Chapter 10. Samenvatting

Vergelijkbare documenten
Vrouwen die zwanger zijn van een meerling hebben een verhoogde kans op vroeggeboorte

Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst

SSRI-gebruik tijdens zwangerschap, bevalling en kraambed

Samenvatting (Summary in Dutch)

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

Werkafspraak SSRI in de zwangerschap oktober 2014

Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities. in Early Childhood Health. The Generation R Study. Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING

Nederlandse samenvatting

Gebruik van SSRI-medicatie voor en tijdens de zwangerschap en in het kraambed.

Summary & Samenvatting. Samenvatting

Medisch protocol te gebruiken door verloskundigen, Obstetrieverpleegkundigen en kinderverpleegkundigen, kinderartsen en gynaecologen.

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers

SAMENVATTING bijlage Hoofdstuk 1 104

Samenvatting. Samenvatting

Nederlandse Samenvatting

Gebruik van antidepressiva voor en tijdens de zwangerschap en in het kraambed

development of sucking patterns in preterm infants

Chapter 9. Nederlandse samenvatting (Dutch summary)

Addendum. Nederlandse Samenvatting

Protocol SSRI/SNRI gebruik in de zwangerschap en de behandeling van de

Nederlandse samenvatting

VSV Achterhoek Oost Protocol Preventie en behandeling van early-onset neonatale infecties

Samenvatting (summary in Dutch)

CHAPTER 12. Samenvatting

SSRI. Protocol NVOG/NVK 2012 VSV Geert Jan Blok

NeDerLANDse samenvatting

Marrit-10-H :05 Pagina 131. chapter 10 samenvatting

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting

Nederlandse samenvatting

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3

Nederlandse Samenvatting

Gebruik van antidepressiva (SSRI) voor en tijdens de zwangerschap en in het kraambed

Psychofarmaca tijdens de zwangerschap Gevolgen voor het kind op korte en lange termijn

Stress, depressie en cognitie gedurende de levensloop

SAMENVATTING. Achtergrond en doelstellingen van dit proefschrift

Immuun Activatie in Relatie tot Manische Symptomen in Depressieve Patiënten. Karlijn Becking MD-PhD student, UMCG

Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2

Gebruik van antidepressiva voor en tijdens de zwangerschap en in het kraambed

gegevens van de mannen die aan het begin van het onderzoek nog geen HVZ en geen diabetes hadden.

Zwangerschap en bipolaire stoornis avontuur voor patient en behandelaar. Anja Stevens

Zwangerschap bij de psychiatrische patient. Cijfers telefoondienst TIS. TIS kenniscentrum. vragen/exposities SSRI s

Afwachtend beleid bij subfertiele paren met een goede kans op natuurlijke conceptie

HOOFDSTUK 1: INLEIDING

Richtlijn Gezonde slaap en slaapproblemen bij kinderen (2017)

VSV Zoetermeer. Ketenprotocol. Diabetes gravidarum. Auteurs: Esther van Uffelen Ingrid Mourits. Versie 1.0

Patiënteninformatie. Psychiatrie- Obstetrie- Paediatrie (POP)-poli. Informatie voor patiënten over de POP-poli van Tergooi.

Samenvatting Dankwoord About the author

Nederlandse samenvatting

Neuropsychiatrische symptomen bij Nederlandse verpleeghuispatiënten

Presentatie. POP poli Aandachtspunten bij kinderwens, zwangerschap en bevalling bij cliënten met psychische klachten/aandoeningen.

Veel vrouwen gebruiken medicijnen tijdens hun zwangerschap. Van veel van deze medicijnen zijn de mogelijke teratogene effecten vaak nog niet goed beke


6 a 8 controles afhankelijk van professionele noodzaak en/of behoefte vrouw. -Er is aandacht gegeven aan medische en psychosociale.

Samenvatting behorend bij het proefschrift STRESS AND DISCOMFORT IN THE CARE OF PRETERM INFANTS

SSRI-gebruik. in zwangerschap en kraamperiode

3.3 Delirium. herkend wordt. Onduidelijk is in hoeveel procent het delirium niet, of niet volgens de gangbare richtlijnen, behandeld wordt.

Nederlandse samenvatting

1.1 Ontwikkelingspsychopathologie Opbouw van het boek Hoofdstuk 1 in tien punten 25 Belangrijke begrippen 25

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis

Nederlandse samenvatting

NEDERLANDSE SAMENVATTING 143. Nederlandse samenvatting

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting 21580_rietdijk F.indd :09

Postpartum psychiatrie op de moeder-baby unit

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Nederlandse samenvatting

Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen

NEDERLANDSE SAMENVATTING

CHAPTER 9. Nederlandse samenvatting

Multidisciplinair (pre)conceptioneel advies

hoofdstuk 1 doelstellingen hoofdstuk 2 diagnosen

het psychisch functioneren van de ouder, de tevredenheid van de ouders met de (huwelijks)relatie en de gezinscommunicatie. Een beter functioneren van

Het manipuleren van de serotonine functie bij depressies Een depressie is een van de meest invaliderende stoornissen ter wereld. Ongeveer een op de

SaMenvatting (SUMMARy IN DUTCH)

SAMENVATTING SAMENVATTING

Nederlandse samenvatting

Gebruik van SSRI-medicatie tijdens zwangerschap en borstvoeding. Maatschap Gynaecologie & Kindergeneeskunde IJsselland Ziekenhuis

Gebruik van SSRI-medicijnen

Nederlandse samenvatting

SAMENVATTING VOOR DE NIET MEDISCH ONDERLEGDE LEZER

Chapter 15. Samenvatting

Factsheet Manuele therapie en therapeutische mogelijkheden bij zuigelingen (0-1 jaar)

hoofdstuk één hoofdstuk twee

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4. Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4

borstvoeding Uit enkele case-reports is bekend dat trazodon in kleine hoeveelheden overgaat in de moedermelk.

Informatie voor patiënten over de POP-poli van Tergooi.

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Discussion Summary Samenvatting Dankwoord Curriculum Vitae

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen.

Nederlandse Samenvatting

Titel protocol ziektebeeld SSRI/SNRI gebruik in zwangerschap Transmuraal verloskundig samenwerkingverband

Transcriptie:

Chapter 10 Samenvatting

Samenvatting 149 Dit proefschrift richt zich op symptomen van neonatale adaptatie (NA) na blootstelling aan selectieve antidepressiva (SA) in utero. Deze symptomen zijn meestal mild, waaronder milde slaap- en voedingsproblemen, en gaan vanzelf over. Doordat NA-symptomen echter aspecifiek van aard zijn, kan het moeilijk zijn om NA te onderscheiden van andere neonatale problematiek, zoals infectie. In zulke gevallen kan invasief aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn, wat veel stress met zich meebrengt voor de pasgeborene en ouders. Daarnaast is er op dit moment onvoldoende kennis over de etiologische factoren die ertoe leiden dat een pasgeborene NA ontwikkelt. Hierdoor is het niet mogelijk om te voorspellen welke pasgeborene NA zal ontwikkelen en welke niet. Dit heef tot gevolg dat alle SA-blootgestelde pasgeborenen klinisch worden geobserveerd na de geboorte. Ons eerste doel was om de kennis over de etiologie van NA te vergroten. Deze kennis zou eventueel kunnen leiden tot de ontwikkeling van een marker voor NA, wat het makkelijker zou maken om NA vast te stellen. Daarnaast kan inzicht in de etiologie van NA leiden tot identificatie van risicofactoren. Het tweede doel was om het gebruiksgemak van de Finnegan scorelijst te vergroten. Ons derde doel was om een evidence-based advies te formuleren ten aanzien van de observatie van SA-blootgestelde moeder-kind koppels. In hoofdstuk 1, de introductie, werd de huidige kennis met betrekking tot NA na SA-blootstelling in utero beschreven. Ook werden hiaten in kennis rondom NA geïdentificeerd. Blootstelling aan antidepressiva kan, naast NA, nog andere consequenties hebben waaronder congenitale afwijkingen, perinatale effecten en lange-termijn effecten, welke werden bediscussieerd in dit hoofdstuk. Daarnaast bespraken we de hoge prevalentie van psychiatrische stoornissen tijdens de zwangerschap en postpartum. Deze hoge prevalentie is gedeeltelijk verklaarbaar doordat vrouwen met een psychiatrische voorgeschiedenis kwetsbaar zijn voor een nieuwe ziekte-episode of verergering van psychiatrische symptomen tijdens deze periode. Omdat psychiatrische symptomen van negatieve invloed kunnen zijn voor zowel moeder als kind, is preventie en behandeling belangrijk. Daarbij moeten de mogelijke negatieve effecten van psychiatrische symptomen af worden gewogen tegen de mogelijke negatieve effecten van SA-gebruik. Hoofdstuk 2 geeft een overzicht van de bestaande literatuur met betrekking tot NA na blootstelling aan psychofarmaca in utero. In dit review werden verschillende onopgeloste vraagstukken geïdentificeerd, waaronder de etiologie van NA, de afwezigheid van een gebruiksvriendelijke observatielijst en de afwezigheid van wetenschappelijk bewijs met betrekking tot observatie van pasgeborenen blootgesteld aan psychofarmaca in utero.

150 Chapter 10 In hoofdstuk 3 wordt een prospectief gecontroleerde studie beschreven, waarin we onderzochten of het foetale serotonerge systeem een rol speelt in de etiologie van NA na SA-blootstelling in utero. We analyseerden het beloop van het niveau van 5-hydroxyindol azijnzuur (5-HIAA), de belangrijkste serotonine metaboliet, in urine van pasgeborenen tijdens de eerste drie dagen postpartum. Het beloop verschilde tussen pasgeborenen met en zonder NA (p=<0.001), waarbij we op de eerste dag postpartum een hoger 5-HIAA niveau zagen bij pasgeborenen met NA (p=0.001). Deze relatie werd gemodificeerd door aanwezigheid van psychiatrische symptomen. We concludeerden dat een voorbijgaande verstoring van het neonatale serotonerge systeem een rol lijkt te spelen in het ontstaan van NA. Hoofdstuk 4 beschrijft een prospectief gecontroleerde studie naar de rol van cortisol in de ontwikkeling van NA in SA-blootgestelde pasgeborenen. Het neonatale haarcortisol-level op de eerste dag postpartum representeert het gemiddelde cortisol-level tijdens het laatste trimester in utero. We vergeleken haarcortisollevels tussen pasgeborenen niet blootgesteld aan SA, pasgeborenen blootgesteld aan SA met NA en pasgeborenen blootgesteld aan SA zonder NA. Haarcortisol van meisjes met NA was significant hoger dan haarcortisol van meisjes zonder NA. Bij jongens was dit verschil niet significant. Dit suggereert dat de hypothalamus hypofyse bijnier (HPA)-as activiteit een sekse-specifieke rol lijkt te spelen bij de ontwikkeling van NA. Hoofdstuk 5 beschrijft een cohort studie naar risicofactoren van NA in SA-blootgestelde pasgeborenen. Mogelijke risicofactoren die we onderzochten waren het soort voeding, type en dosering van het SA, prematuriteit, roken en symptomen van angst en depressie. Flesvoeding was geassocieerd met een verhoogd risico op NA in vergelijking met borstvoeding of een combinatie van borst- en flesvoeding. Daarnaast zagen we dat selectieve serotonine heropname remmers (SSRIs) geassocieerd waren met een mild verhoogd risico op NA in vergelijking tot serotonine noradrenaline heropname remmers (SNRIs). De dosering van het SA was niet van invloed op het risico op NA. In hoofdstuk 6 beschrijven we een observationele studie waarin we de Finnegan scorelijst (FSL) in kortte en vereenvoudigde met behoud van de klinimetrische eigenschappen. Tijdens de postpartum observatie van SA-blootgestelde pasgeborenen, vulden getrainde verpleegkundigen de FSL drie keer per dag in gedurende 72 uur. Door via forward analyse items te selecteren vanuit deze ingevulde lijsten werd de aangepaste FSL gemaakt. Deze aangepaste FSL had acht items, allen met een gelijk gewicht en een area under the curve (AUC) van 0.91. Omdat een hoge

Samenvatting 151 sensitiviteit essentieel is voor screening, werden de klinimetrische eigenschappen van de originele en aangepaste FSL geanalyseerd door ze af te zetten tegen de diagnose NA door de kinderarts. De originele FSL had een sensitiviteit van 100% en een specificiteit van 48%. De aangepaste FSL had een sensitiviteit van 98% en een specificiteit van 37% bij een cutoff van één en een sensitiviteit van 42% en een specificiteit van 86% bij een cutoff van twee. We concludeerden dat de aangepaste FSL acceptabele klinimetrische eigenschappen heeft en kan dienen als een gebruiksvriendelijke observatielijst voor pasgeborenen blootgesteld aan SA in utero. Omdat de specificiteit van de aangepaste FSL laag is, kan de lijst niet gebruikt worden als diagnosticum. In hoofdstuk 7 wordt een observationele studie beschreven, waarin we moederkind koppels includeerden die postpartum werden opgenomen voor observatie van mogelijke consequenties van ofwel de maternale psychiatrische stoornis of foetale blootstelling aan SA. Deze mogelijke complicaties kunnen leiden tot medische interventies, waaronder aanpassing van psychofarmaca, opname op de psychiatrische afdeling, aanvullend onderzoek door onduidelijkheid over de oorzaak van neonatale symptomen, behandeling van NA en consultatie van een externe organisatie voor aanvullende zorg. Ons doel was om inzicht te krijgen in de prevalentie en tijd tot deze interventies. Op basis van dit inzicht wilden we een evidence-based advies formuleren over het soort en duur van de observatie periode. Bij 38% van de moeder-kind koppels werden één of meerdere interventies verricht. De meest voorkomende interventies waren aanpassing van psychofarmaca en behandeling van NA. Bij 39% van de pasgeborenen werd de laatste interventie binnen 24 uur postpartum verricht. Na een observatieperiode van 48 uur was dit percentage 87%. We concludeerden dat het noodzakelijk is om alle moeder-kind koppels blootgesteld aan SA tenminste 48 uur te observeren door een professioneel, multidisciplinair team. Dit in verband met de hoge prevalentie en het soort medische interventies In hoofdstuk 8 reflecteerden we op de resultaten uit de eerdere hoofdstukken. We concludeerden dat NA een multifactoriële oorsprong lijkt te hebben. Naast SA-blootstelling lijken andere factoren een rol te spelen waaronder de HPA-as, het serotonerge systeem, geslacht van de neonaat, maternale en neonatale stress. Omdat de meeste factoren aan elkaar gerelateerd zijn, is het niet mogelijk om het risico op NA vooraf te bepalen. Door deze multifactoriële etiologie en het aspecifieke karakter van symptomen is het onwaarschijnlijk dat een specifieke marker ontwikkeld kan worden. Daarom is het diagnostische proces afhankelijk van de expertise van getrainde zorgverleners die zich bewust dienen te zijn van het soort

en het beloop van NA symptomen. Daarbij kan de aangepaste FSL als een gebruiksvriendelijk screeningsinstrument dienen. We adviseren een observatieperiode van tenminste 48 uur postpartum omdat een kortere observatieperiode het risico op het missen van maternale of neonatale complicaties met zich meebrengt. In de afwezigheid van gespecialiseerde thuiszorg is ziekenhuisopname geïndiceerd. Verder werden methodologische onderwerpen besproken in dit hoofdstuk, waaronder de afwezigheid van een gevalideerd diagnostisch instrument voor NA en de voor en nadelen van observationeel onderzoek. Tenslotte werden implicaties voor vervolgonderzoek en de praktijk besproken.