QUICKSCAN CORDERIUS COLLEGE TE AMERSFOORT In opdracht van: Gemeente Amersfoort
QUICKSCAN CORDERIUS COLLEGE TE AMERSFOORT 2011 P. Calle In opdracht van Gemeente Amersfoort Ecologisch Adviesbureau Viridis BV Beesdseweg 3-18 4104 WACulemborg Tel: 0345-753275 / 0345 753246 Email: info@bureau-viridis.nl Http: www.bureau-viridis.nl KvK-nummer: 11055787 BTW-nummer: NL821239119.BO1 Loonbel.-nummer: NL83222315.LO1
Colofon Ecologisch Adviesbureau Viridis BV, Culemborg Contactpersoon: Th. de Jong Tekst en samenstelling: Foto s in rapport: Foto voorblad: Foto voorblad inzet: P. Calle P. Calle & Google maps (streetview) voorkant van het Corderius College (onderzoeksgebied). voorkant vanuit de zuidhoek gezien Projectnummer: 2011-11 Wijze van citeren: Calle P. 2011. Quickscan Corderius College te Amersfoort. Ecologisch Adviesbureau Viridis, Culemborg. In opdracht van: Contactpersoon: Gemeente Amersfoort S. Strijk Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hierboven aangegeven en is zijn eigendom. Niets uit deze rapportage mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, fotokopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Ecologisch Adviesbureau Viridis, noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Ecologisch Adviesbureau Viridis is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Ecologisch Adviesbureau Viridis. De opdrachtgever vrijwaart Ecologisch Adviesbureau Viridis voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Ecologisch Adviesbureau Viridis is lid van het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging.
Inhoud 1 Inleiding 2 2 Wettelijke bescherming van soorten 2 3 Gebiedsbeschrijving 3 4 Methode 6 5 Resultaten 6 6 Analyse 7 7 Ontheffingsaanvraag 8 8 Mitigerende maatregelen 8 Bijlage 1: Inrichtingsplan 9 Pagina 1
1 INLEIDING Het te onderzoeken gebied is gelegen aan de Lambert Heijnricsstraat 23 en de Ringweg Dorrestein te Amersfoort (figuur 1). Het gaat om een plein voor het Corderius College, een stuk van de Lambert Heijnricsstraat 23 en een klein terrein met kantoorcontainers (figuur 2). Het plein voor het College wordt als fietsenstalling gebruikt. Het Corderius College heeft vergevorderde plannen om hier een uitbouw te maken (bijlage 1). De uitbouw krijgt een zogenaamd groen dak waar rotsplanten als Sedum zullen groeien. De uitvoering van de plannen kunnen gevolgen hebben voor de ter plaatse voorkomende (beschermde) flora en fauna. Mogelijk worden daarbij verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet overtreden. Om goed voorbereid te zijn op een eventueel noodzakelijke ontheffingsaanvraag van de Flora- en faunawet wilde Gemeente Amersfoort antwoord op de volgende vragen: - Komen op het terrein beschermde soorten voor? - Wat is het terreingebruik van de eventueel aanwezige beschermde - soorten? - Zijn in het terrein voor beschermde soorten geschikte biotopen - aanwezig? - Is het te verwachten dat een ontheffing van de Flora- en faunawet - noodzakelijk is? 2 WETTELIJKE BESCHERMING VAN SOORTEN De Flora en faunawet is alleen (met uitzondering van de zorgplicht) van toepassing op de in de wet aangewezen beschermde soorten. Dit zijn alle van nature in Nederland voorkomende zoogdiersoorten (met uitzondering van bruine rat, zwarte rat en huismuis), alle soorten amfibieën en reptielen, bepaalde soorten vissen (met uitzondering van soorten van de Visserijwet 1963) en alle van nature op het Europese grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie voorkomende vogelsoorten. Bovendien zijn een aantal planten- en diersoorten aangewezen als zijnde beschermde soorten. De Flora- en faunawet bevat een aantal verbodsbepalingen om er voor te zorgen dat de in het wild levende soorten zoveel mogelijk met rust gelaten worden. Op 21 februari 2005 is de Algemene Maatregel van Bestuur Besluit aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet van kracht geworden. Hierbij wordt onderscheid tussen de soorten aangebracht, waarbij de volgende groepen worden onderscheiden: 1 Algemene soorten Voor deze soorten geldt dat voor ruimtelijke ingrepen een vrijstelling wordt verleend. Er behoeft geen ontheffing van Art. 75 van de FF-wet te worden aangevraagd. Wel is op de ingrepen de zorgplicht van toepassing. De zorgplichtbepaling houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor de in het wild levende planten en dieren, evenals voor hun directe leefomgeving. 2 Overige soorten Pagina 2
Voor deze soorten geldt dat bij ruimtelijke activiteiten geen ontheffing Art. 75 van de FF-wet behoeft te worden aangevraagd, mits de activiteiten worden uitgevoerd volgens een door de minister van LNV goedgekeurde gedragscode. Zolang een dergelijke gedragscode nog niet is geformuleerd zijn ruimtelijke activiteiten met betrekking tot deze soorten wel ontheffingsplichtig. 3 Bijzondere soorten. Dit zijn soorten die vermeld staan in bijlagen van de Habitatrichtlijn, alle vogelsoorten en enkele op de Rode Lijsten vermelde soorten. Voor deze soorten geldt dat voor ruimtelijke ingrepen een ontheffing aangevraagd moet worden van Art. 75 van de FF-wet. Deze ontheffing zal getoetst worden aan drie criteria: - Is er sprake van een in bij de wet genoemd belang - Is er een alternatief, zo ja, dan geldt dat het alternatief uitgevoerd dient te worden. Zo nee, dan wordt de ingreep aan de wet getoetst. - De geplande ingreep doet geen afbreuk aan de duurzame staat van instandhouding van de soort 3 GEBIEDSBESCHRIJVING Het te onderzoeken perceel is gelegen aan de Lambert Heijnricsstraat 23 en de Ringweg Dorrestein te Amersfoort. Het onderzoeksgebied is gelegen ten zuiden van het centrum van Amersfoort. Onderstaande figuren laten de ligging van het te onderzoeken perceel zien. Het inrichtingsplan is te zien in bijlage één. Figuur 1: ligging van het onderzoeksgebied in de stad Amersfoort (foto: google earth). Onderzoeksgebied Pagina 3
Figuur 2: detailopname (foto google earth). Het onderzoeksgebied ligt niet in een beschermd (natuur)gebied. Onderstaande figuur toont de begrenzing van de EHS in de omgeving van het onderzoeksgebied. Figuur 3: ligging van het onderzoeksgebied ten opzichte van de EHS Begrenzing plangebied Begrenzing EHS Uit bovenstaande figuur volgt dat de onderzoekslocatie nabij de EHS gelegen is. De afstand is echter nog 170 meter tot de natuur Pagina 4
(Heiligenbergerbeek), en hiertussen liggen sportvelden. Dit schept geen verplichtingen vanuit de huidige natuur wet- en regelgeving. Het uitvoeren van een quickscan in het kader van de Flora- en faunawet is voldoende vanuit de natuur wet- en regelgeving. Afbeelding 1: het onderzoeksgebied bevat slechts twee bomen en is in het geheel betegeld. Afbeelding 2: het onderzoeksgebied gezien vanuit de Lambert Heijnricsstraat. Afbeelding 3: de linkereik en de kantoorcontainers zullen verdwijnen. Pagina 5
4 METHODE Planten en dieren worden normaliter op een aantal momenten in het jaar onderzocht. Veel soorten, waaronder dagvlinders, libellen en sprinkhanen zijn fysiek niet steeds als imago aanwezig waardoor ze niet het hele jaar door onderzocht kunnen worden. Kleine zoogdieren zijn door de winterse omstandigheden in aantal gedecimeerd zodat vangstresultaten in het voorjaar geen goed beeld van de aanwezige soorten en aantallen geven. In het voorjaar hebben vleermuizen hun winterverblijven verlaten, maar hebben nog geen zomerkolonies gevormd. Indien een uitgebreid ecologisch onderzoek niet mogelijk is, of indien eerst onderzocht moet worden of een uitgebreid onderzoek noodzakelijk is, wordt gewoonlijk een voortoets of quickscan uitgevoerd. Een quickscan bestaat uit een oriënterend veldbezoek en bronnenonderzoek. Bij het veldbezoek wordt op basis van geografische ligging, terreingesteldheid en expert judgement beoordeeld of er in het onderzoeksgebied (mogelijk) beschermde soorten voorkomen. Daarnaast wordt beoordeeld of er voor beschermde soorten geschikte biotopen aanwezig zijn. Tijdens het veldbezoek (woensdag 23 februari 2011) zijn de volgende elementen onderzocht: aanwezige beschermde of bedreigde soorten, mogelijke verblijfplaatsen van beschermde soorten Naast het veldonderzoek heeft er ook een bronnenonderzoek plaatsgevonden. Voor het bronnenonderzoek zijn reeds bestaande verspreiding gegevens verzameld. Hierbij is het archief van Bureau Viridis geraadpleegd en is literatuuronderzoek door middel van verspreidingsatlassen van verschillende soortgroepen verricht. Daarnaast zijn de websites Waarneming.nl en Zoogdieratlas.nl geraadpleegd. 5 RESULTATEN QUICKSCAN De resultaten van het veldbezoek van 23-02-2011 en literatuuronderzoek worden hieronder per soortgroep besproken. Vaatplanten Tijdens het veldbezoek zijn geen strikt beschermde- of bedreigde plantensoorten aangetroffen. Voor strikt beschermde muurplanten (die het gehele jaar door te inventariseren zijn) bleken geen geschikte groeiplaatsen aanwezig te zijn. Ook voor andere strikt beschermde plantensoorten is het gebied niet geschikt. Amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde amfibieën. Geschikte biotopen voor amfibieën ontbreken. Pagina 6
Reptielen Tijdens het veldbezoek zijn er geen reptielen in het plangebied aangetroffen. Voor reptielen geschikte leefgebieden ontbreken geheel in het plangebied. Vissen In het plangebied liggen geen sloten of andere wateren. De aanwezigheid van vissen is daarom uitgesloten. Vogels In de drie te kappen bomen zijn geen nesten van vogels aangetroffen. Waarschijnlijk geeft de aanwezigheid van de fietsenstalling met alle drukte van dien zo veel verstoring dat de bomen als broedplaats onaantrekkelijk zijn. Zoogdieren De bomen zijn ongeschikt als zomerverblijfplaats voor vleermuizen. Er zijn geen holtes, spleten losse stukken schors aangetroffen. Ook andere strikt beschermde zoogdiersoorten zijn niet te verwachten. Overige soorten Er zijn tijdens het veldbezoek beschermde insecten, kreeftachtigen of molusken aangetroffen. Geschikte biotopen voor deze soorten ontbreekt in het onderzoeksgebied geheel. 6 ANALYSE Hieronder worden de resultaten van het veldbezoek en het literatuuronderzoek geanalyseerd. In het onderzoeksgebied zijn geen strikt beschermde soorten aangetroffen. Met uitzondering van vleermuizen en vogels ontbreken geschikte biotopen voor strikt beschermde soorten geheel. Gezien de terreingesteldheid van het plangebied, de geografische ligging van de locatie wordt de aanwezigheid van beschermde uit de tabellen 2 of 3, met uitzondering van vleermuizen en vogels, uitgesloten geacht. Vleermuizen Er is door het tijdseisen die aan het onderzoek gesteld zijn geen onderzoek verricht naar de aanwezigheid van vleermuizen. Mogelijk wordt het terrein gebruikt als foerageergebied, maar dit zal, gezien de terreinopbouw, slechts zeer weinig geschieden. Het onderzoeksgebied is dan ook naar verwachting niet van belang als foerageergebied. Het schoolgebouw lijkt niet geschikt als zomerverblijfplaats. Geschikte invliegopeningen ontbreken, bovendien is de gevel waar de uitbouw wordt gerealiseerd op het oosten gericht. Gevels op het oosten worden zomers niet goed opgewarmd door de zon en zijn voor vleermuizen niet aantrekkelijk. Bovendien zal de aanbouw een stuk lager zijn dan de overhangende dakrand van het schoolgebouw waardoor, indien zich toch Pagina 7
onverhoopt vleermuizen aan de oostgevel in het gebouw hebben gevestigd, de dieren door de aanbouw niet verstoord worden. Mitigerende maatregelen zijn ten aanzien van vleermuizen niet noodzakelijk Vogels Er zijn geen nesten van vogels aan e gevel of in de bomen aangetroffen. Het onderzoek heeft plaats gevonden in februari. Niet uitgesloten kan worden dat in het komende broedseizoen vogels in één van de bomen gaan nestelen. Dit betekent dat er mitigerende maatregelen getroffen moeten worden. De bomen mogen niet in de broedperiode gekapt worden. Conclusie: In het onderzoekgebied komen geen strikt beschermde soorten voor. De aanwezigheid van strikt beschermde soorten wordt ook niet verwacht Voor het omhakken van de van de drie bomen dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden. Indien de mitigerende maatregelen worden getroffen worden bij de realisering van de aanbouw geen verbodsregels van de Flora- en faunawet overtreden. 7 ONTHEFFINGSAANVRAAG Bij de realisering van de schooluitbouw kunnen de volgende verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet mogelijk overtreden: Artikel 10: Het is verboden (beschermde) dieren en planten opzettelijk te verontrusten. Artikel 11: Het is verboden nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van (beschermde) dieren te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren. Indien geen mitigerende maatregelen worden uitgevoerd dient een ontheffing van de Flora- en faunawet te worden aangevraagd. 8 MITIGERENDE MAATREGELEN Indien onderstaande mitigerende maatregelen worden uitgevoerd is een ontheffing van de Flora- en faunawet niet nodig. De bomen mogen niet in het broedseizoen, 15 maart tot 15 juli, omgehakt mogen worden. Pagina 8
Indien dit toch noodzakelijk is zal een ter zake deskundige de bomen voor de kap moeten controleren op de aanwezigheid van nesten. Indien die aangetroffen worden kan de boom niet omgehakt worden. Bijlage 1: Inrichtingsplan Figuur 4: het inrichtingsplan voor het Corderiuscollege Te realiseren uitbouw Pagina 9