is uniek 111.172 Premium-Line "Reedcontact-motor" Benodigd gereedschap: LET OP! Dit produkt bevat kleine onderdelen die ingeslikt kunnen worden. Kans op verstikkingsgevaar. Dit produkt bevat een magneet. Ingeslikte magneten kunnen ernstig letsel veroorzaken. Raadpleeg direct een arts wanneer een magneet wordt ingeslikt Figuurzaag of ijzerzaag Kolomboormachine of accuboormachine Schroevendraaier Boortjes ø 2,5, 3,3, 4, 5, 6 mm Verzinkboor (90 ) Gatenboor ø mm Zijsnijtang Werkplaatsvijl Priem Alleslijm Schuurpapier Olie Let op! Opitec bouwpakketten zijn na afbouw geen speelgo- ed, maar leermiddelen als ondersteuning in het ped- agogisch vakgebied.dit bouwpakket mag door kinde- ren en jongeren alleen onder toezicht van een volwassene worden gebouwd en gebruikt. Niet geschikt voor kinderen jonger dan 36 maanden. Verstikkingsgevaar! Stuklijst Materiaal Aant. Afm. (mm) Omschr. Nr. Acrylglas 1 100x65x12 Grondplaat, zijdeel 1 Acrylglas 1 xx5 Aandrijving 2 Aluminium strook 1 2x10x2 Houder spoel 3 Platte strook 5 gaten 1 Houder spoel 4 Koperlakdraad 1 2400x0,6 Spoel 5 Reedcontact 1 20x2,5x0,6 Reedcontact 6 Schijfmagneet 4 øx6 Magneet 7 Bout, zeskant 1 M6x25 Spoelkern 8 Platte moer, verzinkt 2 M6 Bevestiging spoel 9 Moer, verzinkt 3 M4 Bevestiging as 10 Kroonsteen 3 Opbouw Reedcontact 11 Platkopschroef 2 M4x16 Bevestiging zijdeel 12 Cilinderkopschroef 1 M4x30 As aandrijving 13 Cilinderkopschroef 2 M3x10 Houder en kroonsteen 14 Messing huls 1 ø5x Lagering rotoras Tussenring 1 ø9/4 Houder spoel 16 1
2
Algemeen: In het bouwpakket zijn verschillende materialen inbegrepen voor de bouw van de houder. De keuze van het materiaal maakt het mogelijk de Reedconctact-motor in verschillende moeilijkheidsgraden te bouwen! 1. Het maken van de grondplaat en het zijdeel 1.1 Neem de afmetingen van het zaagplan (afb. 1.1) over op de plaat van acrylglas (1). Zaag de onderdelen uit m.b.v. een figuurzaag en werk de zaagkanten netjes af m.b.v. een vijl en schuurpapier. Belangrijke aanwijzing voor het zagen van acrylgas met een figuurzaag: Omdat acrylglas tijdens het zagen snel warm wordt en verkleeft dient ment tijdens het zagen wat water op het acrylglas te laten vallen. Dit koelt voldoende om zelfs ingewikkelde vormen te kunnen zagen. Afhankelijk van de zaag en de voortgang van het werk kan het zijn dat vaker water moet worden gebruikt. Voor het zagen van acrylglas is een zaagblad met een 'medium' vertanding aan te bevelen; de tanden zijn dan niet te fijn of te grof. Afb. 1.1 grondplaat zijdeel 55 65 65 30 100 1.2 Neem de afmetingen van de tekening (zie pag. 7) over op de grondplaat en de achterwand of knip het sjabloon uit en plak dit met plakband op het acrylglas. Markeer de middelpunten van de boorgaten m.b.v. een priem. (zie afb.1.2) A doorsnede A-B verzinken 4 B vooraanzicht zijdeel Tip: beschermfolie tijdens het werken niet verwijderen! Ø 2,5 grondplaat Afb. 1.2 Ø 2,5 Ø 3,3 aanzicht van onder 1.3. Boor de gaten ø 2,5, ø 3,3 en ø 4 mm. (zie sjabloon en afb. 1.3) Afb. 1.3 Tip: gebruik een kunststofboor of een metaalboor! 1.4. Snij een schroefdraad M3 bij de gaten ø 2,5 mm, en een schroefdraad M4 bij de gaten ø 3,3 mm. (gebruik een 3-delige handtapset of tapboor) Zie afb. 1.4. Afb.1.4 Tip: maak de schroefdraad (precies!) loodrecht t.o.v. de acrylplaat. (met winkelhaak controleren!) 3
1.5. Verzink de beide gaten ø5 mm op de achterkant van de grondplaat minstens 4 mm diep. (zie afb. 1.5) Afb. 1.5 Tip: Gebruik een diepteaanslag! Als alternatief kan i.p.v. verzinken ook een blind gat ø 10 mm 6-8 mm worden geboord. Dit heeft als voordeel dat er voor de bevestiging van het zijdeel meer schroefdraad overblijft! 2. Het maken van de lagering (2 mogelijkheden) Variant 1: 2.1 Bewerk de platte strook zoals op afb. 2.1 is te zien. buigkant 18 Afb 2.1 Tip: gebruik een ijzerzaag! gat groter maken m.b.v figuurzaag ø 6 mm boren Variant 2: 2.2 Meet van de aluminium strook (3) mm af, markeer dit en zaag het af. Rond één uiteinde van het onderdeel af m.b.v. een figuurzaag of werkplaatsvijl. Neem de gaten m.b.v. het sjabloon (pagina 7) over op de aluminium strook ( mm). Boor de gaten en buig de strook 90 op de aangegeven plek. (zie afb.2.2) Afb. 2.2 46 ø ø 35 3. Het maken van de aandrijving (magneethouder) 8 zijaanzicht 3.1 Neem de posities van de te boren gaten m.b.v. het sjabloon (pagina 7) over op het acrylglas (2). Boor de 4 gaten voorzichtig met een gatenboor ø mm ca. 3,5 mm diep. (zie afb. 3.1) Gebruik een diepetaanslag! Afb. 3.1 Tip: voorzichtig boren zodat het acrylglas niet doorboord wordt. Absoluut even diepe gaten boren; anders raakt het werkstuk later uit balans! 3.2. Boor het middelste gat ø 4mm. (zie afb.3.2) Afb.3.2 3.3. Lijm de schijfmagneten gelijk gepoold met alleslijm in de 4 gaten. (zie afb.) Afb. 3.3 N Tip: wees spaarzaam met de lijm! N N N 4
4. Het maken en het bevestigen van de spoel Bouwbeschrijving 100 mm laten uitsteken 4.1 Breng op de bout (8) plakband aan tot een lengte van 18 mm, gerekend vanaf de kop van de bout. Schroef een moer (9) tot aan het plakband op de bout. Knip van de koperlakdraad (5) een stuk van ca. 200 mm lengte af; dit heb je later nodig bij de eindmontage! Strip de beide uiteinden van het overgebleven stuk draad. Wikkel vervolgens de de koperlakdraad vanaf het startpunt (moer) netjes om de schroefdraad van de bout (8). (telkens in één richting en maximaal 5 lagen) Laat de draad bij het beginpunt ca. 100 mm uitsteken. (zie afb.4.1) Afb. 4.1 startpunt wikkeling Afb.4.2 4.2. Draai, als de complete draad netjes is omwikkeld, de beide uiteinden van de draad netjes in elkaar zoals op afbeelding 4.2 is te zien. De wikkeling kan dan niet opdraaien! 4.3. Bevestig de platte strook of de aluminium strook (variant 1 of 2) op de bout en zet deze vast met een contramoer (9). (zie afb.4.3) Afb. 4.3 5. Eindmontage 5.1. Bevestig het zijdeel zoals op afbeelding 5.1 is te zien m.b.v. platkopschroeven (12) van onder in de bodemplaat. Afb.5.1 5.2. Steek de messing huls () in het gat aan de achterkant (zie afb.5.2) Afb. 5.2 5.3. Steek de cilinderkopschroef (13) van voren (magneetkant) door het gat in de rotor (zie punt 4) en draai deze vast door aan de achterkant een moer (10) vast te draaien. (zie afb.5.3) Afb.5.3 5
5.4. Schuif de magneethouder met de cilinderkopschroef door de messing huls (). (zie afb.5.4) Afb. 5.4 Tip: breng olie aan op het lager! 5.5. Draai aan de achterkant 2 moeren (10) op de cilinderkopschroef; draai deze als contramoer vast. Afb. 5.5 Tip: draai de moeren zo vast dat de magneethouder makkelijk en zonder speling kan draaien. 5.6. Bevestig de spoelhouder met spoel zoals op afbeelding 5.6 is te zien met een schroef (14) en een tussenring (16) op de grondplaat. (zie afb. 5.6) Bewaar een afstand van 2-3 mm tot de magneten. Afb. 5.6 Tip: het lange gat dient om de afstand tussen de spoel en de magneethouder in te stellen! tussenring 5.7. Verbind een gestript uiteinde van de spoel met een kroonsteen (11) en schroef dit vast. (zie afb.5.7) Afb. 5.7 5.8. Buig de aansluiting van het Reedcontact met een buigtang voorzichtig 90. Let op de stand van de bimetalen aansluitingen. Sluit de gebogen aansluiting van het Reedcontact aan op het andere uiteinde van de kroonsteen (11) en schroef dit vast. (zie afb.5.8) Afb.5.8 5.9. Bevestig de 2e, rechte, aansluiting van het Reedconctact (6) aan een andere kroonsteen (11). (zie afb.5.9) Afb. 5.9 6
5.10. Knip een stuk van 20-30 mm lengte af van de rest van de koperlakdraad. Strip de beide uiteinden van het stuk draad en maak in het midden een hoek van 90. Sluit de draad aan op de kroonstenen. (zie punt 5.9 en afb. 5.10) Afb. 5.10 5.11. Schroef de laatste kroonsteen m.b.v.een cilinderkopschroef (14) op de grondplaat. (zie afb.5.11) Verbind de beide kroonstenen middels de draad met elkaar. (zie afb.5.11 rechts) Afb. 5.11 5.11. Strip de beide uiteinden van een ca. 60 mm lang stuk draad en sluit dit aan op de kroonsteen (11). Richt het Reedcontact (6) zo uit dat dit links naast de spoel precies in het midden voor een magneet (7) is geplaatst. Met behulp van de kroonstenen kan de positie van het Reedcontact precies worden aangepast. (zie afb.5.12) Afb. 5.12 6. Controle werking 6.1 Sluit een platte batterij 4,5 V aan op het gestripte draadeinde van de motor. Geef een draai aan de rotor met de schijfmagneten. Als de motor niet draait, dan moet de positie van het Reedcontact proefondervindelijk worden aangepast totdat de juiste plek is gevonden. 7
8
Sjabloon grondplaat schaal 1:1 Sjabloon achterwand schaal 1:1 43 58 65 30 57 65 6 Ø 12 40 M4 55 Ø 2,5 M3 8 M3 Sjabloon rotor schaal :1 30 Sjabloon lagering aluminium strook versie 2 schaal 1:1 Ø Ø 4 30 buigkant Ø 6 Ø 4 8 18 17 10 9