PVB 2.3 Assisteren bij activiteiten Inleiding Om het door de NWWB en NOC*NSF erkende diploma Waterski- en Wakeboardinstructeur 2 te behalen moet de kandidaat drie kerntaken op niveau 2 beheersen. Door met succes een proeve van bekwaamheid (PVB) af te leggen, toont de kandidaat aan dat deze een kerntaak beheerst. 1. Doelstelling Deze PVB heeft betrekking op kerntaak 2.3 Assisteren bij activiteiten. Met deze PVB toont de kandidaat aan dat deze: - sporters kan begeleiden bij activiteiten; - activiteiten kan voorbereiden; - activiteiten kan uitvoeren en evalueren. 2. Opdracht De algemene opdracht voor deze PVB is: Assisteer bij activiteiten. Deze opdracht voer je uit aan de hand van drie deelopdrachten. Deze deelopdrachten hebben betrekking op de werkprocessen: 2.3.1 Begeleidt sporters bij activiteiten; 2.3.2 Bereidt activiteiten voor; 2.3.3 Voert uit en evalueert activiteiten. Concreet luidt de opdracht: 1 Loop een dag(deel) mee met een georganiseerde clinic of jeugdkamp boot ; 2 Loop een dag(deel) mee met een georganiseerde clinic of jeugdkamp kabel. Van deze stages maakt de kandidaat een stageverslag, het portfolio. 3. Eisen voor toelating tot de PVB De kandidaat wordt toegelaten tot de PVB, als de kandidaat voldoet aan de volgende eisen: - zij/hij is minstens 18 jaar oud; - zij/hij is lid van de NWWB; - zij/hij heeft voldaan aan de financiële verplichtingen die voortvloeien uit de PvB; - zij/hij heeft bij de PVB-aanvraag het portfolio aan het bondsbureau gestuurd. 4. Onderdelen van deze PVB Deze PVB bestaat uit een portfoliobeoordeling, een beoordeling van het portfolio door de PVB-beoordelaars. De uitwerking van de opdracht, het stageverslag, vormt het portfolio. De beoordelingscriteria staan in het protocol van PVB 2.3. 1
5. Afnamecondities De activiteit waarbij de kandidaat assisteert, is gericht op het werven en behouden van leden en is geen les of training. Uitgangspunt hierbij is dat de voorbereiding en de activiteit samen ongeveer 8 uur in beslag nemen. De (eind)verantwoordelijke moet in staat zijn een referentie af te geven over de participatie aan de voorbereiding en de uitvoering door de kandidaat. 6. Aanmeldingsprocedure De kandidaat schrijft zich in voor de PvB door het aanmeldingsformulier en het portfolio naar het bondsbureau te sturen. De toetsingscommissie bevestigt schriftelijk de ontvangst van de aanmelding en het portfolio en bevestigt daarmee de inschrijving voor de PvB. 7. Taken van de PVB-beoordelaars - Beoordelen het portfolio aan de hand van het protocol; - Bepalen het voorlopige resultaat en geven feedback aan de kandidaat. - Informeren de toetsingscommissie over de voorlopige uitslag. 8. Voorbereiding door de kandidaat Voor de portfoliobeoordeling wordt verder geen voorbereiding van de kandidaat verwacht. 9. PVB-beoordelaars De PVB wordt afgenomen door twee PVB-beoordelaars. De PVB-beoordelaars worden aangewezen door de toetsingscommissie van de NWWB. 10. De normering De kandidaat is geslaagd, wanneer alle beoordelingscriteria met voldoende zijn beoordeeld. 11. Vaststelling van de uitslag De toetsingscommissie stelt de uitslag vast en bericht de kandidaat binnen vijftien werkdagen na de dag van bevestiging. 12. Beroepsmogelijkheid De kandidaat kan schriftelijk beroep aantekenen tegen de definitieve uitslag binnen vier weken na de bekendmaking bij de Commissie van Beroep voor de Toetsing van de NWWB. De Commissie van Beroep voor de Toetsing maakt binnen vier weken na ontvangst van het beroep de uitspraak van het beroep schriftelijk bekend aan de kandidaat. De uitspraak van de Commissie van Beroep voor de Toetsing is bindend. 2
13. Herkansing De kandidaat heeft recht op een onbeperkt aantal herkansingen. Voor elke herkansing worden aparte kosten in rekening gebracht. 3
Bijlage bij PVB 2.3 Mogelijke inhoudsopgave van het portfolio 1 Inleiding: a beknopt waterski- / wakeboard-cv; b beschrijving van activiteit 1 en 2 (locatie, doelgroep, doelstelling(en), opzet/programma (draaiboek)). 2 Verslag van activiteit 1: a chronologische beschrijving van de activiteiten van de deelnemers (Wat deden zij?); b beschrijving van de door de kandidaat uitgevoerde taken (Wat deed ik?); c eigen evaluatie door de kandidaat (Wat ging goed? Wat minder goed?). 3 Verslag van activiteit 2: a chronologische beschrijving van de activiteiten van de deelnemers (Wat deden zij?); b beschrijving van de door de kandidaat uitgevoerde taken (Wat deed ik?); c eigen evaluatie door de kandidaat (Wat ging goed? Wat minder goed?). 4 Verslag van de evaluatie: a feedback door minstens drie deelnemers van activiteit 1, aan de hand van de beoordelingscriteria 1, 2, 9 en 14; b feedback door minstens drie deelnemers van activiteit 2, aan de hand van de beoordelingscriteria 1, 2, 9 en 14; c feedback van de eindverantwoordelijke over de voorbereiding en de uitvoering van activiteit 1 door de kandidaat, aan de hand van de beoordelingscriteria 3 t/m 11 en 13 t/m 16; d feedback van de eindverantwoordelijke over de voorbereiding en de uitvoering van activiteit 2 door de kandidaat, aan de hand van de beoordelingscriteria 3 t/m 11 en 13 t/m 16; e Reactie van de kandidaat op de feedback a t/m d (Wat zijn voor mij waardevolle reacties? Wat ga ik bij een volgende activiteit meer / minder / anders doen?). 4
Protocol PVB 2.3 Assisteren bij activiteiten Portfoliobeoordeling Kandidaat: PVB-beoordelaars: Locatie: Datum: Voldaan aan de afnamecondities? ja / nee* Portfolio bestaat uit.. pagina s. Het portfolio is compleet: ja / nee* *Bij nee gaat de PVB niet door. De PVB-beoordelaar motiveert dit bij de toelichting. Toelichting: Beoordelingscriteria Werkproces 2.3.1 Begeleidt de sporters bij activiteiten 1 Motiveert, stimuleert en enthousiasmeert de sporters 2 Benadert de sporters op een positieve wijze Werkproces 2.3.2 Bereidt activiteiten voor 3 Helpt bij de voorbereiding van de activiteiten 4 Maakt gebruik van een aangereikt draaiboek 5 Overlegt met de (eind)verantwoordelijke en werkt samen met anderen Werkproces 2.3.3 Voert uit en evalueert activiteiten 6 Helpt bij de uitvoering van de activiteiten 7 Overlegt met de (eind)verantwoordelijke en werkt samen met anderen 8 Komt afspraken na Voldaan Bewijzen (of het weglaten daarvan) waarop score is gebaseerd 5
9 Gaat sportief en respectvol om met alle betrokkenen 10 Vertoont voorbeeldgedrag op en rond de sportlocatie 11 Gaat vertrouwelijk om met persoonlijke informatie 12 Houdt zich aan de beroepscode 13 Vraagt hulp, bevestiging en feedback 14 Stelt zich probleemoplossend op 15 Rapporteert aan de (eind)verantwoordelijke 16 Participeert in de evaluatie van de activiteit 17 Reflecteert op het eigen handelen Resultaat van de PVB Toelichting Handtekeningen van de PvB-beoordelaars: Akkoord toetsingscommissie 6
Toelichting op de beoordelingscriteria Werkproces 2.3.1 Begeleidt sporters bij activiteiten 1 Motiveert, stimuleert en enthousiasmeert de sporters De instructeur spreekt sporters op een positieve en opbouwende manier aan. Zij/hij geeft complimenten, als gewenst gedrag wordt vertoond. De instructeur stimuleert sporters om positief met elkaar om te gaan. 2 Benadert de sporters op een positieve wijze De instructeur benadert en communiceert met de sporters op een positieve wijze. Dit houdt in dat de instructeur complimenten geeft, als gewenst gedrag wordt vertoond. De instructeur focust op de complimenten en goede elementen in plaats van te focussen op wat fout gaat en wie deze fout maakt. Werkproces 2.3.2 Bereidt activiteiten voor 3 Helpt bij de voorbereiding van de activiteiten De instructeur heeft een omschreven rol in de voorbereiding van de activiteiten. 4 Maakt gebruik van een aangereikt draaiboek De instructeur bezit een plan van aanpak waarin de rol van de instructeur voor, tijdens en na de activiteit duidelijk staat omschreven. 5 Overlegt met (eind)verantwoordelijke en werkt samen met anderen De instructeur participeert in het vooroverleg met de andere organisatoren. Werkproces 2.3.3 Voert uit en evalueert activiteiten 6 Helpt bij de uitvoering van de activiteiten De instructeur helpt zoals afgesproken in het draaiboek bij het uitvoeren van de (deel) activiteiten. De instructeur handelt hierbij zoals omschreven in het draaiboek. 7 Overlegt met (eind)verantwoordelijke en werkt samen met anderen De instructeur participeert in de nabespreking met de andere organisatoren 8 Komt afspraken na De instructeur formuleert de afspraken eenduidig. De instructeur controleert of de betrokkenen de afspraken hebben begrepen. De instructeur voert de afspraken uit en indien, door veranderende omstandigheden, een wijziging van een afspraak noodzakelijk is, worden de betrokkenen tijdig geïnformeerd. 9 Gaat sportief en respectvol om met alle betrokkenen De instructeur gaat sportief en respectvol om met alle betrokkenen. Hiervoor heeft de instructeur duidelijke richtlijnen gegeven aan de betrokkenen wat zij kunnen verwachten en waar zij de instructeur op mogen aanspreken als dit niet gebeurt. 10 Vertoont voorbeeldgedrag op en rond de sportlocatie De instructeur is zich er van bewust dat hij als instructeur een voorbeeldfunctie heeft. Hij weet wat het gewenste gedrag is en draagt dit ook uit naar de sporters. Daarbij handelt de instructeur naar de afspraken die gemaakt zijn over sportief en respectvol gedrag. 11 Gaat vertrouwelijk om met persoonlijke informatie De instructeur geeft geen persoonlijke informatie door aan derden zonder toestemming van de betreffende personen. 12 Houdt zich aan de beroepscode De instructeur handelt in de uitoefening van haar/zijn functie als instructeur conform de regels van de gedragscode. 13 Vraagt hulp, bevestiging en feedback De instructeur vraagt hulp, feedback en bevestiging ten bate van het eigen functioneren als instructeur aan degene onder wiens verantwoordelijkheid hij/zij opereert. Mocht de instructeur zelfstandig functioneren, dan vraagt de instructeur feedback aan andere instructeurs en betrokkenen in de vereniging. 14 Stelt zich probleemoplossend op De instructeur probeert problemen eerst zelf op te lossen. Lukt dit niet, dan kaart hij dit aan bij de verantwoordelijke. 15 Rapporteert aan de (eind)verantwoordelijke De instructeur rapporteert, indien afgesproken in het draaiboek of op eigen initiatief, in een verslag naar de (eind)verantwoordelijke over het verloop van de activiteit. 16 Participeert in de evaluatie van de activiteit De instructeur heeft een omgeschreven rol in de evaluatie van de activiteit. 17 Reflecteert op het eigen handelen De instructeur laat zien dat hij in staat is te reflecteren op eigen handelen. De instructeur evalueert zijn eigen functioneren en vraagt daarbij feedback van anderen. In zijn nieuwe functioneren laat de instructeur zien dat zij/hij de uitkomst van de evaluatie en feedback verwerkt in zijn handelen. 7