SJABBAT SJALOM. Sjabbat Weekblad voor Nederland

Vergelijkbare documenten
Omer, stappenteller naar een brilliant karakter

SJABBAT SJALOM. Haftara voor Parasjat Bemidbar (Hosea 2:1-22) Sjabbat Weekblad voor Nederland

SJABBAT SJALOM. Overzicht Behar-Bechoekotai (Wajjikra 25:1-27:34) Haftara Bechoekotai (Jeremiahoe 16:19-17:14) Sjabbat Weekblad voor Nederland

HOOGTEPUNTEN VAN DE HAFTARA

SJABBAT SJALOM. Kedosjiem (Leviticus 19:1-20:27)

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Weekblad voor Nederland HOOGTEPUNTEN VAN DE HAFTARA

SJABBAT SJALOM. Overzicht Parasjat Re ee (Devariem 11:26 16:17) Haftara Parasjat Re ee (Jesjaja 54:11-55:5) Door Reuben Ebrahimoff

OVERZICHT VAN GODS MOADIEM

14. Samengestelde verbale elementen

SJABBAT SJALOM. Overzicht Wajjetsee (Genesis 28:10-32:3) Sjabbat Weekblad voor Nederland

SJABBAT SJALOM. Overzicht Sjemini (Leviticus 9:1-11:47) Haftara Parasjat Sjemini (Sjmoeël II, 6:1-7:17, Sefardiem lezen alleen 6:1-17)

Bamidbar & Shawoeot Kaaskoek, Torah en Hemelse Discussies

SJABBAT SJALOM. Haftara Bo (Jeremiahoe 46:13-28) Sjabbat Weekblad voor Nederland

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Weekblad voor Nederland. De Wekelijkse Haftara Door Reuben Ebrahimoff. Parasjat Beha alotecha (Zecharja 2:14-4:7

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Weekblad voor Nederland

13. Gebruik van de samengestelde naamwoordelijke elementen

SJABBAT SJALOM. Haftara Bo (Jeremiahoe 46:13-28) Sjabbat Weekblad voor Nederland

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Weekblad voor Nederland

ו יּ ל א ישׁ מ בּ ית ל ח ם [1] Ruth 1:1

SJABBAT SJALOM. Overzicht Parasjat Bereisjiet (Genesis 1:1-6:8) Haftara van Parasjat Bereisjiet Jesjajahoe 42:5-43:10. Sjabbat Weekblad voor Nederland

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Weekblad voor Nederland. De Haftara voor Parasjat Sjelach Lecha

SJABBAT SJALOM. Overzicht Parasjat Wajjisjlach (Bereisjiet 32:4-36:43) O. De Haftara voor Parasjat Wajjisjlach Ovadja, 1:1-21

2. Werkwoordelijke zinnen

SJABBAT SJALOM. Parasjat Mattot-Masei (Bamidbar 30:2-36:13) M. De Haftara voor Parasjat Matot-Masei. Sjabbat Weekblad voor Nederland

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Weekblad voor Nederland

ו יּ פּ ל אַב ר ם ע ל פּ נ יו ו י ד בּ ר א תּוֹ אל קים ל אמ ר: 3

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Weekblad voor Nederland. Deze week zijn de drie weken voor Tisja Be'av begonnen

BESHALACH HOUD VOL EN JE VIJANDEN ZULLEN MEEHELPEN JE DOEL TE BEREIKEN

11. Gebruik en plaats van voornaamwoordelijke elementen. [1] Pred. 2:1 (vgl. 2:15, 3:18) ᵓȧmartī ik sprak. ᵓănī ik. ᵓănī ik.

SJABBAT SJALOM. Overzicht Parasjat Waëra (Exodus 6:2-9:35) De Haftara voor Parasjat Waëra (Jechezkel 28:25-29:21)

Inhoud תורה בראשית שמות ויקרא במדבר דברים. Tora. Neviiem Risjoniem Vroege Profeten יהושע שופטים. Neviiem Acharoniem Late Profeten

Offers toen en nu. Halve shekel. Kie Tiesa Hoe meer je geeft, hoe rijker je wordt

SJABBAT SJALOM. Haftara parasjat Naso (Sjoftiem [Richteren] 13:2-25) Sjabbat Weekblad voor Nederland

Acharee Mot Het leven 'na de dood', een kogel in onze vrijheid geschoten

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Weekblad voor Nederland. Donderdag is de vastendag van Ester en zondag is het Poeriem Overzicht Tetsawee

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Weekblad voor Nederland. De Wekelijkse Haftara Door Reuben Ebrahimoff

SJABBAT SJALOM. Overzicht Parasjat Misjpatiem (Sjemot 21:1-24:18) H. Hoogtepunten Van Haftara Sjekaliem (II Koningen 11:17-12:17)

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Weekblad voor Nederland. Hoe verkrijgt men Emoena (Geloof)? (DEEL TWEE) Door Rabbijn Shimshon Dovid Pincus

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Weekblad voor Nederland. Het Soekot feest (Loofhuttenfeest) valt dit jaar op 3 tot 11 oktober (buiten Israël)

Metsora Jouw woorden kunnen opbouwen of verwoesten

מ ע נ ה א ה י ק ד ם Dt. 33:27 [1]

SJABBAT SJALOM. Overzicht Parasjat Noach (Genesis 6:9-11:32) H. Haftara Parasjat Noach. Sjabbat Weekblad voor Nederland

SJABBAT SJALOM. Overzicht Haäzinoe (Dewariem 32:1-52) Haftara parasjat Haäzinoe (Sjmoeël II, 22:1-51) Sjabbat Weekblad voor Nederland

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Weekblad voor Nederland

SJABBAT SJALOM. Kie Tavo (Deuteronomium 26:1-29:8) Sjabbat Weekblad voor Nederland. Een hardop gebed

SJABBAT SJALOM. Rosj Hasjana 5770 (zaterdag 19 en zondag 20 september) Kort Overzicht van Rosj Hasjana. Sjabbat Weekblad voor Nederland

1 onroerend goed. 1 verplaatsen. 1 zal verloren gaan. 1 bezitting. 1 capabel, in staat tot. 1 opgeven, infinitivus pi'el.

SJABBAT SJALOM. Overzicht parasjat Ekev (Deuteronomium 7:12-11:25)

5. De naamwoordelijke zin

SJABBAT SJALOM. Haftara Parasjat Kie Tavo (Jesjajahoe 60:1-22)

De blijvende betekenis van de offerwetten. Presentatie

SJABBAT SJALOM. Overzicht Parasjat Misjpatiem (Sjemot 21:1-24:18) Haftara Misjpatiem (Jeremiahoe 34:8-22, 33:25-26)

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Weekblad voor Nederland * * *

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Chanoeka. Overzicht Mikeets (Genesis 41:1-44:17) H. Haftara Parasjat Sjabbat Chanoeka (Zecharja 2-4:7)

4. Functies van de werkwoordsvormen in de werkwoordelijke zin

Exegese Oude Testament

SJABBAT SJALOM. Parasjat Sjoftiem (Devariem 16:18-21:9) Sjabbat Weekblad voor Nederland

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Weekblad voor Nederland. 24 Adar I, maart 2008

Pekoedee Belletjes en granaatappels vol betekenis

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Weekblad voor Nederland. Inzicht in Parasjat Pinchas

SJABBAT SJALOM. Overzicht Kie Tavo (Devariem 26:1-29-8) Haftara Parasjat Kie Tavo Door Jacob Salomon. Sjabbat Weekblad voor Nederland

Wajechie 'Wees sterk en laten wij onszelf versterken!'

SJABBAT SJALOM. Overzicht Parasjat Wajjesjev. Motsai Sjabbat (zaterdagavond) is de eerste avond van Chanoeka. Haftara Wajjesjev (Amos 2:6-3:8)

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Weekblad voor Nederland. Hoogtepunten van Haftara Tetsawee (Jechezkel 43:10-23)

12. De opbouw van de samengestelde naamwoordelijke elementen

12. De opbouw van de samengestelde naamwoordelijke elementen

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Weekblad voor Nederland. קשׁ zegt de Ba al hatoeriem, is 707, gelijk aan die van תוֹ

niemand kan die tekenen doen, welke Gij doet, tenzij God met Hem is. Wedergeboorte We gaan lezen in het woord van God uit Johannes 3 vanaf vers 1:

SJABBAT SJALOM OVERVERZICHT PARASJAT JITRO. Hoogtepunten van Haftara Parasjat Jitro (Jesjajahoe 6:1-13, 7:1-6, 9:5-6)

Dit werd de negende keer al dat G-d op de proef werd gesteld. Kon Hij of kon Hij niet voor het Joodse volk in de woestijn zorgen?

SJABBAT SJALOM. Haftarat Troema (I Koningen 5:26-6:13) Sjabbat Weekblad voor Nederland

SJABBAT SJALOM. HOOGTEPUNTEN VAN HAFTARA WAJJETSEE door: Reuven Gavriel ben Nissim Ebrahimoff

SJABBAT SJALOM. Kort Overzicht van parasjat Toledot (Bereisjiet/Genesis 25:19-28:9) N. Inzicht in de parasja. DE WAARHEID Door Rabbi Reuven Semah

Shavuot Wekenfeest - Viering

SJABBAT SJALOM. Overzicht Parasjat Wajjesjev (Bereisjiet/Genesis 37:1 40:23) Inzicht in de parasja Luisteren naar de Hemelse stem

SJABBAT SJALOM. Parasjat Tsav Sjabbat HaGadol. De Wekelijkse Haftara Door Reuben Ebrahimoff. De Haftara voor Sjabbat HaGadol

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Weekblad voor Nederland. De Haftara voor Parasjat Matot-Masei door Reuben Ebrahimoff

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Weekblad voor Nederland

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Hagadol. De Haftara voor Sjabbat HaGadol

1 Maleachi was een profeet. Hij moest een boodschap van de Heer doorgeven aan Israël. Hier volgen de woorden van Maleachi.

8. Verbindingswoorden 2: ו asyndetische constructies

Bsd. Malbenhoekje Parasja Wajiqra Leviticus 1:1-5: verzen

Een weg door de geestelijke stromingen vragenlijst voor het jodendom. Naam:

SJABBAT SJALOM. Overzicht Parasjat Wajjesjev (Genesis 37:1-40:23) Haftara Wajjesjev (Amos 2:6-3:8) Sjabbat Weekblad voor Nederland

Wanneer begint het Pascha?

SJABBAT SJALOM. Overzicht Parasjat Bereisjiet (Genesis 1:1-6:8) Inzicht in de parasja. UIT TORA TEMIMA Door Harav Baruch Epstein

SJABBAT SJALOM. Overzicht Parasjat Sjemot (Exodus 1:1-6:1) M. Haftara Sjemot (voor Asjkenaziem) (Jesjajahoe 27:6 tot 28:13 en 29:22-23)

SJABBAT SJALOM. Overzicht Wajechi (Bereisjiet/Genesis-47:28-50:26) Haftara Wajechi (I Koningen 2: 1-12) Sjabbat Weekblad voor Nederland

SJABBAT SJALOM. Overzicht parasjat Chajjei Sara (Genesis 23:1-25:18) Hoogtepunten van Haftara Parasjat Chajjei Sara: (I Melachiem 1:1-31)

Bijbel voor Kinderen presenteert JAKOB DE BEDRIEGER

Bechoekotai Weet wat je waard bent

SJABBAT SJALOM. Overzicht Parasjat Nitsaviem. Overzicht parasjat Wajelech. De Haftara voor Parasjat Nitsaviem-Wajelech (Jesjajahoe 61:10 63:9)

de 125 vragen De 125 vragen

SJABBAT SJALOM. Sjabbat Weekblad voor Nederland. Hoe verkrijgt men Emoena (Geloof)? Door Rabbijn Shimshon Dovid Pincus

HET VERHAAL VAN CHANOEKA

Samen met Jezus op weg

HOOGTEPUNTEN VAN DE HAFTARA

SJABBAT SJALOM. Haftara voor Parasjat Bamidbar (Hosea 2:1-22)

Bij de lessen over de Feestdagen wordt in alle klassen gebruik gemaakt van de door Rimon-ljloc ontwikkelde LESkisten

BO INVULLING GEVEN AAN DE VRIJHEID DIE JE HEBT GEKREGEN

Transcriptie:

SJABBAT SJALOM Sjabbat Weekblad voor Nederland Jaargang IX, Nr. 338 Parasjat Emor 17 Ijar 5770 1 mei 2010 Overzicht Parasjat Emor (Leviticus 21:1-24:23) De Kohaniem worden geboden om contact met lijken te vermijden, ten einde een hoge standaard van rituele zuiverheid te handhaven. Zij mogen slechts de begrafenis van zeven naaste familieleden bijwonen: vader, moeder, echtgenote, zoon, dochter, broer en ongetrouwde zuster. De Kohen Gadol - Hogepriester - mag zelfs niet de begrafenis van zijn naaste familieleden bijwonen. Er worden bepaalde huwelijksbeperkingen opgelegd aan de Kohaniem - priesters. Het volk moet eerbied hebben voor de Kohaniem. De fysieke defecten die een Kohen ongeschikt maken voor de Tempeldienst worden opgesomd. Troema - een heffing op de landbouwproducten die aan de Kohaniem gegeven moet worden, mag uitsluitend door de Kohaniem en hun huishouding gegeten worden. Een dier mag pas in de Tempel geofferd worden als het acht dagen oud is en geen fysieke gebreken heeft. Het volk wordt opgedragen de Naam van Hasjem te heiligen, door er voor te zorgen dat hun gedrag altijd voorbeeldig is, en door bereid te zijn eerder hun leven te geven dan te moorden, incest te plegen of afgoden te dienen. De speciale kenmerken van de feestdagen worden beschreven, en het volk wordt eraan herinnerd bepaalde soorten creatieve werkzaamheden niet te doen op deze feestdagen. Nieuw graan mag niet gegeten worden, totdat een omer gerst geofferd is in de Tempel. De Parasja verklaart de wetten voor de bereiding van de olie voor de menora en het bakken van het lechem hapaniem - de toonbroden - in de Tempel. Een man vervloekt Hasjem en wordt geëxecuteerd, zoals in Tora wordt voorgeschreven. Door Ohr Somayach in Jeruzalem, Israël 1998 Ohr Somayach International - Alle rechten voorbehouden Haftara Emor (Jechezkel 44:15-31) De Haftara van deze week begint met de wetten die van toepassing zijn op de Kohaniem in de tijd van de Derde Tempel. In de volgende en laatste Tempel zullen alleen Kohaniem, die afstammen van de familie Tsadok offerdiensten uitvoeren, want zij waren de enigen die nimmer afweken van Hasjem en Zijn wetten. In het toekmostige Beit HaMikdasj zullen de kleren van de Kohaniem, zoals hun tulband, jas en broek, gemaakt zijn van linnen. Wanneer de Kohaniem de Tempel verlaten, zullen zij hun kleren moeten verwisselen. Zij mogen hun hoofd niet kaal scheren, maar ze mogen hun haar ook niet te lang laten groeien: het moet kort geknipt zijn. Zij mogen geen wijn drinken, wanneer zij de binnenplaats van de Tempel betreden. Ze mogen niet met een weduwe of gescheiden vrouw trouwen. Zij moeten de mensen het verschil leren tussen heiligheid en heiligschennis, en tussen geestelijk rein en onrein. Zij zullen als rechters optreden bij geschillen. Zij moeten alle Tora-wetten nauwkeurig in achtnemen, met name die van Sjabbat. Een Kohen mag niet dicht bij een dode komen, tenzij dat zijn vader, moeder, zoon, dochter, broer of een ongehuwde zuster is. De Kohaniem zullen geen aandeel hebben in het land Israël, maar zij zullen leven van giften die zij krijgen, in de vorm van voedsel van de offers in de Tempel. Het is hen verboden om niet-kosjere dieren te eten. Les van de Haftara: In de Haftara van deze week vertelt Hasjem ons wat er zal gebeuren in de toekomst. Dus wij moeten daarvoor klaarstaan. Wij verwachten voortdurend dat de wereld zal veranderen, maar het gebeurt alsmaar niet. Dat betekent niet dat wij de hoop moeten opgeven. Het betekent dat wij moeten zorgen dat wij ervoor klaar zijn, zodat wanneer de grote veranderingen komen, je de eerste bent die ervoor klaarstaat. Zodat we met Avraham Fried oprecht kunnen meezingen: We are ready, yes we re ready Zorg dat je er geestelijk klaar voor bent. Hasjem heeft je al verteld waarvoor je klaar moet staan. Chassidische wijsheid Ga naar het land dat Ik je zal tonen. (Bereisjiet 12:1) Het gebod om je te vestigen in het Land Israël is een belangrijk gebod zo belangrijk dat dit het eerste gebod was dat ooit aan een Jood gegeven werd. Rabbi Meïer Jechiël van Ostrovtsa Uitgave: Zwi Goldberg P.O.Box 3220 Netanya 42132 Israël E-mail: zwigold@netvision.net.il 1

De Omer en ons geestelijk potentieel Inzicht in Parasjat Emor De afdeling van Tora die wij deze week lezen bespreekt de mitswa van de Omer, hetgeen betrekking heeft op het tellen van de zeven weken tussen Pesach en Sjavoeot. De Tora vertelt ons dat het Omer-offer, dat in de Tempel gebracht werd op de tweede dag van Pesach, heen en weer bewogen moet worden voor G-d. Dit zwaaien is duidelijk een integraal onderdeel van de mitswa, maar er wordt geen verklaring voor gegeven. Wat is de betekenis van dit zwaaien van het Omer-offer? Wat is het verband tussen deze mitswa en de periode van zeven weken waarin we onszelf nu vinden? Ons wordt geleerd dat het Omer-offer bestond uit gerst, dat onze Geleerden als veevoeder beschouwden. Het brood echter, dat op Sjavoeot geofferd werd, was gemaakt van tarwemeel een meer verfijnd soort graan, en beter geschikt voor menselijke consumptie. Wanneer we kijken naar de samenstelling van deze twee offers, kunnen we beginnen te begrijpen wat het doel is van de periode van zeven weken die daartussen ligt. Gedurende deze tijd tussen Pesach en Sjavoeot hebben we de gelegenheid om van dieren tot mensen te veranderen om onze dierlijke natuur, die alleen gedreven wordt door verlangens, te verheffen en onze energie te kanaliseren in het nastreven van een meer betekenisvol, geestelijk georiënteerd bestaan. Volgens de commentator Netivot Sjalom is dit het doel van het zwaaien met het Omer-offer. Zwaaien betekent afschudden in dit geval het afschudden van lagen van op onszelf gerichte lichamelijkheid en materialisme, om ons bestaan te verheffen. We vinden voor dit idee een hint in de parasja zelf (Wajjikra 23:9-22), waar het zwaaien zeven keer genoemd wordt. We zouden kunnen suggereren dat deze zeven vermeldingen van het zwaaien overeenkomen met de zeven weken tussen Pesach en Sjavoeot. Iedere week hebben we de gelegenheid om een andere laag af te schudden. Wat zijn deze lagen precies? Al de fysieke aspecten van de wereld werden aanvankelijk in zeven dagen geschapen. Iedere week van de Omer schudt dus als het ware één van deze fysieke lagen van de Schepping af. Wanneer we onszelf progressief verfijnen en verheffen, bereiden we onszelf voor op de ontvangst van de Tora op Sjavoeot. (Nachmanides ziet in feite de zeven weken van de Omer letterlijk als zeven dagen. Hij schrijft dat de Omertijd als een Chol Hamoëed beschouwd kan worden [de tussendagen van het Pesach- en Soekot-feest] tussen Pesach en Sjavoeot. Daar we met het aftellen tot Sjavoeot beginnen op de tweede dag van Pesach, zijn beide feestdagen in feite met elkaar verbonden. Dus in plaats van de normale zeven dagen dat een feestdag duurt, duurt de feestelijke tijd tussen Pesach en Sjavoeot zeven weken, waarbij iedere week een dag voorstelt. En, zegt Nachmanides, net als Chol Hamoëed van Soekot wordt afgesloten met Sjemini Atsèret, zo ook wordt de Chol Hamoëed van Pesach afgesloten met Sjavoeot, welk feest ik Tora inderdaad Atsèret genoemd wordt.) De Joodse tekens van de dierenriem illustreren dit doel van een progressieve transformatie. De Omertijd valt altijd in de drie Joodse maanden Niesan, Ijar en Sivan. Het teken voor Niesan is de ram, het teken voor Ijar is de stier. Deze eerste twee maanden worden voorgesteld door dieren, hetgeen overeenkomt met onze animalistische aard in het begin van de Omertijd en met het lage niveau van het Omer-offer dat dan gebracht wordt. Het teken voor Sivan is echter tweelingen mensen! Door onszelf door de zeven weken van de Omer te werken, kunnen we gestaag, week na week, onszelf opwerken, totdat we het niveau van mensen bereikt hebben, die bereid zijn Tora in ontvangst te nemen. Mogen we gezegend worden om onszelf niet alleen wekelijks te transformeren, maar ook dagelijks, als we groeien naar een meer betekenisvol, doelbewust en geestelijk bestaan, zodat we tegen de tijd dat we Sjavoeot bereikt hebben, op het toppunt van ons potentieel staan in de dienst van G-d. Stel een mitswa niet uit Laat er niets van over tot de ochtend, Ik ben Hasjem en houd je aan Mijn mitswot (22:30-31). Dit duidt op het principe dat men een mitswa niet moet uitstellen, wanneer de gelegenheid zich voor doet, legt de Ba al HaToeriem uit. Als men s avonds de gelegenheid heeft om een mitswa te doen, stel dat dan niet uit tot de ochtend. 2

MISJNA VAN DE WEEK DEMAI HOOFDSTUK TWEE Misjna 2:4 ה נּ ח תּוֹמ ים ל א ח יּ בוּ אוֹת ם ח כ מ ים ל ה פ ר ישׁ א לּ א כ ד י ת רוּמ ת מ ע שׂ ר ו ח לּ ה. ה ח נ ו נ ים א ינ ן ר שּׁ א ין ל מ כּ ר א ת ה דּ מ אי. כּ ל ה מּ שׁ פּ יע ין בּ מ דּ ה ג סּ ה, ר שּׁ א ין ל מ כּ ר א ת ה דּ מ אי. א לּוּ ה ן ה מּ שׁ פּ יע ין בּ מ דּ ה ג סּ ה, כּ גוֹן ה סּ יטוֹנוֹת וּמוֹכ ר י ת בוּאָה: De geleerden hebben de bakkers 1 niet verplicht af te scheiden 2, behalve troema ma'aser 3 en challa 4. De winkeliers mogen geen demai verkopen 5. Wie in het groot handelt mag demai verkopen 6. Wie zijn die groothandelaars? Bijvoorbeeld grossiers 7 en graanhandelaren 8. Aantekeningen bij Misjna 2:4 1. De bakkers waren chaweriem. (RAV). 2. Af te scheiden van producten die zij gekocht hadden van amei haärets, hetgeen demai is. (RAV). 3. Behalve van troema en ma'aser Dat is [slechts] een honderste, maar [zij verplichtten hen] niet ma aser sjeni [af te scheiden] omdat de agenten van de koning hen dwongen hun product goedkoop te verkopen. Daarom wilden de Geleerden hen niet nog meer lastigvallen met ma aser sjeni dat men in Jeruzalem moet eten, en dat gold speciaal als zij het verkochten aan een chawer, want het is de koper die de verplichting heeft om ma aser sjeni af te scheiden. Echter, wanneer hij [de bakker] het verkoopt aan een am haärets, dan moet hij wel ma aser sjeni afscheiden, voordat hij het verkoopt (RAV). 4. Challa Van het deeg, dat is 1/48ste, dat men aan de kohaniem moet geven. Maar zij waren wel verplicht ma'aser sjeni af te scheiden. 5. Winkeliers mogen geen demai verkopen zonder eerst ma'asr sjeni te hebben afgescheiden. De reden is dat de winstmarge van een winkelier hoger was en daarom verplichtten de Geleerden hem alles behoorlijk af te scheiden. En ook, opdat hij niet onvertiend voedsel zou verkopen aan kinderen. (RAV). 6. Wie in het groot handelt mag demai verkopen Omdat groothandels lagere winstmarges hebben (RAV). 7. Bijvoorbeeld grossiers die aan winkeliers leveren (Rasji). 8. En graanhandelaren Zij verkopen uitsluitend bij grote hoevelheden tegelijk. De Jeruzalemse Talmoed geeft de volgende algemene regel: wanneer de verkoper hoge winst maakt, moet hij alles afscheiden en wanneer de koper hoge winst maakt, valt de verplichting op hem. Praktische Halacha Deel één: Het gedrag in de ochtend HOOFDSTUK 8: De dingen die verboden zijn vanaf het aanbreken van de dag tot nadat men gedavvend heeft. (vervolg) 5. Het is niet toegestaan s morgens vroeg, vanaf het eerste ochtendlicht 17 [voor de tefilla] een kennis te bezoeken, om hem te begroeten en sjalom te zeggen (want Sjalom is een van de namen van Hasjem 18 ) of zelfs om hem goede morgen te wensen, zoals er geschreven staat (Jes. 2: 22): Verwijder U van die mens wiens ziel nog in zijn neus zit, want waarmee is hij te vergelijken? Dat wil zeggen: stel je deze persoon gelijk aan Mij, dat je hem eer bewijst, voordat je Mij eer bewijst! 19 Maar als men hem toevallig onderweg tegenkomt, is het geoorloofd hem, zoals het hoort sjalom te wensen. Maar het is beter dan van taal te veranderen, dus men zegt bijv. goede morgen om zo te bedenken dat het verboden is andere dingen te doen tot men gedawwend heeft. 20 6. Het is zelfs verboden met Tora-leren te beginnen wanneer de ochtend is aangebroken 21. Sommigen zijn soepel en staan het wel toe, zolang het nog niet vlak voor zonsopgang is, want dan is het gewenst eerst te dawwenen 22 Maar wie gewend is naar de synagoge te gaan zodat geen gevaar bestaat dat men de tijd vergeet, heeft ook toestemming. En zo ook degenen die met anderen leren en als zij nu niet leren zou hun leren vervallen, dan is het toegestaan te leren met hen. Want de verdienste van het gezamenlijk leren is een grote zaak. Alleen moeten zij goed oppassen, dat de tijd voor de tefilla niet voorbij gaat. Bronnen van de Halacha 17. M.B. 89: 8 18. Zie hierboven Hoofdstuk 5, 8 19. Berachot 14a 20. KSA 8:5 21. KSA 8:6 22. M.B. 89: 32 3

Uit de Babylonische Talmoed De voornaamste onderwerpen van Traktaat Sjabbat, Daf 36 Een voorwerp dat voor een verboden doel gebruikt wordt Een voorwerp waarvan het normale gebruik op Sjabbat verboden is, zoals een sjofar of een trompet, waarvan de Geleerden verboden hebben om naar het geluid ervan te luisteren op Sjabbat, mag men verplaatsen letsorech goefo [lett. voor zijn eigen lichaam], d.w.z. om het te gebruiken voor een ander, toegestaan werk. Men mag bijvoorbeeld een sjofar gebruiken om er water mee op te scheppen of als trechter. Maar het is verboden om hem te verplaatsen om het voorwerp zelf te beschermen, bijvoorbeeld om het tegen te zon te beschermen. Moektse Er bestaan een aantal meningsverschillen tussen Rabbi Jehoeda en Rabbi Sjim on over de voorschriften van moektse. In al die meningsverschillen is Rabbi Jehoeda machmier en meent dat als de voornaamste werkzaamheden, waarvoor een bepaald voorwerp gebruikt wordt, een verboden werkzaamheid op Sjabbat is, terwijl het ook nog voor een andere bestemming gebruikt kan worden, zoals de sjofar, waarmee men water kan scheppen, dan mag het voorwerp wel op Sjabbat gebruikt worden voor die andere, wel toegestane arbeid. Daarom mag volgens R. Jehoeda een Sjofar wel op Sjabbat gebruikt worden, voor toegestane werkzaamheden en mag hij verplaatst worden letsorech mekomo [omdat men de plaats waar hij ligt, nodig heeft voor iets anders], maar een trompet niet, want die is alleen geschikt om erop te blazen, hetgeen verboden is op Sjabbat, dus die mag niet verplaats worden. Rabbi Sjim on is hier daarentegen soepel in en staat het gebruik van een trompet letsorech goefo en letsorech mekomo wel toe. Volgens hem heeft iemand het gebruik daarvan niet volledig uit zijn gedachten gezet, en mag men het verplaatsen letsorech mekomo. Alleen stenen en zand, die geen enkel andere bestemming hebben, dan voor de bouw, hetgeen verboden is, zijn volledig moektse, ook letsorech goefo [volgens de verklaring van Tosafot]. Daf 36b Hoofdstuk 3: Kira Hilchot bisjoel kookvoorschriften Op deze daf beginnen we met hoofdstuk 3, Perek Kira. Een kira is een rechthoekige oven, die van boven open is, en waarop twee potten gezet kunnen worden. De potten kunnen in de oven op de kolen gezet worden, hangend aan de rand van de oven, of boven op de rand van de oven geplaatst worden. In dit hoofdstuk worden voornamelijk twee onderwerpen behandeld, de voorschriften voor bisjoel koken en voorschriften voor moektse. De eerste Misjna van dit hoofdstuk behandelt de voorschriften voor Hilchot sjehia, dat wil zeggen, als er eten op het vuur stond vóór Sjabbat, opdat het verder zal koken op Sjabbat, dan is dat door Tora in het geheel niet verboden, want men heeft het er vóór Sjabbat opgezet en de melacha is dus vóór Sjabbat verricht. Echter, de Geleerden hebben hier verschillende voorschriften voor gegeven, omdat zij vreesden dat men het vuur op Sjabbat zou opstoken om het koken te verhaasten. Daarom staat de Misjna het toe om voedsel op een oven/fornuis te laten staan, die gestookt wordt met stro of stoppels, want die geven niet genoeg hitte om te koken, maar net genoeg om het voedsel warm te houden, en ze laten, als het vuur gedoofd is, geen kool achter. Echter op een oven die gestookt wordt met hout of met pulp van uitgeperste olijven, waarvan de hitte groot genoeg is om het voedsel te doen koken en waarvan, als het vuur gedoofd is, nog gloeiende kool achterblijft, daarop hebben de geleerden het verboden om het voedsel te laten staan, omdat zij bang waren dat men de kool zou oprakelen en zo het vuur zou opstoken. Maar wanneer men vóór Sjabbat de gloeiende kolen uit de oven verwijderd heeft of ze met as bedekt heeft, is er geen bezwaar. De Misjna vermeldt ook een machloket tussen Beit Sjammai en Beit Hillel: volgens Beit Sjammai mag men wel gekookt water op de oven laten staan [gekookt water verbetert niet door het verder te koken] maar geen voedsel [want dat verbetert wel door het verder te koken]. Beit Hillel staat allebei toe [wanneer de nodige maatregelen zijn genomen]. Verder verbiedt Beit Sjammai het voedsel, dat gekookt is, terug te zetten op de oven, hetgeen Beit Hillel toestaat. Volgens Tora bestaat er geen bisjoel na bisjoel, d.w.z. wat gekookt is, kan niet meer opnieuw gekookt worden, en daarom is er geen probleem met het voedsel op het vuur te laten staan op Sjabbat. Echter, de Geleerden hebben het terugzetten van het voedsel op het vuur beperkt, uit vrees dat men het vuur zou opstoken en ook omdat het er voor een buitenstaander op lijkt dat men een pan met ongekookt eten nu op het vuur zet om het te koken, en als men het terugzetten zou toestaan, zou die toeschouwer kunnen denken dat men ook ongekookt voedsel op Sjabbat op het vuur mag zetten. 4

31 Ge- en verboden die betrekking hebben op lasjon hara kwaadsprekerij volgens de Chafeets Chajiem (Vervolg) 19:17). Je zult je broeder niet in je hart haten (Wajjikra ל א ת שׂ נ א א ת אָח יך 7. Wanneer je iemand in zijn aanwezigheid vriendelijk bejegent maar achter zijn rug kwaad over hem spreekt, dan overtreed je dit verbod. Dit verbod heeft het alleen over verborgen haat (Sifra). Wanneer je openlijk aan iemand vertelt dat je een hekel aan hem hebt, overtreed je dit verbod niet, maar maak je je schuldig aan aan overtreding van de mitswa om je mede-jood lief te hebben. volk Je zult je niet wreken, noch enige wrok koesteren tegen de leden van je ל א ת קּוֹם ו ל א ת טּ ר 8-9. (Wajjikra 19:18). Wanneer je kwaad bent op iemand omdat hij geweigerd heeft je een of andere gunst te bewijzen en je spreekt vervolgens lasjon hara over hem, dan heb je deze twee verboden overtreden, behalve dat je ook lasjon hara gesproken hebt. Want doordat je verteld hebt dat de persoon in kwestie geweigerd heeft je te helpen, heb je je schuldig gemaakt aan het koesteren van een wrok. En door over hem kwaad te spreken heb je je schuldig gemaakt aan wraakneming. Je bent verplicht het hele incident te vergeten. Om de strekking van deze twee verboden te illustreren, vertelde een Geleerde eens het volgende verhaal: Verloren en verdwaald in de woestijn, ontdekte Gavrial eindelijk een man die een kudde kamelen leidde. Halfgek van dorst kroop Gavrial naar de man en smeekte hem om wat water. De kameeldrijver weigerde echter en liet Gavrial aan zijn lot over. Gavrial slaagde er uiteindelijk op wonderbaarlijke wijze in terug te keren naar de bewoonde wereld en werd spoedig zeer rijk. Op een dag kondigde de secretaresse van Gavrial aan dat een kameelhandelaar om een lening van hem wilde vragen om zijn kudde uit te breiden. Toen de man binnenkwam in Gavrials kantoor, herkende Gavrial hem onmiddellijk. Het was dezelfde man die hem in de woestijn, in zijn uur van nood geweigerd had te helpen. Gavrial is verplicht de lening te verstrekken, zonder het incident in de woestijn zelfs in herinnering en ter tafel te brengen. Dit is een ware en moeilijke test voor de kracht van Gavrials karakter, maar het wordt van hem vereist door deze twee mitswot. Eén getuige zal niet opstaan tegen een man voor enige misdaad ל א י קוּם ע ד א ח ד בּ א ישׁ ל כ ל ע וֹן וּל כ ל ח טּ את.10 of voor enige zonde (Dewariem 19:15). Wanneer een enkele getuige zijn verklaring aflegt voor een Beit Din in een niet-financiële zaak, dan overtreedt hij dit verbod, behalve dat hij zich schuldig maakt aan lasjon hara. Bij financiële aangelegenheden heeft de verklaring van een enkel getuige wel praktische betekenis (het kan iemand tot een eed dwingen). Maar in niet-financiële aangelegenheden kan een Beit Din de verklaring van een enkele getuige niet accepteren. Dus de verklaring die hij aflegt, maakt slechts de reputatie van de persoon over wie hij spreekt, zwart, zonder dat het iets oplevert. 23:2). Volg niet een menigte om kwaad te doen (Sjemot ל א ת ה י ה אַח ר י ר בּ ים ל ר ע ת 11. Wanneer je je aansluit bij een groep om lasjon hara te spreken, dan overtreed je dit verbod (zie Sja arei Tesjoeva 3:50). 17:5). Word niet als Korach en zijn aanhang (Bamidbar ל א י ה י ה כ ק ר ח ו כ ע ד תוֹ 12. Dit vers verbiedt ons ruzie te maken (Sanhedrin 110a). Wanneer je er de oorzaak van bent dat een ruzie voortduurt, dan overtreed je dit verbod. 25:17) Je zult je naaste niet benadelen (Wajjikra ל א תוֹנוּ א ישׁ א ת ע מ יתוֹ 13. Dit verbiedt ons iets te zeggen dat een ander beledigt of hem kwaad maakt (Bawa Metsia 58b). Sommige voorbeelden hiervan zouden kunnen zijn: 1. Iemand herinneren aan zijn vroegere misdaden; 2. Iemand beschaamd maken over zijn familie achtergrond; 3. Iemand uitlachen om zijn gebrekkige Tora-kennis; 4. Iemand beledigen om zijn lage maatschappelijke status; 5. Iemand vragen hoe hij op een bepaalde vraag zou antwoorden wanneer je weet dat hij daartoe niet in staat is. Wanneer je lasjon hara spreekt over iemand in zijn aanwezigheid, dan overtreed je ook dit verbod, behalve dat je lasjon hara spreekt. (Wordt vervolgd) 5

Wegwijzer voor ons gebed Inleiding (vervolg) Wa-ani Tefillati lecha Hasjem eet ratson 6 (Wat mij betreft, moge mijn gebed voor U, G-d, komen op een geschikt tijdstip). Dit vers kan zodanig worden geïnterpreteerd, dat wanneer wij tot G-d bidden, dat daarom reeds een geschikt tijdstip is, om nader tot onze Schepper te komen. Dit geldt speciaal voor tsaddikiem, aan wie soms iets toekomt, maar die dat alleen verkrijgen door middel van gebed. Onze Geleerden leren ons, dat de reden hiervan is, dat Hasjem genoegen vindt in het luisteren naar de gebeden van tsaddikiem. Zo zien wij dat het profijt van het gebed het gebed zelf is. Het is natuurlijk ook waar dat wij door middel van gebeden de verdienste kunnen krijgen om giften van Hasjem te krijgen, die wij anders wellicht niet zouden hebben verdiend. Wij moeten er echter voor oppassen dat wij onszelf niet voor de gek houden, en denken dat door periodiek in ernst te dawwenen [bidden], wij reeds het uiteindelijke doel van de erkenning van Hasjem bereikt hebben. We moeten ons bewustzijn van Hasjems voortdurende aanwezigheid versterken door regelmatig te dawwenen, net zoals wij fysiek geschapen zijn met een noodzaak om verscheidene keren per dag te eten. Er zijn te veel oorzaken die ons afleiden, en die onze erkenning van Hasjem afstompen, om tevreden te zijn met slechts incidentele ernst bij het dawwenen. Zonder oefening in de Dienst van het gebed (avoda of tefilla) kunnen wij makkelijk onze nauwe banden met Hasjem verliezen. Gebed Tefilla De meest gebruikelijke uitdrukking voor gebed in het Hebreeuws is tefilla. Dit woord heeft vele betekenissen, zoals we zullen uitleggen. In feite kan ieder Hebreeuws vers op verschillende manieren worden uitgelegd. Dat is één van de redenen waarom het een voordeel is om in het Hebreeuws te bidden. Eén betekenis van het woord tefilla is gebaseerd op het vers in Genesis [Bereisjiet] 30:8: Watomer Rachel: naftoelei Elokiem niftalti iem achoti gam jacholti watikra sjemo Naftali. En Rachel zei: Ik heb tot G-d gebeden en mijn gebed is geaccepteerd, zoals de gebeden van mijn zuster; en zij noemde hem Naftali (Rasji, gebaseerd op de interpretatie van Onkelos 7 ). Volgens deze interpretatie is het woord naftoelei afgeleid van tefilla. Rasji geeft nog een andere interpretatie, namelijk dat het woord naftoelei binden of zich hechten betekent. Dan betekent het woord tefilla band of hechting. De hele mensheid, ieder op zijn eigen manier, zoekt naar die ultieme verbodenheid men zijn Schepper. Waarom heeft de mens zo n behoefte om zich te binden aan een hogere macht, die niet gezien of waargenomen kan worden, zoals ieder ander fysiek ding in het leven? Wij vinden het antwoord op die vraag direct aan het begin van de Schepping. 6 Tehilliem [Psalmen 69:14]. 7 Een vertaler van de Tora in het Aramees in de vroege Talmoed-periode. (Wordt vervolgd) 6