NOTITIE Ruimte voor Advies Betreft Resultaten aanvullend ff-onderzoek Balij-Bieslandse bos Adres: Andringastrjitte 27 8495 JZ Aldeboarn Contact: tel Datum 28-09- web mail 0566-632073 06-40559568 www.ruimtevooradvies.nl bleijerveld@ruimtevooradvies.nl KvK Bank 09135673 3970.98.693 Behandeld door Dhr. Marc Bleijerveld Ter attentie van Dhr. J.M. Bongers 1. Inleiding Naar aanleiding van het plan voor de aanleg van recreatiegebied Balij-Bieslandse bos is in 2014 een quick scan flora en fauna uitgevoerd van het gebied. Hierin is geconcludeerd dat in een te kappen windsingel aan de Laakweg vaste verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels niet zijn uit te sluiten. Verder kunnen beschermde vissoorten voorkomen in de wateren die betrokken zijn bij het project. Op grond hiervan is in een aanvullend onderzoek gestart. Hieronder zijn resultaten van het aanvullende onderzoek beschreven. 2. Projectgebied Het projectgebied is gelegen in het buitengebied tussen Nootdorp en Pijnacker en bestaat uit vier deelgebieden, te weten: Cluster I kade Rietmolen Cluster II manegebos Cluster III manegeweide Wandelbos Laakweg In onderstaande figuur is de ligging van de deelgebieden weergegeven. Buitengebied tussen Nootdorp en Pijnacker met projectgrens deelgebieden.
3. Invulling voorjaarsonderzoek In het voorjaar is het gebied aanvullend bezocht voor rugstreeppad (gehele gebied), vleermuizen (windsingel) en vaste nestplaatsen (windsingel). In onderstaande tabel zijn de details van de bezoeken weergegeven. Datum Soort Deelgebied Periode Tijd Temp. Wind Weertype 15-04- rugstreeppad Alle avond 21:15-14 > 10º 1 Bft Onbewolkt deelgebieden 23:15 C 24-04- Broedvogels Wandelbos dag Ochtend 16º C 1 Bft Onbewolkt 06-06- Vleermuizen Broedvogels Rugstreeppad Wandelbos avond 21:45-23:45 15º C 2 Bft Onbewolkt 27-06- 28-08- 11-09- 11-09- 24-09- Vleermuizen Broedvogels Rugstreeppad Paarverblijven vleermuizen Paarverblijven vleermuizen Wandelbos avond 21:50-23:50 18º C 1 Bft Onbewolkt Wandelbos avond 22:00-24:00 16º C 0 Bft Onbewolkt Wandelbos avond 21:05-16º C 0 Bft Onbewolkt 23:05 Alle dag - 19º C 3 Bft Onbewolkt deelgebieden Alle dag - 15º C 2 Bft Wisselend deelgebieden bewolkt Voor rugstreeppad is het terrein met name op 15 april bezocht op basis van een sterke toename in de landelijke meldingen van activiteit, maar ook op de latere bezoekdata is op deze soort gelet. Voor vaste nestplaatsen is de windsingel aan de Laakweg rond de bladontluiking bezocht om nog goed zicht op nesten te hebben. Tijdens de latere bezoekdata is ook aandacht besteed aan de gevonden nesten. Voor vleermuizen is het terrein in het voorjaar bezocht van enige tijd voor zonsondergang tot twee uur daarna. De focus van het onderzoek lag in deze periode op kraamkolonies van vleermuizen. In het najaar lag de nadruk op baltsplaatsen en paarverblijven van vleermuizen. Deze bezoeken begonnen minimaal een uur na zonsondergang. Het onderzoek is uitgevoerd door de heer M. Bleijerveld. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van twee bat detectors, namelijk een Petterson D240x en een Elekon Batlogger M. Het laatste apparaat maakt van alle geluidswaarnemingen een hoogwaardige opname voor een geluidsanalyse met het programma Batscope. Verder is een kijker gebruikt. 4. Resultaten voorjaarsonderzoek Rugstreeppad Van deze soort zijn op geen van de bezoekdata waarnemingen gedaan. Er is geconcludeerd dat de soort niet aanwezig is. Vaste nestplaatsen Er zijn in april twee grotere nesten in de singel gevonden die beiden van oorsprong vermoedelijk aan kraai zijn toe te schrijven. Op basis van gedrag waren de nesten in gebruik bij kraai en houtduif. Beide soorten beschikken niet over vaste nestplaatsen. Het onderzoek is afgerond. Er is geconcludeerd dat in de singel geen vaste nestplaatsen van broedvogels aanwezig zijn. Vleermuizen Voorjaar Er zijn twee soorten vleermuizen vastgesteld, namelijk rosse vleermuis en gewone dwergvleermuis. Beide soorten zijn op beide bezoekdata waargenomen. In alle gevallen ging het om langsvliegende en foeragerende individuen. Beide soorten arriveerden betrekkelijk lang na zonsondergang. Dit wijst op verblijfplaatsen elders in de omgeving. Op 27 juni kwamen de rosse vleermuizen zichtbaar aanvliegen bosgebied ten zuidoosten van de singel. Er zijn ook geen aanwijzingen gevonden voor verblijfplaatsen in de singel. Het onderzoek is deels afgerond. Er is geconcludeerd dat er geen kraamverblijven in de singel aanwezig zijn.
Najaar Er zijn twee soorten vleermuizen vastgesteld, te weten gewone en ruige dwergvleermuis. Beide soorten waren regelmatig foeragerend waar te nemen rond de bomen. De aantallen waren beperkt. Ruige dwergvleermuis had de hoogste presentie van de twee soorten. Van deze soort was op beide data een baltsplaats in gebruik. De plaats bevond zich met name in de eerste boom aan de rechterkant bij de entree van het terrein. Af en toe werden ook bomen bij de entree gebruikt. Er zijn in het voorjaar en het najaar geen aanwijzingen voor winterverblijven gevonden. In de bomen rond de entree komen geen holtes voor. Windsingel in deelgebied Wandelbos met locatie baltsplaats ruige dwergvleermuis. W andelbos In de grote watergangen zijn de beschermde vissoorten kleine modderkruiper en bittervoorn gevangen. In de watergang aan de noordzijde van de Laakweg is alleen kleine modderkruiper gevangen, maar in met name het oostelijke deel is het voorkomen van bittervoorn aannemelijk. In de kleine perceelsloten zijn de genoemde beschermde soorten niet aangetroffen. In geval van sloten met een open verbinding met de grote watergangen zijn beide soorten ook wel in het mondingsgebied gevangen. De sloten zelf waren echter meestal te klein, te ondiep of te dichtgegroeid. In sommige gevallen was de waterkwaliteit slecht. In de kleine perceelsloten zijn vrijwel alleen stekelbaarzen gevangen of vis was in het geheel afwezig. Deelgebied Wandelbos met resultaten visbemonstering.
Cluster I kade Rietmolen In de grote wetering zijn kleine modderkruiper en bittervoorn aangetroffen. De kleine perceelslootjes zijn ongeschikt voor beschermde vissoorten voornamelijk door een te laag waterpeil. In alle grotere wateren die grenzen aan het deelgebied zijn de genoemde beschermde soorten te verwachten. Deelgebied Cluster I met resultaten visbemonstering. Cluster II manegebos De sloten in dit deelgebied waren beter ontwikkeld dan die van de andere deelgebieden. In alle onderzochte wateren kwamen bittervoorn en kleine modderkruiper voor. Verder zijn baars en riviergrondel opvallend vaak gevangen. In alle grotere wateren die grenzen aan het deelgebied zijn de genoemde beschermde soorten te verwachten. Deelgebied Cluster II met resultaten visbemonstering. Cluster III manegeweide De perceelsloten in het gebied zijn ongeschikt voor beschermde vissoorten als gevolg van de geringe afmetingen, het lage waterpeil of een slechte waterkwaliteit. De enige grotere sloot aan de westzijde leek geschikt voor vissen in het algemeen, maar hier is nagenoeg geen vis gevangen. Vermoedelijk
is de sloot in de bepaalde perioden van het jaar niet of nauwelijks watervoerend. Beschermde soorten waren afwezig. Deelgebied Cluster III met resultaten visbemonstering.
5. Conclusies In het projectgebied zijn drie beschermde soorten gevonden die zelf of waarvan het leefgebied schade kan ondervinden door het project. Het gaat om de volgende soorten: Soort Status Locatie Ruige dwergvleermuis Tabel 3 FF-wet + Bijlage IV HR Windsingel Laakweg Kleine modderkruiper Tabel 2 FF-wet Alle deelgebieden, behalve cluster III Bittervoorn Tabel 3 FF-wet Alle deelgebieden, behalve cluster III Ruige dwergvleermuis De baltsplaats van de ruige dwergvleermuis verdwijnt door het kappen van de bomen. In de directe omgeving zijn geen alternatieve baltsplaatsen voorhanden. Dergelijke plaatsen zijn wel langs de Laakweg aan de zuidzijde aanwezig. Tijdens het vleermuisonderzoek zijn hier wel ruige dwergvleermuizen waargenomen, maar geen baltsplaatsen. Het belang van één baltsplaats is gering en het verdwijnen ervan is niet van invloed op de gunstige staat van instandhouding. Op termijn wordt het terrein geschikter voor vleermuizen en zullen weer baltsplaatsen beschikbaar komen, omdat hier een bos wordt aangelegd. Strikt genomen moet voor het kappen van een baltsplaats een ontheffing in het kader van de FF-wet worden aangevraagd. Voor zover te beoordelen was, komen de beschermde vissoorten alleen voor in wateren die buiten de ingrepen vallen of in wateren die worden uitgebreid. Er is dus geen sprake van habitatverlies, maar van uitbreiding. De uitvoering vindt buiten het voortplantingsseizoen plaats en de kans is gering dat vissen schade ondervinden, omdat vanaf de kant wordt gewerkt. Wanneer de grotere watergangen of stukken daarvan (tijdelijk) worden drooggezet, dan dient rekening te worden gehouden met schade aan beschermde vissoorten. In dat geval dient er te worden gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode of een ecologisch werkprotocol. Zorgplicht Ook in sloten waar geen beschermde soorten zijn gevangen komt leven voor. De zorgplicht vereist dat de weerslag op flora en fauna zo klein mogelijk gehouden moet worden. Daarom dient bij het dempen van perceelslootje zo gewerkt te worden dat er een ontsnappingsmogelijkheid is naar open water.