GE Security NetworX TM Series NX-320E Intelligente voeding Installatiehandleiding g imagination at work
NX-320E Installatiehandleiding Pag 2 01/07/05
INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE... 3 ALGEMENE BESCHRIJVING... 4 INSTALLATIE VAN DE NX-320E... 5 REGISTRATIE EN OVERWAKING VAN DE NX-320E... 5 PROGRAMMERING VAN DE NX-320E VOEDING... 6 PROGRAMMERING VAN DE NX-320E VIA LED KEYPAD...6 Activeren van de programmeermode...6 Selectie van te programmeren module...6 Programmatie van een adreslocatie...6 Een bepaalde adreslocatie verlaten...7 Programmeermode verlaten...7 PROGRAMMERING VAN DE NX-320E VIA LCD CODEKLAVIER...7 PROGRAMMATIEDATA...8 OMSCHRIJVING VAN DE GEHEUGENADRESSEN... 9 NX-320E PROGRAMMEERBLADEN...16 BESCHRIJVING AANSLUITKLEMMEN EN LED S...20 NX-320E PRINT LAYOUT...21 TECHNISCHE SPECIFICATIES...21 MONTAGE IN DE KAST...22 CE CONFORMITEITSVERKLARING...23 NX-320E Installatiehandleiding Pag 3 01/07/05
ALGEMENE BESCHRIJVING De NX-320E is een microprocessor-gestuurde voedingsmodule die kan aangesloten worden op de NetworX alarmcentrales. De NX-320E heeft drie (3) programmeerbare uitgangen en één (1) specifieke sirene-uitgang. Er kunnen maximaal vier (4) NX-320E modules op een NetworX NX-8 en maximaal acht (8) op een NetworX NX-8E centrale aangesloten worden, waardoor max. 16 uitgangen (32 voor NX-8E) beschikbaar zijn. Van deze 16 uitgangen zijn er 12 (24 voor NX-8E) programmeerbaar en zijn er 4 (8 voor NX-8E) vast ingesteld als specifieke sireneuitgang. De 12 (24 voor NX-8E) programmeerbare uitgangen kunnen gebruikt worden als gelijkspanningsuitgang, spanningsuitgang voor branddetectoren, sirene-driver uitgang, enz. (zie tabel op pagina 9). Elke NX-320E module heeft een optionele tamper-ingang, waarop het antisabotagecontact van de behuizing kan aangesloten worden. Wanneer de NX-320 aangesloten is op een NetworX centrale, dan bedraagt de maximum kabellengte vanaf de centrale naar alle modules (incl. de NX-320E) 800 meter. De maximum kabellengte vanaf de NX-320E naar alle verdere modules bedraagt eveneens 800 meter. NX-320E Installatiehandleiding Pag 4 01/07/05
INSTALLATIE VAN DE NX-320E Het eerste wat bepaald dient te worden is het specifieke adres van de betreffende voedingsmodule. Dit adres zal eveneens dienen gespecificeerd te worden wanneer men de NX-320E module wenst te programmeren. Het juiste adres kan ingesteld worden met behulp van onderstaande tabel. DIP schakelaar 4 wordt gebruikt om de tamper-ingang van de NX-320E uit te schakelen ( On = actief / Off = uitgeschakeld). Adres Dip switch 1 Dip switch 2 Dip switch 3 84 OFF OFF OFF 85 ON OFF OFF 86 OFF ON OFF 87 ON ON OFF 88 OFF OFF ON 89 ON OFF ON 90 OFF ON ON 91 ON ON ON REGISTRATIE EN OVERWAKING VAN DE NX-320E Ten einde de aangesloten modules te kunnen overwaken, detecteert de centrale automatisch de aanwezigheid van alle aangesloten codeklavieren, zone-uitbreidingen, draadloze ontvangers, uitgangsmodules, voedingsmodules, enz en registreert het adres ervan in het systeemgeheugen. Op die manier kunnen alle modules overwaakt worden door de centrale. De modules kunnen geregistreerd worden door de programmeermode van de centrale te activeren, zoals beschreven op pag.6 van deze installatiehandleiding. Indien gewenst, kan men de programmatie van de centrale of een bepaalde module nog aanpassen. Bij het verlaten van de programmeermode zal de centrale automatisch alle aangesloten modules (inclusief codeklavieren) registreren. Dit identificatieproces duurt ongeveer 12 seconden en wordt weergegeven door een Service indicatie. Als een geregistreerde module door de centrale niet meer gedetecteerd wordt, dan zal na een bepaalde tijd een Service indicatie weergegeven worden. NX-320E Installatiehandleiding Pag 5 01/07/05
PROGRAMMERING VAN DE NX-320E VOEDING Programmering van de NX-320E via LED keypad Activeren van de programmeermode Om de programmeermode te activeren moet men [*] - [8] intikken. Hierna zullen de vijf functie-led s (Aanwezig, Deurbel, Afwezig, Blokkage en Annuleren) beginnen knipperen. Vervolgens dient men de programmeercode (standaard = [9] - [7] - [1] - [3]) in te voeren. Na het ingeven van een geldige programmeercode, zal de Service LED beginnen knipperen en zullen de vijf functie-led s continu oplichten. Men bevindt zich nu in de programmeermode en klaar om de te programmeren module te selecteren. Opmerking: de programmeermode kan niet geactiveerd worden als het systeem niet volledig (d.w.z. alle partities) uitgeschakeld is. Selectie van te programmeren module Alle modules die op de NetworX aangesloten zijn, kunnen via een codeklavier geprogrammeerd worden. Daarom dient men na het activeren van de programmeermode eerst het nummer op te geven van de module die men wenst te programmeren. Om een NX- 320E te kunnen programmeren dient men het corresponderende adres in te geven gevolgd door [#]. Het juiste adres kan afgeleid worden uit de tabel op pagina 5. Programmatie van een adreslocatie Na het ingeven van het modulenummer (adres) van de te programmeren module, zal de Aan LED oplichten om aan te duiden dat het systeem wacht op de adresspecificatie. Elke adreslocatie kan direct geselecteerd worden door het adresnummer in te voeren onmiddellijk gevolgd door [#]. Wanneer het adresnummer een geldig nummer is, dan zal de Aan LED doven en zal de Gereed LED oplichten. De zone-led s zullen eveneens de binaire data van het eerste segment van dit adres weergeven. Terwijl men nieuwe data ingeeft, zal de Gereed LED beginnen knipperen om aan te duiden dat de gegevens gewijzigd worden. De Gereed LED zal blijven knipperen totdat de nieuwe data in het geheugen opgeslagen wordt met de [*] toets. Na het opslaan van de nieuwe data toont het codeklavier automatisch de inhoud van het volgend segment. Deze procedure wordt herhaald totdat het laatste segment van de adreslocatie bereikt wordt. Een bepaalde adreslocatie kan verlaten worden door [#] in te tikken. Hierop zal de Aan LED opnieuw oplichten om aan te duiden dat het systeem wacht op de invoer van een nieuw adresnummer. Als het nieuwe adresnummer het volgende sequentiële adres is, dan kan dit geselecteerd worden door op de [Politie] toets te tikken. Als het voorgaande adres het te programmeren adres is, dan kan dit geselecteerd worden met de [Brand] toets. Als men terug hetzelfde adres wenst te selecteren dan moet men de [Medische] toets gebruiken. Om de gegevens van een bepaald adres te controleren kan bovenstaande procedure herhaald worden waarbij telkens op de [*] toets gedrukt wordt zonder data in te geven. Telkens als de [*] toets ingedrukt wordt, zal de inhoud van het volgend segment van een bepaalde adreslocatie op het display getoond worden. NX-320E Installatiehandleiding Pag 6 01/07/05
Een bepaalde adreslocatie verlaten Nadat het laatste segment van een bepaalde adreslocatie geprogrammeerd werd, zal deze adreslocatie automatisch verlaten worden na het intoetsen van [*]. Hierop zal de Gereed LED doven en zal de Aan LED terug oplichten. Er kan nu een nieuw adresnummer ingevoerd worden. Als men probeert om ongeldige data in een bepaald segment in te voeren, dan zal de codeklavierzoemer een foutsignaal (3 pieptoontjes) genereren en in het segment blijven wachten op een geldige data-ingave. Programmeermode verlaten Nadat alle noodzakelijke wijzigingen in de programmatie aangebracht werden, kan de programmeermode verlaten worden. Met de [Afwezig] toets kan men de geselecteerde module verlaten en het selecteer te programmeren module niveau bereiken. Als er geen bijkomende modules dienen geprogrammeerd te worden, kan men door nogmaals op de [Afwezig] toets te drukken de programmeermode verlaten. Als er nog een bijkomende module dient geprogrammeerd te worden, dan kan deze geselecteerd worden door het corresponderende modulenummer in te voeren gevolgd door [#]. OPMERKING: als er binnen de 15 minuten geen toetsaanslag gebeurt, zal de programmeermode automatisch verlaten worden. Programmering van de NX-320E via LCD codeklavier Alle benodigde stappen voor het programmeren via het LCD codeklavier zijn identiek aan deze voor het programmeren via het LED codeklavier. Het LCD codeklavier zal echter via het display de vereiste gegevens opvragen. Als het systeem zich in programmeermode bevindt, maar geen adreslocatie geselecteerd werd, verwijst het getal tussen haakjes naar de laatst gewijzigde adreslocatie. Voorbeeld : als op het display verschijnt Geef adres, dan # (5), betekent dit dat adres 5 het laatst gewijzigde adres was. NX-320E Installatiehandleiding Pag 7 01/07/05
Programmatiedata Er zijn 2 verschillende soorten data die kunnen geprogrammeerd worden. Het eerste datatype is numeriek en kan waarden aannemen tussen 0-15 of tussen 0-255, afhankelijk van het te programmeren segment. Het tweede datatype wordt optie-data genoemd en wordt gebruikt voor het activeren/desactiveren van bepaalde eigenschappen. Het gebruik van beide datatypes wordt beschreven in de volgende paragrafen. NUMERIEKE DATA: Numerieke data wordt geprogrammeerd door een getal tussen 0 en 255 in te voeren met behulp van de cijfertoetsen van het codeklavier. Om deze data weer te geven, wordt de binaire methode gebruikt. Hiervoor worden de zone-led s 1-8 gebruikt. Elke LED stelt een decimaal equivalent (waarde) voor en door de waarde van de geactiveerde LED s op te tellen kan men de inhoud van een bepaalde locatie bepalen. De decimale equivalenten voor elke zone-led zijn als volgt: LED Zone 1 = 1 LED Zone 2 = 2 LED Zone 3 = 4 LED Zone 4 = 8 LED Zone 5 = 16 LED Zone 6 = 32 LED Zone 7 = 64 LED Zone 8 = 128 Voorbeeld: Als de te programmeren numerieke waarde in een bepaalde locatie 66 is, dan moet men [6] - [6] invoeren via het codeklavier. De LED s van zone 2 en zone 7 zullen oplichten om de waarde 66 aan te duiden (2 + 64 = 66). Nadat de ingevoerde data opgeslagen werd met de [*] toets, wordt automatisch de inhoud van het volgende segment getoond. Nadat het laatste segment van een bepaalde adreslocatie geprogrammeerd werd, zal deze adreslocatie automatisch verlaten worden na het intoetsen van [*]. Hierop zal de Gereed LED doven en zal de Aan LED terug oplichten. Er kan nu een nieuw adresnummer ingevoerd worden. Als men probeert om ongeldige data in een bepaald segment in te voeren, dan zal de codeklavierzoemer een foutsignaal (3 pieptoontjes) genereren en in het segment blijven wachten op een geldige data-ingave. Opmerking: bij een LCD codeklavier zal de inhoud van een bepaalde locatie als een getal getoond worden. Voor locaties met een maximum waarde van 15 zal eveneens het decimale equivalent getoond worden tussen haakjes. Voorbeeld: 11 (B) of 14 (E). OPTIE-DATA: Optie-data geeft de toestand weer (aan of uit) van 8 eigenschappen die in een bepaald segment van een adreslocatie kunnen geselecteerd worden. Een bepaalde eigenschap kan in- of uitgeschakeld worden door de corresponderende cijfertoets in te drukken op het codeklavier. Een geactiveerde eigenschap wordt weergegeven door de corresponderende zone-led die oplicht. Een geactiveerde eigenschap kan gedesactiveerd worden door nogmaals de betreffende cijfertoets in te drukken. Als binnen een bepaald segment alle eigenschappen dienen geactiveerd te worden, dan moet men [1] - [2] - [3] - [4] - [5] - [6] - [7] - [8] intoetsen. All zone-led s zullen hierna oplichten om aan te duiden dat alle eigenschappen geselecteerd of geactiveerd zijn. Opmerking: bij gebruik van LCD-codeklavier: De nummers van de geselecteerde eigenschappen zullen op het display getoond worden. De gedesactiveerde eigenschappen zullen met een plat streepje (-) weergegeven worden. Nadat de gewenste opties ingesteld werden, dienen deze met de [*] toets opgeslagen te worden. Hierna wordt automatisch de inhoud van het volgende segment getoond. Nadat het laatste segment van een bepaalde adreslocatie geprogrammeerd werd, zal deze adreslocatie automatisch verlaten worden na het intoetsen van [*]. Hierop zal de Gereed LED doven en zal de Aan LED terug oplichten. Er kan nu een nieuw adresnummer ingevoerd worden. NX-320E Installatiehandleiding Pag 8 01/07/05
OMSCHRIJVING VAN DE GEHEUGENADRESSEN ADRES 0: PROGRAMMATIE VAN GEBEURTENIS EN ACTIVATIETIJD VOOR UITGANG A (2 segmenten, numerieke data) Segment 1 - Gebeurtenis (event) Bepaalt door welke gebeurtenis (event) de uitgang zal aangestuurd worden. Refereer naar onderstaande tabel voor alle mogelijke gebeurtenissen. Deze tabel geeft voor elke gebeurtenis het bijhorende event-nummer. Segment 2 - Activatietijd Bepaalt hoelang deze uitgang geactiveerd zal worden, wanneer de geprogrammeerde gebeurtenis optreedt. Als op dit segment een nul ( 0 ) geprogrammeerd wordt, dan zal deze uitgang de betreffende gebeurtenis volgen. Nr. Gebeurtenis (Event) Nr. Gebeurtenis (Event) Nr. Gebeurtenis (Event) 0 Altijd actief 11 Reset voedingsspanning 22 Uitgeschakelde toestand branddetectoren 1 AC storing (centrale of 12 2-tonige sirene ( yelping ) 23 Gereed uitbreiding). Volgt de netfout-rapport-vertraging niet. 2 Batterijfout (centrale of 13 1-tonige sirene ( steady ) 24 Niet gereed uitbreiding). 3 Actieve batterijtest bezig 14 Elke sirene 25 Brandalarm 4 Inluistering 15 1-tonige sirene 26 Brandstoring (intermitterend) 5 Kiezer actief 16 Elke sirene 27 Deurbel (intermitterend) 6 Telefoonlijnfout 17 Alarmgeheugen 28 Klavierzoemer actief (pulserend) 7 Programmeermode 18 Ingangstijd actief 29 u Handmatig brandalarm 8 Overstroom 12 Vdc (centrale of uitbreiding) 9 Sabotage behuizing (centrale of uitbreiding) 10 Sabotage sirene (centrale of uitbreiding) 19 Uitgangstijd actief 30 u Handmatig medisch alarm 20 Ingangs- of uitgangstijd 31 u Handmatig paniekalarm actief 21 Ingeschakelde toestand 32 u Code-ingave (specificeer codes op adressen 8-17) Indien ingesteld om de gebeurtenis te volgen, dan zal de activatietijd 1 seconde bedragen NX-320E Installatiehandleiding Pag 9 01/07/05
ADRES 1: PROGRAMMERING VAN SPECIALE FUNCTIES EN PARTITIES VOOR UITGANG A (2 segmenten, optie-data) Segment 1 - selecteert de volgende speciale condities: Optie Functie 1 AAN uitgang wordt gestuurd in minuten UIT uitgang wordt gestuurd in seconden 2 AAN Latch uitgang: wordt gedesactiveerd na code-ingave UIT uitgang is tijdsgestuurd 3 AAN tijdsgestuurd of uitgang gedesactiveerd na code-ingang UIT uitgang blijft tijdsgestuurd na code-ingave 4 AAN uitgang wordt geïnverteerd (van 0 Volt naar 12 Volt bij activatie 5 AAN uitgang gedesactiveerd tijdens inluisteren (alleen voor events 12-16) 6 Gereserveerd 7 Gereserveerd 8 Gereserveerd Segment 2 - selecteert de volgende partities: Optie Functie 1 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 1 2 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 2 3 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 3 4 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 4 5 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 5 6 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 6 7 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 7 8 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 8 ADRES 2: PROGRAMMATIE VAN GEBEURTENIS EN ACTIVATIETIJD VOOR UITGANG B (2 segmenten, numerieke data) Segment 1 - Gebeurtenis (event) Bepaalt door welke gebeurtenis (event) de uitgang zal aangestuurd worden. Refereer naar de tabel op pagina 9 voor alle mogelijke gebeurtenissen. Segment 2 - Activatietijd Bepaalt hoelang deze uitgang geactiveerd zal worden, wanneer de geprogrammeerde gebeurtenis optreedt. Als op dit segment een nul ( 0 ) geprogrammeerd wordt, dan zal deze uitgang de betreffende gebeurtenis volgen. NX-320E Installatiehandleiding Pag 10 01/07/05
ADRES 3: PROGRAMMERING VAN SPECIALE FUNCTIES EN PARTITIES VOOR UITGANG B (2 segmenten, optie-data) Segment 1 - selecteert de volgende speciale condities: Optie Functie 1 AAN uitgang wordt gestuurd in minuten UIT uitgang wordt gestuurd in seconden 2 AAN Latch uitgang: wordt gedesactiveerd na code-ingave UIT uitgang is tijdsgestuurd 3 AAN tijdsgestuurd of uitgang gedesactiveerd na code-ingang UIT uitgang blijft tijdsgestuurd na code-ingave 4 AAN uitgang wordt geïnverteerd (van 0 Volt naar 12 Volt bij activatie 5 AAN uitgang gedesactiveerd tijdens inluisteren (alleen voor events 12-16) 6 Gereserveerd 7 Gereserveerd 8 Gereserveerd Segment 2 - selecteert de volgende partities: Optie Functie 1 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 1 2 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 2 3 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 3 4 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 4 5 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 5 6 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 6 7 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 7 8 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 8 ADRES 4: PROGRAMMATIE VAN GEBEURTENIS EN ACTIVATIETIJD VOOR UITGANG C (2 segmenten, numerieke data) Segment 1 - Gebeurtenis (event) Bepaalt door welke gebeurtenis (event) de uitgang zal aangestuurd worden. Refereer naar de tabel op pagina 9 voor alle mogelijke gebeurtenissen. Segment 2 - Activatietijd Bepaalt hoelang deze uitgang geactiveerd zal worden, wanneer de geprogrammeerde gebeurtenis optreedt. Als op dit segment een nul ( 0 ) geprogrammeerd wordt, dan zal deze uitgang de betreffende gebeurtenis volgen. NX-320E Installatiehandleiding Pag 11 01/07/05
ADRES 5: PROGRAMMERING VAN SPECIALE FUNCTIES EN PARTITIES VOOR UITGANG C (2 segmenten, optie-data) Segment 1 - selecteert de volgende speciale condities: Optie Functie 1 AAN uitgang wordt gestuurd in minuten UIT uitgang wordt gestuurd in seconden 2 AAN Latch uitgang: wordt gedesactiveerd na code-ingave UIT uitgang is tijdsgestuurd 3 AAN tijdsgestuurd of uitgang gedesactiveerd na code-ingang UIT uitgang blijft tijdsgestuurd na code-ingave 4 AAN uitgang wordt geïnverteerd (van 0 Volt naar 12 Volt bij activatie 5 AAN uitgang gedesactiveerd tijdens inluisteren (alleen voor events 12-16) 6 Gereserveerd 7 Gereserveerd 8 Gereserveerd Segment 2 - selecteert de volgende partities: Optie Functie 1 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 1 2 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 2 3 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 3 4 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 4 5 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 5 6 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 6 7 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 7 8 AAN uitgang dient geactiveerd te worden als de gebeurtenis ( event ) optreedt in partitie 8 ADRES 6 & 7 - GERESERVEERD NX-320E Installatiehandleiding Pag 12 01/07/05
ADRES 8: AUTORISATIE VOOR GEBRUIKERS 1-10 OM UITGANGEN A-C TE STUREN (10 segmenten, optiedata) Wanneer uitgangen geactiveerd worden b.m.v. een gebruikerscode (gebeurtenis of event 30), dan kan adres 8 gebruikt worden om voor bepaalde codes de activatie van bepaalde uitgangen te verhinderen. Adres 8 bevat 10 segmenten. Segment 1 correspondeert met gebruiker 1, segment 10 correspondeert met gebruiker 10. De LED s corresponderen met uitgangen A - C. Optie Functie 1 AAN Aan : als code uitgang A zal activeren UIT Uit : als code uitgang A niet zal activeren. 2 AAN Aan : als code uitgang B zal activeren UIT Uit : als code uitgang B niet zal activeren. 3 AAN Aan : als code uitgang C zal activeren UIT Uit : als code uitgang B niet zal activeren. 4-8 Gereserveerd ADRES 9: AUTORISATIE VOOR GEBRUIKERS 11-20 OM UITGANGEN A-C TE STUREN (10 segmenten, optie-data) Wanneer uitgangen geactiveerd worden b.m.v. een gebruikerscode (gebeurtenis of event 30), dan kan adres 9 gebruikt worden om voor bepaalde codes de activatie van bepaalde uitgangen te verhinderen. Adres 9 bevat 10 segmenten. Segment 1 correspondeert met gebruiker 11, segment 10 correspondeert met gebruiker 20. De LED s corresponderen met uitgangen A - C. Refereer naar de tabel van adres 8 om dit adres te kunnen programmeren. ADRES 10: AUTORISATIE VOOR GEBRUIKERS 21-30 OM UITGANGEN A-C TE STUREN (10 segmenten, optie-data) Wanneer uitgangen geactiveerd worden b.m.v. een gebruikerscode (gebeurtenis of event 30), dan kan adres 10 gebruikt worden om voor bepaalde codes de activatie van bepaalde uitgangen te verhinderen. Adres 10 bevat 10 segmenten. Segment 1 correspondeert met gebruiker 21, segment 10 correspondeert met gebruiker 30. De LED s corresponderen met uitgangen A - C. Refereer naar de tabel van adres 8 om dit adres te kunnen programmeren. ADRES 11: AUTORISATIE VOOR GEBRUIKERS 31-40 OM UITGANGEN A-C TE STUREN (10 segmenten, optie-data) Wanneer uitgangen geactiveerd worden b.m.v. een gebruikerscode (gebeurtenis of event 30), dan kan adres 11 gebruikt worden om voor bepaalde codes de activatie van bepaalde uitgangen te verhinderen. Adres 11 bevat 10 segmenten. Segment 1 correspondeert met gebruiker 31 segment 10 correspondeert met gebruiker 40. De LED s corresponderen met uitgangen A - C. Refereer naar de tabel van adres 8 om dit adres te kunnen programmeren. ADRES 12 AUTORISATIE VOOR GEBRUIKERS 41-50 OM UITGANGEN A-C TE STUREN (10 segmenten, optie-data) Wanneer uitgangen geactiveerd worden b.m.v. een gebruikerscode (gebeurtenis of event 30), dan kan adres 12 gebruikt worden om voor bepaalde codes de activatie van bepaalde uitgangen te verhinderen. Adres 12 bevat 10 segmenten. Segment 1 correspondeert met gebruiker 41, segment 10 correspondeert met gebruiker 50. De LED s corresponderen met uitgangen A - C. Refereer naar de tabel van adres 8 om dit adres te kunnen programmeren. NX-320E Installatiehandleiding Pag 13 01/07/05
ADRES 13: AUTORISATIE VOOR GEBRUIKERS 51-60 OM UITGANGEN A-C TE STUREN (10 segmenten, optie-data) Wanneer uitgangen geactiveerd worden b.m.v. een gebruikerscode (gebeurtenis of event 30), dan kan adres 13 gebruikt worden om voor bepaalde codes de activatie van bepaalde uitgangen te verhinderen. Adres 13 bevat 10 segmenten. Segment 1 correspondeert met gebruiker 51, segment 10 correspondeert met gebruiker 60. De LED s corresponderen met uitgangen A - C. Refereer naar de tabel van adres 8 om dit adres te kunnen programmeren. ADRES 14: AUTORISATIE VOOR GEBRUIKERS 61-70 OM UITGANGEN A-C TE STUREN (10 segmenten, optie-data) Wanneer uitgangen geactiveerd worden b.m.v. een gebruikerscode (gebeurtenis of event 30), dan kan adres 14 gebruikt worden om voor bepaalde codes de activatie van bepaalde uitgangen te verhinderen. Adres 14 bevat 10 segmenten. Segment 1 correspondeert met gebruiker 61, segment 10 correspondeert met gebruiker 70. De LED s corresponderen met uitgangen A - C. Refereer naar de tabel van adres 8 om dit adres te kunnen programmeren. ADRES 15: AUTORISATIE VOOR GEBRUIKERS 71-80 OM UITGANGEN A-C TE STUREN (10 segmenten, optie-data) Wanneer uitgangen geactiveerd worden b.m.v. een gebruikerscode (gebeurtenis of event 30), dan kan adres 15 gebruikt worden om voor bepaalde codes de activatie van bepaalde uitgangen te verhinderen. Adres 15 bevat 10 segmenten. Segment 1 correspondeert met gebruiker 71, segment 10 correspondeert met gebruiker 80. De LED s corresponderen met uitgangen A - C. Refereer naar de tabel van adres 8 om dit adres te kunnen programmeren. ADRES 16: AUTORISATIE VOOR GEBRUIKERS 81-90 OM UITGANGEN A-C TE STUREN (10 segmenten, optie-data) Wanneer uitgangen geactiveerd worden b.m.v. een gebruikerscode (gebeurtenis of event 30), dan kan adres 16 gebruikt worden om voor bepaalde codes de activatie van bepaalde uitgangen te verhinderen. Adres 16 bevat 10 segmenten. Segment 1 correspondeert met gebruiker 81, segment 10 correspondeert met gebruiker 90. De LED s corresponderen met uitgangen A - C. Refereer naar de tabel van adres 8 om dit adres te kunnen programmeren. ADRES 17: AUTORISATIE VOOR GEBRUIKERS 91-99 OM UITGANGEN A-C TE STUREN (10 segmenten, optie-data) Wanneer uitgangen geactiveerd worden b.m.v. een gebruikerscode (gebeurtenis of event 30), dan kan adres 17 gebruikt worden om voor bepaalde codes de activatie van bepaalde uitgangen te verhinderen. Adres 17 bevat 10 segmenten. Segment 1 correspondeert met gebruiker 91, segment 10 correspondeert met gebruiker 99. De LED s corresponderen met uitgangen A - C. Refereer naar de tabel van adres 8 om dit adres te kunnen programmeren. NX-320E Installatiehandleiding Pag 14 01/07/05
ADRES 18: NETFOUT-RAPPORTVERTRAGING EN ACTIEVE BATTERIJTEST (2 segmenten, optie-data) Adres 18 wordt gebruikt om de netfout-rapportvertraging en de actieve batterijtest, beide gespecificeerd in minuten, in te stellen. De standaardprogrammering is 5-0. Dit betekent dat de AC-spanning (netspanning) minstens gedurende 5 minuten dient onderbroken te zijn alvorens een rapportering zal overgestuurd worden of alvorens een SERVICE indicatie zal weergegeven worden. De actieve batterijtest is niet geactiveerd ( 0 minuten). Als men een netfoutrapportvertraging wil instellen van 8 minuten en de tijdsduur van de actieve batterijtest wil instellen op 3 minuten, dan dient 8-3 geprogrammeerd te worden op dit adres. ADRES 19: ALGEMENE OPTIES (8 segmenten, optie-data) Adres 19 wordt gebruikt om verschillende systeemeigenschappen van de NX-320 voeding in te stellen. Optie Functie 1 AAN netfout (AC) altijd Indien geactiveerd, zal een netfoutrapportering altijd UIT doorgestuurd volgt centrale doorgestuurd worden als de netspanning onderbroken is gedurende de tijd geprogrammeerd op adres 18. Indien niet geactiveerd, dan zal een netfoutrapportering pas doorgestuurd worden als dit niet eerder door de centrale gebeurd is. De netfoutrapportering wordt geactiveerd op adres 37 van de centrale. 2 AAN AAN: periodieke batterijtest geactiveerd Indien geactiveerd, dan zal om de 30 seconden een batterijtest uitgevoerd worden (= testen van aanwezigheid van batterij of minimale batterijspanning). 3 AAN AAN: batterijfout-rapportering geactiveerd Indien geactiveerd, dan zal de NX-320 een batterijfout rapporteren aan de meldkamer. 4 AAN AAN: rapportering sirenesabotage/storing geactiveerd Indien geactiveerd, dan zal de NX-320 een sirenesabotage rapporteren aan de meldkamer.. 5-8 Gereserveerd NX-320E Installatiehandleiding Pag 15 01/07/05
NX-320E PROGRAMMEERBLADEN (standaardwaarden worden weergegeven in schuine vette tekst) Standaardprogrammering: Uitgang A = 12 Vdc gelijkspanning, uitgang B = 12 Vdc gelijkspanning, uitgang C = voedingsspanning voor branddetectoren. ADR PG OMSCHRIJVING STANDAARD PROGRAMMEERDATA 0 9 UITGANG A: EVENT & TIJD 0 10 1 10 UITGANG A: SPECIALE EIGENSCHAPPEN & PARTITIES Segment 1 1 "Aan": uitgang gestuurd in minuten; Uit : uitgang gestuurd in seconden. 2 "Aan": latch uitgang (gestuurd tot code-ingave); Uit : tijdsgestuurd. 3 "Aan": uitgang tijdsgestuurd of gedesactiveerd bij code-ingave; Uit : tijdsgestuurd. 4 "Aan : uitgang geïnverteerd. 5 Aan : uitgang gedesactiveerd tijdens inluisteren. 6 Gereserveerd 7 Gereserveerd 8 Gereserveerd Segment 2 1 Partitie 1 2 Partitie 2 3 Partitie 3 4 Partitie 4 5 Partitie 5 6 Partitie 6 7 Partitie 7 8 Partitie 8 2 10 UITGANG B: EVENT & TIJD 0 10 3 11 UITGANG B: SPECIALE EIGENSCHAPPEN & PARTITIES Segment 1 1 "Aan": uitgang gestuurd in minuten; Uit : uitgang gestuurd in seconden. 2 "Aan": latch uitgang (gestuurd tot code-ingave); Uit : tijdsgestuurd. 3 "Aan": uitgang tijdsgestuurd of gedesactiveerd bij code-ingave; Uit : tijdsgestuurd. 4 "Aan : uitgang geïnverteerd. 5 Aan : uitgang gedesactiveerd tijdens inluisteren. 6 Gereserveerd 7 Gereserveerd 8 Gereserveerd Segment 2 1 Partitie 1 2 Partitie 2 3 Partitie 3 4 Partitie 4 5 Partitie 5 6 Partitie 6 7 Partitie 7 8 Partitie 8 NX-320E Installatiehandleiding Pag 16 01/07/05
ADR PG OMSCHRIJVING STANDAARD PROGRAMMEERDATA 4 11 UITGANG C: EVENT & TIJD 11 8 5 12 UITGANG C: SPECIALE EIGENSCHAPPEN & PARTITIES Segment 1 1 "Aan": uitgang gestuurd in minuten; Uit : uitgang gestuurd in seconden. 2 "Aan": latch uitgang (gestuurd tot code-ingave); Uit : tijdsgestuurd. 3 "Aan": uitgang tijdsgestuurd of gedesactiveerd bij code-ingave; Uit : tijdsgestuurd. 4 "Aan : uitgang geïnverteerd. 5 Aan : uitgang gedesactiveerd tijdens inluisteren. 6 Gereserveerd 7 Gereserveerd 8 Gereserveerd Segment 2 1 Partitie 1 2 Partitie 2 3 Partitie 3 4 Partitie 4 5 Partitie 5 6 Partitie 6 7 Partitie 7 8 Partitie 8 6-7 12 Gereserveerd NX-320E Installatiehandleiding Pag 17 01/07/05
8 13 9 13 10 13 11 13 12 13 13 14 14 14 15 14 16 14 17 14 Codes 1-10 Selectie uitgangen (omcirkel te programmeren nummers) Gebruiker 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Uitgang A 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Uitgang B 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 Uitgang C 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 Codes 11-20 Selectie uitgangen (omcirkel te programmeren nummers) Gebruiker 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 Uitgang A 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Uitgang B 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 Uitgang C 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 Codes 21-30 Selectie uitgangen (omcirkel te programmeren nummers) Gebruiker 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 Uitgang A 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Uitgang B 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 Uitgang C 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 Codes 31-40 Selectie uitgangen (omcirkel te programmeren nummers) Gebruiker 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 Uitgang A 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Uitgang B 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 Uitgang C 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 Codes 41-50 Selectie uitgangen (omcirkel te programmeren nummers) Gebruiker 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 Uitgang A 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Uitgang B 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 Uitgang C 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 Codes 51-60 Selectie uitgangen (omcirkel te programmeren nummers) Gebruiker 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 Uitgang A 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Uitgang B 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 Uitgang C 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 Codes 61-70 Selectie uitgangen (omcirkel te programmeren nummers) Gebruiker 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 Uitgang A 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Uitgang B 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 Uitgang C 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 Codes 71-80 Selectie uitgangen (omcirkel te programmeren nummers) Gebruiker 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 Uitgang A 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Uitgang B 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 Uitgang C 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 Codes 81-90 Selectie uitgangen (omcirkel te programmeren nummers) Gebruiker 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 Uitgang A 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Uitgang B 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 Uitgang C 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 Codes 91-99 Selectie uitgangen (omcirkel te programmeren nummers) Gebruiker 91 92 93 94 95 96 97 98 99 Uitgang A 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Uitgang B 2 2 2 2 2 2 2 2 2 Uitgang C 3 3 3 3 3 3 3 3 3 NX-320E Installatiehandleiding Pag 18 01/07/05
ADR PG OMSCHRIJVING STANDAARD PROGRAMMEERDATA 18 15 Netfout (AC) rapportvertraging (in minuten) 19 15 Actieve batterijtest (in minuten) Algemene opties (omcirkel te programmeren nummers) 1 Aan: netfout-rapport altijd verstuurd; Uit: volgt centrale 2 Aan: periodieke batterijtest geactiveerd 3 Aan: batterijfout rapportering geactiveerd 4 Aan: rapport sirene-tamper/storing geactiveerd 5 Gereserveerd 6 Gereserveerd 7 Gereserveerd 8 Gereserveerd 5 0 NX-320E Installatiehandleiding Pag 19 01/07/05
BESCHRIJVING AANSLUITKLEMMEN EN LED S Klem DATA COM POS DATA COM OUT A OUT B COM OUT C BELL + BELL - TAM EARTH AC AC Omschrijving Te verbinden met de Data klem van de alarmcentrale. Deze klem is de dataingang van de NX-320E module. De maximum kabellengte vanaf de centrale naar alle modules, inclusief de NX-320E, is maximaal 800 meter. Te verbinden met de COMMON klem van de alarmcentrale. Deze klem levert de negatief van het voedingssignaal voor de NX-320E module. Te verbinden met de AUX POWER + klem van de alarmcentrale. Deze klem levert de positief van het voedingssignaal voor de NX-320E module. Deze klem is de data-uitgang van de NX-320E module. De maximum kabellengte vanaf de NX-320E naar alle verdere modules is maximaal 800 m. Deze klem is de gemeenschappelijke (negatief) voor alle modules die vanuit de NX-320E gevoed worden. Programmeerbare uitgang, stroombegrensd op 1.5 Ampère. Opmerking: de NX-320E kan in totaal maximaal 2.5 A leveren. Programmeerbare uitgang, stroombegrensd op 1.5 Ampère Deze klem is de gemeenschappelijke (negatief) voor alle modules die vanuit de NX-320E gevoed worden. Programmeerbare uitgang, stroombegrensd op 1.5 Ampère Positief van de sirene-uitgang, stroombegrensd op 2.0 Ampère. Aan te sluiten zoals aangegeven in schema op pagina 21. Negatief van de sirene-uitgang, stroombegrensd op 2.0 Ampère. Aan te sluiten zoals aangegeven in schema op pagina 21. Dit is de optionele tamper-ingang. Om deze ingang te kunnen gebruiken, dient een normaal-gesloten contact aangesloten te worden tussen de TAM klem en een COM klem. Als DIP-schakelaar 4 op off staat, dan is deze ingang niet geactiveerd. Aardingsklem AC ingang. Te verbinden met een 16.5V 40 VA transformator. AC ingang. Te verbinden met een 16.5V 40 VA transformator. De NX-320E heeft vier (4) LED s, die nuttige informatie weergeven i.v.m. de toestand van de NX-320E. In onderstaande tabel wordt de betekenis van iedere LED weergegeven. LED DS1 DS2 DS3 DS4 Omschrijving Knippert wanneer data verstuurd wordt vanuit de NX-320E. Knippert wanneer data verstuurd wordt naar de NX-320E. Knippert gedurende normale werking. Gebruikt voor hardware: zal alleen vaag oplichten wanneer de NX-320E verbonden is met de centrale. NX-320E Installatiehandleiding Pag 20 01/07/05
NX-320E PRINT LAYOUT TECHNISCHE SPECIFICATIES Voedingsspanning: nominaal: 12 Vdc minimum/maximum: 9 Vdc - 14 Vdc Stroomverbruik: nominaal: 10 ma Uitgangsspanning: nominaal: 13.85 Vdc/2A maximum: 13.85 Vdc/2.5A Batterij: Werkingstemperatuur: Afmetingen (PCB): Gewicht (PCB): max. 12 Vdc/18 Ah 0-50 C 236 x 81 mm 185 g NX-320E Installatiehandleiding Pag 21 01/07/05
MONTAGE IN DE KAST Binnenin de kast zijn er verschillende montagepunten (met 2 gaten) voorzien. Hierdoor kunnen de modules zowel horizontaal als verticaal gemonteerd worden. Opmerking: ieder montagepunt is voorzien van 2 soorten gaten: een groter gat en een kleiner gat. Figuur 1: De plastieken printgeleiders (steuntjes) zijn aan één zijde voorzien van een gleuf waarin de print kan geschoven worden. Het uiteinde met het halfmaanvormige uitsteeksel past in het grootste gat. Het kleinste gat is voor de bevestigingsschroef. Figuur 2: Plaats het eerste zwarte steuntje in het bovenste bevestigingspunt, met de gleuf naar beneden gericht. Het halfmaanvormige uitsteekstel dient in het grootste gat geplaatst te worden. Hiervoor dient men geen kracht te gebruiken. Plaats één van de meegeleverde schroeven in het kleinste gat (vanaf de binnenzijde van de kast) om het steuntje te fixeren. Via de inkeping kan men het steuntje vastzetten met een schroevendraaier die voldoende lang is. Het tweede steuntje dient recht tegenover het eerste steuntje geplaatst te worden (met gleuf naar boven gericht). Dit steuntje dient op dezelfde manier als het eerste gefixeerd te worden. Figuur 3: De print kan nu in de gleuven van beide steunen geschoven worden. NX-320E Installatiehandleiding Pag 22 01/07/05
CE CONFORMITEITSVERKLARING NX-320E Installatiehandleiding Pag 23 01/07/05
NX-320E Installatiehandleiding Pag 24 01/07/05
www.gesecurity.net EMEA Distribution is a division of GE Security EMEA bvba COPYRIGHT 2005 GE Security EMEA bvba. All rights reserved. GE Security EMEA bvba grants the right to reprint this manual for internal use only. GE Security EMEA bvba reserves the right to change information without notice.