FEI -SPRING REGLEMENT Aanbevelingsnota s voor Springreglement 23 ste editie, in voege op 1 January 2009, bijgewerkt 1 ste Januari 2011. Aanbeveling Nota s zijn geleverd door de FEI teneinde verduidelijking te geven of als hulp te dienen tot interpretatie van de Sport Reglementen (zoals voorzien in de Statuten). Ze vormen een verplichte interpretatie van de Sport Reglementen, en indien nodig oplossingen bij beoordeling van situaties niet specifiek voorzien in de Sport Reglementen, of later naar voor zou komen als niet logisch. Daarom hebben Aanbeveling Nota s een bindend karakter van Sport Reglementen en mogen toegepast worden volgens discretie van de FEI jurerende een gegeven competitie, hoewel de FEI aanbeveelt hun toepassing in het belang van eenvormigheid en billijkheid. Artikel 241 - DISKWALIFICATIE 1. Diskwalificatie betekent dat de deelnemer, het paard(paarden), en/of een combinatie van beiden niet meer aan een proef mogen deelnemen of aan geen enkele andere proef van de wedstrijd 2. De terreinjury kan een deelnemer, het paard(paarden), en/of een combinatie van beiden diskwalificeren voor een proef en/of elke andere proef gedurende de wedstrijd in de volgende omstandigheden : Verduidelijking : Als aanvulling op de nieuwe bijgevoegde tekst aan 241.2 (in rood hierboven) moet er woerden verstaan dat diskwalificatie betekent dat de atleet, het(de) paard(en) en/of de combinatie of beiden mogen gediskwalificeerd worden of van de bepaalde competitie waar het feit zich voordoet en/of volgende competities van de wedstrijd. Om iedere verwarring te vermijden in geval van diskwalificatie van een bepaalde competitie waar het feit zich voordeed, worden de atleet, het (de) paard(en) en/of de combinatie of beiden uit de rangschikking verwijderd en behelst het ook de teruggave van gewonnen prijzengeld en punten bekomen in de bepaalde competitie.
Artikel 243 - MISBRUIK (BRUTALITEIT) VAN PAARDEN (zie ook Art. 142 AR) 1. Iedere vorm van wreedheid, onmenselijke of brutale behandeling van paarden, inclusief, maar niet beperkt tot de verschillende vormen van barreren, is uitdrukkelijk verboden, zowel op alle oefen-en trainingsterreinen als elders op het wedstrijdterrein (zie art. 241.2.8) Elke handeling of reeks van handelingen die naar het oordeel van de jury kan worden gedefinieerd als misbruik van een paard moet worden bestraft volgens de Algemene reglementen met een of meer van de volgende sancties: (i) gele waarschuwing kaart (zie ook 242.1 en AR art 142); (ii) uitsluiting; (iii) boete; (iv) diskwalificatie. Terwijl in art 243.1 hierboven de bestraffingen zijn aangehaald die kunnen toegepast worden voor misbruik (brutaliteit) van paarden is er te noteren dat in bepaalde gevallen diskwalificatie verplicht is. (zie onderlijnde tekst in Art 243.4 en 243.5) 4. In geval van barreren of slechte behandeling gedurende de tijd dat de Jury bevoegd is, worden de deelnemer en het betreffende paard tenminste voor 24 uur gediskwalificeerd voor alle proeven. Bovendien kan de jury alle verdere stappen ondernemen die zij, gezien de bijzondere omstandigheden, van toepassing acht. 5. Overmatig gebruik van de zweep: (komt van 257.2.2.1) - De zweep mag niet worden gebruikt om het temperament van de ruiter te uiten. Dit gebruik is altijd buitensporig - De zweep mag niet gebruikt worden na een uitsluiting, of nadat een paard de laatste hindernis van de omloop heeft gesprongen - De zweep mag nooit overhands worden gebruikt (bijvoorbeeld een zweep in de rechterhand die gebruikt wordt aan de linkerkant. Het gebruik van een zweep op een paard zijn hoofd is altijd buitensporig gebruik
- Een paard mag nooit meer dan drie keer worden geslagen voor gelijk welk voorval. Als een paard gekwetst is, wordt dit beschouwd als overmatig gebruik van de zweep. - Bij misbruik of buitensporig gebruik van de zweep door een ruiter zal deze worden gediskwalificeerd en kan deze beboet worden volgens het oordeel van de Terreinjury (zie art. 241.2.9 en 242.1.14) 7. In alle gevallen,indien voorzien in het diergeneeskundig reglement of in eender ander FEI reglement (komt van 241.2.10) Verduidelijking : Het moet worden verstaan dat in ieder geval van misbruik (brutaliteit) van paarden zoals beschreven in de Veterinaire Reglementen en alle andere FEI Reglementen onderworpen zijn aan de bestraffing zoals voorzien in Art 243.1. Te noteren dat in bepaalde gevallen diskwalificatie verplicht is bijvoorbeeld zoals voorzien in het Veterinair Reglement bijlage XI Standard methode van onderzoek van hypergevoeligheid van de benen HERINNERING Artikel 257 - HARNACHEMENT 2.4 De grootte van de beenbeschermers achteraan voor jonge paarden is beperkt omdat de hoger liggende beenbeschermers achteraan aanzien worden als prestatieverbeterend. Voor alle competities voor jonge paarden (4-5-6-7-8 jaar) : al de beschermers aan de achterbenen mogen aan de binnenzijde max 16 cm hoog zijn en aan de buitenzijde minimum 5 cm. Zij mogen de buitenkant van de kogel niet bedekken. Daarenboven moeten volgende criteria geëerbiedigd worden : - Binnenkant van de bescherming moet glad zijn (een bedekking met bvb schaapswol mag, zolang de bedekking niet ruw en kwetsend is (zie figuur) - De vasthechting moet niet-elastische Velcro zijn (geen haken of gespen)
- Het strakke deel van de bescherming moet rond de binnenzijde van de kogel geplaatst zijn - Er mogen geen bijkomende zaken gebruikt worden bij deze bescherming (zie figuren in bijlage) TOEGELATEN
NIET TOEGELATEN IN SPECIFIEKE PROEVEN VOOR 4-5-6-7-8 JARIGE PAARDEN OPGELET : Foto s zijn niet allesbeschrijvend en blijven vatbaar voor discussie. Hierbij is het echter belangrijk dat je in acht neemt dat de beenbeschermers Niet Kwetsend zijn en dat zij de buitenkant van de kogel niet bedekken.