1 De Bijbel Open 2013 39 (05-10) Meneer, bent u al bekeerd? Dat vroeg iemand me eens zomaar midden op straat. Het ging zo snel, dat ik niet eens meteen een antwoord paraat had. Achteraf bekeken is het ook wel heel confronterend om iemand die je niet kent zomaar in het openbaar deze vraag te stellen. Daarnaast roept het ook de vraag op: wat voor voorstelling had de man die dit aan me vroeg van bekering? Is bekering iets dat plotseling in je leven gebeurt of is het meer een doorgaand proces? Belangrijk om er over na te denken. Dat doen we dan ook vanmorgen en we luisteren daarbij weer naar de HC, zondag 33, waar het over dit kernthema van het geloof gaat. De Catechismus gebruikt voor bekering het beeld van sterven en opstaan. Maar we luisteren niet alleen naar de HC. Dat zou in strijd zijn met wat de Catechismus bedoelt. We luisteren vooral naar de Bijbel die open gaat bij de tweede helft van Efeze 4, waarin het ook gaat over bekering. Dan wordt een ander beeld gebruikt, namelijk het verwisselen van vuile kleren voor schone. Laten we eens gaan zien wat dit gedeelte over de bekering voor ons eigen geloof betekent. Efeze, de plaats waarin de gemeente ligt, waaraan Paulus schrijft, bevindt zich aan de westkust van Turkije. Het is in de dagen van het NT een belangrijke havenplaats. Hier heeft Paulus het evangelie van de Here Jezus verkondigd. Zo is er een christelijke gemeente ontstaan. Niet alleen Paulus, maar ook Johannes heeft er later gewerkt als apostel. Aan deze gemeente schrijft Paulus onze brief. Hij doet dat vanuit de gevangenis, vermoedelijk in Rome. Hij zit daar gevangen om de naam van zijn Meester Jezus Christus. De brief bestaat uit twee delen. In het eerste deel bespreekt Paulus de inhoud van het christelijk geloof. En in het tweede deel geeft hij aanwijzingen voor de levenswandel van de gemeente. Zo is het ook in hoofdstuk 4, het gedeelte waarbij de Bijbel vanmorgen open ligt. Het gaat dan om de bekering, waar we de uitzending mee begonnen. De mensen die door het geloof bij Jezus behoren moeten leren hoe zij hun dagelijkse leven moeten invullen. Dat kan niet meer op de oude heidense manier. Dat moet, mag en kan op een heel nieuwe manier,
2 waarin zichtbaar wordt dat Jezus hun Heer is. Daarvoor gebruikt Paulus een sprekend beeld. Hij zegt: het is net als met het verwisselen van kleren. Je trekt je oude vuile kleren uit en je trekt nieuwe schone kleren aan. De vuile kleren noemt hij de oude mens en de nieuwe kleren de nieuwe mens. De oude mens, dat zijn de gelovigen in Efeze, zoals ze vroeger leefden. In de zonden van het heidendom, zonder God en zonder zijn gebod. De nieuwe mens, dat zijn zij ook, maar dan nadat zij door het geloof, door de overgave aan Christus, zijn eigendom zijn geworden. Er is een hemelsbreed verschil tussen het leven vroeger en het leven nu, tussen de oude en de nieuwe mens, zoals tussen vuile en schone kleren. Eerst zagen ze er uit als Adam na de zondeval, nu in Christus zijn ze als Christus Jezus, althans in beginsel, ze dragen weer het beeld van God, zoals Hij het heeft bedoeld toen Hij ons mensen schiep. Jezus is hun beeld van God. Op Hem gaan ze lijken. Dat alles heet bekering, omkering als een diepgaand proces van geestelijke vernieuwing. Die bekering is afgebeeld in hun doop, het symbool van algehele geestelijke vernieuwing. Het is een sprekend beeld, dat hier wordt gebruikt. Je ziet het zo voor je. Je hebt oude vuile kleren aan, zoals wanneer je midden in een modderpoel gevallen bent. Je ziet er niet uit en je stinkt nog ook. Zo ben je, zegt Paulus, in je zelf door de modder van de zonde. Zo was het in je heidense verleden. Je zat onder gemene vuile vlekken. Paulus noemt de vlekken op: losbandigheid, leugen, diefstal enz. Wat een belediging voor God die je eerst zulke mooie kleren had gegeven. Maar nu de bekering. Door het geloof in de Here Jezus verandert de H. Geest je. Je vuile kleren gaan uit en je mag nieuwe schone kleren aandoen. Het zijn kleren die de Here Jezus voor jou heeft gemaakt en heeft betaald. Ook daarvan is de doop een afbeelding. Je wordt anders in je werken, je spreken, je wordt vergevingsgezind enz. Ook dit somt Paulus allemaal op in Efeze 4. Wat je nu zo goed merkt is dat bekering nooit los staat van Christus. Het is de vernieuwing van je leven door de relatie met Hem. En wat je dan ook meteen merkt is dat bekering niet iets is wat maar één keer gebeurt, maar dat het vanuit je relatie met Jezus een levenslang proces is. Paulus zegt niet: jullie deden je vroeger één keer vuile kleren uit en de nieuwe aan, maar jullie moeten het nog steeds doen, elke dag.
3 Maar nu de HC., zondag 33. Die sluit hier naadloos bij aan. Het eerste is al dat de Cat. ons laat zien dat bekering maar geen zaak van de buitenkant alleen is, maar dat dat vooral iets van de binnenkant van je leven, iets van je hart is. De Cat. gebruikt weer een ander beeld voor bekering dan in Efeze 4. Hij zegt: Bekering is het afsterven van onze oude mens en het opstaan van onze nieuwe mens. In plaats van het verwisselen van kleren gaat het dus nu om sterven en opstaan. Diep ingrijpende woorden. Zo is het met je bekering. Bekering, omkering, geestelijke verandering is, dat onze oude mens moet sterven en dat onze nieuwe mens mag opstaan. Wat is onze oude mens? Dat zijn wij zelf, voor zover wij met de rug naar God toe staan. Voor zover we zonder God, godloos leven. Zelf de regie over ons leven in handen hebben. Wat is onze nieuwe mens? Dat zijn wij ook zelf, voor zover wij niet langer met de rug naar God toestaan, maar naar Hem toegekeerd zijn. Met Hem verbonden zijn, en vragen naar zijn wil. Als wij in de vakantie in Zuid Frankrijk zijn dan bloeien daar velden met zonnebloemen. Ze noemen die bloem daar tournesol, dat betekent: naar de zon toegekeerd. Inderdaad, zo is het met die zonnebloem. En zo is het ook met de bekering. De zon Jezus Christus schijnt in je leven en omdat Hij je beschijnt keert Hij je door zijn trekkende liefde naar Hem toe. Dat is allereerst een zaak van je hart. En vanuit je hart wordt het zichtbaar in ons gewone leven van elke dag. De Cat. legt in vraag en antwoord 89 verder uit, wat dat inhoudt. Allereerst het sterven van de oude mens, ons ik dat van God afgekeerd is. Afsterven noemt de Cat. dat. Daar zit de gedachte van een proces in. Geen plotseling sterven, maar een geleidelijk afsterven. De Cat. zegt: het is dat je berouw hebt, dat je God door je zonden hebt vertoornd en dat je de zonden hoe langer hoe meer haat en ook ontvlucht. Als je de Here Jezus liefhebt, haat je de zonde. Omdat je als je zondigt Gods liefde niet beantwoordt en Hem daardoor onteert en verdriet doet. Daarom ontvlucht je de zonde, want ja, als gelovige ben je nog niet van de zonde is. Al loop je zelf de zonde niet achterna, je wordt nog wel door de zonde achternagelopen. Daarom is de houding van Jozef in Egypte zo leerzaam, die in de strikken van overspel dreigde te vallen, maar het op een lopen zette. Rennen voor je leven, dat kan soms hard nodig zijn. We staan over het algemeen niet zo sterk in onze schoenen. Alleen in
4 Christus staan we vast. Daarin moeten we ons oefenen. Hoe meer verbonden met Christus, hoe sterker we staan en hoe meer op eigen benen, hoe zwakker we zijn. Dat is aan de ene kant iets, wat je zelf doet, maar tegelijk is het een werk van God. Anders kwam er niet veel van terecht. Bekering doet ook pijn, omdat het gepaard gaat met het verliezen van je eigen ik. En dan de andere helft van de bekering: de nieuwe mens die opstaat. Wat houdt dat in? De Cat., zegt: het is een hartelijke vreugde in God door Christus en een ernstig en liefdevol verlangen om naar de wil van God alle goede werken te verrichten. Dat is een hele zin. Wat mij vooral raakt is dat hier het woord vreugde wordt gebruikt. Vreugde in God door Jezus Christus. Jezus is je Redder, door Hem kom je thuis bij Vader en dat geeft je een vreugde die met geen andere vreugde te vergelijken valt. Zijn vaderhart, zijn vaderarmen. Dat is zo ongelooflijk kostbaar. En dat alles uit pure genade. Zou je er dan niet naar verlangen om Hem lief te hebben, omdat Hij jou eerst zo liefhad? En om Hem te dienen, als kind voor Hem te leven. Merkwaardig is dat bij bekering: je hebt verdriet om je zonden en tegelijk ben je blij in God. Dat kan dus samengaan, ja, want het zijn beide uitingen van liefde. Hier schuiven Efeze 4 en zondag 33 van de HC in elkaar. Het uitdoen van de oude vuile kleren is het afsterven van de oude mens. En het aandoen van de nieuwe schone kleren is het opstaan van de nieuwe mens. Wat nu heel duidelijk wordt is dat bekering niet los gedacht kan worden van Christus. Van het oude leven in de zonde raak je alleen maar los door het geloof in Christus. Het is zijn Geest die dat bewerkt. En het nieuwe leven als een verlangen om God lief te hebben en te dienen is alleen maar mogelijk door de relatie met Christus. Alleen als de rank verbonden is met de wijnstok draagt hij vrucht. Zo is het ook met ons. Hoe meer verbonden met Jezus Christus, hoe meer verlangen om Hem te dienen en ook om elkaar te dienen. Dat is het levenslange proces van bekering. Bent u al bekeerd, vroeg iemand me zomaar midden op straat. Misschien moeten we nu zeggen: aan de ene kant gelukkig wel. Ik ben bekeerd omdat ik door het geloof van Jezus ben. Maar aan de andere kant ben ik nog lang niet zo bekeerd als het zou moeten zijn. Ik moet nog
dagelijkse bekeerd worden van al die zondige begeerten die telkens weer de kop op steken. Maar er is de machtige belofte dat eenmaal onze oude mens helemaal gestorven is en onze nieuwe mens helemaal is opgestaan. De vuile kleren zijn dan helemaal weg en de nieuwe kleren zijn dan helemaal schoon, zonder vlek of rimpel. Wat zullen we dan in Christus mooi zijn, precies zoals God het heeft bedoeld. 5