SCRIPTIEBROCHURE BEDRIJFSRECHT Versie 2012 Erasmus Universiteit Rotterdam 1
Voorwoord De scriptie vormt het sluitstuk van uw master Bedrijfsrecht. De sectie Handels- en Ondernemingsrecht vindt het belangrijk u goed te informeren en te begeleiden bij het schrijven van uw scriptie en heeft daarom deze brochure samengesteld. Hierin vindt u informatie en tips over het schrijven van de scriptie en de procedure van afstuderen. De ervaring leert dat er veel studenten zijn die huizenhoog tegen het schrijven van de scriptie opzien. Diezelfde ervaring leert overigens ook dat heel veel van die studenten na afloop zeggen dat het best meeviel, dat ze met veel plezier aan de scriptie gewerkt hebben en er veel van geleerd hebben. De groep studenten die opziet tegen het schrijven van de scriptie raden wij aan in de Universiteitsbibliotheek een aantal scripties te bekijken. Veel succes bij het schrijven van uw scriptie. Mr. G ter Welle 2
1. Een scriptie schrijven bij de sectie Handels- en Ondernemingsrecht 1.1 Algemeen De scriptie is een individueel werkstuk. Een collectief verslag van deelname aan een pleitwedstrijd, een pleitnota of iets dergelijks kan daarom niet gelden als scriptie. Een eerder in het onderwijs ingebracht werkstuk mag niet worden hergebruikt, tenzij er, in overleg met de begeleider, een duidelijke verdiepende/verbredende uitbreiding wordt aangebracht. 1.2 Omvang van de scriptie De sectie Handels- en Ondernemingsrecht hanteert de gebruikelijke minimumeisen met betrekking tot scripties. De omvang van een scriptie bedraagt voor studenten die vanaf 1 september 2009 de master Bedrijfsrecht ingestroomd zijn 10 ECTS, dat wil zeggen 12.000 woorden (tot die tijd 12 ECTS, wat overeenkomt met 16.000 woorden). Een kleine scriptie bevat voor studenten die vanaf 1 september 2009 de master Bedrijfsrecht ingestroomd zijn 5 ECTS wat overeenkomt met 8000 woorden (tot die tijd 7 ECTS, wat overeenkomt met 10.000 woorden. U mag wel meer woorden gebruiken, maar het is niet toegestaan het minimum aantal woorden met meer dan 2000 te overschrijden. 1.3 Keuze van het scriptieonderwerp De keuze van het scriptieonderwerp is niet vrij. Het onderwerp moet liggen op het terrein van de master, dus aansluiten bij een van de mastervakken. Er wordt van u verwacht dat u zelf met een onderwerp komt. Raadpleging van de juridische tijdschriften op het terrein waar uw belangstelling ligt kan hierbij helpen. Wanneer u er helemaal niet uitkomt, kunt u zich voor een oriënterend gesprek tot de scriptiecoördinator mevr. mr. G ter Welle wenden, mailto:terwelle@frg.eur.nl Wanneer u een onderwerp gevonden hebt, dient u dit onderwerp met een kleine toelichting erop ter goedkeuring voor te leggen aan de scriptiecoördinator. Na goedkeuring van het onderwerp krijgt u van haar een begeleider toegewezen. 1.4 Begeleiding (begeleider en tweede beoordelaar) Begeleiding bij het schrijven van een scriptie vindt in eerste instantie plaats door één begeleider, afkomstig van de sectie Handels- en Ondernemingsrecht. De begeleiding geschiedt in via individuele afspraken met de begeleider. De meeste docenten van de sectie eisen dat de student per hoofdstuk zijn of haar werk mailt. Informeert u zelf bij uw begeleider hoe hij of zij werkt. Naar aanleiding van de door u gemailde hoofdstukken zal de begeleider met u een afspraak maken of schriftelijk op uw stuk reageren. De tweede beoordelaar, ook afkomstig van de sectie Handels- en Ondernemingsrecht, beslist mee over het cijfer. De beoordeling van de scriptie geschiedt dus door de begeleider en de tweede beoordelaar gezamenlijk. De tweede beoordelaar wordt normaliter ingeschakeld na inlevering van de eindversie van de scriptie bij de begeleider. Onder omstandigheden kan de tweede beoordelaar in een eerder stadium worden ingeschakeld. De tweede beoordelaar wordt aangezocht door de scriptiebegeleider. 3
1.5 Scriptievoorstel Alvorens contact op te nemen met de scriptiebegeleider moet u eerst een scriptievoorstel opstellen. Een scriptievoorstel omvat: * de uitgewerkte inleiding waarin opgenomen: - de inleiding tot de probleemstelling; - de probleemstelling - de begrenzing van het onderwerp - de opzet van de scriptie, dat wil zeggen een korte weergave van datgene wat u in de hoofdstukken gaat behandelen * een gedetailleerde inhoudsopgave, ingedeeld naar hoofdstukken en paragraven; * een lijst van in verband met de scriptie te bestuderen literatuur en jurisprudentie; Het zal u duidelijk zijn dat u pas dan in staat bent een scriptievoorstel op te stellen wanneer u eerst een uitgebreid literatuur- en jurisprudentieonderzoek gedaan hebt. Neem hier voldoende tijd voor. Door dit onderzoek wordt u duidelijk wat u nu precies wilt onderzoeken en hoe u de scriptie wilt opzetten. De kapstok is klaar, de invulling kan beginnen. Het scriptievoorstel moet via de e-mail worden toegestuurd aan de scriptiebegeleider. 1.6 Overige zaken met betrekking tot de scriptie en de begeleiding De scriptiebegeleider streeft ernaar binnen twee weken mondeling of schriftelijk commentaar te geven op het scriptievoorstel. Hij waakt erover dat de hoeveelheid te bestuderen literatuur in een redelijke verhouding staat tot het beoogde aantal studiepunten. Zodra het scriptievoorstel is goedgekeurd door de begeleider dient dit te worden vastgelegd in een scriptieovereenkomst. Een model hiervan is te downloaden via de facultaire onderwijssite. Deze overeenkomst wordt door de student ingevuld en na goedkeuring door de begeleider door student en begeleider ondertekend zie ook hoofdstuk 3 van deze brochure. Naar aanleiding van de door u gemailde hoofdstukken (zoals gezegd eisen de meeste docenten dat de hoofdstukken één voor één ingeleverd worden) zal de begeleider met u een afspraak maken of schriftelijk op uw stuk reageren. Ook hier geldt weer een streeftermijn van twee weken, met uitzondering van de vakantieperiode. Als de scriptie gereed is, wordt deze ingeleverd bij de scriptiebegeleider. De scriptiebegeleider probeert de scriptie, met uitzondering van de vakantieperiode, uiterlijk vier weken na de inleverdatum na te hebben gekeken. Tevens zal de tweede beoordelaar de scriptie in deze periode lezen. 4
1.7 Titelblad Het titelblad van de uiteindelijke scriptie dient het volgende te vermelden: - Erasmus Universiteit Rotterdam, - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, - Sectie Handels- en Ondernemingsrecht, - Scriptietitel, - Naam student en examennummer, - Naam begeleider en tweede beoordelaar, - Maand en jaar van afronding scriptie. 1.8 Beoordelingscriteria De scriptie dient te voldoen aan de volgende minimumeisen: 1. Originaliteit vaan het onderwerp Het onderwerp is gebonden aan de masteropleiding Handels- en Ondernemingsrecht en dient daarom op het terrein van deze opleiding te liggen. 2. Probleemstelling Aan het scriptieonderzoek dient tenminste één eenduidige probleemstelling ten grondslag te liggen. Deze probleemstelling moet in de inleiding van de scriptie worden weergegeven. 3. Logische opbouw en consistentie Het scriptieonderzoek is erop gericht een of meer antwoorden te geven op de in de probleemstelling verwoorde vraag of vragen. De scriptie moet zo zijn opgebouwd dat de antwoorden op de gestelde vraag of vragen logisch voortvloeien uit het onderzoek. De argumentatiestructuur van het betoog moet helder zijn. (Welke standpunten worden ingenomen? Welke argumenten worden daarvoor aangevoerd? Hoe hangen die argumenten samen?) 4. Toegevoegde waarde De scriptie moet relevant zijn voor het vakgebied en/of voor de praktijk. 5. Formulering De formuleringen dienen grammaticaal correct en stilistisch aanvaardbaar te zijn. Cruciale begrippen dienen duidelijk en voor slechts één uitleg vatbaar te worden omschreven en gehanteerd. 6. Compositie De scriptie moet een Inleiding en een Conclusie bevatten. Het gedeelte tussen de inleiding en de conclusie moet zijn onderverdeeld in hoofdstukken, paragrafen en alinea s. Bij de indeling in hoofdstukken, paragrafen en alinea s moet worden uitgegaan van logische indelingscriteria. Elk hoofdstuk begint met een inleidende paragraaf en eindigt met een concluderende paragraaf. De scriptie en de delen ervan krijgen titels die de inhoud dekken. 5
7. Bronvermelding (zie ook hoofdstuk 2 van deze brochure) In de scriptie worden de gebruikte bronnen steeds zo volledig en nauwkeurig mogelijk weergegeven, inclusief de precieze vindplaatsen van citaten of ontleningen conform de Leidraad voor juridische auteurs (de meest recente druk). De lezer van de scriptie moet steeds kunnen onderscheiden of bevindingen en opvattingen uit de geraadpleegde literatuur dan wel eigen bevindingen en opvattingen worden gepresenteerd. Indirect citeren wordt zoveel mogelijk vermeden. Waar nodig of relevant zoekt de student toegang tot elektronische bronnen. 8. Vorm en omvang De scriptie dient te zijn gemaakt met behulp van een moderne tekstverwerken. De scriptie dient te worden ingeleverd in papieren vorm én in elektronische vorm. Zie verder hoofdstuk 3 van deze brochure. De omvang van de scriptie staat beschreven in paragraaf 1.1. 2. Bronvermelding en fraude De Erasmus Universiteit Rotterdam hanteert een streng fraudebeleid. Wie fraude pleegt of plagieert overtreedt de regels van de universiteit en in sommige gevallen ook de wet. Alle bronnen die u aanhaalt zult u zelf gelezen moeten hebben. Verwijzingen mogen niet uit een secundaire bron worden overgenomen. De scriptant dient een authenticiteitsverklaring te ondertekenen waarin hij verkaart geen plagiaat te zullen plegen. Deze verklaring dient los, maar wel tegelijkertijd met de definitieve papieren exemplaren van de scriptie te worden ingeleverd. Het cijfer van de scriptie wordt niet geregistreerd als een ondertekende authenticiteitsverklaring ontbreekt. De authenticiteitsverklaring is te downloaden van SIN Online. Fraudegevallen die aan het licht komen, worden altijd gemeld bij de examencommissie en zullen bestraft worden. Bij het opleggen van de sanctie zal geen rekening worden gehouden met eventuele studievertraging voor de scriptant. U wordt dringend aangeraden om de informatie over fraude en plagiaat goed door te nemen om misverstanden te voorkomen. Deze informatie vindt u op internet op de facultaire en universitaire webpagina s: http://www.frg.eur.nl/onderwijs/facultaire_regelingen_en_scriptie_eisen/plagiaat_en_ fraude/ en http://www.eur.nl/plagiaat. 6
3. Logistieke procedure scriptie staats- en bestuursrecht Bij het schrijven van uw scriptie en bij het aanmelden van uw scriptie voor de bulaanvraag moet u een bepaalde logistieke procedure volgen. 1. Na goedkeuring van uw s NB. Aan het slot van het document met de procedure wordt opgemerkt dat bij enkele varianten van de masteropleiding Rechtsgeleerdheid de scriptie verdedigd moet worden. Deze verplichting tot verdediging bestaat niet bij de master Staats- en bestuursrecht. 7