LITURGIE PAASMORGEN 2016 Bethelkerk, Ede 1
Voorganger Orgel Piano Trompet ds K. van Meijeren Bram Oppeneer Arjan van de Hoeve Adriaan Prins 2
Woord van welkom Aansteken van de Paaskaars Wij zingen: Gezang 215 1 Christus, onze Heer, verrees, Heilge dag na angst en vrees, Die verhoogd werd aan het kruis, bracht ons in Gods vrijheid thuis, 2 Prijst nu Christus in ons lied, die in heerlijkheid gebiedt, die aanvaardde kruis en graf, dat Hij zondaars 't leven gaf, 3 Maar zijn lijden en zijn strijd, heeft verzoening ons bereid, Nu is Hij der heemlen Heer, Englen juublen Hem ter eer, Stil gebed Votum en Groet Wij zingen: Psalm 98:1,3 NB 1 Zingt een nieuw lied voor God den HERE, want Hij bracht wonderen tot stand. Wij zien Hem heerlijk triomferen met opgeheven rechterhand. Zingt voor den HEER, Hij openbaarde bevrijdend heil en bindend recht voor alle volkeren op aarde. Hij doet zoals Hij heeft gezegd. 3 Laat heel de aard' een loflied wezen, de psalmen gaan van mond tot mond. De naam des HEREN wordt geprezen, lofzangen gaan de wereld rond. Hosanna voor de grote Koning, verhef, bazuin, uw stem van goud, de HEER heeft onder ons zijn woning, de HEER die bij ons intocht houdt. Wij belijden het christelijk geloof 3
Wij zingen: Op Toonhoogte 91 1 Geprezen zij de Heer die eeuwig leeft. Die vol ontferming ieder troost en alle schuld vergeeft. Die heel het aards gebeuren vast in handen heeft. Refrein: Hem zij de glorie, want Hij die overwon, zal nooit verlaten wat zijn hand begon. Halleluja. Geprezen zij het Lam, dat de schuld der wereld op Zich nam. 2 Verdreven is de schaduw van de nacht. En wie Hem wil aanvaarden wordt eens veilig thuisgebracht. Voor hem geldt ook dit wonder: alles is volbracht. Refrein: 3 Hij doet ons dankbaar schouwen in het licht, dat uitstraalt van het kruis, dat eens voor ons werd opgericht. En voor ons oog verrijst een heerlijk vergezicht. Refrein: Gebed Wij lezen: Markus 16:1-11 1 En toen de sabbat voorbijgegaan was, hadden Maria Magdalena, Maria, de moeder van Jakobus, en Salomé specerijen gekocht om Hem te gaan zalven. 2 En heel vroeg op de eerste dag van de week kwamen zij bij het graf, toen de zon opging. 3 En zij zeiden tegen elkaar: Wie zal voor ons de steen van de ingang van het graf wegrollen? 4 En toen zij opkeken, zagen zij dat de steen weggerold was, want hij was heel groot. 5 En toen zij het graf ingegaan waren, zagen zij aan de rechterzijde een jongeman zitten, gekleed in een wit, lang gewaad, en zij waren ontdaan. 6 Maar hij zei tegen hen: Wees niet ontdaan. U zoekt Jezus de Nazarener, de Gekruisigde. Hij is opgewekt! Hij is hier niet; zie de plaats waar ze Hem gelegd hadden. 7 Maar ga heen, zeg tegen Zijn discipelen, en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; daar zult u Hem zien, zoals Hij u gezegd heeft. 8 En zij gingen haastig naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan, want beving en ontsteltenis had hen aangegrepen; en zij zeiden tegen niemand iets, want zij waren bevreesd. 9 En toen Jezus opgestaan was, 's morgens vroeg op de eerste dag van de week, verscheen Hij eerst aan Maria Magdalena, uit wie Hij zeven demonen uitgedreven had. 10 Die ging heen en berichtte het aan hen die bij Hem geweest waren, die treurden en huilden. 11 En toen die hoorden dat Hij leefde en door haar gezien was, geloofden zij het niet. 4
Wij zingen: Op Toonhoogte 108 Omdat Hij leeft, ben ik niet bang voor morgen. Omdat Hij leeft, mijn angst is weg, omdat ik weet: Hij heeft de toekomst en het leven is het leven waard, omdat Hij leeft. Because He lives, I can face tomorrow. Because He lives, my fear is gone. Because I know: He holds the future and life is worth the living just because He lives. De kinderen gaan naar het Kinderbijbeluur. Wij zingen: Psalm 118:11,12 De steen, dien door de tempelbouwers Veracht'lijk was een plaats ontzegd, Is, tot verbazing der beschouwers, Van God ten hoofd des hoeks gelegd. Dit werk is door Gods alvermogen, Door 's HEEREN hand alleen geschied; Het is een wonder in onz' ogen; Wij zien het, maar doorgronden 't niet.. Dit is de dag, de roem der dagen, Dien Isrels God geheiligd heeft; Laat ons verheugd, van zorg ontslagen, Hem roemen, die ons blijdschap geeft. Och HEER, geef thans Uw zegeningen; Och HEER, geef heil op dezen dag; Och, dat men op deez' eerstelingen Een rijken oogst van voorspoed zag. PREDIKING verscheen Hij eerst aan Maria Magdalena (Markus 16:9) Wij zingen: Gezang 218 1 Ik zeg het allen, dat Hij leeft, (allen) dat Hij is opgestaan, dat met zijn Geest Hij ons omgeeft waar wij ook staan of gaan. 2 Ik zeg het allen, en de mond (m) van allen zegt het voort, tot over 't ganse wereldrond de nieuwe morgen gloort. 3 Nu schijnt ons deze wereld pas (v) der mensen vaderland: een leven dat verborgen was ontvangen we uit zijn hand. 5
4 Ten onder ging de sterke dood, (allen) Ten onder in de vloed; nu straalt ons in het morgenrood zijn toekomst tegemoet. 5 De donk re weg die Hij betrad (allen) komt uit in 't hemelrijk, en wie Hem volgen op dat pad, worden aan Hem gelijk. 6 Wees nu, wie rouw draagt, eens voor al (m) getroost en wanhoop niet: een weerzien zonder einde zal verzoeten uw verdriet. 7 Nu is op aard geen goede daad (v) meer tevergeefs gedaan, want wat gij goed doet is als zaad, dat heerlijk op zal gaan. 8 't Is feest, omdat Hij bij ons is, (allen) de Heer die eeuwig leeft en die in zijn verrijzenis alles herschapen heeft. Dankgebed en voorbede Inzameling van onze gaven Onze kinderen komen terug. Zij zingen: Weet je dat de lente komt, lente komt, lente komt Weet je dat de lente komt, alles loopt weer uit De eerste zonnestralen, ze tintelen op je huid De eerste bloemen bloeien, de eerste vogel fluit Weet je dat de lente komt, lente komt, lente komt Weet je dat de lente komt, alles loopt weer uit Weet je wel dat Jezus leeft, Jezus leeft, Jezus leeft Weet je wel dat Jezus leeft, Hij is opgestaan Ze hadden hem gekruisigd en in een graf gedaan Maar na drie donkere dagen is Hij weer opgestaan Weet je wel dat Jezus leeft, Jezus leeft, Jezus leeft Weet je wel dat Jezus leeft, Hij is opgestaan. (daarna zingen wij het laatste couplet samen nog een keer) 6
Wij zingen: Op Toonhoogte 110 U zij de glorie, opgestane Heer! U zij de victorie, nu en immermeer. Uit een blinkend stromen daald' een engel af, heeft de steen genomen van 't verwonnen graf. U zij de glorie, opgestane Heer! U zij de victorie, nu en immermeer. Ziet Hem verschijnen, Jezus onze Heer! Hij brengt al de zijnen in zijn armen weer. Weest dan volk des Heren, blijd' en welgezind en zegt telkenkere: "Christus overwint!" U zij de glorie, opgestane Heer! U zij de victorie, nu en immermeer. Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft, die mij heeft genezen, die mij vrede geeft? In Zijn Godd'lijk Wezen is mijn glorie groot, niets heb ik te vrezen in leven en dood. U zij de glorie, opgestane Heer! U zij de victorie, nu en immermeer. ZEGEN 7
Wilt u naar aanleiding van de dienst contact? Ds. K. van Meijeren, tel. 636623, e-mail: predikant@bethelkerkede.nl Digitale opnames zijn te downloaden van www.bethelkerkede.nl Bethelkerk J. Th. Tooroplaan 133 6717 KD Ede tel. 0318-633113 8