MOS NL-780-2 MGC 061100 MGC OpenTherm regelaar Montage- en gebruikshandleiding Gebruikte symbolen In dit document worden de volgende symbolen gebruikt: Gevaar voor elektrische spanning! Let op! Gebruikte regelaars en het milieu Deponeer de regelaar aan het eind van zijn levensduur niet bij het bedrijfsafval of het huisvuil, maar lever deze in bij een verzamelpunt voor KCA (Klein Chemisch afval). Inhoudsopgave Samenstelling 2 Toepassingen 2 Werking 2 Montage 2 Schroefklemmen 3 Inbedrijfstelling 3 Toepassing in combinatie met 3 een aan/uit kamerthermostaat Toepassing in combinatie met 3 een OpenTherm thermostaat Instellingen 4 Storingen 4 Sensorwaarden 4 Technische gegevens 5
Samenstelling De MGC OpenTherm regelaar bestaat uit de volgende componenten: Behuizing met elektronica en aansluitsnoeren voor pomp en aanvoertemperatuursensor Snoer met randaarde steker Aanvoertemperatuursensor met snoer voor 18 mm buis NIBE 3-punts gestuurde 24 V servomotor met snoer (M30 x 1,5) Toepassingen De MGC OpenTherm regelaar kan worden toegepast in combinatie met vrijwel alle twee- en drieweg thermostatische regelafsluiters met een servomotoraansluiting M30 x 1,5. Voor grotere buisdiameters dan 18 mm dient een andere sensor te worden toegepast. Werking De MGC OpenTherm regelaar stuurt tevens een 230 V pomp aan. De pomp wordt alleen ingeschakeld indien nodig. Bij toepassing van een OpenTherm thermostaat kan tevens de eventuele koelfunctie worden ondersteund. De MGC OpenTherm regelaar is niet alleen toepasbaar in de NIBE menggroepset, maar ook in diverse andere regelsystemen. De MGC OpenTherm regelaar is ook geschikt voor het regelen van luchtverwarming. Voor deze combinatie is toepassing van een OpenTherm thermostaat echter noodzakelijk. Montage Monteer de MGC OpenTherm regelaar zo dicht mogelijk bij de menginrichting. Zorg er echter voor dat de temperatuur van de regelaar zo laag mogelijk blijft. De regelaar is voorzien van een interne temperatuurbegrenzing en schakelt zichzelf (tijdelijk) uit zodra de temperatuur 60 C of hoger wordt. De MGC OpenTherm regelaar stuurt de 24 V driepunts servomotor modulerend aan door de gewenste aanvoertemperatuur te vergelijken met de gemeten waarde. Wordt een OpenTherm thermostaat toegepast, dan bepaalt deze de gewenste aanvoertemperatuur. Bij toepassing van een aan/uit kamerthermostaat zal de MGC OpenTherm regelaar de warmtevraag vertalen naar een gewenste aanvoertemperatuur. Menggroep 2 Luchtverwarming 1. Bevestig de regelaar op een 18 mm pijp. De beugels zijn zelfsluitend. N.B. De beugels kunnen handmatig worden geopend nadat licht op de behuizing wordt gedrukt. 2. Sluit de pomp aan op de kabel. 3. Klik de aanvoertemperatuursensor op de aanvoerleiding naar de installatie, dicht na het mengpunt. Klik daarna de connector op de sensor. Bij toepassing in combinatie met luchtverwarming dient de pijpsensor te worden vervangen door een inblaassensor. 4. Sluit eventueel de optionele buitentemperatuursensor aan.
5. Sluit de servomotor als volgt aan: bruin op klem 5 groen op klem 6 wit op klem 7 N.B. (Meng)afsluiters kunnen zodanig zijn gemonteerd dat de functie is omgedraaid. Is dit het geval, dan moet de bedrading van de klemmen 5 en 6 worden verwisseld. 6. Sluit de kamerthermostaat aan. Ook een aan/uit kamerthermostaat wordt aangesloten op de OpenTherm klemmen. 2. Wordt de regelaar alleen voor vloerverwarming toegepast, dan kan de maximale aanvoertemperatuur worden begrensd op 50 C (standaard: 90 C). (zie afbeelding Montage op pagina 3) R maximale aanvoertemperatuur: 90 C (radiatoren e.d.) U maximale aanvoertemperatuur 50 C De regelaar is nu gebruiksklaar. De stekker van de regelaar mag pas in het stopcontact worden gestoken nadat de installatie is gevuld en ontlucht, zodat de pomp niet kan vastlopen. Zorg dat er geen warmtevraag is door de kamerthermostaat op laag te zetten. De print is voorzien van een rode LED om storingen aan te geven. Montage Schroefklemmen 1. Buitentemperatuursensor (optie) 2. Buitentemperatuursensor (optie) 3. (OpenTherm ) thermostaat 4. (OpenTherm ) thermostaat 5. Mengklep open 6. Mengklep dicht 7. Mengklep common Inbedrijfstelling Is de aanvoertemperatuur naar het afgiftesysteem om veiligheidsredenen gebonden aan een maximum (bijvoorbeeld bij vloerverwarming), dan dient hiervoor een extra beveiliging te worden aangebracht. Voordat de regelaar in bedrijf wordt gesteld, dienen twee jumperinstellingen te worden gecontroleerd of verzet: 1. Wordt de kamerthermostaat ook voor koeling gebruikt, dan moet dit via de jumper op de print worden vrijgegeven. Standaard staat de kamerthermostaat ingesteld op geen koeling. (zie afbeelding Montage op pagina 3) geen koeling C koeling Wordt de jumper op koeling gezet, dan dient de aanvoertemperatuursensor te allen tijde op de aanvoer te zijn gemonteerd. Toepassing in combinatie met een aan/uit kamerthermostaat Om de regelaar te testen moet er primair warmte aanwezig zijn en moet de kamerthermostaat voldoende hoog worden ingesteld om warmtevraag te genereren. (N.B. Door het kortsluiten van de klemmen 3 en 4 kan de warmtevraag worden gesimuleerd). De pomp zal draaien en de servomotor zal dusdanig worden gestuurd dat de aanvoertemperatuur circa 3K per minuut zal stijgen. Nadat de kamerthermostaat geen warmte meer vraagt, keert de besturing van de servomotor om en zal de pomp nog vijf minuten nadraaien. Toepassing in combinatie met een OpenTherm thermostaat Indien de kamerthermostaat hiertoe in staat is, kan de aanvoertemperatuur en eventueel de buitentemperatuur worden uitgelezen. Door de kamerthermostaat voldoende hoog in te stellen kan warmtevraag worden gegenereerd. Hierna stuurt de regelaar de servomotor dusdanig aan dat de gewenste aanvoertemperatuur wordt bereikt. (N.B. Door het kortsluiten van de klemmen 3 en 4 kan de warmtevraag worden gesimuleerd). Sluit de behuizing. De regelaar is gereed voor gebruik indien alle instellingen overeenkomen met de eisen van het afgiftesysteem. 3
Instellingen De voor deze regelaar van toepassing zijnde fabrieksinstellingen zullen in de meeste gevallen voldoen. Raadpleeg voor het indien nodig aanpassen van de fabrieksinstellingen het document Instellingen van de MGC. Sensorwaarden T(ºC) Ω T(ºC) Ω T(ºC) Ω 0 32.524 35 6.530 70 1.748 5 25.381 40 5.324 75 1.475 10 19.897 45 4.365 80 1.252 15 15.711 50 3.599 85 1.066 20 12.493 55 2.982 90 912 25 10.000 60 2.483 95 782 30 8.056 65 2.079 100 674 Storingen Voor de foutcodes in onderstaande tabel geldt dat deze betrekking hebben op de fabrieksinstellingen. In voorkomende gevallen kunnen de werkelijke instellingen echter afwijken van de fabrieksinstellingen. Storingen worden zichtbaar gemaakt via de rode LED op de print. Deze brandt bij storingen gedurende 1 seconde en knippert daarna een aantal malen. Het aantal malen dat de LED knippert, correspondeert met de foutcode. Deze cyclus wordt herhaald totdat de storing is verholpen. Doen zich meerdere storingen voor, dan wordt alleen de storing met de laagste foutcode getoond. Storingen (inclusief foutcode) worden doorgegeven aan de kamerthermostaat. Afhankelijk van het soort OpenTherm kamerthermostaat zullen de storingen al dan niet verzameld zichtbaar worden gemaakt. De laatste 10 storingen worden opgeslagen (in volgorde van melding) en zijn uitleesbaar indien de kamerthermostaat hiertoe in staat is. Foutcode Omschrijving storing Toelichting 1 Storing aanvoertemperatuursensor De sensor is defect, afwezig of kortgesloten. 2 Storing buitentemperatuursensor De sensor is defect, afwezig of kortgesloten. Let op: deze storing wordt alleen weergegeven indien de regelaar de sensor bij het opstarten heeft gedetecteerd. 3 Interne temperatuur te hoog De temperatuur in de behuizing is te hoog. De regelaar wordt (tijdelijk) uitgeschakeld. 4 Geen warmte aanwezig Storing aanvoertemperatuur (alleen als jumper niet in koelmode staat): de aanvoertemperatuur is meer dan 10 minuten te laag. 5 Geen warmte aanwezig Storing aanvoertemperatuur (alleen als jumper wel in koelmode staat): de aanvoertemperatuur is meer dan 10 minuten te laag. 6 Storing aanvoertemperatuur bij koeling Storing aanvoertemperatuur: de aanvoertemperatuur heeft de gewenste waarde (-5K) niet binnen 10 minuten bereikt. 7 OpenTherm Storing OpenTherm communicatie. Deze storing treedt op na 60 seconden geen verbinding. 4
Technische gegevens MGC OpenTherm regelaar Voeding 230 Volt 50 Hz +10%, -15% Stroomopname 4 Watt Exclusief pomp Klemmen Maximale draaddoorsnede 230 V: 0,2 2,5 mm 2 Overige: 0,2 1,5 mm 2 Keurmerk CE Volgens EU richtlijnen Veiligheid EN60730-1 Klasse II Milieu RohS WEEE EMC ontstoringsgraad EN61000-6-3 Emissie EN61000-6-1 Immuniteit Beschermingsklasse IP30 Volgens IEC144 Omgevingstemperatuur 0 C tot +60 C De opgegeven waarden gelden voor de Temperatuur bij opslag -10 C tot +70 C componenten, dus in de behuizing Vochtigheid 5% 90% Niet condenserend Temperatuursensoren NTC thermistor, 2-draads 10KOhm bij +25 C Servomotor Spanning 24 Volt ~ -15 +10% 50 Hz. Opgenomen vermogen 0,7 VA / 30 ma Looptijd / slag 36 sec. 1,6 mm Sluitdruk 90 +/- 20N Beschermingsklasse IP43 Volgens DIN 40050 Kabel 3 aderig 0,8 meter Omgevingstemperatuur 0 C tot +60 C 5