Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergelijkbare documenten
Tweede Kamer der Staten-Generaal

Het nieuwe partnerbegrip in de fiscaliteit

nieuwsplus Pensioenwijzigingen in 2014 en 2015 Inhoud 1. Wijzigingen in 2014

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Overgangsbepalingen. Was u in dienst voor 1 januari 2018? Dan gelden er voor u extra regels:

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Sociale Verzekeringen per 1 juli 2012

Tijdens het begrotingsonderzoek heb ik toegezegd u nog aanvullende informatie toe te zenden.

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Premievaststelling vrijwillige verzekering ZW, WW, WAO en WIA 2015

Regeling van een tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten (Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten)

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Artikel III. Wijziging van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Sociale Verzekeringen per 1 januari 2012

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Datum 31 januari Betreft Nota van wijziging Wet verhoging pensioenleeftijd, extra verhoging AOW en flexibilisering ingangsdatum AOW (33046)

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Participatiewet De bijstandsuitkeringen stijgen per 1 januari De netto normbedragen voor mensen vanaf 21 jaar tot aan pensioen zijn:

Sociale Verzekeringen per 1 januari 2011

Sociale verzekeringen per 1 januari 2010

SOCIALE VERZEKERINGEN PER 1 JULI 2012.

Inhoud. Wet werk en bijstand... 2 IOAW en IOAZ... 4 AOW... 5 Anw... 7 Wajong... 8 Maximumdagloon (WW, WIA en WAO)... 9 Toeslagenwet...

Tweede Kamer der Staten-Generaal

De uitkeringsbedragen per 1 januari 2014

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Uitkeringsbedragen per 1 januari 2018

Financiële gevolgen van het afschaffen van de buitengewone uitgavenregeling

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Uitkering superdividend aan EZ EZ opteert voor uitbetaling in twee tranches: in in 2016

Uitkeringsbedragen per 1 januari 2016

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Transcriptie:

Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 23 929 Voornemens met betrekking tot de AOW-toeslag Nr. 2 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage, 7 februari 1995 Tijdens het ordedebat van 26 januari jl. (zie bijlage) zijn door de heer Rosenmöller vragen gesteld over het vraagstuk van de inkomensafhankelijke partnertoeslag in de AOW en een eventuele relatie hiervan met eventuele meevallers bij de uitgaven voor de WAO. Allereerst vraagt de heer Rosenmöller of het kabinet bij het oplossen van het AOW-vraagstuk vasthoudt aan de koppeling met de lastenverlichting voor de hogere inkomens. Deze koppeling ligt inderdaad besloten in hoofdstuk 3 van het regeerakkoord. Vervolgens wordt de vraag gesteld of een eventuele meevaller bij de WAO-uitgaven zal worden gebruikt om het AOW-vraagstuk op te lossen. Ik kan de heer Rosenmöller geruststellen, dit laatste is niet het geval. Inmiddels heeft het kabinet een akkoord bereikt over de invulling van de AOW-bezuinigingen. Er is hierbij op geen enkele wijze sprake van een relatie met het WAO-dossier. Het pakket aan maatregelen ziet er als volgt uit: 1. Bloedverwanten De partnerdefinitie wordt aangepast: de uitzonderingsbepaling voor bloedverwanten in de tweede graad wordt geschrapt met ingang van 1 januari 1996. Samenwonende bloedverwanten worden op dit moment als alleenstaanden behandeld. Voorgesteld wordt om hen in het vervolg als partners te beschouwen waardoor het uitkeringsniveau niet langer 70% maar 50% zal bedragen. Hierdoor zal aan samenwonende bloedverwanten van 65-jaar en ouder in het vervolg een 50% AOW-uitkering worden toegekend. Voor de bestaande uitkeringsgerechtigden wordt de uitkering in 1996 gehandhaafd op het 70%-niveau en met ingang van 1 januari 1997 in 4 halfjaarlijkse stappen verlaagd tot het 50%-niveau. De opbrengst van deze maatregel bedraagt in 1998 170 mln. en structureel 200 mln. 5K0269 ISSN 0921-7371 Sdu Uitgeverij Plantijnstraat s-gravenhage 1995 Tweede Kamer, vergaderjaar 1994 1995, 23 929, nr. 2 1

2. Fraudebestrijding De fraudebestrijding zal worden geïntensiveerd; het gaat hierbij om scherpere controles zowel ten aanzien van de leefvorm als ten aanzien van het verzwijgen van inkomsten. Hiervoor wordt zowel voor 1998 als structureel een bedrag van 115 mln. ingeboekt. 3. Overlijdensuitkering Op dit moment bestaat de overlijdensuitkering uit een doorbetaling van de uitkering over de maand van overlijden en een uitkering van twee maanden daarna. Dit betekent de facto dat de feitelijke overlijdensuitkering op dit moment varieert tussen de twee en drie maanden. Voorgesteld wordt om de uitkering te beëindigen met ingang van de dag na het overlijden en vervolgens een overlijdensuitkering van exact twee maanden toe te kennen. De overlijdensuitkering wordt binnen de gehele sociale zekerheid op deze manier vormgegeven. De opbrengst bedraagt zowel in 1998 als structureel 45 mln. Het totale besparingsbedrag van deze drie maatregelen tezamen bedraagt 330 mln. in 1998 en structureel 360 mln. De taakstelling uit het regeerakkoord zal worden verlaagd van 445 naar 330 mln. in 1998, ter correctie van het ten tijde van het regeerakkoord onbedoeld in de berekeningen betrekken van inkomen uit vermogen. Daarnaast zal van de 300 mln. die in het regeerakkoord beschikbaar is gesteld voor de verlenging van de tweede schijf (in relatie gebracht met een drietal maatregelen met een inkomensafhankelijk karakter) een bedrag van 75 mln. worden afgetrokken. Dit bedrag wordt, binnen de in het regeerakkoord geformuleerde inkomenspolitieke randvoorwaarden, bestemd voor lastenverlichting, waaronder een verhoging van de fiscale-ouderenaftrek. Verder heeft de heer Rosenmöller de vraag gesteld of er sprake is van een volumemeevaller bij de AAW/WAO. Dit is inderdaad het geval. Er is evenwel ook sprake van een tegenvaller bij de WW. Het gaat hierbij om het volgende. Het aantal arbeidsongeschikten is in de Miljoenennota 1995 geraamd op 803 000 uitkeringsjaren in 1994. Thans wordt dit aantal geraamd op 790 000 uitkeringsjaren op basis van de recent ontvangen realisatiegegevens tot en met de maand november 1994. Er is derhalve sprake van een meevaller van 13 000 uitkeringsjaren in 1994 overeenkomend met 400 miljoen. Tegenover een meevaller in de AAW/WAO staat overigens een tegenvaller in de werkloosheidsregelingen. In de Miljoenennota 1995 werd uitgegaan van 310 000 uitkeringsjaren in de WW in 1994 terwijl thans een raming van 329 000 uitkeringsjaren beter aansluit bij de realisatiegegevens tot en met de maand november 1994. Dit komt overeen met een financiële tegenvaller van 650 miljoen in 1994. De meevaller in de AAW/WAO en de tegenvaller in de WW zullen doorwerken in het volume en uitgavenbeeld na 1994. Een en ander zal qua omvang nader worden bezien op basis van het komende CEP 1995. De heer Rosenmöller vraagt tevens of de volumemeevaller WAO een bevestiging vormt van het vermoeden dat de herkeuringen in de WAO wel heel rigoreus plaatsvinden. Hierover kan het volgende worden opgemerkt. Tweede Kamer, vergaderjaar 1994 1995, 23 929, nr. 2 2

De volumeraming met betrekking tot de WAO is in de Miljoenennota 1995 voorzichtig ingezet. Ook voor de herkeuringen is daarmee vooraf een beperkt effect ingeboekt. Het feit dat er achteraf meevallers in de volumeontwikkeling voor 1994 worden geconstateerd is derhalve niet verwonderlijk. Deze meevallers houden overigens ook verband met een verminderde instroom in de arbeidsongeschiktheidsregelingen. De volumemeevaller WAO kan derhalve niet worden gezien als een aanwijzing dat de herkeuringen op grote schaal tot onbedoelde effecten leiden. De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, R. L. O. Linschoten Tweede Kamer, vergaderjaar 1994 1995, 23 929, nr. 2 3

BIJLAGE s-gravenhage, 26 januari 1995 Aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Hierbij zend ik u het stenografisch verslag van het ordedebat van heden toe. Met deze brief breng ik het verzoek van de heer Rosenmöller over en vraag u mij te willen berichten of u aan dit verlangen kunt voldoen. W. J. Deetman Tweede Kamer, vergaderjaar 1994 1995, 23 929, nr. 2 4

Het woord is aan de heer Rosenmöller. De heer Rosenmöller (GroenLinks): Voorzitter! Tijdens het debat over de regeringsverklaring zijn vanuit de Kamer nogal kritische kanttekeningen geplaatst bij het kabinetsvoornemen met betrekking tot de inkomensafhankelijke partnertoeslag in de AOW. Tijdens dat debat heeft de Minister-President een politieke koppeling gemaakt tussen enerzijds de bereidheid van het kabinet om dat voornemen ter discussie te stellen en anderzijds de lastenverlichting die midden- en hogere inkomens zouden kunnen krijgen. De berichten in de media vandaag en gisteren hebben in ieder geval mijn fractie buitengewoon verontrust. Ik zou de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid willen vragen, in een brief aan de Kamer opheldering daarover te verschaffen. Het moet daarbij om de volgende punten gaan. 1. Houdt het kabinet bij het oplossen van het vraagstuk van de inkomensafhankelijke partnertoeslag in de AOW nog steeds vast aan de koppeling met de lastenverlichting voor midden- en hogere inkomens? 2. Er is sprake geweest van een mogelijke inzet van een meevaller bij de WAO ter financiering van de oplossing van het vraagstuk. Is er daadwerkelijk sprake van een meevaller bij de WAO? Mocht dat zo zijn, is dat dan niet een bevestiging dat de herkeuringen in de WAO wel heel rigoureus plaatsvinden, anders dan de staatssecretaris de afgelopen dagen in de media heeft gezegd? Belangrijker in dit kader is, of het kabinet duidelijk wil maken dat een eventuele meevaller in de WAO niet wordt ingezet voor de wijziging van de AOW-plannen. Dat laatste lijkt mij een heel dubieuze manier van politiek bedrijven. De groep AOW ers tevreden stellen ten kosten van de WAO ers wordt in de volksmond het tegen elkaar uitspelen van groepen genoemd. Dat moeten wij niet doen. Voorzitter! Via u verzoek ik de staatssecretaris, op een zo kort mogelijke termijn in een brief antwoord te geven op deze vragen. De voorzitter: Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. Daartoe wordt besloten. Tweede Kamer, vergaderjaar 1994 1995, 23 929, nr. 2 5