Nederlandse handleiding

Vergelijkbare documenten
G. Schottert Handleiding Freekie 1. Nederlandse handleiding. Freekie DMX ADRES INSTELLINGEN 1

SGM. Studio 12/24 ScanControl

Showmaster 24 ORDERCODE 50335

1 enerwaslicht Elation Professional - DMX OPERATOR User Manual

Aansluitingen achterkant. Voedingsspanning. Midi THRU. Midi OUT. Audio IN 100 mv mono cinch. Voetschakelaar jack 6,3mm STEP.

Online-Help. De Jester stuurtafel heeft vier verschillende bedrijfsmodi (Preset, Program, Run en Super User).

Gebruiksaanwijzing DM-16 DJ MINGLE

Handleiding Fat Frog

Gebruiksaanwijzing Indigo 4500

InteGra Gebruikershandleiding 1

STAGESCAPE M20d ADVANCED GUIDE. Firmware Version 1.20 Addendum. Rev D Line 6, Inc.

PRO NOORD SJ KRIMPEN a/d LEK TELEFOON: FAX: INTERNET:

GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS

BeoSound Handleiding

Aanvulling op handleiding DMX controller, Nederlandstalig. Inhoudsopgave:

Personal tag. Personal tag. Drukknop of bewegingsdetector. TABEL 2 Samenvatting van de Programmeerfuncties

Snelstart Gids. Menustructuur. Opstarten en Afsluiten. Formatteren van Disk. 72xxHVI-ST Series DVR

Demo Sweetlight. 04 maart 2014 Niels Vanmarcke

Bedieningspaneel. Drukknoppen en Ds

Gebruiksaanwijzing RGB(W) controller type LLD-10Z

Gebruikers handleiding. Mercurius. P2000 alarmontvanger

JVC CAM Control (voor ipad) Gebruikershandleiding

Gebruikers handleiding. JupiterPro. P2000 alarmontvanger

HANDLEIDING CASAMBI BESTURINGSSYSTEEM

Inhoud van de handleiding

Bedieningen Dutch - 1

Gebruikers Handleiding

DMX LIGHTPLAYER. Inleiding...2. DMX bibliotheek...3. Kanalen programmeren...7. Sequentie creëren...11

Gebruikers handleiding. JupiterPro V8.6. P2000 alarmontvanger

VERKORTE HANDLEIDING CUSTOM COMMAND

NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING. Voor gebruik lezen a.u.b.

Snelgids Beschrijving

Basis Live Mode Functies Je kan eenvoudig camerabeelden bekijken in een layout naar keuze. Kies een layout bovenaan het scherm, in de Live Mode.

HET MODELNUMMER FIESTA2. Mp3 speler met luidspreker. Instructiehandleiding

Uitsluitend aansluiten op de spanning en frequentie zoals aangegeven op het typeplaatje.

Mitel 5360 phone. Cheatsheet. 1. Scherm. Luidspreker. 2. Oproep-/berichtindicator. Dempen. 3. Toetsen voor volume, luidspreker en dempen.

Afbeelding: V1.0. Klantenservice: Uitleg van de toetsen Gebruik de afbeelding V1.

1. AM/FM-radio gebruiken

Gebruiksaanwijzing NL Unox Line Miss Elena & Rosella ELENA ROSELLA

Gebruiksaanwijzing LivingColors Iris

RGBW Wi-Fi naar RF omvormer

Vr.Model-nr MPFOL15. Gebruikershandleiding

Snel aan de slag Installatiegids (versie 1.0)

Aanvullende handleiding Bosch KBD-UXF

Handleiding Gold- en Superstation

HANDLEIDING! " # $ %! & ' ' ' % $ %! & ( % ) * +, -. +/ ". +/

Smart Professional Surveillance System Gebruikers Handleiding Nederlands

Programmeerhandleiding Nelson Turf EZ Pro Jr. voor de types 8304, 8306, 8309, 8312, 8374, 8376, 8379, 8382

Handleiding Scorebord Horstacker (Nijmegen) Wildcats; november 2011; Versie 1.1 Page 1

Bedieningshandleiding voor de Exocompact Display

MyNice Welcome MyNice Welcome app to control your home

Basis bediening van het scherm

Gebruikershandleiding voor gegevensoverdracht van camera naar camera

PowerView Motorisation

Fischertechnik-Designer Tutorial

SOMFY SONESSE 40 RTS

Korte handleiding GoTalk NOW voor ipad

Copyright Xsarius. Handleiding

GoTalk Now voor ipad. Korte Nederlandstalige handleiding. aangeboden door

emscreator PageBuilder Korte uitleg van werkwijze en functies

PowerView Motorisation Smart shades that simplify your life

Een USB-apparaat aansluiten MACHT-KNOP 2.USB 3.DVD-LADER 4.AFSTANDSBEDIENINGSSENSOR 5.OPEN/SLUITEN-KNOP 6.AFSPELEN/PAUZE-KNOP 7.

TUNER INSTELLINGEN HOME of Instellingen (OK) of (OK)

Hanwell temperatuur / vocht logger handleiding

BeoSound 4. Aanvulling

Gebruiksaanwijzing Compact LED Par 7 x 3 in 1.

Meer doen met uw ipad ios 9

Spanningdriver LEDVD5CH20A-V7 Real Time Clock met LCD scherm

Handleiding ISaGRAF. Wil men het programma bewaren, dan is het verstandig een back-up te maken: C9 Back-up / Restore

Draadloze Installatie Handleiding

VERKORTE GEBRUIKSAANWIJZING TMC 212. Toro Modulaire Controller REGENAUTOMAAT

Handleiding Icespy MR software

Medische Beelden Portaal AZ Sint-Lucas

WERKING TEKENPROGRAMMA

Introductie. Werking van RallySafe Unit. 1 De unit aanzetten

GEBRUIKERSHANDLEIDING T8530

Handleiding. Geschreven voor Emulation 1.02 build 13

G E V A A R. Opstarten. U kunt nu de TigerStop bewegen en gebruik maken van zijn vele functies! Bij het startscherm druk op [D] om \H Klaar

CDN35. Professionele CD Speler. Quick Start Gebruiksaanwijzing

Start de applicatie op om naar het inlogscherm te gaan. Onthoudt mijn gegevens

Geavanceerde aanwezigheidssimulatie instellen. Inhoudsopgave. 1.0 Inloggen op uw e-centre. 1.1 Back-up maken van de huidige configuratie

Landelijk Indicatie Protocol (LIP)

Cd-speler CD S LADEN CD 1 14 : 54 CD 2 14 : 54. Please Wait. Eén cd in de speler doen. Meerdere cd s in de speler doen

Samsung SHR-serie digitale CCTV recorders. Handleiding voor de gebruiker

4.0 Bediening CD AM 19 C 12:10 45 C. Whirlpool Electronic LCD - Gebruikershandboek 12:10 12:10. Licht\kleurentherapie.

GEBRUIKERSHANDLEIDING

De Konftel 300W Korte handleiding

Inhoud. De Beo4-afstandsbediening gebruiken, 3. De Beo4-knoppen in detail, 4 Dagelijkse en geavanceerde bediening met Beo4-knoppen

Gebruikershandleiding

Verkorte Gebruiker Handleiding

00024v1_klm. 24 Siemens Logo. afb. Logo_01* Stuurrelais. Programmeerinstructies. afb. Logo_02* De elektromonteur aan het werk 1

SIM plaatsen rode en groene LED

CamTech SDR 410. Korte gebruikerhandleiding. Digitale Recorder HELPDESK : Thomas Edisonweg DH Drunen. Postbus AE Drunen

HANDLEIDING Q1600 Fashion

DVR0404 / DVR0804 handleiding Web interface v1.1

Gebruikershandleiding Integra

Gebruik van de combinatie FC-300/GT-PRO

Transcriptie:

Nederlandse handleiding Versie 1.0 Februari 2003 Fairlight Nijverheidstraat 48 6681 LN Bemmel Tel.: 026-3255880 Fax.: 026-3257074 Email: info@fairlight.nl Web site: www.fairlight.nl

1. INDEX Nederlandse handleiding LSC maxim versie 1.0 INDEX 2 VOORKANT LAY-OUT.... 3 2.1 Faders en Masters 4 2.2 Recording en Editing 7 PATCHING.. 9 3.1 Verwijderen van de complete Patch.. 9 3.2 Wijzigen en toevoegen van Fixtures. 9 3.3 Verwijderen van één Patch.. 9 SCENE 10 4.1 Opslaan van een Scene (snelle methode) 10 4.2 Opslaan van een Scene (uitgebreide methode). 10 4.3 Wijzigen van een Scene.. 10 4.4 Tijdelijk wijzigen van een Scene 10 4.5 Scene een naam geven.. 10 CHASE. 11 5.1 Opslaan van een Chase. 11 5.2 Instellen van de Chase snelheid 11 5.3 Instellen van de Mode en de richting van een Chase.. 12 5.4 Chase synchroniseren op en Audiosignaal.. 12 5.5 Chase een naam geven. 13 STACK 14 6.1 Opslaan van een Stack.. 14 6.2 Afspelen van een Stack. 14 PATPAD... 15 7.1 Patching 15 7.2 Programmeren met de PatPad. 16 7.3 PatPad toetsen 22 UTILITIES.. 28 8.1 Show opslaan naar diskette.. 28 8.2 Show laden van diskette 28 8.3 Systeem reset. 28 8.4 Totale reset 28 8.5 Video. 29 G. Schottert 2

2. VOORKANT LAY-OUT Nederlandse handleiding LSC maxim versie 1.0 G. Schottert 3

2.1 Faders en Masters 1. Gele bank faders Controle over de waarde van de faders 1 tot 12 (24, 36, 48, 60) respectievelijk 2. Gele bank Master Controle over de overall waarde van de Gele bank In de WIDE mode, controle over de overall waarde van de single wide preset, bestaande uit de Gele en de Rode bank faders. 3. Mode Rode Bank toets Selecteer de huidige functies voor de Rode bank faders, de mogelijkheden zijn: Preset Wide Scene (playback) 4. Rode bank faders De faders van de Rode bank bezitten verschillende functies, afhankelijk van de geselecteerde MODE : PRESET mode. De Rode bank faders controleren de waarde van de kanalen 1 tot 12 (24, 36, 48, 60) identiek aan de Gele bank. WIDE mode. De Rode bank faders controleren de waarde van de kanalen 13 (25, 37, 49, 61) tot 24 (48, 72, 96, 120). SCENE mode. The Rode bank faders worden nu playback faders. Iedere playback controleert de waarde van een Scene, Chase of een Stack. Er zijn 9 pagina s van de Rode playbacks. U bepaalt de locatie van de Scene, Chase of Stacks tijdens het opslaan (of kopiëren). Hoewel de Stack in de Rode bank worden opgeslaan, kunt u ze alleen afspelen op de Stack master. Let op: Bij het wisselen van mode worden de schuiven die meer dan 5% zijn opgeschoven niet meegenomen met de wisseling. Deze blijven werken volgens de oude mode, totdat de schuif volledig beneden is geweest. 5. Rode Master Selecteer de huidige functies voor de Rode bank fader, de mogelijkheden zijn: In de PRESET mode, controle over de overall waarde van de Rode bank In de WIDE mode, heeft geen functie In SCENE mode, controle over de overall waarde van de Rode playbacks (Scene, Chases of Stacks). 6. Blauwe playbacks (L, XL & XXL) De Blauwe bank faders zijn playback faders. Iedere playback controleert de waarde van een Scene, Chase of van een Stack. Er zijn 9 pagina s van de Blauwe playbacks. U bepaalt de locatie van de Scene, Chase of Stacks tijdens het opslaan (of kopiëren). Hoewel de Stack in de Blauwe bank worden opgeslaan, kunt u ze alleen afspelen op de Stack master. 7. Blauwe Master Controleert de overall waarde van de Blauwe playbacks (Scene, Chases of Stacks). 8. Flash/Assign [F/A] Toetsen Onder iedere fader in de fader sectie is en FLASH/ASIGN toets met een integraal rode LED. Functies zijn: In samenwerking met de FUNCTION toets kunnen we secundaire functies selecteren, bijv. PATCH, SETUP en DISK, zoals aangegeven onder de F/A toetsen in zowel de Red als Yellow bank. De F/A toetsen in de Yellow bank zijn voorzien van de letters van het alfabet, voor het invoeren van namen. FLASH (of bump) de inhoud van de bepaalde fader, is het een kanaal, Scene, Chaser of een Stack. G. Schottert 4

NUMERIC SELECTION functie, als er een kanaal, Scene, Chaser, Stack, moet worden opgeslaan. Toetsen waarvan de LED branden of knipperen zijn bezet: o uit : het kanaal is nog niet gebruikt o aan : er is een Scene geprogrammeerd onder een fader o snel knipperen : er is een Chase geprogrammeerd onder een fader. o langzaam knipperen : er is een Stack geprogrammeerd onder een fader. 9. Master Flash/Assign Toetsen Mogelijkheid om de inhoud van een bepaalde bank te FLASHEN. De helderheid van de LED geeft de waarde aan van een bepaalde master. Er bestaat ook de mogelijk om langzaam te flashen, mits er een fadetijd is meegegeven. 10. Grab Master (S en M alleen) Controle over de overall waarde van de Grab master. Dit kan zijn een Grab, Scene, of een Chase. De Grab master kan tevens gebruikt worden als een geheugen plaats voor een Stack. 11. Grab Flash/Assign Toetsen (S en M alleen) Mogelijkheid om de inhoud van de Grab master te FLASHEN. In combinatie met de RECORD SCENE toets voert het de GRAB functie uit. De helderheid van de LED geeft de waarde aan van de Grab master. Er bestaat ook de mogelijk om langzaam te flashen, mits er een fadetijd is meegegeven. 12. IN en OUT Time Faders Controleert de fade IN en OUT tijden van de masters. Tevens kunnen ze individueel worden toegewezen aan een Scene of een stap van een Stack. 13. Flash Level control Controleert de flashwaarde van iedere Playback, kanaal of Master als de daarbij behorende F/A toets ingedrukt is. 14. ADD/SOLO Toets Deze toets schakelt tussen de ADD en SOLO functie In de ADD mode: zal de desbetreffende ingedrukte F/A toets ingerukt wordt zal deze opkomen met de daarbij behorende Flash waarde zonder alle andere openstaande faders worden aangetast. In de SOLO mode: zal de desbetreffende ingedrukte F/A toets ingerukt wordt zal deze opkomen met de daarbij behorende Flash waarde terwijl alle andere openstaande faders in de Black-out gaan. 15. Pagina Rode Bank en Display D.m.v. deze toets kunt u een Playback pagina selecteren van de Rode bank. U kunt direct de gewenste pagina selecteren door de toetsencombinatie [PAGE RED BANK] ingedrukt te houden vervolgens een van de [F/A] toetsen van de Rode bank (1 t/m 9) in de drukken. 16. Pagina Blauwe Bank en Display D.m.v. deze toets kunt u een Playback pagina selecteren van de Blauwe bank. U kunt direct de gewenste pagina selecteren door de toetsencombinatie [PAGE BLUE BANK] ingedrukt te houden vervolgens een van de [F/A] toetsen van de Blauwe bank (1 t/m 9) in de drukken. 17. Notes area/ PatPad Module (optioneel) Gebruik deze ruimte voor uw aantekening (of asbak). Tevens is deze ruimte gereserveerd voor de PatPad Module. 18. Stack Master Controle over de overall waarde van de Stack playback. 19. Stack Flash G. Schottert 5

Deze toets heeft een dubbele functie: Selecteert de Stack master als een Stack wordt toegewezen, gewijzigd of gekopieerd. Flashes de inhoud van de Stack master (zie ook ADD/SOLO Toets) De helderheid van de LED geeft de waarde aan van de Stack master. 20. > (Stack) Deze toets start een crossfade van de huidige stap naar de volgende. In samenwerking met de step/stop toets, stapt deze een Stack vooruit. 21. < (Stack) Deze toets start een crossfade van de huidige stap naar de vorige. In samenwerking met de step/stop toets, stapt deze een Stack achteruit. 21. < (Stack) Deze toets stopt een crossfade. Nederlandse handleiding LSC maxim versie 1.0 G. Schottert 6

2.2 Recording en Editing 23. Matrix display en LEDS Deze display wordt gebruikt om berichten, namen en nummers weer te geven. Gecompliceerde berichten worden ook gepresenteerd op monitor, deze is optioneel aan te sluiten. 24. Record Scene Toets Gebruik de RECORD SCENE voor het opslaan van een Scene of een stap van een Chase of Stack. 25. Record Chaser Toes Gebruik de RECORD CHASE voor het opslaan van een compleet opgenomen Chase als alle gewenste stappen zijn toegevoegd. 27. Assign Copy Toets Gebruik voor: Toewijzen van een stack naar de Stack Master. Kopiëren van Scenes, Chases of Stacks van de ene F/A toets naar een andere. Kopiëren van Scenes, Chases of Stacks naar of van de Grabmaster. Kopiëren van Snapshot van de Grabmaster naar een F/A toets. (S&M modellen) 28. Select Toets Gebruik de SELECT toets: Om een playback (Scene of Stack) te voorzien van een Fade in/out tijd. Om van een chase de snelheid en crossfade te wijzigen 29. Edit Toets Gebruik de Edit toets om te wijzigen een Scene, Chase, Stack, de inhoud van de Grab master of de Path (nadat de Patch is geselecteerd met de Function toets) 30. Remove Toets Gebruik de Remove toets: G. Schottert 7

Om een Scene, Chase of een Stack te verwijderen. Om de inhoud van een Stack of Grab master te verwijderen. Om alle patches te verwijderen Om karakters te verwijderen van namen 31. Add Toets Gebruik de Add toets: Om een stap toe te voegen in een Chase of een Stack in de Edit mode. Toevoegen 1 tot 1 Patch Om ruimte in te voegen in namen Nederlandse handleiding LSC maxim versie 1.0 32. Function Toets Gebruik de Funtion toets: In de Edit mode te schakelen tussen de parameters Om toegang te krijgen tot secundaire functie zoals: Reset, Disk, Patch, enz. Om Fade in/out tijden weer te geven van de Time faders in Scene mode. 33. Edit Wiel Gebruik de Edit wiel: Om een bepaalde fade- en link tijden en Chase snelheid in te stellen tijdens het opnemen of wijzigen. Om het niveau in te stellen van kanalen tijden het wijzigen Om Sound To Light frequenties in te stellen. Om een DMX adres te selecteren in de Patch mode Om karakters te selecteren voor namen. 34. Edit Wiel Indicator Deze ligt op als het Edit wiel actief is 35. > (Yes) Toets Richting van een Chase vooruit Stapt een Stack vooruit in de Edit mode Verhoogt het DMX adres in de Patch mode Antwoordt Ja op een verzoek van de MaXim 36. < (No) Toets Richting van een Chase achteruit Stapt een Stack achteruit in de Edit mode Verlaagt het DMX adres in de Patch mode Antwoordt Nee op een verzoek van de MaXim 37. Step Stop (OK) Toets Wordt gebruikt om een Chase te stoppen of stapt door de stilstaande Chase Antwoordt OK op een verzoek van de MaXim G. Schottert 8

3. PATCHING 3.1 Verwijderen van de complete Patch: Nederlandse handleiding LSC maxim versie 1.0 Mocht u een compleet hernieuwde Patch willen aanmaken dient u eerst de huidige Patch compleet te verwijderen: Druk op de toets [FUNCTION] (ingedrukt houden) en druk vervolgens op [PATCH] (functie toets op de gele bank). Druk op de toets [REMOVE], [YES] 3.2 Wijzigen en toevoegen van fixtures: Druk op de toets [FUNCTION] (ingedrukt houden) en druk vervolgens op [PATCH] (functie toets op de gele bank). Druk op de toets [EDIT] Gebruik de [<] of [>] of het edit-wiel om het gewenste DMX-adres te selecteren. Selecteer een DIMMER of een spot uit de LIBARY Druk op de [F/A] toets van het kanaal op de Gele Bank waarop gepatched dient te worden. Druk op de toets [EDIT] om de Patch procedure te verlaten Let op: Spots uit de LIBARY dienen gepatched te worden op de [F/A] toetsen van de Gele bank. DIMMERS mogen ook gepatched worden op de Rode bank, mits de WIDE mode actief is. 3.3 Verwijderen van één patch: Druk op de toets [FUNTION] (ingedrukt houden) en druk vervolgens op [PATCH] (functie toets op de gele bank). Druk op de toets [EDIT] Selecteer de [F/A] toets op de Gele Bank die verwijderd dient te worden. Druk op de toets [REMOVE], [YES] Let op: MaXim modellen met twee DMX uitgangen (2x 512 adressen) worden in het Patch menu aangegeven met U1:1-512 en U2:1-512. De uitgebreide Patch procedure met de PatPad staat verderop beschreven bij hoofdstuk 7. G. Schottert 9

4. SCENE 4.1 Opslaan van een Scene (snelle methode): Nederlandse handleiding LSC maxim versie 1.0 Maak de gewenste stand. Dit kunnen dimmers en/of intelligente spots zijn. Druk op de toets [RECORD SCENE] Selecteer de gewenste playback pagina [PAGE RED BANK] of [PAGE BLUE BANK] (optioneel) Druk op de [F/A] toets van het kanaal (Rode of Blauwe pagina) waaronder de Scene opgeslagen dient te moet worden. 4.2 Opslaan van een Scene (uitgebreide methode): Maak de gewenste stand. Dit kunnen dimmers en/of intelligente spots zijn. Druk op de toets [RECORD SCENE] Druk op de toets [FUNTION] Stel de fade-in tijd in met het [EDIT-WIEL]. Een waarde beneden de 0 betekent dat de tijd wordt bepaald door de [IN-TIME FADER]. Druk op de toets [FUNTION] Stel de fade-out tijd in met het [EDIT-WIEL]. Een waarde beneden de 0 betekent dat de tijd wordt bepaald door de [OUT-TIME FADER]. Selecteer de gewenste playback pagina [PAGE RED BANK] of [PAGE BLUE BANK] (optioneel) Druk op de [F/A] toets van het kanaal (Rode of Blauwe pagina) waaronder de Scene opgeslagen dient te moet worden. 4.3 Wijzigen van een Scene: Druk op de toets [EDIT] en de [F/A] toets van de Scene (Rode of Blauwe pagina) die gewijzigd dient te worden. Druk op de [F/A] toets (Gele bank) van het gewijzigd dient te worden. Met het [EDIT-WIEL] wordt de waarde van het kanaal gewijzigd. Op dezelfde wijze kunnen ook alle andere kanalen gewijzigd worden. Druk op de toets [FUNTION] om naar de instelling van de fade tijden te gaan. (Let op de in en de out LED). Deze tijden worden op dezelfde manier gewijzigd met het [EDIT- WIEL]. Druk op de toets [EDIT] om deze instelling te verlaten. De wijzigingen worden automatisch opgeslaan. 4.4 Tijdelijk wijzigen van een Scene: Met de [SELECT] toets kunnen de wijzigingen op dezelfde wijze worden gemaakt als met de [EDIT] toets. Na het wijzigen wordt nu echter gevraagd of de instellingen bewaard moeten worden. Wanneer dit niet wordt gedaan, zijn de wijzigingen tijdelijk geldig (totdat u verwisseld van Playback pagina). 4.5 Scene een naam geven: Druk op de toets [FUNCTION] (ingedrukt houden) en druk vervolgens op [NAME] (functie toets op de gele bank). Het display vraagt Pick Object to Name (Selecteer het object dat moet worden voorzien van een naam) Selecteer de gewenste playback pagina [PAGE RED BANK] of [PAGE BLUE BANK] (optioneel) Druk op de [F/A] toets van het kanaal (Rode of Blauwe pagina) van de Scene die benoemt dient te moet worden. Of draai aan het Edit-wiel of druk op de [F/A] toetsen van de Gele banken voor de gewenste letterteken zoals ze onder de toets vermeld zijn. Druk op [<] of [>] om de cursor te verplaatsen en druk op detoetsen [REMOVE] of [ADD] om letters te verwijderen of toe te voegen. Als de naam voltooid is druk op [OK]. G. Schottert 10

5. CHASE Nederlandse handleiding LSC maxim versie 1.0 Een Chase is vastgelegde volgorde van stappen. Deze stappen kunnen automatisch één voor één worden genomen, waardoor een soort looplicht ontstaat. De stappen bestaan uit vastgelegde waardes of uit reeds geprogrammeerde Scenes. Wanneer alle stappendoorlopen wordt de Chase opnieuw gestart. Een Chase kan bestaan uit maximaal 250 stappen. Een Chase is, net als een Scene, op te roepen met één fader. Chases kunnen lopen in de volgende modes: Voorwaarts Achterwaarts Bounce (Auto-reverse aan het einde; voorwaarts achterwaarts voorwaarts) Single-shot (eenmalig) Handmatige stappen De snelheid van een Chase wordt weergegeven in BPM (Beats-Per-Minute). Deze kan worden aangepast met het Edit-Wiel. Chases kunnen ook worden gesynchroniseerd met een audiosignaal (Sound-To-Light). Standaard worden de stappen genomen zonder overgangseffecten. Er kan een geleidelijk overgangseffect (Crossfade) worden ingesteld. 5.1 Opslaan van een Chase: Druk op de toets [RECORD CHASE] Selecteer de gewenste playback pagina [PAGE RED BANK] of [PAGE BLUE BANK] (optioneel) Druk op de [F/A] toets van het kanaal (Rode of Blauwe pagina) waaronder de Chase opgeslagen dient te moet worden. Elke stap in de Chase bestaat uit een waarde die met de faders van de gele bank (of met de Rode bank in de WIDE mode) wordt gemaakt. Maak de gewenste stand. Dit kunnen dimmers en/of intelligente spots zijn. Druk op de toets [RECORD SCENE] Stel de volgende stand in voor de volgende stap en druk wederom op de [RECORD SCENE] toets. Herhaal dit totdat alle stappen van de Chase zijn vastgelegd. Druk op de toets [RECORD CHASE] om de Chase op te slaan. 5.2 Instellen van de Chase snelheid: Druk op de toets [SELECT] en de [F/A] toets van de Chase (Rode of Blauwe pagina) waarvan de snelheid gewijzigd dient te worden. Vervolgens kan met de [FUNCTION] toets afwisselend geselecteerd worden tussen de Snelheid (RATE)en de overgang (CROSSFADE). RATE: Met het Edit-Wiel kan nu de snelheid worden aangepast. De snelheid wordt ingesteld in Beats-Per-Minute. (60 staat tot 1 sec.) CROSSFADE: Gebruik het Edit-Wiel om de overgang te veranderen wanneer de in / out LED s branden. G. Schottert 11

5.3 Instellen van de Mode en de richting van een Chase: Druk op de toets [SELECT] en de [F/A] toets van de Chase (Rode of Blauwe pagina) waarvan de snelheid gewijzigd dient te worden. De Mode en de Richting van de Chase kan ingesteld worden met de drie toetsen onder het Edit-Wiel. [STEP/STOP] Stopt een chase. Met iedere druk op de knop wordt één stap gemaakt. [>] Verandert de richting van de Chase naar de voorwaartse richting. Start een gestopte Chase (indien gestopt in de voorwaartse richting). [<] Verandert de richting van de Chase naar de achterwaartse richting. Start een gestopte Chase (indien gestopt in de achterwaartse richting). [>] ingedrukt houden + [<] puls Bounce mode [<] Terug naar de normale mode, achterwaarts [>] Terug naar de normale mode, voorwaarts [STEP/STOP] ingedrukt + [>] puls, Single-shot mode [>] Eén stap voorwaarts [<] Eén stap achterwaarts [STEP/STOP] ingedrukt + [>] puls, uitschakelen van de Single-shot mode Druk op [SELECT] toets om deze instellen te verlaten. Druk op [YES] om te bevestigen. 5.4 Chase synchroniseren op en Audiosignaal: Het MaXim heeft een Audio-ingang (tulp aansluiting), waarop gesynchroniseerd kan worden. Vanuit deze Audio-ingang gaat het signaal naar twee afzonderlijke Audio-processors (STL1 en STL2). Deze kunnen afzonderlijk van elkaar ingesteld worden qua Volume en Frequentie. Volg de bovenstaande instructie om een Chase te wijzigen en druk op [SELECT] totdat de stappen (STEP) worden weergegeven. Druk op de toets [FUNCTION] (ingedrukt houden) en druk vervolgens op [STL1] of [STL2] (functie toets op de gele bank) om de Audio functie selecteren Druk op [YES] toets om dit te bevestigen. Druk op de toets [EDIT] om de Chase op te slaan. Let op: De eigen snelheid moet lager ingesteld zijn dan de snelheid van de muziek, anders wordt de eigen snelheid aangehouden. Wanneer gewenst is dat de Chase stilstaat wanneer er geen muziek is, moet de eigen snelheid op 0 worden gezet. Om het Audio niveau te wijzigen: Druk op de toets [FUNCTION] (ingedrukt houden) en druk vervolgens op [F/A] toets van de Chase (Rode of Blauwe pagina) waarvan het niveau gewijzigd dient te worden. Druk vervolgens op [YES] [YES], gebruik het [EDIT-WIEL] om het Geluidsniveau aan te passen (waarde 0 tot 128). Wanneer het niveau in orde is, druk je op de [OK] toets. Om de Frequentie te wijzigen: Druk op de toets [FUNCTION] (ingedrukt houden) en druk vervolgens op [F/A] toets van de Chase (Rode of Blauwe pagina) waarvan het niveau gewijzigd dient te worden. Druk vervolgens op [YES] [NO], gebruik het [EDIT-WIEL] om de Frequentie aan te passen (waarde 10 tot 3600 Hz). Wanneer de frequentie in orde is, druk je op de [OK] toets. G. Schottert 12

5.5 Chase een naam geven: Druk op de toets [FUNCTION] (ingedrukt houden) en druk vervolgens op [NAME] (functie toets op de gele bank). Het display vraagt Pick Object to Name (Selecteer het object dat moet worden voorzien van een naam) Selecteer de gewenste playback pagina [PAGE RED BANK] of [PAGE BLUE BANK] (optioneel) Druk op de [F/A] toets van het kanaal (Rode of Blauwe pagina) van de Chase die benoemt dient te moet worden. Of draai aan het Edit-wiel of druk op de [F/A] toetsen van de Gele banken voor de gewenste letterteken zoals ze onder de toets vermeld zijn. Druk op [<] of [>] om de cursor te verplaatsen en druk op de toetsen [REMOVE] of [ADD] om letters te verwijderen of toe te voegen. Als de naam voltooid is druk op [OK]. G. Schottert 13

6. STACK Nederlandse handleiding LSC maxim versie 1.0 Een Stack is lijst van stappen die in een vooraf opgeslagen volgorde afgespeeld worden. Deze stappen bestaan uit Scenes, Chases of een willekeurige opgeslagen waarde. Het doorlopen van de stappen gaat gewoonlijk handmatig maar het kan ook automatisch. De Stack kan voorzien worden van een naam en elke stap afzonderlijk kan eveneens voorzien worden van een naam. Tot 500 stappen kunnen worden opgenomen per Stack en tussen de 108 en 810 afzonderlijke Stacks kunnen worden opgeslaan in de MaXim, afhankelijk van het type. Stacks worden alleen afgespeeld met de Stackmaster, welke voorzien is met zeer uitgebreide voorzieningen om de stappen af te spelen. Crossfade tijden voor iedere stap zijn opgeslaan in de het geheugen of kunnen d.m.v. de Time-Faders worden afgespeeld. Elke stap kan worden voorzien van een Fade-In tijd Fade-Out tijd Link tijd. 6.1 Opslaan van een Stack: Druk op de toets [RECORD STACK] Selecteer de gewenste playback pagina [PAGE RED BANK] of [PAGE BLUE BANK] (optioneel) Druk op de [F/A] toets van het kanaal (Rode of Blauwe pagina) waaronder de Stack opgeslagen dient te moet worden. Elke stap in de Stack bestaat uit een Scene, Chase of een waarde die met de faders van de gele bank (of met de Rode bank in de WIDE mode) wordt gemaakt. Selecteer een playback pagina [PAGE RED BANK] of [PAGE BLUE BANK] (optioneel), en dan de [F/A] toets om een Scene of een Chase voor de eerste stap. De Fade tijden van een Scene worden toegepast in deze stap. Als u er voor kiest om stappen te maken met een waarde die met de faders van de gele bank (of met de Rode bank in de WIDE mode) wordt gemaakt druk dan tussen elke stap op de toets [RECORD SCENE]. Nadat de stap is opgeslaan kunt u de Fade-IN, Fade-UIT en LINK tijden aanpassen door herhaaldelijk de toets [FUNCTION] in te drukken. Als u nogmaals de [FUNCTION] toets indrukt laat het display het nummer van de huidige stap zien en laat u toe om de volgende stap op te nemen. Herhaal dit totdat alle stappen van de Stack zijn vastgelegd. Druk op de toets [RECORD STACK] om de Stack op te slaan. 6.2 Afspelen van een Stack: Stacks kunnen alleen afgespeeld worden met de Stack master. U moet de Stack toewijzen aan de Stack master. Dit doet u om de toets [ASSIGN/COPY] in te drukken. Selecteer de gewenste playback pagina [PAGE RED BANK] of [PAGE BLUE BANK] (optioneel) Druk op de [F/A] toets van het kanaal (Rode of Blauwe pagina) waaronder de Stack opgeslagen is. Druk vervolgens op de toets [STACK FLASH] en schuif de fader van de Stack master omhoog om de eerst stap te onthullen. Door op de toetsen [<] en [>] te drukken loopt u door de stappen. G. Schottert 14

7. PATPAD Nederlandse handleiding LSC maxim versie 1.0 De Padpad is een zeer gemakkelijk hulpmiddel voor het programmeren van Fixtures. Een Fixture is een spot die meer dan 1 DMX adres gebruikt. De PatPad bestaat uit een touchscreen, bekleed met een kunststof laag die de touchscreen onderverdeeld in meerdere sectoren. De kleine sectoren zijn de Virtuele toetsen en de grote sectoren zijn Virtuele faders. 6st. Virtuele faders voor de parameters 24st. Virtuele toetsen voor de Parameters. Fixture Display 15st.Functie toetsen Het volgende overzicht is kenmerkend hoe de PatPad functioneert. Gedetailleerde procedures zijn verderop in deze handleiding beschreven. Er zijn drie basis stappen: 1. Patching 2. Programmeren 3. Opslaan 7.1 Patching: Zorg dat de bibliotheek (LIBRARY) van de PatPad de bestanden (TEMPLATES) bevat van de benodigde spots. Dit kun je controleren door de volgende toetsen combinatie in te drukken: [MENU], [LIBRARY], [VIEW] Templates zijn ondergebracht per fabrikant en model. De PatPad toont de lijst met fabrikanten, mochten er meer dan zes fabrikanten geladen zijn dan kunt u met de symbolen [>] en [<] op de Fixture display de pagina s doorlopen. Druk nogmaals op de [MENU] toets om de procedure te beëindigen. De bibliotheek kan maximaal 128 spots herbergen. Mocht de gewenste spot niet geladen zijn, doet u dit als volgt: [MENU], [LIBRARY], [ADD]. G. Schottert 15

Zorg er voor dat de diskette met de Templates in de tafel zit (diskette moet er op de kop in). Vervolgens selecteert u de gewenste spot door op de het display te drukken waarop de spot zichtbaar is. Druk nogmaals op de [MENU] toets om de procedure te beëindigen. Let op: Templates zijn te downloaden van de LSC site ( http://www.lsclighting.com.au ), ook is het mogelijk de Templates zelf aan te maken, voor meer info neemt u contact met G. Schottert van Fairlight ( gerrit@fairlight.nl ). 7.1.1 Verwijderen van de complete Patch: Mocht u een compleet hernieuwde Patch willen aanmaken dient u eerst de huidige Patch compleet te verwijderen: Druk op de toets [FUNCTION] (ingedrukt houden) en druk vervolgens op [PATCH] (functie toets op de gele bank). Druk op de toets [REMOVE], [YES] 7.1.2 Toevoegen van fixtures: Druk op de toets [FUNCTION] (ingedrukt houden) en druk vervolgens op [PATCH] (functie toets op de gele bank). Druk op de toets [EDIT] DIMMER LIBRARY De Virtuele toets naast DIMMER zal knipperen, dit wijst er op dat de maxim gereed is om een dimmer te patchen. Er zijn momenteel geen Templates zichtbaar in de PatPad. Om een Template te laden drukt op de Virtuele toets naast LIBRARY. Selecteer een fabrikant uit de LIBARY door de Viruele toets naast de gewenste fabrikant in te drukken. Mochten er meer dan zes Templates geladen zijn dan kunt u met de symbolen [>] en [<] op de Fixture display de pagina s doorlopen. Selecteer vervolgens een spot uit de LIBARY door op Viruele toets naast de gewenste spot te tikken. DIMMER SPOT-1 LIBRARY _ SPOT_1 betreft de geselecteerde spot die u geladen heeft. De Virtuele toets naast SPOT-1 zal knipperen, dit wijst er op dat de maxim gereed is om deze spot te patchen. Gebruik de [<] of [>] of het edit-wiel om het gewenste DMX-adres te selecteren. Let op: Spots uit de LIBARY dienen gepatched te worden op de [F/A] toetsen van de Gele bank. DIMMERS mogen ook gepatched worden op de Rode bank, mits de WIDE mode actief is. Druk op de [F/A] toets van het kanaal op de Gele Bank waarop gepatched dient te worden. Druk op de toets [EDIT] om de Patch procedure te verlaten De geselecteerde [F/A] fader controleert de dimmer van deze spot. De maxim patched automatisch de overgebleven parameters naar de PatPad. De geselecteerde [F/A] toets is tevens het Fixture nummer wat zichtbaar wordt in de Fixture Display. G. Schottert 16

Als een spot eenmaal geladen is, hoeft deze niet opnieuw geladen te worden. De maximale aantal fixtures die we kunnen Patchen is 20. 7.1.3 Verwijderen van één Patch: Fixture Display Druk op de toets [FUNTION] (ingedrukt houden) en druk vervolgens op [PATCH] (functie toets op de gele bank). Druk op de toets [EDIT] Selecteer de [F/A] toets die verwijderd dient te worden. Druk op de toets [REMOVE], [YES] Let op: MaXim modellen met twee DMX uitgangen (2x 512 adressen) worden in het Patch menu aangegeven met U1:1-512 en U2:1-512. G. Schottert 17

7.2 Programmeren met de PatPad: 7.2.1 Toevoegen van Fixture: Nederlandse handleiding LSC maxim versie 1.0 De Fixture die u wilt programmeren, moet toegewezen worden van de Gele Bank naar de PatPad. Dit doet u met de toetscombinatie: Tik op de toets [GET] en de [F/A] toets van de gewenste Fixture van de Gele bank. De geselecteerde Fixture is nu zichtbaar op de Fixture Display. 7.2.2 Snel laden van verschillende Fixtures: Om snel meerdere Fixtures te laden in de PatPad doet u met volgende toetsen combinatie: Tik op de toets [GET] (vast houden) en achtereen volgens de [F/A] toetsen van de gewenste Fixtures van de Gele bank. Als alle Fixtures geladen kunt u de [GET] toets los laten. De laatst geselecteerde Fixture is nu zichtbaar op de Fixture Display. Mocht u een andere Fixture willen selecteren kunt op de [Fixture Display] tikken. Rechterkant van de Fixture Display : Gaat u een Fixture vooruit Linkerkant van de Fixture Display : Gaat u een Fixture achteruit Om direct een specifiek Fixture nummer te selecteren tikt in het midden van de [Fixture Display] (vast houden) en vervolgens de [F/A] toets van de gewenste Fixtures van de Gele bank. 7.2.3 Selecteren van de Parameters: Als een Fixture reeds geladen is in de PatPad is het Fixture nummer zichtbaar op de Fixture Display en alle beschikbare Parameters Virtuele toetsen gaan knipperen. Er kunnen maximaal 24 Parameters (4x6) geactiveerd worden, alleen de aanwezige Parameters zullen gaan knipperen. De LED kleuren van de Parameters Virtuele toetsen geven de status aan van de Parameter: Lichtblauw : Deze Parameter is Actief op de Virtuele Parameter aan de linkerzijde. Rood : Dit betreft een Colour Parameter (kleurwielen, CMY, RGB). Donkerblauw : Dit betreft een Beam Parameter (gobo s, Iris, Prisma, Zoom, ect.). Groen : Dit betreft een PAN/TILT Parameter. Wanneer een Parameter is geselecteerd (door een rode, donkerblauw of groene Virtuele Parameter toets vast te houden) zal deze van kleur veranderen naar lichtblauw en de naam van de Parameter zal zichtbaar worden op de Virtuele Fader aan de linkerzijde. Er zijn drie display of informatie niveaus elke afzonderlijke Virtuele fader. Door meerdere malen te tikken op deze Virtuele fader schakelt deze tussen Name en Value : Name : Toont de naam van de Parameter ( PAN of COLOUR ) Value : Toont de huidige waarde (Pan=109 of Green en verschaft u de mogelijkheid om de waarde te wijzigen door met uw vinger over de Virtuele fader te slepen). Door op de bijbehorende Virtuele toets te tikken en enkele seconden vast te houden zal de Virtuele fader veranderen naar Time : Time : Toont de fadetijd informatie van de Parameter, deze zal mee opgeslaan worden. Let op: Als een Virtuele fader actief is, is het veelal mogelijk om met het Edit-wiel ook de waarden te wijzigen i.p.v. door op de Virtuele fader te slepen. Voor de PAN/TILT parameter betekent de PAN-fine/TILT-fine. Er zijn 3 gele LEDS aan de rechterzijde van elke Virtuele fader, deze LEDS geven de status weer welk niveau actief is: G. Schottert 18

Bovenste Gele LED = Name. Middelste Gele LED = Value Onderste Gele LED = Time 7.2.4 Wijzigen van de Value waarden van de Parameters: In de Value niveau, kan de Virtuele fader gebruikt worden om de Value waarden van de Parameter te wijzigen. Verschillende Parameters kunnen gewijzigd worden op diverse manieren. De wijze waarop elke Parameter gewijzigd wordt staat omschreven in de Template. De waarde van elke Parameter is ononderbroken variabel (bv. PAN/TILT) U kunt de waarde wijzigen door met uw vinger over de Virtuele fader te slepen Stappen tussen twee waarden die in de Template beschreven zijn (bv. Gobo 1, Gobo 2 ect.) Door met uw vinger te tikken op linker of rechter uiteinde van deze Virtuele fader gaat u een waarde achter- of vooruit. Variabele gebieden tussen twee waarden (bv. Gobo rotatiesnelheid, Strobe) Door met uw vinger te tikken op linker of rechter uiteinde van deze Virtuele fader gaat u een variabele waarde achter- of vooruit. Door vervolgens in het midden van de Virtuele fader te tikken wordt deze geactiveerd, u kunt nu de waarde wijzigen door met uw vinger over de Virtuele fader te slepen. 7.2.5 Wijzigen van de Time waarden van de Parameters: In de Time niveau, bestaan 4 instellingen, door met uw vinger te tikken op linker of rechter uiteinde van deze Virtuele fader selecteert u een instelling achter- of vooruit. Nadat de gewenste instelling zichtbaar is tikt u in het midden van de Virtuele fader om deze activeren, u kunt nu de waarde wijzigen door met uw vinger over de Virtuele fader te tikken/slepen. De 4 instellingen zijn: Mov = 0.0s Dit de ingestelde verplaatsing tijd voor de Parameter die mee opgeslaan wordt met de Scene of stap van een Chase (bv. de tijd om naar een PAN/TILT positie te gaan). Dly = 0.0s Dit de ingestelde vertraging tijd voor de Parameter die mee opgeslaan wordt met de Scene of stap van een Chase (bv. de tijd voordat hij naar een PAN/TILT positie gaat). Ook wel Fade-in tijd genoemd. As-Pan = N Door tikken in het midden van de Virtuele fader schakelt u tussen N (No) en Y (Yes) o N = De Parameter gebruikte de door u ingestelde Mov en Dly tijden per Parameter afzonderlijk. o Y = De Parameter gebruikte de tijden voor alle Parameters zoals ze ingesteld zijn bij de PAN Parameter. PanEnd = N Door tikken in het midden van de Virtuele fader schakelt u tussen N (No) en Y (Yes). Als Y is geselecteerd dan is de tijd voor de PAN Parameter 0 (nul). 7.2.6 Opslaan: De informatie die ingesteld is in de PatPad wordt op dezelfde opgeslaan als conventionele spots, echter de PatPad heeft 2 manieren: STORE (op de PatPAd), slaat alleen de informatie op van de (door u) geselecteerde Parameters van de geladen Fixtures. Door de Filter te gebruiken kunt u 1 of meerdere Parameters selecteren, op deze manier worden alleen deze Parameters opgeslaan (STORE is geschikt om shows in blokken op te slaan) RECORD, slaat alle instellingen op die op dat actief zijn, zowel conventioneel als PatPAd (RECORD is geschikt om complete shows op te slaan). G. Schottert 19

7.2.6.1 Store: Als u een Scene gaat opslaan met STORE dan geldt 1 belangrijke regel: _ ALLEEN PARAMETERS DIE KNIPPEREN WORDEN OPGESLAAN _ Voor het (de)activeren van Filters verwijs ik u naar hoofdstuk 7.3.10 Maak de gewenste stand, Tik op de toets [STORE] Selecteer de gewenste playback pagina [PAGE RED BANK] of [PAGE BLUE BANK] (optioneel) Druk op de [F/A] toets van het kanaal (Rode of Blauwe pagina) waaronder de Scene opgeslagen dient te moet worden. Alleen de Parameters die knipperen worden opgeslaan, dus ook geen dimmer informatie. 7.2.6.2 Store + level: Opslaan d.m.v. STORE+LEVEL gaat exact het zelfde als met STORE met enige verschil dat nu wel de dimmer informatie mee wordt opgeslaan. Maak de gewenste stand, Tik op de toets [STORE+LEVEL] Selecteer de gewenste playback pagina [PAGE RED BANK] of [PAGE BLUE BANK] (optioneel) Druk op de [F/A] toets van het kanaal (Rode of Blauwe pagina) waaronder de Scene opgeslagen dient te moet worden. Alleen de Parameters die knipperen worden opgeslaan, inclusief dimmer informatie. 7.2.6.3 Record: Opslaan d.m.v. RECORD gaat exact het zelfde als met STORE met het verschil dat nu alles mee wordt opgeslaan. (Dus ook actieve Scenes) Maak de gewenste stand (met of zonder actieve Scenes), Druk op de toets [RECORD] Selecteer de gewenste playback pagina [PAGE RED BANK] of [PAGE BLUE BANK] (optioneel) Druk op de [F/A] toets van het kanaal (Rode of Blauwe pagina) waaronder de Scene opgeslagen dient te moet worden. 7.2.6.4 Record (uitgebreide methode): Maak de gewenste stand, Druk op de toets [RECORD SCENE] Druk op de toets [FUNTION] Stel de fade-in tijd in met het [EDIT-WIEL]. Een waarde beneden de 0 betekent dat de tijd wordt bepaald door de [IN-TIME FADER]. Druk op de toets [FUNTION] Stel de fade-out tijd in met het [EDIT-WIEL]. Een waarde beneden de 0 betekent dat de tijd wordt bepaald door de [OUT-TIME FADER]. Selecteer de gewenste playback pagina [PAGE RED BANK] of [PAGE BLUE BANK] (optioneel) Druk op de [F/A] toets van het kanaal (Rode of Blauwe pagina) waaronder de Scene opgeslagen dient te moet worden. G. Schottert 20

7.2.7 Leeg maken van de Patpad: Tik de toetsen combinatie [CLEAR], [GET], [F/A] van de te verwijderen Fixture van de Gele bank Om meerdere Fixtures tegelijk te verwijderen: Tik op de toets [CLEAR] (vast houden) en achtereenvolgens de [F/A] toetsen van de te verwijderen Fixtures van de Gele bank. Als alle Fixtures verwijdert zijn kunt u de [CLEAR] toets los laten. Als alleen op dat moment actieve Fixture verwijdert dient te worden (zichtbaar in de Fixture Display): Tik op de toets [CLEAR] en achtereenvolgens de [FIXTURE DISPLAY] (willekeurig) Om alle Fixtures te verwijderen van de PatPad: Tik de toetsen combinatie [CLEAR], [ALL], [GET] G. Schottert 21

7.3 PatPad toetsen: 7.3.1 GET: De [GET] toets wordt gebruikt om Fixtures te laden: Tik op de toets [GET] en de [F/A] toets van de gewenste Fixture van de Gele bank. Om snel meerdere Fixtures te laden in de PatPad doet u met volgende toetsen combinatie: Tik op de toets [GET] (vast houden) en achtereen volgens de [F/A] toetsen van de gewenste Fixtures van de Gele bank. Als alle Fixtures geladen kunt u de [GET] toets los laten. Als een Fixture reeds geladen is, heeft de [GET] toets als functie een Fixture te activeren (Hi-Light) Tik op de toets [GET] (vast houden) en achtereen volgens de [F/A] toetsen van de gewenste Fixtures van de Gele bank die u actief wilt maken. Als alle Fixtures actief zijn kunt u de [GET] toets los laten. Om alleen 1 Fixture te activeren en de rest van de Fixtures te deactiveren: Tik op de toets [GET] en de [F/A] toets van de gewenste Fixture van de Gele bank die actief moet worden. 7.3.2 GROUP: Groepen geven u de mogelijkheid om sneller Fixtures te laden, activeren, klonen of verwijderen van Fixtures met 1 handeling. Om een Groep op te slaan dient u eerst de vereiste Fixtures te laden, en vervolgens: [STORE], [GROUP], [F/A] toets van de Gele bank waaronder de Groep opgeslagen dient te worden. (De maxim MP, LP, XLP en XXLP kunnen achtereenvolgens 24, 36, 48 en 60 Groepen opslaan) Om een groep te laden in de PatPad: Tik op de toets [GROUP] (licht oranje op) en de [F/A] toets van de gewenste Groep van de Gele bank. (Alle[F/A] toetsen waaronder een Groep is opgeslaan gaan knipperen) Om snel meerdere Groepen te laden in de PatPad doet u met volgende toetsen combinatie: Tik op de toets [GROUP] (vast houden) en achtereen volgens de [F/A] toetsen van de gewenste Groepen van de Gele bank. Als alle Groepen geladen kunt u de [GROUP] toets los laten. Als een Groep reeds geladen is, heeft de [GROUP] toets als functie een Groep te activeren (Hi-Light) Tik op de toets [GROUP] (vast houden) en achtereen volgens de [F/A] toetsen van de gewenste Groepen van de Gele bank die u actief wilt maken. Als alle Groepen actief zijn kunt u de [GROUP] toets los laten. Om alleen 1 Groep te activeren en de rest van de Groepen te deactiveren: Tik op de toets [GROUP] en de [F/A] toets van de gewenste Groep van de Gele bank die actief moet worden. Om een Groep een naam te geven: G. Schottert 22

Druk op de toets [FUNCTION] (ingedrukt houden) en druk vervolgens op [NAME] (functie toets op de gele bank). Het display vraagt Pick Object to Name (Selecteer het object dat moet worden voorzien van een naam) Tik op de toets [GROUP] en vervolgens de [F/A] toets van het gewenste Groep-nummer van de Gele bank. Of draai aan het Edit-wiel of druk op de [F/A] toetsen van de Gele banken voor de gewenste letterteken zoals ze onder de toets vermeld zijn. Druk op [<] of [>] om de cursor te verplaatsen en druk op de toetsen [REMOVE] of [ADD] om letters te verwijderen of toe te voegen. Als de naam voltooid is druk op [OK]. 7.3.3 MENU: Wanneer de [MENU] toets is geactiveerd door er op te tikken dan veranderen de zes Virtuele Faders zes selectie vakken. Door op de knipperende Virtuele Parameter naast een selectie vak te tikken kunt er door heen lopen. Als er meer dan 6 keuze mogelijkheden zijn dan kunt u met de symbolen [>] en [<] op de Fixture display de pagina s doorlopen. Druk nogmaals op de [MENU] toets om de procedure te beëindigen. Het hoofdmenu ziet als volgt uit: EFFECTS MACRO TIMES LIBRARY SETUP 7.3.4 CLEAR: De [CLEAR] toets wordt toegepast om Fixtures, Groepen, Filters of Hi-Light te verwijderen. Om een Fixture te verwijderen uit de PatPad: Tik op de toets [CLEAR], [FIXTURE DISPLAY] Om een Groep te verwijderen uit de PatPad: Tik op de toets [CLEAR], [GROUP] en de [F/A] toets van de gewenste Groep van de Gele bank die verwijdert moet worden. Om alle Filters te verwijderen van de actieve Fixtures in de PatPad: Tik op de toets [CLEAR], [FILTER] Om alle Hi-Lights te verwijderen: Tik op de toets [CLEAR], [ALL], [FIXTURE DISPLAY] 7.3.5 ALL: De [ALL] toets kan op twee verschillende manieren worden toegepast. Als onderdeel van een commando, bijv.: [CLEAR], [ALL], [GET], om alle Fixtures te verwijderen van de PatPad: Maar ook als commando de PatPad in de [ALL] mode te zetten, (de [ALL] toets licht dan blauw op). Alle Fixtures van het zelfde type zullen exact het zelfde doen als de op dat moment geselecteerde Fixture. Dit is zeer nuttig bij het snel selecteren van een kleur of gobo voor alle Fixtures van het zelfde type. 7.3.6 HOME: G. Schottert 23

Met de [HOME] toets kunt u een Fixture naar zijn Home positie brengen, zoals deze beschreven staat in zijn Template. Typisch voor een Home positie is dat de Shutter/Dimmer open is en de PAN/TILT in het midden staat. Het is mogelijk om zelf de Home positie te wijzigen d.m.v. een PC. Om een Fixture naar zijn Home positie te krijgen: Tik op de toets [HOME], [FIXTURE DISPLAY] Om een Fixture kortstondig naar zijn Home positie te krijgen: Tik op de toets [HOME], [F/A] toets van de gewenste Fixture van de Gele bank die naar zijn Home positie moet. Als u de [F/A] toets los laat,keert de Fixture weer terug in zijn oude positie Druk nogmaals op de [HOME] toets om de procedure te beëindigen. Om alle Fixtures naar hun Home positie te krijgen: Tik op de toets [HOME], [ALL] 7.3.7 CLONE: Met de [CLONE] toets kunt u geselecteerde Parameters kopiëren van een op dit moment actieve Fixture naar andere Fixture of groep van Fixtures van hetzelfde type. Om een Fixture te Klonen, moet u eerst een Fixture selecteren en zijn Parameters instellen. Wanneer een Filter is toegepast, worden alleen de Parameters waarvan de Virtuele toetsen knipperen gekopieerd. Om een Fixture te Klonen naar een andere Fixture: Tik op de toets [CLONE], [F/A] toets van de gewenste Fixture van de Gele bank die gekopieerd moet worden. Om een Fixture te Klonen naar een Groep Fixtures: Tik op de toets [CLONE], [GROUP] en de [F/A] toets van de gewenste Groep van de Gele bank die gekopieerd moet worden. 7.3.8 STORE: Met [STORE] toets slaan we informatie op in Scenes, Pallets of Presets. Maar er geldt 1 belangrijke regel : _ ALLEEN PARAMETERS DIE KNIPPEREN WORDEN OPGESLAAN _ De [STORE] wordt evenzeer gebruikt om Filters en Groepen op te slaan. Het opslaan van Pallets, Presets, Groepen en Filters worden verderop in deze handleiding beschreven. Om een Scene op te slaan moet u eerst een Fixture selecteren en zijn Parameters instellen. Wanneer een Filter is toegepast, worden alleen de Parameters waarvan de Virtuele toetsen knipperen opgeslaan. Tik op de toets [STORE] Selecteer de gewenste playback pagina [PAGE RED BANK] of [PAGE BLUE BANK] (optioneel) Druk op de [F/A] toets van het kanaal (Rode of Blauwe pagina) waaronder de Scene opgeslagen dient te moet worden. Alleen de Parameters die knipperen worden opgeslaan, dus ook geen dimmer informatie. G. Schottert 24

7.3.9 STORE+LEVEL: Opslaan d.m.v. [STORE+LEVEL] gaat exact het zelfde als met [STORE] met enige verschil dat nu wel de dimmer informatie mee wordt opgeslaan. Tik op de toets [STORE+LEVEL] Selecteer de gewenste playback pagina [PAGE RED BANK] of [PAGE BLUE BANK] (optioneel) Druk op de [F/A] toets van het kanaal (Rode of Blauwe pagina) waaronder de Scene opgeslagen dient te moet worden. Alleen de Parameters die knipperen worden opgeslaan, inclusief dimmer informatie. 7.3.10 FILTER: De [FILTER] toets is een zeer sterk hulpmiddel dat u kunt gebruiken om exact die Parameters te selecteren van een Fixture die u wilt opslaan. Parameters die knipperen zijn gefilterd. Naast de drie Filtergroepen (Colour, Beam en Focus) kunt u elke Parameter afzonderlijk Filteren. Om een enkele Parameter te Filteren: Tik op de toets [FILTER] (licht oranje op). Alleen de Fixture die zichtbaar is in de Fixture Display zal aangepast worden. Vervolgens selecteert u de parameter door de tikken op de Virtuele toets behorende bij de Parameter. Door een Filter te verwijderen tikt u nogmaals op de Virtuele toets van de betreffende Parameter. Ten slotte tikt u nogmaals op de toets [FILTER] (licht blauw op) om de Filter te activeren. Om snel groepen (Colour, Beam en PAN/TILT) te Filteren tikt u op toets [FILTER] (licht oranje op). Vervolgens: Tik 1 x op de toets [colour/beam/focus] voor Alle Parameters Tik 2 e x op de toets [colour/beam/focus] voor Focus (PAN?TILT) Parameters Tik 3 e x op de toets [colour/beam/focus] voor Beam Parameters Tik 4 e x op de toets [colour/beam/focus] voor Colour Parameters Tik 5 e x op de toets [colour/beam/focus] voor Alle Parameters te deactiveren Wilt u alle geladen Fixtures voorzien van een Filter tikt u op de toets [ALL] (licht blauw op). Wanneer de gewenste Parameters geselecteerd zijn tikt u ten slotte op de toets [FILTER] (licht blauw op) om de Filter(s) te activeren Het is ook mogelijk om Filter instellingen op te slaan. De Filter instellingen worden met nummer opgeslaan op een [F/A] toets van de Gele bank. Om een Filter instelling op te slaan: Tik op de toets [STORE], [FILTER] en de [F/A] toets van de Gele bank waaronder de Filter instelling opgeslaan moet worden. Om een Filter instelling op te roepen: Tik op de toets [FILTER] en de [F/A] toets van de Gele bank waaronder de Filter instelling opgeslaan is. Om een Filter een naam te geven: Druk op de toets [FUNCTION] (ingedrukt houden) en druk vervolgens op [NAME] (functie toets op de gele bank). Het display vraagt Pick Object to Name (Selecteer het object dat moet worden voorzien van een naam) Tik op de toets [FILTER], tik [colour/beam/focus] om de gewenste Filter pagina te selecteren en vervolgens de [F/A] toets van het gewenste Filter-nummer van de Gele bank. Of draai aan het Edit-wiel of druk op de [F/A] toetsen van de Gele banken voor de gewenste letterteken zoals ze onder de toets vermeld zijn. Druk op [<] of [>] om de cursor te verplaatsen en druk op de toetsen [REMOVE] of [ADD] om letters te verwijderen of toe te voegen. Als de naam voltooid is druk op [OK]. G. Schottert 25

7.3.11 PALETTE: De [PALETTE] toets die u kunt gebruiken om speciaal type Scene mee op te slaan of mee op te roepen op of vanaf de Patpad. Deze speciale Scene bevat gefilterde informatie; in de praktijk worden Palettes gebruikt om kleuren, gobo s en gobo-rotatiesnelheden op te slaan. Palette is een prachtig hulpmiddel om alle Fixtures van hetzelfde type te voorzien de zelfde kleuren en gobo s. Om Palettes op te slaan volstaat u met 1st. spot per Fixture type, wel dient eerst de PatPad leeg te worden gemaakt. Palettes worden opgeslaan per pagina (User, Colour, Beam en Focus) en per nummer van de F/A toetsen van de Gele bank. Het is mogelijk om Palettes met Gobo informatie op te slaan in Colour pagina, maar het biedt de voorkeur om Palettes met Gobo informatie op te slaan in de Beam pagina. Om een Gobo Palette op te slaan in de PatPad: Selecteer de gewenste Gobo, (vergeet niet de Filterfunctie om alleen de Gobo informatie te filteren). Tik op de toets [STORE], [PALETTE], tik 3x [colour/beam/focus] om de Beam pagina te selecteren en vervolgens de [F/A] toets van het gewenste Palette-nummer van de Gele bank. (Alle [F/A] toetsen waaronder Palettes reeds zijn opgeslaan gaan knipperen) _ ALLEEN PARAMETERS DIE KNIPPEREN WORDEN OPGESLAAN _ Om een Gobo Palette te laden in de PatPad: Tik op de toets [PALETTE], tik 3x [colour/beam/focus] om de Beam pagina te selecteren en vervolgens de [F/A] toets van het gewenste Palette-nummer van de Gele bank. Als een Palette geladen is in de PatPad zullen alle actieve Fixtures in de PatPad, (van hetzelfde type als waarmee de Palette is opgeslaan), voorzien worden met die Palette informatie mits de bewuste Parameter knippert. _ ALLEEN PARAMETERS DIE KNIPPEREN WORDEN GELADEN _ Om een Palette een naam te geven: Druk op de toets [FUNCTION] (ingedrukt houden) en druk vervolgens op [NAME] (functie toets op de gele bank). Het display vraagt Pick Object to Name (Selecteer het object dat moet worden voorzien van een naam) Tik op de toets [PALETTE], tik 3x [colour/beam/focus] om de Beam pagina te selecteren en vervolgens de [F/A] toets van het gewenste Palette-nummer van de Gele bank. Of draai aan het Edit-wiel of druk op de [F/A] toetsen van de Gele banken voor de gewenste letterteken zoals ze onder de toets vermeld zijn. Druk op [<] of [>] om de cursor te verplaatsen en druk op de toetsen [REMOVE] of [ADD] om letters te verwijderen of toe te voegen. Als de naam voltooid is druk op [OK]. 7.3.12 PRESETS: De [PRESET] toets die u kunt gebruiken om speciaal type Scene mee op te slaan of mee op te roepen op of vanaf de Patpad. Deze speciale Scene bevat gefilterde informatie; in de praktijk worden Presets gebruikt om bv. Focus (PAN/TILT) informatie op te slaan. Een Preset heeft alleen betrekking op een Fixture nummers. U kunt Scenes en Chases voorzien van Preset informatie, het voordeel hiervan is; als u 1 enkele Preset wijzigt, worden alle Scenes en Chases die voorzien zijn van deze Preset ook automatisch gewijzigd. Bijvoorbeeld: Er staat in het midden van het podium een drumstel. U heeft een Focus (PAN/TILT) positie op het drumstel gemaakt, deze stand slaat u op als een Preset met de naam drums. (gefilterd) Nu programmeert u Scenes en Chases die geladen zijn met de Preset drums. Nu blijkt dat na de pauze het drumstel niet in het midden van het podium staat maar twee meter naar rechts is verschoven. U roept de Preset drums op en wijzigt de Focus (PAN/TILT) positie. Vervolgens worden alle geprogrammeerde Scenes en Chases die voorzien waren van deze Preset drums ook automatisch gewijzigd. Om een Focus (PAN/TILT) Preset op te slaan in de PatPad: G. Schottert 26

Laad eerst alle gewenste Fixtures in de PatPad, (vergeet niet de [ALL] toets) Maak de gewenste positie, (vergeet niet de Filterfunctie om alleen de PAN/TILT informatie te filteren). Tik op de toets [STORE], [PRESET], tik 2x [colour/beam/focus] om de Focus pagina te selecteren en vervolgens de [F/A] toets van het gewenste Presentnummer van de Gele bank. (Alle [F/A] toetsen waaronder Presets reeds zijn opgeslaan gaan knipperen) _ ALLEEN PARAMETERS DIE KNIPPEREN WORDEN OPGESLAAN _ Om een Focus (PAN/TILT) Preset te laden in de PatPad: Tik op de toets [PRESET], tik 2x [colour/beam/focus] om de Focus pagina te selecteren en vervolgens de [F/A] toets van het gewenste Presentnummer van de Gele bank. Als een Preset geladen is in de PatPad zullen alle actieve Fixtures in de PatPad, (waarmee de Preset is opgeslaan), voorzien worden met die Preset informatie mits de bewuste Parameter knippert. _ ALLEEN PARAMETERS DIE KNIPPEREN WORDEN GELADEN _ Om een Preset een naam te geven: Druk op de toets [FUNCTION] (ingedrukt houden) en druk vervolgens op [NAME] (functie toets op de gele bank). Het display vraagt Pick Object to Name (Selecteer het object dat moet worden voorzien van een naam) Tik op de toets [PRESET], tik 2x [colour/beam/focus] om de Focus pagina te selecteren en vervolgens de [F/A] toets van het gewenste Preset-nummer van de Gele bank. Of draai aan het Edit-wiel of druk op de [F/A] toetsen van de Gele banken voor de gewenste letterteken zoals ze onder de toets vermeld zijn. Druk op [<] of [>] om de cursor te verplaatsen en druk op de toetsen [REMOVE] of [ADD] om letters te verwijderen of toe te voegen. Als de naam voltooid is druk op [OK]. 7.3.13 PADLOCK: 7.3.14 C/B/F: Als de Padlock is geactiveerd (LED licht blauw op), dan zullen alle knipperende Parameters niet reageren op iedere Playback, Scene of Chase. Om de Padlock uit te schakelen tikt de toets [PADLOCK]. Om snel toegang te krijgen tot de Filtergroepen C (Colour), B (Beam) of F (Focus) maakt u gebruik van de [C/B/F] toets. Om snel groepen (Colour, Beam en PAN/TILT) te Filteren tikt u op toets [FILTER] (licht oranje op). Vervolgens: Tik 1 x op de toets [colour/beam/focus] voor Alle Parameters Tik 2 e x op de toets [colour/beam/focus] voor Focus (PAN?TILT) Parameters Tik 3 e x op de toets [colour/beam/focus] voor Beam Parameters Tik 4 e x op de toets [colour/beam/focus] voor Colour Parameters Tik 5 e x op de toets [colour/beam/focus] voor Alle Parameters te deactiveren Wilt u alle geladen Fixtures voorzien van een Filter tikt u op de toets [ALL] (licht blauw op). Wanneer de gewenste Parameters geselecteerd zijn tikt u ten slotte op de toets [FILTER] (licht blauw op) om de Filter(s) te activeren G. Schottert 27

8. UTILITIES 8.1 Show opslaan naar diskette: Nederlandse handleiding LSC maxim versie 1.0 Plaats een geformatteerde diskette in het station. Druk op de toets [FUNCTION] (ingedrukt houden) en druk vervolgens op [DISK] (functie toets op de gele bank). Het display vraagt Save show to disk (show op diskette opslaan). Druk op [YES] om dit te bevestigen. Het display adviseert de naam Show 1. Deze naam kan gewijzigd worden met het [EDIT-WIEL]. Om de naam te accepteren, drukt u op [OK]. Druk op [YES] om te bevestigen. Als de show is opgeslaan verschijnt er in het display Show saved to disk, druk je nogmaals op [OK]. 8.2 Show laden van diskette: Met het laden van een show van diskette worden alle instellingen (Patching, Scenes, Chases, Stacks, etc.) van de MaXim vervangen. Plaats de diskette met de show in het station Druk op de toets [FUNCTION] (ingedrukt houden) en druk vervolgens op [DISK] (functie toets op de gele bank). Het display vraagt Save show to disk (show op diskette opslaan). Druk op [NO]. Vervolgens vraagt het display Load show from disk (show laden van diskette). Druk op [YES] om dit te bevestigen. Het display presenteert Show 1. Deze naam kan gewijzigd worden met het [EDIT-WIEL]. Om deze show te accepteren, drukt u op [OK]. Het display vraagt Load show, are you sure (show laden, weet u het zeker). Druk op [OK]. Het display vraagt of de show geladen moet worden (Load show, are you sure), bevestig dit met [OK]. Als de show is geladen verschijnt er in het display Show loaded, druk je nogmaals op [OK]. 8.3 Systeem reset: Het uitvoeren van een Systeem reset heeft geen invloed op de eerder opgeslagen instellingen (Scenes, Chases, Stacks, etc.) van de MaXim. Een Systeem reset kan nuttig zijn, wanneer de MaXim niet meer reageert. Druk op de toets [FUNCTION] (ingedrukt houden) en druk vervolgens op [RESET] (functie toets op de gele bank). Het display vraagt Do system reset? (uitvoeren van een Systeem reset?). Druk op [YES]. Vervolgens vraagt het display Are you sure (weet u het zeker). Druk op [YES]. 8.4 Totale reset: Met het uitvoeren van een Totale reset gaan alle eerder opgeslagen instellingen (Scenes, Chases, Stacks, etc.) van de MaXim verloren! Zorg in ieder geval voor een recente back-up van de opgeslagen instellingen, zodat deze later opnieuw geladen kunnen worden. Druk op de toets [FUNCTION] (ingedrukt houden) en druk vervolgens op [RESET] (functie toets op de gele bank). Het display vraagt Do system reset? (uitvoeren van een Systeem reset?). Druk op [NO]. Het display vraagt Do Total reset? (uitvoeren van een Totale reset?). Druk op [YES]. Vervolgens vraagt het display Reset will clear all memories - Continue? (Reset zal alle instellingen wissen, doorgaan?). Druk op [YES]. G. Schottert 28

8.5 Video: Als er een SVGA of beter een video monitor wordt aangesloten aan de MaXim d.m.v. de VGA aansluiting op de achterzijde van de MaXim (optioneel voor de S & M modellen) is het mogelijk om getailleerde informatie te bekijken. Het beeldscherm wordt opgedeeld in twee delen: Het hoofdscherm toont altijd de Fixture intensiteit (staaf diagrammen) boven aan het scherm, het berichten sector in het midden en de status van de Playbacks en de Masters onderaan het scherm. Het linker gedeelte is selecteerbaar door de operator, u selecteert de schermen: Druk op de toets [FUNCTION] (ingedrukt houden) en druk vervolgens op [VIDEO 1], [VIDEO 2], [VIDEO 3] of [VIDEO 4] (functie toetsen op de gele bank). [VIDEO 1] : is Channel View [VIDEO 2] : is DMX Output [VIDEO 3] : is Stack Cue List [VIDEO 4] : is PATPAD Om het huidige scherm uit te schakelen: Druk op de toets [FUNCTION] (ingedrukt houden) en druk vervolgens op [VIDEO 1], [VIDEO 2], [VIDEO 3] of [VIDEO 4] (functie toetsen op de gele bank). G. Schottert 29