Bodemzuurstofgehalte meetsysteem GEbRUIKSAANWIJZING Zuig kant Siliconen slang Ø 3 x 7 mm Naar sonde Figuur 1: Bodemzuurstofmeter Inhoud Over deze gebruiksaanwijzing...2 1. In gebruik nemen van de meter...2 2. Het controleren van de gasdichtheid van de bodemgassonde...2 3. Kalibreren van de zuurstofmeter...2 3.1 Het eerste kalibratiepunt...3 3.2 Het tweede kalibratiepunt...3 4. Onderhoud aan de bodemgassonde...3 5. Gebruik van de sonde en de zuurstofmeter...4 6. Luchtdruk...4 7. Temperatuur...4 8. Vervanging van de zuurstofcel...4 9. Specificaties...5 All it takes for environmental research P.O. Box 4, 6987 ZG Giesbeek, the Netherlands T +31 313 88 02 00 F +31 313 88 02 99 E I info@eijkelkamp.com www.eijkelkamp.com April 2013 1 M1.14.35.N
Over deze gebruiksaanwijzing Wanneer tekst volgt op een markering (zoals links afgebeeld) betekent dit dat er een belangrijke aanwijzing volgt. Text Wanneer tekst volgt op een markering (zoals links afgebeeld) betekent dit dat er een belangrijke waarschuwing volgt die duidt op gevaar voor letsel voor de gebruiker of beschadiging van het apparaat. N.B. De gebruiker is ten alle tijd zelf verantwoordelijk voor voldoende persoonlijke bescherming. Cursief aangegeven tekst betekent dat de tekst letterlijk op het beeldscherm staat. 1. In gebruik nemen van de meter Neem de meter uit de doos. Controleer of de batterijen gemonteerd zitten door het apparaat even op BATT ON te schakelen (zie tekening pag 1). De naald moet uitslaan. Monteer eventueel nieuwe batterijen door de afdekplaat op de bodem van de meter te verwijderen (=2 maal 9V blokbatterijtje). Zorg daarbij dat de stroomafnemers perfect aangedrukt zitten op de batterijen. Bij sommige batterijtjes is het nodig de kroontjes iets naar binnen te buigen. Schroef het vochtkerende filter met de transparante zijde op de aanzuignippel van de zuurstofmeter. Controleer of er zich een rubber afdichtingsringetje tussen de meter en het filter bevindt. Aan de zuigzijde van het balgpompje zit een stuk siliconenslang 3 x 7 mm. Dit slangetje zult u op de aanzuignippel op de bodemgassonde schuiven tijdens het gebruik. De aangezogen lucht wordt via het pompje door de meter geblazen. Het is ook mogelijk het balgpompje zo te monteren dat lucht door de meter gezogen wordt. Wij raden dit echter af, wanneer u de meter gebruikt met de bodemgassonde. Door het relatief hoge vacuüm dat nodig is om lucht aan te zuigen door de sonde ontstaan in de meetcel grote drukverschillen. Dit levert behoorlijke meetfouten op. Tevens stelt deze methode hogere eisen aan de gasdichtheid van meter en aanzuigleidingen. Deze methode is nuttig wanneer slechts zéér weinig of zéér langzaam lucht aangezogen kan worden. Aangezien niet eerst het balgpompje gevuld hoeft te worden kan de meter eerder afgelezen worden.de geringere nauwkeurigheid moet dan geaccepteerd worden. 2. Het controleren van de gasdichtheid van de bodemgassonde Een lekkage in de aanzuigleiding of de bodemgassonde zal ervoor zorgen dat buitenlucht geanalyseerd wordt in plaats van lucht die uit de bodem afkomstig is. Dit veroorzaakt verkeerde meetresultaten. U voert de controle uit door met een stuk soepele PVC isolatietape de aanzuigopening aan de onderzijde van de sonde af te dichten. Nu moet de slang aangebracht worden: Schuif het uiteinde van de slang over de messing aanzuignippel boven op de sonde. Knijp nu het balgpompje leeg. Indien de bal langzaam opkomt moet u eerst lekkage van het terugslagklepje van het pompje uitsluiten. Dit klepje zit aan de blaaszijde van het pompje. Breng daarom een rolklem aan op de slang die op dit terugslagklepje geschoven zit en knijp de slang dicht. Indien de bal dan nog opkomt moet de messing aanzuignippel boven in de sonde gedemonteerd worden en van nieuwe teflon tape voorzien worden. Indien geen lekkages geconstateerd worden is de apparatuur klaar om gekalibreerd te worden. 3. Kalibreren van de zuurstofmeter De zuurstofmeetcel werkt volgens een elektrochemisch meetprincipe. Deze cel heeft een beperkte levensduur. Om nauwkeurige metingen uit te kunnen voeren moet het apparaat regelmatig gekalibreerd en gecontroleerd worden. Zet het apparaat nog niet aan. Kijk of de naald van de meter op 0 staat. Zoniet dan kan dit middels een schroevendraaier bijgeregeld worden (kunststof schroef onder het afleesvenster). Wanneer de ontregeling ontstaan is door een harde slag of stoot kan reparatie van de meter noodzakelijk zijn. Zet het apparaat aan. Indien de naald niet beweegt moet u de batterijen in de bodem van de meter vernieuwen. 2
Indien één van de blokbatterijtjes geen goed contact maakt slaat de naald juist geheel naar rechts uit. De batterijen moeten minimaal 5,5 Volt per stuk geven en mogen niet meer dan 2 Volt van elkaar afwijken. 3.1 Het eerste kalibratiepunt Zorg dat u de beschikking hebt over een zuurstofloos gas; bij voorkeur stikstof omdat dit explosieveilig is. Maar ook gewoon aardgas of propaan of butaangas (Camping gas, aanstekergas) kunnen met de nodige veiligheidsvoorzorgen gebruikt worden. (Ventileer goed, rook niet en gebruik alleen elektrische afzuiging wanneer die absoluut explosieveilig is).druk de slang in de gasopening en laat het gas door de meter stromen. De naald moet op nul komen staan. Zoniet regel deze dan met de Zero adjust schroef op nul. 3.2 Het tweede kalibratiepunt Normale buitenlucht bevat een zodanig stabiele concentratie zuurstof dat de meter hiermee op het tweede kalibratiepunt (=21%) afgeregeld kan worden. Zuig buitenlucht aan door het pompje en laat dit door de meter stromen. Terwijl u lucht aanzuigt (dus niet erna ) regelt u de naald op 21% (de CALIB LIJN) door de witte ronde knop SPAN ADJUST iets op te lichten en rond te draaien. Indien deze kalibratie niet lukt is de meetcel verouderd en dient deze vervangen te worden. U bent nu klaar om een reeks metingen uit te voeren. Na enkele metingen controleert en regelt u het tweede kalibratiepunt nogmaals. Het nulpunt hoeft minder vaak gekalibreerd te worden. 4. Onderhoud aan de bodemgassonde Controleer of de binnenpen (zie figuur 2 nummer 1) in de bodemgassonde goed op- en neer schuift. Maak de punt (2) eventueel schoon met een harde borstel. Heeft dit onvoldoende effect dan dient u de sonde uit elkaar te nemen. Hiervoor is gereedschap meegeleverd. Verwijder met de pijpsleutel de messing aanzuignippel (3) boven in de sonde (gewoon linksom draaien). 3 4 1 Verwijder met de schroevendraaier de schroef met veerring (4) die de binnenpen (1) tegen uitschuiven behoedt. Verwijder de pen; maak pen en huls schoon en schuif alles weer in elkaar. Breng de schroef en veerring (4) weer aan (gebruik géén sluitring omdat deze de buis afdicht). 2 Verwijder oude teflon tape van de aanzuignippel (3) en de sonde. Breng nieuwe tape aan en schroef de nippel voorzichtig in de sonde. Let op dat de nippel recht in de sonde geschroefd wordt. Controleer de sonde op gasdichtheid. Figuur 2: Bodemgas sonde 3
5. Gebruik van de sonde en de zuurstofmeter Druk de sonde recht omlaag tot op de gewenste diepte. Niet slaan; daarop is de sonde niet berekend Trek de sonde vijf tot tien centimeter omhoog, zodat de punt zich opent. Door de speciale vorm van de punt zal nu alleen lucht die zich lokaal rond de punt bevindt omhooggezogen kunnen worden. Sluit de slang aan en zuig lucht omhoog totdat de meter een konstante waarde te zien geeft (meestal na enkele tientallen seconden). Lees af en noteer de gemeten waarde. Zet het apparaat af en trek de sonde met twee handen recht omhoog. Maak de punt van de sonde schoon met een droge harde borstel en controleer de werking van de binnenpen. Het apparaat is dan klaar voor de volgende meting. N.B.: Metingen zijn alleen mogelijk in goed luchtdoorlatende gronden boven de grondwaterspiegel. 6. Luchtdruk Bij verandering van luchtdruk (bergen, mijnschachten) dient opnieuw op 21% gekalibreerd te worden. 7. Temperatuur De zuurstofmeetcel is temperatuurgecompenseerd. Deze compensatie verschilt per cel enigszins. Derhalve is het aan te bevelen de meter opnieuw op 21% te kalibreren indien u een ruimte binnengaat met een wezenlijk andere temperatuur. De meter is bruikbaar van 0 C tot 45 C. Bij hoge temperaturen vermindert de levensduur van de cel drastisch. Bewaar de meter dan ook bij voorkeur in een koele ruimte. Bijvoorbeeld koelbox (auto) of koelkast (thuis). Plaats de meter niet in een diepvriezer. 8. Vervanging van de zuurstofcel Indien de meter niet meer op 21% te kalibreren is, kan dit duiden op een uitgewerkte zuurstofmeetcel. Er dient dan een nieuwe meetcel geplaatst te worden. Afhankelijk van gebruik, opslag (koel), agressiviteit van de meetomgeving varieert de levensduur van de cel van 1 tot 2 jaar. Schroef de twee grote kruiskopschroeven op de bovenkant van de meter los en neem het apparaat uit elkaar. Verwijder de dikke aluminium dekplaat, hieronder bevindt zich de zuurstofcel (zwart rond doosje). Maak de zwarte ronde stekker van de meetcel los (trekken). Sluit een nieuwe cel aan op de stekker. Bij de montage van de nieuwe cel dient u te letten op de juiste ligging van de grote O-ring in de aluminium dekplaat. Controleer kwaliteit en ligging van de rubber slangen en schroef het apparaat weer in elkaar. Na kalibratie is het apparaat gebruiksklaar. 4
9. Specificaties Bereik 0-25% volume Kalibratie Zuurstof Detectie methode Electrochemische sensor Reactie tijd 6 seconden Bemonsteringsmethode Handbediend Batterijen 9 Volt blokbatterijen Gebruiksuren ong. 30 Gebruikstemperatuur -12 to +45 C Afmetingen 16.5 x 13.5 x 10.2 cm Gewicht 1360 gr Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Technische gegevens kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Eijkelkamp Agrisearch Equipment is niet verantwoordelijk/aansprakelijk voor schade/persoonlijk letsel door (verkeerd) gebruik van dit product. Eijkelkamp Agrisearch Equipment is geïnteresseerd in uw reacties en opmerkingen over de producten en de gebruiksaanwijzingen. 5