Instelling. Onderwerp. Datum

Vergelijkbare documenten
Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Auteur. Federale Overheidsdienst Financiën. minfin.fgov.be. Onderwerp

Auteur. Federale Overheidsdienst Financiën. Onderwerp

Auteur. Federale Overheidsdienst Financiën. minfin.fgov.be. Onderwerp

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Hof van Cassatie van België

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Auteur. Elfri De Neve. Onderwerp. De sociale verzekering voor zelfstandigen, in geval van faillissement. Copyright and disclaimer

Instelling. Onderwerp. Datum

Auteur. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Auteur. Elfri De Neve. Onderwerp. Anatocisme. Copyright and disclaimer

Auteur. Elfri De Neve. Onderwerp. Echtscheiding voor gepensioneerden. Copyright and disclaimer

Instelling. Onderwerp. Datum

DE VERPLICHTING LEVENSONDERHOUD, OPVOEDING EN OPLEIDING TE VERSCHAFFEN

Auteur. Elfri De Neve. Onderwerp. Echtscheiding in volledig akkoord. Copyright and disclaimer

Voorafgaande opmerking bij de circulaire nr. Ci.RH.421/

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

I. INLEIDING.

Auteur. Elfri De Neve. Onderwerp. Geregistreerde schenkingen om successierechten te vermijden. Copyright and disclaimer

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Home > Addendum dd bij de circulaire AAFisc 36/2008 (nr. Ci.RH.421/ ) dd


Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Titel : Circulaire 2019/C/15 over de invoering van forfaitaire beroepskosten op winst

Instelling. Onderwerp. Datum

Auteur. Elfri De Neve. Onderwerp. Echtscheiding in gemeen akkoord. Copyright and disclaimer

Instantie. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

De nieuwe Wet op de. Onderhoudsbijdrage voor kinderen

Art. 132, eerste lid, 7 en 8, en tweede lid, WIB 92. zoals gewijzigd door art. 2, W en van toepassing vanaf aj. 2006

Instelling. Onderwerp. Datum

Auteur. Bernard Waûters. Onderwerp. Dit is een uittreksel uit het boek:

CIRCULAIRE AOIF Nr. 27/2010

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

1 de uitgaven gedaan voor prestaties betaald met dienstencheques als bedoeld in de artikelen tot ;

Directe belastingen >> Circulaires >> Personenbelasting / Vennootschapsbelasting. Aan alle ambtenaren INHOUDSTAFEL

REGELINGSAKTE EN FAMILIERECHTELIJKE OVEREENKOMST VOORAFGAAND AAN ECHTSCHEIDING DOOR ONDERLINGE TOESTEMMING

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Transcriptie:

Instelling Federale Overheidsdienst Financiën www.minfin.fgov.be Onderwerp Circulaire nr. Ci.RH 241/605.665 (AOIF 55/2010). Personenbelasting. Onderhoudsuitkering. Voorwaarde van aftrekbaarheid van een onderhoudsuitkering. Voorwaarde van belastbaarheid van een onderhoudsuitkering. Burgerlijk Wetboek Datum 5 augustus 2010 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document kan onderworpen zijn aan rechten van intellectuele eigendom van bepaalde betrokkenen, Er wordt u geen recht verleend op deze rechten. M&D Seminars geeft u via dit document informatie, maar verstrekt geen advies. M&D Seminars garandeert niet dat de informatie in dit document foutloos is. U gebruikt de inhoud van dit document op eigen risico. M&D Seminars, noch een van haar directieleden, aandeelhouders of bedienden zijn aansprakelijk voor bijzondere, indirecte, bijkomstige, afgeleide of bestraffende schade, noch voor enig ander nadeel van welke aard ook bij het gebruik van dit document en van de inhoud van dit document. M&D Seminars 2011 M&D SEMINARS Eikelstraat 38 9840 De Pinte T 09 224 31 46 F 09 225 32 17 info@mdseminars.be www.mdseminars.be

Circulaire nr. Ci.RH.241/605.665 (AOIF Nr. 55/2010) dd 05.08.2010 Personenbelasting Onderhoudsuitkering Voorwaarde van aftrekbaarheid van een onderhoudsuitkering Voorwaarde van belastbaarheid van een onderhoudsuitkering Burgerlijk Wetboek Wijzigingen Burgerlijk Wetboek op het vlak van de onderhoudsplicht van ouders tov hun kinderen: onderhoudsbijdrage omvat gewone en buitengewone kosten. - Fiscale implicaties: onderhoudsuitkeringen die fiscaal in aanmerking komen voor belastbaarheid en aftrekbaarheid omvatten zowel de gewone als de buitengewone kosten, zoals gedefinieerd in art. 203bis, 3 BW. Aan alle ambtenaren. I. INLEIDING 1. De Wet van 19.3.2010 tot bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdragen voor hun kinderen (BS 21.4.2010) wijzigt het Burgerlijk Wetboek wat betreft de onderhoudsplicht van ouders ten opzichte van hun kinderen. Er wordt voor het eerst wettelijk omschreven welke kosten de onderhoudsbijdrage omvat, met name de gewone kosten en de buitengewone kosten. 2. Deze nieuwe wetgeving is van burgerrechtelijke aard, maar werkt door op fiscaal vlak. De fiscale wet verwijst immers in het bijzonder naar de onderhoudsverplichting die bestaat op grond van het Burgerlijk Wetboek. II. WETTEKSTEN Art. 2, W 19.3.2010 3. Artikel 203 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 31 maart 1987 en gewijzigd bij de wet van 13 april 1995, wordt vervangen als volgt: "Art. 203. 1. De ouders dienen naar evenredigheid van hun middelen te zorgen voor de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en de ontplooiing van hun kinderen. Indien de opleiding niet voltooid is, loopt de verplichting door na de meerderjarigheid van het kind. 2. Met middelen wordt onder andere bedoeld alle beroepsinkomsten, roerende en onroerende inkomsten van de ouders, alsook alle voordelen en andere middelen die hun levensstandaard en deze van de kinderen waarborgen. 3. ". Art. 3, W 19.3.2010 4. Artikel 203bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 31 maart 1987, wordt vervangen als volgt: "Art. 203bis. 1. Elke ouder draagt bij in de kosten die voortvloeien uit de bij artikel 203, 1, bepaalde verplichting, in verhouding tot zijn respectieve aandeel in de samengevoegde middelen. 2. Onverminderd de rechten van het kind, kan elk van de ouders van de andere ouder diens bijdrage vorderen in de kosten voortvloeiende uit artikel 203, 1. 3. De kosten omvatten de gewone kosten en de buitengewone kosten. De gewone kosten zijn alle gebruikelijke kosten met betrekking tot het dagelijkse onderhoud van het kind. Onder buitengewone kosten wordt verstaan de uitzonderlijke, noodzakelijke of onvoorzienbare uitgaven die voortvloeien uit toevallige of ongewone gebeurtenissen en die het gebruikelijke budget voor het dagelijkse onderhoud van het kind dat desgevallend als basis diende voor de vaststelling van de onderhoudsbijdragen, overschrijden. 4. Op vraag van één van de ouders kan de rechter de partijen verplichten een rekening te openen bij een door de Commissie voor het Bank, Financie- en Assurantiewezen op grond

van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen vergunde instelling, die bestemd wordt tot de betaling van de bijdragen vastgesteld op grond van artikel 203, 1. In dat geval bepaalt de rechter minstens: 1 de bijdrage van elk der ouders in de kosten bedoeld in artikel 203, 1, alsook de sociale voordelen die aan het kind toekomen die op deze rekening gestort dienen te worden; 2 het maandelijks tijdstip waarop deze bijdragen en sociale voordelen gestort dienen te worden; 3 de wijze waarop over de op deze rekening gestorte sommen kan worden beschikt; 4 de kosten die betaald worden met deze gelden; 5 de organisatie van het toezicht op de uitgaven; 6 de manier waarop tekorten aangevuld zullen worden; 7 de bestemming van de overschotten die op deze rekening gestort worden. Stortingen van bijdragen gedaan ter uitvoering van dit artikel, worden beschouwd als betalingen van onderhoudsbijdragen in het kader van de in artikel 203, 1, gedefinieerde onderhoudsverplichting.". Art. 5, W 19.3.2010 5. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 203quater ingevoegd, luidende: "Art. 203quater. 1. De krachtens artikel 203, 1, bepaalde onderhoudsbijdrage, vastgesteld hetzij bij vonnis overeenkomstig artikel 1321 van het Gerechtelijk Wetboek, hetzij bij overeenkomst, wordt van rechtswege aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. De rechter kan nochtans een andere formule toepassen voor de aanpassing van de onderhoudsbijdrage. De partijen kunnen eveneens bij overeenkomst afwijken van deze aanpassingsformule. 2. In het belang van het kind, kan de rechter op vraag van één van de partijen beslissen dat de onderhoudsbijdrage van rechtswege verhoogd wordt in de door hem bepaalde omstandigheden.". III. BESPREKING 6. De ouderlijke onderhoudsplicht zoals vervat in art. 203, 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) maakt geen onderscheid tussen gewone en buitengewone kosten, zodat de ouders geacht worden te moeten instaan voor alle kosten ter zake, zowel de gewone als buitengewone. Toch bleek er geen eensgezindheid te bestaan over de vraag in welke mate een ouder, naast een vaste onderhoudsbijdrage in de vorm van een vast maandelijks bedrag, ook nog verplicht kan worden tot het bijdragen in de buitengewone kosten van het kind. 7. Teneinde discussies en geschillen zoveel mogelijk te beperken, wordt in art. 203bis, 3, BW, zoals ingevoerd door art. 3, W 19.3.2010, verduidelijkt dat de kosten die vervat liggen in art. 203, 1, BW, zowel de gewone als de buitengewone kosten omvatten. Daarnaast wordt ook een definitie voor beide begrippen in de wet ingeschreven. Het invoeren van een wettelijke definitie kan bijdragen tot meer eenvormigheid in de rechtspraak voor de te hanteren criteria en de bepaling van de bijdrage in de buitengewone kosten. 8. In art. 203, BW zoals vervangen bij art. 3, W 19.3.2010 worden gewone kosten gedefinieerd als "alle gebruikelijke kosten met betrekking tot het dagelijkse onderhoud van het kind". Onder buitengewone kosten wordt verstaan: "de uitzonderlijke, noodzakelijke of onvoorzienbare uitgaven die voortvloeien uit toevallige of ongewone gebeurtenissen en die het gebruikelijke budget voor het dagelijkse onderhoud van het kind dat desgevallend als basis diende voor de vaststelling van de onderhoudsbijdragen, overschrijden".

9. Bij buitengewone kosten gaat het om kosten waarvan het onzeker is of ze zich zullen voordoen, die moeilijk op voorhand becijferbaar zijn waardoor een verrekening in de gewone onderhoudsbijdrage niet mogelijk is en waarvan de frequentie van het zich voordoen van deze kost onregelmatig kan zijn. Ook de bijdrage in deze kosten dient proportioneel te zijn ten opzichte van het respectievelijke aandeel van elk der ouders in hun samengevoegde middelen. 10. Naast het invoeren van een definitie, bestaat een alternatief om veelvuldige betwistingen betreffende buitengewone kosten te vermijden erin een speciale gezamenlijke rekening te openen (zogenaamde "kindrekening") waarop de kinderbijslag en eventuele andere sociale voordelen die toekomen aan het kind kunnen worden gestort, eventueel vermeerderd met een maandelijkse bijdrage van de ouders, waarmee de buitengewone kosten worden betaald door beide ouders. Met de kindrekening wordt vermeden dat de ouder die de kosten maakt voortdurend bij de andere ouder moet aankloppen om diens aandeel in de kosten terug te krijgen. 11. Art. 203quater, BW zoals ingevoegd bij art. 5, W 19.3.2010 bepaalt dat de onderhoudsbijdrage, vastgesteld hetzij bij vonnis, hetzij bij overeenkomst, van rechtswege aangepast wordt aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Deze aanpassingsformule wordt toegepast behalve indien de rechter of de partijen in geval van akkoord een andere verkiezen. Zo wordt vermeden dat de onderhoudsgerechtigde op geregelde tijdstippen de herziening van de onderhoudsbijdrage moeten vragen. IV. FISCALE ASPECTEN 12. De artikelen 90, 3 en 4 en 104, 1 en 2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), verwijzen wat de belastbaarheid, respectievelijk aftrekbaarheid van onderhoudsuitkeringen betreft, naar uitkeringen die zijn toegekend of betaald "ter uitvoering van een verplichting op grond van het Burgerlijk of het Gerechtelijk Wetboek of van de wet van 23 november 1998 tot invoering van de wettelijke samenwoning". De voormelde wijzigingen in het Burgerlijk recht werken bijgevolg door op fiscaal vlak. 13. Onderhoudsuitkeringen die fiscaal in aanmerking komen voor belastbaarheid en aftrekbaarheid, omvatten zowel de gewone als de buitengewone kosten, zoals gedefinieerd in art. 203bis, 3, BW (zie nrs. 8 en 9). 14. Onderhoudsuitkeringen dienen in principe regelmatig te zijn toegekend of betaald, om voor belastbaarheid en aftrekbaarheid in aanmerking te komen. Voor de onderhoudsuitkeringen die, op zich, geen periodiek karakter hebben (zoals buitengewone kosten), wordt reeds aanvaard dat de voorwaarde van regelmatigheid zonder voorwerp is. Voorbeelden van uitgaven zonder periodiek karakter: - betaling van de belastingen of betaling van een stookoliefactuur in een strenge winter; - de uitzonderlijke bijdrage van een ouder in de aanschaffing van een wagen, wanneer op basis van de feitelijke omstandigheden blijkt dat die wagen noodzakelijk is om het kind in staat te stellen zijn studies te volgen, met name omwille van de moeilijkheden die het gebruik van het openbaar vervoer met zich meebrengt. (Parlementaire Vraag nr. 544 van Volksvertegenwoordiger Nyssens dd. 25.6.2009, Vr. en Antw., Kamer, 2009-2010, nr. 082, blz. 91-92). Evenwel wordt opgemerkt dat het niet mag gaan om willekeurige onderhoudsbijdragen, zoals bijvoorbeeld bijdragen die uitgekeerd worden wanneer de onderhoudsplichtige over het betreffende belastbaar tijdperk hoge inkomsten heeft en de eenmalig verhoogde onderhoudsuitkering is ingegeven door het voornemen van de onderhoudsplichtige om zijn inkomen louter om fiscale redenen af te romen. Deze willekeurige bijdragen komen niet in aanmerking voor aftrekbaarheid en belastbaarheid. 15. Stortingen van onderhoudsbijdragen op een kindrekening (zie nr. 10) worden als betalingen van onderhoudsbijdragen ten behoeve van het onderhoudsgerechtigde kind beschouwd. Het gebruik van een kindrekening doet dus geen afbreuk aan de belastbaarheid of aftrekbaarheid van deze onderhoudsbijdragen (art. 3, 4, laatste lid, W 19.3.2010). V. INWERKINGTREDING

16. De nieuwe wettelijke regeling treedt op burgerrechtelijk vlak in werking op 1 augustus 2010 (art. 18, W 19.3.2010). Aangezien de buitengewone kosten die als een onderhoudsuitkering kunnen worden aangemerkt op fiscaal vlak reeds in aanmerking worden genomen als een onderhoudsuitkering (zie nr. 14 hiervoor), betekent de inwerkingtreding van de burgerrechtelijke bepalingen niet dat de kwalificatie van de buitengewone kosten die zijn gedaan vóór de aanpassing van de voormelde burgerrechtelijke bepalingen, op fiscaal vlak moet worden herzien. Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit d.d.: De Eerste attaché van financiën, P. GYSEN