Toelichting 1. Inleiding 1.1. Doel en achtergrond van de legger De legger watergangen en bergingsgebieden is een register waarin gegevens over de ligging, vorm, afmeting en constructie van watergangen, bergingsgebieden en bijbehorende kaden en kunstwerken zijn vastgelegd. Daarnaast is in de legger vastgelegd wie de onderhoudsplichtigen en wat de onderhoudsverplichtingen zijn. Dit is een uitwerking van de algemene bepalingen in de Keur over gewoon en buitengewoon onderhoud. De legger geeft ook de begrenzing van de kernzone en de beschermingszone aan. In deze zones zijn de bepalingen uit de Keur van toepassing. Een wijziging in de legger kan ook een wijziging in het toepassingsgebied van de Keur betekenen. De legger bevat alleen de waterstaatswerken die het Waterschap Rijn en IJssel (hierna: het waterschap) actief beheert, conform het vastgestelde beleid omvang waterschapszorg. Actief beheer houdt onder andere in dat het waterschap zelf het onderhoud uitvoert of in een enkel geval actief toezicht houdt op het door anderen gevoerde onderhoud. Kleinere watergangen zoals bermsloten, sprengen en geïsoleerde oppervlaktewaterlichamen staan niet op de legger. Het beheer door het waterschap hiervan is passief. Naast deze legger watergangen en bergingsgebieden heeft het waterschap ook leggers voor de primaire en regionale waterkeringen. De kernzone of beschermingszone van een watergang of bergingsgebied, gelegen naast een waterkering, kan overlappen met de kernzone, beschermingszone of buitenbeschermingszone van de waterkering. In die gevallen zijn zowel de keurbepalingen voor watergangen als de keurbepalingen voor waterkeringen van toepassing. 1.2. Wettelijk kader Deze legger bevat zowel de legger die het waterschap verplicht is op te stellen op grond van de Waterschapswet als de legger die het waterschap verplicht is op stellen op grond van de Waterwet; artikel 78, lid 2 van de Waterschapswet bepaalt dat het algemeen bestuur van het waterschap een legger vaststelt waarin onderhoudsplichtigen of onderhoudsverplichtingen worden aangewezen; artikel 5.1 van de Waterwet bepaalt dat de beheerder van het watersysteem zorg draagt voor de vaststelling van een legger, waarin is omschreven waaraan waterstaatswerken naar ligging, vorm, afmeting en constructie moeten voldoen. De Waterverordening Rijn en IJssel, vastgesteld door de provincies Gelderland en Overijssel, voegt hier aan toe dat de legger ook de dwarsprofielen van watergangen dient te bevatten en bevat nadere voorschriften over de totstandkoming van deze legger. De Waterverordening regelt ook een aantal vrijstellingen van de leggerplicht, bedoeld in artikel 5.1 van de Waterwet. 1.3. Vaststellingsprocedure Op de vaststelling van de legger die is voorgeschreven in de Waterschapswet zijn de artikelen 73 en 74 van de Waterschapswet van toepassing, die handelen over de bekendmaking en inwerkingtreding van het besluit tot vaststelling van de legger. In de Waterverordening voor waterschap Rijn en IJssel is vastgelegd dat deze procedure ook van Pagina 1 van 9
toepassing is op de vaststelling van de legger die de leggerplicht uit de Waterschapswet en de Waterwet combineert. De uniforme uitgebreide voorbereidingsprocedure is van toepassing op het besluit tot vaststellen van de legger. Dit houdt in dat de ontwerplegger (het voornemen voor vaststelling of wijziging van de legger) wordt vastgesteld door het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap en gedurende 6 weken ter inzage wordt gelegd. De legger wordt zowel op papier als in digitale vorm ter inzage gelegd. De papieren versie ligt ter inzage op het kantoor van het waterschap. De digitale vorm van de legger bestaat uit pdf-bestanden die toegankelijk zijn via de website van het Waterschap Rijn en IJssel (www.wrij.nl). Na vaststelling blijft de legger zowel op papier bij het waterschap als op de website beschikbaar. De al of niet naar aanleiding van zienswijzen gewijzigde legger wordt vastgesteld in het algemeen bestuur van het waterschap. De bekendmaking van dit besluit wordt rechtmatig gepubliceerd. Tegen het besluit staat beroep open bij de rechtbank. Een beroep heeft geen opschortende werking, tenzij een voorlopige voorziening is aangevraagd. De legger is een statisch document. In werkelijkheid verandert er regelmatig wat aan de watergangen door het verlenen van watervergunningen aan derden of door het uitvoeren van projectplannen van het waterschap. Deze wijzigingen zullen door het waterschap door actualisering van de legger worden verwerkt. 2. Leggergegevens 2.1 De onderdelen De legger bestaat uit: 1. een overzichtskaart van het beheersgebied van het waterschap met daarop aangegeven de indeling van de leggerkaarten; 2. de leggerkaarten met daarop de ligging van de watergangen, kunstwerken, kaden, hoge gronden, kernzones en beschermingszones; 3. een tekening van dwarsprofielen met zone indeling, behorende bij de leggerkaarten; 4. tabellen met daarin gegevens over de watergangen, bergingsgebieden en bijbehorende kunstwerken en kaden; 5. een tekst, bestaande uit voorschriften en een toelichting. 2.2 Gegevens op de overzichtskaart Deze kaart geeft het gehele beheersgebied van het waterschap weer met hierop aangegeven de indeling van de leggerkaarten. Ter oriëntatie zijn tevens de namen van grotere kernen aangegeven. Met dit overzicht kan worden bepaald welke leggerkaart nodig is om de gegevens over een bepaald waterstaatswerk in te zien. Figuur: Overzicht van een gedeelte van de leggerkaartindeling Pagina 2 van 9
2.3 Gegevens op de leggerkaarten Indeling in stroomgebieden Rechts onderaan op iedere leggerkaart is de indeling in stroomgebieden van het gebied en de stroomgebiedsnummers aangegeven. Een stroomgebiedsnummer bestaat uit vier cijfers. Dit zijn ook de eerste 4 van de 8 cijfers in de code van de leidingvakken, kadevakken, hoge gronden vakken en kunstwerken die in het betreffende stroomgebied liggen. Watergangen De watergangen zijn in het blauw aangegeven op de leggerkaart. Het waterschap heeft elke watergang voorzien van een code en indien beschikbaar, ook een naam. Als voorbeeld is hier de code BER56.112 met de naam van de watergang Vijver Draaiomsdreef weergegeven. Deze code en indien beschikbaar ook de naam wordt vermeld in de watervergunningen die het waterschap afgeeft. Leidingvakken Elke watergang is opgeknipt in leidingvakken. Het beginpunt van een nieuw leidingvak is op de kaart aangegeven met een driehoek waarvan de punt wijst in de stroomrichting. De driehoek is voor de helft donkerblauw ingekleurd. Het beginpunt van een nieuw leidingvak is het eindpunt van het vorige. Kade en kadevakken De buitenkruinlijn van de kaden is met een paarse lijn weergegeven. Het beginpunt van een kadevak is weergegeven met een driehoek die paars is ingekleurd. Pagina 3 van 9
Hoge gronden Indien een gebied beschermd wordt door een hoge grond in plaats van een kade dan is de hoge grondenlijn aangegeven met een gestippelde lijn. Bij een binnentaludhelling die flauwer is dan 1:7, wordt een kade beschouwd als hoge grond. Dit is te zien in het dwarsprofiel dat van toepassing is. Verwijzing naar dwarsprofielen De verwijzing naar de dwarsprofielen is aangegeven als een driehoek waarvan de punt wijst in de stroomrichting. De driehoek is voor de helft lichtblauw ingekleurd. Dit dwarsprofiel is van toepassing op de watergang tot de plaats waar de volgende driehoek op de watergang staat. Het eerste getal verwijst naar één van de 24 dwarsprofielen op de tekening met dwarsprofielen, in dit voorbeeld dwarsprofiel nr. 2. De laatste twee getallen, onderbroken met een streep, geven de breedte van de onderhoudsstroken links en rechts weer, in dit voorbeeld 3 meter aan beide zijden. Bergingsgebieden De bergingsgebieden zijn als vlak ingetekend op de leggerkaart. Als het bergingsgebied begrensd wordt door kades zijn deze apart op de leggerkaart weergegeven. Kunstwerken Op de leggerkaart is de ligging van de kunstwerken weergegeven met een symbool. Naast het symbool staat de betreffende kunstwerkcode die verwijst naar de leggertabel. Pagina 4 van 9
Kernzone De kernzone is weergegeven in een licht groene kleur en bestaat uit het oppervlaktewaterlichaam, de onderhoudsstrook of onderhoudsstroken, de kade of kaden plus, aan de zijden van de watergang of kade waar geen onderhoudsstrook langs ligt, een strook van 50 centimeter vanuit de insteek van de watergang of de binnenteen van de kade. Bij hoge gronden loopt de kernzone tot 50 centimeter vanuit de hoge grondenlijn. De begrenzing van de kernzone van watergangen en kaden kan in het veld worden bepaald vanuit de ligging van de insteken van de watergang en binnentenen van de eventuele kaden, met behulp van de dwarsprofieltekening en de gegevens over de breedte van de onderhoudsstroken (zie paragraaf 2.4). Bergingsgebieden zijn niet lichtgroen ingekleurd, maar zijn wel kernzone. Beschermingszone De beschermingszone is op de kaart te zien als een smalle strook die grenst aan de kernzone en die donkerder groen is ingekleurd dan de kernzone. Ook de begrenzing van de beschermingszone kan in het veld worden bepaald vanuit de insteek van de watergang, de binnenteen van de eventuele kade of vanuit de hoge grondenlijn. Bij een oppervlaktewaterlichaam waarlangs geen kaden of hoge grond ligt, reikt de beschermingszone tot 5 meter uit de insteek van het oppervlaktewaterlichaam. Als er wel een kade of hoge grond langs het oppervlaktewaterlichaam ligt, reikt de beschermingszone tot 5 meter uit de binnenteen van de kade of tot 5 meter uit de hoge grondenlijn in de richting van het te beschermen gebied. Bij kaden die geen onderdeel uitmaken van een watergang reikt de beschermingszone tot 5 meter vanuit de beide tenen van de kade. Alleen het deel van deze 5 meter-stroken, dat niet tot de kernzone behoort, behoort tot de beschermingszone. 2.4 Gegevens op de tekening met dwarsprofielen De tekening met dwarsprofielen bevat tekeningen van alle bij het waterschap voorkomende dwarsprofielen van watergangen, inclusief de bijbehorende kaden. Ook is er een dwarsprofiel met een kade zonder watergang. Dit zijn de kades langs bergingsgebieden of die verder weg van de watergang liggen. Op de dwarsprofielentekening zijn de kernzones en de eventuele beschermingszones aangegeven. Op basis van de dwarsprofielen en de gegevens op de leggerkaarten, kan de breedte van de kernzone en de breedte van de eventuele beschermingszone in het veld worden bepaald. De begrenzing van deze zones wordt uitgemeten vanuit de insteek van de watergang, de teen van de kade of vanuit de hoge grondenlijn. Tot de watergang behoort alles wat binnen de kernzone ligt. Dat wil zeggen: de watergangen, de taluds, de onderhoudsstroken en de kaden. Een onderhoudsstrook is de grond waar vanaf het onderhoud van de watergang plaatsvindt, ongeacht of dit eigendom is van het waterschap of niet. Pagina 5 van 9
Op de legenda van de tekening met dwarsprofielen staat de verklaring van de verschillende symbolen aangegeven. Symbool Omschrijving De onderhoudsstrook Insteek van de watergang, binnen of buitenteen van de kade of ligging van de hoge grondenlijn. Waterstaatswerk / kernzone. Beschermingszone. Voorbeeld dwarsprofiel van een watergang met een eenzijdig onderhoudsstrook. Voorbeeld dwarsprofiel van een watergang met aan weerszijden een onderhoudsstrook Pagina 6 van 9
Voorbeeldwatergang dwarsprofiel met kaden 2.5 Gegevens in de tabellen De juiste tabel, de juiste nummers Iedere leggerkaart heeft een eigen leggertabel, waarin de gegevens van de leidingvakken, kadevakken, hoge grondenvakken en kunstwerken die op de leggerkaart zijn aangegeven zijn vermeld. Op de leggerkaart hebben de leidingvakken, kadevakken en kunstwerken codes bestaande uit twee letters en vier cijfers, bijvoorbeeld LV0012 (leidingvak 12). De code, bevat echter ook nog de 4 cijfers van het stroomgebied, bijvoorbeeld 8021 (zie paragraaf 2.3 over de stroomgebieden). De volledige code bestaat dan uit twee letters en 8 cijfers. In dit geval: LV80210012. Begrippen Artikel 1 van de bepalingen bevat woordelijke definities van de begrippen die in de tabel, de leggerartikelen en deze toelichting worden gebruikt. Onderstaande dwarsprofieltekening geeft de begrippen in een tekening weer. Gegevens leidingvakken De tabellen bevatten de volgende gegevens over de leidingvakken: de bodembreedte (in meters); Pagina 7 van 9
de bodemhoogte (in meters ten opzichte van N.A.P.), zowel bovenstrooms in het leidingvak als benedenstrooms in het leidingvak; de taludhelling, zowel van het rechtertalud als van het linkertalud (gekeken in de stroomrichting). In de enkele gevallen waarin het talud een knik maakt, zijn er twee taludhellingen vermeld; Bijzondere situatie bij waterpartijen Een waterpartij is een deeltraject van een watergang dat breder is dan noodzakelijk voor de waterafvoerfunctie van de watergang, zoals een plas, meer, vijver, oude rivierstrang, natuurvriendelijk ingerichte watergang of een meanderende watergang. De afmetingen die voor deze deeltrajecten in de leggertabellen staan zijn de minimale maten die nodig zijn om alleen de waterafvoerfunctie van de watergang te vervullen. De daadwerkelijke afmeting van de waterpartij, die van belang is om ook de andere functies van het water te vervullen, is als kernzone weergegeven op de leggerkaart. Gegevens kadevakken De tabellen bevatten de volgende gegevens over kadevakken: de kruinbreedte in meters; de gemiddelde kruinhoogte in meters ten opzichte van N.A.P.; de helling van zowel het binnentalud als het buitentalud; Gegevens hoge grondenvakken De tabellen bevatten de volgende gegevens over hoge grondenvakken: de hoogte van de hoge grondenlijn in meters ten opzichte van N.A.P.. Gegevens gemalen De tabellen bevatten de volgende gegevens over de gemalen: de maximale bemalingscapaciteit in m 3 per minuut; Gegevens stuwen De tabellen bevatten de volgende gegevens over de stuwen: de vorm van de stuw; de drempelbreedte in meters; het streefpeil laag en het streefpeil hoog (in meters ten opzichte van N.A.P) Het streefpeil laag is het peil in de winterperiode en het streefpeil hoog is het peil in de zomerperiode. De instellingen van deze peilstanden zijn niet aan een datum gebonden, maar zijn afhankelijk van de actuele afvoeren. Indien in de tabel bij streefpeil laag en hoog hetzelfde getal staat, heeft de stuw een vast peil; Gegevens duikers De tabellen bevatten de volgende gegevens over de duikers: de vorm van de duiker; de afmeting van de duiker in meters, bij een ronde vorm is de diameter vermeld, bij een vierkante, rechthoekige of een ellipsvormige duiker is de breedte en de inwendige hoogte vermeld; de BOK in meters ten opzichte van het N.A.P., hieronder wordt de hoogte van de binnenkant van de onderkant van de duiker verstaan. zowel de hoogte aan de instroomals aan de uitstroomzijde is aangegeven. De lengte van de duiker is niet aangegeven in de tabel, maar is te zien op de leggerkaart; Pagina 8 van 9
Gegevens van de overige kunstwerken Van de overige kunstwerken (zoals bodemvallen, sluizen, verticale verdedigingen, persleidingen, vispassages, vlonders en aanlegsteigers) is in de tabellen de onderhoudsplichtige voor het volledige onderhoud vastgelegd. 3. Onderhoudsplichtigen en onderhoudsverplichtingen De onderhoudsplichtigen zijn vastgelegd in de leggertabellen en in artikel 3 van de leggerbepalingen. Hiermee is per leidingvak, kadevak en kunstwerk vastgelegd wie verantwoordelijk is voor het onderhoud. De hoofdlijn is dat het waterschap verantwoordelijk is voor: - het onderhoud van de bodem, taluds en oever van de watergang; - het onderhoud van de onderhoudsstrook, als deze in eigendom is bij het waterschap; - het onderhoud van de kades; - het onderhoud van de peilregulerende kunstwerken; - het schoonhouden van de binnenkant en de in- en uitstroomopening van duikers. Watergangen en kades die niet op de legger staan, worden niet door het waterschap onderhouden. De onderhoudsverplichtingen zijn vastgesteld in de vigerende keur van het waterschap. Artikel 4.1 en 4.2 van de legger zijn aanvullende bepalingen. In artikel 4.1 wordt het begrip geheel onderhoud dat in de leggertabellen wordt gebruikt gedefinieerd. In artikel 4.2 is vastgelegd dat de verplichting tot het uitvoeren van buitengewoon onderhoud (herprofilering) pas ontstaat als het profiel van de watergang (inclusief kade) niet meer kan voldoen aan de geldende functies, doelstellingen en normen. Hieronder vallen ook de normen waterkwantiteit die in de waterverordening zijn vastgesteld. Ook is vastgelegd dat de vorm en afmetingen die in de legger zijn opgenomen de minimale afmetingen zijn die bij de aanleg van de watergang worden gebruikt. In de werkelijkheid kan de watergang er namelijk nooit precies zo bij liggen als in de legger is vastgesteld. Dat is toegestaan zolang de watergang nog aan de vastgestelde functies, doelstellingen en normen kan voldoen. Als het profiel van de waterloop sinds de aanleg wat gewijzigd is als gevolg van bijvoorbeeld afzakkingen of slibophoping, hoeft er nog geen herprofilering plaats te vinden zolang, door wel tijdig te maaien, het doorstroomprofiel voldoende blijft. Bij herprofilering moeten de vorm en afmetingen die in de legger zijn opgenomen wel minimaal worden bereikt. Overdimensionering is toegestaan en soms ook aan te bevelen, zodat de watergang ook met enige slibophoping, verandering van het profiel en begroeiing, nog kan voldoen aan de vastgestelde functies, doelstellingen en normen. Pagina 9 van 9