De muntslag van de stad Roermond,

Vergelijkbare documenten
EEN ONBESCHREVEN DUBBELE MIJT VAN KAREL V 1

DE MUNTKLAPPER EUROPEES GENOOTSCHAP VOOR MUNT- EN PENNINGKUNDE vzw Koninklijke Vereniging

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

MERKWAARDIGE MUNTEN. Ongekroonde buste van Justus Maximiliaan van Bronckhorst,

INVENTARIS VAN PIEDFORTS VAN DE SPAANSE NEDERLANDEN: Een oproep tot medewerking en melding van exemplaren.

EEN VROEG-17 de -EEUWSE MUNTSCHAT UIT MIDDEN-LIMBURG

Hendrik I van Brabant: Leuven, ca Keulen, 5 september 1235

EEI\I EIGENAARDIG MUNTJE UIT HET

De wapenschilden van Cuijk en Grave

AANVULLINGEN en ERRATA BOEK ADDITIONS and ERRATA LIVRE/BOOK

Karel de Stoute: Dijon, 10 november 1433 Nancy, 5 januari 1477

BIJKOMENDE BEMERKINGEN BETREFFENDE DE ERKENTELIJKHEIDSMEDAILLE VAN DE VEREENIGING TER BESCHERMING DER ZWARTE KINDSHEID IN BELGISCH-CONGO

Munten van de Spaanse Nederlanden in de Archer M. Huntington collectie, ex. Hispanic Society of America, onder de hamer

JAARBOEK VOOR MUNT- EN PENNINGKUNDE AMSTERDAM 1958

AANVULLINGEN en ERRATA BOEK ADDITIONS and ERRATA LIVRE/BOOK

AANVULLINGEN en ERRATA BOEK ADDITIONS and ERRATA LIVRE/BOOK

Opdrachtenblad leerlingen

Participeren inv. nr. 1

Verzoek tot aantekening in het gezagsregister van een gezagsvoorziening na overlijden over een minderjarig kind

Presentatie inventaris archief kathedraal kapittel

Catalogus van de munten van de Oostenrijkse Nederlanden

EN TOCH NOG Marcel Nuijttens

Deze Portugese gouden munt was vanaf 1785 een belangrijke handelsmunt op Curaçao. Bij introductie was de munt 90 realen waard.

JAARBOEK VAN HET ሧ EUROPEES GENOOTSCHAP VOOR MUNT- EN PENNINGKUNDE

Landschaps alumnen. Scholieren en Franeker studenten. Transcriptie van giften en pensiën gedaan door Gedeputeerde Staten van Friesland

Het archief van Hieronymus II Verdussen / K Van Honacker.

BOSELIE P.H.M. Inventaris van het familiearchief Scheres-d'Olne te Baarlo, 1300-c.1880; Maastricht, Afgekort; Scheres

Inventaris van de collectie Kopieën Leenregisters Huis Twickel

CASCADE bulletin voor tuinhistorie

De gulden is lang niet zo oer-hollands als je denkt FTM

Verzoek tot het gezamenlijk uitoefenen van het gezag over een minderjarige

Nummer archiefinventaris:

DE LATE MIDDELEEUWEN ( )

Nieuw formulier aanvragen gezamenlijk gezag per september 2012

DE ACADEMIA BELGICA

Op is ingekomen ter griffie van de rechtbank te dit verzoek, ingediend door Verzoeker I. Verzoeker II

NT00064_152. Nadere Toegang op inv. nr 152. uit het archief van de. Dorpsgerechten, (64) H.J. Postema

Feestduiten uit de munt van Gelderland?

Hoe men eertijds placht te leven met de oude notarieele archieven,

De muntvondst De Mortel (Gemert) 2015, verborgen begin twaalfde eeuw. Een vroeg bewijs van gemengde circulatie

Machinestempels als verzamelgebied (4) Jos M.A.G. Stroom.

Reinoud III van Gelre: 13 mei december 1371

Inventaris van het archief. van het Gerechtsbestuur. Nederlangbroek, (1553, z.j.)

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

HET ZEGEL VAN DE SCHEPENBANK VAN BOORSEM

Onderstaand overzicht behoort tot het project Waddenarchieven, dat wordt gefaciliteerd door de Waddenacademie (

IH'YIÏTIEIS van het ARCHIEF. van het ARCIEF. FAMILIE (HQEaGVSLD, te V/oerden. door. C.L.J. de Kaper

Archief van de. Vereniging. Van der Lek de Clerq kleuterschool. te Stavenisse

Daniel Stalpaert ( ) stadsarchitect van

REKENMUNT EN KLINKENDE MUNT IN DE ZUIDELIJKE NEDERLANDEN

OVER WAPENBORDEN EN WAPENS OP HET VROEGERE ORGEL IN DE CUNERAKERK

SNS rechtsvoorgangers

Maria van Bourgondië: Brussel, 13 februari 1457 Wijnendale, 27 maart 1482

Karel VI van Frankrijk: Parijs, 3 december 1368 aldaar, 21 oktober 1422

Nummer Toegang: A13. Maurits, prins van Oranje, graaf van Nassau- Breda ( )

Traject/station Wat Verbetering

Het Overkwartier van Gelre

Het zegel, het wapen en de vlag van het Schoutambt van Ede resp. van de gemeente Ede

De oudste generaties Stoel in Dordrecht

Toiletreclame Regionale Tarieven Indoormedia

thema 1 Nederland en het water topografie

Familienamen in het kerspel Elst Over-Betuwe 17e en 18e eeuw

Inventaris van het archief van de Koninklijke Landmacht: Pensioenregisters van Militairen en Burgerpersoneel, (1945)

Willem II van Holland:?, februari Hoogwoud, 28 januari 1256


Karel van Gelre of Karel van Egmond: Grave, 9 november 1467 Arnhem, 30 juni 1538

REVUE BELGE NUMISMATIQUE PUBLIÉE SOUS LES AUSPICES DE LA SOCIÉTÉ ROYALE DE NUMISMATIQUE

Woningen Provincie/Gemeenten Marktgegevens en prognoses Prijzen en transacties. Prijs per m² GBO in mediaan 2017

JAARBOEK VOOR MUNT- EN PENNINGKUNDE KON. NED. GENOOTSCHAP VOOR MUNT- EN PENNINGKUNDE AMSTERDAM

Lodewijk XIII van Frankrijk: Fontainebleau, 27 september Saint-Germain-en-Laye, 14 mei 1643

Gerechtsbestuur Dwarsdijk of Nijendijk, 1701-

Inventaris van de registers van Nummerbewijzen (Kentekens), uitgegeven door de Provincie Zuid- Holland,

ZElDZAME OF NOG NIET GEPL.UBlICEERDE

Inventaris van de Burgerlijke Stand der gemeente Rotterdam / Hoek van Holland: registers van huwelijksakten (dubbelen),

Rapport. Verslag van Rapport over een klacht over de SVB te Amstelveen. Datum: 22 januari Rapportnummer: 2013/007

REVUE BELGE NUMISMATIQUE PUBLIÉE SOUS LES AUSPICES DE LA SOCIÉTÉ ROYALE DE NUMISMATIQUE

Beschrijving van de grafzerken in de Adriaen Janszkerk in 1922

Inventaris van het archief van Tehuis Offem te Noordwijk aan Zee

Gerechtsbestuur Darthuizen (56)

Rechtbank Gelderland afdeling Bestuursrecht locatie Arnhem Postbus EM Arnhem. Doesburg, 11 mei 2015

Filips I van Castilië, ook wel Philips de Schone

Inventaris van het archief van de Koninklijke Landmacht: 2e Groot Militair Commando: Geheim archief,

Middeleeuwse namen van huizen aan de markt van Ekeren.

Nummer Toegang: A15. Willem II, prins van Oranje, graaf van Nassau- Breda ( )

Transcriptie:

JOS BENDERS, WILLEM VAN DEN NIEUWENHOF, THEO NISSEN EN RONALD WIENTJES Van der Chijs schreef in 1853 dat de stad Roermond in 1486 toestemming kreeg om halve stuivers te munten (Van der Chijs, 1853: 84). Deze informatie was hem toegespeeld door notaris Charles Guillon (1811-1873). Guillon was een verwoed verzamelaar van oudheden, en tevens amateurhistoricus en politicus. Deze combinatie maakte dat hij een goede toegang had tot het Roermondse gemeentearchief. In dit archief was Guillon een inventaris tegen gekomen, die in 1715-1716 was opgesteld door de schepen Kroonenbroeck. 1 Hierin wordt een muntprivilege uit 1486 als volgt omschreven: Octroij van te moegen múnte slaen van eenen halve stuvers anno 1486. Deze vermelding is erg summier. Nadere informatie is echter niet beschikbaar aangezien de originele bron verloren lijkt te zijn gegaan. Meer dan 100 jaar na Van der Chijs publicatie verscheen een overzichtsartikel van De Meyer over de Roermondse stedelijke muntslag. In al die tijd was er blijkbaar niets nieuws te melden: ook De Meyer kende de betreffende halve stuiver niet (De Meyer, 1960: 24). Het bleef ongewis of het verleende recht wel was gebruikt. Inmiddels zijn enkele schriftelijke bronnen beschikbaar gekomen die licht werpen op deze materie. De eerste bron is door Van Gelder gepubliceerd. In een Bourgondische valuatie van 20 april 1487 wordt het volgende vermeld: Item alle grootkens metten arene inden schilt ghemaect te Niemeghen, te Rurmunt, die metter M ende oec die ghene die te Franck in Vrieslant ghemaect zijn ende voert die te Ludick, tutrecht ende Deve(nter), midsghaders alle dandere silvere penninghen die hier vore nyet vercleert, en zijn verboden ende gheacht voer buillon (Van Gelder, 1995: 43). Uit het woord ghemaect en het feit dat de grootkens (een halve stuiver is een groot) voor biljoen verklaard werden, mag worden geconcludeerd dat er in Roermond inderdaad halve stuivers zijn gemunt. Met Franck is overigens 1 Deze inventaris bevindt zich nu in Maastricht, Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL), Familiearchief Geradts (16.1172), inv. 182, en het Octroij staat vermeld op p. 7 (met dank aan Gerard Venner (RHCL) die ons op het originele document wees). Een afschrift van dit Kroonenbroeck Register nr DD bevindt zich in het Gemeentearchief Roermond, Archief en collectie handschriften van Charles Guillon (toegang 6002), inv. 29. 52 Jaarboek voor Munt- en Penningkunde 101, 2014: 52-57.

Franeker bedoeld, waar onder meer in 1485 en 1487 ook halve stuivers zijn gemunt (Puister, 1981: nrs. 3.004a, 3.004c en 3.005). Opmerkelijk is het verbod overigens wel: Roermond was, net als de rest van het hertogdom Gelre, in 1487 in Bourgondische handen. Dezelfde autoriteit die de aanmunting van de halve stuivers in 1486 toestond, verbood hun circulatie al kort daarna. De reden zal wel zijn geweest dat de munten onder de maat waren. Deze geschiedenis zou zich overigens in Roermond herhalen. Ook ten tijde van de aartshertogen Albert en Isabella, namelijk in 1609, was er een conflict tussen de stad en het centrale gezag over de kwaliteit van de geproduceerde munten. Ook toen verhinderde dit niet dat de stad liet doormunten, althans in eerste instantie (De Meyer, 1960: 36-37). Het verbod van 1487 heeft blijkbaar niet geleid tot stopzetting van de muntslag. Op 17 april 1488 wordt blijkbaar een muntmeester vermeld. Op die dag verklaren twee personen dat zij borg zouden staan voor Gerairt van Peelt den montmeister. De borgstelling betrof Van Peelts muntmeesterschap: de borgen zouden 300 Rijnse guldens betalen als Gerairt vellich wurde in den monten nar uitwijsinge der cedulen daerop gemaickt. 2 Helaas is de genoemde cedule verloren gegaan. Deze gang van zaken kan betekenen dat Van Peelt niet de eerste Roermondse muntmeester was, dan wel dat hij in 1488 een nieuwe commissie kreeg. Immers, borgstellingen zijn te verwachten aan het begin van een contract. De borgstelling was blijkbaar nodig omdat ermee rekening werd gehouden dat Van Peelt vellich zou worden, dat wil zeggen: in gebreke blijven dan wel in het ongelijk worden gesteld in een rechtszaak. Van Peelt kon dan een straf verwachten. Helaas staat de reden voor de mogelijke straf niet gespecificeerd. Het ligt bij muntmeesters voor de hand in eerste instantie te denken aan het niet geheel naleven van de muntinstructie. In dit geval lijkt een andere mogelijkheid meer plausibel: de munten waren op 20 april 1487 door de centrale Bourgondische overheid voor biljoen verklaard, maar de borgstelling van 17 april 1488 wijst erop dat Van Peelt van plan was door te gaan met munten. Ongetwijfeld is dat met de stilzwijgende of zelfs expliciete toestemming van de stad gebeurd. Maar dat zal niet hebben betekend dat de muntmeester ervan uit kon gaan dat hij niet zou worden vervolgd. Als deze borgstelling was bedoeld voor de productie van halve stuivers, dan werd met een aanzienlijke productie rekening gehouden. De zojuist genoemde valuatie van 20 april 1487 stelde de Rijnse gulden immers op 31 stuivers. Als de Roermondse halve stuiver daadwerkelijk een halve stuiver waard zou zijn geweest, zou de borgsom van 300 Rijnse guldens equivalent zijn aan 18600 halve stuivers. Uit de tekst van de borgstelling [ Sij alsdan alse burgen 2 Roermond, Gemeentearchief Roermond, Hoofdgerecht, inv. 310, f29v; met dank aan Jeroen Benders (Rijksuniversiteit Groningen) voor hulp bij de transcriptie. 53

staen sullen te betalen die pene van 300 Rijnsgulden] valt overigens niet met zekerheid op te maken of de borgsom per persoon dan wel in totaal zou moeten worden betaald. Het laatste lijkt het geval. Mocht de totale borgstelling toch 600 Rijnse guldens bedragen, dan gaat het om 37200 halve stuivers van Roermond. De wetenschap dat de productie van een behoorlijke omvang was of de verwachting dat zij die zou krijgen was waarschijnlijk ingegeven door ervaringen uit de periode van voor de borgstelling. Overigens is ene Gherit van Peelt bekend als muntmeester van Jan III van Arkel, heer van Heukelom (gestorven 1465). Volgens een schepenoorkonde van 6 november 1452 kreeg hij toestemming om munten te slaan met Van Arkels naam, helm en wapen (Van Schilfgaarde, 1949, inv. 6464, regest 1366; zie bijlage). Het ligt voor de hand dat het hier gaat om een verwant. Medio 1505 wordt Gerard van Peelt immers nog genoemd als muntmeester te Roermond. 3 Als het om dezelfde persoon zou gaan als de Arkelse muntmeester, heeft Van Peelt een voor die tijd gezegende leeftijd bereikt. Stel dat hij twintig was toen hij in Heukelom begon, dan was hij 73 in 1505. Dat is weliswaar mogelijk, maar een verwant lijkt gezien de lange periode waarschijnlijker. Verder wordt de Roermondse halve stuiver, samen met de Nijmeegse en een Wyckse, genoemd in een valuatie van 6 februari 1489. Deze werd uitgevaardigd door de vier Gelderse hoofdsteden, waaronder de stad Roermond zelf. 4 De Wyckse zijn geslagen in Wijk-bij-Duurstede, destijds een muntplaats van de Utrechtse bisschop David van Bourgondië (1456-1496). Diens emissie van 1487 bevat een halve stuiver, net als die van 1488 (Van Gelder, 1971-1972: nrs. 20 en 23). Deze valuatie wijst erop dat de Roermondse munten, ondanks het Bourgondische verbod van 1487, nog steeds circuleerden. Mogelijk houdt een brief, gedateerd 5 juni 1487, van de stad Keulen aan de stad Roermond ook verband met de muntslag in Roermond. Keulen antwoordt aan Roermond dat, ook na navraag, niets bekend is over tol die verschuldigd zou zijn voor vermunt geld (Kuske, 1917: 1057). GH 166? Omdat in Roermond vrij veel halve stuivers lijken te zijn gemaakt, zijn er waarschijnlijk ook exemplaren bewaard gebleven. Toch is geen munt uit deze periode bekend die Roermond als muntplaats vermeldt. 3 Gelders Archief, Archief van de graven en hertogen van Gelre, graven van Zutphen, inv. 15, f. 14v/96v-15r/97r. 4 Zutphen, Stads- en streekarchief Zutphen, Oud Archief Zutphen, inv. 1815, nr. 22, f. 3. 54

De hiervoor vermelde passage van 20 april 1487 maakt helaas niet duidelijk hoe de Roermondse munten eruit zien. Men kan lezen dat de Roermondse groten net als de Nijmeegse (Passon, 1980: nr. 8) een arend in het schild hebben. In dezelfde zin worden echter veel andere groten genoemd met een geheel verschillend uiterlijk. De Roermondse munt kan dus ook van een geheel ander type zijn. Een goede kandidaat is de groot Van Gelder/Hoc 166. Van Gelder en Hoc namen dit type op onder de monnaies indéterminées (1960: 74). Deze groot heeft een grote versierde M op de voorzijde, en als omschrift MAXI- MILIANVS ET PHS. De namen van Maximiliaan (van Oostenrijk) en zijn zoon Filips (de Schone) komen ook samen voor op munten van de derde en vierde emissie van Filips de Schone, uit respectievelijk de perioden 1487-1488 en 1488-1489. Op basis daarvan mag de groot GH 166 ook in de periode 1487-1489 worden gedateerd. Dat is weliswaar later dan 1486, het jaar waarin Roermond het recht kreeg om halve stuivers te munten, maar komt wel overeen met het grootste deel van de periode waarin te Roermond werd gemunt. De zinsnede te Rurmunt, die metter M uit de valuatie van 20 april 1487 moet dan mogelijk gelezen worden als de Roermondse groten met een M. Bovendien lijken de bekende exemplaren van GH 166 van bedenkelijke kwaliteit, wat een verbod van de Bourgondische autoriteiten zou verklaren. Een tegenargument is dat de namen van Maximiliaan en Filips, althans op landsheerlijke munten, pas samen worden gebruikt vanaf 20 april 1487, de datum waarop de derde emissie werd afgekondigd. Roermond, Filips de Schone minderjarig, groot, GH 166a (125%) Overigens uitte Van der Chijs al in 1852 het vermoeden dat dit type (om precies te zijn de latere variant GH 166c) waarschijnlijk te Roermond geslagen is (1852: 99), overigens zonder dat hij zijn vermoeden beargumenteerde. Later schreef Deschamps de Pas (1875-1878: 424-425) deze groot en de inmiddels teruggevonden halve groot van dit type (GH 167) toe aan Vlaanderen, maar ook hij gaf geen argumenten. 55

Tenslotte is relevant te vermelden dat van deze serie ook de kwart groot (Pelsdonk, 2005: 87-88) bekend zijn. Als de serie inderdaad Roermonds is, hield het muntprivilege vermoedelijk ook in dat lagere denominaties dan de halve stuiver mochten worden geslagen. Voor de Roermondse muntprivileges van 1472 en 1492 gold dit in ieder geval wel: in 1472 was sprake van maximaal een kwart Keulse witpenning ind voirt daer onder off beneden, in 1492 van een oude braspenning ind daer onder kleinere waarden (Van der Chijs, 1853: 83 en 85). Besluit De vermeldingen van de halve stuiver in valuaties uit 1487 en 1489 bewijzen dat de stad Roermond de in 1486 verleende toestemming om halve stuivers te slaan ook inderdaad heeft gebruikt. De muntslag is uiterlijk in 1487 gestart, misschien al in 1486. In 1488 werd in ieder geval nog gemunt, mogelijk ook nog daarna. Bovendien is een muntmeester bekend: Gerard van Peelt. Hoewel het type van de Roermondse groot niet met 100 procent zekerheid is vast te stellen, durven we gezien bovenstaande bewijzen én omdat een goed alternatief ontbreekt, de groot GH 166 en bijbehorende deelstukken wel aan Roermond toe te schrijven. Referenties Chijs, P.O. van der (1852) De munten der graven en hertogen van Gelderland (Haarlem). Chijs, P.O. van der (1853) De munten der heeren en steden van Gelderland (Haarlem). Deschamps de Pas, L. (1875-1878) Essai sur l histoire monétaire des comtes de Flandre de la maison de l Autriche (1482-1556) (Brussel). Gelder, H.E. van (1971-1972) De Utrechtse munten ten tijde van bisschop David van Bourgondië JMP 58/59, 10-50. Gelder, H.E. van (1995) Nederlandse munttarieven 1474-1499 JMP 82, 31-76. Gelder, H.E. van & Hoc, M. (1960) Les monnaies des Pays-Bas Bourguignons et Espagnols (Amsterdam). Kuske, B. (1917) Quellen zur Geschichte des Kölner Handels und Verkehrs im Mittelalter; Zweiter Band 1450-1500 (Bonn). Meyer, N.J.E. de (1960) Le monnayage communal de Ruremonde JMP 47, 19-58. Passon, T. (1980) De stedelijke munt van Nijmegen (Nijmegen). Pelsdonk, J. (2005) Een onbekende Bourgondische munt DB 29, 87-88. Puister, A.T. (1981) Friese stedelijke munten JMP 68, 27-46. Schilfgaarde, A.P. van (1949) Het archief van de heeren en graven van Culemborg (Den Haag). 56

Bijlagen 6 november 1452 (In dorso:) 20 L O 4 Munter tot Heukelom 1452 Hillebrand(?) zoon Schepenen van Heuckelom getuigen dat/ Jan van Arkel van Heukelom verlof gaf om/ geld te munten met zijn naam, helm en wapen/ Wy Jacop lodderpaep ende Claes van gaudriaen Scepene In hokelem Orkonden dat voir ons quam Johan van/arkell here tot hokelem onse lieue Jonchere, ende heeft gegonnen ende gegheuen Gherit van peelt te můnten/gelt met sijn naem helme ende wapenen ende anders gheen gelt opten ketel te werken ende te slaen Ende/Dyt gheschiede Int Jaere ons heren dusent vier hondert twe ende vijftich op sinte willebroirden auont (Arnhem, Gelders Archief, Archief van de heren en graven van Culemborg (0370), inv. 6464, regest nr. 1366) 17 april 1488 Geldoff, Derick Hillen, quod Herbert van der Poll ind Henrick van Meer et promiserunt (?)/alse burgen voir Gerairt van Peelt den montmeister, offt saick were dat Gerairt vellich wurde in den monten nar uitwijsinge der cedulen daerop/gemaickt, dat sij alsdan alse burgen staen sullen te betalen die pene van III C /rijnsgulden secundum tenorem eiusdem cedule. Datum feria quinta post Quasi modo geniti/ (Roermond, Gemeentearchief Roermond, Hoofdgerecht, inv. 310, f. 29v) 57