsluiters geleidelijk openen en sluiten om systeemschokken te voorkomen. Systemen onder druk Verifieer dat de druk volledig van het systeem weggenomen is, en er een voldoende gedimensioneerde ontluchtingsopening aanwezig is. Zorg, indien mogelijk, voor een dubbele isolatie t.o.v. onder druk staande delen van het systeem. Borg de afsluiters in gesloten toestand en/of voorzie ze van een duidelijk waarschuwingslabel. Vertrouw nooit op de aflezing van een manometer die een drukloze toestand aanduidt. Temperatuur Laat, na demontage, voldoende afkoelingstijd om brandwonden te vermijden. Draag beschermende kledij en veiligheidsbril. Werktuigen en wisselstukken Alvorens met de werken te starten, verzeker er u van dat de nodige werktuigen en wisselstukken beschikbaar en aanwezig zijn. Gebruik enkel originele Spirax-Sarco wisselstukken. Hergebruik nooit een gebruikte dichting. Beschermkledij Verifieer en evalueer of beschermende kledij noodzakelijk is tegen gevaren zoals contact met chemicaliën, extreem hoge en/of lage temperaturen, straling, lawaai, vallende objecten en aantasting van ogen en aangezicht. Werkvergunningen Alle werkzaamheden moeten uitgevoerd en/of gesuperviseerd worden door een terzake bevoegd persoon. Monteurs en operatoren moeten opgeleid worden in het correct gebruik van het product aan de hand van de installatieen onderhoudsvoorschriften. Indien vereist moet een werkvergunning aangevraagd en verstrekt worden. De procedures van deze werkvergunning moeten strikt opgevolgd worden. Indien een werkvergunning niet vereist is, wordt er aanbevolen een verantwoordelijk persoon aan te duiden die op de hoogte is van de installatie, geassisteerd indien nodig door een veiligheidspersoon. Indien nodig moeten er ook waarschuwingspanelen geplaatst worden. Behandeling Manuele behandeling van grote en/of zware producten kan tot kwetsuren leiden. Opheffen, duwen, trekken, dragen en/of steunen van een last met het lichaam is zeer belastend en dus potentieel gevaarlijk voor de rug. Evalueer het risico op kwetsuren door rekening te houden met de aard van het werk, de uitvoerder, de grootte van de last en de werkomgeving. Gebruik een werkmethode die aangepast is aan al deze omstandigheden. Restgevaar Het oppervlak van een product kan, na buiten dienst stelling, nog gedurende lange tijd zeer heet blijven. Indien deze producten gebruikt worden op hun maximum werktemperatuur, kan deze oppervlaktetemperatuur oplopen tot 350 C. Hou er rekening mee dat sommige producten bij demontage niet volledig leeglopen, en er dus nog hete vloeistof kan in achterblijven (zie Installatie- en onderhoudsinstructies). Vorstgevaar Voorzorgsmaatregelen tegen vorstgevaar moeten genomen worden bij producten die niet volledig vloeistofvrij zijn bij stilstanden of periodes van lage belasting. Verschroting Tenzij anders vermeld in de Installatie- en Onderhoudsinstructies, zijn deze producten volledig recycleerbaar, en kunnen zonder gevaar voor milieuvervuiling opgenomen worden in het recyclagecircuit. Terugsturen van producten Klanten en voortverkopers worden eraan herinnerd dat, volgens de milieuwetgeving, teruggestuurde producten moeten vergezeld worden van informatie aangaande de mogelijke gevaarlijke residuen in de producten en de te nemen voorzorgsmaatregelen. Deze informatie moet schriftelijk de producten vergezellen, en alle nodige gezondheids- en veiligheidsgegevens bevatten van de gevaarlijke of potentieel gevaarlijke substanties. SPIRAX-SARCO BENELUX Industriepark 5 9052 ZWIJNAARDE IM-P795-04 / CH-BEn-04 Tel. +32 9 244 67 10 +31 10 892 03 86 Fax +32 9 244 67 20-14 / 14 - info@be.spiraxsarco.com info@nl.spiraxsarco.com www.spiraxsarco.com/global/be www.spiraxsarco.com/global/nl