Spreektekst Leraar register voorzitter, Vandaag is het de dag van de leraar, En iedereen die naar school is geweest weet uit zijn eigen ervaring hoe de leraar het verschil kan maken. Maar ook langjarig onderzoek, bijvoorbeeld van John Hattie 1, bewijst dit. Zonder goede leraar geen goed onderwijs. Voorzitter, Dat is ook het uitgangspunt van de wet die we vandaag bespreken. Want de essentie van onderwijs is dat het onze kinderen voorbereidt op de wereld waarin ze straks terechtkomen. Ons onderwijs moet hen leren wat ze in die wereld nodig hebben om een mooi leven te leiden. En dat verandert voortdurend. Dat vergt van leraren echt vakmanschap en de drive om zich voortdurend te blijven ontwikkelen. Helaas is dit nog te vaak niet het geval. De leraar is niet altijd de professional die we graag zouden willen zien. Want voorzitter, professionals, zoals advocaten en artsen, kenmerken zich door een sterke beroepsgroep. Een club waar men niet alleen lid van móet zijn, maar waar men ook lid van wíl zijn: waar je met elkaar werkt aan de kwaliteit van jouw vak en de deskundigheid van diegenen die het vak uitoefenen. Er zijn generieke eisen om toe te treden tot die beroepsgroep en er zijn afspraken hoe, via na- en bijscholing, de registratie behouden kan blijven. Professionals in de financieel dienstverlening moeten zelfs periodiek opnieuw examen doen om te bewijzen dat zij hun vak nog steeds onder de knie hebben. Deze professionals worden hierdoor niet alleen zelf in hun eigen beroepsuitoefening beter, ze kunnen daardoor ook rekenen op meer vertrouwen van de samenleving en maatschappelijk aanzien. Zo kan het ooit zijn, maar zo is het nog niet. Het vak van leraren kent zo n sterke beroepsgroep, waarbinnen leraren elkaar stimuleren en helpen om zo goed mogelijk te zijn, niet. Een leraar haalt zijn bevoegdheid met het diploma van de 1 Hattie, J.A. (2008 & 2011) visible learning. (leren zichtbaar maken) 1
lerarenopleiding en kan vervolgens tot aan zijn pensioen les geven zonder zich op enig moment te laten bijscholen. Voorzitter, dat kan gewoon niet. Wij willen dat docenten een stevige beroepsgroep gaan vormen, zich blijven ontwikkelen en naast vrijheid ook verantwoordelijkheid voor hun professionele handelen nemen. Zij werken tenslotte aan de toekomst van onze kinderen. Wij vertrouwen hen ons meest dierbare toe. Dat schept verwachtingen én verantwoordelijkheid. Natuurlijk is er niet niets gebeurd. Maar tot nu toe is er bij de professionalisering van docenten telkens voor gekozen om die verandering van onderaf te laten komen. Dit heeft wat ons betreft te weinig opgeleverd. Enerzijds is het huidige register van docenten is slechts vrijwillig en zijn er groepen docenten die hier niet aan mee willen doen en zich soms zelfs aan niemand willen verantwoorden. Zelfs niet aan elkaar of hun werkgever. Daar tegenover staan echter ook schoolbestuurders die vinden dat de ontwikkeling van het personeel een taak is van het management waar docenten zelf niets over te vertellen hebben en zelfs veel te weinig invulling aan de professionaliseringafspraken die zijn zelf in de polder hebben gemaakt. Dat is het andere uiterste. En daar schieten we net zo weinig mee op. Na vele jaren van discussie en vrijblijvende initiatieven, gaan we nu iets doen dat deze noodzakelijke ontwikkeling wel op gang gaat helpen. We spreken hier vandaag over de invoering van een publiekrechtelijk lerarenregister, dat als fundament voor de verdere professionalisering van de beroepsgroep van leraren gaat dienen. Het wetsvoorstel kan dan ook op de steun van de VVD rekenen. Wat ons betreft is een sterke beroepsgroep groep nodig, los van bonden en schoolbesturen (werkgevers), die de inhoudelijke professionalisering van docenten beet kan pakken en zowel bij docenten als werkgevers professionalisering kan afdwingen. Dit lerarenregister legt daar het fundament voor. Het lerarenregister moet van, voor en door de leraren worden. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering hiervan ligt bij de Onderwijscoöperatie, de organisatie die de beroepsgroep vertegenwoordigt. 2
De Raad van State zegt echter, terecht, dat die beroepsgroep nog moet groeien. Met name de vele docenten die niet bij één van de huidige organisaties van de Onderwijscoöperatie zijn aangesloten, moeten zich óók eigenaar van het register gaan voelen. Mede naar aanleiding van een motie van de VVD wordt het hoogste orgaan van het lerarenregister een deelnemersvergadering waarin 'one man, one vote' gaat gelden. Niet de bonden, noch het management gaan dus de eisen vaststellen. Dat is écht aan de beroepsgroep zelf. Mijn vraag is echter, voorzitter, hoe gaat de staatssecretaris beoordelen of de ongebonden leraren zich inderdaad eigenaar voelen van het register en ook verzekeren dat zij bij de verdere ontwikkeling van de beroepsgroep een stevige rol krijgen die bij hen hoort? En wat is het tijdstraject dat hij daarbij voor ogen heeft? En zou het niet goed zijn om op termijn ook te streven naar een bestuur en financiering van de Onderwijs coöperatie die los van bonden, werkgevers én overheid staat? Graag een reactie van de staatssecretaris. Wat de VVD betreft leggen we vandaag het raamwerk waarbinnen zich in het onderwijs ontwikkeld vast. Ondanks dat de invulling van het register de verantwoordelijkheid is van de beroepsgroep zelf, heb ik wel nog enkele vragen over de opzet hier van. Deelt de staatsecretaris de opvatting dat er nog onzekerheid bestaat over de verdere implementatie van het register en de ontwikkeling van de beroepsgroep? De staatssecretaris geeft aan dat de verdere routekaart hiervoor met de kamer gedeeld zal worden. Welke tussendoelen ziet de staatssecretaris in deze routekaart en op welke manier zal de kamer hier over geïnformeerd en bij betrokken worden? Graag zou ik willen kunnen beoordelen dat de verdere implementatie van dit wetsvoorstel ook voldoende evenwichtig is. Want evenwicht moet er zijn. Zoals gezegd: de kwaliteit van het onderwijs staat of valt met de kwaliteit van de docent. Maar dat betekent niet dat de context waarin de docent acteert, de school, helemaal buiten gesloten moet worden. Uiteindelijk functioneert bijvoorbeeld ook de dokter binnen de context van het ziekenhuis en zal deze zich rekenschap moeten geven 3
van het beleid dat door het ziekenhuis gevoerd wordt. De onderwijsraad heeft onlangs in haar advies over de professionele ruimte aangegeven dat niet alleen individuele ontwikkeling, maar vooral ook teamontwikkeling voor de kwaliteit van het onderwijs zeer belangrijk is. Wat de VVD betreft zouden we dan ook graag zien dat opleidingen die docenten in teamverband afspreken ook meetellen voor de herregistratie. Graag een reactie van de staatssecretaris. In dit wetsvoorstel wordt op een aantal manieren dit evenwicht tussen de leden van de beroepsgroep, de leraren, en de context waarbinnen zij opereren, de school, weergegeven. Zo moet er o.a. draagvlak gezocht worden bij de werkgevers voor de herregistratiecriteria. Onduidelijk is ons echter wat hiermee wordt bedoeld? Wat is de juridische betekenis van draagvlak in deze en hoe wordt geborgd dat dit voldoende is gebeurd bij het vaststellen van de herregistratiecriteria? En, hoe blijven de herregistratiecriteria proportioneel? Ik kan me voorstellen dat er verschil is in de beoordeling van wat proportioneel is tussen de docent en de school. Hoe gaan we daar dan mee om? In hoeverre is bijvoorbeeld het uitgangspunt dat de professionaliseringsuren zoals ze in de CAO zijn afgesproken ook voldoende zijn om te kunnen voldoen aan de herregistratiecriteria? Wat de VVD betreft komen de herregistratiecriteria niet bovenop de professionaliseringsafspraken die in CAO verband zijn gemaakt, maar vallen zij daar binnen. Graag een reactie van de staatssecretaris. Een ander element waarbij het evenwicht tussen docent en school gezocht wordt is het professioneel statuut. Dit is het document waarbij docenten en school samen afspraken maken over kwaliteitsontwikkeling. Op zich lijkt ons dit een mooi instrument, ook omdat het eigenlijk de interne kwalitatieve vertaalslag is van het schoolplan, dat bij het nieuwe inspectietoezicht een belangrijke rol gaat spelen. Maar hoe verhoudt zich het professioneel statuut uit het wetsvoorstel met het professionaliseringsplan dat momenteel door de MR moet worden goedgekeurd op elke school? In hoeverre zijn deze verschillend, hetzelfde of juist complementair? En geeft het professionele statuut dan inderdaad namens de school de kaders aan de bijscholing van docenten? Wat de VVD betreft is het belangrijk dat er afstemming 4
plaatsvindt tussen de individuele ontwikkeldoelen van de docent en de ontwikkeldoelen die de school in zijn geheel wil nastreven. Is het professioneel statuut inderdaad het instrument waarmee dit geborgd wordt, wil ik de staatssecretaris vragen. Daarnaast, mevrouw de voorzitter, zijn er ook nog vragen aan onze kant die meer kwalitatief van aard zijn: Bijvoorbeeld, wat zijn de gevolgen van het missen van herregistratie? Hoe betrekt de Inspectie de resultaten van de herregistratie/bijscholing bij het oordeel van de instelling? En kan een leraar die zijn herregistratie niet op orde heeft het kwaliteitsoordeel van de school in gevaar brengen? Ook op deze vragen hadden wij graag een antwoord van de staatssecretaris. En dan voorzitter, heb ik nog een aantal vragen over wie er wel en niet voor registratie in aanmerking komt: Zo zijn er ook mensen met een onderwijsbevoegdheid die, al dan niet tijdelijk, niet actief zijn in het onderwijs. Hoe kunnen zij aan hun herregistratie-eis voldoen? En hoe snel kan iemand die bevoegd is, maar zijn herregistratie niet heeft bijgehouden, weer voor de klas staan? Het zou tenslotte zonde zijn om hun voor het onderwijs te verliezen. Voorzitter, en dan nog één laatste vraag: In de CAO po is afgesproken dat er een bindingsovereenkomst komt waar docenten voor 1 uur per week een contract hebben om te kunnen invallen bij piekmomenten. Hoe verhoudt zich dit met de huidige minimumeis dat iemand 0,2FTE in het onderwijs moet werken om te kunnen registreren? Voorzitter, ondanks deze vragen over de praktische invulling van het lerarenregister, zijn wij ervan overtuigd dat het lerarenregister een stap in de goede richting is. Sterker nog, dit lerarenregister wordt het fundament onder de professionalisering van vak leraar. Het onderwijs staat of valt met de kwaliteit van de leraar en elke ouder in Nederland wil de beste leraar voor zijn of haar kinderen. Met het lerarenregister zorgen we ervoor dat het beroep van leraren niet alleen beschermd is, maar dat zij 5
vooral staan voor hun eigen kwaliteit. Kwaliteit waar niet alleen wij in Den Haag, maar vooral de leraren zelf trots op moeten zijn. En kwaliteit ook, die in het hele land steeds meer herkend en gewaardeerd zal worden. Met zowel onze kinderen als de leraren zelf als winnaars. 6