Luchthaven Hilversum Beleid

Vergelijkbare documenten
besluiten vast te stellen de navolgende Luchtvaarverordening Zeeland

Besluit van Provinciale Staten van Noord-Holland van 4 februari 2013, tot vaststelling van de Luchthavenregeling MLA Middenmeer.

Besluit van Provinciale Staten van Noord-Holland van 22 september 2014 tot vaststelling van de Verordening luchthavenbesluit Hilversum

Besluit van Provinciale Staten van Noord-Holland van 12 december 2011, tot vaststelling van de Luchthavenregeling

Onderzoek doorwerking geluidscontouren in bestemmingsplannen

Bijlage 1 b en 1 c. Notitie Beperkingengebied geluid en externe veiligheid en notitie Piekgeluidbelastingen

Voordracht van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten van Groningen tot vaststelling van de Luchtvaartverordening Provincie Groningen.

Provinciale Staten van Noord-Holland; 2 Regels voor het luchthavenluchtverkeer. Besluiten vast te stellen: 1 Algemeen. 3 Milieugebruiksruimte

MER militaire luchthaven Volkel Samenvatting

Onderzoek doorwerking geluidscontouren in bestemmingsplannen

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Akoestische motivatie. Schutterijweg 1 te Maastricht

27 Luchthavenbesluit. en luchthavenregeling. Mn N.A. van Renssenl

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Vragen van de heer mr. J.M. Bruggeman (SP) over vaststelling van luchthavenbesluiten en luchthavenregelingen

Gevolgen RBML: helikopters en geluid

Ontwerpbesluit van Gedeputeerde Staten van Limburg

Toelichting behorende bij de Verordening luchthavenbesluit luchthaven Budel Noord-Brabant

Facetbestemmingsplan geluidzonering Groningen Airport Eelde O N T W E R P

Luchthavenregeling Zweefvliegterrein Biddinghuizen

LUCHTVAARTVERORDENING DRENTHE HOOFDSTUK 1, ALGEMENE BEPALINGEN

Bijlage 1 BEOORDELING AANVRAAG LUCHTHAVENREGELING PER LOCATIE. 1. Helihaven Isala klinieken te Zwolle

NOTITIE. Notitie Ke-geluidsberekeningen helikopters op Seppe Airport (pnb not), 18 februari

houdende regels voor burgerluchthavens (Besluit burgerluchthavens)

PROVINCIAAL BLAD. Provincie Zeeland - Verordening Luchthavenbesluit Midden-Zeeland

Facet-bestemmingsplan Geluidszones Rotterdam The Hague Airport

Besluit van Provinciale Staten van Noord-Holland van 22 september 2014 tot vaststelling van de Verordening luchthavenbesluit Hilversum

Provinciale Staten van Noord-Holland. Voordracht 17. Haarlem, 18 januari Onderwerp: Instelling Commissie regionaal overleg luchthaven Hilversum

2017/53151 gemeente Zaanstad Burgemeester & Wethouders

Onderzoek doorwerking geluidscontouren in bestemmingsplannen

REGELGEVING VOOR GELUID

Provincie Noord-Brabant. Besluit. Wet luchtvaart, ontheffing ex artikel 8a. 51. Beleidsregel ontheffing luchtvaartgebruik terreinen Noord-Brabant

1 Luchthavenregeling voor de luchthaven voor helikopters van het HagaZiekenhuis te Den Haag

Uitleg RBML: Lden en EV (casus LHB Hoogeveen)

Ontwerp-besluit Hogere grenswaarde geluid. Woningbouw Waardeel Glimmen

Provinciale beleidsnota Regionale Luchthavens

ONTWERP. Zc>i^ - Luchthavenbesluit vliegveld Oostwold. Algemeen. Kenmerk nr.: PROVINCIALE STATEN van GRONINGEN

PROVINCIAAL BLAD. Verordening Luchthavenbesluit vliegveld Stadskanaal

Is een wijziging van het bestemmingsplan voor het opstijgen met een paramotor noodzakelijk c.q. wenselijk?

Ontheffingenbeleid hogere waardeprocedure Wet geluidhinder Gemeente Oirschot

Wijziging van Luchtvaartnota provincie Utrecht. Beleidskader voor het aanwijzen van locaties voor luchtvaartterreinen in de provincie Utrecht.

Geluidshinderproblematiek van TUG ontheffingen in de provincie Utrecht

Gemeente Maastricht. Toelichting deel uitmakende van het bestemmingsplan Kern Itteren. Bijlage 3

Aanwijzingsbesluit. luchthaven Hoogeveen. tekst sedert 22 augustus 2003

Beleidsregel ontheffing voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik van een terrein voor het opstijgen of landen van een luchtvaartuig

Transcriptie:

Luchthaven Hilversum Beleid Nederland kent naast Schiphol een groot aantal andere luchthavens. Voor deze luchthavens is nieuw beleid ontwikkeld, dit is uitgewerkt in De Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML) die op 1 november 2009 in werking is getreden. Met deze regelgeving zijn de besluitvormingsprocedures voor deze luchthavens in Nederland vereenvoudigd. Daarnaast zijn de taken en bevoegdheden voor deze luchthavens (deels) van het Rijk overdragen aan de provincies. Uitzonderingen op deze regel zijn de luchthavens Eelde, Lelystad, Maastricht, Twente en Rotterdam. De besluitvorming over deze luchthavens van nationale betekenis blijft in handen van het Rijk. Provinciale beleidsnota Regionale Luchthavens De provinciale beleidsnota Regionale Luchthavens 1 geeft inzicht in de eigen sturingsruimte die de provincie hanteert. Toekomstige luchthavenbesluiten, luchthavenregelingen en ontheffingen worden getoetst aan dit ruimtelijk toetsings- en referentiekader. Gesteld wordt dat bestaande luchtvaartterreinen allereerst voldoende ruimte bieden. Voor nieuwe initiatieven heeft de provincie een terughoudende opstelling. Nieuwe aanvragen dienen te voldoen aan de Geluid/EV contouren en de bepalingen ten aanzien van de vliegveiligheid uit het RBML/Besluit burgerluchthavens. Daarnaast gelden aanvullende eisen tot natuur- en stiltegebieden. Beleid bij aanvragen Aanvragen voor nieuwe burgerluchtvaartterreinen in Noord-Holland dienen te voldoen aan de grenswaarden uit het RBML voor geluid en externe veiligheid. Hiermee wordt een voldoende scheiding gegarandeerd van de luchtvaartactiviteiten ten opzichte van woongebieden. Er geldt een nieuwbouwverbod van woningen, niet zijnde bedrijfswoningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de geluidcontour van 56 db(a) Lden, behoudens in de wet genoemde uitzonderingsgevallen. Voor het gebied tussen de contour van de 56 db(a) Lden en de 48 db(a) Lden maakt het provinciaal bestuur een integrale afweging over de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied in relatie tot het (toekomstig) gebruik van de luchthaven (i.c. het afwegingsgebied). Daarbij wordt met name gedacht aan een afweging over de wenselijkheid van woningbouw en de bouw van geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving van de luchthaven. Een overweging hierbij is of het vanwege andere zwaarwegende belangen noodzakelijk is om het aantal geluidgehinderden in de omgeving van de luchthaven toe te laten nemen. Provinciale Staten stellen dus ten aanzien van geluid en externe veiligheid in principe geen aanvullende regels en gaan evenmin uit van een groter gebied met ruimtelijke beperkingen dan waartoe zij op grond van het Besluit burgerluchthavens verplicht zijn. Dit behoudens de uitkomsten van de integrale afweging in het afwegingsgebied. De provincie hanteert echter wel, vanwege de grote geluidbelasting, bij nieuwe of uitbreidingen van bestaande commerciële/privé helihavens, een aanvullende afstandseis van 500 meter tot geluidgevoelige bestemmingen (woningen, scholen, medische inrichtingen ed.). Daarnaast worden geluidgevoelige bestemmingen niet blootgesteld aan een geluidsbelasting groter dan 48 Lden, of aan piekgeluid groter dan 70 db(a). Als de 48 Lden-contour buiten de 500 meter lijn ligt dan geldt die als de grens voor gevoelige bestemmingen. Deze aanvullende afstands/ geluidseisen gelden niet voor vluchten of helihavens met een maatschappelijke functie. 1 Provincie Noord-Holland, Conceptversie 30 maart 2010

Wet luchtvaart 2 De nieuwe luchtvaart wet zorgt ervoor dat voor luchthaven Hilversum door Provinciale Staten een luchthavenregeling vast gesteld moet worden. Deze regeling stelt, in tegenstelling tot een luchthavenbesluit voor grotere luchthavens van nationale betekenis, alleen eisen aan het luchtvaartverkeer (luchtzijde). Bij een luchthavenregeling wordt alleen een luchthavengebied vastgesteld. Daarnaast bevat een luchthavenregeling bevat in ieder geval regels voor luchthavenluchtverkeer, voor zover die noodzakelijk zijn, met betrekking tot de geluidsbelasting. Eventueel kan deze regeling grenswaarden bevatten voor geluidsbelasting. Wat betreft het externe veiligheidsrisico kunnen zowel regels als grenswaarden worden vastgesteld in de luchthavenregeling. Van belang is dat de gestelde regels ervoor zorgen dat zowel het niveau van geluidsbelasting als van het externe veiligheidsrisico beperkt blijft. Dit niveau moet zodanig zijn dat in ieder geval niet het niveau overschreden wordt dat de instelling van een luchthavenbesluit noodzakelijk maakt (een geluidscontour van 56 db(a)lden of een PR van 10-6 buiten het luchthavengebied). Voor luchthaven Hilversum (aanwijzingsbesluit) moet binnen vijf jaar na inwerkingtreding van de wijzigingswet een luchthavenregeling worden opgesteld. Specifiek beleid vliegveld Hilversum De wet RBML leidt ook tot een andere geluidsnormering, omdat de huidige (specifiek Nederlandse) Bkl-norm voor de kleine luchtvaart wordt vervangen door de Europees gestandaardiseerde Lden-norm. De nieuwe normsystematiek leidt bij een gelijkblijvend gebruik van de luchthaven in vergelijking tot de huidige situatie tot een veel kleinere geluidszone waarbinnen niet gebouwd mag worden. Dit komt door het verschil in normeringssystematiek. Het gevolg hiervan is dat eventuele ruimtelijke ontwikkelingswensen binnen de huidige 47 Bkl-zone van de luchthavens Hilversum en Texel die nu nog onmogelijk (of slechts zeer beperkt mogelijk) zijn, desgewenst in principe wèl gerealiseerd kunnen worden als de betreffende locatie zich buiten de nieuwe 56 Lden-zone bevindt. Dit kan voor de luchthavens leiden tot een ongewenste situatie, waarbij de hoeveelheid woonbebouwing in de directe omgeving toeneemt (en daarmee ook het aantal potentieel gehinderde omwonenden). Om dergelijke gevolgen tegen te gaan wordt het wettelijke afwegingsgebied (van 56 db(a) Lden tot 48 db(a) Lden) uitgebreid met het gebied tussen de contour van de 48 db(a) Lden en de huidige 47 Bkl-zone (zie onderstaande schematisch weergave) Hiermee wordt feitelijk de situatie van voor het in werking treden van de RBML gehandhaafd. In de besluitvorming over nieuwe (gewenste) ruimtelijk ontwikkelingen (i.c. de nieuwbouw van geluidgevoelige bestemmingen zoals daar is het plan Ter Sype) in het (vergrootte) afwegingsgebied wordt vervolgens een integrale afweging gemaakt tussen de gewenste ontwikkeling, de gevolgen voor omwonenden (eventuele toename van het aantal gehinderden) en de bestaande rechten van de luchthavens Hilversum en Texel (toename aantal klachten en eventuele beperkingen van de bedrijfsvoering). 2 Renssen, N.A., van. (2009) Luchthavenbesluit en luchthavenregeling, Journaal Luchtrecht, nr. 3, Sdu Uitgevers

Afbeelding 1.1 Schematische weergave geluidszones vliegvelden Hilversum en Texel Vliegveiligheid In gebieden rond luchthavens gelden op grond van (inter)nationale regels beperkingen aan het gebruik van gronden. Deze beperkingen zijn noodzakelijk voor het veilig gebruik van een luchthaven door het luchthavenluchtverkeer. Het gaat in de eerste plaats om hoogtebeperkingen. Deze bewerkstelligen dat in beginsel geen objecten met een bepaalde hoogte worden opgericht die de vliegveiligheid in gevaar kunnen brengen. Daarnaast gelden er diverse beperkingen die ervoor zorgen dat de vliegveiligheid anderszins niet in gevaar wordt gebracht, zoals beperkingen ten aanzien van bestemmingen die apparatuur voor radiocommunicatie, navigatie en plaatsbepaling verstoren of die vogels aantrekken. Deze beperkingen volgen uit voorschriften van de ICAO. Overige aandachtspunten Ten aanzien van de fysieke bereikbaarheid geldt dat bij nieuw aan te leggen terreinen er voldoende bereikbaarheid is in relatie tot de omvang van het terrein; In de RBML wetgeving zijn geen eisen opgenomen voor luchtkwaliteit en klimaat. Bij nieuwe ontwikkelingen zal, conform de geldende Wm regelgeving aangetoond moeten worden dat aan de luchtkwaliteitseisen wordt voldaan. De bevoegdheden van de provincie t.a.v. klimaat zijn beperkt tot het luchtvaartterrein en de gebouwen er op. Bronbeleid (emissie CO2/NO2/fijn stof en geluid van vliegtuigen) vereist een landelijke aanpak. Daardoor wordt aanvullend provinciaal beleid niet noodzakelijk geacht. Relatie met de Wro Het luchthavenbesluit en de luchthavenregeling hebben de juridische vorm van een verordening (dat wil zeggen algemeen verbindende voorschriften in tegenstelling tot een vergunning die zich richt op één vergunninghouder). De ruimtelijke doorwerking van een luchthavenbesluit in het gemeentelijke bestemmingsplan is wettelijk verplicht. Het luchthavenbesluit geldt als een voorbereidingsbesluit in de zin van artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening. Bij een luchthavenregeling is deze verplichting in principe niet aan de orde, maar het is zeer wenselijk dat gemeenten zo nodig het bestemmingsplan aanpassen.

De provincie acht het ongewenst dat een luchthavenregeling wordt verstrekt voor locaties waarbij het bestemmingsplan deze activiteit (inrichten luchthavens en/of stijgen en landen van luchtvaarttuigen) niet toestaat. Om te voorkomen dat door verlening van een luchthavenregeling strijd ontstaat met een bestemmingsplan, zal in die gevallen de regeling worden geweigerd. De provincie kan toch een luchthavenregeling verlenen ondanks strijd met het bestemmingsplan, wanneer bijvoorbeeld het Bevoegd Gezag van plan is het bestemmingsplan op korte termijn te wijzigen en daarmee de strijdigheid op te lossen. Om dit te bewerkstelligen zal de provincie op korte termijn hiervoor een beleidsregel opstellen. Overgangsbeleid Het rijk zet de huidige aanwijzingen voor de vliegvelden Hilversum en Texel om in overgangsbesluiten. Bij deze omzetting vindt geen wijziging plaats in de vergunde gebruiksruimte van de luchthaven. De geluidszone wordt één op één omgezet in regels en grenswaarden voor het luchthavenluchtverkeer en in regels voor de ruimtelijke indeling van de omgeving van een luchthaven. Wat betreft de regels voor de ruimtelijke indeling worden de huidige Ke- en Bkl-zones (waar bepaalde regels gelden) in het overgangsbesluit aangemerkt als beperkingengebied. Het eerste luchthavenbesluit, al dan niet met een gewijzigde gebruiksruimte, moet in ieder geval uiterlijk binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet worden vastgesteld. Relatie tussen beleid, luchthaven Hilversum en beoogde ontwikkeling Situatie overgangsbeleid Tijdens het opstellen van het onderliggende bestemmingsplan is nog geen luchthavenbesluit vastgesteld. Uitgaande van het overgangsbeleid gelden de Bkl-zones als beperkingengebieden. Zoals weergegeven op afbeelding 1.2 is het plangebied gelegen binnen de 47 BKL-zone van het vliegveld. Binnen het Besluit Geluidsbelasting Kleine Luchtvaart (BGKL) zorgt dit voor een nieuwbouw verbod. In sommige gevallen is ontheffing op dit verbod mogelijk. Afbeelding 1.2 BKL-zones vliegveld Hilversum, projectlocatie binnen rode cirkel

In het geldende bestemmingsplan staat beschreven dat Het (BGKL) niet van toepassing is op geluidsgevoelige objecten, die reeds bestaande geluidsgevoelige objecten vervangen, tenzij deze vervanging zou leiden tot: een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur; een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden; een wezenlijke toename van de aan de uitwendige scheidingsconstructie optredende geluidsbelasting. Hierbij wordt wel aangegeven dat de gemeente bij het maken van de plannen dient te beoordelen of een concreet plan valt binnen de mogelijkheden van het BGKL. Situatie nieuw beleid Vooruitlopend op het luchthavenbesluit gelden de 55 en 47 Lden contouren en 10-6 plaatsgebonden risico contouren. Het projectgebied valt in beide gevallen niet binnen de wettelijke contouren. Hierbij dient wel aan toegevoegd te worden dat de provincie Noord-Holland de 47 Bkl binnen haar beleid aanhoudt als beperkingengebied om mogelijke toekomstige uitbreidingen van het vliegveld niet op voorhand te frustreren. Ook is op afbeelding 1.3 aangegeven 10-6 contour niet vastgesteld voor het luchthavenbesluit en kan niet officieel als uitgangspunt gelden voor de besluitvorming. Wel geeft dit een indicatie van de contouren. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het plangebied niet binnen de 10-6 plaatsgebonden risico contour valt van het vliegveld. Afbeelding 1.3 Lden contouren en 10-5 en 10-6 plaatsgebonden risico contouren