Nederlandse Samenvatting

Vergelijkbare documenten
Dutch summary (Nederlandse samenvatting)

Analyse van 3-D Echografie van de Geometrie van de Kuitspier van Kinderen: Groei, Spasticiteit, Mechanismes en Behandeling

Controle van rompbewegingen bij verstoringen tijdens het duwen van karren

NEUROMUSCULAIRE ADAPTATIES TIJDENS LANGDURIGE BEDRUST

hoofdstuk 3 hoofdstuk 4

Spieractivatiepatronen tijdens fitness oefeningen op de Carving Pro. Maastricht University: Pieter Oomen (MSc) Hans Savelberg (PhD)

SAMENVATTING EN CONCLUSIES SAMENVATTING EN CONCLUSIES

De invloed van (bindweefsel en) littekenweefsel op de mechanische werking van skeletspieren. Huub Maas. Boodschap

Samenvatting. Exploratieve bewegingen in haptische waarneming. Deel I: de precisie van haptische waarneming

Controle van de romp bij lagerugpijnpatiënten

ENERGETISCHE KOSTEN VAN BALANSCONTROLE BIJ VALIDE PERSONEN

SAMENsATTIN' L L bw-maas Processed on: Processed on: PDF page: 139 PDF page:

Connecting the dots: Musculoskeletal adaptation in cerebral palsy de Bruin, Marije

Samenvatting. Veranderingen in functionele spiereigenschappen als gevolg van een beroerte en inactiviteit

Opleidingsprogramma. Percutaneous Needle Electrolysis (PNE)

Samenvatting. Waar is je hand?

146

Optimale loopvaardigheid met een prothese Balanceren tussen capaciteit en belasting. Samenvatting

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 25e jrg 2007, no. 6 (pp )

Nederlandse samenvatting. Verschillende vormen van het visuele korte termijn geheugen en de interactie met aandacht

Samenvatting. Samenvatting

SAMENVATTING. Schouder pijn na een beroerte.

Samenvatting. Samenvatting

Algemene Samenvatting


Coldpack/ijs fixeren d.m.v. handdoek, driekante doek, zwachteltje. Leg bij het aanbrengen hiervan het slachtoffer op zijn buik.

9. Nederlandse Samenvatting

1. Wat zijn spierballen eigenlijk?

Niet-technische samenvatting Algemene gegevens. 2 Categorie van het project

Optimalisatie van de eerste klinische studies in bi ondere patie ntengroepen: op weg naar gebruik van semifysiologische

Theorie - herexamen Anatomie 23 mei 2008

Samenvatting, Nederlands

Op weg naar een ambulante methode voor het meten van rugbelasting op de werkplek

Hoofdstuk 3: Cardiovasculaire toestandsveranderingen in gesimuleerde werkomgevingen

Samenvatting. Kunnen hoge precisie-eisen in het werk leiden tot RSI?

Auteur(s): H. Faber, D. Kistemaker, A. Hof Titel: Reactie op: Overeenkomsten en verschillen in de functies van mono- en biarticulaire

Hoofdstuk 1 hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3

Chapter 8. Hoofdstuk 8. Nederlandstalige samenvatting

Een fotoatlas van de. anatomie in vivo 2. Onderste extremiteit. Serge Tixa. Bohn Stafleu Van Loghum

Veel kinderen met een spastische cerebrale parese (CP) hebben een afwijkend looppatroon. Eén van de meest typerende looppatronen is het zogenaamde

Bewegingsapparaat, 'het jonge kind'

hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3

94 Samenvatting te vervormen, wordt de huid bijzonder stijf bij grotere vervormingen. Uit onderzoek is gebleken dat deze eigenschap deels toe te schri

Nederlandse samenvatting

Verminderen van de impact van geriatrische aandoeningen door fysieke activiteit

Nederlandse samenvatting

Auteur(s): Frank van de Beld Titel: Fietsen met een knieflexiebeperking Jaargang: 13 Jaartal: 1995 Nummer: 4 Oorspronkelijke paginanummers:

Samenvatting. (Dutch Summary)

CHAPTER 8. Samenvatting en conclusies (Summary and conclusions in Dutch)

De betekenis van myofasciale krachttransmissie voor spier-skeletmodellen

nederlandse samenvatting

Samenvatting. Het maximaliseren van de effectiviteit van enkel voet orthesen bij kinderen met cerebrale parese

Synopsis in Dutch. Nederlandse samenvatting

Maar het leidde ook tot een uitkomst die essentieel is in mijn werkstuk van een Stabiel Heelal.

SAMENVATTING Technische mengsels van vetoplosbare polychloorbifenylen (PCBs) zijn gebruikt als vloeistof in transformatoren, condensatoren en als

Op(weg(naar(een(optimale(vitamine(D(status:(determinanten(en( consequenties(van(vitamine(d(deficiëntie(in(de(oudere(populatie(

Niet-technische samenvatting Algemene gegevens. 2 Categorie van het project

Oefenvragen les 7. 1) Wat voor soort gewricht is het art radiocarpea? A) Eigewricht B) Kogelgewricht C) Lengtescharnier D) Zadelgewricht

BIONISCHE TECHNOLOGIE. Tom Daniëls Business Development Manager West & South Europe. Welkom

Nederlandse samenvatting (Dutch Summary)

Wat zijn segmentale relaties?

Visuele informatie voor perceptie in bewegingshandelingen

Auteur(s): H. Faber Titel: Lange, korte en optimale spieren Jaargang: 22 Jaartal: 2004 Nummer: 5 Oorspronkelijke paginanummers:

Samenvatting (Dutch summary)

Krachten, spieren en modellen. Project V3

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 11e jrg 1993, no. 5 (pp )

Theorie-examen anatomie 12 januari 2007

REKKEN EN STREKKEN IS VOOR DWAZEN EN GEKKEN! TJITTE KAMMINGA. Atletiekunie

Niet-technische samenvatting Algemene gegevens. 2 Categorie van het project. 5 jaar.

Samenvatting en conclusies

Nederlandse samenvatting

Format Niet-technische samenvatting Algemene gegevens. 2 Categorie van het project

Samenvatting. Samenvatting

Nederlandse samenvatting List of publications Curriculum Vitae Dankwoord. Chapter 7

Samenvattig. Het effect van pre-cooling op koelefficiëntie en duursportprestaties

* short head: eind van coracoid van scapula * long head: supraglenoid deel scapula. * Ulna. * halverwege voorkant humerus.

Revalidatie: Biodex-meting. Dr. Sam Hendrix Fysische Geneeskunde & Revalidatie 15 november 2014

HOOFDSTUK 2 Intermanuele transfereffecten in volwassenen

CHAPTER 10 NEDERLANDSE SAMENVATTING

_met_antwoorden.pdf. Tentamen met antwoorden. Vrije Universiteit Bewegingswetenschappen Spierfysiologie

Figuur 1. Representatie van de dubbele helix en de structuren van de verschillende basen.

Het nut van stretchen bij wielrennen en hardlopen

Vermoeidheid en prestatie tijdens laagintensief industrieel werk

John Hermans. Imaging of the distal tibiofibular syndesmosis: anatomy in relation to radiological diagnosis

Revalidatie schema na kraakbeenbehandeling van zowel het femur als het patellofemorale gewricht

Niet-technische samenvatting Algemene gegevens. 2 Categorie van het project. 5 jaar.

Transcriptie:

Nederlandse Samenvatting 165

Neuromusculaire gevolgen van epimusculaire myofasciale krachttransmissie Ter vergroting van het begrip over de neurale aansturing van lichaamsbewegingen is gedetailleerde kennis over de anatomische en mechanische eigenschappen van het bewegingsapparaat nodig. Wetenschappelijk onderzoek naar het bewegingsapparaat richt zich meestal op enkele spiervezels en individuele spieren. Echter, door intra, inter en extramusculair bindweefsel zijn spiervezels en spieren onderling met elkaar verbonden. Dit impliceert dat enkele spiervezels of individuele spieren zich anders gedragen wanneer deze afzonderlijk worden onderzocht. In deze studie worden de neuromusculaire gevolgen van de krachttransmissie tussen spieren, genaamd epimusculaire myofasciale krachttransmissie (EMK), onderzocht. De experimenten in dit proefschrift zijn ontworpen de effecten van EMK te bestuderen voor de kuitspieren (m. triceps surae) van de rat onder fysiologische condities. Dat wil zeggen, de spierlengtes en relatieve spier posities die ook in vivo kunnen optreden (hoofdstuk 2 4) en voor spier activatie en coördinatie de triceps surae spieren die plaatsvinden in vrij bewegende dieren (hoofdstuk 5 6). Hiertoe onderzochten wij peeskrachten (hoofdstuk 2 4), spiervervormingen en relatieve spierposities (hoofdstuk 5 6) en spieractivatiepatronen (hoofdstuk 6). De belangrijkste kenmerken van de hoofdstukken in dit proefschrift zijn gemarkeerd in onderstaande figuur, die ook in de inleiding is beschreven (Fig. 7.1). Meeste eerdere in situ dierproeven gericht op onderzoek naar de effecten van EMK, hebben spierlengtes en relatieve posities tussen de spieren opgelegd die verder reikten dan het fysiologische bereik. In hoofdstuk 2 was het doel het meten van isometrische krachten uitgeoefend op de pezen van het spiercomplex bestaande uit de laterale gastrocnemius en plantaris (LG+PL) alsmede de soleus (SO), waarin alleen spierlengtes en relatieve posities die tijdens normale bewegingen voorkomen zijn opgelegd. We vonden dat de actieve en passieve SO peeskrachten substantieel beïnvloed werden door het proximaal verlengen van LG+PL, dat knie extensie nabootst (respectievelijk 10% en 0.8% van de maximale actieve SO kracht). Verder werd gevonden dat de relatieve positie van SO de lengte kracht relatie van LG+PL aanzienlijk verandert, wat resulteert in niet unieke waarden voor de geschatte passieve rust lengte en optimale lengte. Wij hebben geconcludeerd dat ook voor spierlengtes en relatieve posities die in vivo voorkomen de isometrische spierkracht niet alleen wordt bepaald door de lengte van het spier pees complex (SPC), maar ook door de relatieve positie van naburige synergistische. Hier moet rekening mee worden gehouden wanneer passieve rustlengte en optimale lengte van skeletspieren bij mensen worden geschat voor intacte compartimenten. 166

Figuur 7.1. Overzicht van de gemeten neuromusculoskeletale parameters en experimentele condities. Linker paneel: schema van de achterpoot van de rat met de spieren, soleus, laterale gastrocnemius, mediale gastrocnemius en plantaris en het skelet rondom de enkel en knie. Afferente en efferente paden tussen het ruggenmerg en de spieren zijn weergegeven. De gemeten parameters spieractivatie (A%), pees kracht (F i ), spierbuiklengte veranderingen (l SO, l LG ), relatieve spier positie (R P ) en achterpoot kinematica ( ANKLE, KNEE ) zijn aangegeven (grijze cirkels). Rechterpaneel: uitkomstmaten van epimusculaire krachttransmissie gemeten in situ werden vergeleken met die gemeten in een intact compartiment tijdens voortbeweging op een vlakke ondergrond en een helling. Effecten van epimusculaire myofasciale krachttransmissie werden geëvalueerd voor normale en veranderde intermusculaire connectiviteit. Bindweefseladaptaties na een spierblessure of een chirurgische ingreep kunnen de stijfheid en de configuratie van de verbindingen tussen aangrenzende spieren veranderen. Het doel van Hoofdstuk 3 en 4 was te onderzoeken hoe de mechanische interacties tussen spieren wijzigen als gevolg van veranderingen in de intermusculaire verbindingen. We hebben een diermodel getest waarin de eigenschappen van de epimusculaire verbindingen verandert waren. Dit laatste werd gedaan door het tussen de spieren implanteren van een chirurgisch gaas waarin weefsel kan groeien of een sheet wat bedoelt is verklevingen tussen weefsels te voorkomen. Vervolgens, hebben we in een in situ experiment de mechanische interactie tussen de kuitspieren gekwantificeerd, en vergeleken met een controle groep. De omvang van mechanische interactie was 1 week na de gaas implantatie verdubbeld vergeleken met een onaangetast compartiment, en meer dan vier keer hoger 2 weken na de ingreep. Deze effecten werden alleen voor maximaal geactiveerde spieren gevonden, maar niet voor passieve spiercondities. Bovendien 167

resulteerde het implanteren van een anti adhesie sheet niet in een vermindering van de mechanische interactie tussen spieren. De doelstellingen van hoofdstuk 4 waren (i) het afleiden van een niet lineaire functie van epimusculaire myofasciale stijfheid en (ii) het vaststellen van veranderingen in deze functie als reactie op een toenamen van myofasciale intermusculaire verbindingen zoals beschreven in hoofdstuk 3. Daarnaast hebben we de individuele bijdragen van inter en extramusculaire krachttransmissie bepaald door het één voor één wegsnijden van deze structuren. De niet lineaire functie van epimusculaire myofasciale stijfheid werd vervolgens in een multi spier model opgenomen. Met dit model kon de hoeveelheid epimusculaire krachttransmissie voor experimentele condities met een normale en verhoogde intramusculaire connectiviteit goed voorspeld worden. Deze aanpak maakt het mogelijk om pees krachten te voorspellen in musculoskeletale modellen waarbij de gebruikelijke aanname dat spieren mechanisch onafhankelijk zijn wordt betwist, bijvoorbeeld bij het simuleren van het effect van littekenweefsel vorming en de voorspelling van de effecten van bepaalde chirurgische ingrepen. Het doel van hoofdstuk 5 was de activatiepatronen en het contractiele gedrag van de triceps surae spieren te onderzoeken, om te begrijpen hoe deze bijdragen aan de relatieve verplaatsing tussen de mono articulaire SO en bi articulaire LG spierbuiken en hun distale pezen tijdens voorbeweging op een horizontale ondergrond en op een helling van een rat. Wij vonden aanzienlijke longitudinale en transversale relatieve verplaatsingen tussen SO en LG, met een geschat maximaal verschil in SPC lengteverandering van 2.1 mm tussen de distale pezen van 2.1 mm. Hieruit hebben we geconcludeerd dat dergelijke relatieve verplaatsingen mogelijk implicaties hebben voor krachttransmissie via intermusculaire en intertendinous paden, aangezien de relatieve verplaatsingen vergelijkbaar waren met die toegepast tijdens de in situ experimenten van de voorgaande hoofdstukken. Tenslotte, het doel van hoofdstuk 6 was om veranderingen in de coördinatie van de triceps surae spiergroep gedurende voortbeweging met toegenomen stijfheid van intermusculaire bindweefsel in de rat te onderzoeken. We hebben gevonden dat SO spieractiviteit daalde tot 62%, terwijl de activatie van LG en mediale gastrocnemius spieren toenamen tot 134% en 125%, respectievelijk, wanneer de conditie met normaal bindweefsel werd vergeleken met de conditie waarbij de spierconnectiviteit kunstmatig verhoogd was. Echter, het activatiepatroon tijdens een stap en de duur van activatie werden niet beïnvloed door deze interventie. Aangezien de toename van de intermusculaire connectiviteit de mono articulaire SO verandert in een bi articulaire spier, en gezien de waargenomen verschillen in spieractivatie post interventie, hebben we geconcludeerd dat het CNS de momenten die spieren in de gewrichten produceren 168

gebruikt voor optimalisatie van neuromusculaire aansturing controle. Omdat veranderingen in spierlengte vergelijkbaar waren na de manipulatie, hebben we geconcludeerd dat de lengte terugkoppeling van spierspoeltjes in SO en LG niet beïnvloed waren door de toename in intermusculaire connectiviteit. Echter, een ongelijke verdeling tussen proximale en distale veranderingen in spierlengte kunnen niet worden uitgesloten. 169