Campus Vesta Opleiding Meetploegen Jef Van Tongerloo Juliaan De Bie jef.vantongerloo@geel.be juliaan.debie@brandweer.mechelen.be
Eigenschappen gevaarlijke stoffen Inleiding Natuurkundige basisprincipes Eenvoudige fasenleer
Dampspanning (dampdruk) Factoren die de verdamping beïnvloeden Temperatuur Ethanol Benzeen Di-ethylether Water -10 10 20 160 3 0 20 30 240 7 5 25 50 340 10 10 30 60 380 12 15 50 90 530 20 20 55 100 590 26 25 70 120 700 30 30 110 160 840 40 40 180 240 1200 70 50 300 370 1700 120 60 460 500 2300 200 70 700 720 3000 300 80 1100 1000 4000 470 90 1600 1200 4600 600 100 2200 1800 6400 1000 Tabel (uitgedrukt in mbar)
Dampdruk Figuur 5 d ru k in b ar 4 3 vloeistoffase C B Traject AC: Tot vloeistof samengeperste gassen Traject AE: D ru k v erh o g en Diepgekoelde gassen 2 1 D E Dampspanninglijn van di-ethylether Afko elen -1 0 0 10 20 30 40 50 60 70 80 90100 tem p eratu u r in C A gasfase
Dampdruk Is de druk die een verzadigde damp van een stof uitoefend bij een bepaalde temperatuur. De dampdruk of dampspanning: Is temperatuurafhankelijk Geeft de mate van snelheid van verdamping van een stof De verdamping van een vloeistof: Is temperatuurafhankelijk Is afhankelijk van de verdampingsoppervlakte Is afhankelijk van de (lucht)druk boven de plas De ventilatie boven de plas
Absolute Dampdichtheid Definitie De absolute dampdichtheid van een gas of damp is de massa van 1 m³ gas of damp bij een bepaalde temperatuur en druk In kg/m³
Relatieve Dampdichtheid Definitie Onder de relatieve dampdichtheid van een gas of damp ten opzichte van lucht verstaat men de verhouding tussen de massa's van gelijke volumes gas of damp en lucht bij gelijke omstandigheden van temperatuur en druk. De relatieve dampdichtheid geeft dus aan hoeveel maal een gas of damp zwaarder is dan lucht. Men berekent de dampdichtheid met de volgende formule : d = M 29
Gas- of dampuitstroming afhankelijk van het soort gas het drukverschil de grootte van de uitstroomopening.
Vloeistofuitstroming afhankelijk van de hoogte van de vloeistof boven het gat de eigenschappen van de stof (bv. viscositeit of vloeibaarheid) de doorsnede van het gat het verschil in druk boven de vloeistof en buiten
Verspreiding van gassen & dampen(dispersie) Bepalende factoren het soort gas en de eigenschappen van het gas dampdichtheid de tijdsduur en de snelheid waarmee het gas vrijkomt de gatgrootte in bijvoorbeeld een tank en/of leiding het verdampend plasoppervlak de inhoud van die tank of plas de temperatuur de druk De beïnvloeding door bebouwing en hoogteverschillen in het terrein
Verspreiding van gassen & dampen (dispersie) Twee mogelijke situaties langdurige gasuitstroming langgerekte gaswolk (continue bron) losse' gaswolk - een puf (instantane bron)
Verspreiding van gassen & dampen(dispersie) Bepalende factoren Hoogte in m 20 00 de windsnelheid de windrichting de toestand waarin de atmosfeer zich bevindt 15 00 10 00 50 0 inv ersie 0 5 10 15 tem pera tuur in C
Verspreiding van gassen & dampen(dispersie) Figuur W indric hting afsta nd Verspreidingsmodel van een giftig gas con tinu bro n Bree dte gaswolk con centratie >10 00 pp m con centratie >10 0 ppm con centratie >10 p pm
Concentraties definities volumeprocenten (vol.%) parts per million (ppm) milligram per kubieke meter (mg/m³) 1 vol% = 10 000 ppm
Brand- en explosiegevaar brandbare stof een brandbare of te oxideren, fijn verdeelde, vaste stof een brandbare damp van een vloeistof een brandbaar gas; voldoende zuurstof een ontstekingsbron
Explosiegrenzen een onderste explosiegrens (LEL) een bovenste explosiegrens (UEL) Explosiegrenzen in lucht Stofnaam explosiegrenzen in vol. % aardgas 5-15,8 koolmonoxide 12-75 acetyleen 1,5-82 LPG 1,5-10 butaan,5-8,5 ethyleenoxide 2,6-100
Explosiegrenzen in zuurstof explosiegrenzen in vol.% stofnaam in lucht in zuurstof ethaan 3-16 3-50 di-ethylether 2-48 2-82 divinylether 2-27 2-85 koolmonoxide 12-75 12-94 methaan 5-15 5-59 waterstof 5-94 5-100
Grenswaarde concentratie brandbaar gas Het bepalen van de veiligheidsgrens 5% = OE G 0% 100% (volume % ) 0% 0,5% 10% L E L 50% L E L 5% (volume % ) 10% = veiligheidsg ren s
Vlampunt Ontstekingstemperatuur Definities Vlampunt: Temperatuur van de vloeistof om voldoende damp aan de lucht af te geven om een explosief mengsel te vormen Ontstekingstemperatuur: Minimale temperatuur van de ontstekingsbron om een brandbaar mengsel te kunnen ontsteken P (b ar) BE G OE G on de rste vlam pun t bove nste bra ndpunt bra ndp un t tem pera tuur in C
Vlampunt Tabel Stofbenaming vlampunt in C explosiegrenzen Mac waarden in lucht in vol.% 1986 in ppm autobenzine - 40 0,6-8 * benzeen - 11 1,2-8 10 di-ethylether - 45 1,7-48 400 ethanol + 12 3,4-19 1000 tolueen + 4 1,2-7 100 Dieselolie groter dan 62 1-10 *
Vergiftigingsgevaar Mate van vergiftiging de eigenschappen van de stof de hoeveelheid (dosis) die in het lichaam wordt opgenomen de blootstellingsduur de wijze waarop de stof het lichaam binnenkomt persoonlijke eigenschappen van de blootgestelde persoon
Vergiftigingsgevaar Werking op het lichaam Acuut Verstikkend Chronisch Bijtend latent Inwerkend op het bloed Inwerkend op het zenuwstelsel
Grenswaarden ifv arbeidsomstandigheden Maximale Aanvaarde Concentratie (MAC) MAC : 100 giftig Grenswaarde (TLV-TWA) Korte Duur GrensWaarde (15, max 4x, op 8 uur) (TLV-STEL) De EPEL-waarde (Eenmalige Populatie Expositie Limiet)
Grenswaarden ifv arbeidsomstandigheden Vergelijkende Tabel Gas / damp Grenswaarde (ppm) KDGW (ppm) Aceton 750 1000 Ammoniak 25 35 2-butanone (MEK) 200 300 Chloroform 10 - Methanol 200 250
Reukdrempel Reukorgaan is in staat lage tot zeer lage concentraties van de meeste soorten gassen en dampen te registreren. Het reukorgaan alleen is onvoldoende voor het waarschuwen tegen eventueel vergiftigingsgevaar om volgende redenen: + sommige gassen zijn reukloos bv. koolstofmonoxide, stikstof
Reukdrempel + de reukdrempel kan boven de grenswaarde liggen! Product Reukdrempel Grenswaarde Korte termijn ammoniak 5-50 ppm 25 ppm 35 ppm allylchloride 3-25 ppm 1 ppm 2 ppm chloroform 200 ppm 10 ppm - 1,2-Dichloorethaan 50 ppm 10 ppm - Broom 3,5 ppm 0,1 ppm 0,3 ppm + dikwijls treedt na enige tijd reukgewenning op, waardoor men de stof niet meer ruikt! + sommige stoffen ruikt men niet bij heel hoge concentraties bv. zwavelkoolstof: reukdrempel = 0,0005 ppm boven de 10 ppm ruikt men het gas niet meer.
Reukdrempel reuk kan eerste indicator voor gevaarlijke concentraties zijn: Product Reukdrempel Grenswaarde Korte termijn Tolueen 0,2 ppm 40 ppm - Chloor 0,05 ppm 0,5 ppm 1 ppm Aceton 200-450 ppm 750 ppm 1000 ppm
Meetwaarden ifv Interventies ETW = Einsatz Toleranz Werte (Duitsland) Indien deze waarde bereikt is moet een interventie uitgevoerd worden, er is dan gevaar voor de bevolking IDLH = Immediate Danger for Life and Health Bij deze waarde mag men maximum 30 minuten zonder adembescherming blijven
Meetwaarden ifv Interventies ERPG = Emergency Response and Planning Guidelines Maximum concentratie waarbij personen kunnen blootgesteld worden gedurende 1 uur zonder effecten anders dan: ERPG-1: omkeerbare en overgaande zwakke gezondeheidseffecten (of een sterk kenmerkende geur) ERPG-2: omkeerbare en ernstige gezondheidseffecten (symptomen die kunnen verhinderen zichzelf te beschermen) ERPG-3: de ontwikkeling van levensbedreigende gezondheidseffecten
Meetwaarden ifv Interventies vergelijkende tabel Productnaam ETW GW ERPG-2 Aceton 500 750 - Azijnzuur 20 10 - Ammoniak 50 25 200 Benzeen 20 1 150 Chloor 1 0.5 3 Ethanol 3000 1000 - Formaldehyde 1 1 10 Koolstofdioxide 10000 5000 - Koolstofdisulfide 10 10 20 Koolstofmonoxide 100 50 500 Methanol 500 200 1000 Waterstofcyanide 5 4.7 10 Zwaveldioxide 1 2 3
Grenswaarden Nederland De VRW (Voorlichtings Richt Waarde) Mogelijke hinder voor populatie (geur) De AGW (Alarmeringd Grens Waarde) Mogelijke schade voor populatie De LBW (Levens Bedreigende Waarde) Mogelijke levensbedreigende schade voor populatie
Vragen?