Naar een nieuw Achternaamrecht?

Vergelijkbare documenten
De keuze van de achternaam. Ministerie van Justitie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

PUBLICATIEBLAD. LANDSVERORDENING van de 8'*^mei 2010 tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek^ (Landsverordening herziening namenrecht)

De keuze van de achternaam

Het conceptwetsvoorstel lesbisch ouderschap onder de loep

De keuze van de achternaam

Inleiding. Nederlandse personen- en familierecht. Personen- en familierecht 9

Is een prenatale aantekening in het gezagsregister van gezamenlijk gezag van ongehuwde ongeregistreerde ouders mogelijk?

ECLI:NL:RBDHA:2017:6614

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Tweede Kamer der Staten-Generaal

VOORJAARSWIJZIGINGEN FAMILIERECHT mr. L.H.M. Zonnenberg

Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER. BESCHIKKING van 20 december 2011 in de zaak met zaaknummer

Minderjarigheid in het recht

Gezagsdragers hebben (anders dan pleegouders) de plicht te voorzien in het levensonderhoud van het kind waarover zij het gezag uitoefenen.

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Tweede Kamer der Staten-Generaal

ECLI:NL:GHSGR:2003:AL9057

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/ FA RK ; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel )

Inleiding tot de burgerlijke stand

Tweede Kamer der Staten-Generaal

der Nederlanden Keuzerecht dit moment is onduidelijk of met de aanbevelingen van de werkgroep iets wordt gedaan.

Naam van een kind. Afstamming staat vast van Naam Bijvoorbeeld. enkel de vader. moeder en vader tegelijkertijd. Vader.

Wat is gezag? De ouder Gezag en erfrecht Wie heeft het gezag? de NOTARIS en. Gezag. en voogdij

Het nieuwe Belgische naamrecht. Inwerkingtreding op 01 juni 2014

MEMORIE VAN TOELICHTING

Burgerzaken modules - KUC205 Afhandelen Akte

Tweede Kamer der Staten-Generaal

rechtspositie van de verwekker worden verbeterd wanneer zijn kind geboren wordt binnen een ander huwelijk]

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Gehoord de gerechten adviseert de Raad u als volgt. 1

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Het gezag over minderjarige kinderen en de andere levensgezel

Tweede Kamer der Staten-Generaal

» Samenvatting. JPF 2011/36 Rechtbank 's-gravenhage 14 september 2009, /FA RK ; LJN BK1197. ( mr. De Wit mr. Don mr.

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Eenheid van naam binnen het gezin of meer keuzevrijheid voor ouders?

ECLI:NL:CRVB:2017:2709

Bij het toepassen van het nieuwe naamrecht komen steeds dezelfde vragen terug:

Aantekeningen overlijden. Eerstgenoemde partner. Partnerschapsboekje. in de gemeente. Laatstgenoemde partner. in de gemeente

Handleiding. Cipers iseries Workarounds per 1 april Wijzigingen BW en aktemodellen Burgerlijke Stand

239. Duomoederschap anno 2014

Protocol School en Scheiding, KBS De ark en de Ark van Noach

INHOUD. Voorwoord / 5. 1 Burgerlijk Wetboek Boek 1 (uittreksel) / 17. Titel 1 Algemene bepalingen / 17. Titel 2 Het recht op de naam / 17

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Wat staat ons te wachten en waar dienen we straks rekening mee te houden. En soms even terug in de tijd!

Definities van de gehanteerde termen:

Afstamming staat vast van Naam Bijvoorbeeld. Vader

Op is ingekomen ter griffie van de rechtbank te dit verzoek, ingediend door Verzoeker I. Verzoeker II

De Arubaanse en de Curaçaose verwekker en de nationaliteit van het door hen postnataal erkende kind

ECLI:NL:RBMNE:2017:449

LVAK, najaar 2017 Mr. Lydia Janssen. Beschrijft juridische banden tussen ouders en kinderen

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

De rechtspositie van de verwekker indien het kind reeds twee juridische ouders heeft

Zie onder bevindingen of volledige tekst voor de volledige tekst van het rapport.

ECLI:NL:RBNHO:2016:10882

Burgerzaken modules - Afstamming

Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken

Afstamming. U hebt vragen over uw afstamming of over de afstamming van uw kind

ECLI:NL:GHSHE:2017:146

Internationaal naamrecht, Erkenning van buitenlandse naamswijziging

ECLI:NL:HR:2004:AR2782

SAMENLEVINGVORMEN EN SAMENLEVINGSCONTRACT

JPF 2012/161 Rechtbank Dordrecht 30 mei 2012, 96504/FA RK ; 96507/FA RK ; LJN BW7709. ( mr. Haerkens-Wouters )

Artikel 99 wordt als volgt gewijzigd:

ECLI:NL:GHARN:2004:AR8882

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Naar afschaffing van de termijnen in het afstammingsrecht?

ECLI:NL:RBDHA:2017:8005

ECLI:NL:GHAMS:2016:4075 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01

ECLI:NL:RBDHA:2013:16806

Chronologie van de Burgerlijke Stand in de Nederlanden Op

Gew. bij S.B no. 104.

De in de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding vergeten voogden en het voogdijplan

14 Nederlands nationaliteitsrecht

Burgerlijk wetboek Boek 1

INHOUDSTAFEL. VOORWOORD... v

Een pleidooi voor aanpassing van het Besluit Huwelijksgoederenregister

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van

EVRM, minderjarigheid en ouderlijk gezag

INLEIDING De termijnen in het Nederlandse afstammingsrecht Het Nederlandse afstammingsrecht Inleiding...

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Protocol School en Scheiding

Bouwstenen voor een nieuw naamrecht. Rapport van de Werkgroep liberalisering naamrecht

Scheiden, erkennen, adopteren, gezag uitoefenen over en omgang of contact hebben met minderjarige kinderen anno 2009

In hoeverre waarborgt het wetsvoorstel het recht van het kind op kennis van afstammingsgegevens dat voortvloeit uit artikel 7 IVRK?

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

Rolnummer Arrest nr. 55/2015 van 7 mei 2015 A R R E S T

Op De Wonderboom: Protocol School en Scheiding

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Dit is het overzicht van de verplichte arresten van Algemene Rechtswetenschap

Transcriptie:

Naar een nieuw Achternaamrecht? Afstudeerscriptie ter afronding van de studie Nederlands Recht, richting Privaatrecht Universiteit van Tilburg Faculteit der Rechtsgeleerdheid Naam student: Maarten Prinsen Administratienummer: 979678 Scriptiebegeleiding: Prof. mr. P. Vlaardingerbroek Examencommissie: Prof. mr. P. Vlaardingerbroek Mw. mr. J. A. E. van Raak-Kuiper

Voorwoord In onze maatschappij heeft iedereen een achternaam. Aan de hand van deze achternaam valt vaak te achterhalen van wie men afstamt, dus ook bij wie men hoort. Ons achternaamrecht heeft diverse ontwikkelingen doorgemaakt, die het hebben gemaakt tot wat het nu is. Toch is het onwaarschijnlijk dat het achternaamrecht zich niet verder meer zal ontwikkelen; onze samenleving ontwikkelt zich voortdurend en het achternaamrecht zal ook met de tijd mee moeten gaan. In deze scriptie zal ik dan ook enkele mogelijke vernieuwingen van ons achternaamrecht aan de kaak stellen, die wellicht in de toekomst toegepast zouden kunnen gaan worden. De interesse voor het achternaamrecht komt voort uit het volgen van de vakken Personen- en Familierecht, waar ik kennis heb gemaakt met het achternaamrecht, én uit het feit dat mijn eigen achternaam al jarenlang veelal fout geschreven wordt. Het schrijven van deze scriptie heb ik als erg interessant en leerzaam ervaren; ik zie het dan ook als een heugelijk feit dat deze scriptie het slotstuk van mijn opleiding aan de Universiteit van Tilburg vormt. Mijn opleiding verliep in het begin nogal stroef, maar gelukkig is hier na het tweede jaar verandering in gekomen; eindelijk had ik mijn draai gevonden en deze behield ik gelukkig tot aan het eind. Achteraf gezien ben ik blij dat ik destijds heb doorgezet en dat het allemaal goed gekomen is. Dit had ik echter niet alleen gekund en ik zou dan ook graag een aantal mensen willen bedanken. Allereerst wil ik mijn ouders bedanken voor het feit dat zij altijd achter mij hebben gestaan en voor alle steun, die ik van hen gedurende mijn opleiding heb mogen ontvangen (zowel financieel als mentaal). Verder wil ik mijn zusje, mijn vriendin Anne, haar ouders en haar broertje bedanken voor de interesse, die zij in mijn opleiding en scriptie getoond hebben en voor de steun die ik van hen heb mogen ontvangen. Ook wil ik Vincent Zitman bedanken voor de goede adviezen, die hij mij heeft gegeven met betrekking tot het schrijven van deze scriptie. Als laatste zou ik graag meneer Vlaardingerbroek willen bedanken voor de fijne en motiverende begeleiding, die ik van hem heb gehad tijdens het schrijven van deze scriptie en voor de adviezen, die hij me heeft gegeven. Maarten Prinsen Maart, 2007

Opzet van deze scriptie Al vanaf de tijd dat Napoleon nog heerste over ons land, is het voor iedereen verplicht om een achternaam te hebben, die geregistreerd staat bij de burgerlijke stand. Achternamen gaan over van generatie op generatie en vanwege het feit dat zij geregistreerd staan kunnen zij dikwijls uitkomst bieden bij een genealogie- of stamboomonderzoek. De achternaam, zoals wij die in ons land kennen, is van wezenlijk belang voor het aanduiden van familierechtelijke betrekkingen en mate van verwantschap. Met wie wordt men geassocieerd; van welke groep maakt men deel uit? Tevens maakt de achternaam evenals de voornaam een onlosmakelijk deel uit van de persoonlijkheid van de drager ervan. Ons (achter)naamrecht heeft in de loop van de tijd een paar ontwikkelingen doorgemaakt. Toch heeft ons nationale geslachtsnaamrecht pas de laatste tien jaren enkele grotere aanpassingen gehad, waarvan de Wet van 10 april 1997 misschien wel de grootste verandering inhield. Voorheen kregen kinderen, door de toepassing van het oude art.1:5 BW, in bijna alle gevallen (zowel binnen als buiten huwelijk geboren kinderen) automatisch de geslachtsnaam van de vader toegewezen; met ingang van het nieuwe naamrecht werd er een grotere keuzemogelijkheid geschapen voor de ouders van een kind. Het werd door deze wet ook mogelijk voor ouders om hun kind de geslachtsnaam van de moeder mee te geven. Toch is dit in mijn ogen niet het hoogst haalbare, wellicht zijn er veel meer mogelijke opties, waaruit de ouders van het kind zouden moeten kunnen kiezen bij het nemen van het besluit welke achternaam ze hun kind mee willen geven. Wat te denken van bijvoorbeeld verschillende achternamen binnen een gezin, dubbele geslachtsnamen of combinaties van geslachtsnamen? De onderzoeksvraag, die ik dan ook stel in mijn scriptie luidt als volgt: Kan ons nationale (achter)naamrecht zodanig worden gewijzigd, dat dit meer mogelijkheden biedt voor keuzevrijheid van de ouder(s) van het kind c.q. de kinderen op een dusdanige manier, dat dit voorgestelde naamrecht in overeenstemming is/blijft met het internationale naamrecht? In hoofdstuk 1 van deze scriptie zal ik de ontwikkelingen, die ons achternaamrecht in de loop der tijd heeft doorgemaakt, zo volledig mogelijk trachten te beschrijven. Vervolgens zal ik een beeld schetsen van de huidige situatie in ons land op het gebied van het naamrecht, met in het bijzonder de keuzemogelijkheid, die de ouders hebben voor de achternaam van hun kinderen. Ik zal tevens aangeven welke opvattingen en beweegredenen hieraan ten grondslag hebben gelegen. In hoofdstuk 2 zal ik ingaan op de internationale rechten voor wat betreft hun relatie met betrekking tot de achternaam (zoals art. 8 en 14 EVRM, art. 26 IVBP, art. 7, 8 en 41 IVRK, art. 16 lid 1 sub d VN-Vrouwenverdrag en art. 1 van het Verdrag van München). Hierbij zal ik kijken of ons nationale achternaamrecht wel in overeenstemming is met de internationale mensenrechtenverdragen. In hoofdstuk 3 ga ik kijken naar het naamrecht zoals dit geregeld is in onze buurlanden (België en Duitsland). Ik zal ons nationale recht hiermee vergelijken.

In hoofdstuk 4 zal ik enkele mogelijke aanpassingen schetsen, die zouden kunnen bijdragen aan een nieuw naamrechtsstelsel voor ons land. Wanneer ik dit gedaan heb, zal ik tenslotte in hoofdstuk 5 uit deze informatie een conclusie trekken en een antwoord proberen te geven op de door mij voor deze scriptie gestelde onderzoeksvraag. Bij het beantwoorden van deze vraag zal ik tevens mijn eigen mening geven.

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Het Nederlandse achternaamrecht 1 Inleiding 1 1.1 De geschiedenis/ ontwikkelingen 1 1.2 De keuze voor de geslachtsnaam van het kind 3 1.2.1 Geboorte tijdens huwelijk 3 A. Ontkenning van het vaderschap 4 B. Scheiding 5 1.2.2 Geboorte buiten huwelijk 5 A. Erkenning 5 B. Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap 6 C. Adoptie 7 1.2.3 Het uitblijven van een eensluidende naamskeuze voor het kind 7 1.2.4 Uitzonderingen 8 1.2.5 Geslachtsnaamkeuze door kinderen van zestien jaar en ouder 8 1.2.6 Kinderen met verschillende nationaliteiten 8 Conclusie 9 Hoofdstuk 2 Het Nederlandse achternaamrecht in verhouding tot de internationale mensenrechtenverdragen 11 Inleiding 11 2.1 Het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de burgerlijke vrijheden (EVRM) 11 A. Historie 11 B. Family life 12 2.1.1 Geboorte tijdens huwelijk 12 2.1.2 Geboorte buiten huwelijk 13 A. Erkenning (art. 1:203 BW)/ Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap (art. 1:207 BW) 13 B. Adoptie (art. 1:227 BW) 13 2.1.3 Het uitblijven van een eensluidende naamskeuze voor het kind 13 2.1.4 Uitzondering 14 2.1.5 Kinderen met verschillende nationaliteiten 14 2.2 Het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten (IVBP) 15 2.2.1 Geboorte tijdens huwelijk 15 2.2.2 Geboorte buiten huwelijk 15 A. Erkenning (art. 1:203 BW)/ Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap (art. 1:207 BW) 15 B. Adoptie 15 2.2.3 Het uitblijven van een eensluidende naamskeuze voor het kind 16 2.2.4 Uitzondering 16 2.2.5 Kinderen met verschillende nationaliteiten 16

2.3 Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) 17 2.3.1 Geboorte tijdens huwelijk 17 2.3.1.1 Scheiding 18 2.3.2 Geboorte buiten huwelijk 18 A. Erkenning (art. 1:203 BW) 18 B. Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap (art. 1:207 BW) 18 C. Adoptie (art. 1:227 BW) 19 2.3.3 Uitzondering 19 2.3.4 Kinderen met verschillende nationaliteiten 20 2.4 Het VN-Vrouwenverdrag 20 2.4.1 Geboorte tijdens huwelijk 20 2.4.2 Geboorte buiten huwelijk 20 2.4.2.1 Erkenning (art. 1:203 BW), Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap (art. 1:207 BW) en Adoptie (art. 1:227 BW) 20 2.4.3 Het uitblijven van een eensluidende naamskeuze voor het kind 21 2.4.4 Uitzondering 21 2.4.5 Kinderen met verschillende nationaliteiten 21 2.5 Het Verdrag van München 22 2.5.1 Geboorte tijdens huwelijk 22 2.5.2 Geboorte buiten huwelijk 22 2.5.2.1 Erkenning (art. 1:203 BW), Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap (art. 1:207 BW) en Adoptie (art. 1:227 BW) 22 2.5.3 Het uitblijven van een eensluidende naamskeuze voor het kind 22 2.5.4 Uitzondering 23 2.5.5 Kinderen met verschillende nationaliteiten 23 Samenvatting 23 Hoofdstuk 3 De vergelijking van het Nederlandse achternaamrecht met het Duitse en het Belgische achternaamrecht 24 Inleiding 24 3.1 Het Duitse achternaamrecht 24 3.1.1 Geboorte tijdens huwelijk 24 3.1.2 Geboorte buiten huwelijk 25 3.1.3 Ouders kiezen later voor gezamenlijke zorg voor het kind ( 1617b lid 1 BGB) 26 3.1.3.1 Ontkenning van het vaderschap ( 1617b lid 2 BGB) 26 3.1.4 Geslachtsnaam van het kind bij naamsverandering van de ouders ( 1617c lid 1 BGB) 27 3.1.5 Geslachtsnaam bij opvoeding door één der beide ouders en diens nieuwe echtgenoot ( 1618 BGB) 27 3.1.6 Adoptie van een kind ( 1757 BGB) 28 3.2 Het Belgische achternaamrecht 30 3.2.1 Adoptie 30 3.2.1.1 Gewone adoptie (art. 353/1 BBW e.v.) 31 A. Adoptie door twee personen (art. 353/1 BBW) 31

B. Adoptie door één persoon (art. 353/2 BBW) 31 3.2.1.2 Volle adoptie (art. 355 BBW e.v.) 32 A. Adoptie door twee personen (art. 356/2 BBW) 33 Samenvatting 33 Conclusie 34 Hoofdstuk 4 Vernieuwing van ons nationale achternaamrecht Inleiding 35 4.1 Gekozen geslachtsnaam, anders dan die van één der beide ouders 35 4.2 Verschillende geslachtsnamen binnen een gezin 36 4.3 Dubbele geslachtsnaam 37 4.4 Een combinatie van de geslachtsnamen van de ouders van een kind 38 4.5 Nadelen 38 Samenvatting 38 Hoofdstuk 5 Conclusie/ aanbevelingen 40 Literatuur 47 Elektronische bronnen 47 Jurisprudentie 48 Lijst van afkortingen 49

Hoofdstuk 1: Het Nederlandse achternaamrecht Inleiding In dit eerste hoofdstuk zal ik allereerst de geschiedenis en de verschillende ontwikkelingen beschrijven, die aan ons huidige naamrecht ten grondslag hebben gelegen. Vervolgens zal ik een beschrijving geven van ons huidige naamrecht in de verschillende contexten, waarin dit zich voor kan doen (bijvoorbeeld: geboorte binnen huwelijk, geboorte buiten huwelijk etc.) met betrekking tot de achternaam die ouders aan hun kind mee mogen/kunnen geven. Tenslotte zal ik aanduiden hoe het precies zit met de mogelijkheden, die de ouders hebben bij het kiezen van een geslachtsnaam voor hun kind, wanneer het gaat om een kind dat verschillende nationaliteiten bezit. Dit laatste zal ik doen aan de hand van art. 2 en art. 3 WCN. 1.1 De geschiedenis/ ontwikkelingen In ons land is het verplicht om een geslachtsnaam te hebben. Deze verplichting is al in het jaar 1811 ontstaan. Het was keizer Napoleon, die op 18 augustus 1811 een Keizerlijk Decreet uitvaardigde. Volgens dit decreet was het voor iedereen verplicht om een achternaam (die zelf gekozen was) te laten vastleggen bij de burgerlijke stand. Napoleon had dit decreet laten uitvaardigen om de zogeheten Registres Civique samen te kunnen stellen. Deze Registres Civique werden samengesteld per kanton en zij bestonden uit lijsten van weerbare mannen met een leeftijd van ongeveer 21 jaar, die in een bepaalde plaats woonden. Op deze manier kon Napoleon zien wie hij in dienst van zijn leger kon stellen en bovendien waren de jongemannen door de verplichte registratie gemakkelijker te traceren. In feite kunnen deze Registres Civique gezien worden als een voorloper van de huidige burgerlijke stand. Uit de Napoleontische tijd stammen ook de vreemde achternamen, zoals bijvoorbeeld Naaktgeboren, omdat men in die tijd dacht, dat de verplichting tot het registreren van de achternaam slechts zo lang zou duren als de Franse overheersing. De Nederlandse overheid besloot in 1838 echter dat de verplichting tot het laten registreren van een geslachtsnaam wettelijk vastgelegd zou worden, met alle gevolgen van dien. In het oude artikel 1:5 van het Burgerlijk Wetboek (BW) stond bepaald, dat vererving van de geslachtsnaam plaats diende te vinden via de mannelijke lijn; de man was immers het hoofd van het gezin en daarmee de belangrijkste persoon. Hierdoor raakten het afstammingsrecht en de familienaam nauw met elkaar verweven. 1 Ook aan geadopteerde, wettige, gewettigde en erkende kinderen werd de geslachtsnaam van de vader gegeven. Bij laatstgenoemde kinderen was dit zelfs het geval, indien beide ouders niet wensten dat het kind de naam van de erkenner zou krijgen. 2 1 Loeb 1990, p. 49. 2 HR 23 september 1988, NJ 1989, 740.

Op deze regel bestond echter één uitzondering: Wanneer een kind geen juridische vader had, dan werd aan dit kind de geslachtsnaam van de moeder gegeven. Deze regel is ook in het nieuwe naamrecht in stand gehouden. Op 21 november 1991 werd, onder invloed van artikel 8 EVRM en artikel 26 IVBP, een nieuw wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend. Dit had onder andere te maken met: - het gebrek aan keuzevrijheid dat men had voor het geven van de geslachtsnaam aan een kind; - het feit, dat er onderscheid werd gemaakt in de positie van de man en vrouw. Deze twee zaken zouden eventueel een ongerechtvaardigde inbreuk op het recht op eerbiediging van het family life kunnen opleveren. 3 Een voorbeeld van een botsing tussen het Nederlandse achternaamrecht en de internationale bepalingen hieromtrent kunnen we vinden in HR 23 september 1988, NJ 1989, 740. In dit arrest werd er door de ongehuwde ouders van een tweeling aan de ambtenaar van de burgerlijke stand gevraagd of hij een akte van erkenning wilde opmaken, waarin bepaald zou worden dat de tweeling niet de geslachtsnaam van de erkenner zou krijgen, maar gewoon de geslachtsnaam van hun moeder zou behouden. De ambtenaar in kwestie weigerde dit verzoek destijds. Bij deze weigering deed hij een beroep op het oude artikel 1:5 lid 2 BW. Uit dit artikel kwam namelijk naar voren dat, bij erkenning van een kind, dit kind automatisch de geslachtsnaam van de erkenner toegewezen zal krijgen. Door de erkenning van het kind ontstaat er namelijk een familierechtelijke relatie tussen de erkenner en het erkende kind. De ouders van de tweeling besloten om door te gaan met procederen, totdat zij uiteindelijk bij de Hoge Raad aanbeland waren. Zij beriepen zich op de mogelijke discriminatoire werking van de Nederlandse wetsbepalingen op het gebied van het verkrijgen van de geslachtsnaam. Dit beroep fundeerden zij op de bepalingen zoals die staan in artikel 8 en 14 EVRM en in artikel 26 IVBP. Het Hof had in een eerder stadium al bepaald, dat het recht tot keuzemogelijkheid met betrekking tot de geslachtsnaam van een kind, zoals dit in de Nederlandse wet geregeld is, niet strijdig is met de bepalingen van het EVRM en het IVBP. De Hoge Raad besloot dat de bepalingen in het EVRM en het IVBP wel degelijk een waarborg bevatten voor het recht van de ouders om zelf voor de geslachtsnaam van hun kind te kiezen. Wel was de Hoge Raad echter van mening, dat hij niet op de stoel van de wetgever kon gaan zitten in deze kwestie; het kiezen voor andere bepalingen omtrent het naamrechtssysteem dient namelijk door de wetgever gedaan te worden en niet door de rechter. 4 De Hoge Raad kwam uiteindelijk tot de uitspraak dat artikel 14 jo. artikel 8 EVRM in deze kwestie niet geschonden waren, maar dat er wel sprake was van een schending van artikel 26 IVBP. Vanaf 1996 waren het de lagere rechters, die reeds vooruitliepen op een mogelijke herziening van het Nederlandse naamrechtsstelsel. In 1996 was het de rechtbank van Zwolle, die oordeelde dat de onmogelijkheid voor gehuwde ouders om ervoor te kiezen dat hun kind de naam van de moeder zou dragen in strijd was met het in artikel 8 EVRM bepaalde. Volgens de Zwolse rechtbank diende het oude artikel 1:5 lid 1 BW niet toegepast te worden in deze zaak. Zij gaf de ambtenaar van de 3 Vlaardingerbroek e.a. 2004, p. 50. 4 HR 23 september 1988, NJ 1989, 740.

burgerlijke stand de opdracht om de geslachtsnaam in de geboorteakte van het kind te wijzigen in de geslachtsnaam van de moeder. 5 Bij het Gerechtshof s- Gravenhage werd een zaak aanhangig gemaakt, waarin een moeder geen toestemming voor erkenning wilde geven, mede vanwege het feit dat haar kinderen dan na de erkenning verplicht zouden zijn de geslachtsnaam van de man te moeten dragen. Het Gerechtshof was van mening dat dit volgens de vrouw nadelige - gevolg van de erkenning in strijd was met hetgeen in artikel 8 EVRM bepaald is. Vanwege die reden zou het oude artikel 1:5 lid 2 BW volgens het Gerechtshof dan ook buiten toepassing moeten blijven. 6 Door de wetswijzigingen per 1 januari 1998 was er na al deze ontwikkelingen en onenigheden eindelijk sprake van een nieuw naamrecht. 7 Aan dit nieuwe naamrecht lagen de volgende uitgangspunten ten grondslag 8 : - gelijkheid van man en vrouw; - gelijkheid van kinderen die staande huwelijk zijn geboren en kinderen geboren buiten huwelijk; - meer keuzevrijheid; - eenheid van het gezin dient door de geslachtsnaam tot uitdrukking te kunnen worden gebracht; - de belangen van het maatschappelijk verkeer en die van een goed functionerende overheidsadministratie dienen niet uit het oog te worden verloren, zodat aan de vrijheid van naamswijziging redelijke grenzen dienen te worden gesteld. 1.2 De keuze voor de geslachtsnaam van het kind Op het moment dat er een familierechtelijke betrekking ontstaat tussen het kind en de beide ouders, moet er door deze ouders een keuze gedaan worden voor de naam van ofwel de vader, ofwel de moeder. In art. 1:199 BW staat, dat familierechtelijke betrekkingen ontstaan door erkenning van het kind, gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, adoptie van het kind en bij geboorte tijdens huwelijk. Voor het moment waarop de naamskeuze gedaan moet worden, is dus van belang welke familierechtelijke betrekking van toepassing is. In 2003 is er een wetsvoorstel 9 gedaan, waarin geregeld wordt dat de keuze voor de geslachtsnaam van een kind ook gedaan zou moeten kunnen worden door een ouder en zijn echtgenoot of geregistreerde partner, die niet de ouder is, die van rechtswege het gezag over hun kind (gezamenlijk) uitoefenen op grond van artikel 1:253 sa BW. 1.2.1 Geboorte tijdens huwelijk Indien een kind geboren is tijdens het huwelijk van zijn ouders, dienen deze ouders conform art. 1:5 lid 4 BW uiterlijk de keuze voor de geslachtsnaam van het kind te doen op het moment van de aangifte van de geboorte bij de ambtenaar van de burgerlijke stand. Beide ouders moeten hierbij in persoon ten overstaan van de 5 Rb. Zwolle 8 juli 1996, RN 1996-4, nr. 605. 6 Hof s-gravenhage 8 maart 1996, RN 1996-4, nr. 604. 7 Wet van 10 april 1997, Stb. 161. 8 Vlaardingerbroek e.a. 2004, p. 51-52. 9 Kamerstukken II, 2003/04, 29 353, nrs. 1-3.

ambtenaar van de burgerlijke stand verklaren welke naam zij hun kind willen geven. Wanneer de ouders van het kind reeds samen een kind hebben, zijn zij niet vrij in hun keuze voor de geslachtsnaam van hun volgende kinderen; deze kinderen zullen allemaal dezelfde geslachtsnaam krijgen als het eerste kind van de ouders. Deze regel dient ervoor om de eenheid van geslachtsnaam binnen het gezin te behouden. 10 Naamskeuze voor een kind kan ook gedaan worden voordat het kind geboren is. Dit kan bij elke willekeurige ambtenaar van de burgerlijke stand. De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt in een dergelijk geval een akte van naamskeuze op. Wanneer ouders ervoor kiezen om de naamskeuze voor hun kind te doen bij de geboorteaangifte, wordt er door de ambtenaar van de burgerlijke stand melding van deze keuze gemaakt in de akte van geboorte. De geboorteaangifte van een kind en ook de naamskeuze voor dit kind moeten plaatsvinden binnen drie dagen na de geboorte en dienen (conform artikel 1:5 lid 4 BW) plaats te vinden in de gemeente waar het kind is geboren. De regeling voor het doen van aangifte van de geboorte van een kind is terug te vinden in art. 1:19 e BW. Indien de naamskeuze niet uiterlijk binnen deze drie dagen gedaan wordt, zal de ambtenaar van de burgerlijke stand automatisch de geslachtsnaam van de vader opnemen in de geboorteakte van het kind. Volgens Plasschaert kan deze regeling problemen opleveren, aangezien de moeder van het kind in de meeste gevallen niet in staat is om, zo kort na de bevalling, een verklaring van naamskeuze af te leggen ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand bij de geboorteaangifte. Een eenmaal gedane naamskeuze kan niet worden herzien, waardoor de moeder van het kind zich in een nadeligere situatie bevindt als zij niet in staat is om bij de geboorteaangifte aanwezig te zijn. Dit kan ook problemen opleveren met hetgeen bepaald is in artikel 8 van het EVRM. 11 Als de ouders toch de geslachtsnaam van de moeder voor het kind wensen, hebben zij de mogelijkheid om te wachten met het doen van de geboorteaangifte, totdat de moeder weer in staat is om tezamen met de vader voor de ambtenaar van de burgerlijke stand te verschijnen. A. Ontkenning van het vaderschap Het vaderschap kan ten tijde van een huwelijk worden ontkend door: - de vader van het kind. (art. 1:200 lid 1 sub a BW) - de moeder van het kind. (art. 1:200 lid 1 sub a BW) - het kind zelf. (art. 1:200 lid 1 sub b BW) Art. 1:200 lid 1 sub a en b BW regelen de ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap. Dit kan slechts gebeuren, wanneer de man niet de biologische vader van het kind is. Wanneer de ontkenning van het vaderschap gegrond verklaard is, wordt het door huwelijk ontstane vaderschap geacht nimmer gevolg te hebben gehad conform artikel 1:202 lid 1 BW. Wanneer het kind de geslachtsnaam van de vader droeg voor de ontkenning, kan het zo zijn, dat het kind na de ontkenning verder door het leven zal gaan met de geslachtsnaam van de moeder. 10 Plasschaert 1999, p. 96. 11 Plasschaert 1997, p. 289.

B. Scheiding Stel dat de ouders van een kind, dat geboren is tijdens het huwelijk van deze ouders, gaan scheiden. Kan het in dit geval zo zijn, dat de geslachtsnaam van het kind dan gewijzigd wordt? Ja, dit is mogelijk. De moeder van het kind kan aan de Koning vragen om achternaamswijziging op grond van art. 1:7 lid 1 BW. Zij moet dan wel kunnen aantonen dat ze al minimaal 5 jaar alleen voor het kind zorgt. Uiteindelijk kan dit ertoe leiden, dat het kind mogelijk weer een geslachtsnaamswijziging kan ondergaan. De mogelijkheid bestaat namelijk, dat de moeder van het kind weer een nieuwe partner krijgt en wil dat het kind de geslachtsnaam van de nieuwe partner aanneemt. Vereist is hiervoor wel dat de moeder van het kind en haar nieuwe partner eerst een aantal jaren samenwonen alvorens men tot deze geslachtsnaamwijziging mag overgaan. De oorspronkelijke vader van het kind kan wel bezwaar maken tegen een dergelijk besluit, maar zijn stem kan worden gepasseerd. Het kan dus voorkomen, dat een kind meerdere malen van geslachtsnaam wisselt. 1.2.2 Geboorte buiten huwelijk A. Erkenning Conform art. 1:5 lid 2 BW wordt de geslachtsnaamkeuze in geval van erkenning van het kind ter gelegenheid van de erkenning gedaan. De moeder van het kind en diens erkenner moeten ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand een verklaring afleggen welke naam zij voor het kind kiezen. Deze verklaring wordt door de ambtenaar van de burgerlijke stand vermeld in de akte van erkenning van het kind. Deze verklaring dient binnen drie dagen na de geboorte van het kind plaats te vinden. Dit staat geregeld in art. 1:19 e lid 6 BW. Indien deze verklaring niet wordt afgelegd, behoudt het kind conform art. 1:5 lid 2 BW de geslachtsnaam van de moeder. Een man kan bij de ambtenaar van de burgerlijke stand komen om, met schriftelijke toestemming van de moeder, het kind te erkennen. Wanneer hij dit doet, dan krijgt het kind echter wel de geslachtsnaam van de moeder. Er kan dan geen latere aparte akte van naamskeuze voor de geslachtsnaam van de erkenner meer worden opgemaakt. Indien de moeder en de erkenner van het kind toch de geslachtsnaam van de erkenner voor het kind willen kiezen, hebben zij daartoe de volgende twee opties 12 : 1. De vader doet bij de ambtenaar van de burgerlijke stand de geboorteaangifte van het kind; zonder daarbij aan te geven, dat hij het kind erkent. Wanneer hij dit doet, wordt alleen de moeder van het kind in de geboorteakte vermeld. Op een later tijdstip kunnen de moeder en de vader van het kind dan bij de ambtenaar van de burgerlijke stand terugkomen; de ambtenaar van de burgerlijke stand kan dan de akte van de erkenning van het kind met de daarbij behorende naamskeuze opmaken. Deze latere vermelding van erkenningsakte wordt dan toegevoegd aan de geboorteakte van het kind. Art. 1:20 lid 1 jo. Art. 1:20a BW regelen deze eventuele latere vermelding. 12 Plasschaert 1999, p. 87.

2. De erkenner doet geen aangifte van de geboorte van het kind. Op een later tijdstip komen hij en de moeder van het kind terug bij de ambtenaar van de burgerlijke stand om, zowel de akte van de geboorte van het kind, én de akte van erkenning (met de daarbij behorende naamskeuze voor het kind) tegelijk te laten opmaken. Het is dus een vereiste dat de moeder van het kind altijd in persoon aanwezig moet zijn bij het doen van de naamskeuze voor het kind. Een alternatief bestaat hiervoor echter wel, en is te vinden in artikel 1:18a, derde lid BW. Conform dit artikel kan de moeder van het kind zich, voor wat betreft het doen van de naamskeuze, laten vertegenwoordigen door een daartoe bij authentieke akte gevolmachtigde. 13 Ook bestaat er een mogelijk bezwaar om de vader op een later tijdstip terug te laten komen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand: wanneer de vader van het kind komt te overlijden, voordat de erkenning heeft plaatsgevonden, kan het kind conform artikel 1:207 BW alleen nog maar door middel van een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap in een familierechtelijke betrekking tot de vader komen te staan. De moeder van het kind en de erkenner van het kind kunnen geen keuze voor de geslachtsnaam van het kind doen, wanneer zij reeds samen een kind hebben, waarvoor zij een geslachtsnaam hebben gekozen. 14 In dit geval zal het erkende kind dezelfde geslachtsnaam krijgen als het eerdere/ de eerdere kind(eren) van deze ouders. Tevens kan het zo zijn, dat er sprake is van een erkenning van de ongeboren vrucht. In dit geval kunnen de moeder en de erkenner van het kind een verklaring afleggen welke geslachtsnaam zij willen voor hun nog ongeboren kind. Het kind zal dan reeds bij geboorte de op voorhand gekozen naam dragen. Wanneer de erkenning nietig is of vernietigd wordt, wordt de erkenning geacht nimmer gevolg te hebben gehad conform artikel 1:206 lid 1 BW. Zie art. 1:204 lid 1 sub a t/m f BW voor de redenen voor een nietige erkenning en art. 1:205 BW voor de vereisten waaraan een verzoek tot vernietiging van de erkenning aan moet voldoen. B. Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap Wanneer een kind door gerechtelijke vaststelling van het vaderschap in familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan, behoudt het kind de geslachtsnaam van de moeder. Een uitzondering hierop bestaat als de moeder en de man, van wie gerechtelijk het vaderschap vastgesteld is, bij de vaststelling samen verklaren dat zij de geslachtsnaam van de man voor het kind wensen. 15 Uit artikel 1:5 lid 2 BW komt naar voren dat de rechterlijke uitspraak (omtrent de vaststelling van het vaderschap) de verklaring vermeldt, die door de ouders met betrekking tot de geslachtsnaamkeuze voor hun kind is afgelegd. In de praktijk is er vaak van een dergelijke verklaring geen sprake. Als de vader het kind niet heeft willen erkennen, maar het kind min of meer aan hem wordt opgedrongen door een gerechtelijke vaststelling, zal hij meestal ook niet willen meewerken aan de verlening van zijn geslachtsnaam aan het kind. In een dergelijke situatie zal de moeder van het kind ook veelal niet de geslachtsnaam van de vader voor haar kind wensen. Slechts in de situatie, waarin er gerechtelijk het vaderschap van een reeds eerder overledene wordt vastgesteld, is het wel voor de hand liggend dat de moeder van het 13 Plasschaert 1999, p. 86. 14 Plasschaert 1999, p. 86. 15 Plasschaert 1999, p. 88.

kind de geslachtsnaam van de overleden vader voor het kind wenst. Wanneer zij hiervoor kiest, kan zij de verklaring daartoe bij de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap alleen afleggen. C. Adoptie Conform artikel 1:5 lid 3 BW wordt er door de adoptiefouders van het kind voor een geslachtsnaam gekozen ter gelegenheid van de rechterlijke uitspraak tot adoptie. De naamskeuze wordt door de rechter in de adoptie-uitspraak opgenomen. 16 Naamskeuze door de adoptiefouders is alleen mogelijk indien het gaat om het eerste kind dat in familierechtelijke betrekking tot dit echtpaar komt te staan. Wanneer deze ouders al eerder kinderen gekregen hebben (uit geboorte of uit adoptie), dan zal het door hen geadopteerde kind dezelfde geslachtsnaam krijgen als de reeds eerder gekregen kinderen. Deze regeling is terug te vinden in art. 1:5 lid 8 BW. Als de gehuwde ouders van verschillend geslacht niet kiezen voor een geslachtsnaam voor het kind, dan krijgt het kind de geslachtsnaam van de adoptievader. Indien de gehuwde ouders van gelijk geslacht niet kiezen voor een geslachtsnaam voor het kind, dan behoudt het kind de naam die het heeft. Dit geldt ook in het geval dat de ongehuwde ouders niet kiezen voor een geslachtsnaam voor het kind. 17 Bij gezamenlijk gezag dat uitgeoefend wordt door de ouder en zijn of haar partner, omdat het kind tijdens het geregistreerd partnerschap of tijdens het huwelijk van de ouder en deze partner is geboren, kunnen de ouder en zijn of haar partner een keuze voor de geslachtsnaam van het kind doen voor de geboorte en uiterlijk ten tijde van de aangifte van de geboorte. De regeling voor het gezamenlijk gezag van rechtswege is terug te vinden in art. 1:253sa lid 3 BW. In het geval van eenouderadoptie door de levensgezel of de echtgenoot van het andere geslacht dan de ouder, dient er door de ouder en de adoptiefouder samen ook een keuze gemaakt te worden voor de geslachtsnaam die het kind zal gaan dragen. Doet er zich een dergelijk geval voor, dan is het goed mogelijk dat het geadopteerde kind voor de adoptie de geslachtsnaam van de vader had, maar na de adoptie de geslachtsnaam van de adoptiefvader zal gaan dragen. 18 Is er sprake van een herroeping van de adoptie, dan zal het kind weer de geslachtsnaam gaan dragen, die het voor de adoptie had. 19 1.2.3 Het uitblijven van een eensluidende naamskeuze voor het kind Indien een eensluidende naamskeuze voor het kind uitblijft en het kind is buiten huwelijk geboren, dan zal het kind de geslachtsnaam van de moeder krijgen. Wanneer een eensluidende naamskeuze voor het kind uitblijft en het kind is ten tijde van een huwelijk geboren, dan krijgt het kind de geslachtsnaam van de vader. Als een van beide ouders niet meer in leven is, op het tijdstip dat de naamskeuze gedaan moet worden, is de andere ouder bevoegd om te kiezen voor de geslachtsnaam, die het kind zal gaan dragen. Deze regeling is te vinden in art. 1:5 lid 9 BW. Datzelfde geldt voor de situatie waarin een van de beide ouders onder 16 Plasschaert 1999, p. 90. 17 Vlaardingerbroek e.a. 2004, p. 54. 18 Plasschaert 1999, p. 91. 19 Loeb 1990, p. 65.

curatele is gesteld, of wanneer er ten behoeve van hem of haar een mentorschap is ingesteld. Ook dan is de andere ouder bevoegd om de naamskeuze alleen te doen. Zelfs wanneer de verwekker is overleden, kan zijn vaderschap conform art. 1:207 lid 1 BW gerechtelijk worden vastgesteld. Als er na de dood van de verwekker pas een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap heeft plaatsgevonden, dan is artikel 1:5 lid 9 BW ook van toepassing; de moeder van het kind of het kind zelf (indien het zestien jaar of ouder is) heeft dan de bevoegdheid om voor de naam van de verwekker te kiezen. 1.2.4 Uitzonderingen In sommige gevallen 20 bestaat er voor de ouders geen mogelijkheid om te kiezen welke geslachtsnaam zij aan hun kind willen geven. Dit is het geval wanneer: - de ouders al een geslachtsnaam voor hun eerste kind gekozen hebben; de kinderen die de ouders hierna krijgen, zullen allen dezelfde geslachtsnaam krijgen als het eerste kind; - het eerste kind van de ouders van rechtswege de naam van de vader heeft gekregen, omdat het voor 1998 is geboren. Ook in dit geval zullen alle kinderen, die de ouders nog samen krijgen, dezelfde geslachtsnaam krijgen als het eerste kind. Er bestaat slechts één geval, waarbij de ouders niet verplicht zijn hun volgende kinderen dezelfde geslachtsnaam te geven als het eerste kind dat zij kregen. Als het eerste kind van de ouders levenloos ter wereld komt, zijn de ouders niet verplicht hun volgende kinderen dezelfde geslachtsnaam te geven, die zij aan het eerste kind gegeven hebben; zij hebben de mogelijkheid om opnieuw een keuze te doen met betrekking tot de geslachtsnaam voor een volgend kind. 21 1.2.5 Geslachtsnaamkeuze door kinderen van zestien jaar en ouder Kinderen van zestien jaar en ouder, die erkend of geadopteerd worden of waarvan het vaderschap gerechtelijk vastgesteld wordt, nemen (conform art. 1:5 lid 7 BW) zelf de beslissing van welke ouder zij de geslachtsnaam willen dragen. Zij hebben daarbij de mogelijkheid om af te wijken van de geslachtsnaam die de andere kinderen in het gezin hebben. De ouders van het kind hebben hierover niets te zeggen. 22 Wanneer een kind van zestien jaar of ouder, dat bij erkenning, gerechtelijke vaststelling van het vaderschap of adoptie, weigert een keuze voor een geslachtsnaam te doen, is er hiervoor geen regeling die uitkomst biedt om alsnog een nieuwe geslachtsnaam aan het kind toe te kennen. In dit soort gevallen geldt dan de hoofdregel dat de ouders de geslachtsnaam bepalen die het kind zal gaan dragen. 1.2.6 Kinderen met verschillende nationaliteiten Wanneer er een kind geboren wordt dat verschillende nationaliteiten bezit, waaronder de Nederlandse, kan het voorkomen dat er zich een conflict voordoet 20 Vlaardingerbroek e.a. 2004, p. 54-55. 21 Plasschaert 1999, p. 97. 22 Plasschaert 1999, p. 95.

over de geslachtsnaam. Aan de hand van welk rechtsstelsel wordt bepaald welke geslachtsnaam het kind zal krijgen? Om dit probleem op te lossen, is op 1 januari 1990 de Wet conflictenrecht namen (WCN) in werking getreden. In artikel 2 van deze wet wordt de oplossing voor dit conflict gegeven: De geslachtsnaam en de voornaam van een persoon die de Nederlandse nationaliteit heeft worden, ongeacht de vraag of hij nog een andere nationaliteit heeft, bepaald door het Nederlandse interne recht. Dit geldt ook indien vreemd recht van toepassing is op de familierechtelijke betrekkingen waarvan het ontstaan of het tenietgaan gevolg kan hebben voor de geslachtsnaam. Artikel 3 van de WCN bepaalt verder nog dat: Personen die de nationaliteit van meer dan één Staat bezitten, kunnen de ambtenaar van de burgerlijke stand verzoeken op hun geboorteakte een kantmelding te plaatsen van de naam die zij voeren in overeenstemming met het recht van een van die staten, dat niet is toegepast ingevolge artikel 1, tweede lid, of artikel 2 van deze wet. Een klein voorbeeld ter verduidelijking van deze twee artikelen 23 : Indien er in Nederland een kind geboren wordt uit een Nederlandse vader en een Spaanse moeder, komt er in de geboorteakte van dit kind de geslachtsnaam van de vader of de moeder te staan, zoals dit conform het Nederlandse recht gebruikelijk is. Deze regeling vloeit voort uit art. 2 WCN. Wel kan er een latere vermelding worden toegevoegd aan de geboorteakte van het kind van de naam die het kind volgens Spaans recht voert. 24 De toevoeging van deze latere vermelding geschiedt overeenkomstig hetgeen in art. 3 WCN geregeld is. Het toevoegen van een dergelijke vermelding zorgt er niet voor dat de oorspronkelijke naam verloren gaat. Het kind houdt zijn oorspronkelijke geslachtsnaam wel, maar deze geslachtsnaam wordt niet in het dagelijks leven gebruikt. Wanneer men per sé de geslachtsnaam, zoals die volgens het recht van een andere staat is, wil voor het kind, kan er door de wettelijke vertegenwoordiger een verzoek worden ingediend tot wijziging van de geslachtsnaam. Dit kan hij doen op grond van artikel 3b van het Besluit geslachtsnaamwijziging. De geslachtsnaam van het kind kan dan bij Koninklijk Besluit worden gewijzigd in de geslachtsnaam, die het kind volgens het recht van de andere staat zou hebben. In art. 1:7 BW staan de verschillende gevallen beschreven, waarin een geslachtsnaam bij Koninklijk Besluit gewijzigd of vastgesteld kan worden. Conclusie In dit eerste hoofdstuk zijn de belangrijkste ontwikkelingen beschreven, die zich hebben voorgedaan op het gebied van het geslachtsnaamrecht. Al deze ontwikkelingen hebben stuk voor stuk bijgedragen aan het geslachtsnaamrecht, zoals wij dit nu kennen. Verder hebben we kunnen zien hoe het huidige Nederlandse geslachtsnaamrecht in elkaar zit voor wat betreft binnen huwelijk geboren kinderen, buiten huwelijk geboren kinderen en kinderen met verschillende nationaliteiten. 23 Kampers 2004, p. 166. 24 HvJEG 2 oktober 2003, zaak C-148/02 (Garcia Avello).

Het meest typerende is dat in vele van deze gevallen, wanneer de ouders niet kiezen voor een geslachtsnaam voor hun kind, het kind automatisch de geslachtsnaam van de vader toegewezen krijgt.

Hoofdstuk 2: Het Nederlandse achternaamrecht in verhouding tot de internationale mensenrechtenverdragen Inleiding In dit tweede hoofdstuk zal ik ons geldende nationale geslachtsnaamrecht gaan onderwerpen aan een toetsing aan verschillende mensenrechtenverdragen, waarbij ons land partij is. Deze toetsing zal ik onder andere doen aan de hand van de door mij in hoofdstuk 1 gemaakte indeling. Achtereenvolgens zal ik ons nationale geslachtsnaamrecht toetsen aan de artikelen 8 en 14 EVRM, art. 26 IVBP, art. 7, 8 en 41 IVRK, art. 16 lid 1 sub d VN- Vrouwenverdrag en art. 1 van het Verdrag van München. 2.1 Het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de burgerlijke vrijheden (EVRM) A. Historie Een blik op de historie leert ons dat ons nationale recht op het gebied van geslachtsnaamkeuze regelmatig in botsing is gekomen met art. 8 EVRM. In 1991 werd er een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer, omdat ons naamrecht destijds niet geheel in overeenstemming met art. 8 EVRM was. Dit kwam reeds in 1988 naar voren, toen de Hoge Raad een verzoek van de moeder en de erkenner van een kind, om het kind de geslachtsnaam van de moeder te geven, niet honoreerde. 25 De Hoge Raad was van mening dat het EVRM het recht van de ouders om voor de geslachtsnaam van het kind te kiezen waarborgt, maar dat het de taak is van de wetgever om voor een ander naamrechtsstelsel te kiezen. De Hoge Raad sprak zich niet uit over de vraag of art. 8 EVRM bescherming biedt voor het Nederlandse naamrechtsstelsel. 26 Verder besloten de rechtbank Zwolle 27 en het Gerechtshof s-gravenhage 28 dat het oude art. 1:5 BW in strijd was met art. 8 EVRM en derhalve buiten toepassing gelaten moest worden. Uiteindelijk hebben al deze ontwikkelingen mede bijgedragen aan het nieuwe naamrecht dat in ons land vanaf 1998 geldt, waarbij de ouders van het kind mogen kiezen voor de geslachtsnaam van het kind. Mochten de ouders samen geen keuze kunnen maken, dan biedt de wet uitkomst. 29 25 HR 23 september 1988, NJ 1989, 740. 26 Vlaardingerbroek e.a. 2004, p. 50. 27 Rb. Zwolle 8 juli 1996, RN 1996-4, nr. 605. 28 Hof s-gravenhage 8 maart 1996, RN 1996-4, nr. 604. 29 Vlaardingerbroek e.a. 2004, p. 52.

B. Family life In art. 8 EVRM staat het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven centraal. Met name het familie- en gezinsleven is van belang wanneer we ons nationale geslachtsnaamrecht toetsen aan art. 8 EVRM. Over het zogeheten family life is al veel te doen geweest in de loop der jaren. Volgens het Europese Hof moet onder andere onder family life worden verstaan: een bepaalde band, betrekking, verhouding. Onder deze verhouding vallen familierechtelijke betrekkingen vàn kinderen en familierechtelijke betrekkingen mét kinderen. 30 Tevens moeten de persoonlijke omgang met kinderen en het wederzijdse genot van elkaars gezelschap onder family life worden verstaan. 31 Tenslotte valt ook de uitoefening van de ouderlijke rechten en verantwoordelijkheden onder family life. Dit betekent onder meer dat het kind recht heeft op afstammingsvoorlichting. Afstammingsvoorlichting is belangrijk op verschillende manieren, namelijk als het gaat om: - het bepalen van de identiteit van het kind (wie ben ik?) - het sociologisch belang (bij wie hoor ik? Groepsgevoel) - het medische belang (i.v.m. eventuele erfelijke ziekten) - het juridisch belang In het geval van art. 8 EVRM (en ook art. 7 IVRK zoals we later zullen zien) zijn vooral de eerste twee gevallen van belang. Een kind heeft het recht om te weten wie zijn of haar ouders zijn. De moeder van het kind kan zelfs gedwongen worden om de naam van de vader prijs te geven, tenzij dit de moeder of het kind op een ernstige manier kan schaden. 32 Art. 14 EVRM behandelt het verbod van discriminatie op welke grond dan ook. Laten we nu ons naamrecht eens onderwerpen aan de bepalingen van art. 8 en art. 14 EVRM. Dit zal wederom gebeuren aan de hand van de indeling, zoals die in hoofdstuk 1 gemaakt is. 2.1.1 Geboorte tijdens huwelijk Als er sprake is van geboorte binnen huwelijk, kunnen de ouders van het kind kiezen voor een geslachtsnaam. Dit is mogelijk voor of uiterlijk ten tijde van de geboorteaangifte (art. 1:5 lid 4, eerste volzin BW). In principe levert dit geen strijd op met art. 8 EVRM, aangezien er sprake is van een eerlijke keuzemogelijkheid voor de geslachtsnaam van elk der beide ouders. Als we deze bepaling echter nader gaan bekijken, zien we dat de geboorteaangifte van het kind uiterlijk binnen drie dagen na de geboorte plaats dient te vinden (art. 1:19e lid 6 BW). De naamskeuze moet dus ook binnen drie dagen na de geboorte plaatsvinden. Veelal is de moeder van het kind echter niet in staat om binnen een dermate kort tijdsbestek voor de ambtenaar van de burgerlijke stand te verschijnen om daar een verklaring voor haar naamskeuze af te leggen. De keuze die de ouders maken voor 30 EHRM 13 juni 1979, NJ 1980, 462 (Marckx tegen België). 31 EHRM 21 juni 1988, NJ 1988, 746 (Berrehab tegen Nederland). 32 Hof Arnhem 8 maart en 10 mei 1994, NJ 1996, 467.

de geslachtsnaam van het kind kan, wanneer eenmaal vastgelegd, niet meer worden herzien. De moeder van het kind bevindt zich dus in een nadeligere situatie wanneer het op de keuze voor de geslachtsnaam aankomt. Deze nadeligere situatie zou strijd kunnen opleveren met art. 8 EVRM. Stel: Er is een kind geboren. De vader van het kind doet aangifte van het kind bij de ambtenaar van de burgerlijke stand en kiest ervoor om het kind zijn geslachtsnaam mee te geven. De moeder van het kind was niet in staat om bij de geboorteaangifte aanwezig te zijn en wenste haar geslachtsnaam voor het kind. Het kind zal dan toch de geslachtsnaam van de vader houden, aangezien hij conform art. 1:19e lid 2 BW aangifte gedaan heeft. Het recht op eerbiediging van het family life van de moeder van het kind kan in een dergelijk geval in het gedrang komen, aangezien zij geen eerlijke kans heeft gehad het kind haar geslachtsnaam te geven. De moeder van het kind wordt in feite dus ook op grond van haar geslacht gediscrimineerd bij deze bepaling; zij kan haar bevoegdheid tot het doen van aangifte wellicht minder makkelijk dan de vader uitoefenen binnen het daarvoor wettelijk gestelde tijdsbestek. Wel is het echter zo, dat de vader en moeder van het kind de mogelijkheid hebben om reeds voor de geboorte van het kind al een keuze voor de geslachtsnaam te doen. Op basis hiervan acht ik ons nationale recht voor wat betreft de naamskeuze voor een kind, dat binnen huwelijk is geboren, niet in strijd met hetgeen in art. 8 jo. art. 14 EVRM bepaald is met betrekking tot de eerbiediging van het family life. 2.1.2 Geboorte buiten huwelijk A. Erkenning (art. 1:203 BW)/ Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap (art. 1:207 BW) In deze twee gevallen van geboorte buiten huwelijk is het mogelijk voor de ouders om de keuze voor de geslachtsnaam van het kind te doen ter gelegenheid van de erkenning van het kind (art. 1:5 lid 2, eerste volzin BW), ofwel ter gelegenheid van de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap (art. 1:5 lid 2, vierde volzin BW). Er bestaat hierbij een keuzemogelijkheid voor de geslachtsnaam van een der beide ouders, met als gevolg dat er geen sprake is van een schending van art. 8 jo. art 14 EVRM door ons nationale recht op dit gebied, aangezien de man en de vrouw gelijke mogelijkheden hebben om hun geslachtsnaam voor het kind te kiezen. B. Adoptie (art. 1:227 BW) In geval van adoptie kiezen de adoptiefouders de naamskeuze ter gelegenheid van de adoptie (art. 1:5 lid 3 BW). Ook hierbij bestaat zowel de mogelijkheid tot het kiezen van de geslachtsnaam van de vader, als de mogelijkheid tot het kiezen voor de geslachtsnaam van de moeder. Van een schending van art. 8 jo. art. 14 EVRM is bij deze regeling dan ook geen sprake, want beide adoptiefouders hebben een gelijke kans om hun geslachtsnaam voor het kind te kiezen. 2.1.3 Het uitblijven van een eensluidende naamskeuze voor het kind Als het kind tijdens huwelijk van de ouders geboren is en deze ouders kunnen niet tot een unanieme beslissing komen met betrekking tot de geslachtsnaam die zij het kind zullen geven, dan krijgt het kind automatisch de geslachtsnaam van de vader

(conform art. 1:5 lid 5 BW). Wanneer het gaat om een kind dat buiten huwelijk geboren is, waarvan de ouders niet tot een gezamenlijke beslissing omtrent de geslachtsnaamkeuze kunnen komen, dan krijgt het kind automatisch de geslachtsnaam van de moeder. 33 Hierbij wordt er dus gehandeld aan de hand van de eeuwenoude tradities van ons land, die niet bepaald bekend staan om hun gelijkwaardige behandeling voor wat betreft de verhouding tussen man en vrouw. De man bevindt zich in een nadeligere positie, wanneer er sprake is van geboorte buiten huwelijk; de vrouw bevindt zich in een nadeligere positie, wanneer er sprake is van geboorte binnen huwelijk. Dit is strijdig met hetgeen in art. 8 jo. 14 EVRM is bepaald omtrent family life en discriminatie. 2.1.4 Uitzondering In al de hierboven omschreven gevallen; geboorte binnen, danwel buiten huwelijk geldt de volgende regel: De naamskeuze voor het kind staat in principe vrij, mits het gaat om het eerstgeboren kind van dezelfde ouders. Bij geboorte van een volgend kind van dezelfde ouders, krijgt dit kind automatisch dezelfde geslachtsnaam als het eerder geboren kind (art. 1:5 lid 8 BW). De ouders van het kind hebben voor verdere kinderen geen vrije keuze voor de geslachtsnaam, die deze kinderen zullen krijgen. Dit zou een schending van art. 14 EVRM kunnen inhouden, maar een mogelijke schending van art. 14 EVRM is door het Europese Hof in Straatsburg ontkend. 34 2.1.5 Kinderen met verschillende nationaliteiten Over de verhouding van de Nederlandse regeling, met betrekking tot de naamskeuze voor kinderen met verschillende nationaliteiten, ten opzichte van art. 8 jo. art. 14 EVRM bestaat er een wisselend beeld in de rechtspraak 35 : - In 2001 oordeelde de rechtbank Haarlem dat het aan een kind onthouden van een geslachtsnaam strijd oplevert met art. 8 EVRM. 36 - De rechtbank Amsterdam was in 2003 van mening dat de Officiële Mededeling voor ambtenaren van de burgerlijke stand 2/2002 in strijd was met art. 1:5 lid 4 en met art. 8 jo. art. 14 EVRM. 37 - Het Hof Den Haag besloot dat elk kind vanaf de geboorte recht heeft op een geslachtsnaam conform art. 7 IVRK en art. 8 EVRM. 38 Ik ben van mening dat de Nederlandse regeling op het gebied van geslachtsnaamrecht met betrekking tot kinderen met meerdere nationaliteiten afdoende geregeld is in de artikelen 2 en 3 WCN, zonder dat deze strijd opleveren met art. 8 jo. art. 14 EVRM. Wel zouden er eventueel wat aanpassingen in de wet gemaakt kunnen worden om de bestaande hiaten op te vullen. 33 Vlaardingerbroek e.a. 2004, p. 53. 34 EHRM 27 april 2000, NJB 2000, p. 1337-1338. 35 Vlaardingerbroek e.a. 2004, p. 56-58. 36 Vlaardingerbroek e.a. 2004, p. 57. 37 Vlaardingerbroek e.a. 2004, p. 57. 38 Hof Den Haag 15 oktober 2003 FJR 2004, nr. 14.

2.2 Het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten (IVBP) Bij de vergelijking van ons nationale recht op het gebied van achternaamskeuze door de ouders van een kind met dit verdrag, speelt het in art. 26 IVBP bepaalde een rol van betekenis: Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder discriminatie aanspraak op gelijke bescherming door de wet. In dit verband verbiedt de wet discriminatie van welke aard ook en garandeert een ieder gelijke en doelmatige bescherming tegen discriminatie op welke grond ook, zoals ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status. Ook de vergelijking van ons nationale recht met het IVBP zal aan de hand van de in hoofdstuk 1 gemaakte indeling beschreven worden. 2.2.1 Geboorte tijdens huwelijk Zoals we al eerder zagen, hebben de ouders van een kind, dat geboren is ten tijde van het huwelijk van deze ouders, de mogelijkheid om te kiezen voor de geslachtsnaam van of de vader of de moeder van het kind. Deze mogelijkheid hebben zij conform het in art. 1:5 lid 4 BW bepaalde. Er wordt dus geen onderscheid gemaakt op basis van geslacht bij het geven van deze keuzemogelijkheid aan de ouders. De Nederlandse regeling voor de mogelijkheid om te kiezen voor een geslachtsnaam voor hun kind, die de ouders hebben, komt dus overeen met art. 26 IVBP. 2.2.2 Geboorte buiten huwelijk A. Erkenning (art. 1:203 BW)/ Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap (art. 1:207 BW) De ouders van een kind hebben in deze twee gevallen de mogelijkheid om de keuze voor de geslachtsnaam van het kind te doen ter gelegenheid van de erkenning van het kind (art. 1:5 lid 2, eerste volzin BW), ofwel ter gelegenheid van de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap (art. 1:5 lid 2, vierde volzin BW). De ouders van het kind hebben hierbij de mogelijkheid om te kiezen voor de geslachtsnaam van ofwel de erkenner/man van wie het vaderschap gerechtelijk is vastgesteld, ofwel de geslachtsnaam van de vrouw. Beide partijen worden hierbij gelijkelijk behandeld; van discriminatie is hier geen sprake. We kunnen hieruit concluderen dat er hier niet van een schending van art. 26 IVBP gesproken kan worden. B. Adoptie (art. 1:227 BW) Wanneer een kind geadopteerd wordt, kiezen de adoptiefouders ter gelegenheid van de adoptie voor de geslachtsnaam van het kind (art. 1:5 lid 3 BW). Er bestaat hierbij de mogelijkheid tot het kiezen van de geslachtsnaam van de vader, of tot het kiezen van de geslachtsnaam van de moeder. Art. 26 IVBP wordt door deze regeling niet