Leidraad L3.5 Arbitrage

Vergelijkbare documenten
Aanpassing spelregels Juni 2012

Veranderingen spelregels en HIA TD en lager Spelregels

Veranderingen spelregels Topdivisie, divisies en klassen. Spelregels. Ondertitel

Richtlijnen en Instructies voor de Arbitrage

Spelregels. Veranderingen spelregels en HIA Topdivisie, divisies en klassen. Ondertitel

Toelichting op het spelen met twee Libero s

Publicatie Playing Protocol Topdivisie en lager

Playing Protocol Eredivisie-Topdivisie

Publicatie Playing Protocol Eredivisie

Protocol Handen Schudden - Eredivisie september 2017

Verschillende in spelregels Eredivisie, Topdivisie en 1e divisie, seizoen

Handleiding en Instructie Arbitrage Topdivisie en lager

Wijzigingen Spelregels Beachvolleybal Ten opzichte van spelregels april 2013

Handleiding en Instructie Arbitrage Topdivisie en lager

Wijzigingen Spelregels

Voornaamste aanpassingen

Instructie Scheidsrechter

Handleiding en Instructie Arbitrage Eredivisie

VOORWOORD. Handleiding en Instructie Arbitrage Topdivisie en lager

Scheidsrechter volleybal.

Handleiding en Instructie Arbitrage 1 e divisie en lager. Voorwoord

Veranderingen spelregels In rood de veranderingen t.o.v. publicatie januari Spelregels

INTRODUCTIE SPELREGELS RECREANTEN(GEMERT) Erik Wieleman Voorjaar 2013

Meer spelplezier door wijziging (spel)regels!

Spelregels volleybal. Toepassing in de Maas & Waalse recreantencompetitie

Invullen wedstrijdformulier

E = eerste scheidsrechter T = tweede scheidsrechter

Volleybal de regels op een rij

VOLLEYBAL DE REGELS OP EEN RIJ

DE BOK OP! S C H E I D S R E C H T E R S B I J E E N K O M S T 2 3 J A N U A R I

DEEL 5 Wedstrijdformulier

Scheidsrechter bij Recvol en Nevobo

Handleiding invullen grote wedstrijdformulier

Richtlijnen voor de scheidsrechter

OFFICIËLE VOLLEYBAL SPELREGELS R-L

Leidraad invulling nationaal wedstrijdformulier

NATIONAAL WEDSTRIJDFORMULIER

Beschrijving - Actie scheidsrechter - Actie van de teams

Wijzigingen. Internationale Volleybal Spelregels (IVS)

Officiële spelregels beachvolleybal NEDERLANDSE VOLLEYBAL BOND OFFICIËLE BEACHVOLLEYBAL SPELREGELS

NEDERLANDSE VOLLEYBAL BOND OFFICIËLE VOLLEYBAL SPELREGELS

Wedstrijdregels Buitentoernooi Switch 87

Inhoud instructie invullen wedstrijdformulier

HANDLEIDING VOOR HET INVULLEN VAN HET RAPPORTAGEFORMULIER.

Richtlijnen voor de scheidsrechter

9.2 AARD VAN DE AANRAKING De bal mag ieder deel van het lichaam raken.

NEDERLANDSE VOLLEYBAL BOND OFFICIËLE SPELREGELS BEACHVOLLEYBAL

Opleiding Volleybalscheidsrechter 2

Samen werken aan samenwerken

3.10c; deel 1. Het nemen van de vrije worp

1.1 Speelveld, -ruimte en -zaal breedte speelveld 9 meter lengte totale speelveld 18 meter

Definitieve spelregels

Wedstrijdreglement. 3 Wedstrijdreglement. Hoofdstuk 5 Volleybal Nationale Jeugdkampioenschappen. Versie juni

Scheidsrechters. Basis cursus

Studiehandleiding Volleybalscheidsrechter 2

Spelregels. voor het spelen van wedstrijden in de RECVOL Rivierenland volleybal competitie & bekercompetitie

Toelichting op de nieuwe spelregels met ingang van 1 juli 2016

Handleiding gebruik DWF Digitaal Wedstrijd Formulier

Volleybal spelregels. Aangepaste spelregels voor Bechterew oefengroepen

Handleiding voor Tafelofficials

Om deze dag soepel te laten verlopen, vragen wij u goede notie te nemen van de nu volgende gedragscode en aandachtspunten.

Handleiding gebruik DWF Digitaal Wedstrijd Formulier

Ondertitel. Officiële spelregels volleybal NEDERLANDSE VOLLEYBAL BOND OFFICIËLE SPELREGELS VOLLEYBAL

Toelichting op de nieuwe spelregels met ingang van 1 juli 2016

Draaiboek. Thuiswedstrijden Valkenhuizen

Toelichting op de nieuwe spelregels met ingang van 1 juli 2016

Mededeling aanpassing spelregels geldig vanaf Palen. 1.3 Palen. Palen met beide zijlijnen.

Proeve van Bekwaamheid Studiehandleiding VS2 jeugd

WAV - UDEN JULI 2019.

Wijzigingen reglementen en spelregels

OFFICIËLE SPELREGELS BEACHVOLLEYBAL

NEDERLANDSE VOLLEYBAL BOND

2. Duur van het experiment. Het experiment loopt van 1 augustus 2005 tot 1 juni 2006.

Nieuwe regel in seizoen

Dames Jeugd Challenge

Handleiding Videotest spelregels Themabijeenkomst

Handleiding DEMO Digitaal Wedstrijd Formulier (DWF)

Officiële spelregels volleybal NEDERLANDSE VOLLEYBAL BOND OFFICIËLE SPELREGELS VOLLEYBAL

Instructie spelregelwijzingen

Nederlandse Volleybal Bond

Manegevoetbal Asten. Spelregels Manegevoetbal Asten Versie Manegevoelbal Asten Versie Lotusstraat ZV, Asten Pagina 1 van 8

Informatie voor scheidsrechters

SAMENVATTING SPELREGELWIJZIGINGEN 2016/'17

Zaterdag 1 oktober Nikantes Spelregelavond

Reglement Beachkorfbal België

Arbitrage : van 8-tal hockey naar 11-tal hockey Versie november 2010 Bron: KNHB / B.Bams

Handleiding LIVE Digitaal Wedstrijd Formulier (DWF)

NEDERLANDSE VOLLEYBALBOND

VV Nieuwerkerk Handleiding grensrechters. VV Nieuwerkerk Handleiding grensrechters

Handleiding Grensrechter. De functie van assistent scheidsrechter, wat houdt het in?

Spelregelwijzigingen 2017

HANDLEIDING VOOR DE ZATERDAGMORGEN ZAALWACHT

OPLOSSINGEN. Reglemententest Enkel wat goed is, is vet gedrukt. 1. Bij een intrap :

Krathos Nieuwsbrief augustus Start seizoen

SPELREGELS SCHOOL RUGBYTOERNOOI EINDHOVEN 2016

Handleiding en Instructie Arbitrage Beachvolleybal versie maart 2016

NEDERLANDSE VOLLEYBAL BOND

Spelregels Minipolo. Pupillen 1 Voorwoord:

Transcriptie:

datum vaststelling 1 juli 2013 door Manager Wedstrijdzaken Voorwoord De Leidraad is bedoeld voor alle wedstrijddeelnemers in de nationale competitie (Eredivisie tot en met 2 e divisie) en de regiocompetities. De wedstrijdorganisatie (uit de regio) kan afwijkende reglementen hanteren. Het wedstrijdprotocol dat beschreven wordt in deze Leidraad is bindend voor alle wedstrijddeelnemers. Alle spelregels worden besproken, waarbij de invloed op het handelen van de scheidsrechter wordt beschreven. In deze Leidraad is, bij de verschillende spelregel onderdelen, ook een aantal ongeschreven regels opgenomen. Dit zijn gebruiken en gewoontes die op verschillende niveaus wel worden toegepast maar die nog nergens beschreven stonden. Daar waar in de tekst 2 e scheidsrechter staat, vervalt dit wanneer de wedstrijd maar met één scheidsrechter geleid wordt. Deze scheidsrechter voert dan het takenpakket van de 1e en 2e scheidsrechter uit. Voor de tekst van de spelregels wordt verwezen naar de Officiële Spelregels en Commentaren Volleybal 2013-2016, uitgegeven door de Nederlandse Volleybal Bond. Voor de Eredivisie en Topdivisie worden de afwijkingen op deze Leidraad beschreven in het Handboek Nationale Competitie dan wel in de verschillende Publicaties en Richtlijnen. Het Handboek voor de Nationale Competitie vermeldt ook de belangrijkste regels van het wedstrijdreglement. Namens de manager Wedstrijdzaken De taakgroep Spelregels 1

Inhoud Spelregels Spelregels Regel 1 Speelruimte (tekeningen 1 &2) 3 Regel 2 Net en palen Tekening 3) 3 Regel 3 Ballen 4 Regel 4 Teams 4 Regel 5 Teamleiders 4 Regel 6 Behalen van een punt, winnen van een set en winnen van de wedstrijd 5 Regel 7 Opbouw van het spel 6 Regel 8 Situaties bij het spelen 7 Regel 9 Spelen van de bal 7 Regel 10 Bal bij het net 8 Regel 11 Speler bij het net 8 Regel 12 Service 9 Regel 13 Aanvalsslag 10 Regel 14 Blok 10 Regel 15 Reguliere spelonderbrekingen 10 Regel 16 Spelophouden 12 Regel 17 Uitzonderlijke spelonderbrekingen 13 Regel 18 Pauzes en wisselen van speelhelft 13 Regel 19 De Libero 13 Regel 20 + 21 Voorschriften voor het gedrag / Wangedrag en bijbehorende 14 maatregelen Regel 22 Scheidsrechterskorps en procedures 15 Regel 23 1e scheidsrechter 16 Regel 24 2e scheidsrechter 17 Regel 25 Teller 18 Regel 27 Lijnrechters 19 Regel 28 Officiële tekens 21 Protocol 31 Gedragscode 39 2

Spelregels Regel 1 Speelruimte (tekeningen 1 & 2) Controleer het speelveld ruimschoots op tijd. Laat zaken die niet goed zijn in orde brengen en maak anders een aantekening op het wedstrijdformulier of op het formulier zaalkeuring. Indien de vereniging dispensatie heeft, staat dit in het Handboek Nationale Competitie. De spelers hebben het recht de bal te spelen buiten hun vrije zone (behalve bij de service). De bal mag daarom overal buiten hun vrije zone gespeeld worden. Deze situatie verschilt van het spelen van de bal in de vrije zone van de tegenstander (Spelregel 10.1.2). De spelersbanken staan altijd buiten de vrije zone. De scheidsrechter moet niet alles van de spelersbanken af laten zetten. De middenlijn geldt voor beide speelhelften. De servicezone loopt in diepte niet oneindig door, maar slechts tot het eind van de vrije zone achter de betreffende achterlijn. Is (met dispensatie) voor de servicezone achter de achterlijn minder dan 2m beschikbaar, dan moet, alleen aan de kant(en) waar dat nodig is, een obstakelvrije hulp servicezone met een diepte van 2m, gemeten vanaf de muur enz., over de gehele breedte van het veld worden gerealiseerd. De hulp servicelijn moet evenwijdig aan de achterlijn worden getrokken, zodanig dat overal een obstakelvrije servicezone van ten minste 2m diepte beschikbaar is. Wanneer de muur, scheidingswand, tribune, etc. achter het speelveld niet evenwijdig aan deze achterlijn loopt, gebogen of onderbroken is of iets dergelijks wordt de hulp servicelijn dus niet evenwijdig aan dit obstakel getrokken. Een eventuele hulp servicelijn is de nieuwe achterlijn t.b.v. de service, niet van het spel. Binnen deze hulp servicezone mag de serveerder dan vrijelijk, op de door hem gekozen wijze, de service uitvoeren. Regel 2 Net en palen (tekening 3) Het is aan te bevelen om direct bij binnenkomst in de hal (30 minuten voor aanvang) de nethoogte te controleren. Mochten er aanpassingen nodig zijn dan is er voldoende tijd om dat op te lossen. Voor het protocol moet 17 minuten voor aanvang van de wedstrijd het net officieel gecontroleerd worden. De 1e scheidsrechter moet vóór de toss controleren of het net goed is vastgemaakt. Door een bal in het net te gooien en te kijken of deze goed terugkomt, m.a.w. niet blijft hangen, controleert hij de elasticiteit van het net. De 2e scheidsrechter moet vóór de toss de hoogte van het net meten met een (bij voorkeur metalen) meetlat. Op deze meetlat moet de hoogten 243/245 en 224/226 voor respectievelijk heren en dames zijn aangegeven. De 1e scheidsrechter blijft gedurende deze netcontrole in de buurt bij de 2e scheidrechter (bij voorkeur op de 3 meter lijn) en heeft de supervisie over de hoogtemeting. Zij meten aan de kant van de scheidsrechtersstoel en tot slot aan de kant van de tellertafel. Zorg dat het thuisspelende team, zeker in de voorzone, ruimte maakt om het net te kunnen meten. Tijdens de wedstrijd (en vooral aan het begin van iedere set) moeten de lijnrechters controleren of de antennes die boven hun lijn hangen (volgens T3) nog goed bevestigd zijn. Vóór de wedstrijd (vóór de officiële warming-up) en tijdens de wedstrijd moeten de scheidsrechters controleren of de palen en de scheidsrechtersstoel, inclusief bevestiging van paal en net, geen gevaar opleveren voor de spelers. Er moet zo nodig beschermend materiaal aangebracht worden, ook op uitstekende delen die een gevaar kunnen opleveren voor de spelers. Indien er geen beschermend materiaal voorhanden is, wordt hiervan melding gemaakt op het wedstrijdformulier. 3

Regel 3 Ballen Alleen goedgekeurde ballen mogen in de wedstrijden gebruikt worden. In de Publicatie P3.7 wordt regelmatig een lijst gepubliceerd met goedgekeurde wedstrijdballen. De 1e scheidsrechter controleert vóór aanvang van de wedstrijd de wedstrijdbal(len). Samen met de 2e scheidsrechter kiest hij daarna de wedstrijdbal(len). De 1e scheidsrechter voorziet de bal(len), ter herkenning, van een paraaf of een ander kenmerk. Gedurende de wedstrijd is de 2e scheidsrechter verantwoordelijk voor de wedstrijdbal(len) en voor de teruggave na afloop van de wedstrijd aan de verantwoordelijke van de wedstrijdleiding. Regel 4 Teams De 2 e scheidsrechter controleert de identiteit van de spelers voorafgaande aan de wedstrijd. Als een team in de Topdivisie de licentiekaart is vergeten maar de spelerskaarten zijn wel aanwezig dan dient de 1e scheidsrechter een aantekening op het formulier te maken met het verzoek aan het hoofdkantoor om de namen te controleren. Vóór aanvang van de wedstrijd moeten de scheidsrechters controleren hoeveel personen er op de bank mogen zitten of in de warming-up ruimte aanwezig mogen zijn. In de nationale competitie mogen er maximaal vijf personen (buiten de spelers en de mini van de week) op de bank plaatsnemen, echter alleen als zij op het wedstrijdformulier vermeld zijn en als zij een geldige lidmaatschapskaart van de Nevobo kunnen tonen of bij het ontbreken daarvan hun identiteit kunnen aantonen door middel van een wettelijk legitimatiebewijs. De coach en de aanvoerder van het team zijn beiden verantwoordelijk voor de identiteit van de deelnemende spelers en begeleiding. Door het ondertekenen van het wedstrijdformulier vóór de wedstrijd bevestigen ze dit. Omdat alleen teamstafleden en spelers tijdens de wedstrijd op de bank mogen zitten, mogen ook zij alleen deelnemen aan de officiële warming-up. Iedereen die het speelveld betreedt, moet dan sportschoenen aan hebben. De 1e scheidsrechter moet het speeltenue controleren. Als dit niet in overeenstemming is met regel 4.3, moet het worden aangepast. Het tenue moet identiek zijn (uitgezonderd het tenue van de Libero). Het shirt moet altijd in de broek. De huidige outfit (vooral bij de dames) geeft vaak een licht overhangend shirt te zien over een bijpassend broekje. Dit moet niet worden afgewezen. Een scheidsrechter kan de toestemming tot meespelen aan een speler weigeren die verschijnt in kleding, die niet voldoet aan de voorschriften zoals vermeld in de spelregels. Het aanvoerderstreepje (8x2 cm) moet goed zichtbaar blijven. De 1e scheidsrechter moet dit vóór de wedstrijd controleren. Het aanvoerderstreepje is alleen in de Ere- en Topdivisie verplicht gesteld. De werkgroep kan zich voorstellen, dat een scheidsrechter toestemming tot meespelen weigert aan een speler die verschijnt in smerige kleding, niet zijnde sportkleding enz. In sommige zalen is het spelen met zwarte zolen niet toegestaan. De zaalwacht beslist hierover. Regel 5 Teamleiders Tijdens de gehele wedstrijd moet de 1e scheidsrechter weten wie de aanvoerder in het veld is en wie de coach is, omdat alleen zij spelonderbrekingen kunnen aanvragen aan beide scheidsrechters (de aanvoerder alleen als er geen coach aanwezig is). Bij het begin van elke set is het daarom raadzaam om de aanvoerder in het veld de hand op te laten steken als deze niet de aanvoerder is. Als de aanvoerder de set wel begint, maar achter in het veld vervangen wordt door de Libero, dient op dat moment (eenmaal per set) de nieuwe aanvoerder in het veld zijn hand op te steken als bevestiging naar scheidrechters en overige 4

spelers. Bespreek dit als scheidsrechter voor de wedstrijd met de betreffende aanvoerder/coach en geef de uitslag hiervan door aan de teller. Tijdens de gehele wedstrijd moet de 2e scheidsrechter controleren dat de reservespelers òf op de bank zitten òf zich in de warming-up ruimte bevinden. Spelers in de warming-up ruimte mogen daar geen bal gebruiken. De spelers die op de bank zitten of zich in de warming-up ruimte bevinden, hebben niet het recht tegen beslissingen van de scheidsrechter te protesteren of deze door woord of gebaar aan te vechten. De eerste scheidrechter moet tegen dergelijk gedrag direct optreden. Als de aanvoerder in het veld uitleg komt vragen over een genomen beslissing, moet de 1e scheidsrechter (eventueel met herhaling van het gegeven handsignaal) dit kort en duidelijk kenbaar maken, gebruik makende van de technische uitdrukkingen in de officiële spelregels. De aanvoerder in het veld heeft alleen het recht om uitleg te vragen betreffende toepassingen en interpretaties van de spelregels. Indien de aanvoerder op dat moment niet in het veld staat, heeft hij dit recht niet. Het vragen naar beslissingen gebaseerd op waarnemingen, is niet toegestaan. De coach heeft niet het recht om te praten met de scheidsrechters, uitgezonderd het aanvragen van uitzonderlijke spelerwisselingen of wissels voorafgaande aan de wedstrijd en time-outs. Hij mag echter wel aan de teller vragen hoeveel wissels of time-outs hij gedurende die set nog heeft, maar dit mag alleen als de bal niet in het spel is. Indien de coach bij het lopen langs de zijlijn de scheidsrechter en/of de lijnrechter het zicht op die betreffende lijn ontneemt, mag de scheidsrechter en/of de lijnrechter de coach verzoeken opzij te gaan staan, zodat hij zijn taak naar behoren kan vervullen. De coach moet aan dit verzoek voldoen. In de regiocompetities komt het nogal eens voor dat de aanvoerder en de coach het wedstrijdformulier niet vóór het begin van de wedstrijd ondertekenen. Op zichzelf is dit niet fout. Waar gesproken wordt over het niet meer mogen wijzigen van de samenstelling van het team geldt dan dat dit niet meer mag gebeuren na de controle van de registratie van de spelers door de 1e scheidsrechter. Het niet bedanken van de scheidsrechter(s) door de aanvoerders na afloop van de wedstrijd is op zichzelf nog geen onbehoorlijk gedrag (regel 21.2.1). Slechts als het gepaard gaat met een andere vorm van wangedrag kan er een reden zijn om een strafmaatregel te nemen. Regel 6 Behalen van een punt, winnen van een set en van de wedstrijd Het rally-punt systeem wordt gedurende de gehele wedstrijd toegepast. Als een team onvolledig wordt verklaard of niet is opgekomen, moet de teller het wedstrijdformulier overeenkomstig de spelregels invullen. De aanwezige aanvoerder(s) en de scheidsrechters tekenen daarna het formulier af. Voor de Nederlandse competitie worden de gevolgen van te laat komen, "in gebreke stellen", e.d. voor het wedstrijdresultaat bij reglement bepaald, waarbij in het betreffende geval de internationale spelregels niet van toepassing zijn. In zo'n situatie moet de scheidsrechter het wedstrijdformulier zo volledig mogelijk invullen en duidelijk noteren wat er aan de hand was. De competitieleiding gaat na welke maatregelen op grond van het wedstrijdreglement (eventueel overspelen, punten in mindering, administratieve maatregelen, e.d.) moeten worden genomen. De scheidsrechter kan slechts ten dele beoordelen of een aangevoerde reden al dan niet geldig is. Hij moet in elk geval zijn bevindingen -zowel bij te laat beginnen als bij niet meer beginnen- op het wedstrijdformulier noteren. De competitieleiding kan er dan haar conclusies uit trekken. Het tijdschema, in het geval dat een team te laat is c.q. niet opkomt, is als volgt: - 16 min. vóór aanvang: 1e notatie op het wedstrijdformulier. Beide teams moeten 16 min. vóór aanvang speelklaar bij het speelveld aanwezig zijn. (Wedstrijdreglement 3.1.9.6); - 15 min. voor aanvang kaartcontrole. Vaak alleen van het team dat wel aanwezig is; - Tijdstip van de officiële aanvang: 2 e notatie op het wedstrijdformulier; - 10 min. na officiële aanvangstijd: Wedstrijdformulier afsluiten door ondertekening van de 5

aanwezige aanvoerder en door de scheidsrechter(s). Als de tegenstander daarna speelklaar aanwezig is, kan de wedstrijd alsnog gespeeld worden met een nieuw wedstrijdformulier, maar alleen als de zaalwacht akkoord is. In geval van een blessure kan een specifiek vervolg ontstaan. Ter verduidelijking van mogelijke situaties enkele voorbeelden: - Een team heeft slechts 6 spelers. In de loop van de 2 e set wordt speler met nummer 4 wegens herhaald onbehoorlijk gedrag voor de lopende set uit het veld gestuurd. Het team houdt dan maar 5 spelers in het veld over. De 2 e set wordt verloren verklaard. De 3 e en eventueel volgende sets kunnen (met speler nummer 4) alsnog worden gespeeld. - Een team heeft slechts 6 spelers. In de loop van de 2 e set wordt speler met nummer 3 wegens herhaalde belediging voor de rest van de wedstrijd uitgesloten. Het team heeft dus niet alleen voor de lopende set, maar ook voor de volgende sets maar 5 spelers over. Ook de volgende sets moeten verloren worden verklaard. - Een team heeft 8 spelers. In de 2 e set worden de beide wisselspelers 7 en 8 achtereenvolgens gewisseld tegen de basisspelers 3 en 5. Dan wordt basisspeler met nummer 1 wegens herhaalde belediging van verder meespelen uitgesloten. Een reguliere wissel is niet meer mogelijk. Het team wordt voor de lopende set onvolledig verklaard, maar heeft voor de 3 e en eventueel volgende sets voldoende spelers beschikbaar. Het spel wordt dus met de 3 e set hervat. - Een team heeft slechts 6 spelers. In de 2 e set raakt speler met nummer 2 zodanig geblesseerd, dat hij op dat moment niet verder kan spelen. Kan hij ook na een pauze van 3 minuten voor verzorging nog niet spelen dan wordt het team voor de lopende 2 e set onvolledig verklaard. Het team krijgt daarna de normale 3 minuten pauze tussen de sets. Kan speler met nummer 2 ook na deze pauze nog niet spelen, dan wordt het team voor de rest van de wedstrijd onvolledig verklaard. Regel 7 Opbouw van het spel Als er twee scheidsrechters zijn, staan zij bij de toss, naast elkaar de 1e scheidsrechter links en de 2e scheidsrechter rechts (ten opzichte van de tellertafel). De scheidsrechter geeft de beide aanvoerders aan welke kant van de munt voor hem is. Dit kan dus kruis of munt zijn en gooit hij vervolgens het muntstuk op. Hij laat dit op de grond vallen en laat aan de aanvoerders zien welke kant boven ligt. De tossmunt dient pas opgeraapt te worden als de aanvoerders hun keuzes hebben gemaakt. Direct na de toss, als de keuze voor service respectievelijk speelveld gemaakt is, moet de 1e scheidsrechter aan beide aanvoerders vragen of ze gezamenlijk of apart willen inslaan aan het net. De winnaar van de toss heeft twee keuzemogelijkheden, A en B. A is hierbij het recht van het nemen of van het ontvangen van de 1e service. B is de set beginnen op speelhelft A of speelhelft B. Kiest hij mogelijkheid A en zegt hij "ik wil beginnen met de service", dan ontvangt de tegenpartij uiteraard die eerste service. De tegenpartij heeft dan echter nog keuzemogelijkheid B, de set beginnen op speelhelft A of speelhelft B. Kiest de winnaar van de toss echter mogelijkheid B, dan moet hij uitspreken of hij de set wil beginnen met spelen op speelhelft A of speelhelft B. Voor de tegenpartij blijft dan keuzemogelijkheid A over, d.w.z. dit team moet dan kiezen tussen het nemen of het ontvangen van de 1e service. Valt deze keuze op het nemen van de 1e service, dan blijft er voor de winnaar van de toss slechts het ontvangen van de 1e service over en omgekeerd. Het fluitsignaal voor het begin van de warming-up aan het net mag pas gegeven worden als de beide aanvoerders het wedstrijdformulier hebben ondertekend. Het opstellingsbriefje (geparafeerd door de coach) moet door zowel de 2e scheidsrechter als door de teller gecontroleerd worden, voordat de teller de nummers invult op het wedstrijdformulier. Zij moeten controleren of de nummers van de spelerslijst overeenkomen 6

met die van het opstellingsbriefje. Indien dit niet het geval is, moet het opstellingsbriefje geweigerd worden en moet de 2e scheidsrechter een nieuw briefje vragen aan de coach. Line-up voor de wedstrijd (alle divisies behalve Ere- en Topdivisie) voordat de 1e scheidsrechter fluit om de teams het veld in te laten komen dient het team zich op te stellen langs de zijlijn. Dat zijn alleen de 6 basisspelers + de Libero ( s). Het is niet de bedoeling dat bij het begin van de wedstrijd alle spelers van het hele team zich opstellen langs de zijlijn. Basis zes Bij de Ere- en Topdivisie is het niet meer nodig dat de reserve spelers zich in de warmingup ruimte bevinden tijdens de aankondiging van de zes basisspelers. Zij mogen ook onderdeel uitmaken van de mogelijke haag waar die 6 basisspelers + Libero( s) langs lopen alvorens het veld te betreden. Aan het einde van iedere set moet de 2e scheidsrechter bij het wisselen van het speelveld aan de coach de opstellingsbriefjes van de volgende set vragen, om te voorkomen dat de tijd van 3 minuten tussen de sets onnodig verlengd wordt. Als de coach bij herhaling te laat zijn opstellingsbriefje inlevert, moet de 1e scheidsrechter een maatregel voor spelophouden opleggen. Alhoewel in principe de 2e scheidsrechter niet zelf de opstellingsbriefjes hoeft op te halen verdient het aanbeveling dit wel te doen. Hiermee voorkom je dat een en ander te lang gaat duren. Haal de opstellingsbriefjes dan als eerste op bij de coach van het team dat de vorige set gewonnen heeft en daarna bij de andere coach. Als er voor een opstellingsfout gefloten is, moet de scheidsrechter, na het teken voor de opstellingsfout, beide spelers aanwijzen waar het om gaat. Als de aanvoerder in het veld daarna nog meer informatie wil hebben, moet de 2e scheidsrechter met behulp van het opstellingsbriefje dit geven. In dit geval mag de aanvoerder dus wel met de 2e scheidsrechter communiceren. Het scheidsrechtersteken om aan te geven dat een speler op het moment van service buiten het speelveld staat, is het teken van opstellingsfout (teken 13). Het is daarna noodzakelijk de betreffende speler en zijlijn aan te wijzen (teken 22). Aangeven 10 minuten inspeeltijd 1e scheidsrechter steekt twee handen omhoog met gespreide vingers. Indien de teams niet zelf wisselen van aanval buiten naar aanval midden (na 4 minuten) dan kan de 1e scheidsrechter zelf fluiten. Daarna dient de 1e of de 2e scheidsrechter aan de teams, door middel van het opsteken van twee vingers, nog aangeven dat de teams nog twee minuten hebben om eventueel te serveren. Regel 8 Situaties bij het spelen Het is belangrijk om het woord volledig goed toe te passen als er in de regel gesproken wordt dat de bal uit is. Het raakvlak van de bal dat de grond raakt, moet volledig buiten de lijn zijn. De spandraden, waarmee het net aan de paal vastzit, behoren niet tot het net. Als de bal buiten de zijbanden (9 meter) het net of deze spandraden raakt, is dat dus fout. Beide scheidsrechters dienen deze bal dan als uit af te fluiten, want de bal heeft dan een vreemd voorwerp geraakt. Indien een speler echter deze spandraden, het net of de antennes raakt, is het niet fout als het spel van de tegenstander hier niet door beïnvloed wordt. Zie regel 11.3.2 en 11.4.4. Regel 9 Spelen van de bal Om de tekst van regel 9.2 beter te kunnen begrijpen wat er bedoeld wordt met raken, dient er gelezen te worden dat het raken van de bal niet meer is dan het terugkaatsen van het moment van contact met de bal, terwijl een gooibal twee actiemomenten heeft: eerst het vangen en vervolgens het gooien van de bal. 7

De scheidsrechter moet er goed aan denken alleen te fluiten voor die fouten die hij ziet. De 1e scheidsrechter moet alleen kijken naar dat deel van het lichaam dat de bal raakt. In zijn beoordeling moet hij zich niet laten leiden door de positie van de speler vóór/na het spelen van de bal. Ook niet door het geluid wat door het spelen van de bal wordt veroorzaakt. De scheidsrechter staat elk bovenhands spelen van de bal toe of andere contacten met de bal, zolang het volgens de regels is. Voor de hulp van een medespeler of het gebruik van een voorwerp bij het spelen van de bal is geen scheidsrechterteken. 2x spelen. Het gaat hierbij duidelijk over achtereenvolgende aanrakingen tijdens dezelfde spelactie van de 1e bal. Deze zijn toegestaan, ook als de bal bovenhands met behulp van de vingers wordt gespeeld. Uitgesproken lang contact ten gevolge van vasthouden of dragen is dus fout. In overeenstemming met de geest van het internationale volleybal en om langere rally s en spectaculaire acties te stimuleren, moet de scheidsrechter alleen de meest duidelijke overtredingen affluiten. Als een speler zich niet in een goede positie bevindt op het moment dat hij de bal speelt, moet de scheidsrechter milder zijn in het beoordelen van het balcontact. Voorbeelden: a. een spelverdeler rent achter een bal aan of maakt een snelle actie om de bal te bereiken om een set-up te kunnen geven; b. spelers moeten een snelle actie maken alvorens de bal te spelen als de bal wegspringt van het blok of van een andere speler; c. bij het spelen van de 1e bal in de rally mag de bal verschillende delen van het lichaam raken. In scheidsrechtertekens vertaald: het teken voor "twee keer raken komt in een dergelijke situatie niet voor. Het teken voor "vastgehouden bal" kan wel degelijk van toepassing zijn. De 1e scheidsrechter moet alleen kijken naar het deel van het lichaam dat contact maakt met de bal. Hij moet zich daarbij niet laten leiden door de positie van de speler voor en na het spelen van de bal. Regel 10 Bal bij het net Het teken voor hinderen in de vrije zone wanneer een bal teruggehaald kan worden door een speler van de tegenstander is bal is aangeraakt (teken 24). Als het spelen van de bal in de vrije zone door de lijnrechter, de 2e scheidsrechter of de coach beïnvloed wordt, moet als volgt worden gehandeld: a. als de bal de coach of een official raakt is de bal uit (regel 8.4.2); b. als de speler voordeel verkrijgt van de official of de coach is dat hulp bij het spelen en als zodanig fout; dit mag nooit leiden tot dubbelfout (regel 9.1.3). Er moet aandacht besteed worden aan het feit dat een blokactie van een speler niet is toegestaan wanneer de speler de bal komende uit de speelhelft van de tegenstander niet onderschept, maar deze in die actie vasthoudt, omhoog brengt, gooit of te lang begeleidt. In al dit soort gevallen moet het blokkeren beschouwd worden als een vastgehouden bal (maar we moeten niet overdrijven). Regel 11 Speler bij het net Wanneer een speler een bal wil gaan halen in de vrije zone van de tegenpartij, moet de 2e scheidsrechter goed in de gaten houden dat hij in dit geval ruimte moet geven aan de speler die de bal wil gaan spelen. Hij dient zich uit de baan van de speler te begeven en aan de andere kant van de paal te gaan staan. Ren niet van de paal weg. Netfouten zijn alleen fout, indien dit gebeurt tijdens de actie van het spelen van de bal of als het spel van de tegenstander hierdoor wordt gehinderd (regel 11.4.4). Als de bal het net raakt en het net raakt de tegenstander, is dat geen fout. 8

Als één of meer spelers dicht genoeg bij de bal zijn om deel te nemen aan een mogelijke actie om de bal te spelen en in die actie een netfout maken, is dit fout als die speler de bovenkant (witte band) van het net raakt. Als een speler de paal en de spandraden van het net raakt buiten de totale breedte van het net, is dat niet fout. Het spel van de bal, in de buurt van het net, is een belangrijk onderdeel van het spel en daarom is het zeer belangrijk dat de scheidsrechters op dit onderdeel uiterst geconcentreerd handelen, vooral als de bal slechts lichtjes het blok raakt en daarna uitgaat. Wanneer de scheidsrechter in dergelijke gevallen snel, maar consistent fluit, neemt de acceptatiegraad van beide teams aanmerkelijk toe. Komt een speler van team A op de middenlijn met een voet in contact met (trappen op, stoten tegen) een voet van een speler van team B, dan is dat slechts fout als dit, naar de mening van de scheidsrechter, met opzet geschiedt. Een aanraking per ongeluk moet dus niet worden afgefloten. Eén en ander geldt ook, wanneer een aanvaller en een blokkeerder bij het neerkomen op de middenlijn elkaars voet(en) raken, dan wel als bij het doorveren de knieën van betrokkenen elkaar boven de middenlijn raken. Het raken van het veld van de tegenstander is echter verboden wanneer de situatie, zoals beschreven in spelregel 11.2.2.1 gebeurt óp of direct bóven het verlengde van de middenlijn. De 2e scheidsrechter moet hiervoor fluiten. Het komen op het veld van de tegenstander om de wedstrijdbal op te halen, is niet hetzelfde als het aanraken van het speelveld van de tegenpartij tijdens of na een rally. Dit is namelijk wel fout. Zie regel 11.2.3. Aangeven van een netfout geconstateerd door de 2e scheidsrechter: Als de 2e scheidsrechter een netfout constateert fluit hij en geeft de netfout en zo nodig de speler aan die de fout maakte als het niet duidelijk is. De 1e scheidsrechter geeft vervolgens de kant aan en de 2e scheidsrechter volgt zijn teken. De 1e scheidsrechter geeft niet de aard van de fout aan en wijst de betreffende speler ook niet aan. Regel 12 Service Om te kunnen fluiten voor de service is het niet noodzakelijk te controleren of de serveerder klaar staat voor de service. De 1e scheidsrechter moet alleen in de gaten houden of de serveerder de bal in zijn bezit heeft. De voetfout bij de service is een taak van de lijnrechter en de 1e scheidsrechter. Als er 4 lijnrechters zijn, zijn de lijnrechters die de achterlijn moeten controleren ook in principe verantwoordelijk voor voetfouten van de serveerder. Als er twee lijnrechters zijn moet de lijnrechter bij de serverende partij ook de achterlijn op voetfouten van de serveerder controleren. De lijnrechter moet, bij een voetfout, onmiddellijk zijn vlag opsteken (T4) en met zijn vinger naar de achterlijn wijzen. De 1e scheidsrechter moet dan fluiten (teken 22) voor een voetfout van de serveerder. Als de 1e scheidsrechter een voetfout van de serveerder constateert moet hij hiervoor fluiten. Op het moment van de service moet de 1e scheidsrechter naar het serverende team en de 2e scheidsrechter naar het ontvangende team kijken in verband met het controleren van de opstelling. Als een bal die opgeslagen wordt in het net raakt bij de service of in alle gevallen het net niet passeert, is het juiste teken voor de scheidsrechter: teken 19. De scheidsrechter kan direct fluiten en hoeft niet te wachten tot de bal op de grond komt. Schermen bestaat (regel 12.5). In beide regels 12.4.4 en 12.4.5 is de tekst als volgt aangepast: de serveerder en de baan van de bal aan het zicht van de tegenstander te onttrekken. Er moet dus nu aan beide voorwaarden worden voldaan. 9

Regel 13 Aanvalsslag Een aanvalsslag moet niet verward worden met een harde aanval, het zacht aanraken van de bal kan ook een aanval zijn. Bovendien wordt elke 3 e aanraking van het team (na het blok) gezien als aanval. De 1e en 2e scheidsrechter moeten fluiten voor een verboden aanvalsslag en de aanvallende speler aanwijzen. Regel 14 Blok Het moderne spel gaat uit van een iets soepele beoordeling, maar er zijn duidelijk grenzen. Een enigszins sturende beweging met de handen is toegestaan. Een duidelijk lang contact, waarbij de bal als het ware naar beneden of in een bepaalde richting wordt gegooid/geduwd, moet echter zeker worden afgefloten. Regel 15 Reglementaire spelonderbrekingen Wanneer een speler geblesseerd raakt, moet de 2e scheidsrechter (indien aanwezig) vragen om een onmiddellijke spelerwissel. Wanneer een speler ernstig geblesseerd raakt terwijl de bal in het spel is, wordt de rally afgefloten (dubbelfout) en toestemming verleend voor verzorging. Een uitzonderlijke spelerwissel ten gevolge van een blessure kan toegestaan worden, zelfs buiten de officiële wisselmogelijkheden, door elke speler die op het moment van de blessure niet in het veld staat (m.u.v. de Libero of zijn vervanger). Elke speler die door een uitzonderlijke spelerwissel gewisseld is, mag gedurende die wedstrijd niet meer terugkeren in het veld. Een uitzonderlijke spelerwissel wordt nooit meegeteld als een gewone spelerwissel. Bij het constateren van een blessure moet de scheidsrechter afhankelijk van de situatie optreden. Een korte onderbreking van het spel voor iemand, die even loopt te hinken, is toegestaan. Een wat langer durend oponthoud voor de verzorging in het veld van een wat ernstiger blessure en het daarna uit het veld dragen van betrokkene kan ook toelaatbaar zijn. In alle gevallen moet strikt volgens de regels worden gehandeld, d.w.z. snel regulier of eventueel uitzonderlijk wisselen. Kan dit niet, dan een pauze voor verzorging van ten hoogste 3 minuten opleggen. Als de speler niet vrijwel direct weer kan spelen, moet er gewisseld worden. Een reguliere wissel of, als dat niet gaat, een uitzonderlijke wissel moet worden uitgevoerd. Kan dit ook niet, dan krijgt het team 3 minuten om de speler weer speelklaar te krijgen. De scheidsrechters moeten duidelijk onderscheid maken tussen onreglementaire wissels (als een team een onreglementaire wissel heeft gemaakt en het spel hervat is en de teller en de 2e scheidsrechter het niet opgemerkt hebben) en een verzoek tot een onreglementaire wissel die op het moment van aanvragen afgewezen wordt, omdat de teller en de 2e scheidsrechter zich realiseren dat deze onreglementair is. Deze wissel moet worden afgewezen en er moet een maatregel voor spelophouden worden opgelegd. Als er meerdere wissels tegelijkertijd worden uitgevoerd, moeten de wissels per paar worden uitgevoerd, zodat het te wisselen paar goed gezien kan worden door de teller. Spelers die niet betrokken zijn bij die spelerwissel moeten zich niet ophouden bij de te wisselen spelers totdat de betreffende wissel voltooid is. De 2e scheidsrechter roept dan het volgende te wisselen paar naar de zijlijn. Als er enige problemen zijn met de teller dient de 2e scheidsrechter de teller te controleren en dient de 1e scheidsrechter de spelers buiten de speelvloer houden. Voor aanvang van de set is een wissel toegestaan, die genoteerd moet worden als een normale reglementaire spelonderbreking. Als een coach een time-out aanvraagt, dient hij hiertoe het officiële handsignaal te gebruiken. Als hij alleen opstaat, roept of de zoemer (alleen Ere- en Topdivisie) gebruikt weten de scheidsrechter niet wat de bedoeling van deze actie is, en dienen zij deze aanvraag af te wijzen. In dat geval moet de 1e scheidsrechter beslissen of er opzet tot 10

spelophouden in het spel is. Zo ja, dient hij dit te bestraffen met het opleggen van een maatregel voor spelophouden. Alle in te wisselen spelers moeten speelklaar in de wisselzone aanwezig zijn. De Wisselprocedure loopt dan als volgt: De speler(s) moet(en) klaar staan om het veld te betreden en moet(en) zich in de wisselzone bevinden (eventueel met het nummerbordje hoog boven het hoofd, zodat de teller dat goed kan zien). Als de spelers niet in de wisselzone zijn, zal de wissel worden afgewezen. Als de teller geen gebruik maakt van een zoemer of van een ander signaal en daarmee de wissel legitimeert moet de teller eerst één hand op te steken als de wissel legitiem is, vervolgens twee handen zodra hij klaar is met de wissel. Nadat het eerste paar gewisseld is, kan het tweede paar naar de zijlijn komen en wordt dezelfde procedure (één hand, twee handen) gevolgd. Als bij een meervoudige spelerwissel een of meerdere spelers al in de wisselzone is c.q. zijn maar een of meerdere spelers te laat in de wisselzone arriveren dan moeten deze speler(s) geweigerd worden en als een onjuist verzoek worden genoteerd op het wedstrijdformulier. Op het wedstrijdformulier moet ook het onjuiste verzoek worden genoteerd bij het team dat het onjuiste verzoek heeft aangevraagd en is afgewezen. De 1e of 2e scheidsrechter, die het onjuiste verzoek constateert, geeft een X teken door met twee handen de beide wijsvingers gekruist omhoog te steken (als een X). Indien geen aparte hokjes op het wedstrijdformulier staan dan moet het eerste onjuiste verzoek vermeld worden in de kolom opmerkingen. De 2e scheidsrechter moet de vraag van een aanvoerder of coach, of een bepaalde wissel nog mogelijk is, beantwoorden. Wanneer een scheidsrechter een verzoek tot een reguliere spelonderbreking (time-out) toestaat, moet hij dit door middel van het betreffende scheidsrechtersteken en een fluitsignaal kenbaar maken. Er moet duidelijk een onderscheid gemaakt worden tussen de vervangingen van de Libero in het veld en de normale wissels. Deze laatste moet goedgekeurd worden door de teller, toegestaan door de 2e scheidsrechter en genoteerd worden op het wedstrijdformulier. In de Nederlandse competitie wordt geen Libero formulier gebruikt. In de Eredivisie worden de Libero vervangingen bijgehouden via de e-score. Wanneer de 2e scheidsrechter voor een aangevraagde spelonderbreking heeft gefloten, mag de 1e scheidsrechter niet ook nog eens fluiten. Wel dient hij de 2e scheidsrechter te volgen door het betreffende scheidsrechterteken te herhalen en daarna het team aan te wijzen dat de time-out heeft aangevraagd. De 2e scheidsrechter staat bij een spelerwissel tussen de paal en de teller tafel in zodat hij zowel de spelers als de teller kan zien. Zodra de teller het geluidsignaal heeft gegeven is het duidelijk dat hij gezien heeft wie de in te wisselen speler is. De 2e scheidsrechter kijkt in principe eerst naar de spelerwissel en dan naar de teller tot dat hij klaar is. De 2e scheidsrechter moet er op toezien dat de teller de tijd krijgt om het een en ander te noteren. Dus de wissel mag weliswaar geen extra tijd kosten maar de 2e scheidsrechter moet wel zeker weten dat de juiste nummers zijn genoteerd. Doorgeven 2e time-out De 2e scheidsrechter geeft dit door middel van het time-out teken en met twee vingers omhoog (voor de 2e time-out) eerst door aan de 1e scheidsrechter en dan pas aan de coach. De 2e scheidsrechter kan dit, tijdens de time-out, al vast aan de 1e scheidsrechter doen. Doorgeven 5e en 6e wissel Het doorgeven van de 5e en 6e wissel geschiedt door het wissel teken en dan 5 of 6 vingers omhoog steken voor het aantal wissels. Het teken van het klaar zijn (twee handen omhoog steken) na een 5 e of 6 e wissel mag pas gegeven worden nadat het teken van de 5e of 6e wissel gegeven is aan de 1e scheidsrechter en coach. Praktijk: 11

5e wissel aangevraagd: Met één hand legitimeren door de teller (hoeft niet bij het gebruik van een buzzer); realiseren van de 5e wissel; als teller klaar is doorgeven van 5e wissel aan 1e scheidsrechter en coach dan pas twee handen omhoog naar de 1e scheidsrechter. Als een 5e of 6e wissel wordt aangevraagd: eerst 5e wissel realiseren (zie boven) twee handen omhoog als die wissel klaar is, na het realiseren van de 6e wissel eerst aangeven dat het de 6e wissel betreft aan de 1e scheidsrechter en de coach dan pas twee handen omhoog naar de 1e scheidsrechter. Aanvraag time-out: 2e scheidsrechter geeft teken en kant aan. 1e scheidsrechter volgt de 2e scheidsrechter door ook het teken en de kant aan te geven. De 1e scheidsrechter fluit er niet voor. Plaats van de 2e scheidsrechter tijdens time-out Tijdens de time-outs moet de 2e scheidsrechter zich niet statisch opstellen. Hij dient het volgende dynamische looppatroon toe te passen: - naar de dweilers gaan, om er voor te zorgen dat ze direct als groep beginnen (alleen Ere- en Topdivisie); - naar de teams gaan, om er voor te zorgen dat ze naar de vrije zone gaan, nabij de spelersbank; - naar de teller gaan, om zijn werk te controleren en eventueel informatie te ontvangen of te verstrekken; - opnieuw naar de dweilers gaan, om te kijken of ze klaar zijn met hun werk; - op verzoek van de 1e scheidsrechter of indien noodzakelijk kunnen beide scheidsrechters elkaar informatie geven of ontvangen doordat de 2e scheidsrechter naar de 1e scheidsrechter gaat. - zich zodanig opstellen tussen paal en tellertafel dat hij contact houdt met de 1e scheidsrechter. Regel 16 Spelophouden De scheidsrechter moet goed op de hoogte zijn van de principes en soorten van spelophouden, en welke maatregelen hij hiervoor kan opleggen. Hij moet vooral weten wat het verschil is tussen een onjuist verzoek en spelophouden. De scheidsrechters moeten proberen alle opzettelijke of onopzettelijke acties die spelophouden inhouden te voorkomen. Voorbeelden van spelophouden zijn: - het vragen aan de scheidsrechter of een speler zijn veter mag vastmaken. Dit dient onmiddellijk gevolgd te worden door een maatregel voor spelophouden; - te lang durende wissels, time-outs, dweilen van de vloer. De maatregel voor spelophouden wordt aan het hele team opgelegd. Een waarschuwing voor spelophouden wordt met een gele kaart tegen de pols gegeven (teken 25), en moet genoteerd worden door middel van een S (spelophouden) in de tabel van maatregelen onder de kolom W (waarschuwing). Bij een bestraffing voor spelophouden moet in kolom B een S voor spelophouden worden genoteerd. Schoonmaken van de speelvloer. Het belangrijkste doel van de huidige procedure voor dweilen die gevolgd wordt, heeft te maken met de veiligheid van de spelers en als doel een natuurlijke voortgang van de wedstrijd te verzekeren. Er wordt hierbij een onderscheid gemaakt tussen de Ere- en Topdivisie en de overige nationale divisies en hoogste klassen van de Regio. In de overige divisies en klassen is het gebruikelijk dat een handdoek, om de vloer droog te maken, aanwezig is bij de tellertafel. De teams mogen hiervan, op aangeven van de scheidsrechter, gebruik maken. De 2e (of 1e) scheidsrechter bepaalt of er gedweild moet worden. De scheidsrechters moeten erop toezien, dat de dweilpauze niet een verkapte time-out wordt. Er staat nergens dat de 2e scheidsrechter moet meelopen met de dweiler. Als de dweilpauzes echter te lang gaan duren en daar is al eens op gewezen, dan kan daar een maatregel voor spelophouden voor worden gegeven. 12

Zo nodig kan de 2e scheidsrechter ook meelopen om te controleren. Dit is echter niet altijd noodzakelijk, omdat dan de 2e scheidsrechter vaak de dweil in zijn handen gestopt krijgt als de dweilpauze voorbij is. Dit is niet de bedoeling. Bij grote natte plekken blijft het wel van essentieel belang dat uit voorzorg voor de veiligheid van de spelers de vloer wel droog moet worden gemaakt, ook al duurt dat wat langer dan gewenst. Regel 17 Zie hiervoor spelregel 17. Uitzonderlijke spelonderbrekingen Regel 18 Pauzes en wisselen van speelhelft Tussen de sets mogen de spelers volleyballen gebruiken (niet de wedstrijdballen) om in de vrije zone in te spelen. In de beslissende set wisselen beide teams van speelhelft, zodra het leidende team 8 punten heeft bereikt. Als het achtste punt wordt gemaakt door het ontvangende team, moet dit team eerst één plaats doordraaien alvorens het team gaat opslaan. Dit moet gecontroleerd worden door de teller en de (2e) scheidsrechter. Tussen de sets blijven de ballen bij de ballenkinderen #2 en #5, enkel in de pauze tussen de vierde en de vijfde set neemt de 2e scheidsrechter één bal in zijn bezit en deze geeft hij aan het begin van de vijfde set aan de serveerder. Tijdens time-outs en spelerswissels en bij het wisselen van de speelheft in de 5 e set blijft de bal bij de ballenkinderen. Wanneer er geen ballenkinderen zijn (en er niet met het 3-ballensysteem gespeeld wordt), moet de 2e scheidsrechter er zich altijd van vergewissen waar de wedstrijdbal is gebleven, omdat hij daar verantwoordelijk voor is. De pauze tussen alle sets duurt standaard 3 minuten (van fluitsignaal einde set tot fluitsignaal aanvang nieuwe set). De 2e scheidsrechter dient na 2,5 minuut te fluiten, zodat de teams weer de speelvloer kunnen betreden. De teams moeten vanaf de zijlijn de speelvloer betreden, zodat na controle e.d. de volgende set precies 3 minuten na afloop van de vorige set weer op tijd kan beginnen. Regel 19 De Libero Als er twee Libero s op het wedstrijdformulier genoteerd staan en één van de twee Libero s raakt geblesseerd, neemt de 2 e Libero zijn plaats in. Er mag geen nieuwe Libero worden aangewezen. Alleen als deze Libero ook geblesseerd raakt, mag dat wel. Indien de actieve Libero (als er maar één Libero op het wedstrijdformulier vermeld staat) geblesseerd raakt, mag de coach een andere speler als Libero aanwijzen en hem direct in het veld brengen zonder dat een voltooide rally heeft plaats gevonden. Die speler mag op het moment van de her-aanwijzing niet in het veld staan. Het mag overigens ook niet de speler zijn die door de Libero was vervangen op het moment van de her-aanwijzing. Dit is duidelijk anders dan bij een andere geblesseerde speler, die alleen uitzonderlijk vervangen mag worden (als een reguliere spelerswissel niet meer mogelijk is) door een speler die op het moment van de wissel niet in het veld staat. De coach kan dus bij een Libero wachten tot hij die vervangt en bij elke andere willekeurige speler niet. De coach (of de aanvoerder in het veld als er geen coach aanwezig is) moet aan de 2e scheidsrechter het verzoek doen om een nieuwe Libero te mogen aanwijzen. Twee vervangingen door twee dezelfde spelers voordat het spel is hervat: Voorbeeld: Libero er uit en een speler (#4) er in, speler #4 er weer uit en Libero er weer in. Als deze 2 e vervanging definitief is dan moet dat beschouwd worden als een onjuiste vervanging. In de Eredivisie is een Libero vervanging definitief als die is ingevoerd in de E- score. Als deze 2 e vervanging een vergissing is en direct weer wordt teruggedraaid en het spel niet 13

wordt beïnvloed kan dit beschouwd worden als geen Libero vervanging. De scheidsrechters moeten deze situatie aanvoelen. Als een speler vervangen wordt door een Libero maar de coach wil een andere Libero in het veld hebben dan is die vervanging toegestaan als dit het spel niet ophoudt. Moet de 1e scheidsrechter echter wachten op deze vervanging dan is het spelophouden en de consequentie daarvan is: maatregel voor spelophouden wordt opgelegd en de 1e Libero moet in het veld blijven tot dat er een voltooide rally is gespeeld. Als een onjuiste Libero vervanging is geëffectueerd dan moet gehandeld worden volgens regel 19.3.2.9. (opstellingsfout). Regel 20/21 Voorschriften voor het gedrag + Wangedrag en bijbehorende maatregelen De vereniging is verantwoordelijk voor de goede gang van zaken bij thuiswedstrijden. In geval van wangedrag door niet Nevobo-leden wordt de vereniging verantwoordelijk gesteld. Dit kan leiden tot strafvervolging tegen de vereniging. Om de geest van de tekst goed te kunnen begrijpen, is het belangrijk deze regels en de tabel van maatregelen goed te bestuderen. Enkele belangrijke onderdelen: Regel 21.1 gaat over kleine misdragingen die geen onmiddellijke gevolgen hebben. Stap 1: Mondeling of middels een handgebaar wordt via de aanvoerder in het veld een waarschuwing gegeven. Alleen als de betreffende persoon op de bank zit of in de warmingup ruimte is, moet dit ook via de aanvoerder in het veld gebeuren (geen kaartgebruik). Stap 2: het tonen van een gele kaart aan de betreffende speler(s). Deze waarschuwing is op zichzelf geen straf maar het geeft aan dat voor de betreffende speler en als gevolg daarvan ook voor het gehele team de grens bereikt is. Deze kaart wordt wel genoteerd in de tabel van maatregelen (door het noteren van het shirtnummer van de betreffende speler in de kolom W van Waarschuwing) maar heeft nog geen onmiddellijke gevolgen. Elke volgende misdraging van elke wedstrijddeelnemer van dat team leidt tot een straf met gevolgen. Als een speler in het veld voor een misdraging een waarschuwing krijgt dan moet de 1e scheidsrechter de betreffende speler bij zich roepen. Regel 21.2 gaat over alle overige maatregelen die wel leiden tot een onmiddellijk gevolg. Volgens deze regel worden beledigende acties en zeker agressief gedrag serieus bestraft. Ze worden genoteerd in de tabel van maatregelen. Herhaling van een dergelijk gedrag leidt dan automatisch tot een zwaardere straf. Het is mogelijk dat een speler direct het veld wordt uitgestuurd nog voordat een officiële waarschuwing is gegeven. Het blijft daarna nog steeds mogelijk om de rest van het team via de 2 stappen een officiële waarschuwing te geven. De praktische invulling van een maatregel (gegeven door de 1e scheidsrechter) die leidt tot wangedrag voor een van de leden van het team: o de 1e scheidsrechter moet fluiten (gewoonlijk aan het einde van de rally, maar als de overtreding dusdanig serieus te noemen is, onmiddellijk), de betreffende speler (als die in het veld staat) bij zich roepen, of de aanvoerder als het een lid van het team betreft die niet in het veld staat. De scheidsrechter dient dan nadrukkelijk te zeggen: U krijgt een bestraffing of U wordt uit het veld gestuurd of U wordt gediskwalificeerd. o de 2e scheidsrechter verzekert zich ervan dat de juiste sanctie voor de juiste speler op het formulier wordt vermeld en instrueert de teller hoe een eventueel toegekend punt te omcirkelen. Indien het niet duidelijk is wie de bestraffing voor het wangedrag heeft gekregen, dient de 2e scheidsrechter naar de 1e scheidsrechter toe te gaan om duidelijkheid te verkrijgen. Is er geen 2e scheidsrechter aanwezig, dan moet de 1e scheidsrechter naar de teller gaan en er zeker van zijn dat de juiste notatie op het wedstrijdformulier wordt ingevuld. 14

Als de teller, gebaseerd op de informatie van het wedstrijdformulier voor hem, constateert dat de actie van de 1e scheidsrechter niet conform de spelregels is (ten aanzien van de tabel van maatregelen), dient de teller hiervan de 2e scheidsrechter onmiddellijk op de hoogte te stellen. De 2e scheidsrechter moet, nadat hij het advies van de teller heeft gecontroleerd, dit aan de 1e scheidsrechter meedelen. De 1e scheidsrechter kan dan zijn oorspronkelijke beslissing herroepen en de juiste maatregel toepassen. Indien de 1e scheidsrechter de opmerkingen van teller en 2e scheidsrechter naast zich neerlegt en bij zijn beslissing blijft, moet de teller dit te vermelden in de kolom opmerkingen. Bestraffing voor een speler die niet in het veld staat: de aanvoerder in het veld moet naar de betreffende speler of lid van het team gaan (eventueel begeleid door de 2e scheidsrechter), de betreffende speler moet opstaan en de 1e scheidsrechter moet dan nogmaals de betreffende kaart tonen. De speler of het lid van het team moet daarna zijn hand opsteken, zodat iedereen weet voor wie de desbetreffende kaart is gegeven. Tijdens de wedstrijd moeten de scheidsrechters scherp letten op de discipline, streng en tijdig optreden als ze de sancties toepassen die daarvoor staan. Scheidsrechters moeten zich realiseren dat hun functie bestaat uit het leiden van het spel en het evalueren van de spelhandelingen. Ze moeten niet gaan jagen op individuele kleine fouten. Scheidsrechters moeten er voor zorgen dat ze het verschil weten in de maatregelen tegen wangedrag en de maatregelen voor spelophouden en ze moeten zeker de tekens die erbij horen weten. Het niet bedanken van de scheidsrechter(s) door de aanvoerder na afloop van de wedstrijd is op zichzelf nog geen onbehoorlijk gedrag (regel 21.2.1). Slechts als het gepaard gaat met een andere vorm van wangedrag kan er een reden zijn om een strafmaatregel op te leggen. Indien een 1e scheidsrechter direct rood en geel in één hand of direct rood en geel apart aan een wedstrijddeelnemer heeft gegeven, dan dient hij samen met de 2e scheidsrechter (en het eventueel aanwezige jurylid) een Rapport inzake strafbare feiten binnen 3 x 24 uur op te sturen naar de Strafvervolgingcommissie p/a Nevobo te Nieuwegein. De scheidsrechter dient dan zoveel mogelijk gegevens op het formulier in te vullen en een zo gedetailleerd mogelijke toelichting te geven van alle relevante zaken. Ook de verklaringen van eventuele getuigen zijn zeer belangrijk. Deze getuigen moeten met hun adresgegevens op het formulier vermeld worden zodat de Strafvervolgingcommissie deze getuigen kan horen over het voorval. Zie 21.6 voor de samenvatting van maatregelen en kaartgebruik. Regel 22 Scheidsrechterscorps en procedures Het is erg belangrijk dat, als de scheidsrechters een rally affluiten, er aan twee voorwaarden voldaan moet zijn: 1. hij moet zeker weten dat er een fout gemaakt is, òf dat invloeden van buitenaf het spel beïnvloed hebben, én 2. hij moet weten welke fout gemaakt is en door wie. Om duidelijk aan te geven aan de teams wat de reden van het fluiten is, dienen de scheidsrechters de officiële tekens te gebruiken. Geen andere, zelf verzonnen of onderling afgesproken tekens mogen gebruikt worden. Door het steeds sneller worden van het spel kunnen er problemen ontstaan, als er door de scheidsrechters fouten worden gemaakt. Om dit te voorkomen moeten beide scheidsrechters erg goed samenwerken en goed oogcontact blijven houden. Na iedere speelactie raadpleegt de 1e scheidsrechter de lijnrechters en kijkt hij naar de 2e scheidsrechters alvorens een beslissing te nemen. Als door enige omstandigheid geen 2e scheidsrechter en/of geen lijnrechters aanwezig is/zijn, kan de wedstrijd toch rechtsgeldig doorgaan. 15