Petanque(in(het(kort 7. Hetwerpenvanboules 6 Wanneer het but op de juiste wijze is uitgeworpen dan speelt de equipe die de toss heeft gewonnen de eerste boule. Als de eerste geworpen boule ongeldig is, dan speelt de tegenstander zijn eerste boule; is deze ook ongeldig, dan om en om totdat er een geldige boule is geworpen, die automatisch op punt ligt. Een geworpen boule is ongeldig in de volgende gevallen: De boule is op, of via niet toegestaan terrein tot stilstand gekomen. De betreffende speler stapt of staat buiten de cirkel voordat de boule de grond raakt. De boule is vanuit de verkeerde cirkel gegooid. De equipe die een boule gooit lag al op punt. Een speler gooit bij herhaling en na te zijn gewaarschuwd 1 met een verkeerde boule. Petanque is de meest verspreide variant van het bekende Franse balspel Jeu de Boules. Petanque staat voor een uitdagende wedstrijdsport, waarbij vaardigheid (techniek), tactiek, concentratie en teamgeest centraal staan. In dit boekje worden de beginselen van het spel behandeld. De uitgebreide en volledige reglementen kunt u vinden op de website van de Nederlandse Jeu de Boules Bond (www.njbb.nl) of in het boekje Internationaal Spelreglement Petanque, dat door deze bond wordt uitgegeven. De boule wordt door een teamgenoot tegengehouden, of van richting veranderd. De boule wordt aan het einde van de werpronde opgeraapt, vóórdat het aantal punten is overeengekomen. Een ongeldige boule moet meteen uit het spel worden genomen. Als dat niet gebeurt, dan wordt hij geldig, zodra de tegenpartij een boule speelt. Als een boule door een tegenstander wordt tegengehouden, dan mag de speler kiezen om de boule te laten liggen, of hem opnieuw te werpen. Boules of but die zijn verplaatst door een ongeldige boule, een persoon, dier, enig bewegend voorwerp, of de wind, worden teruggelegd op hun oorspronkelijke plaats. De oorspronkelijke plaats van boules en but moet daartoe zijn gemarkeerd. 1 In bepaalde situaties kan het wel eens handig zijn om niet alleen je eigen boules, maar ook nog (een) boule(s) van je teammaat te gooien. Dat is dus niet toegestaan
Inhoudsopgave 2 1. Spelvormen...3 2. Boulesenbut...3 3. Hetspeelveldenhetbeginvanhetspel...4 4. Dewerpcirkel...4 5. Uitwerpenvanhetbut...5 6. Ongeldigeliggendebuts...5 7. Hetwerpenvanboules...6 8. Schietenofplaatsen...7 9. Boulesopgelijkeafstand...7 9. Butongeldiggeworden...8 10. Meten,markerenenhetpasserenvanlijnen...9 11. Eindevaneenwerprondeenpuntentelling...10 12. Gedrag...10 8. Schietenofplaatsen Als een equipe op punt ligt, dan is de andere equipe aan de beurt om een boule dichter bij het but te krijgen. Dat kan natuurlijk door een boule zo goed te spelen dat hij dichter bij het but tot stilstand komt. Dit heet plaatsen of pointeren. Het is ook mogelijk om de boule van de tegenstander zo te raken dat deze weggestoten wordt. Dit heet schieten of tireren. 7 Tenslotte kan men ook nog op punt komen, door met een geplaatste boule het but te raken en/of mee te nemen. Andere mogelijkheden om op punt te komen zijn opspelen (een boule zo raken dat hij dichter bij het but komt te liggen), of de eigen boule via een andere boule naar het but laten caramboleren. Een equipe blijft aan de beurt, totdat zij op punt ligt, of geen boules meer heeft. Dit boekje is tot stand gekomen, door zoeken, kopiëren, aanvullen en verbeteren van diverse soortgelijke werkjes, die te vinden zijn op internet. Het is dus nadrukkelijk geen oorspronkelijk werk, maar heeft wel de pretentie om duidelijker en vollediger te zijn dan de oorspronkelijke bronnen. Het is bedoeld om in combinatie met de training en de lessen op de Bouleschool van JBV Gouda beginnende en geïnteresseerde boulers op weg te helpen. Opmerkingen en aanvullingen zijn natuurlijk altijd welkom. Met dank aan Bert Duits, voor de nuttige tips en aanvullingen. Jan van Bilzem 13/4/2012 9. Boulesopgelijkeafstand Als een boule na meting op gelijke afstand van het but ligt als de beste boule van de tegenstander, dan doen zich de volgende drie mogelijkheden voor: 1. Geen van beide equipes heeft nog boules te spelen: de werpronde eindigt onbeslist. De equipe die deze werpronde is begonnen werpt opnieuw het but uit. 2. Slechts één equipe heeft nog boules te spelen: na het werpen van deze boules worden op de gebruikelijke wijze de punten geteld. 3. Beide equipes hebben nog boules te spelen: de equipe die het laatst heeft geworpen, speelt nogmaals een boule, dan de tegenstander en vervolgens om de beurt, totdat één equipe op punt ligt, of geen boules meer heeft. In dit laatste geval wordt verder gespeeld zoals in punt 2.
1. Spelvormen Het spel wordt altijd gespeeld door twee gelijke equipes. Een equipe bestaat één, twee of drie personen: 3 Equipes van één persoon spelen één tegen één (tête à tête); iedere speler heeft drie boules. Equipes van twee personen spelen twee tegen twee (doublette); iedere speler heeft drie boules. Equipes van drie personen spelen drie tegen drie (triplette); ieder speler heeft twee boules. Een partij bestaat uit meerdere spelrondes en wordt gewonnen door de equipe die als eerste 13 punten 1 behaald (zie paragraaf 11). De partij is dan afgelopen. Partijen kunnen op tijd worden gespeeld. Na het verstrijken van een vooraf afgesproken maximum speeltijd, wordt in dat geval de spelronde van een nog lopende partij afgemaakt en de partij beëindigd. De equipe met op dat moment de meest punten is de winnaar. Bij partijen op tijd is een remise (gelijkspel) mogelijk 2. Boulesenbut De boules zijn van metaal en moeten goedgekeurd zijn door de FIPJP 2. Ze hebben een diameter die ligt tussen 70,5 en 80 mm. Het gewicht van de boules ligt tussen 650 en 800 gram. Het handelsmerk van de fabrikant, het gewicht én een uniek nummer moeten leesbaar in de boules gegraveerd zijn. Buts zijn gemaakt van hout en mogen niet met een magneet opgetild kunnen worden. Kunststof buts zijn toegestaan maar moeten door de FIPJP goedgekeurd zijn en voorzien zijn van het handelsmerk van de fabrikant. Buts hebben een diameter van 30 mm. 1 In voorronden en cadragepartijen kan worden gespeeld tot en met 11 punten. 2 FIPJP = Fédération Internationale de Pétanque et Jeu Provençal 9. Butongeldiggeworden Tijdens het spel kan het but ongeldig worden in de volgende gevallen: Het but is verplaatst of weggeschoten en op of via niet-toegestaan terrein tot stilstand gekomen. Het but is vanuit de werpcirkel niet meer zichtbaar. Een but achter een voorliggende boule is echter niet ongeldig. Een papier of blad dat op de but is gewaaid, mag worden verwijderd. 8 Het but wordt verplaatst of geschoten naar meer dan 20, of minder dan 3 meter van de werpcirkel. Het but passeert de achterlijn, of bij afgebakende banen een gehele naastliggende baan (dus twee afbakeningslijnen). Bij partijen op tijd gelden alle afbakeningslijnen in dit verband als verlieslijnen. Het but wordt niet binnen 5 minuten gevonden, nadat het is verplaatst of geschoten. Het but is verplaatst, waardoor er zich nu niet-toegestaan terrein tussen de werpcirkel en het but bevindt. Als het but ongeldig wordt, dan doen zich de volgende drie mogelijkheden voor: 1. Beide equipes hebben nog boules te spelen: de werpronde eindigt onbeslist. De equipe die deze werpronde is begonnen, werpt opnieuw het but uit. 2. Slechts één equipe heeft nog boules te spelen: deze equipe krijgt zoveel punten als zij nog boules te spelen heeft. 3. Geen van beide equipes heeft nog boules te spelen: de werpronde eindigt onbeslist.
3. Hetspeelveldenhetbeginvanhetspel Petanque kan op elk terrein worden gespeeld. Een speelveld is omkaderd met zogenaamde verlies, of uitlijnen. Buiten dit speelveld zijn boules en but niet (meer) geldig. Een speelveld kan in afzonderlijke banen of speelterreinen zijn opgedeeld. De lijnen 1 tussen deze banen zijn géén verlieslijnen, dus boules of but die tijdens het spel in een naastliggende baan terechtkomen, blijven geldig. Worden twee lijnen gepasseerd dus een volledige naastliggende baan dan is een verplaatste boule of but wel ongeldig. De naastliggende baan moet wel in gebruik zijn. Bij partijen op tijd gelden ook de afbakeningslijnen als verlieslijnen. 4 Een afgebakende baan in het speelveld is minstens 3 meter breed en 12 meter lang. Door loting (tossen) wordt bepaald welk team begint en dus als eerste het but mag uitwerpen. Als door de wedstrijdleiding geen baan is toegewezen, dan kiest het team dat de toss wint, zelf een baan of beginpositie op het speelveld. 4. Dewerpcirkel De werpcirkel wordt door het beginnende team op de grond getekend en heeft een diameter tussen 35 en 50 cm. Vanuit de werpcirkel moet het but op een toegestane afstand uitgeworpen kunnen worden. Er kan ook gebruik worden gemaakt van een plastic werpcirkel met een binnendiameter van 50 cm. De werpcirkel moet tenminste één (1) meter verwijderd zijn van de afschotting van het terrein of enig ander obstakel. Alle oude werpcirkels in de nabijheid van de cirkel moeten worden verwijderd of gewist. 10. Meten,markerenenhetpasserenvanlijnen Bij twijfel wie op punt ligt, wordt een meting verricht door de equipe die als laatste een boule heeft geworpen. Eén speler van de tegenpartij mag toe zien dat er reglementair wordt gemeten. 9 De andere equipe heeft het recht om na te meten. Bij twijfel of dispuut kan ten alle tijden de scheidsrechter worden ingeschakeld voor een (definitieve) uitspraak. Het te meten punt gaat verloren voor de equipe die tijdens het meten het but of één van de te meten boules verplaatst. Metingen worden verricht met een geschikt instrument (bijvoorbeeld een rolmaat), waarover beide equipes moeten beschikken. Meten met handen of voeten is niet toegestaan. Markeren is het vastleggen van de positie van een boule of but door middel van streepjes op de grond. De juiste manier van markeren is met twee streepjes die, haaks op elkaar, het middelpunt van de boule of het but aangeven. Een boule of but is pas een lijn gepasseerd, wanneer hij, recht van boven gezien, in zijn geheel de lijn is gepasseerd. 1 Er is alleen sprake van afbakeningslijnen, als er daadwerkelijk lijnen over de grond gespannen zijn. Nummers en markeringen op de afschotting zijn op zijn best baanaanduidingen, maar worden niet als afbakeningslijnen beschouwd.
5. Uitwerpenvanhetbut Het but wordt vanuit de werpcirkel uitgeworpen door een speler van het beginnende team. Het but moet binnen de beperkingen van het (afgebakende) terrein en het speelveld worden uitgeworpen. Tussen de werpcirkel en het but mag zich geen niet-toegestaan terrein 1 bevinden. 5 De afstand van het but tot de werpcirkel moet ten minste zes (6) meter bedragen, maar mag niet meer zijn dan tien (10) meter. De afstand van het but tot de uit- of verlieslijn en tot enig obstakel moet ten minste één (1) meter bedragen. Het uitgeworpen but moet vanuit de werpcirkel zichtbaar zijn. 6. Ongeldigeliggendebuts Een but die ongeldig is uitgeworpen, moet opnieuw worden gegooid. Na drie (3) mislukte pogingen gaat de beurt naar de tegenstander, enzovoort. De equipe de het but als eerste heeft uitgegooid, behoudt het recht om de eerste boule te werpen. Een but dat bij het uitwerpen wordt tegengehouden door een persoon, dier of enig bewegend voorwerp, is ongeldig en moet opnieuw worden uitgegooid. De uitworp geldt niet als een mislukte poging Om het but opnieuw te kunnen uitwerpen moeten beide equipes het er over eens zijn dat het ongeldig lag, of de scheidsrechter moet dat hebben beslist. Ook na het werpen van de eerste boule kan de tegenstander nog de geldige ligging van het but betwisten; zodra echter de tegenstander een boule gooit, wordt het but geacht geldig te liggen. De ligging van een uitgeworpen but mag niet door een speler worden verbeterd of aangepast. 11. Eindevaneenwerprondeenpuntentelling 10 Als beide equipes al hun boules hebben gespeeld, dan is de werpronde afgelopen en worden de punten geteld. Alle boules van een equipe, die dichterbij het but liggen dan de eerste (beste) boule van de tegenstander, zijn een punt waard. De equipe die punten haalt heeft de werpronde gewonnen. De equipe die als eerste 13 punten haalt, wint niet alleen de werpronde, maar ook de partij. De partij is afgelopen. Als de winnende equipe nog geen 13 punten heeft gehaald, dan gaat de partij verder met de volgende werpronde. De winnende equipe mag het but uitgooien en trekt op de plaats waar het but in de vorige ronde is geëindigd, een nieuwe werpcirkel. Bij partijen op tijd (zie Spelvormen), wordt na het verstrijken van de speeltijd de lopende werpronde afgemaakt en daarna pas de stand opgemaakt. Een remise (gelijkspel) is bij partijen op tijd mogelijk. 12. Gedrag Als een speler in de cirkel staat om een boule te werpen, dan moet de tegenstander: Stil zijn en niet lopen, gebaren, of iets anders doen dat de speler af zou kunnen leiden. Zich niet in het speelveld tussen de werpcirkel en het but bevinden. Zich voorbij het but, of achter de speler opstellen, maar in beide gevallen zijwaarts van de speelrichting op tenminste 2 meter afstand van but en speler. Zeker niet gaan oefenen. Dit mag trouwens in het geheel niet tijdens een partij, dus ook niet als er nog geen speler in de cirkel staat. Ook als een boule is geworpen, blijft de tegenstander op afstand en loopt niet het veld in om te kijken wie er ligt. Het aan de beurt zijnde team heeft als eerste het recht om te kijken of te meten. 1 Bijvoorbeeld een boom struik of heg op het speelterrein; een but die drijft in een plas bevindt zich op niet-toegestaan terrein
7. Hetwerpenvanboules 6 Wanneer het but op de juiste wijze is uitgeworpen dan speelt de equipe die de toss heeft gewonnen de eerste boule. Als de eerste geworpen boule ongeldig is, dan speelt de tegenstander zijn eerste boule; is deze ook ongeldig, dan om en om totdat er een geldige boule is geworpen, die automatisch op punt ligt. Een geworpen boule is ongeldig in de volgende gevallen: De boule is op, of via niet toegestaan terrein tot stilstand gekomen. De betreffende speler stapt of staat buiten de cirkel voordat de boule de grond raakt. De boule is vanuit de verkeerde cirkel gegooid. De equipe die een boule gooit lag al op punt. Een speler gooit bij herhaling en na te zijn gewaarschuwd 1 met een verkeerde boule. De boule wordt door een teamgenoot tegengehouden, of van richting veranderd. De boule wordt aan het einde van de werpronde opgeraapt, vóórdat het aantal punten is overeengekomen. Een ongeldige boule moet meteen uit het spel worden genomen. Als dat niet gebeurt, dan wordt hij geldig, zodra de tegenpartij een boule speelt. Als een boule door een tegenstander wordt tegengehouden, dan mag de speler kiezen om de boule te laten liggen, of hem opnieuw te werpen. Boules of but die zijn verplaatst door een ongeldige boule, een persoon, dier, enig bewegend voorwerp, of de wind, worden teruggelegd op hun oorspronkelijke plaats. De oorspronkelijke plaats van boules en but moet daartoe zijn gemarkeerd. 1 In bepaalde situaties kan het wel eens handig zijn om niet alleen je eigen boules, maar ook nog (een) boule(s) van je teammaat te gooien. Dat is dus niet toegestaan 11