Overveen (gem. Bloemendaal), Bloemendaalseweg 329

Vergelijkbare documenten
Oude Amersfoortseweg 99 te Hilversum rapport 2022

Ede, Roekelse Bos (gem. Ede)

Heuvelstraat 3 te Stokkum (gemeente Montferland)

Hilversum, Oude Amersfoortseweg 99 rapport 2009

De Moer, plangebied De Hooivork (gemeente Loon op Zand)

Wildemanstraat te Elst. rapport 2766

4 Archeologisch onderzoek

Molenstraat 81-83/Nieuwe Schoolweg 1-35, Enschede (gemeente Enschede)

Alphen a/d Rijn, Polderflora. rapport 1039

Methusalemlaan 59 en omgeving te Ugchelen rapport 2583

De Engel West en Mallegatspoort te De Engel (gemeente Lisse)

Hunnissenstraat te Ell (gemeente Leudal) rapport 2130

Aarlanderveen (gem. Alphen a/d Rijn), Zuideinde 20a/b rapport 1526

Duivenvoordestraat te Oegstgeest

Archeologie Deventer Briefrapport 27. November Controleboringen Cellarius - De Hullu (project 494)

Meerstraat te Beverwijk

Ankeveen, A. Voetlaan. rapport 1633

Quick scan archeologie De Horst Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand

Nekkeveld 5, Nijkerk. Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. J. Huizer

Bureau voor Archeologie Rapport 273

Winterswijk, Spoorwegemplacement rapport 1424

Onderweg 8, Waddinxveen

Baexem, Klooster Mariabosch (gem. Leudal) rapport 1009

Oosterhage & Businesspark Oosterheem, Zoetermeer

Quick scan archeologie Vaartstraat Loonsevaert (perceel 2954), Kaatsheuvel gemeente Loon op Zand

Beulakerweg 127 te Giethoorn, gem. Steenwijkerland (Ov.)

Beekbergen, Dorpsstraat, gemeente Apeldoorn

Locatie t Hofke 1 t/m 3 en De Gouwberg 9 en 11 te Rijsbergen, gemeente Zundert

Hoofdweg 39 te Slochteren (gemeente Slochteren) Een Archeologisch Bureauonderzoek

Bocholtz, Hoeve Overhuizen (gem. Simpelveld)

Pauwmolen, Delft. Een Bureauonderzoek. J.M. Blom

Planlocatie Companjen te Oldebroek rapport 1820

Heesch - Beellandstraat

ArGeoBoor Archeologisch vooronderzoek & advies

Bureau voor Archeologie Rapport De Duynkant, Castricum, gemeente Castricum: booronderzoek

Ewijk Van Heemstraweg 33 (gem. Beuningen)

Gemeente Montferland, Didam, Zandweg/Hoefijzer

Baron van Nagellstraat/ Stationsweg te Harselaar rapport 2372

Molenhoek Stiftstraat/Middelweg rapport 903

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

Een Archeologisch Bureauonderzoek voor het bestemmingsplan De Grift 3 in Nieuwleusen (gemeente Dalfsen, Overijssel). Figuur 1.

Plan van Aanpak. Archeologisch vooronderzoek, bureau- en inventariserend veldonderzoek. gemeente Nieuwkoop

Bijlage 4 Archeologisch onderzoek

ArGeoBoor Archeologisch vooronderzoek & advies

Venray Plan Vlakwater

Zwembad De Krommerijn te Utrecht

Hogeweg 85 te Rossum, gemeente Maasdriel

Aalten, IJzerlo, Dinxperlosestraatweg 145

OMnummer: Datum: Archeologische Quickscan Klaprozenweg (QSnr ) Opdrachtgever (LS01)

Winterswijk, Spoorwegemplacement

ArGeoBoor Archeologisch vooronderzoek & advies

Vreeswijksestraatweg 10 te Nieuwegein rapport 2075

Steenbeekstraat te Zetten (gemeente Overbetuwe)

Hogeweg 85 te Rossum (gemeente Maasdriel)

Tungelroy, Tuurkesweg (gem. Weert) rapport 1445

De Kamp, Cothen. rapport 2089

Burgwerd, De Hemert 13 Gem. Wûnseradiel (Frl.) Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek. Steekproefrapport /02

Eelde, Kosterijweg (gem. Tynaarlo) rapport 515

ArGeoBoor Archeologisch vooronderzoek & advies

Bijlage 2: Resultaten Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek

Beekbergen, Dorpsstraat 23, gemeente Apeldoorn

Rijnsloot te Cothen. rapport 2765

Molenstraat 47 t/m 53 te Zundert

Plangebied naast Warfhuisterweg 12 te Wehe-Den Hoorn (gemeente De Marne) Een Archeologisch Bureauonderzoek

Buro de Brug Rapporten Quickscan Archeologie Kabeltracé Waarderpolder - Vijfhuizen B09-38

Rijkswaterstaatsteunpunt De Banne, Gorinchem rapport 2257

Archeologische Quickscan Eerste Oosterparkstraat (QSnr ) Stadsdeel: Centrum Adres: Eerste Oosterparkstraat

Ranst Vaartstraat, Pomuni Trade (gemeente Ranst)

Dordrecht Ondergronds Waarneming 6 VEST 124, GEMEENTE DORDRECHT

Archeologie en cultuurhistorie Strijpsche Kampen

Laakzone in de gemeente Nijkerk

ArGeoBoor Archeologisch vooronderzoek & advies

Utrechtseweg 174 te Amersfoort

Bemmelseweg te Elst (gemeente Overbetuwe)

Circusterrein te Venray (gemeente Venray)

De Kouwe Noord/Bredeweg te Geffen rapport 2445

RAAP-NOTITIE Plangebied Burloseweg Gemeente Winterswijk Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek

Bureau voor Archeologie. Plan van Aanpak booronderzoek Achterdijk 2-1, Arkel, gemeente Giessenlanden

Archeologisch bureauonderzoek De Kikkerpit te Domburg, gemeente Veere

PLAN VAN AANPAK Waarderend booronderzoek

Stelleweg te Ouddorp (gemeente Goeree-Overflakkee)

Sassenheim, Willibrorduslaan 71, gemeente Teylingen

Bedrijventerrein Ormeling te Nederhemert rapport 2212

Heemskerk Coornhertstraat

Quickscan Archeologie Waterkanten, Lisse

Glaifa-terrein, Voortsepad 39, Hilvarenbeek

ArcheoPro Archeologische rapporten nr Archeologische bouwbegeleiding Klimmen gemeente Voerendaal. Souterrains Partner of ArcheoPro

Zuidzijde 58 te Bodegraven. rapport 2801

Een Archeologisch Bureauonderzoek voor plangebied De Grift te Nieuwleusen (gemeente Dalfsen, Overijssel) Steekproef /17, ISSN X)

Reeverweg-West te Harfsen rapport 2122

Rotonde N318 Gendringseweg, Aalten rapport 2549

Bijlage 11 bij toelichting Bestemmingsplan Verbreding N444 en reconstructie Nagelbrug, Voorhout

Graaf Albrechtstraat 57 te Nieuwerbrug rapport 2790

6500 voor Chr. RAAP-NOTITIE 4478 Plangebied Noorderweg 27 te Noordwijk 3750 voor Chr. Gemeente Marum Archeologisch vooronderzoek: een verkennend veldo

Papendrecht, Westeind 25, gemeente Papendrecht (ZH). Archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek. Transect-rapport 528 (concept 1.

Nieuw Delft veld 3 en 8 (westelijk deel)

Herenweg 151, Rijnsaterwoude rapport 2671

Tzummarum, Buorren Gem. Franekeradeel (Frl.) Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek. Steekproefrapport /10

ArGeoBoor Archeologisch vooronderzoek & advies

Dordrecht Ondergronds 51. Gemeente Dordrecht, Schrijversstraat 7. Een archeologisch bureauonderzoek.

Transcriptie:

Overveen (gem. Bloemendaal), 329 Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek J. Holl J. Huizer R.M. van der Zee

2 Colofon ADC Rapport 1609 Overveen (gem. Bloemendaal), 329 Een Bureauonderzoek Auteurs: J. Holl, J. Huizer en R.M. van der Zee In opdracht van: Hillgate Properties NV ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, augustus 2008 Foto s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. Autorisatie: dr. E. Lohof ISBN 978-90-6836-599-3 ADC ArcheoProjecten Tel 033-299 81 81 Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Fax 033-299 81 80 Email info@archeologie.nl

3 Inhoudsopgave Administratieve gegevens van het onderzoeksgebied 4 Samenvatting 5 1 Inleiding 6 1.1 Algemeen 6 1.2 Doelstelling en vraagstelling 6 2 Bureauonderzoek 6 2.1 Methoden 6 2.2 Resultaten 7 3 Inventariserend Veldonderzoek 10 3.1 Methoden 10 3.2 Resultaten 10 3.3 Interpretatie 10 4 Conclusies 11 5 Aanbeveling 11 Literatuur 11 Lijst van afbeeldingen 12 Lijst van tabellen 12 Bijlage 1 AMK-terreinen 20 Bijlage 2 Boorgegevens 21

4 Administratieve gegevens van het onderzoeksgebied Provincie: Noord-Holland Gemeente: Bloemendaal Plaats: Overveen Toponiem: 329 Kadastrale gegevens: gem. Bloemendaal, sectie E, nrs. 1087 en 1669 Kaartblad: 25W Coördinaten: 102005 489301 / 102053 489281 / 102032 489229 / 101968-489259 Bevoegd gezag: gemeente Bloemendaal Deskundige namens het bevoegd gezag: T. Jansen ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer (CIS-code): 30426 ADC-projectcode: 4108957 Periode van uitvoering: augustus 2008 Beheer en plaats documentatie: ADC ArcheoProjecten, afd. P&B, Amersfoort

5 Samenvatting In opdracht van Hillgate Properties NV heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied 329 in Overveen (gemeente Bloemendaal). In het plangebied zal woningbouw plaatsvinden. Het onderzoek was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast. In het plangebied kunnen resten voorkomen uit alle archeologische perioden vanaf het Mesolithicum. Het gebied was vanwege de natte omstandigheden en verstuivingen vanaf het Mesolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen relatief ongunstig voor bewoning. Vanwege de directe nabijheid van de strandwal, die gunstig voor bewoning was, kunnen zich off-site resten binnen het plangebied bevinden. De kans op resten uit deze perioden is daarom middelhoog. Eventuele resten uit deze perioden zullen zich op het zand van de strandvlakte bevinden of in het hierop liggende veen. Tussen 1000 en 1600 traden weer veel overstuivingen op, waardoor duinen gevormd werden. Het plangebied was in deze periode onaantrekkelijk voor bewoning. Aangezien het plangebied deels binnen de oude dorpskern van Overveen ligt, geldt een hoge kans op resten uit de periode na 1600. Eventuele resten uit deze periode zullen bovenin het zand boven het veenpakket bevinden. Op de locatie van de huidige bebouwing is de bodem tot 3,5 m mv verstoord. Archeologische resten hoeven hier om deze reden niet meer verwacht te worden. In het onbebouwde deel van het plangebied is verkennend booronderzoek uitgevoerd, waarbij vijf boringen zijn gezet met een 7 cm Edelmanboor en een 3 cm guts. Tijdens dit booronderzoek zijn geen aanwijzingen voor archeologische waarden aangetroffen. Het duinzand is tot 90 à 110 cm mv verstoord, waardoor een eventueel archeologisch niveau niet meer aanwezig zal zijn. Ook zijn geen bodemhorizonten aangetroffen. Aangezien het gebied tijdens de vorming van het veen erg onaantrekkelijk was voor de mens, hoeven archeologische in het veenpakket ook niet verwacht te worden. In het zand hieronder heeft geen bodemvorming opgetreden en hier worden ook geen archeologische resten meer verwacht. ADC ArcheoProjecten adviseert om in het plangebied geen aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren. Wat betreft de archeologie is er geen belemmering om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij het bevoegde overheid, zoals aangegeven in de Monumentenwet. Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. PERIODE TIJD IN JAREN Nieuwe tijd C 1850 na Chr. - heden na Chr. Nieuwe tijd B 1650 na Chr. - 1850 na Chr. Nieuwe tijd A 1500 na Chr. - 1650 na Chr. Late-Middeleeuwen B 1250 na Chr. - 1500 na Chr. Late-Middeleeuwen A 1050 na Chr. - 1250 na Chr. Vroege-Middeleeuwen D 900 na Chr. - 1050 na Chr. Vroege-Middeleeuwen C 725 na Chr. - 900 na Chr. Vroege-Middeleeuwen B 525 na Chr. - 725 na Chr. Vroege-Middeleeuwen A 450 na Chr. - 525 na Chr. Romeinse tijd 12 voor Chr. - 450 na Chr. IJzertijd 800 voor Chr. - 12 voor Chr. Bronstijd 2000 voor Chr. - 800 voor Chr. Neolithicum (Nieuwe Steentijd) 5300 voor Chr. - 2000 voor Chr. Mesolithicum (Midden Steentijd) 8800 voor Chr. - 4900 voor Chr. Paleolithicum (Oude Steentijd) 300.000 voor Chr. - 8800 voor Chr. ADC ArcheoProjecten Rapport 1609 Overveen 329

6 1 Inleiding 1.1 Algemeen In opdracht van Hillgate Properties NV heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied 329 in Overveen (gemeente Bloemendaal). In het plangebied zal woningbouw plaatsvinden. Het onderzoek was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast. Het bureauonderzoek is uitgevoerd op 19 en 20 augustus door: J. Holl (junior archeoloog), J. Huizer (prospector), R.M. van der Zee en E. Lohof (senior prospector). 1.2 Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het verwerven van informatie over bekende of verwachte archeologische waarden binnen het omschreven gebied. Het doel van het inventariserende veldonderzoek is het aanvullen en toetsen van de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting. Het inventariserend veldonderzoek vond plaats door middel van een verkennend booronderzoek. Ten behoeve van het inventariserend veldonderzoek is een plan van aanpak (PvA) opgesteld conform KNA (Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie) specificatie VS01 en de geldende beleidsregel van de Staatsecretaris van OCW. 1 Hierin zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: - Is er in het plangebied een onverstoorde bodem aanwezig en zo ja, komt dit overeen met het op basis van het bureauonderzoek verwachte bodemtype? - Zijn er (aanwijzingen voor) archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is naar verwachting de omvang, ligging, aard en datering hiervan? Indien er archeologische waarden aanwezig zijn: - In welke mate worden deze waarden verstoord door realisatie van de geplande bodemingreep? - Hoe kan deze verstoring door planaanpassing tot een minimum worden beperkt? Indien de archeologische waarden niet kunnen worden behouden: - Welke vorm van nader onderzoek is nodig om de aanwezigheid van archeologische waarden en hun omvang, ligging, aard en datering voldoende te kunnen bepalen om te komen tot een selectiebesluit? Het bureauonderzoek is uitgevoerd op 19 en 20 augustus 2008 en het booronderzoek vond plaats op 23 oktober 2008. Meegewerkt hebben: J. Holl (junior archeoloog), J. Huizer (prospector), R.M. van der Zee (prospector) en W.K. van Zijverden (senior prospector). 2 Bureauonderzoek 2.1 Methoden Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 3.1, in het bijzonder de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. Het bureauonderzoek wordt gerapporteerd conform LS06. Het onderzoek bestaat uit zes onderdelen (specificaties LS01 t/m LS06). In de eerste vier onderdelen zijn de volgende werkzaamheden verricht: - afbakening plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik - beschrijving van de huidige situatie - beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen - beschrijving van bekende archeologische waarden en aardwetenschappelijke gegevens Op grond van deze onderdelen wordt een gespecificeerde verwachting van het gebied opgesteld (specificatie LS05). Hierin wordt verwoord of, en zo ja, welke archeologische waarden worden verwacht. 1 Beleidsregel van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 15 juni 2005, nr. WJZ/2005/26210 (8163), tot wijziging van de Beleidsregels opgravingsbevoegdheid. Het PvA voor het bureauonderzoek is opgesteld door R.M. van der Zee (prospector) op 9 september 2008. Het PvA is geaccordeerd door A.G. de Boer, senior prospector. ADC ArcheoProjecten Rapport 1609 Overveen 329

7 Indien deze worden verwacht worden de (veronderstelde) eigenschappen van de waarden zo gedetailleerd mogelijk aangegeven. 2.2 Resultaten 2.2.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01) Het plangebied ligt aan de 329 en heeft een oppervlakte van ca 0,3 ha. Het wordt aan de westkant begrensd door woningen en door de, aan de zuidkant door woningen en aan de noord- en oostkant door plantsoenen. Zie voor de locatie afbeelding 1 en 2. Er zijn weinig archeologische en aardkundige gegevens beschikbaar van het plangebied. Om een uitspraak te kunnen doen over de archeologische verwachting in het plangebied zijn daarom gegevens betrokken uit de directe omgeving, waarbij een straal van circa 500 meter is aangehouden. Dit is het onderzoeksgebied. In het plangebied is de sloop van het huidige pand en de bouw van twee nieuwe woningblokken gepland (zie afb. 2). Hierbij zal een gebied met een oppervlakte van ca 800 m2 worden bebouwd en onderkelderd met een parkeergarage. Het grootste deel van het plangebied is op dit moment bebouwd met een garagebedrijf. Hieronder zit een kelder met een diepte van 3,5 m mv. In het overige deel zal de bodem tot ongeveer 1 à 1,5 m mv verstoord worden. De oppervlakte van het te bebouwen gebied in het mogelijk onverstoorde deel van het plangebied is ca 600 m 2. De consequentie van de voorgenomen ingreep is dat eventuele waardevolle archeologische resten in de ondergrond worden aangetast en dat er mogelijk veranderingen optreden in de grondwaterhuishouding. 2.2.2 Beschrijving van de huidige situatie (LS02) Het plangebied is momenteel grotendeels bebouwd. Het overige deel is voorzien van tegels. Het onbebouwde gebied heeft een oppervlakte van ca 950 m 2 en de functie hiervan is stalling van voertuigen. In het plangebied geldt waarschijnlijk een grondwatertrap II, wat betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand ondieper dan 40 cm mv ligt en de gemiddeld laagste grondwaterstrand op een diepte tussen 50 en 80 cm mv. 2 Er is geen milieukundig onderzoek beschikbaar van het plangebied. Voor het plangebied is een KLIC-melding gedaan. Hieruit blijkt dat in het plangebied geen kabels en leidingen aanwezig zijn. 2.2.3 Beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03) De historische situatie is op verschillende historische kaarten als volgt: Bron Historische kaart uit 1645 3 Historische kaart uit 1849 4 Historische situatie Op de plek van de en de Zijlweg bevonden zich al wegen, de liep iets anders. De en de Zijlweg zijn reeds aanwezig. Het plangebied is grotendeels onbebouwd, aan de zuidzijde staan enkele gebouwtjes. Het deel dat op dit moment onbebouwd is, is op de historische kaart ook onbebouwd. Bonnekaart uit 1877, 1900, 1905, 1910, 1913, 1920 en zie boven 1926 (zie afb. 3) 5 Luchtfoto uit 1945 6 Het huidige gebouw stond er al. Uit de historische kaarten blijkt dat het plangebied voor zover bekend grotendeels onbebouwd is gebleven, met uitzondering van een paar gebouwtjes in het zuiden van het plangebied. Het gebied dat nu onbebouwd is, is op de historische kaarten ook onbebouwd. Het huidige garagegebouw is tussen 1926 en 1945 gebouwd. 2.2.4 Beschrijving van bekende archeologische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04) De volgende aardwetenschappelijke informatie is bekend van het plangebied: Type informatie Informatie 2 Steur & Heijink 1983. 3 Blaeu 1645. 4 Wolters Noordhoff Atlasproducties 1990. 5 Bureau Militaire verkenningen 1877, 1900, 1905, 1910, 1913, 1920 en 1926. 6 http://www.watwaswaar.nl ADC ArcheoProjecten Rapport 1609 Overveen 329

8 Type informatie Geomorfologie 7 Bodemkunde (zie afb. 5) 8 Geologie 9 Vereenvoudigde geologische kaart (zie afb. 4) 10 Informatie ongekarteerd, waarschijnlijk 2M40: ingesloten strandvlakte al dan niet met vervlakte duinen ongekarteerd, waarschijnlijk EZ50Av: kalkhoudende enkeerdgronden, matig fijn zand, moerig materiaal beginnend dieper dan 80 cm tot dieper dan 120 cm Formatie van Nieuwkoop op Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Schoorl / Zandvoort, veen op duin- en strandzand. Duinzand (Oude Duinen) op veen op strandwalzand, de binnenduinrand loopt direct ten westen van het plangebied. De geologische ontwikkeling van het plangebied hangt samen met de zeespiegelstijging in het Holoceen, vanaf ca 9000 jaar geleden. Vanaf ca 5000 jaar geleden trad, door de verminderde snelheid van de zeespiegelstijging, een westwaardse aangroei op van het strandwallensysteem, waarbij steeds een jongere strandwal ten westen van een oudere werd gevormd. Op de strandwallen ontstonden onder invloed van de wind lage duinen. Deze duinen zijn gevormd tussen 5000 en 1000 jaar geleden. In deze duinafzettingen komen vaak humeuze bodemhorizonten en dunne veenlagen voor. De westwaartse uitbouw ging door tot 2300 jaar geleden. De kustlijn lag toen ten westen van de huidige kust. Door het strandwallensysteem drong de zee minder vaak door in het achterliggende gebied, waardoor verzoeting optrad onder invloed van overstromingen van de rivieren. Hierdoor ontwikkelde zich veen in het achter de strandwallen gelegen gebied. Ook in de strandvlakten, tussen de strandwallen, werd veen gevormd. Dit veen wordt gerekend tot de Formatie van Nieuwkoop. De veenvorming ging door tot het begin van de ontginning rond 900 AD. Vanaf 1000 AD trad kustafslag op, die gepaard ging met een versteiling van het kustprofiel. Er kwam meer zand ter beschikking, waardoor duinen konden worden gevormd. Die bereiken plaatselijk een hoogte van 30 tot 50 m. Deze duinen liggen gedeeltelijk over de oudere duinen heen. Sinds 1600 is de vorming duinen sterk afgenomen door bosaanplant. De duinzanden en strandzanden worden gerekend tot de Formatie van Naaldwijk. Het Zandvoort Laagpakket bestaat uit strandzanden en het Schoorl Laagpakket uit duinzanden. 11 Het plangebied bevindt zich op een strandvlakte tegen de flank van de strandwal van Haarlem. Deze strandwal wordt gedateerd in ca. 2300 v. Chr., in het Laat-Neolithicum. 12 De strandwal vormde, vanwege de hogere ligging, een gunstiger bewoningslocatie dan de relatief vochtige strandvlakte. In de strandvlakte kon veengroei optreden dat incidenteel overstoven is geraakt met zand vanaf het duin. Uiteindelijk is het plangebied overstoven geraakt met duinzand. Het plangebied is ongekarteerd op de bodemkaart, omdat het plangebied in bebouwd gebied ligt. Het gebied dat buiten het bebouwde gebied is gekarteerd als kalkhoudende enkeerdgronden, komt overeen met het gebied waar duinen op veen op strandwalzand voorkomen en met het gebied waar op de geomorfologische kaart zich een ingesloten strandvlakte bevindt. Mogelijk geldt dit bodemtype ook voor het plangebied. Het zijn dikke eerdgronden, die in dit gebied zijn ontstaan doordat de bodem regenmatig drie steken (ca. 90 cm) diep werd omgespit. Hierdoor is een 50 à 90 cm dikke, humushoudende laag ontstaan. In het onderzoeksgebied zijn de volgende archeologische (indicatieve) waarden vastgesteld (zie afb. 6): Bron Omschrijving IKAW middelhoge indicatieve archeologische waarde Cultuurhistorische waardenkaart Noord-Holland archeologisch vlak van hoge waarde (oude kern van Overveen) AMK AMK-terreinen 13899, 13921 en 13913 waarnemingen ARCHISII 211260, 211057, 211473, 211378 en 211056 vondstmeldingen ARCHISII 404745 onderzoeksmeldingen ARCHISII 19734, 20754, 22111 en 5601 Binnen het plangebied geldt een middelhoge indicatieve archeologische waarde. Het gebied met deze waarde komt overeen met het gebied dat op een strandvlakte ligt. De strandwallen hebben een hoge indicatieve archeologische waarde. 7 8 9 DLO Staring Centrum / Rijks Geologische Dienst 1993. Stichting voor Bodemkartering 1992. Zagwijn & Van Staalduinen 1975. Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO, 1998 De Mulder, et al. 2003., Berendsen 2005. Haans & Maarleveld 1981. 10 11 12 ADC ArcheoProjecten Rapport 1609 Overveen 329

9 Het zuidoosten van het plangebied ligt binnen een AMK-terrein van hoge archeologische waarde. Het gaat hier om de historische kern van Overveen. 13 Een AMK-terrein van archeologische waarde ligt 70 m ten zuidoosten van het plangebied. Op basis van vondsten en de ligging op een strandwal is vastgesteld dat zich hier bewoningssporen zullen bevinden daterend vanaf het Neolithicum tot in de Romeinse tijd. 14 Binnen een AMK-terrein van hoge archeologische waarde 470 m ten zuidoosten van het plangebied bevinden zich sporen en vondsten uit de Middeleeuwen en de prehistorie. 15 De AMK-terreinen staan beschreven in bijlage 1. Het plangebied ligt direct naast het onderzoeksgebied van een booronderzoek, waarbij 2 boringen vlakbij het huidige plangebied zijn gezet. In een boring ca 5 m ten noorden van het plangebied is vastgesteld dat de bovenste 1,5 m van de bodem verstoord is, met hieronder 1,2 m veen met zandlaagjes en hieronder gereduceerd zand. In een boring ca 20 m ten oosten van het plangebied is vastgesteld dat de eerste 40 cm bestaat uit een jonge A-horizont, met hieronder een 10 cm dikke laag sterk humeus zand met puinspikkels en houtskool, hieronder 30 cm geoxideerd zand, hieronder 1 m venig zand, hieronder 80 cm veen met zandlaagjes en hieronder gereduceerd zand. Vastgesteld is dat het gebied, doordat het lange tijd erg nat is geweest en gekenmerkt is door overstuivingen, in de prehistorie tot in de Vroege Middeleeuwen onaantrekkelijk was voor bewoning. Archeologische resten zijn ook niet aangetroffen. 16 Tijdens een proefsleuvenonderzoek 60 m ten noordoosten van het plangebied is geconstateerd dat een groot deel van het toenmalige plangebied verstoord is. In het noordoosten van dit onderzoeksgebied zijn resten van een 18 e -eeuws gebouw en onder andere aardewerk uit de Nieuwe Tijd aangetroffen. De locatie van dit gebouw was reeds bekend. Verder zijn geen archeologische waarden aangetroffen. 17 Tijdens bureauonderzoek 480 m ten noordwesten van het plangebied is vastgesteld dat dit onderzoeksgebied op een strandwal ligt en daarom archeologisch interessant is. 18 Tijdens graafwerkzaamheden 170 m ten zuidoosten van het plangebied zijn onder een kapel 21 grafkelders uit de Nieuwe Tijd gevonden. 19 In de omgeving van het plangebied zijn een aantal losse waarnemingen gedaan. Dit zijn een pijpekopje uit de Nieuwe Tijd op 280 m ten noordwesten van het plangebied 20, een 18 e -eeuwse pijpekop en 19 e - eeuws aardewerk op 90 m ten zuidwesten van het plangebied 21 en aardewerk uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd 280 m ten zuidoosten van het plangebied. 22 2.2.5 Gespecificeerde verwachting (LS05) In het plangebied kunnen resten voorkomen uit alle archeologische perioden vanaf het Laat- Neolithicum. Het gebied was vanwege de natte omstandigheden en verstuivingen vanaf het Laat- Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen relatief ongunstig voor bewoning ten opzichte van de hoger gelegen delen. Vanwege de directe nabijheid van de strandwal, die gunstig voor bewoning was, kunnen zich off-site resten binnen het plangebied bevinden. De kans op resten uit deze perioden is daarom middelhoog. Eventuele resten uit deze perioden zullen zich op het zand van de strandvlakte bevinden of in het hierop liggende veen. Door de conserverende werking van het veen zullen de meeste typen archeologische resten (bot, houtskool, aardwerk, metaal) goed bewaard zijn gebleven. 23 Tussen 1000 en 1600 traden weer veel overstuivingen op, waardoor duinen gevormd werden. Het plangebied was in deze periode onaantrekkelijk voor bewoning. Aangezien het plangebied deels binnen de oude dorpskern van Overveen ligt, geldt een hoge kans op resten uit de periode na 1600. Eventuele resten uit deze periode zullen bovenin het zand boven het veenpakket bevinden. Organische resten en bot zullen door de boven het hoogste grondwaterpeil heersende relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Andere type indicatoren (aardwerk) zijn waarschijnlijk matig goed geconserveerd. Het complextype en de omvang van eventuele archeologische resten kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Op de locatie van de huidige bebouwing is de bodem tot 3,5 m mv verstoord. Archeologische resten hoeven hier om deze reden niet meer verwacht te worden. Aangezien bij onderzoeken in de omgeving sterke verstoringen zijn aangetroffen, is er een grote kans op de aanwezigheid van bodemverstoring. AMK-terrein 13899. AMK-terrein 13921. AMK-terrein 13913. Archis onderzoeksmeldingsnr. 19734, Exaltus & Orbons 2006. Archis onderzoeksmeldingsnr. 20754, Archis vondstmeldingsnr. 404745, Corver 2007. Archis onderzoeksmeldingsnr. 22111 Archis waarnemingsnr. 211260. Archis waarnemingsnr. 211057. Archis waarnemingsnr. 211473. Archis waarnemingsnr. 211378. Kars & Smit 2003. 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 ADC ArcheoProjecten Rapport 1609 Overveen 329

10 3 Inventariserend Veldonderzoek 3.1 Methoden De bij het Inventariserend Veldonderzoek toegepaste methoden zijn conform de KNA, versie 3.1, in het bijzonder specificatie VS03 (booronderzoek). Uitgangspunt van het inventariserend veldonderzoek is de gespecificeerde verwachting zoals die is opgesteld in het bureauonderzoek. De strategie voor het veldonderzoek is hierop gebaseerd, alsmede op het voor dit onderzoek opgestelde Plan van Aanpak (VS01). 24 De rapportage is opgesteld conform specificatie VS05. Tenslotte is een aanbeveling gegeven. 3.1.1 Booronderzoek (VS03) In het plangebied zijn grondboringen uitgevoerd met als doel het bepalen van de bodemopbouw en eventuele bodemverstoringen. Dit is de verkennende fase van het inventariserend veldonderzoek. Hoewel het verkennende onderzoek volgens het PvA gecombineerd zou worden met een karterend booronderzoek, bleek dit in het veld als gevolg van de hoge grondwaterspiegel niet mogelijk. Daarom zijn alleen verkennende boringen uitgevoerd. Het verkennen van de bodemopbouw gebeurt door de bodemtextuur en, indien relevant, bodemkundige horizonten systematisch te beschrijven. Eventuele afwijkingen van de verwachte bodemopbouw zoals vastgesteld op grond van het bureauonderzoek, en andere niet-natuurlijke bodemkenmerken kunnen er aanleiding toe geven om (delen van) het plangebied als verstoord te beschouwen. Tijdens het booronderzoek zijn 5 boringen verspreid over het plangebied uitgevoerd. De boringen zijn uitgevoerd met een 7 cm edelmanboor en een 3 cm guts. De boringen zijn voor zover mogelijk gezet tot 25 cm in het zand van de strandvlakte tot gemiddeld 250 cm en maximaal 290 cm onder het maaiveld. In boring 1, 3 en 4 is niet doorgeboord tot in het zand van de strandvlakte, omdat het materiaal door de hoge grondwaterstand uit de boorkop viel. De bodemtextuur en archeologische indicatoren zijn beschreven volgens SBB 5.1 van het NITG-TNO waarin ondermeer de standaard classificatie van bodemmonsters volgens NEN5104 wordt gehanteerd. 25 De X- en Y-coördinaten zijn bepaald aan de hand van de lokale topografie en ingemeten met een meetlint. De hoogte van het maaiveld ter plaatse van de boringen is bepaald aan de hand van AHNbeelden. 3.2 Resultaten 3.2.1 Booronderzoek (VS03) De locatie van de boringen is weergeven in afb. 7. Het algemene beeld in het plangebied is als volgt: - Onderin het profiel bevindt zich lichtgrijs, zwak siltig, matig fijn zand. Dit zand is kalkhoudend. De top van dit pakket ligt op een diepte van 285 cm mv. Alleen in boring 5 is tot deze laag doorgeboord. - Hierboven ligt een laag matig humeus, bruin, venig zand met plantenresten. Alleen in boring 2 en 5 is doorgeboord tot deze laag en de top ervan bevindt zich op een diepte van 235 en 260 cm mv. - Hierboven bevindt zich sterk zandig, bruin veen. De top van dit pakket ligt op 160 tot 235 cm mv. Dit veen is in boring 3, 4 en 5 aangetroffen. Mogelijk is het in de overige boringen ook aangeboord, maar hier viel het materiaal uit de boorkop. - Hierboven bevindt zich lichtgrijs, kalkrijk zand. Dit zand is zwak siltig en matig fijn en de top van dit pakket ligt op een diepte van 90 à 110 cm mv. In boring 2 en 4 is dit pakket sterk oliehoudend. - Het geheel wordt afgedekt met een pakket zwak siltig, matig fijn zand. Dit zand is grijs, geel of bruin en het kalkgehalte varieert. In dit pakket zijn recente baksteenresten en puinresten aangetroffen en het zand is soms humeus. 3.3 Interpretatie Op basis van het bureauonderzoek werd bovenin het profiel duinzand (Formatie van Naaldwijk, Schoorl Laagpakket) verwacht met eventueel resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Eventuele resten uit de periode vanaf het Mesolithicum tot in de Vroege Middeleeuwen zouden zich in het onderliggende veen (Formatie van Nieuwkoop) en het zand van de strandvlakte (Formatie van Naaldwijk, Zandvoort Laagpakket) hieronder. 24 Het PvA is opgesteld door R.M. van der Zee (prospector) op 9 september 2008. Het PvA is geaccordeerd door A.G. de Boer, senior prospector. 25 Bosch 2005; Normalisatie-Instituut 1989. ADC ArcheoProjecten Rapport 1609 Overveen 329

11 In boring 5 is op 285 cm mv lichtgrijs zand aangetroffen. Het is niet duidelijk of dit strandvlaktezand of duinzand is. Het zand is kalkrijk, wat betekent dat er geen bodemvorming heeft plaatsgevonden. Als dit wel het geval was, zou het zand ontkalkt zijn. In dit zand hoeven daarom geen archeologische resten verwacht te worden. Hierboven is achtereenvolgens venig zand en zandig veen aangetroffen vanaf een diepte van 160 tot 235 cm mv. Het feit dat het veen erg zandig is, betekent dat tijdens de vorming van het veen veel verstuiving plaats vond. Het veen was niet geoxideerd, wat betekent dat het veen door de natte omstandigheden erg onaantrekkelijk was voor bewoning. Hierboven is duinzand aangetroffen. Hierin zijn geen bodemhorizonten aangetroffen. Mogelijk is dit duinzand. Doordat dit pakket in het verleden als akkerland gebruikt is, is het humeus. Het maaiveld ligt in het plangebied ca. 2 m lager dan ter plaatse van de. Mogelijk is daarom het duinzand deels afgegraven. Uit het booronderzoek blijkt dat de bodem verstoord is tot 90 à 110 cm mv. 4 Conclusies Zijn er (aanwijzingen voor) archeologische waarden in het plangebied aanwezig en, zo ja, wat is naar verwachting de omvang, ligging, aard, datering en waardestelling hiervan? Er zijn geen aanwijzingen voor archeologische waarden aangetroffen. Het duinzand is tot 90 à 110 cm mv verstoord, waardoor een eventueel archeologisch niveau niet meer aanwezig zal zijn. Ook zijn geen bodemhorizonten aangetroffen. Aangezien het gebied tijdens de vorming van het veen erg onaantrekkelijk was voor de mens, hoeven archeologische resten in het veenpakket ook niet verwacht te worden. In het zand hieronder heeft geen bodemvorming opgetreden en hier hoeven ook geen archeologische resten verwacht te worden. Is er in het plangebied een onverstoorde bodem aanwezig en zo ja, komt dit overeen met het op basis van het bureauonderzoek verwachte bodemtype? De bodem is verstoord tot 90 à 110 cm mv. In het plangebied werden kalkhoudende enkeerdgronden verwacht. Dit bodemtype is wel aangetroffen, maar wel in sterk verstoorde context. De bodemlagen die zijn aangetroffen zijn achtereenvolgens: ophoogzand, eerdgrond, duinzand, veen en duinzand of strandvlaktezand. In welke mate worden deze waarden verstoord door realisatie van de geplande bodemingreep? n.v.t. Hoe kan deze verstoring door planaanpassing tot een minimum worden beperkt? n.v.t. Indien de eventuele archeologische waarden niet kunnen worden behouden: Welke vorm van nader onderzoek is nodig om de aanwezigheid van archeologische waarden en hun omvang, ligging, aard en datering voldoende te kunnen bepalen om te komen tot een selectiebesluit? Er is geen nader onderzoek nodig. 5 Aanbeveling ADC ArcheoProjecten adviseert om in het plangebied geen aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren. Wat betreft de archeologie is er geen belemmering om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij het bevoegde overheid, zoals aangegeven in de Monumentenwet. Literatuur Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland. 3e druk. Assen (Fysische Geografie van Nederland). Blaeu, J., 1645: Theatrum orbis terrarum, sive, Atlas novus. Amsterdam. Bureau Militaire Verkenningen, verschillende jaargangen (1877, 1900, 1905, 1910, 1913, 1920 en 1926): Haarlem, blad 346, 1:25.000. Corver, B., 2007: Park Tetterode, Overveen, gemeente Bloemendaal; Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven. Amersfoort (ADC-Rapport 879). ADC ArcheoProjecten Rapport 1609 Overveen 329

12 DLO Staring Centrum / Rijks Geologische Dienst, 1993: Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 24 Zandvoort en 25 Amsterdam. Wageningen / Haarlem. Exaltus, R. & J. Orbons, 2006: Overveen; Park Tetrode, gemeente Bloemendaal. Maastricht (ArcheoPro- Rapport 607). Haans, J.C.F.M. & G.C. Maarleveld, 1981: Bodem en Landschap. In: Centrum voor Landbouwpublikaties en Landbouwdocumentatie (red): Bodemkundige landschappen van Nederland. Wageningen. Kars, H. & A. Smit (red.), 2003: Handleiding Fysiek Behoud Archeologisch Erfgoed. Degradatiemechanismen in sporen en materialen. Monitoring van de conditie van het bodemarchief. Amsterdam (Geoarchaeological and Bioarchaeological Studies, 1). Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I. Ritsema, W.E. Westerhof & Th.E. Wong (red.), 2003: De ondergrond van Nederland. Groningen/Houten (Geologie van Nederland, deel 7). Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO, 1998: Vereenvoudigde geologische kaart van Haarlem en omgeving, schaal 1:50.000. Haarlem. Steur, G.G.L. & W. Heijink, 1983: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, Algemene begrippen en indelingen, 2 e uitgebreide uitgave. Wageningen. Stichting voor Bodemkartering, 1992: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 24 Oost (gedeeltelijk) Zandvoort en 25 West Amsterdam. Wageningen. Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, 1990: Grote Historische Atlas van Nederland, deel 1 West-Nederland 1839-1859. Groningen. Zagwijn, W.H. & C.J. van Staalduinen, 1975: Geologische overzichtskaarten van Nederland. Haarlem (Rijks Geologische Dienst). Lijst van afbeeldingen Afb. 1 Locatie van het plangebied Afb. 2 Detailkaart van het plangebied Afb. 3 Het plangebied op de bonnekaart uit 1926 Afb. 4 Het plangebied op de vereenvoudigde geologische kaart Afb. 5 Het plangebied op de bodemkaart Afb. 6 Indicatieve Kaart Archeologische Waarden, AMK-terreinen en ARCHIS-meldingen Afb. 7 Boorpuntenkaart Lijst van tabellen Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. ADC ArcheoProjecten Rapport 1609 Overveen 329

13 IJMUIDEN VELSEN ZUID DRIEHUIS NH 485000 490000 495000 NNN ZANDVOORT BENTVELD 8 VELSERBROEK SANTPOORT NOORD SANTPOORT ZUID SPAARNDAM BLOEMENDAAL OVERVEEN HAARLEMMERLIEDE HAARLEM AERDENHOUT BOESINGHELIED HEEMSTEDE 8 VIJFHUIZEN ZW CRUQUIUS 000000 5000m BENNEBROEK bron: Geodan 95000 100000 ZWAANSHOEK 105000 110000 Afb. 1 Locatie van het plangebied ADC ArcheoProjecten Rapport 1609 Overveen 329

14 489200 489300 NNN 000000 25m Zijlweg Zandvoorterpad Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan Blijdorplaan 101900 102000 102100 Legenda Locatie van het plangebied Locatie van de nieuwbouw Locatie van de huidige bebouwing Afb. 2 Detailkaart van het plangebied ADC ArcheoProjecten Rapport 1609 Overveen 329

15 489100 489200 489300 489400 489500 NNN 000000 50m 101800 101900 102000 102100 102200 Afb. 3 Het plangebied op de bonnekaart uit 1926 ADC ArcheoProjecten Rapport 1609 Overveen 329

16 Duinzand (Jonge Duinen) Duinzand (Oude Duinen) op strandwalzand Duinzand (Oude Duinen) op veen op strandwalzand Veen op zeeklei Afb. 4 Het plangebied op de vereenvoudigde geologische kaart ADC ArcheoProjecten Rapport 1609 Overveen 329

17 Zd20A-VII g WATERpZg21w-II 488000 489000 490000 U2425nr10 Zd20A-VII pzg21-iv Zd20A-VII NNN Bodemkaart Legenda 8 000000 500m EZ50Av-II 101000 102000 103000 Locatie van het onderzoeksgebied Dikke eerdgronden Bebouwing Samengestelde kaarteenheden Zandgronden Water SB Afb. 5 Het plangebied op de bodemkaart ADC ArcheoProjecten Rapport 1609 Overveen 329

18 489000 489500 N 211.057 20.754 19.734 404.745 13.899 211.473 211.260 211.378 211.056 13.913 000000 100m 13.921 101500 102000 102500 Legenda Hoge indicatieve archeologische waarde Middelhoge indicatieve archeologische waarde Lage indicatieve archeologische waarde Zeer lage indicatieve archeologische waarde Water Bebouwd gebied AMK-terrein van archeologische betekenis AMK-terrein van archeologische waarde AMK-terrein van hoge archeologische waarde AMK-terrein van zeer hoge archeologische waarde ARCHIS-meldingen (bijgewerkt mrt.'08) Paleolithicum Mesolithicum Neolithicum Bronstijd IJzertijd Vroeg-Romeinse tijd Midden-Romeinse tijd Laat-Romeinse tijd Vroege Middeleeuwen Late Middeleeuwen Nieuwe Tijd Recent Datering onbekend Onderzoeksmelding Vondstmelding AMK-terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd Locatie van het plangebied Locatie van het onderzoeksgebied Afb. 6 Indicatieve Kaart Archeologische Waarden, AMK-terreinen en ARCHIS-meldingen ADC ArcheoProjecten Rapport 1609 Overveen 329

19 489250 489300 NNN 2 1 4 3 5 000000 10m 102000 102050 Legenda Locatie van het plangebied Locatie van de nieuwbouw Boorpunten Afb. 7 Boorpuntenkaart ADC ArcheoProjecten Rapport 1609 Overveen 329