NL 7 HANDLEIDING INSTALLATEUR VERSIE A
Fancom 7 Copyright Bewaar deze handleiding altijd bij uw computer Alle rechten zijn voorbehouden. Niets uit deze handleiding mag worden gekopieerd, gedistribueerd of vertaald in andere talen, geheel of gedeeltelijk, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Fancom. Fancom houdt zich het recht voor wijzigingen in de handleiding aan te brengen. Fancom kan echter geen garantie geven, impliciet noch expliciet, voor deze handleiding. Het risico hiervan ligt volledig bij de gebruiker. Copyright 0 Fancom B.V. Panningen, Nederland NL08 Art.Nr. A909 WIJZIGINGEN VOORBEHOUDEN
Fancom 7 Inhoudsopgave Inhoudsopgave Over deze handleiding. Inleiding.... Technische gegevens.... Veiligheidsinstructies en waarschuwingen.... Algemeen.... Tijdens installeren.... Tijdens reparatie.... Onafhankelijke alarminstallatie.... Montage en installatie.... Systeeminstellingen.... Algemeen.... Installatie..... Stalindeling..... Etagedetectie toewijzen..... Tellers toewijzen... 7.. Verzamel-/Eierband... 9.. Pulsgegevens.... Ingangen.... Uitgangen..... Digitale uitgangen..... Analoge uitgangen.... Configuratie...7.. Algemeen...7.. Communicatie...8. Test ingangen en uitgangen...9. Bepaling kentallen stallen...0 BIJLAGE : Systeemalarmen BIJLAGE : Installatierapport BIJLAGE : Aansluitschema's
Fancom 7 Over deze handleiding Over deze handleiding Deze handleiding bevat informatie over de installatie van en service aan de computer. Leest u de handleiding zorgvuldig en neemt u de veiligheidsvoorschriften in acht. Daarna kunt u de installateursinstellingen maken en de computer klaar maken voor verder gebruik. Fancom heeft deze handleiding geschreven voor de installateur. Naast de installateurhandleiding bestaat er een gebruikershandleiding. In de gebruikershandleiding vindt u alle informatie over het dagelijks gebruik van de computer. Voor vragen staat Fancom gaarne tot uw dienst. De onderwerpen die in deze handleiding aan de orde komen vindt u in de inhoudsopgave. In deze handleiding maakt Fancom gebruik van de volgende symbolen: Suggesties, adviezen en opmerkingen met aanvullende informatie. Voorzichtig Deze waarschuwing duidt op schade aan het product, als u de procedures niet zorgvuldig uitvoert. Voorzichtig Deze waarschuwing duidt op een levensbedreigende situatie, als u de procedures niet zorgvuldig uitvoert.
Fancom 7 INSTALLATEUR:. Inleiding. Inleiding De Fancom 7 is een eiertelcomputer, speciaal ontwikkeld voor het elektronisch tellen van eieren en het registreren van voer- en waterverbruik. Communicatie U kunt de 7 in FNet of een seriële communicatielus (door middel van een communicatieopsteekprint) opnemen. Met behulp van een Personal Computer kunt u de eiertelcomputer dan op afstand bedienen.
Fancom 7 INSTALLATEUR:. Technische gegevens. Technische gegevens Netvoeding Netspanning 0Vac (-0% +%) Netfrequentie 0-0Hz Maximum opgenomen vermogen 0VA Beschikbare voeding voor sensoren en randapparatuur Vdc (gezekerd) Vdc, kortsluitvast Relaisuitgangen Relais -, potentiaalvrij* Relais (alarmrelais, potentiaalvrij) 0 Analoge uitgangen (8 bits) Spanningsbereik Maximale belasting Uitgangsweerstand 8 Contactingangen Open contact spanning (hoog niveau) Laag niveau Toepassing: telleringang, min. pulsbreedte.msec frequentie-ingang Analoge ingangen oplossend vermogen bits Types selecteerbaar via Jumper Bereik temperatuurmeting voeler type S.7 - nauwkeurigheid (- C tot +00 C) - nauwkeurigheid (0 C tot +0 C) Bereik weerstandsmeting voor positieterugmelding Bereik spanningsmeting (ingangsweerstand 00kΩ) Nauwkeurigheid spanningsmeting max. 00mA max. 0mA max. A 0Vdc/0Vac of max. A 0Vac max. A 0Vdc/0Vac 0-0Vdc ma 70Ω Vdc <.Vdc max. frequentie 00Hz max. frequentie khz -0 C tot +0 C <0. C <0. C 0-0kΩ 0-0Vdc +/- mvdc Weegingang niet van toepassing Behuizing Kunststof behuizing met schroefsluiting Afmetingen (l b h) Gewicht (onverpakt) IP 00 0 0mm.9kg Omgevingsklimaat Bereik bedrijfstemperatuur 0 C tot +0 C Bereik opslagtemperatuur -0 C tot 0 C Relatieve vochtigheid < 9%, niet condenserend Communicatie FNet, Fancom netwerk, voor onderlinge communicatie van regelcomputers en koppeling met PC*. Optie: Fancom seriële lus voor onderlinge communicatie van regelcomputers en koppeling met PC* I/O-Net voor extra in- en uitgangen met behulp van I/O-modules; max. 0 IDM en/of IRM-modules, elk met in-/uitgangen*. - max. pulsfrequentie IDM-ingang: - max. pulsfrequentie IRM-uitgang: * Voor elektrische aansluiting en/of kabelgegevens, zie aansluitschema. /sec. 0./sec.
Fancom 7 INSTALLATEUR:. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. Algemeen Lees aandachtig de veiligheidsinstructies, bepalingen en voorwaarden, voordat u de computer installeert en in gebruik neemt. De installatie van de computer en het verhelpen van eventuele storingen dient te worden verzorgd door een erkend elektro-installateur, volgens de geldende normen. Fancom kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade als gevolg van verkeerde instellingen en/of het niet of gedeeltelijk functioneren van de gehele installatie.. Tijdens installeren. Werk altijd dusdanig, dat elektrostatische ontlading (ESD) voorkomen wordt.. Zorg voor een schone en droge werkplek. Schakel vóór het installeren de spanning uit.. Gebruik de op de aansluitschema s (bijlage) vermelde kabels, en volg alle aangegeven instructies.. Schakel de spanning pas in, nadat u alle kabels correct hebt aangesloten. Onjuiste aansluitingen kunnen blijvende schade veroorzaken.. Tijdens reparatie Werk nóóit aan een computer die onder spanning staat. Voorzichtig Voor het plaatsen van een nieuwe zekering dient een erkend installateur de oorzaak van het euvel te verhelpen. Vervang een defecte zekering alleen door een nieuwe zekering van hetzelfde type (zie aansluitschema).. Onafhankelijke alarminstallatie Een computer is een elektronisch apparaat en u moet rekening houden met een eventuele technische storing. Voorzichtig Fancom adviseert u om een extra onafhankelijke alarminstallatie te installeren. Dit wordt met name aanbevolen voor systemen waar een technische storing tot grote schade kan leiden. In de bijlage vindt u een alarm-aansluitschema.
Fancom 7 INSTALLATEUR:. Montage en installatie. Montage en installatie Voorzichtig! Het is noodzakelijk om de alarmuitgang van iedere computer in een apart alarmcircuit op te nemen. Wanneer u de computer gaat ophangen, moet u op het volgende letten:. Hang de computer nooit in de nabijheid van waterleidingen, regenafvoeren, en dergelijke.. Hang de computer op een plaats waar het weer geen directe invloed kan uitoefenen (niet in de felle zon, niet op plaatsen waar de temperatuur hoog op kan lopen, enz.).. Hang de computer niet in een vochtige en/of stoffige ruimte en zeker niet in de ruimte waarin de dieren zich bevinden. Er mag nóóit condensatie optreden in of op de computer.. Gebruik de gaten achter de dekselschroeven in de hoeken van de kast om de computer te monteren.. Monteer de computer op ooghoogte (of iets hoger), op een vlakke ondergrond. Zorg ervoor dat de wartels zich altijd aan de onderkant van de computer bevinden.. Gebruik bij het aansluiten van de computer altijd de kabelwartels. Gebruik de bijgeleverde afdichtplaatjes om de niet gebruikte wartels goed af te dichten. Kit alle wartels, na het aansluiten van de computer, goed af om binnendringen van vocht, stof en/of agressieve gassen te voorkomen. 7. Controleer of de netspanning en frequentie, waarvoor deze computer geschikt is, overeenkomen met de aanwezige netspanning en frequentie. 8. In bliksemgevoelige gebouwen raadt Fancom u aan om een overspanningsbeveiliging in de voeding van de computer aan te brengen. 9. Sluit de computers op een groep aan, vanaf de hoofdverdeelinrichting. 0. U moet het apparaat met behulp van een dubbelpolige netschakelaar kunnen uitschakelen. Wees er zeker van dat de computer goed geaard is.. Zorg voor een scheiding van de zwak- en sterkstroomleidingen, door montage in aparte kabelgoten.. Bij gebruik van metalen kabelgoten raadt Fancom u aan om de goot op één punt te aarden. Houdt u zich verder aan de regels van het energiebedrijf Advies Beperk de lengte van de signaalkabels zoveel mogelijk; vermijd kruisingen met sterk- /zwakstroom-kabels.
Fancom 7 INSTALLATEUR:. Systeeminstellingen. Systeeminstellingen. Algemeen De systeeminstellingen zijn bedoeld voor de installateur. Normaalgesproken hoeft de gebruiker hier nooit iets te wijzigen met uitzondering van het wachtwoord. De systeeminstellingen zijn niet voor dagelijks gebruik. De installateur maakt deze instellingen bij het installeren van de eiertelcomputer. De systeeminstellingen zijn door middel van een wachtwoord beveiligd. Het wachtwoord is een combinatie van maximaal vijf keuzetoetsen. Zolang u het wachtwoord niet gewijzigd hebt, is dit keuzetoets. In hoofdstuk van de gebruikershandleiding leest u hoe u het wachtwoord kunt veranderen. De systeeminstellingen zijn onderverdeeld in zes groepen: Installatie Ingangen toewijzen Uitgangen toewijzen Configuratie Test in/uitgangen Interne RAM. Installatie Met betrekking tot de installatie maakt u een aantal instellingen en toewijzingen. De computer moet bijvoorbeeld weten hoeveel batterijen en etages een stal telt en op welke digitale ingangen de verschillende eiertellers aangesloten zijn. Fancom verdeelt de installatie-instellingen in vijf groepen: >>Installatie Stalindeling Etagedet. toewijzen Tellers toewijzen Verzamel-/Eierband Pulsgegevens
Fancom 7 INSTALLATEUR:. Systeeminstellingen.. Stalindeling >>Stalindeling Aantal batterijen 8 Aantal etages Akkoord? NEE Aantal batterijen Geef voor iedere stal het aanwezige aantal batterijen in (zie figuur uit de gebruikershandleiding). Aantal etages Akkoord? Geef voor iedere stal het aantal etages in waaruit een batterij bestaat (zie figuur uit de gebruikershandleiding). Zet deze instelling op JA om de bovengenoemde instellingen door te voeren. De computer wist alle gegevens voor deze stal, zoals etagedetectie, tellers, ingangen, opgehokte dieren, en dergelijke. De 7 computer gaat er van uit dat een batterij uit twee rijen bestaat! U kunt maximaal batterijen en etages opgeven. Bovendien moet het aantal batterijen maal het aantal etages kleiner dan of gelijk aan 0 zijn. U wist een gehele stal door aantal batterijen en aantal etages op 0 in te stellen... Etagedetectie toewijzen U moet de instellingen uit het volgende menu alléén maken, als u etagedetectie gebruikt. >>Etagedetectie Aantal etages e etage. Akkoord? NEE Etage. Aantal etages e etage: Uitlezing van het aantal etages in deze stal. Automatisch toewijzen van de etages (etage-detectie) Geef het adres (vóór de punt) en het nummer van de digitale ingang (áchter de punt) in, waarop u de eerste etage-detectie-sensor hebt aangesloten. Nadat u Akkoord? op JA hebt gezet, wijst de computer automatisch de volgende etagedetectie-sensoren aan een ingang toe. Voorbeeld: Het adres van de eerste etage is.. De computer wijst de etages als volgt aan een ingang toe: Etage. (IDM.-module telt ingangen). Etage. Etage. Het gebruik van de adressen 0. en. is niet toegestaan!
Fancom 7 INSTALLATEUR:. Systeeminstellingen Etage Handmatig wijzen van etages U kunt eventueel handmatig de zojuist automatisch toegewezen digitale ingangen wijzigen. Als u het adres van de betreffende etage op 0 zet, dan reset u de etagedetectie in zijn geheel. U kunt de etagedetectie uitsluitend via de automatische toewijzing activeren!.. Tellers toewijzen Nadat u de stalindeling in de computer ingegeven en de etagedetectie eventueel geactiveerd hebt, kunt u de tellers gaan toewijzen. Het toewijzen van de tellers gebeurt automatisch. U geeft het adres van de eerste teller in, de computer doet de rest. Naderhand is het natuurlijk mogelijk de adressen handmatig aan te passen. >>Teller toewijzen Aantal tellers e teller:. Akkoord? NEE Tellertype EIEREN Tellers wissen? NEE >> Aantal tellers Batt Etage -L Ingang. Aantal tellers Uitlezing van het aantal fysiek aanwezige tellers in deze stal. De computer berekent dit aantal aan de hand van het aantal batterijen en etages in deze stal (max. 0 tellers). Met etagedetectie aantal tellers = aantal batterijen (zie display) Zonder etagedetectie aantal tellers = aantal batterijen aantal etages e teller Automatisch toewijzen van de tellers Geef het adres (vóór de punt) en het nummer van de digitale ingang (áchter de punt) in, waarop u de eerste eierteller hebt aangesloten. Nadat u Akkoord? op JA hebt gezet, wijst de computer automatisch de volgende eiertellers aan een ingang toe. De manier van automatisch toewijzen hangt ervan af of u wel of niet gebruik maakt van etage detectie: Voorbeeld : Automatische toewijzing zonder etagedetectie: Adres e teller (Batt. Etage -L). Adres e teller (Batt. Etage -L):. Adres e teller (Batt. Etage -L):. Adres e teller (Batt. Etage -L):. Adres e teller (Batt. Etage -R):. 7 Adres e teller (Batt. Etage -R):. 8............:...... Adres e teller (Batt.8 Etage -R): 7. Adres e teller (Batt.8 Etage -R): 7. 7
Fancom 7 INSTALLATEUR:. Systeeminstellingen Voorbeeld : Automatische toewijzing met etagedetectie: Adres e teller (Batt. Etage -L). Adres e teller (Batt. Etage -L):. Adres e teller (Batt. Etage -L):. Adres e teller (Batt. Etage -L):. Adres e teller (Batt. Etage -R):. Adres e teller (Batt. Etage -R):.............:...... Adres e teller (Batt.8 Etage -R):. Adres e teller (Batt.8 Etage -R):. Tellertype Geef in waarvoor u de tellers in deze stal gaat gebruiken: EIEREN Voor het tellen van eieren VOER Voor het automatisch registreren van voerverbruik op batterijniveau. WATER Voor het automatisch registreren van waterverbruik op batterijniveau. Tellers wissen? Zet deze instelling op JA wanneer u alle gegevens voor de tellers uit deze stal wilt wissen. Aantal tellers Uitlezing van het aantal tellers dat de computer intern bijhoudt voor het tellen van de eieren. Dit aantal is altijd gelijk aan het aantal batterijen aantal etages. Bij ongelijke etages past de computer dit aantal aan door niet gebruikte tellers te verwijderen. Batt... Etage... Ingang: Handmatig wijzigen van toegewezen tellers Normaalgesproken laat u de computer de tellers automatisch toewijzen, nadat u het adres van de eerste teller hebt ingegeven. Achteraf kunt u dan handmatig de toegewezen ingangen wijzigen: vóór de punt staat het adres, áchter de punt het nummer van de digitale ingang waarop u deze eierteller hebt aangesloten. Met / selecteert u de volgende/vorige teller (bijvoorbeeld: Batt. Etage -R). Bij ongelijke etages kunt u de niet gebruikte tellers verwijderen door het adres en de ingang van deze etage op 0 te zetten. Aansluitend schuift de computer alle tellers naar voren. Het beste kunt u dus de laatste tellers als eerste verwijderen. Het is niet mogelijk tellers toe te voegen. Gebruik van adres. is niet toegestaan! Hebt u Tellertype op VOER of WATER ingesteld, dan mag u geen etagedetectie gebruiken. Voor een volledige registratie moet u hier dan ook de dieren ophokken. De 7 kan maximaal pulsen/seconde per telleringang verwerken. Eiertelleringangen worden ongeveer per minuut uitgelezen, wanneer de verzamelband actief is. 8
Fancom 7 INSTALLATEUR:. Systeeminstellingen.. Verzamel-/Eierband... Verzamelband Met betrekking tot de verzamelband dient u een aantal gegevens in te geven. >>Verzamel-/Eierband Verzamelband Eierband >>Verzamelband Eieren/doos 0 Correctiefactor 0 Inp.cap.ei/min 00 Bep.start % STEEDS Tel tijd per SEC0 Max tellers 0 Geen controle Eieren/doos Geef in hoeveel eieren er in een doos gaan. Correctiefactor Tijdens het verzamelen van de eieren kan de gebruiker met een potentiometer (op de SB. selectiebox) een correctie op de Streefw.ei/min (keuzetoets Verzamelband) geven. Hier kunt u opgeven hoeveel procent de de Streefw.ei/min maximaal van de onder keuzetoets ingestelde de Streefw.ei/min mag afwijken. Wanneer een correctie via de potentiometer actief is hebt, is het betreffende indicatielampje op de 7 computer aan. Voorbeeld: Streefw. ei/min Correctiefactor Potentiometer in midden Potentiometer max. rechts Potentiometer max links Potentiometer half links 00 % Streefw. ei/min 00, led is uit Streefw. ei/min 0, led is aan Streefw. ei/min 70, led is aan Streefw. ei/min 8, led is aan Inpak.cap. ei/min Geef de inpakcapaciteit van de inpakker in. Deze waarde is afhankelijk van de inpakinstallatie. De computer gebruikt deze waarde voor het bepalen van de startsnelheden voor de stallen. Bep. start % Voor het bepalen van de startsnelheid zijn twee mogelijkheden: STEEDS EENMAAL De computer berekent, aan het begin van een etage, iedere keer opnieuw de startsnelheid voor die stal. De computer berekent eenmaal de startsnelheid voor die stal. Bij de volgende etage zal de startsnelheid hetzelfde zijn als die van de vorige etage. Dit is van toepassing op installaties met bandlengtedetectie (zie... en.). Laat de eierbanden niet te lang doorlopen. In zo'n geval zal de snelheid te vroeg oplopen, met als gevolg dat de volgende etage te snel afgeraapt zal worden. 9
Fancom 7 INSTALLATEUR:. Systeeminstellingen Tel tijd per Max tellers Geen controle/ Toewijzing controle Instelling wat de telfrequentie is van de telingangen. Afhankelijk van het aantal tellers kan er een min telfrequentie worden gekozen. Bij originele batterij verzameling staat deze standaard op SEC0. Hier staat, wat het maximum aantal tellers is, dat kan worden uitgelezen met de hierboven ingestelde tel tijd. Wanneer u alle in- en uitgangen toegewezen hebt, kunt u de computer laten controleren op dubbele toewijzingen. Afhankelijk van de installatie kan deze controle enkele minuten duren. Bij sommige installaties wilt u bepaalde in-/uitgangen juist wel dubbel toewijzen. In dat geval heeft deze controle geen zin. De capaciteit wijzigt in tienden van procenten. Bij % correctie zijn er dus 0 stappen tussen geen en maximale (%) correctie. De uitlezing Verzamelband Streefw. ei/min. geeft de actuele waarde aan. Streefw. ei/min staat los van de hier in te stellen Inp.cap.ei/min. Pulsingangen en relaisuitgangen mag u nóóit dubbel toewijzen. Als u geen potentiometer geplaatst hebt dan moet u de correctiefactor op 0 laten staan. 0
Fancom 7 INSTALLATEUR:. Systeeminstellingen... Eierband Per stal kunt u nog een aantal specifieke instellingen voor de eierband maken. >>Eierband LoopT.tot inpak. RestT.tot regelen >> Bandlengte pls. 0 Verstrek. bandl. 0 Snelstart pulsen 0 LoopT. tot inpak. Geef voor iedere stal de tijd (minuten) in, die de verzamelband nodig heeft om de eieren van de dichtstbijzijnde teller in de stal tot aan de inpakker te brengen (max. 0 minuten). RestT. tot regelen Geef voor iedere stal de tijd (minuten) in, die de computer moet wachten met het regelen van de eierbandsnelheid (na eerste start afrapen op deze etage of in deze stal). Gedurende deze tijd stuurt de computer de eierband met startsnelheid aan (zie.7 van de gebruikershandleiding). Bandlengte pls. Geef voor iedere stal het aantal pulsen in, dat de motor moet geven om de eierband volledig leeg te draaien. Dit is een maat voor de lengte van de eierband. De computer activeert de detectie pas, nadat u ook de bijbehorende digitale ingang gedefinieerd hebt (zie.). In hoofdstuk staat beschreven hoe u de bandlengte pulsen kunt bepalen. Verstrek. bandl. Uitlezing per stal van het aantal pulsen dat de eierbandmotor heeft afgegeven sinds de laatste start. De computer zet deze waarde iedere nacht (om 0:00 uur) en na het selecteren van een nieuwe etage op 0. U kunt deze indicatie gebruiken om te bepalen hoeveel pulsen de eierband moet geven om deze helemaal leeg te draaien. Snelstart pulsen Bij gebruik van bandlengtedetectie kunt u de eerste lengte van de eierband versneld laten draaien. Geef bij Snelstart pulsen in hoeveel pulsen de eierband versneld moet draaien. De eierbandsnelheid die bij deze versnelling hoort, leest u uit onder keuzetoets Eierbandsturing Max%. Zodra de hier ingegeven hoeveelheid pulsen verstreken is, loopt de eierband weer met de berekende startsnelheid verder. Met deze instelling kunt u de RestT. tot regelen kort houden.
Fancom 7 INSTALLATEUR:. Systeeminstellingen.. Pulsgegevens... Hoeveelheid per puls Hier kunt u de hoeveelheidverhoudingen van de pulsingangen en de pulsuitgang ingeven. >>Pulsgegevens Hvh. per puls Nog te zenden >>Hvh. per puls Hvh.teller/puls.0 Hvh.uitg./puls 0 Hvh.water/puls.0 Hvh.voer/puls.0 Hvh. teller/puls Geef in hoeveel eieren dat één puls van de eierdetector op de telleringangen voorstelt (dit aantal is afhankelijk van het type eierdetector). Hvh. uitg. /puls Geef in na hoeveel getelde eenheden (eieren, water of voer) op een telleringang de computer een puls moet uitsturen. De computer zal deze optie activeren, zodra u de bijbehorende uitgang gedefinieerd hebt (zie.). Hvh. water/puls Geef in hoeveel liter water overeenkomt met één puls op de ingang. De computer zal deze optie activeren, zodra u de bijbehorende ingang gedefinieerd hebt (zie.). Hvh. voer/puls Geef in hoeveel kilogram voer overeenkomt met één puls op de ingang. De computer zal deze optie activeren, zodra u de bijbehorende ingang gedefinieerd hebt (zie.). 0. betekent dat 0 pulsen nodig zijn om een eenheid (bijvoorbeeld liter) te registreren; 0. betekent dat hiervoor twee pulsen nodig zijn. Als u voer of water op tellerniveau registreert (zie..), dan moet u de hoeveelheidverhouding ook bij Hvh. teller/puls opgeven. Registreert u op stalniveau (zie.), dan moet u de hoeveelheidverhouding bij Hvh. water/puls respectievelijk Hvh. voer/puls ingeven.
Fancom 7 INSTALLATEUR:. Systeeminstellingen... Nog te verzenden pulsen >>Nog te zenden Tellerpulsen 0 Tellerpulsen Hier ziet u hoeveel pulsen de eiertelcomputer nog moet uitzenden.. Ingangen In.. hebt u de telleringangen ingegeven, die u voor het tellen van gegevens op batterijniveau gebruikt. U kunt ook gegevens verzamelen op stalniveau. In dat geval moet u de computer laten weten, op welke ingangen u deze pulsgevers aangesloten hebt. Zodra u een ingang gedefinieerd hebt, zal de computer de optie automatisch activeren. >Ingangen stal : Voerpuls 0. 0 Waterpuls 0. 0 Eierbandpuls 0. 0 Voerpuls Geef het adres (vóór de punt) en het nummer van de digitale ingang (achter de punt) in, waarop u de pulsteller voor het automatisch registreren van het voerverbruik hebt aangesloten. Waterpuls Geef het adres (vóór de punt) en het nummer van de digitale ingang (achter de punt) in, waarop u de pulsteller voor het automatisch registreren van het waterverbruik hebt aangesloten. Eierbandpuls Geef het adres (vóór de punt) en het nummer van de digitale ingang (achter de punt) in, waarop u de pulsteller voor het automatisch registreren van de eierbandlengte hebt aangesloten. Vergeet niet om de bandlengte in te geven (zie...). Als u een "groep" gebruikt voor het registreren van voer of water in plaats van eieren, dan mag u de voer- en waterpulsingangen niet instellen. De 7 kan maximaal pulsen/seconde per telleringang verwerken. Het gebruik van adres. is niet toegestaan!
Fancom 7 INSTALLATEUR:. Systeeminstellingen. Uitgangen.. Digitale uitgangen De 7 computer kent twee typen sturingen: digitaal (relais) en analoog. Voor elke stal moet de computer het adres en de eventuele opties van deze uitgangen weten. Als het adres 0. 0 is, dan zal de computer de betreffende optie niet activeren. Digitale uitgangen De eierteller gebruikt de relais met adressen 0. (op de 7 computer zelf) én. voor het besturen van de indicatielampjes. Afhankelijk van het aantal gebruikte stallen zijn deze relais dus eventueel voor etagesturing beschikbaar. De volgende relais worden gebruikt: Stal 7 8 Relais 0. 0. 0. 0. 0. 0.7 0.8 0.9 0.0 0. 0. IRM........7.8.9.0...... >>Uitgangen toewijzen Digitale uitgang Analoge uitgang >Uitgangen stal : Tellerpulsen 0. 0 Etagesturing 0. 0 Tellerpulsen Geef het adres (vóór de punt) en het nummer van het relais (áchter de punt) in, waarmee de computer de pulsen uitstuurt. Het gaat hier om de totaal getelde pulsen (geen eenheden), die op de telleringangen van de computer geteld zijn (zie.. en..). Etagesturing Geef het adres (vóór de punt) en het nummer van het relais (áchter de punt) in, dat de computer gebruikt om de lift naar een volgende etage te sturen. Dit signaal valt af, zodra de lift de etage verlaat. De 7 kan maximaal 0. puls per seconde op een uitgang genereren. Is het relaisnummer (achter de punt) 0, dan verwijst de computer de pulsen intern door naar de stal met het nummer van het adres. Afhankelijk van het tellertype (WATER of VOER) worden de pulsen daar als water of voer op stalniveau geregistreerd. In dat geval hoeft u de instellingen uit paragraaf. voor die afdeling niet te maken. De stal gebruikt de hoeveelheid van die ingang. Voorbeeld: Tellertype WATER Tellerpulsen.0 De computer zal de tellerpulsen die in deze afdeling binnenkomen doorgeven aan de waterpulsingang van afdeling.
Fancom 7 INSTALLATEUR:. Systeeminstellingen.. Analoge uitgangen Deze systeemkeuze biedt u de mogelijkheid om voor een gebruikte analoge uitgang een aantal instellingen te maken. Het betreft instellingen aangaande de reactie van de uitgang op een bepaalde situatie. Het gekozen "Type" heeft invloed op de functie van de overige variabelen, die u nog in de computer moet ingeven. U hebt de keuze uit zes typen analoge sturingen. Bij gebruik van de eiertelcomputer hebben de modulerende sturingen geen functie. Fancom licht ze dan ook niet verder toe. In tegenstelling tot alle voorafgaande stalinstellingen, kunt u nu uitsluitend met / de volgende/vorige stal of "groep" selecteren. >>Analoge uitgang_ Type 0-0V Correctiefactor 0. Herhaaltijd 0 Correctiebuffer 0 Min. sprong Max. sprong 99 Type Geef het type analoge sturing in: 0-0 VOLT De computer stuurt 0 Volt uit bij een berekende regelwaarde van 0% en 0 Volt bij een regelwaarde van 00%. Als er een afwijking is tussen het getelde aantal eieren en de streefwaarde, dan zal er een correctie plaatsvinden. De mate van correctie is afhankelijk van de correctiefactor (factor tussen 0.0 en.0). Hoe groter de correctiefactor, hoe sneller correctie plaatsvindt; bij een correctiefactor van 0. zal de computer iedere herhaaltijd de helft van de afwijking corrigeren. U kunt ook nog een correctiebuffer instellen. Iedere herhaaltijd (in seconden) registreert de computer het verschil tussen de meetwaarde en de streefwaarde. Dit verschil telt hij op bij de vorige afwijkingen. Pas als de totale som van deze optelling de waarde van de correctiebuffer overschrijdt, stelt de computer de uitgestuurde waarde bij. De tijdmeting vindt plaats op basis van de werkelijke looptijd van de eierband. De minimum en maximum sprong hebben voor de eiertelcomputer geen functie en dienen op respectievelijk 99 te staan. 0-0 VOLT De computer stuurt 0 Volt uit bij een regelwaarde van 0% en 0 Volt bij een regelwaarde van 00%. Verder is deze sturing gelijk aan die van type. MOD.0-0VOLT Niet gebruiken! MOD.0-0VOLT Niet gebruiken! VERW. 0-0V VERW. 0-0V Analoge uitsturing met Proportioneel Integrerende regeling (PI-regeling). De computer stuurt de analoge uitgang zo aan, dat hij de meetwaarde en streefwaarde zo snel en zo goed mogelijk kan benaderen. Zoals type, maar dan 0-0V in plaats van 0-0V. De volgende instellingen bepalen de eigenschappen van de verwarmingsregeling:
Fancom 7 INSTALLATEUR:. Systeeminstellingen Correctiefactor Met deze instelling bepaalt u de mate van verandering van de sturing, afhankelijk van het verschil tussen de meet- en streefwaarde. Dit verzorgt de snelle reactie van de uitgang op de afwijkingen. Een correctiefactor van.0 geeft een correctie van 0% van de gesignaleerde afwijking. De computer bepaalt de noodzakelijke correctie iedere herhaaltijd (in seconden). Voor snel reagerende systemen, zoals eierbanden, gelden hier voorkeurswaarden tussen de 0. en de.0. De herhaaltijd ligt meestal tussen de 0 en 00 seconden. Voor traag reagerende systemen gelden voorkeurswaarden tussen de 0. en de.0. De herhaaltijd is dan meestal groot, tussen de 00 en 900 seconden. Herhaaltijd Op basis van de herhaaltijd berekent de computer nog een extra correctie op de uitgang. Iedere 0 seconden dat de eierband loopt, voert de computer deze correctie uit. Een kleine herhaaltijd heeft een snelle correctie tot gevolg. Normaal ligt deze waarde tussen de 0 en 900 seconden. Bij tijden kleiner dan 0 seconden geldt een proportionele regeling. Correctiebuffer Dit is de minimum stand die altijd uitgestuurd wordt. Voor de eierteller moet deze waarde altijd op 0 staan. Min/Max sprong Deze waarden lopen gelijk op met de minimum en maximum waarden ingegeven onder keuzetoets Eierbandsturing. De computer berekent iedere stuurminuut van de verzamelband de nieuwe streefwaarden en de actuele meetwaarden van de eierbanden. Zorg dat de herhaaltijden van de uitgangssturing ook binnen deze tijd liggen! Analoge uitgang 9 kunt u gebruiken voor de centrale aansturing van één frequentieregelaar voor alle eierbandmotoren. De computer verzorgt een gemiddeld niveau, uitgaande van de geselecteerde stallen. Hij gebruikt de kortste wachttijd tot regelen van de geselecteerde stallen (zie...), en de eerste actieve stal voor het bepalen van de startsnelheid. Deze sturing werkt goed voor stallen met een ongeveer gelijk legpercentage. Raapt u stal voor stal af, dan is uitgang 9 gelijk aan de uitgang van de betreffende stal. Wilt u de stallen gelijktijdig afrapen én gebruik maken van analoge uitgang 9, dan kunt u het beste LoopT.tot inpak. (zie...) voor álle stallen op eenzelfde waarde instellen. Goede resultaten behaalt u met de volgende instellingen: Type Correctiefactor Herhaaltijd Correctiebuffer VERW. 0-0V 0. 9 0 0-0V 0. 0 0
Fancom 7 INSTALLATEUR:. Systeeminstellingen. Configuratie.. Algemeen >>Configuratie Algemeen Communicatie >>Algemeen Nieuw wachtwoord Tijd : Datum Zo -0-99 Synchr.tijd NIET Eenh. temp. C Eenh. windsn. m/s Versie 7 A.0 Nieuw wachtwoord Zie hoofdstuk van de gebruikershandleiding. Tijd De actuele tijd in uren en minuten. U kunt de tijd wijzigen, bijvoorbeeld bij de overgang van zomer- naar wintertijd. Datum De actuele datum. Synchr. tijd Als u wilt dat de master de tijd naar de andere computers stuurt, dan kunt u hier ingeven of dit iedere minuten of één maal per dag moet gebeuren. Dit moet u ook doen voor de slaves. Deze zullen dan de tijd van de master overnemen. Eenheid temp. Geef de eenheid van temperatuur in: C = graden Celsius F = graden Fahrenheit Eenheid windsn. Geef de eenheid van windsnelheid in: m/s = meters per seconde Mph = miles per hour ( m/s ~. Mph). Versie: Het versienummer van de 7-software. 7
Fancom 7 INSTALLATEUR:. Systeeminstellingen.. Communicatie >>Communicatie Stalnummer Computernummer Type: L SLAVE Baudrate 00 Bd Comm R: 0 T: 0 Netstatus 0 Stalnummer_...99 Geef het nummer van de geselecteerde stal of afdeling in. Dit nummer verschijnt altijd rechtsboven op het display. Computernummer Als u de computer in een lus of netwerk hebt opgenomen, moet iedere computer zijn eigen uniek nummer hebben. Laat in de praktijk bij voorkeur het computernummer met het nummer van de afdeling overeenkomen. Type Baudrate Geef in of de computer als master fungeert of als slave. De master is de computer die de communicatie regelt. Alle andere computers in de lus (L) of in het netwerk (N) moeten als slave ingesteld zijn. Alle in een lus aangesloten computers moeten dezelfde Baudrate-instelling hebben. De luscommunicatie werkt normaal op 00Bd. Gebruikt u bijvoorbeeld een modem van 00Bd, dan moet u ook alle aangesloten computers op 00Bd instellen. Comm. R...,T... Communicatietellers bij luscommunicatie voor ontvangst (Receive) en verzending (Transmit). Deze tellers kunt u gebruiken om slechte communicatieverbindingen op te sporen. In dat geval zet u de communicatietellers bij alle aangesloten computers op 0. Normaal lopen deze tellers vrijwel gelijk op. Tussen de laatste computer, waar de tellers nog goed zijn, en de eerste computer, waar de tellers sterk achterlopen, is sprake van een slechte communicatie. Netstatus Als meerdere computers via het netwerk met elkaar verbonden zijn, dan kunt u de status van het netwerk controleren. De netwerkstatus is een waarde tussen de 0 en. Is de waarde, dan is de verbinding in orde. Elke andere waarde (0,,, of ) geeft aan dat de netwerkverbinding (nog) niet in orde is. 7 betekent, dat dit de enige computer in het netwerk is. 8
Fancom 7 INSTALLATEUR:. Systeeminstellingen. Test ingangen en uitgangen >>Test in/uitgang Analoog in_ 99.9 Digitaal in_ 0 Relais_ 0 Analoog uit_ 0 Mode PROGRAMMA Analoog in_... De meetwaarde aan de geselecteerde analoge ingang (zie paragraaf..). Op de analoge ingangen hebt u o.a. de stalselectietoetsen aangesloten. Mogelijke meetwaarden: 0.0 (detectie open) en.0 (detectie gesloten). Analoog in_ toont de meetwaarde van de potentiometer: 0.0 0.0 00.0 = = = max. negatieve inpakcorrectie geen inpakcorrectie max. positieve inpakcorrectie Digitaal in_...8 De toestand van de digitale ingangen. Hierop hebt u de eierbanddetectie (dus niet de eierbandpulsdetectie, zie... en.) aangesloten. Relais_...8 In de programmamode kunt u de status van elk relais uitlezen: 0-0 = = = relais uit; relais aan; relais tijdelijk aan. In de handmatige mode kunt u een relais activeren (waarde ingeven) of inactiveren (waarde 0 ingeven). Analoog uit_... 0 In de programmamode kunt u de waarde uitlezen die op dat moment actueel is. 0-00 komt overeen met 0-0V. In de handmatige mode kunt u een waarde tussen de 0 en 00 ingeven die een uitsturing geeft van 0-0V. Eventueel te gebruiken om de eierbandmotor een basisaansturing te geven (zie.7 van de gebruikershandleiding en het installatierapport). Mode U hebt de keuze uit drie mogelijkheden: PROGRAMMA TEST HANDM. TEST AUTOM. De normale werkstand Zie beschrijving Relais en Analoog uit. De computer test alle relais door deze even in- en daarna weer uit te schakelen. De vier indicatielampjes linksboven gaan één voor één aan. Gelijktijdig verandert de spanning op alle analoge uitgangen. Voorzichtig Doe dit nóóit bij een geïnstalleerde computer!! 9
Fancom 7 INSTALLATEUR:. Bepaling kentallen stallen. Bepaling kentallen stallen Om de verschillende eierbanden goed te kunnen starten, moet de gebruiker straks voor elke stal een startsnelheid berekenen (zie paragraaf.7 van de gebruikershandleiding). Om deze startsnelheden te kunnen berekenen, moet hij kunnen beschikken over enkele specifieke kentallen van elke stal:. De maximale inpakcapaciteit in eieren per minuut (zie...). Dit is een gegeven van de fabrikant van de inpakker.. De eierbandfactor. Deze factor bepaalt de relatie tussen de afraaptijd en het aanstuurpercentage dat daarvoor nodig is. Deze factor bevat de fysieke eigenschappen van de stal: lengte, overbrengverhoudingen en instellingen van de frequentieregelaar. Als een van deze eigenschappen verandert, moet u de kentallen opnieuw bepalen. Deze gegevens moet u op het installatierapport invullen, zodat de gebruiker deze gegevens steeds binnen handbereik heeft. Als u eierbandpulsen detecteert (zie.), dan kunt u hier ook meteen het aantal pulsen van de eierband bepalen. Ook kunt u nu het aantal snelstartpulsen bepalen. Dit is het aantal pulsen tussen de eerste batterij en de eierteller. Voor het bepalen van de eierbandfactor en het aantal pulsen van de eierband gaat u als volgt te werk:. Leg in elke stal bij de laatste batterij een ei op de eierband.. Noteer voor elke stal -indien nodig- de startwaarde van de Verstrek. Bandl. (zie bijlage en...).. Start de eierband met een vaste aansturing. Doe dit door bijvoorbeeld de instellingen Eierbandsturing Min en Max op dezelfde waarde in te stellen (bijvoorbeeld beide op 00). Noteer deze waarde bij Aansturing (%) op het installatierapport (bijlage ).. Bepaal de tijd die bij deze aansturing nodig is om het ei van achter uit de stal naar voor bij de teller te transporteren. Noteer deze waarde bij Transporttijd (min) op het installatierapport (bijlage ).. Noteer de eindwaarde van de Verstrek. Bandl. en bepaal het aantal pulsen van de bandlengte eierband.. Bereken nu de eierbandfactor: Eierbandfactor = Aansturing (%) Transporttijd (min) 7. Noteer deze waarde bij Eierbandfactor op het installatierapport (bijlage ). Deze gegevens moet u op het installatierapport invullen. Als er eierbanden met een aanzienlijke slip zijn, dan moet u deze band gebruiken voor het bepalen van de kentallen, of u moet het aantal bandlengte pulsen en de transporttijd hiervoor corrigeren. 0
Fancom 7 BIJLAGE : Systeemalarmen BIJLAGE : Systeemalarmen De volgende alarmen zijn systeemalarmen. De computer voert geregeld een aantal testprocedures uit waarbij het eigen programma en het computergeheugen worden gecontroleerd. Als de computer een fout waarneemt, geeft hij een alarm en grijpt eventueel in. Deze alarmen zullen normaalgesproken niet voorkomen. Mochten ze toch optreden, dan dient de installateur deze altijd te verhelpen. Tabel : Systeemalarmen Cd. Oorzaak Actie 00 Backup alarm Toen de computer uitgeschakeld was, is er iets mis gegaan met het geheugen. Instellingen en metingen zijn verdwenen. De computer regelt automatisch op basis van de fabrieksinstellingen verder. Gedurende deze alarmsituatie is geen communicatie mogelijk. Alarm uitschakelen, computernummers en ijkwaarden controleren en verloren instellingen opnieuw maken. Als u een PC in het netwerk hebt opgenomen, dan kunt u de instellingen veiligstellen. 0 Watchdog alarm Programmastoring. De computer uit en aan zetten en deze op een juiste werking controleren. 0 Communicatie-alarm De communicatie tussen de master en de slave(s) is langdurig verstoord. 0 Instelling gewijzigd Tijdens de automatische geheugentest heeft de computer een fout waargenomen. Bekabeling en communicatie-instellingen controleren. Alarm uitschakelen en op 0 zetten. Instellingen en ijkwaarden controleren. 0 Stack Overflow Programmastoring. De computer uit en aan zetten en deze op een juiste werking controleren. 0 Communicatietoewijzing Bij luscommunicatie: er zitten meerdere Masters in de lus. Bij netwerkcommunicatie: er zijn minstens twee computers met hetzelfde computer-nummer in het netwerk. 0 EPROM Bij opstarten heeft de computer tijdens het testen van de EPROM een fout geconstateerd. 08 I/O - Alarm De communicatie met een I/O-module is langdurig verstoord. Bij luscommunicatie: een Master-computer kiezen en de rest van de computer op Slave instellen. Bij netwerkcommunicatie: zorgen dat alle computers een uniek nummer hebben. De computer uit en aan zetten en deze op een juiste werking controleren. De computer uit en aan zetten en deze op een juiste werking controleren. -
Fancom 7 BIJLAGE : Installatierapport BIJLAGE : Installatierapport Gebruiker Installateur Naam: Naam: Adres: Adres: Woonplaats: Woonplaats: Installatie Gegevens Datum: Type computer: 7 Programmaversie: Systeem. Installatie. Ingangen toewijzen. Uitgangen toewijzen. Configuratie. Test in/uitgangen. Interne RAM. Installatie. Stalindeling 7 8 Par. Aantal batterijen.. Aantal etages.. Akkoord? JA/NEE... Installatie. Etagedetectie 7 8 Par. Aantal etages.. e etage.. Akkoord? JA/NEE.. Etage:.. Etage:.. Etage:.. Etage:.. Etage:.. Etage:.. Etage: 7.. Etage: 8.. Etage: 9.. Etage: 0.. Etage:.. Etage:.. -
Fancom 7 BIJLAGE : Installatierapport. Installatie. Teller toewijzen 7 8 Par. Aantal tellers.. e teller.. Akkoord? JA/NEE.. Tellertype.. Tellers wissen? JA/NEE.. Aantal tellers.. Batt*Etage_**-***.. Ingang... Inst.. Verz/Eierb. Verz. Par. Eieren/doos... Correctiefactor... Inpak.cap.ei/min... Bep.start %... Geen/Toewijzing controle.... Inst.. Verz/Eierb. Eierb. 7 8 Par. Loopt.tot inpak.... RestT.tot regelen... Bandlengte pls.... Verstrek.bandl... Snelstart pulsen.../ Aansturing (%) A Transporttijd (min) B Eierbandfactor A B. Inst..Pulsgeg..Hvh/puls 7 8 Par. Hvh.teller/puls.0... Hvh.uitg./puls.0... Hvh.water/puls... Hvh.voer/puls.0.... Inst..Pulsgeg..Nog zend. 7 8 Par. Tellerpulsen.... Ingangen toewijzen 7 8 Par. Voerpuls. Waterpuls. Eibandpuls.. Uitgangen. Digitale uitgang 7 8 Par. Tellerpulsen.. Etagesturing.. -
Fancom 7 BIJLAGE : Installatierapport. Uitgangen. AN uitgang _ Par. Type.. Correctiefactor.. Herhaaltijd.. Correctiebuffer.. Min. sprong.. Max. sprong... Uitgangen. AN uitgang 7 _8 _9 _0 Par. Type.. Correctiefactor.. Herhaaltijd.. Correctiebuffer.. Min. sprong.. Max. sprong... Configuratie. Algemeen Instelling Par. Nieuw wachtwoord.. Tijd.. Datum.. Synchr.tijd.. Eenh. temp... Eenh. windsn... Versie: 7... Configuratie. Communicatie Instelling Par. Computernummer.. Type.. Baudrate Bd.. Comm R: T:.. Netstatus... Test in-/uitgangen Par. Analoog in_*. * =... Digitaal in_*. * =...8 Relais_*. * =...8 Analoog uit_*. * =...0 Mode. Interne RAM Uitsluitend voor fabrieksdoeleinden -
AANSLUITSCHEMA 7 relais- en analoge uitgangen IMC7 Relaiskontakten: 0Vac. max. A. m.u.v. Alarm relais (zie technische specs) Vdc RL Verzamelband mag lopen JA / NEE LED rood groen LED rood groen LED rood groen LED rood groen SB. RL RL RL RL RL RL RL7 RL8 RL9 RL0 RL RL b.v. IDM/IRM I/O Net + - b.v. PC FNet + - AO AO AO AO AO 7 AO 8 - AO 9 (0-0V) + Gecombineerde Eierbandsturing OPMERKING: Bij gebruik van een SB.8 wordt de IRM, welke in de SB.8 is ingebouwd, voor alle relaissturingen gebruikt. (IRM adres:.x) De relais op de IMC7 zijn dan niet meer toewijsbaar. Vdc out max. 0,A + - Alarm unit (bij alarm verbreken) (0Vdc / 0Vac - max. A.) + - + - - AO (0-0V) + Sturing eierband + AO (0-0V) - Sturing eierband - AO (0-0V) + Sturing eierband - AO (0-0V) + Sturing eierband + AO 8 (0-0V) - Sturing eierband 8 AO (0-0V) Sturing eierband AO (0-0V) Sturing eierband - AO 7 (0-0V) + Sturing eierband 7 Sluit elk Fancom apparaat aan volgens de geldende voorschriften van het plaatselijke energiebedrijf. Technische wijzigingen voorbehouden
SPECIFICATIES IMC7 Display aansluiting IMC7 IMC7 Voedingskaart +V IMC70 IMC70 µp-kaart I/O slave EPROM +V FC-COMM (option) AI AI7 An. ingang bereik Niet van toepassing 0-0 0-0 0-0 +V -V DI DI DI DI DI DI DI7 DI8 AI AI AI AI AI8 AI9 AI0 AI weerstandsmeting spanningsmeting Per Analoge ingang is er een jumper selectie. R R R R R R R7 R8 R9 R0 R R alarm AI AI RCO RNO RCO RNO RCO RNO RCO RNO RCO RNO RCO RNO RL RL RL RL RL RL L N R7CO R7NO R8CO R8NO R9CO R9NO R0CO R0NO RCO RNO RCO RNO RL RL7 RL8 RL9 0mA (T) RL0 RL alarmrelais ) CDS+ CDS- DI DI +V +V DI DI +V +VM AI+ AI- -VM LT+ LT- DI DI +V +V DI 7 DI 8 alarm al. nc al. no AO AO AI AI AI AI AI AI AO AO AO AO AI 7 AI 8 AI 9 AI 0 AI AI AO 7 AO 8 AO 9 AO 0 L N 0-0Vac 0-0Hz BELANGRIJK!!! Alle apparatuur moet goed en degelijk geaard zijn. Als u laagspanningen en zwakstroom door elkaar gebruikt, dient u er rekening mee te houden dat dit niet is toegestaan op een en dezelfde aansluitconnector. Alle gebruikte kabels moeten dan goedgekeurd zijn voor de hoogst gebruikte spanning, dus voor 0-0V. Als u toch zwakstroombekabeling wilt gebruiken voor de zwakstroomtoepassing, moet u voorkómen dat de kabels elkaar kunnen raken en/of kruisen. ) Het alarmrelais is alleen voor zwakstroom. Sluit elk Fancom apparaat aan volgens de geldende voorschriften van het plaatselijke energiebedrijf.
PRINCIPESCHEMA 7 SB. 7 IDM. of I/O Net SB.: LED sturing per stal xrelais (.. 9) Stalkeuze per stal Analoog In (.. ) Inpakker correctie Analoog In () Start / Stop verzamelen Analoog In (9) Etage detectie Eitellers SB.8 IDM. (inclusief IRM.) I/O Net SB.8: LED sturing per stal xrelais (IRM) adres.x Stalkeuze per stal Analoog In (.. 8) Inpakker correctie Analoog In () Start / Stop verzamelen Analoog In (9) Etage detectie Water puls Voer puls Eierband Motorpuls IRM. Automatische etage sturing Totaal tellerpulsen per stal Rechtstreeks: Eibandmotordetektie per stal Digitaal In (.. 8) Verzamelbandmotordetektie Analoog In (0) Eibandsturing per stal Analoog Uit (.. 8) Gecombineerde eibandsturing Analoog Uit (9) Verzamelbandsturing Relais () Sluit elk Fancom apparaat aan volgens de geldende voorschriften van het plaatselijke energiebedrijf. Technische wijzigingen voorbehouden
AANSLUITSCHEMA 7 digitale- en analoge ingangen IMC7 +V DI DI DI DI DI DI7 AI AI AI AI7 AI8 AI9 -V DI DI8 AI AI0 AI AI AI AI RL RL RL RL RL RL RL7 RL8 RL9 RL0 RL RL + - DI DI DI DI + - DI DI DI 7 AI AI AI AI AI AI 7 AI 8 AI 9 AI 0 AI K AI 9 Start / Stop verzamelen SB.. AI 0 Terugmelding Verzamelbandmotor AI Potmeter tijdelijke correctie aanvoersnelheid SB.. SB.. DI Eierbanddetektie, stal DI Eierbanddetektie, stal DI Eierbanddetektie, stal DI Eierbanddetektie, stal DI Eierbanddetektie, stal DI Eierbanddetektie, stal DI 7 Eierbanddetektie, stal 7 DI 8 Eierbanddetektie, stal 8 AI 8 Keuze stal 8 AI 7 Keuze stal 7 AI Keuze stal AI Keuze stal AI Keuze stal AI Keuze stal AI Keuze stal AI Keuze stal Sluit elk Fancom apparaat aan volgens de geldende voorschriften van het plaatselijke energiebedrijf. Technische wijzigingen voorbehouden
ALTERNATIEF: een goede en degelijke soldeerverbinding Draad NIET onderbreken. Alleen isolatie verwijderen. AANSLUITING I/O NET (regelcomputer en intelligente netwerk modules) Intelligente netwerk module Intelligente netwerk module Regelcomputer Intelligente netwerk module I/O Net + - I/O Net I/O Net I/O Net Het begin en einde van I/O Net afsluiten met een afsluitweerstand van 0Ω. Afsluitweerstand 0 Ω. Afsluitweerstand 0 Ω. I/O Net Volgorde van de regelcomputer en intelligente netwerk modules is niet belangrijk. BEKABELING I/O NET EN FNET: ) Telefoonkabel (niet afgeschermd) aderparen (twisted pair) + losse ader (xx0, mm + x0, mm). Er wordt maar een aderpaar gebruikt. of ) Niet afgeschermde aderig twisted pair (xx0, mm of xx0,8 mm) Voor de max. lengte van beide netwerken geldt: bekabeling ø0, mm --> 900 m. bekabeling ø0,8 mm --> 00 m. AANSLUITING FNET (regelcomputers en PC's) PC Regelcomputer Regelcomputer PC met Netwerkkaart (met ingebouwde afsluitweerstand) FNet of FNet Afsluitweerstand 0 Ω. Volgorde van PC's en regelcomputers is niet belangrijk. Polariteit van FNet is niet belangrijk. FNET Het begin en einde van het FNET afsluiten met een weerstand 0Ω. Sluit elk Fancom apparaat aan volgens de geldende voorschriften van het plaatselijke energiebedrijf.
ALARMSCHEMA MET ENKELVOUDIGE ALARM-UNIT (alle alarmcontacten en dubbelthermostaten in serie) KLIMAAT VOEREN WEGEN TELLEN OVERIGE Fancom computer/ regelaar Fancom computer/ regelaar Fancom computer/ regelaar Fancom computer/ regelaar Rand- en regelapp. alarmcontact Min.- / Max.- thermostaat 0,8mm 0,8mm 0,8mm 0,8mm 0,8mm Fancom enkelvoudige Alarmunit 0,8mm Fancom adviseert in elke KLIMAATafdeling een min.- / max. thermostaat en deze op te nemen in het alarm-circuit. Sirene Vdc x0,8mm ALARMSCHEMA MET MEERVOUDIGE ALARM-UNIT (alarmering per afdeling) WEGEN VOEREN OVERIGE TELLEN KLIMAAT Fancom computer/ regelaar Fancom computer/ regelaar alarmcontact Rand- en regelapp. Fancom computer/ regelaar Fancom computer/ regelaar x0,8mm Min.- / Max.- thermostaat Fancom meervoudige alarmunit x0,8mm Sirene Vdc Fancom adviseert in elke KLIMAATafdeling een min.- / max. thermostaat en deze op te nemen in het alarm-circuit.