10 VOLGRECHT VAN DE KUNSTENAAR

Vergelijkbare documenten
Volgrechtrichtlijn. Publicatieblad Nr. L 272 van 13/10/2001 blz

Hoofdstuk 7 Beschermingsduur

Advies van de Commissie Auteursrecht over het wetsvoorstel tot aanpassing van de Auteurwet 1912 ter implementatie van richtlijn nr.

BASISWETTEKSTEN INZAKE HET RECHT VAN DE INTELLECTUELE EIGENDOM

Handhaving van IE-Rechten Workshop Boek XI Intellectuele Rechten 15 Mei 2014 FOD Economie

Art. 69bis. Carine Libert Hendrik Vanhees

Prof. Marie Christine Janssens 1

Bureau M.F.J Bockstael Het auteursrecht is het recht dat een auteur heeft op zijn werk. De auteur beschikt over twee soorten rechten:

Regelgevende ontwikkelingen binnen de audiovisuele sector.

De fiscale regeling voor inkomsten uit de exploitatie van auteurs- en naburige rechten: een stand van zaken

Algemene en praktische voorstelling van het Boek XI

Volgrecht of Droit de Suite : De Europese richtlijn: 2001/84/EG en de toepassing in België

Studenten verkoopsvoorwaarden

Uitzonderingen op de vermogensrechten van de auteur

Wet van 30 juni betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. Bijgewerkt en gecoördineerd t/m 30 januari 2012

Door het Wetboek van economisch recht opgeheven bepalingen

WETBOEK ECONOMISCH RECHT. De bepalingen betreffende het auteursrecht en de naburige rechten

auteursrechten gaat...

Duurrichtlijn RICHTLIJN 2006/116/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD. van 12 december 2006

WETBOEK ECONOMISCH RECHT

DE NIEUWE EU AUTEURSRECHTRICHTLIJN J. Deene

Wetsvoorstel tot versterking van de doorkijkbelasting.

De inkomsten uit de deeleconomie

Werkblad Auteursrecht van beeldend kunstenaars

Bijlage 1 Fiscale fiche - bijkomende gegevens op te vragen aan de auteurs

Consultatieversie Nota van wijziging artikel 45d Auteurswet (maart 2014)

Wet van 1 september 2004 betreffende de bescherming van de consumenten bij verkoop van consumptiegoederen, B.S. 21 september 2004

Check-list voor het onderhandelen over een licentiecontract

Wijziging van de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten in verband met de aanpassing van het auteurscontractenrecht

Verdeelbarema. Leenrecht

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

LITERAIR UITGAVECONTRACT

Auteursrecht van beeldend kunstenaars

Belgische bijlage bij het uitgifteprospectus 4 januari 2010

FOCUS REPROGRAFIERECHT

Auteur. Bernard Waûters. Onderwerp. Dit is een uittreksel uit het boek:

Gery Bessemans Nationaal Adviseur Beëdigd

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/886 VAN DE COMMISSIE

SAMENVATTING WET BETREFFENDE HET AUTEURSRECHT EN DE NABURIGE RECHTEN 30 JUNI 1994

Het sociaal statuut der zelfstandigen Publieke mandatarissen

Verhuurrichtlijn RICHTLIJN 2006/115/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD. van 12 december 2006

Overeenkomst Journalisten

Wetboek economisch recht Pieter Van den Bossche Adviseur Fod Economie

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST BIJ HET UITSCHRIJVEN VAN EEN SCENARIO

Verdelingsreglement. kabelrechten

ONTWERP VAN DECREET. houdende invoering van een bijzonder vast recht voor minnelijke ontbinding of vernietiging van koopovereenkomsten

De zakelijke kant van muziek

OVEREENKOMST VAN AANSLUITING EN FIDUCIAIRE AFSTAND

Het bankgeheim in het fiscaal recht

JOURNALISTEN & AUTEURSRECHT

Brussel, COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER ADVIES Nr 09 / 2007 van 21 maart 2007

Transcriptie:

I Inleiding 1. Auteurs van auteursrechtelijk beschermde werken behalen hun inkomsten in de regel uit de exploitatie van hun auteursrechten. De schrijver van een boek ontvangt bijv. van zijn uitgever een royalty per verkocht exemplaar. De componist van een liedje ontvangt van de beheersvennootschap waarbij hij aangesloten is, zoals bijv. SABAM, een vergoeding in functie van het gebruik dat van zijn muziek werd gemaakt tijdens radio-uitzendingen, feestjes enz. Voor de auteurs van werken van grafische en beeldende kunst, zoals schilders en beeldhouwers, ligt dit alles iets anders. Natuurlijk kunnen zij ook een vergoeding ontvangen wanneer hun werk wordt gepubliceerd in een boek of op een website. Typisch voor hun situatie is evenwel dat de belangrijkste vergoeding die zij zullen ontvangen voortvloeit uit de verkoop van hun werk zelf, en meer specifiek uit de verkoop van de drager waarin hun werk geïncorporeerd ligt. De verkoop van het schilderij, het beeldhouwwerk, de ets enz. levert deze auteurs een verkoopprijs op. Deze verkooprijs is voor vele plastische en beeldende kunstenaars de enige vergoeding die zij voor de exploitatie van hun werk zullen ontvangen. 2. Heel wat auteurs van werken van grafische en beeldende kunst moeten vaststellen dat waar zij hun werk verkopen voor beperkte bedragen, dit werk later wordt doorverkocht voor hogere bedragen. Schilders en beeldhouwers die ondertussen roem en bekendheid hebben verworven zien zelfs vaak dat zeer hoge, soms astronomische prijzen voor hun werk bij de doorverkoop worden betaald. 3. Het auteursrecht is zich erg bewust van het feit dat auteurs van werken van grafische en beeldende kunst hun enige of voornaamste inkomsten halen, niet uit de exploitatie van hun auteursrechten die rusten op hun werk, maar uit de verkoop van het werk zelf. Het wil deze groep van kunstenaars dan ok laten delen in de hogere bedragen die bij een latere doorverkoop van hun werk worden betaald. Om deze reden kent het auteursrecht aan de auteurs van werken van grafische en beeldende kunst een volgrecht toe. Het volgrecht is het recht van de genoemde auteurs om een percentage van de verkoopprijs te ontvangen wanneer hun werk, de materiële drager waarin dit vervat ligt, wordt doorverkocht.

10 VOLGRECHT VAN DE KUNSTENAAR 4. In tegenstelling tot andere Europese landen zoals Nederland en Groot- Brittannië, kent België al zeer lang een wettelijke regeling inzake het volgrecht, die auteurs van werken van grafische en beeldende kunst wil laten delen in de opbrengst uit een doorverkoop van hun werken. Zo bestond er in België een wet van 25 juni 1921 die het volgrecht garandeerde 1. Het nadeel van deze regeling was dat slechts volgrecht verschuldigd was wanneer schilderen, beeldhouwwerken enz. openbaar verkocht werden. De doorverkoop van deze werken die niet gebeurde tijdens een openbare verkoop ontsnapte aan de betaling van het volgrecht 2. Verkopen door galerijen en kunsthandelaars of met tussenkomst van deze professionelen uit de kunsthandel waren niet onderworpen aan de wettelijke regeling inzake het volgrecht. Bij de totstandkoming van de auteurswet van 30 juni 1994 (A.W.) werd de wettelijke regeling inzake het volgrecht opgenomen in de art. 11 t/m 13 van deze wet. Aan deze regeling werden wel wijzigingen aangebracht, maar aan het feit dat het volgrecht enkel verschuldigd was bij openbare verkopen werd niet geraakt 3. 5. Zoals hoger reeds aangegeven bestond het volgrecht niet in alle landen van de Europese Unie (EU). Zo kende noch Nederland, noch Groot Brittannië regels inzake het volgrecht. Dit had tot gevolg dat alle grote veilingen van moderne kunst in Amsterdam en London plaatsvonden, en bijv. niet in Brussel. Waar in België bij dergelijke openbare verkopen volgrecht verschuldigd was, was dit niet het geval in Nederland en Groot Brittannië. Het was dan ook niet verwonderlijk dat het volgrecht de aandacht trok van de Europese Unie. Deze aandacht werd ook getrokken door het feit dat in de lidstaten van de EU die het volgrecht wel kenden de betrokken wettelijke regelingen grote verschillen vertoonden. Het gevolg van dit alles was dat de EU het initiatief nam om het volgrecht te harmoniseren. Dit gebeurde door een Europese richtlijn van 27 september 2001 4. Lidstaten van de EU, zoals Nederland, Groot-Brittannië, Ierland en Oostenrijk die het volgrecht nog niet kenden dienden dit in te voeren. Andere lidstaten die al wel een 1 Wet van 25 juni 1921 tot het innen van een recht op de openbare kunstveilingen ten bate van kunstenaars, auteurs der verkochte werken, B.S. 20 augustus 1921, 6739. 2 Zie over deze wet van 25 juni 1921: J. CORBET, Auteursrecht, in A.P.R., Brussel, Story Scientia, 1991, 68-69. 3 Zie over de regeling inzake het volgrecht die in 1994 werd opgenomen in de auteurswet van 30 juni 1994: H. VANHEES, Actuele problemen inzake het recht van de intellectuele eigendom, in Handels-, economisch en financieel recht, M. STORME e.a., Gent, Mys&Breesch, 1995, 622-623, randnrs. 95 en 96. 4 Richtlijn 2001/84/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 betreffende het volgrecht ten behoeve van de auteur van een oorspronkelijk kunstwerk, PB 2001, L 272, 32. Deze richtlijn zal hierna verder worden aangeduid als de (Rl.) richtlijn van 27 september 2001 of de (Rl.) richtlijn volgrecht.

I. Inleiding 11 wettelijke regeling inzake het volgrecht bezaten dienden hun wetgeving aan de richtlijn van 27 september 2001 aan te passen. 6. België zette de richtlijn volgrecht om via een wet van 4 december 2006 5 waardoor de art. 11 t/m 13 A.W. met ingang van 1 november 2007 6 werden gewijzigd. De vernieuwde Belgische regeling inzake het volgrecht had, in uitvoering van de richtlijn volgrecht, o.a. tot gevolg dat vanaf 1 november 2007 niet alleen meer openbare verkopen onder de regeling inzake het volgrecht vielen, maar ook andere verkopen 7. Vanaf dat tijdstip werd iedere doorverkoop van werken van werken van grafische en beeldende kunst waarbij actoren uit de professionele kunsthandel, zoals veilinghuizen, kunstgaleries of andere kunsthandelaren, betrokken zijn als verkoper, koper, of tussenpersoon 8, onderworpen aan de regeling inzake het volgrecht. De richtlijn volgrecht liet de lidstaten van de EU vrij om een eigen nationale regeling te voorzien inzake de uitoefening van het volgrecht, en in het bijzonder het beheer ervan, en inzake de inning en verdeling van het volgrecht 9. Bij de omzetting van de richtlijn volgrecht opteerde de Belgische wetgever voor een systeem van vrijwillig collectief beheer. Auteurs konden het beheer van hun volgrecht toevertrouwen aan beheersvennootschappen zoals SABAM en SOFAM, maar konden er ook voor opteren om hun volgrecht zelf te beheren. Dit systeem van het vrijwillig collectief was, zoals verder zal worden aangetoond, moeilijk controleerbaar. Gingen de personen die het volgrecht verschuldigd waren bij een doorverkoop die aan de wettelijke regeling onderhevig was wel op zoek naar de auteur en/of zijn beheersvennootschap? Werd het volgrecht wel daadwerkelijk betaald? Vooral in de situatie van auteurs die geen lid waren van een beheersvennootschap, en waar de doorverkoop plaatsvond buiten het kader een openbare verkoop, was er geen controle op het al niet opsporen van de auteurs in kwestie, en bijgevolg op het al dan niet betalen van het volgrecht. 5 Wet van 4 december 2006 houdende de omzetting in Belgisch recht van de richtlijn 2001/84/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 betreffende het volgrecht ten behoeve van de auteur van een oorspronkelijk kunstwerk, B.S. 23 januari 2007, 2962. 6 Cf. art. 8, 1 van het K.B. van 2 augustus 2007 tot uitvoering van de wet van 4 december 2006 houdende de omzetting in Belgisch recht van de richtlijn 2001/84/ EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 betreffende het volgrecht ten behoeve van de auteur van een oorspronkelijk kunstwerk (hierna verder aangeduid als het K.B. van 2 augustus 2007 ), B.S. 10 september 2007, 48032. Dit K.B. vormde de uitvoeringsregeling van de art. 11 t/m 13 A.W., en trad ook in werking op 1 november 2007 (cf. art. 8, 2 K.B. van 2 augustus 2007). 7 Zie uitgebreid over deze nieuwe regeling inzake het volgrecht: H. VANHEES, De nieuwe Belgische regeling inzake het volgrecht, A&M 2007, 199-213. 8 Cf. de tekst van art. 11, 1, lid 1 A.W., zoals deze luidde sinds 1 november 2007. 9 R.o. 28 richtlijn volgrecht.

12 VOLGRECHT VAN DE KUNSTENAAR 7. Van de grote codificatiebeweging in het economisch recht in 2013 en 2014, en met name van de totstandkoming van het Wetboek van economisch (WER), en de invoeging van de auteurswet van 30 juni 1994 in Boek XI van dit WER, werd gebruik gemaakt om de wettelijke regeling inzake het volgrecht te wijzigen 10. Op het kabinet van de toenmalige minister van economische zaken Johan Vande Lannote bestond een duidelijke interesse voor de regeling inzake het volgrecht, en een daadwerkelijke wil om de bestaande knelpunten weg te werken zodat het volgrecht daadwerkelijk geïnd zou worden en ook daadwerkelijk zou toekomen aan de auteurs die er recht op hebben. 8. Op 1 juli 2015 trad dan ook een vernieuwde regeling inzake het volgrecht in werking 11. Deze vernieuwde regeling ligt vervat in Boek XI WER, en meer bepaald in de art. XI.175 t/m XI.178 WER. Een K.B. van 11 juni 2015 12, dat eveneens op 1 juli 2015 in werking trad 13, regelt de uitvoering van deze vernieuwde regeling. In deze vernieuwde regeling inzake het volgrecht worden de regels inzake de kennisgeving, betaling, het beheer en de uitbetaling van het volgrecht gewijzigd. De grote nieuwigheid zit hierin dat nu geopteerd 10 Zie over deze codificatiebeweging, en in het bijzonder over de invoeging van de intellectuele rechten, en dus ook de A.W., in het WER: M.C. JANSSENS, H. VAN- HEES en V. VANOVERMEIRE, De intellectuele eigendomsrechten verankerd in het Wetboek Economisch Recht: een eerste analyse, IRDI 2014/2, 452-501. 11 Art. 1quater, 2 van het K.B. van 19 april 2014 tot bepaling van de inwerkingtreding van de wet van 19 april 2014 houdende de invoeging van boek XI Intellectuele eigendom in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek, en van de wet van 10 april 2014 houdende invoeging van de bepalingen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in art. 77 van de Grondwet, in boek XI Intellectuele eigendom van het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van een bepaling eigen aan boek XI in boek XVII van hetzelfde Wetboek, en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de organisatie van de hoven en rechtbanken betreffende vorderingen inzake intellectuele eigendomsrechten en inzake transparantie van het auteursrecht en de naburige rechten betreft (BS 12 juni 2014, 44470), zoals gewijzigd door een K.B. van 4 september 2014 ter uitvoering van de bepalingen betreffende de uitvindingsoctrooien (BS 11 september 2014, 71708), een K.B. van 4 september 2014 ter uitvoering van de bepalingen betreffende de aanvullende beschermingscertificaten (BS 11 september 2014, 71705), een K.B. van 19 december 2014 tot wijziging van het KB van 19 april 2014 (BS 29 december 2014, 106455) en een K.B. van 18 december 2015 tot wijziging van het K.B. van 19 april 2014 (BS 28 december 2015, 79658). Dit K.B. wordt verder aangeduid als: K.B. 19 april 2014. 12 K.B. van 11 juni 2015 houdende vaststelling van de voorwaarden en de nadere regels voor het beheer van het volgrecht bepaald in de art. XI.177 en XI.178 van het Wetboek van economisch recht, BS 17 juni 2015, 35043 (Dit K.B. wordt hierna verder aangeduid als K.B. 11 juni 2015 of K.B. volgrecht ). Art. 6 van dit K.B. van 11 juni 2015 heeft het K.B. van 2 augustus 2007 opgeheven. 13 Art. 7 K.B. volgrecht.

I. Inleiding 13 wordt voor een systeem van verplicht collectief beheer. Er is een centraal punt, het zogenaamde uniek platform, waar de kennisgeving van verkopen die het volgrecht verschuldigd maken moet worden aangegeven. Bij dit uniek platform moet het verschuldigde volgrecht ook betaald worden. Het volgrecht kan door auteurs ook enkel bij uniek punt worden opgeëist. Met dit nieuwe systeem van het verplicht collectief beheer wordt nagestreefd dat vanaf nu ook daadwerkelijk volgrecht betaald wordt voor alle doorverkopen die onder de wettelijke regeling vallen. Ook moet het er toe leiden dat de auteurs ook daadwerkelijk volgrecht ontvangen wanneer hun werk wordt doorverkocht en m.b.t. deze doorverkoop volgrecht verschuldigd is. Deze doelstellingen worden nog kracht bijgezet door nieuwe sancties te voorzien voor de actoren uit de professionele kunsthandel, zoals veilinghuizen, kunstgaleries of andere kunsthandelaren, die bijv. met opzet gevraagde informatie weigeren mee te delen of wetens en willens onjuiste inlichtingen of documenten bezorgen, dan wel de uitoefening van het recht op informatie verhinderen of beletten, of die valse aangifte doen 14. 9. Doelstelling van dit boek is de Belgische regeling inzake het volgrecht, zoals deze geldt sinds 1 juli 2015, grondig toe te lichten en te analyseren. Ale aspecten van het volgrecht komen hierbij aan bod: de werken en verkopen die onder de regeling inzake het volgrecht vallen, de toepassingsdrempel en het tarief van het volgrecht, de rechthebbende op dit recht evenals de vraag wie dit recht moet betalen en wie er de last van moet dragen, de uitoefening ervan, en met name de aangifte, betaling, inning, het beheer en de uitbetaling van het volgrecht, het lot van de niet-uitkeerbare bedragen, en de controle op de aangifteplicht, en met name het recht op informatie. Ook wordt ingegaan op de kenmerken van het volgrecht, en dus o.a. op de vraag hoe lang het bestaat, of erover gecontracteerd kan worden en wat het lot ervan is na het overlijden van de auteur. Vooraleer evenwel op al deze topics in te gaan wordt eerst even aandacht besteed aan het Europese kader, en met name aan de richtlijn volgrecht en de vraag welke aspecten van het volgrecht door deze richtlijn Europees geharmoniseerd zijn, en dus identiek zijn in de 28 lidstaten van de EU. Door een toelichting van het Europees kader kan de Belgische regeling inzake het volgrecht pas grondig inhoudelijk geanalyseerd worden, en aangegeven worden wat de beleidsruimte nog is die de Belgische wetgever bezit bij het juridisch vorm geven van de wettelijke regeling inzake het volgrecht. 14 Art. XV.110, lid 1, 2 en lid 2 en 3 WER.