Managementstatuut NUOVO

Vergelijkbare documenten
Directiestatuut van de stichting

Hoofdstuk 24: Managementstatuut Onderwijsgroep Galilei

Bestuurs- en managementstatuut

Managementstatuut Stichting PRIMO-Opsterland Openbaar primair onderwijs in Opsterland.

Stichting Atrium. Managementstatuut Stichting Atrium

MANAGEMENTSTATUUT Stichting FACETSCHOLEN

Managementstatuut swv Passend Primair Onderwijs Noord- Kennemerland

De scholen die onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het stichtingsbestuur staan

MANAGEMENTSTATUUT STICHTING OPENBARE SCHOLENGROEP VLAARDINGEN SCHIEDAM

MANAGEMENTSTATUUT Stichting Peuterspeelzalen De Haagse Scholen 2014

Managementstatuut Versie

Vaststellingsdatum managementstatuut 1. Artikel 1 Definitiebepaling 2. Artikel 2 Vaststelling en wijziging van het managementstatuut 2

Managementsstatuut

MANAGEMENTSTATUUT Stichting FACETSCHOLEN

Directiestatuut CSG. Artikel 1. Taakverdeling en structuur

Managementstatuut van de Stichting Christelijk Voortgezet Onderwijs in het Gooi

Managementstatuut (AB-DB model)

Managementstatuut VO - PO

Directiestatuut voor Samenwerkingsstichting voor Voortgezet Onderwijs Uden.

Vaststellingsdatum managementstatuut 1. Artikel 2 Vaststelling en wijziging van de mandaatregeling 3. Artikel 3 Taken en bevoegdheden bestuur 3

MANAGEMENTSTATUUT VAN. VERENIGING voor GEREFORMEERD PRIMAIR ONDERWIJS NOORDOOST - NEDERLAND. December 2012

MANAGEMENTSTATUUT. het bestuur van de vereniging Het Amsterdams Lyceum; als bedoeld in art. 14 lid 2 van de statuten;

Statuut van de algemene directie van de stichting Christelijk Voortgezet Onderwijs in t Gooi

Managementstatuut van Stichting Kits Primair en de Stichting Kindcentra Kits Primair

Besturingsfilosofie en managementstatuut

Bestuursen. Managementstatuut

managementstatuut Ons Middelbaar Onderwijs

MANAGEMENTSTATUUT. Stichting Talent Westerveld Drift 1A 7991 AA DWINGELOO Tel

MANAGEMENTSTATUUT SAMENWERKINGSVERBAND PO SWV 30.06

MANAGEMENTSTATUUT van DE HAAGSE SCHOLEN 2014

BESTUURSREGLEMENT AMSTERDAMSE HOGESCHOOL VOOR DE KUNSTEN

Managementstatuut. Esprit Scholen

MANAGEMENTSTATUUT. VCO Midden- en Oost-Groningen.

Managementstatuut. Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Hoeksche Waard

MANAGEMENTSTATUUT STICHTING VOOR VOORTGEZET ONDERWIJS KENNEMERLAND

Managementstatuut van Onderwijsstichting Esprit Esprit Scholen

Managementstatuut Stichting CPO Noordkwartier

REGLEMENT COLLEGE VAN BESTUUR

Managementstatuut MOVARE

Bestuurs- en directiestatuut Stichting Fluenta

MANAGEMENTSTATUUT TEN BEHOEVE VAN HET PRIMAIR ONDERWIJS. A. Statuut. Preambule

Bestuursreglement Stichting Onderwijsgroep Amersfoort

Bestuursreglement ex artikel 14 lid 2 statuten Stichting Klas op Wielen

Scheiding intern toezicht bestuur en het managementstatuut

MANAGEMENTSTATUUT p. 1

Reglement College van Bestuur. Onderwijsstichting Esprit

MANAGEMENTSTATUUT Vastgesteld in de bestuursvergadering van 27 juni 2006

Managementstatuut. Stichting Openbaar Primair Onderwijs Hoeksche Waard

Managementstatuut SKOM

Managementreglement Mandatering taken/bevoegdheden/verantwoordelijkheden managementteamleden

Directiestatuut. Directeur bestuurder Samenwerkingsverband VO Zuid Kennemerland

College van Bestuur Directeur Teamleider. binnen de school.

REGLEMENT COLLEGE VAN BESTUUR ROC MONDRIAAN

Transcriptie:

Managementstatuut NUOVO In de besturingsfilosofie van NUOVO geven we kaders aan voor de inrichting van de organisatie en vervolgens de neerslag ervan in de juridische documenten. De besturingsfilosofie kent een helder onderscheid in toezien, besturen en leidinggeven. Toezien en besturen zijn juridisch verankerd in de statuten en in het reglement voor bestuur en toezicht. Leiding geven wordt verankerd in dit managementstatuut. Het managementstatuut geeft de bevoegdheden weer die het bestuur in mandaat heeft gegeven aan de directeuren en rectoren van de scholen. De mandaten worden dan ook altijd uitgeoefend binnen de kaders van het door het bestuur vastgestelde beleid. Deze kaders vloeien voort uit het strategisch beleid van de stichting of uit ander gemeenschappelijk beleid dat in overleg met het CMO tot stand is gekomen en betrekking heeft op meerdere of alle scholen van de stichting. Bij mandaat wordt de bevoegdheid van de directeur/rector in naam van het bevoegd gezag uitgeoefend. De bevoegdheid wordt gegeven aan de directeur/rector, zonder dat het bestuur deze bevoegdheid kwijtraakt. Het bevoegd gezag kan bij deze vorm instructies uitvaardigen, die de directeur/rector bij de besluitvorming in acht moet nemen. Het bestuur kan het besluit van de directeur/rector intrekken en daarvoor in de plaats een ander besluit nemen. NUOVO heeft de bevoegdheidsverdeling door middel van mandaat neergelegd in het managementstatuut. In het managementstatuut wordt beschreven welke bevoegdheden in naam van het bevoegd gezag door directeuren/rectoren kunnen worden uitgeoefend. In naam van betekent derhalve dat het bevoegd gezag eindverantwoordelijk blijft. In die geest dient het managementstatuut dan ook te worden gelezen. Er bestaat geen uitoefening van bevoegdheid zonder dat het bevoegd gezag eindverantwoordelijk is. Hieruit vloeit automatisch voort dat degene die namens het bevoegd gezag besluit ook rekenschap en verantwoording dient af te leggen over zijn handelen. Deze verplichting is middels het doen van periodieke rapportages aan het bevoegd gezag ook verankerd in het managementstatuut. Dit managementstatuut dient gelezen te worden in relatie tot andere juridische documenten van de stichting: de statuten, het bestuursreglement en het reglement van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. 1

I Managementstatuut Artikel 1 Definities In dit managementstatuut wordt verstaan onder: 1. Bevoegd gezag: de stichting NUOVO, ook wel stichting openbaar voortgezet onderwijs Utrecht, vertegenwoordigd door het College van Bestuur (College van Bestuur), zoals bedoeld in artikel 6 van de statuten van de Stichting; 2. Centraal managementoverleg (CMO): overlegplatform van College van Bestuur, directeuren en rectoren met als belangrijkste taak het adviseren van het College van Bestuur over bovenschoolse aangelegenheden; 3. Directeur: hoofd van een school voor avo, vbo, vso en pro, zoals bedoeld in artikel 32, 2 e lid van de wet; 4. Directie: de directeur en adjunct c.q. rector en conrector; 5. Goedkeuren: het zonder aanbrengen van wijzigingen akkoord gaan. Als goedkeuring is vereist, krijgt een besluit pas interne en externe werking na de verkregen goedkeuring; 6. Managementstatuut: het statuut zoals bedoeld in artikel 32c van de wet; 7. Mandaat: machtiging door het College van Bestuur aan de rector/directeur tot het in naam en onder verantwoordelijkheid van het College van Bestuur uitoefenen van taken en bevoegdheden van het College van Bestuur; 8. Rector: hoofd van een school voor vwo, zoals bedoeld in artikel 32, 2 e lid van de wet; 9. Scholen: een onderwijsinstelling dan wel een vestiging met separate bedrijfsvoering, ressorterend onder het College van Bestuur; 10. Schoolleiding: de directie, aangevuld met teamleiders; 11. Teamleiders: in de scholen betreft dit de medewerkers met de functie teamleider en binnen bureau NUOVO betreft dit de hoofden van dienst. 12. Vaststellen: het nemen van een beslissing door een daartoe bevoegd orgaan betreffende de inhoud van een regeling, een plan of een nader besluit, al dan niet door het aanbrengen van wijzigingen in daartoe gemaakte voorstellen; 13. Wet: de wet op het voortgezet onderwijs (WVO). Artikel 2 De scholen Dit managementstatuut is van toepassing op de door de stichting in stand gehouden scholen: 1. Internationale Schakelklassen 2. Leidsche Rijn College 3. POUWER 4. Trajectum College 5. UniC, voor eigenzinnig havo/vwo 6. Utrechts Stedelijk Gymnasium 7. Via Nova College 8. X11, school voor grafimedia 2

Artikel 3 De directeur/rector van de school 1. De scholen staan onder leiding van een directeur/rector. 2. Het College van Bestuur benoemt, schorst en ontslaat de eindverantwoordelijke directeuren/rectoren en stelt hun arbeidsvoorwaarden vast. Artikel 4 Algemene taken directeur/rector 1. De directeur/rector geeft leiding aan de school. 2. De directeur/rector is belast met de ontwikkeling van de school. 3. De beslis- en beleidsruimte voor de directeur/rector wordt gecreëerd door de gemandateerde bevoegdheden zoals beschreven in dit managementstatuut en begrensd door de centrale kaders zoals die voor de stichting als geheel zijn vastgesteld. 4. De directeur/rector sluit jaarlijks een managementcontract af met het College van Bestuur over de te bereiken resultaten en rapporteert periodiek over de vorderingen. 5. De directeur/rector legt aan het College van Bestuur verantwoording af over de resultaten van het gevoerde beleid, de kwaliteitszorg, de bedrijfsvoering en de algehele gang van zaken binnen de school 6. De directeur/rector legt aan direct belanghebbenden, lokale partners en andere stakeholders verantwoording af over de resultaten van het onderwijs en doet hiervan verslag. 7. De directeur/rector bewaakt en bevordert de identiteit/cultuur van de eigen school en van het openbaar voortgezet onderwijs als geheel en draagt zorg voor een goede samenwerking binnen NUOVO. 8. De directeur/rector levert via het CMO een bijdrage aan de ontwikkeling van het strategische en het centrale beleid van NUOVO, onder andere door deelname aan specifieke werkgroepen en (mede)portefeuillehouderschap over bepaalde thema s. 9. De directeur/rector vindt aansluiting bij relevante ontwikkelingen, komt alle geldende wetgeving en regelingen na en draagt zorg voor een adequate uitvoering. Artikel 5 Specifieke taken directeur/rector ten aanzien van de schoolorganisatie 1. De directeur/rector stelt de organisatie- en overlegstructuur binnen de school vast. 2. De directeur/rector ziet toe op het functioneren van de overige leden van de schoolleiding en bevordert de coördinatie en samenhang van het door hen ontwikkelde, vastgestelde en gevoerde beleid. 3. De directeur/rector onderhoudt de externe contacten van de school en voert intern het overleg met de medezeggenschapsraad. Artikel 6 Specifieke taken directeur/rector ten aanzien van het beheer en de bedrijfsvoering 1. De directeur/rector is verantwoordelijk voor het inrichten en (doen) realiseren van een adequate administratieve organisatie die handelt conform de wettelijke eisen en in aanvulling daarop de richtlijnen zoals die binnen de stichting van kracht zijn. 2. De directeur/rector stelt de (meerjaren)begroting van de school op, waarna het College van Bestuur deze vaststelt. 3

3. De directeur/rector is gemachtigd om uitgaven te doen binnen het kader van de goedgekeurde begroting, voor zover deze vallen binnen de tekenbevoegdheid, en stelt de interne budgettering vast. 4. De directeur/rector stelt een afrekening op over het voorafgaande kalenderjaar, vergezeld van een analyse. 5. De directeur/rector rapporteert periodiek aan het College van Bestuur over de stand van zaken met betrekking tot de opbrengsten, kosten, aangegane verplichtingen en kansen en bedreigingen. Artikel 7 Specifieke taken directeur/rector ten aanzien van het personeel 1. De directeur/rector stelt, binnen de goedgekeurde (meerjaren)begroting en na goedkeuring van het College van Bestuur, de kwalitatieve en kwantitatieve formatie van het personeel vast in de vorm van een formatieplan. 2. De directeur/rector stelt een meerjarenformatiebeleidsplan vast waarin in ieder geval een relatie wordt gelegd tussen de voorziene inkomsten en de ontwikkelingen in het personeelsbeleid. Het College van Bestuur keurt dit meerjarenformatiebeleidsplan goed. 3. De directeur/rector verdeelt binnen de vastgestelde formatie de taken onder de personeelsleden. 4. De directeur/rector voert het personeelsbeleid binnen de school, binnen de kaders en uitgangspunten van het personeelsbeleid van de stichting. 5. De directeur/rector werft, selecteert, benoemt en beslist op het (verzoek tot) ontslag van de personeelsleden van de school, binnen de kaders van het formatieplan. 6. De directeur/rector stelt beleid op ten aanzien van veiligheid. Artikel 8 Specifieke taken directeur/rector ten aanzien van het onderwijs 1. De directeur/rector geeft vorm aan het profiel van de school. 2. De directeur/rector stelt het schoolplan c.q. meerjarig kwaliteitszorgplan van de school vast. 3. De directeur/rector beslist over deelname of beëindiging onderwijskundige projecten. 4. De directeur/rector draagt zorg voor verbetering en vernieuwing van het opleidingsaanbod. 5. De directeur/rector onderhoudt contacten met toeleverende scholen en vervolgonderwijs. Artikel 9 Specifieke taken directeur/rector ten aanzien van de leerlingen en ouders 1. De directeur/rector stelt beleid op ten aanzien van contacten met en betrekken van ouders bij school. 2. De directeur/rector stelt beleid op en beslist over toelating, schorsing en verwijdering van leerlingen. 3. De directeur/rector formuleert beleid ten aanzien van de leerlingenbegeleiding (en zorg). 4. De directeur/rector stelt beleid op ten aanzien van veiligheid. Artikel 10 Specifieke taken directeur/rector ten aanzien van de huisvesting 4

1. De directeur/rector draagt zorg voor het beheer en onderhoud van de gebouwen en de inventaris van de school. Artikel 11 Onderlinge werkwijze directeur/rector College van Bestuur 1. De directeur/rector en het College van Bestuur gaan bij de uitoefening van hun taken te werk volgens een door het College van Bestuur na overleg met het CMO vast te stellen Planning & Controlcyclus. 2. Bij de uitoefening van de door het College van Bestuur aan hem/haar gemandateerde taken en bevoegdheden draagt de directeur/rector zorg voor een goede en regelmatige informatievoorziening aan het College van Bestuur over de zaken die voor de uitoefening van diens taken relevant zijn. 3. De directeur/rector levert een bijdrage aan de totstandkoming van bovenschools beleid. Artikel 12 Mandatering van College van Bestuur aan directeuren 1. Het College van Bestuur mandateert de in deel II van dit statuut opgesomde bevoegdheden aan de directeuren/rectoren om hen in staat te stellen hun taak binnen de door het College van Bestuur gestelde kaders uit te oefenen. 2. Het College van Bestuur blijft te allen tijde bevoegd de door hem gemandateerde bevoegdheden ook zelf uit te oefenen. Het kan aanwijzingen geven voor de wijze van uitoefening van een mandaat. 3. Het College van Bestuur kan besluiten en/of maatregelen van de directeur/rector of anderen binnen de Stichting wegens strijd met enig geldende regeling en/of wegens mogelijke schade aan de belangen van de Stichting en scholen bij gemotiveerd besluit geheel of gedeeltelijk vernietigen. 4. Het College van Bestuur kan een besluit of de maatregel van de directeur/rector of anderen binnen de Stichting schorsen, indien het besluit of de maatregel naar zijn oordeel voor vernietiging in aanmerking komt. Ziet het College van Bestuur binnen twee weken, nadat het schorsingsbesluit is genomen, af van een vernietiging dan vervalt tegelijkertijd de schorsing. Artikel 13 Ondermandaten 1. De directeur/rector kan personeelsleden van de school belasten met de aan hem c.q. haar toegekende bevoegdheden, met behoud van zijn c.q. haar eindverantwoordelijkheid, mits deze zijn benoemd in artikel 22, 23, 24 en 25 van het managementstatuut. 2. De directeur/rector stelt binnen het gegeven mandaat een schriftelijk ondermandaatregeling op en legt die ter vaststelling voor aan het College van Bestuur. Artikel 14 Vaststelling en wijziging van het managementstatuut 1. Het College van Bestuur stelt het managementstatuut vast. 2. Voorafgaand aan de vaststelling van het managementstatuut of wijziging daarvan, voert het College van Bestuur overleg met het CMO. 3. Het College van Bestuur informeert het CMO binnen vier weken na het overleg over de besluitvorming inzake het managementstatuut. 5

Artikel 15 Werkingsduur Het managementstatuut geldt van 1 januari 2012 t/m 31 december 2013 en wordt behoudens het in artikel 2 van dit managementstatuut gestelde vervolgens telkens stilzwijgend verlengd met een periode van twee jaren. II (Onder) mandaatlijst De onderstaande mandaten worden uitgeoefend binnen het kader van het vastgestelde bestuursbeleid. Hier worden zowel de mandaten van de voorzitter van het College van Bestuur aan de directeur/rector weergegeven als de ondermandatering van de directeur/rector aan zijn medewerkers. Alleen het College van Bestuur en directeur/rector zijn bevoegd om (onder) te mandateren. Mandatering aan directeur/rector door voorzitter College van Bestuur Artikel 16 Schoolorganisatie De voorzitter van het College van bestuur mandateert een directeur/rector op het gebied van schoolorganisatie voor: 1. het vaststellen van de overlegstructuren binnen de school; 2. het vaststellen van de structuur en het functiebouwwerk van de school met uitzondering van de directie. Artikel 17 Financiën, beheer en bedrijfsvoering De voorzitter van het College van bestuur mandateert een directeur/rector op het gebied van financiën, beheer en bedrijfsvoering voor: 1. het vaststellen van de (meerjaren)begroting van de school of de service organisatie; 2. het doen van uitgaven tot het beloop van (de bedragen in) de goedgekeurde schoolbegroting met inachtneming van de financiële tekenbevoegdheid; 3. het vaststellen van de interne budgettering binnen de school of de service organisatie; 4. het vaststellen van de niet wettelijk verplichte ouderbijdragen; 5. het aangaan van overeenkomsten inzake contractactiviteiten voor zover de daaruit voortvloeiende verplichtingen de vastgestelde begroting niet te boven gaan. Artikel 18 Personeel en formatie De voorzitter van het College van bestuur mandateert een directeur/rector op het gebied van personeel en formatie voor: 1. het vaststellen van het meerjaren schoolformatieplan; 2. het werven, selecteren, benoemen en op eigen verzoek verlenen van ontslag van personeelsleden van de school; 3. het ondertekenen van de aanstellings- en ontslagbrief; het tekenen van de akte van benoeming en ontslag uitgezonderd; 6

4. het vaststellen van het salaris van personeelsleden bij indiensttreding binnen de kaders van de CAO/VO en het vastgestelde bestuursbeleid; 5. het aangaan van andere overeenkomsten tot het verrichten van arbeid dan arbeidsovereenkomsten (dienstverleningsovereenkomsten, overeenkomst i.v.m. gastdocentschappen, detacheringsovereenkomsten); 6. het toedelen van taken aan personeelsleden; 7. het toekennen van reiskostenvergoedingen; 8. het vaststellen van studiekostenvergoedingen; 9. het verlenen van bijzondere vormen van verlof; 10. het voeren van functionerings-, pop- en beoordelingsgesprekken en het verbinden van rechtspositionele gevolgen daaraan, waaronder het toekennen en onthouden van periodieken; 11. het beoordelen van personeel; 12. het verstrekken van scholingsopdrachten; 13. het toekennen van toelages bij overwerk en onregelmatige diensten; 14. het toekennen van gratificaties en toelagen; 15. het aangaan van cursusovereenkomsten; 16. vaststellen van de waardering van een functie met uitzondering van die van de directie van de school. Artikel 19 Onderwijskundige zaken De voorzitter van het College van bestuur mandateert een directeur/rector op het gebied van onderwijskundige zaken voor: 1. het vaststellen en wijzigen van het schoolplan, onder meer omvattende de onderwijsprogramma s en de schoolgids; 2. het vaststellen van de vakantieregeling van de leerlingen; 3. het doen van verzoeken als in de wet omschreven tot afwijking van wettelijke eisen ten aanzien van vakken, kerndoelen, examinering etc.; 4. het verlenen van vrijstellingen aan leerlingen; 5. het vaststellen van exameneisen en het examenreglement; 6. het instellen van examencommissies en de benoeming van de leden daarvan; 7. de aanwijzing van gecommitteerden; 8. het afgeven van diploma's; 9. het geven van advies inzake verdere studie. Artikel 20 Leerlingen en Ouders De voorzitter van het College van bestuur mandateert een directeur/rector op het gebied van onderwijskundige zaken voor: 1. het vaststellen van het leerlingenstatuut en reglementen van orde; 2. besluiten tot inschrijving en toelating van leerlingen; 3. het vaststellen van een reglement inzake de toelating, schorsing en verwijdering van leerlingen; 4. het uitvaardigen van voorschriften strekkende tot de handhaving van de goede gang van zaken binnen de school ("huisregels"); 7

5. het toepassen van disciplinaire maatregelen, waaronder verwijdering, jegens leerlingen bij overtreding van de huisregels. Artikel 21 Huisvesting en materieel De voorzitter van het College van bestuur mandateert een directeur/rector op het gebied van huisvesting en materieel voor: 1. sluiten van gebruikersovereenkomsten, voor zover de daaruit voortvloeiende verplichtingen de vastgestelde begroting niet te boven gaan; 2. het uitvoeren van onderhoud aan de gebouwen van de school voor zover de daaruit voortvloeiende verplichtingen de vastgestelde begroting van de school niet te boven gaan. Ondermandatering aan medewerker door directeur/rector school Artikel 22 Financiën, beheer en bedrijfsvoering De directeur/rector is bevoegd een medewerker te mandateren op het gebied van financiën, beheer en bedrijfsvoering voor: 1. het doen van uitgaven tot het beloop van (de bedragen in) de goedgekeurde schoolbegroting met inachtneming van de financiële tekenbevoegdheid. Artikel 23 Personeel en formatie De directeur/rector is bevoegd een medewerker te mandateren op het gebied van personeel en formatie voor: 1. het toedelen van taken aan personeelsleden; 2. het toekennen van reiskostenvergoedingen; 3. het vaststellen van studiekostenvergoedingen; 4. het verlenen van bijzondere vormen van verlof; 5. het voeren van functionerings-, pop- en beoordelingsgesprekken en het verbinden van rechtspositionele gevolgen daaraan, waaronder het toekennen en onthouden van periodieken; 6. het beoordelen van personeel; 7. het verstrekken van scholingsopdrachten. Artikel 24 Onderwijskundige zaken De directeur/rector is bevoegd een medewerker te mandateren op het gebied van onderwijskundige zaken voor: 1. het doen van verzoeken als in de wet omschreven tot afwijking van wettelijke eisen ten aanzien van vakken, kerndoelen, examinering etc.; 2. het verlenen van vrijstellingen aan leerlingen; 3. het geven van advies inzake verdere studie. 8

Artikel 25 Leerlingen en ouders De directeur/rector is bevoegd een medewerker te mandateren op het gebied van leerlingen en ouders voor: 1. besluiten tot inschrijving en toelating van leerlingen. III Regeling tekenbevoegdheid Deze regeling tekenbevoegdheid geeft aan wat de financiële en personele tekenbevoegdheden zijn voor medewerkers van NUOVO, inclusief de daaraan verbonden plichten. Elke wijziging in deze regeling wordt vastgesteld door het College van Bestuur van NUOVO en is bindend voor alle personeelsleden. Artikel 1 Algemeen 1. Tekenbevoegdheid betekent in dit regelement: a. De handtekening van een tekenbevoegde voor akkoord met hetgeen ondertekent. b. De tekenbevoegde is verantwoordelijk voor het getekende. c. De tekenbevoegde geeft aan akkoord te gaan door: i. een handtekening met pen op een boekstuk; ii. een mailtje van de tekenbevoegde waarin staat dat hij/zij akkoord gaat met een boeking; iii. een fiat of digitale autorisatie. 2. Binnen NUOVO onderkent men kosten- en opbrengstencategorieën: a. Kosten Projecten: kosten die niet voor een eenheid worden gemaakt, maar voor de gehele stichting. b. Bedrijfskosten: i. personele kosten; ii. huisvestingslasten; iii. overige bedrijfskosten, zoals lesmaterialen, werkplekinrichting, reis- en verblijfskosten, administratieve kosten. c. Investeringen: bedrijfskosten op het moment van afschrijven, maar worden voor dit doel geschaard onder "Bedrijfskosten. d. Omzet: alle baten exclusief lasten en baten die vallen onder lid e en f van onderhavig artikel. e. Bijzondere baten/lasten: boekwinst of boekverlies bij verkoop van een investering. f. Financiële baten/lasten: Rente, kasverschillen: Voor deze financiële baten en lasten worden dezelfde grenzen gehanteerd als bij Bedrijfskosten. 3. Onder grensbedragen worden in deze regeling de maximale bedragen waarvoor een tekenbevoegde is gemandateerd verstaan. Artikel 2 Hiërarchie tekenbevoegdheid NUOVO kent drie hiërarchische lagen waarin de tekenbevoegdheid zich kan bevinden: 1. College van Bestuur; 2. directeur/rector; 3. adjunct-directeuren en conrectoren, teamleider en hoofd ten diensten en medewerker. 9

Artikel 3 Taken en verantwoordelijkheden bij tekenbevoegdheid De financiële tekenbevoegdheid (het financiële mandaat) van een medewerker betekent het volgende: 1. De medewerker is bevoegd is om tot het gestelde grensbedrag NUOVO te binden aan een klant of aan een leverancier door middel van het uitbrengen van een offerte respectievelijk het bestellen van diensten of materialen. 2. De medewerker is bevoegd om facturen van leveranciers te tekenen voor betaling tot het gestelde grensbedrag. 3. De medewerker is bevoegd om facturen aan klanten te laten uitsturen tot het gestelde grensbedrag. 4. De medewerker is bevoegd om declaraties van medewerkers te tekenen voor betaling tot het gestelde grensbedrag. 5. De medewerker is niet bevoegd om declaraties van zichzelf te tekenen of betalingen waarbij een persoonlijk gewin of het gewin van een bloedverwant speelt. Het accorderen dient dan middels de leidinggevende van de medewerker te lopen. Declaraties van de voorzitter van het College van Bestuur worden getekend door een lid van de Raad van Toezicht. 6. De medewerker is verplicht om minimaal elk kwartaal, of hoe vaak de leidinggevende dit wenselijk acht, een rapportage aan de leidinggevende te verstrekken, waaruit blijkt in hoeverre de begroting is uitgeput en met welk resultaat het boekjaar zal eindigen. 7. De medewerker mag alleen tekenen voor bestellingen en uitgaven zolang die bestellingen of uitgaven binnen de begroting passen. Zodra de begroting overschreden wordt vraagt de medewerker een aanvullend mandaat aan de leidinggevende. Artikel 4 Submandatering tekenbevoegdheid 1. Een tekenbevoegde kan de controle uitbesteden van betalingen aan een medewerker uitbesteden, die na de controle al dan niet een (elektronische) paraaf op het betreffende boekstuk zet. 2. De tekenbevoegdheid kan alleen in de hiërarchische lijn (artikel 2), naar beneden toe, doorgemandateerd worden. 3. De inhoudelijke controle is de verantwoordelijkheid van de tekenbevoegde, al dan niet doorgemandateerd. 4. De tekenbevoegde is tegenover zijn/haar eigen leidinggevende verantwoordelijk voor de daden van degenen aan wie hij/zij een deel van zijn tekenbevoegdheid gemandateerd heeft. Artikel 5 Verkoop 1. Bij het verkopen tegen de prijzen van een vaste prijslijst kan de tekenbevoegde, een prijslijst vaststellen. 2. Een exemplaar van de prijslijst dient worden voorzien van handtekening van het hoofd van de financiële afdeling. 3. Elk van de medewerkers is vervolgens gemandateerd verkopen te doen zonder de handtekening van de tekenbevoegde mits de prijzen uit de prijslijst gehanteerd worden. 4. Bij afwijking van de prijslijst dient de tekenbevoegde deze te accorderen. 10

Artikel 6 Bijzondere baten en lasten Bijzondere baten en lasten: voor deze bijzondere baten en lasten worden dezelfde grenzen gehanteerd als bij kosten- en opbrengst categorie bedrijfskosten (artikel1, lid b). Artikel 7 Grensbedragen 1. De tekenbevoegdheid van een medewerker heeft een limiet. 2. De limiet voor (adjunct) directeuren en (con) rectoren bedraagt 50.000., voor teamleiders bedraagt dit 5.000 en voor overige budgethouders bedraagt dit 1.000. 3. De verschillende kosten- en opbrengstcategorieën komen tot uitdrukking in de grootboekrekening in combinatie met de Budget-/Projectcode. Hierdoor kan onderscheid gemaakt binnen een school (kostenplaats), waardoor grensbedragen binnen een afdeling kunnen variëren. 4. Samenhangende groepen kosten en/of opbrengsten worden beschouwd als één bedrag. 5. Bij alle in- en verkoopcontracten met partijen buiten NUOVO hoger dan 50.000 is de voorzitter van het College van Bestuur bevoegd om te tekenen; de verplichtingen die volgen uit de personele tekenbevoegdheid, zoals geformuleerd in artikel 8, vallen buiten deze regeling. Artikel 8 Personele tekenbevoegdheid 1. Alle correspondentie over rechtpositie en arbeidsvoorwaarden worden door de directeur/rector of door de voorzitter van het CvB getekend. Dit betreft correspondentie omtrent: a. mutaties in aanstelling en arbeidsvoorwaarden; b. nieuwe aanstellingen; c. ontslag; d. beoordelingen; e. brieven met rechtspositionele consequenties. Artikel 9 Vervanging bij afwezigheid tekenbevoegde 1. Op het moment dat een tekenbevoegde afwezig is, wordt deze vervangen door de desbetreffende leidinggevende. 2. De leidinggevende kan tijdelijk iemand ondermandateren om de tekenbevoegdheid over te nemen. Dit gebeurt door middel van een schriftelijke of digitale (e-mail) melding aan de voorzitter van het College van Bestuur, aan degene die de vervanging doet, en aan het Hoofd Financiële Administratie. Artikel 10 Handhaving van regeling tekenbevoegdheid 1. Het Hoofd Financiële Administratie houdt toezicht op het nakomen van de regeling. 2. Het Hoofd Financiële Administratie rapporteert eventuele afwijkingen aan de desbetreffende medewerker en leidinggevende. 3. Bij eventuele afwijkingen treft de desbetreffende leidinggevende een passende maatregel en rapporteert dit aan het Hoofd Financiële Administratie. 11

4. Medewerkers van de financiële afdeling zijn niet gemandateerd boekingen in AFAS te maken zonder een handtekening van de tekenbevoegde. 12