RAPPORT SOCIALE KERNCIJFERS

Vergelijkbare documenten
ARMOEDE IN BEELD LEOPOLDSBURG

STEEKKAART Toelichting Indicator Datum Bron Toelichting

Databank Noord-Limburg in cijfers. 22 november 2012 Stefan Jacques - provincie Limburg directie mens steunpunt sociale planning

Omgevingsanalyse en participatief proces

G E M E E N T E L I J K E F I C H E S M I N D E R H E D E N editie 2009

G E M E E N T E L I J K E F I C H E S D E M O G R A F I E Editie 2011

RAPPORT KANSARMOEDE-INDICATOREN IN ERPE-MERE

Limburg Sociaal Enkele cijfers. 17 juni 2014 Steunpunt Sociale Planning

Omgevingsanalyse Harelbeke December 2014

COULEUR LOCALE Mechelen Diversiteit in Mechelen

G E M E E N T E L I J K E F I C H E S D E M O G R A F I E Editie 2011

OMGEVINGSANALYSE 2013 GEMEENTE ZELE

3 SWOT-ANALYSE Omgevingsanalyse

EXTERNE OMGEVINGSANALYSE GOOIK. Lokaal sociaal beleidsplan

Woonwagenbewoners 6 Aantal woonwagengezinnen in 2003 en

VDAB WERKLOOSHEIDSBERICHT JANUARI Kerncijfers werkloosheid. Evolutie Werkloosheid. NWWZ Vlaams Gewest - absolute aantallen

Algemeen rapport: vergelijk Postzones: Antwerpen Noord (2060), Antwerpen Kiel (2020), Antwerpen Linkeroever (2050), Borgerhout (2140)

Kansarmoede-profiel Westhoek

Arbeidsmarkt personen met een arbeidshandicap

Transcriptie:

RAPPORT SOCIALE KERNCIJFERS (laatste actualisatie op 24 april 2013)

Demografie Bevolking en loop van de bevolking Totale bevolking Private huishoudens Familiekernen Bevolkingsdichtheid Geboorten per 1.000 inwoners Sterfte per 1.000 inwoners Inwijkingen per 1.000 inwoners Uitwijkingen per 1.000 inwoners Nationaliteit en herkomst Niet-Belgen Inwoners van niet-belgische herkomst Inwoners met Nederlandse nationaliteit Buitenlandse inwijkingen per 1.000 inwoners Buitenlandse inwijkingen, afkomstig van Nederland Leeftijdsopbouw Minderjarigen (0-17) Jongeren (0-19) Jongeren (0-24) Bevolking op actieve leeftijd (20-59) Ouderen (60-...) Hoogbejaarden (80-...) Demografische coëfficiënten Prognose Vervangingscijfer Dependentiecoëfficiënt Verouderingscoëfficiënt Grijze druk Groene druk Mantelzorgratio Familiale zorgindex Interne vergrijzing Totale bevolking Minderjarigen (0-17) Jongeren (0-19) Jongeren (0-24) Bevolking op actieve leeftijd (20-59) Ouderen (60-...) Hoogbejaarden (80-...) Sociaaleconomische context De socio-economische positie Loontrekkenden Zelfstandigen (Brug)gepensioneerden Rechtgevende kinderen voor kinderbijslag Personen zonder socio-economisch statuut De arbeidsmarkt Werkloosheidsgraad Werkloosheidsgraad mannen Werkloosheidsgraad vrouwen Jeugdwerkloosheidsgraad Werkzaamheidsgraad Werkzaamheidsgraad mannen Werkzaamheidsgraad vrouwen Jobratio 2

Het inkomensniveau Gemiddeld netto belastbaar inkomen per inwoner Mediaaninkomen van alle inkomensaangiften Lage inkomens Recht op werk Werkzoekenden Laaggeschoolde werkzoekenden Langdurig werkzoekenden Oudere werkzoekenden (50-...) Laaggeschoolde langdurig werkzoekenden Werkzoekenden met een origine van EU-ex-migratielanden of lage-inkomenslanden Werkzoekenden met een arbeidshandicap Jonge (18-24) langdurig werkzoekenden Jonge (18-24) laaggeschoolde werkzoekenden Recht op wonen Recht op betaalbaar wonen Sociale huurwoningen Sociale huurappartementen Sociale huisvesting Jonge huurders (18-24) van sociale woningen Oudere huurders (55-...) van sociale woningen Huurders van sociale woningen in een eenoudergezin Recht op betaalbaar wonen in gevaar Kandidaat-huurders van sociale woningen Jonge kandidaat-huurders (18-24) van sociale woningen Oudere kandidaat-huurders (55-...) van sociale woningen Recht op onderwijs Risicoschoolloopbanen Risicoschoolloopbanen in kleuteronderwijs Risicoschoolloopbanen in lager onderwijs Risicoschoolloopbanen in secundair onderwijs Spreiding over de onderwijsvormen Leerlingen B-stroom 1ste graad gewoon secundair onderwijs ASO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs TSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs KSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs BSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs Participatie aan het hoger onderwijs Doorstromers naar het hoger onderwijs Doorstromers naar het hoger onderwijs: masteropleiding t.o.v. bacheloropleiding Studenten hoger onderwijs die een diploma behaalden: diplomakans Recht op inkomen Lage-inkomensgroepen Lage inkomens Leefloners Ouderen met een IGO of een GIB Mensen die hun recht op voorkeurtarief in de ziekteverzekering opnemen Kwetsbare groepen Geboorten in kansarme gezinnen Langdurig werkzoekenden Werkloze gezinshoofden Dossiers collectieve schuldenregeling Klanten voor elektriciteit met budgetmeter 3

Recht op gezin Enkele gezinstypes in kaart Gezinnen met minderjarige kinderen Huishoudens met meer dan 5 personen Het recht op een gezin in gevaar Geboorten in kansarme gezinnen Jongeren in de bijzondere jeugdbijstand Kinderen (0-17) met een alleenstaande ouder Alleenwonenden Personen met een handicap Naar leeftijd Jongeren (2-18) in het buitengewoon onderwijs Personen (21-59) met een integratietegemoetkoming Ouderen (65- ) met een integratietegemoetkoming Ouderen (65-...) met tegemoetkoming hulp aan bejaarden Leefomstandigheden Personen (21-...) met een integratietegemoetkoming Personen (21-...) met een inkomensvervangende tegemoetkoming Personen (21-...) met integratie- én inkomensvervangende tegemoetkoming Thuiswonen met een handicap Personen (21-...) met integratietegemoetkoming, niet in een instelling verblijvend Ouderen Naar leeftijd Hoogbejaarden (80-...) Interne vergrijzing Allochtone ouderen Ouderen (60- ) met een origine van EU-ex-migratielanden of lage-inkomenslanden Ouderen met een handicap Ouderen (65- ) met een integratietegemoetkoming Ouderen (65- ) met een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden Ouderen en thuiszorg Tenlastenemingen zorgverzekering (65-...) in de thuiszorg Tenlastenemingen zorgverzekering (65-...) in de residentiële zorg Mantelzorgratio Familiale zorgindex Financiële kwetsbaarheid Ouderen (75- ) die hun recht op voorkeurtarief in de ziekteverzekering opnemen Minderheden Niet-Belgen naar nationaliteit Niet-Belgen Niet-Belgen Niet-Belgen Niet-Belgen Niet-Belgen van van van van Maghreblanden en Turkije Oost-Europa EU-ex-migratielanden lage-inkomenslanden Inwoners naar herkomst Inwoners Inwoners Inwoners Inwoners Inwoners van niet-belgische herkomst met herkomst uit Maghreblanden en Turkije met herkomst uit Oost-Europa met herkomst uit EU-ex-migratielanden met herkomst uit lage-inkomenslanden Buitenlandse inwijkingen Buitenlandse inwijkingen per 1.000 inwoners Buitenlandse inwijkingen, afkomstig van Nederland Buitenlandse inwijkingen, afkomstig van EU-ex-migratielanden en lage-inkomenslanden Asielzoekers en erkende vluchtelingen Asielzoekers 4

Werkzoekenden van diverse herkomst Werkzoekenden met een origine van EU-ex-migratielanden of lage-inkomenslanden Jongeren Het recht op gezin in gevaar Geboorten in kansarme gezinnen Jongeren in de bijzondere jeugdbijstand Risicoschoolloopbanen bij kinderen en jongeren Risicoschoolloopbanen in kleuteronderwijs Risicoschoolloopbanen in lager onderwijs Risicoschoolloopbanen in secundair onderwijs Het recht op werk bedreigd Jongeren (18-24), werkzoekend en laaggeschoold Jongeren (18-24), langdurig werkzoekend Bestaansonzekere jongeren Jongeren (18-24) met een leefloon 5

Demografie Bevolking en loop van de bevolking Totale bevolking Totaal [aantal] 2003 2012 35.923 36.032 36.175 36.255 36.456 36.661 36.818 36.937 37.177 37.369 802.528 805.786 809.942 814.658 820.272 826.690 833.160 838.505 844.621 849.404 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Totaal [aantal] 2003-2012 6

Private huishoudens Private huishoudens [aantal] 2001 2002 2003 13.060 13.220 13.408 13.527 13.675 13.774 13.951 14.082 14.277 14.425 299.315 303.180 307.189 310.969 314.585 318.397 322.502 326.925 331.796 335.728 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Private huishoudens [aantal] 2001-7

Familiekernen Familiekernen [aantal] 2000 2001 2002 2003 9.886 9.936 10.016 10.061 10.100 10.131 10.187 10.234 10.290 223.591 224.295 224.736 225.371 226.072 227.026 228.399 229.632 231.155 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Familiekernen [aantal] 2000-8

Bevolkingsdichtheid Bevolkingsdichtheid [inwoners/km²] 2003 2012 471 472 474 475 478 481 483 484 487 490 331 333 334 336 339 341 344 346 349 351 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Bevolkingsdichtheid [inwoners/km²] 2003-2012 Bevolkingsdichtheid [inwoners/km²] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 9

Geboorten per 1.000 inwoners 2002 2003 Maasmechel Geboorten [aantal] en Geboorten [per 1.000 inwoners] 347 393 411 376 407 380 441 434 412 441 9,71 10,94 11,41 10,39 11,23 10,42 12,03 11,79 11,15 11,86 Geboorten [aantal] 7.804 7.638 7.974 8.067 8.277 8.508 8.932 8.858 8.949 8.945 Geboorten [per 1.000 inwoners] 9,77 9,52 9,90 9,96 10,16 10,37 10,80 10,63 10,67 10,59 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Geboorten [aantal] 2002- Geboorten [per 1.000 inwoners] 2002- Vergelijking met en Vlaams Gewest 10

Sterfte per 1.000 inwoners 2002 2003 Maasmechel Sterfte [aantal] en Sterfte [per 1.000 inwoners] 252 306 276 253 295 274 283 270 288 236 7,05 8,52 7,66 6,99 8,14 7,52 7,72 7,33 7,80 6,35 Sterfte [aantal] 6.355 6.653 6.194 6.362 6.245 6.287 6.597 6.673 6.742 6.838 Sterfte [per 1.000 inwoners] 7,96 8,29 7,69 7,85 7,67 7,66 7,98 8,01 8,04 8,10 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Sterfte [aantal] 2002- Sterfte [per 1.000 inwoners] 2002- Vergelijking met en Vlaams Gewest 11

Inwijkingen per 1.000 inwoners 1 2002 1.245 1.162 1.174 1.256 1.292 1.391 1.501 1.474 1.464 Maasmechel Inwijkingen [aantal] en Inwijkingen [per 1.000 inwoners] 34,82 32,35 32,58 34,72 35,64 38,16 40,94 40,03 39,64 1.349 39.40 1 38.65 6 Inwijkingen [per 1.000 inwoners] 39,09 39,16 39,63 42,22 42,47 45,15 47,35 46,11 46,99 45,77 Inwijkingen [aantal] 31.21 3 2003 31.42 8 31.93 3 34.19 2 34.60 0 37.03 5 39.14 6 38.41 4 36,29 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Inwijkingen [aantal] 2002- Inwijkingen [per 1.000 inwoners] 2002- Vergelijking met en Vlaams Gewest 1 Met inwijkingen bedoelen we het totaal aantal personen dat de gemeente in de loop van een jaar 'binnenkomt'. Het zijn de interne inwijkingen (tussen gemeenten), de externe inwijkingen, de veranderingen register en de heringeschrevenen na schrappingen. 12

Uitwijkingen per 1.000 inwoners 2 Maasmechel Uitwijkingen [aantal] en Uitwijkingen [per inwoners] Uitwijkingen [aantal] Uitwijkingen inwoners] [per 2002 2003 1.175 1.151 1.166 1.309 1.208 1.303 1.510 1.519 1.360 1.367 1.000 32,87 32,04 32,36 36,19 33,32 35,74 41,19 41,26 36,82 36,77 28.80 3 29.25 4 29.65 1 31.36 7 31.17 1 33.12 2 35.10 0 35.42 5 35.71 3 35.97 7 1.000 36,07 36,45 36,80 38,73 38,26 40,38 42,46 42,52 42,59 42,60 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Uitwijkingen [aantal] 2002- Uitwijkingen [per 1.000 inwoners] 2002- Vergelijking met en Vlaams Gewest 2 Met uitwijkingen bedoelen we het totaal aantal personen dat de gemeente in de loop van een jaar 'buitengaat'. Het zijn de interne uitwijkingen (tussen gemeenten), de externe uitwijkingen en de ambtshalve geschrapten. 13

Nationaliteit en herkomst Niet-Belgen 3 2003 2012 Maasmechele Niet-Belgen [aantal] n Niet-Belgen [%] 6.743 6.657 6.605 6.671 6.691 6.856 6.952 7.011 7.069 7.149 18,8 18,5 18,3 18,4 18,4 18,7 18,9 19,0 19,0 19,1 63.502 64.444 65.527 67.184 68.962 71.820 74.404 76.126 78.361 80.101 Niet-Belgen [aantal] Niet-Belgen [%] 7,9 8,0 8,1 8,2 8,4 8,7 8,9 9,1 9,3 9,4 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Niet-Belgen [aantal] 2003-2012 Niet-Belgen [%] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 3 Aantal personen op 1 januari met een andere dan de Belgische nationaliteit. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal inwoners. 14

Inwoners van niet-belgische herkomst 4 Niet-Belgische herkomst [aantal] Niet-Belgische herkomst [%] Niet-Belgische herkomst [aantal] Niet-Belgische herkomst [%] 2012 17.499 17.937 18.241 18.531 18.872 19.182 48,0 48,9 49,6 50,2 50,8 51,4 169.416 176.198 182.681 188.330 194.339 199.615 20,7 21,3 21,9 22,5 23,0 23,5 Bron: Rijksregister Niet-Belgische herkomst [aantal] -2012 Niet-Belgische herkomst [%] -2012 Vergelijking met 4 Aantal personen op 1 januari met een andere dan de Belgische nationaliteit bij geboorte. Personen die als Belg geboren zijn, maar waarvan minstens één van de ouders bij hun geboorte niet de Belgische nationaliteit had, beschouwen we ook als personen van vreemde herkomst. Dit is alleen te bepalen voor de kinderen die tussen en 2012 op een gegeven moment inwoonden bij de ouders. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal inwoners. 15

Inwoners met Nederlandse nationaliteit 5 2003 2012 Maasmechele Nederland [aantal] n Nederland [%] 1.886 1.980 2.075 2.257 2.422 2.571 2.691 2.752 2.817 2.880 28,0 29,7 31,4 33,8 36,2 37,5 38,7 39,3 39,9 40,3 30.616 32.513 34.229 35.986 37.929 39.778 41.571 42.477 43.246 43.722 Nederland [aantal] Nederland [%] 48,2 50,5 52,2 53,6 55,0 55,4 Bron: Rijksregister Nederland [aantal] 2003-2012 Nederland [%] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 5 Aantal personen op 1 januari met de huidige Nederlandse nationaliteit. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal niet-belgen. 16 55,9 55,8 55,2 54,6

Buitenlandse inwijkingen per 1.000 inwoners 2000 2001 2002 2003 381 392 413 367 324 467 436 536 547 446 Immigraties - niet-belgen 50,12 [per 1.000 inwoners] 55,13 60,74 54,43 48,67 70,70 65,36 80,11 79,78 64,15 Immigraties [aantal] niet-belgen 4.969 5.865 6.085 5.813 5.789 6.321 6.415 7.152 7.672 6.642 Immigraties - niet-belgen 74,26 [per 1.000 inwoners] 91,71 96,85 91,54 89,83 96,46 95,48 103,71 106,82 89,27 Maasmechele Immigraties n [aantal] 6 - - niet-belgen Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Immigraties - niet-belgen [aantal] 2000- Immigraties - niet-belgen [per 1.000 inwoners] 2000- Vergelijking met en Vlaams Gewest 6 Alle personen die zich in de loop van een jaar vanuit het buitenland in de gemeente vestigen. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal inwoners. 17

Buitenlandse inwijkingen, afkomstig van Nederland 1999 2000 2001 2002 2003 190 184 186 213 179 150 266 246 278 Nederland [%] 51,6 48,0 45,7 48,6 47,2 45,6 57,6 57,2 54,3 Nederland [aantal] 2.503 2.942 3.309 3.327 3.302 3.213 3.261 3.491 3.437 Nederland [%] 49,5 54,7 55,9 53,9 54,1 54,6 53,8 54,8 48,4 Nederland [aantal] 7 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Nederland [aantal] 1999- Nederland [%] 1999- Vergelijking met 7 Alle personen met de Nederlandse nationaliteit, die zich in de loop van een jaar vanuit het buitenland in de gemeente vestigen. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal buitenlandse inwijkingen. 18

Leeftijdsopbouw Minderjarigen (0-17) Maasmec 0-17 jaar [aantal] helen 0-17 jaar [%] 0-17 jaar [aantal] 0-17 jaar [%] 2003 2012 7.590 7.537 7.517 7.443 7.365 7.368 7.407 7.331 7.292 7.305 21,1 20,9 20,8 20,5 20,2 20,1 20,1 19,8 19,6 19,5 163.114 162.121 161.396 160.960 160.651 160.546 160.591 160.027 159.863 159.981 20,3 20,1 19,9 19,8 19,6 19,4 19,3 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie 0-17 jaar [aantal] 2003-2012 0-17 jaar [%] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 19 19,1 18,9 18,8

Jongeren (0-19) Maasmec 0-19 jaar [aantal] helen 0-19 jaar [%] 0-19 jaar [aantal] 0-19 jaar [%] 2003 2012 8.572 8.464 8.410 8.345 8.328 8.335 8.301 8.286 8.276 8.219 23,9 23,5 23,2 23,0 22,8 22,7 22,5 22,4 22,3 22,0 183.034 181.493 180.640 180.360 180.216 180.518 181.008 180.932 180.818 180.354 22,8 22,5 22,3 22,1 22,0 21,8 21,7 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie 0-19 jaar [aantal] 2003-2012 0-19 jaar [%] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 20 21,6 21,4 21,2

Jongeren (0-24) 2003 2012 Maasmec 0-24 jaar [aantal] helen 0-24 jaar [%] 11.174 11.052 10.947 10.795 10.686 10.684 10.652 10.636 10.645 10.660 31,1 30,7 30,3 29,8 29,3 29,1 28,9 28,8 28,6 28,5 237.680 235.466 233.389 232.034 230.811 230.322 230.691 230.848 231.602 231.810 0-24 jaar [aantal] 0-24 jaar [%] 29,6 29,2 28,8 28,5 28,1 27,9 27,7 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie 0-24 jaar [aantal] 2003-2012 0-24 jaar [%] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 21 27,5 27,4 27,3

Bevolking op actieve leeftijd (20-59) 2003 2012 Maasmec 20-59 jaar [aantal] helen 20-59 jaar [%] 20.693 20.820 20.891 20.883 20.942 20.982 21.012 20.951 20.951 21.006 57,6 57,8 57,7 57,6 57,4 57,2 57,1 56,7 56,4 56,2 460.042 461.887 463.649 465.015 466.206 467.461 468.368 468.774 469.912 470.109 20-59 jaar [aantal] 20-59 jaar [%] 57,3 57,3 57,2 57,1 56,8 56,5 56,2 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie 20-59 jaar [aantal] 2003-2012 20-59 jaar [%] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 22 55,9 55,6 55,3

Ouderen (60-...) Maasmec 60-... jaar [aantal] helen 60-... jaar [%] 60-... jaar [aantal] 60-... jaar [%] 2003 2012 6.658 6.748 6.874 7.027 7.186 7.344 7.505 7.700 7.950 8.144 18,5 18,7 19,0 19,4 19,7 20,0 20,4 20,8 21,4 21,8 159.452 162.406 165.653 169.283 173.850 178.711 183.784 188.799 193.891 198.941 19,9 20,2 20,5 20,8 21,2 21,6 22,1 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie 60-... jaar [aantal] 2003-2012 60-... jaar [%] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 23 22,5 23,0 23,4

Hoogbejaarden (80-...) Maasmechele 80-... jaar [aantal] n 80-... jaar [%] 80-... jaar [aantal] 80-... jaar [%] 2003 2012 809 856 906 959 1.059 1.117 1.190 1.254 1.332 1.396 2,3 2,4 2,5 2,6 2,9 3,0 3,2 3,4 3,6 3,7 22.120 23.379 24.970 26.568 28.124 29.851 31.571 33.316 35.400 37.373 2,8 2,9 3,1 3,3 3,4 3,6 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie 80-... jaar [aantal] 2003-2012 80-... jaar [%] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 24 3,8 4,0 4,2 4,4

Demografische coëfficiënten Vervangingscijfer 8 Vervangingscijfer [index] 2003 2012 101,6 98,6 95,9 92,6 90,3 89,2 88,8 87,8 86,0 85,8 97,5 94,0 90,5 87,9 86,0 84,6 83,9 83,1 82,6 82,5 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Vervangingscijfer [index] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 8 Het vervangingscijfer (bevolking 20-39 jaar t.o.v. bevolking 40-59 jaar) geeft een antwoord op de vraag of er binnen de bevolking op actieve leeftijd voldoende jonge actieven zijn om de (uitstroom van) oudere actieven te vervangen op de arbeidsmarkt. 25

Dependentiecoëfficiënt 9 Dependentiecoëficiët [index] 2003 2012 73,6 73,1 73,2 73,6 74,1 74,7 75,2 76,3 77,4 77,9 74,4 74,5 74,7 75,2 75,9 76,8 77,9 78,9 79,7 80,7 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Dependentiecoëfficiënt [index] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 9 De dependentiecoëfficiënt (bevolking 0-19 jaar plus vanaf 60 jaar t.o.v. bevolking 20-59 jaar) meet de afhankelijkheid van de niet-actieven (jongeren en ouderen) t.o.v. de actieve bevolking. 26

Verouderingscoëfficiënt 10 Verouderingscoëficiët [index] 2003 2012 77,7 79,7 81,7 84,2 86,3 88,1 90,4 92,9 96,1 99,1 87,1 89,5 91,7 93,9 96,5 99,0 101,5 104,3 107,2 110,3 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Verouderingscoëfficiënt [index] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 10 De verouderingscoëfficiënt (bevolking vanaf 60 jaar t.o.v. bevolking 0-19 jaar) geeft een aanduiding van de mate waarin de oudere bevolking weegt op de jongeren. 27

Grijze druk 11 Grijze druk [index] 2003 2012 32,2 32,4 32,9 33,6 34,3 35,0 35,7 36,8 37,9 38,8 34,7 35,2 35,7 36,4 37,3 38,2 39,2 40,3 41,3 42,3 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Grijze druk [index] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 11 De grijze druk (bevolking vanaf 60 jaar t.o.v. bevolking 20-59 jaar) geeft weer in hoeverre de oudere bevolking weegt op de bevolking op actieve leeftijd. 28

Groene druk 12 Groene druk [index] 2003 2012 41,4 40,7 40,3 40,0 39,8 39,7 39,5 39,5 39,5 39,1 39,8 39,3 39,0 38,8 38,7 38,6 38,6 38,6 38,5 38,4 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Groene druk [index] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 12 De groene druk (bevolking 0-19 jaar t.o.v. bevolking 20-59 jaar) geeft weer in welke mate de jongeren wegen op de bevolking op actieve leeftijd. 29

Mantelzorgratio 13 Mantelzorgratio [index] 2003 2012 19,9 19,1 18,4 17,6 16,2 15,5 14,7 14,0 13,4 12,9 16,7 16,1 15,4 14,7 14,1 13,5 12,9 12,4 11,7 11,2 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Mantelzorgratio [index] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 13 De mantelzorgratio - een formule die gebruikt wordt voor zorgstrategische doeleinden - geeft het potentieel aan mantelzorgers (uit de leeftijdsgroep 40-79 jarigen) per 80-plusser weer. 30

Familiale zorgindex 14 Familiale zorgindex [index] 2003 2012 18,0 18,7 19,0 19,5 21,1 21,7 22,4 23,2 24,2 24,6 21,5 22,1 22,8 23,6 24,5 25,4 26,3 27,1 28,2 29,2 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Familiale zorgindex [index] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 14 De familiale zorgindex (bevolking vanaf 80 jaar t.o.v. bevolking 50-59 jaar) geeft een idee van de mate waarin de oudste actieven kunnen instaan voor de zorg voor hun hoogbejaarde ouders. 31

Interne vergrijzing 15 Interne vergrijzing [index] 2003 2012 12,2 12,7 13,2 13,6 14,7 15,2 15,9 16,3 16,8 17,1 13,9 14,4 15,1 15,7 16,2 16,7 17,2 17,6 18,3 18,8 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Interne vergrijzing [index] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 15 De interne vergrijzing (bevolking vanaf 80 jaar t.o.v. de 60-plussers) geeft een aanduiding van hoeveel hoogbejaarden er zijn in de groep van ouderen. 32

Prognose 16 Totale bevolking Totaal [aantal] 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 37.298 37.490 37.689 37.879 38.081 38.255 38.426 38.563 38.670 38.762 842.902 847.999 852.982 857.721 862.363 866.625 870.436 873.560 876.142 878.516 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 38.831 38.897 38.939 38.978 38.992 39.001 39.005 39.006 39.015 39.023 880.512 882.330 883.925 885.293 886.486 887.382 888.380 889.319 890.150 891.063 Bron: Studiedienst van de Vlaamse Regering - Bevolkingsprojecties Totaal [aantal] -2030 16 De Studiedienst van de Vlaamse Regering maakt vijfjaarlijks projecties van de bevolking en de huishoudens voor Vlaamse steden en gemeenten. De meest recente projecties voor de periode van tot 2030 zijn een update van de vorige oefening van. 33

Minderjarigen (0-17) Maasmec 0-17 jaar [aantal] helen 0-17 jaar [%] 0-17 jaar [aantal] 0-17 jaar [%] Maasmec 0-17 jaar [aantal] helen 0-17 jaar [%] 0-17 jaar [aantal] 0-17 jaar [%] 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 7.303 7.291 7.341 7.350 7.404 7.438 7.485 7.529 7.558 7.557 19,6 19,4 19,5 19,4 19,4 19,4 19,5 19,5 19,5 19,5 159.337 159.435 160.302 161.135 162.059 162.743 163.613 164.165 164.564 164.840 18,9 18,8 18,8 18,8 18,8 18,8 18,8 18,8 18,8 18,8 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 7.580 7.553 7.522 7.513 7.473 7.443 7.384 7.332 7.286 7.239 19,5 19,4 19,3 19,3 19,2 19,1 18,9 18,8 18,7 18,6 165.010 165.156 164.939 164.548 164.008 163.232 162.378 161.476 160.579 159.676 18,7 18,7 18,7 18,6 Bron: Studiedienst van de Vlaamse Regering - Bevolkingsprojecties 0-17 jaar [aantal] -2030 0-17 jaar [%] -2030 Vergelijking met en Vlaams Gewest 34 18,5 18,4 18,3 18,2 18,0 17,9

Jongeren (0-19) Maasmec 0-19 jaar [aantal] helen 0-19 jaar [%] 0-19 jaar [aantal] 0-19 jaar [%] Maasmec 0-19 jaar [aantal] helen 0-19 jaar [%] 0-19 jaar [aantal] 0-19 jaar [%] 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 8.300 8.245 8.231 8.227 8.284 8.294 8.340 8.356 8.380 8.405 22,3 22,0 21,8 21,7 21,8 21,7 21,7 21,7 21,7 21,7 180.127 179.756 179.662 179.906 180.781 181.581 182.297 182.590 182.935 183.070 21,4 21,2 21,1 21,0 21,0 21,0 20,9 20,9 20,9 20,8 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 8.412 8.395 8.404 8.365 8.326 8.305 8.254 8.222 8.169 8.117 21,7 21,6 21,6 21,5 21,4 21,3 21,2 21,1 20,9 20,8 183.128 183.111 183.044 182.894 182.476 181.886 181.239 180.474 179.596 178.716 20,8 20,8 20,7 20,7 Bron: Studiedienst van de Vlaamse Regering - Bevolkingsprojecties 0-19 jaar [aantal] -2030 0-19 jaar [%] -2030 Vergelijking met en Vlaams Gewest 35 20,6 20,5 20,4 20,3 20,2 20,1

Jongeren (0-24) 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Maasmec 0-24 jaar [aantal] helen 0-24 jaar [%] 10.635 10.663 10.654 10.631 10.649 10.668 10.639 10.622 10.603 10.608 28,5 28,4 28,3 28,1 28,0 27,9 27,7 27,5 27,4 27,4 230.972 231.189 231.551 231.736 231.885 231.877 231.702 231.388 231.101 231.033 0-24 jaar [aantal] 0-24 jaar [%] 27,4 27,3 27,1 27,0 26,9 26,8 26,6 26,5 26,4 26,3 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Maasmec 0-24 jaar [aantal] helen 0-24 jaar [%] 10.576 10.562 10.535 10.512 10.491 10.458 10.409 10.383 10.336 10.293 27,2 27,2 27,1 27,0 26,9 26,8 26,7 26,6 26,5 26,4 230.819 230.566 230.122 229.721 229.272 228.707 228.242 227.742 227.274 226.653 0-24 jaar [aantal] 0-24 jaar [%] 26,2 26,1 26,0 25,9 Bron: Studiedienst van de Vlaamse Regering - Bevolkingsprojecties 0-24 jaar [aantal] -2030 0-24 jaar [%] -2030 Vergelijking met en Vlaams Gewest 36 25,9 25,8 25,7 25,6 25,5 25,4

Bevolking op actieve leeftijd (20-59) 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Maasmec 20-59 jaar [aantal] helen 20-59 jaar [%] 21.095 21.173 21.195 21.224 21.113 21.067 21.011 20.895 20.770 20.614 56,6 56,5 56,2 56,0 55,4 55,1 54,7 54,2 53,7 53,2 469.427 470.121 470.232 469.876 468.686 467.241 465.574 463.476 460.786 457.846 20-59 jaar [aantal] 20-59 jaar [%] 55,7 55,4 55,1 54,8 54,3 53,9 53,5 53,1 52,6 52,1 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Maasmec 20-59 jaar [aantal] helen 20-59 jaar [%] 20.482 20.331 20.197 20.084 19.970 19.829 19.708 19.607 19.547 19.471 52,7 52,3 51,9 51,5 51,2 50,8 50,5 50,3 50,1 49,9 455.007 451.994 448.898 445.827 442.843 440.251 438.103 436.466 435.158 433.881 20-59 jaar [aantal] 20-59 jaar [%] 51,7 51,2 50,8 50,4 Bron: Studiedienst van de Vlaamse Regering - Bevolkingsprojecties 20-59 jaar [aantal] -2030 20-59 jaar [%] -2030 Vergelijking met en Vlaams Gewest 37 50,0 49,6 49,3 49,1 48,9 48,7

Ouderen (60-...) Maasmec 60-... jaar [aantal] helen 60-... jaar [%] 60-... jaar [aantal] 60-... jaar [%] Maasmec 60-... jaar [aantal] helen 60-... jaar [%] 60-... jaar [aantal] 60-... jaar [%] 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 7.903 8.072 8.263 8.428 8.684 8.894 9.075 9.312 9.520 9.743 21,2 21,5 21,9 22,2 22,8 23,2 23,6 24,1 24,6 25,1 193.348 198.122 203.088 207.939 212.896 217.803 222.565 227.494 232.421 237.600 22,9 23,4 23,8 24,2 24,7 25,1 25,6 26,0 26,5 27,0 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 9.937 10.171 10.338 10.529 10.696 10.867 11.043 11.177 11.299 11.435 25,6 26,1 26,5 27,0 27,4 27,9 28,3 28,7 29,0 29,3 242.377 247.225 251.983 256.572 261.167 265.245 269.038 272.379 275.396 278.466 27,5 28,0 28,5 29,0 Bron: Studiedienst van de Vlaamse Regering - Bevolkingsprojecties 60-... jaar [aantal] -2030 60-... jaar [%] -2030 Vergelijking met en Vlaams Gewest 38 29,5 29,9 30,3 30,6 30,9 31,3

Hoogbejaarden (80-...) 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Maasmec 80-... jaar [aantal] helen 80-... jaar [%] 1.338 1.400 1.465 1.532 1.578 1.628 1.649 1.719 1.771 1.814 3,6 3,7 3,9 4,0 4,1 4,3 4,3 4,5 4,6 4,7 35.547 37.376 39.182 40.749 42.298 43.619 44.927 46.350 47.716 48.985 4,2 4,4 4,6 4,8 4,9 5,0 5,2 5,3 5,4 5,6 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Maasmec 80-... jaar [aantal] helen 80-... jaar [%] 1.847 1.856 1.858 1.908 1.948 1.991 2.060 2.128 2.198 2.273 4,8 4,8 4,8 4,9 5,0 5,1 5,3 5,5 5,6 5,8 49.824 50.027 50.657 51.653 52.572 53.776 55.407 57.097 59.048 60.940 5,7 5,7 5,7 5,8 5,9 6,1 6,2 6,4 6,6 6,8 80-... jaar [aantal] 80-... jaar [%] 80-... jaar [aantal] 80-... jaar [%] Bron: Studiedienst van de Vlaamse Regering - Bevolkingsprojecties 80-... jaar [aantal] -2030 80-... jaar [%] -2030 Vergelijking met en Vlaams Gewest 39

Sociaaleconomische context De socio-economische positie 17 Loontrekkenden Loontrekkend [aantal] Loontrekkend [%] Loontrekkend [aantal] Loontrekkend [%] 11.200 10.913 10.542 10.880 30,5 29,6 28,5 29,2 286.117 287.205 285.823 289.927 34,5 34,4 34,0 34,2 Bron: Datawarehouse arbeidsmarkt en sociale bescherming - webtoepassing Loontrekkend [aantal] - Loontrekkend [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 17 Informatie over de sociaaleconomische positie komt van de website van de Kruispuntbank Sociale Zekerheid: http://www.bcss.fgov.be/nl/bcss/nodepage/content/websites/belgium/statistics/statistics_01.html. 40

Zelfstandigen Zelfstandige [aantal] Zelfstandige [%] Zelfstandige [aantal] Zelfstandige [%] Bron: Datawarehouse arbeidsmarkt en sociale bescherming - webtoepassing Zelfstandige [aantal] - Zelfstandige [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 41 1.910 1.936 1.977 2.018 5,2 5,2 5,3 5,4 55.942 56.875 57.575 58.189 6,7 6,8 6,8 6,9

(Brug)gepensioneerden (Brug-)gepensioneerd [aantal] 5.872 5.968 5.995 6.097 (Brug-)gepensioneerd [%] 16,0 16,2 16,2 16,4 138.976 141.864 143.637 146.636 16,8 17,0 17,1 17,3 (Brug-)gepensioneerd [aantal] (Brug-)gepensioneerd [%] Bron: Datawarehouse arbeidsmarkt en sociale bescherming - webtoepassing (Brug-)gepensioneerd [aantal] - (Brug-)gepensioneerd [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 42

Rechtgevende kinderen voor kinderbijslag kinderbijslag 8.006 8.010 7.939 8.111 Rechtgevende kinderen voor kinderbijslag [%] 21,8 21,7 21,5 21,8 180.099 180.766 182.102 185.125 21,7 21,6 21,7 21,9 Rechtgevende [aantal] Rechtgevende [aantal] kinderen kinderen voor voor kinderbijslag Rechtgevende kinderen voor kinderbijslag [%] Bron: Datawarehouse arbeidsmarkt en sociale bescherming - webtoepassing Rechtgevende kinderen voor kinderbijslag [aantal] - Rechtgevende kinderen voor kinderbijslag [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 43

Personen zonder socio-economisch statuut 18 Andere [aantal] 7.998 8.192 8.149 8.097 Andere [%] 21,8 22,2 22,0 21,7 137.068 138.320 137.500 134.785 16,5 16,5 16,4 15,9 Andere [aantal] Andere [%] Bron: Datawarehouse arbeidsmarkt en sociale bescherming - webtoepassing Andere [aantal] - Andere [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 18 De categorie andere van de variabele socio-economisch statuut is de restcategorie. Ze bevat de groep van personen voor wie geen socio-economisch statuut kan worden bepaald op basis van de gegevens van de openbare instellingen opgenomen in het datawarehouse arbeidsmarkt en sociale bescherming. 44

De arbeidsmarkt Werkloosheidsgraad 19 Niet-werkend [aantal] werkzoekend Werkloosheidsgraad totaal [%] Niet-werkend [aantal] 2003 2.357 2.519 2.470 2.177 1.721 1.597 2.209 2.129 15,0 15,8 15,4 13,7 10,8 9,9 13,6 13,0 37.368 38.724 34.218 27.357 24.459 30.405 30.655 9,9 10,2 9,0 7,2 6,3 7,8 7,8 werkzoekend 33.310 Werkloosheidsgraad totaal [%] 8,9 Bron: Steunpunt WSE (Vlaamse Arbeidsrekening) Niet-werkend werkzoekend [aantal] 2003- Werkloosheidsgraad totaal [%] 2003- Vergelijking met en Vlaams Gewest 19 De werkloosheidsgraad geeft het aandeel niet-werkende werkzoekenden in de beroepsbevolking weer. 45

Werkloosheidsgraad mannen 2003 Mannen niet-werkend werkzoekend [aantal] 1.103 1.214 1.164 983 772 740 1.199 1.086 Werkloosheidsgraad [%] 12,3 13,6 12,9 10,9 8,6 8,2 13,2 12,0 16.314 16.531 14.285 11.496 10.605 15.232 15.173 7,7 7,8 6,8 5,4 5,0 7,1 7,0 mannen Mannen niet-werkend 14.351 werkzoekend [aantal] Werkloosheidsgraad [%] mannen 6,8 Bron: Steunpunt WSE (Vlaamse Arbeidsrekening) Mannen niet-werkend werkzoekend [aantal] 2003- Werkloosheidsgraad mannen [%] 2003- Vergelijking met en Vlaams Gewest 46

Werkloosheidsgraad vrouwen 2003 Vrouwen niet-werkend werkzoekend [aantal] 1.253 1.305 1.307 1.195 949 858 1.010 1.042 Werkloosheidsgraad [%] 18,4 18,7 18,7 17,2 13,7 12,1 14,1 14,3 21.053 22.193 19.933 15.861 13.854 15.173 15.483 12,8 13,2 11,8 9,4 8,0 8,6 8,7 vrouwen Vrouwen niet-werkend 18.959 werkzoekend [aantal] Werkloosheidsgraad [%] vrouwen 11,7 Bron: Steunpunt WSE (Vlaamse Arbeidsrekening) Vrouwen niet-werkend werkzoekend [aantal] 2003- Werkloosheidsgraad vrouwen [%] 2003- Vergelijking met en Vlaams Gewest 47

Jeugdwerkloosheidsgraad 20 2003 Niet-werkend 15-24 jaar [aantal] 182 145 159 122 96 107 149 131 Jeugdwerkloosheidsgraad [%] 33,9 31,0 34,2 28,7 23,6 25,6 34,7 31,6 Niet-werkend 15-24 jaar [aantal] 2.297 2.269 2.349 1.883 1.477 1.467 2.112 2.036 Jeugdwerkloosheidsgraad [%] 23,6 25,0 26,1 23,3 19,3 18,8 28,0 27,5 Bron: Steunpunt WSE (Vlaamse Arbeidsrekening) Niet-werkend 15-24 jaar [aantal] 2003- Jeugdwerkloosheidsgraad [%] 2003- Vergelijking met en Vlaams Gewest 20 De jeugdwerkloosheidsgraad geeft het aantal niet-werkende werkzoekende jongeren (15-24 jaar) weer ten opzichte van de beroepsbevolking (15-24 jaar). 48

Werkzaamheidsgraad 21 Werkend [aantal] Werkzaamheidsgraad totaal [%] Werkend [aantal] Werkzaamheidsgraad totaal [%] 2003 13.396 13.399 13.564 13.771 14.211 14.549 14.042 14.245 54,0 53,8 54,4 55,0 56,3 57,4 55,5 56,2 339.713 338.749 341.323 346.224 353.801 361.934 359.962 363.580 61,8 61,5 61,7 62,1 63,0 64,0 63,4 63,8 Bron: Steunpunt WSE (Vlaamse Arbeidsrekening) Werkend [aantal] 2003- Werkzaamheidsgraad totaal [%] 2003- Vergelijking met en Vlaams Gewest 21 De werkzaamheidsgraad leert ons in welke mate de bevolking op beroepsactieve leeftijd (de bevolking van 15 tot en met 64 jaar) effectief werkzaam is. 49

Werkzaamheidsgraad mannen 2003 Werkend mannen [aantal] 7.839 7.733 7.870 8.008 8.253 8.326 7.868 7.976 Werkzaamheidsgraad [%] 62,5 61,4 62,4 63,2 64,7 65,2 61,6 62,3 mannen Werkend mannen [aantal] Werkzaamheidsgraad [%] mannen 196.798 194.759 195.417 196.892 200.666 203.074 199.246 200.208 70,4 69,5 Bron: Steunpunt WSE (Vlaamse Arbeidsrekening) Werkend mannen [aantal] 2003- Werkzaamheidsgraad mannen [%] 2003- Vergelijking met en Vlaams Gewest 50 69,4 69,5 70,3 70,7 69,1 69,2

Werkzaamheidsgraad vrouwen 2003 Werkend vrouwen [aantal] 5.557 5.666 5.694 5.763 5.958 6.223 6.174 6.270 Werkzaamheidsgraad [%] 45,3 46,0 46,2 46,6 47,7 49,5 49,2 49,9 vrouwen Werkend vrouwen [aantal] Werkzaamheidsgraad [%] vrouwen 142.915 143.991 145.906 149.332 153.135 158.860 160.716 163.371 53,0 53,2 Bron: Steunpunt WSE (Vlaamse Arbeidsrekening) Werkend vrouwen [aantal] 2003- Werkzaamheidsgraad vrouwen [%] 2003- Vergelijking met en Vlaams Gewest 51 53,6 54,4 55,4 57,1 57,5 58,2

Jobratio 22 Jobs [aantal] Jobratio totaal [%] Jobs [aantal] Jobratio totaal [%] 10.993 11.437 11.018 11.333 43,5 45,1 43,5 44,7 338.105 345.213 344.002 348.555 60,2 61,0 60,6 61,2 Bron: Steunpunt WSE (Vlaamse Arbeidsrekening) Jobs [aantal] - Jobratio totaal [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 22 De jobratio (voorheen werkgelegenheidsgraad genoemd) geeft aan in welke mate er op het grondgebied van de gemeente werkgelegenheid is voor de bevolking op beroepsactieve leeftijd (15-64-jarigen). 52

Het inkomensniveau Gemiddeld netto belastbaar inkomen per inwoner Gemiddeld inkomen per inwoner [euro] 11.584 12.247 12.613 13.076 13.267 13.304 13.246 13.810 14.277 14.947 15.246 15.391 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Fiscale inkomens Gemiddeld inkomen per inwoner [euro] - 53

Mediaaninkomen van alle inkomensaangiften Doorsnee inkomen [euro] 17.312 17.713 18.380 19.377 19.713 19.585 - - - - - - Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Fiscale inkomens Doorsnee inkomen [euro] - 54

Lage inkomens < 20.000 EUR [aantal] < 20.000 EUR [%] < 20.000 EUR [aantal] < 20.000 EUR [%] 11.754 11.903 11.530 10.783 10.532 10.692 59,0 57,4 55,2 52,0 50,9 51,3 238.231 236.630 232.723 222.564 214.171 214.716 52,7 51,2 49,5 46,9 45,1 44,8 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Fiscale inkomens < 20.000 EUR [aantal] - < 20.000 EUR [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 55

Recht op werk Werkzoekenden 23 Maasmechele Niet-werkende n werkzoekenden [aantal] (NWWZ) Niet-werkende werkzoekenden [%] (NWWZ) Niet-werkende werkzoekenden [aantal] (NWWZ) Niet-werkende werkzoekenden [%] (NWWZ) 2002 2003 2.182 2.350 2.545 2.368 1.914 1.633 1.783 2.441 1.935 1.874 9,3 10,0 10,8 10,1 8,1 6,9 7,5 10,2 8,1 7,8 30.935 34.138 39.082 37.677 30.381 25.104 26.264 33.253 28.836 27.455 6,0 6,6 7,5 7,2 5,8 4,7 4,9 6,2 5,3 5,1 Bron: VDAB Studiedienst - Arvastat Niet-werkende werkzoekenden (NWWZ) [aantal] 2002-23 Aantal niet-werkende werkzoekenden (NWWZ) op 31 december. Niet-werkende werkzoekenden (NWWZ) zijn werkzoekenden met de hoogste graad van beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt. De NWWZ bestaan uit 4 categoriën: werkzoekenden met werkloosheidsuitkeringsaanvraag (WZUA), schoolverlaters, vrij ingeschrevenen en een restgroep (andere). Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal inwoners op actieve leeftijd (18-64 jaar). 56

Niet-werkende werkzoekenden (NWWZ) [%] 2002- Vergelijking met en Vlaams Gewest 57

Laaggeschoolde werkzoekenden Maasmechele NWWZ n [aantal] - 2002 2003 laaggeschoold 1.388 1.460 1.557 1.444 1.171 1.000 1.062 1.346 1.124 1.034 62,1 61,2 61,0 61,2 61,2 59,6 55,1 58,1 55,2 NWWZ - laaggeschoold [%] NWWZ [aantal] - 63,6 laaggeschoold 16.635 17.759 20.946 19.832 16.250 13.459 13.973 16.963 14.633 13.682 NWWZ - laaggeschoold [%] 53,8 52,0 53,6 Bron: VDAB Studiedienst - Arvastat NWWZ - laaggeschoold [aantal] 2002- NWWZ - laaggeschoold [%] 2002- Vergelijking met en Vlaams Gewest 58 52,6 53,5 53,6 53,2 51,0 50,7 49,8

Langdurig werkzoekenden 24 2002 2003 Maasmechele >2 jaar werkloos [aantal] n NWWZ >2 jaar werkloos [%] 533 629 723 711 630 471 392 422 474 480 24,4 26,8 28,4 30,0 32,9 28,8 22,0 17,3 24,5 25,6 >2 jaar werkloos [aantal] 5.842 7.134 9.085 7.952 6.678 7.079 7.472 7.400 NWWZ >2 jaar werkloos [%] 18,9 20,9 23,2 31,7 25,4 21,3 25,9 27,0 10.037 10.457 26,6 34,4 Bron: VDAB Studiedienst - Arvastat >2 jaar werkloos [aantal] 2002- NWWZ >2 jaar werkloos [%] 2002- Vergelijking met en Vlaams Gewest 24 Aantal niet-werkende werkzoekenden (NWWZ) die 2 jaar of langer werkloos zijn op 31 december. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal niet-werkende werkzoekenden. 59

Oudere werkzoekenden (50-...) 25 Maasmechele NWWZ 50+ jaar [aantal] n NWWZ 50+ jaar [%] NWWZ 50+ jaar [aantal] NWWZ 50+ jaar [%] 2002 2003 100 130 264 335 409 381 392 452 457 441 4,6 5,5 10,4 14,1 21,4 23,3 22,0 18,5 23,6 23,5 1.740 2.300 4.842 6.108 7.076 6.630 6.621 7.387 7.479 7.371 5,6 6,7 12,4 16,2 23,3 26,4 25,2 22,2 25,9 26,8 Bron: VDAB Studiedienst - Arvastat NWWZ 50+ jaar [aantal] 2002- NWWZ 50+ jaar [%] 2002- Vergelijking met en Vlaams Gewest 25 Aantal niet-werkende werkzoekenden (NWWZ) van 50 jaar of ouder op 31 december. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal niet-werkende werkzoekenden. 60

Laaggeschoolde langdurig werkzoekenden 26 2002 2003 Maasmechele NWWZ laaggeschoold, >2 n jaar werkloos [aantal] 411 458 517 514 450 331 274 297 343 333 NWWZ laaggeschoold, >2 jaar werkloos [%] 29,6 31,4 33,2 35,6 38,4 33,1 25,8 22,1 30,5 32,2 NWWZ laaggeschoold, >2 4.053 jaar werkloos [aantal] 4.768 5.965 6.597 6.987 5.284 4.415 4.654 4.811 4.618 NWWZ laaggeschoold, >2 jaar werkloos [%] 26,8 28,5 33,3 43,0 39,3 31,6 27,4 32,9 33,8 24,4 Bron: VDAB Studiedienst - Arvastat NWWZ laaggeschoold, >2 jaar werkloos [aantal] 2002- NWWZ laaggeschoold, >2 jaar werkloos [%] 2002- Vergelijking met en Vlaams Gewest 26 Aantal laaggegeschoolde, langdurig werkloze niet-werkende werkzoekenden (NWWZ) op 31 december. Laaggeschoolde niet-werkende werkzoekenden (NWWZ) zijn werkzoekenden met een diploma of getuigschrift van de eerste graad secundair onderwijs, een middenstandsopleiding, deeltijds beroepssecundair onderwijs of tweede graad secundair onderwijs. Langdurige NWWZ zijn 2 jaar of langer werkloos. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het aantal laaggeschoolde niet-werkende werkzoekenden. 61

Werkzoekenden met een origine van EU-ex-migratielanden of lage-inkomenslanden 27 NWWZ uit EU-ex-migratielanden of lageinkomenslanden [aantal] 808 945 1.302 969 991 NWWZ uit EU-ex-migratie- of inkomenslanden tov NWWZ [%] lage- 49,5 53,0 53,3 50,1 52,9 NWWZ uit EU-ex-migratielanden of lageinkomenslanden [aantal] 6.232 7.024 9.652 8.056 7.864 NWWZ uit EU-ex-migratie- of inkomenslanden tov NWWZ [%] 24,8 26,7 29,0 27,9 28,6 lage- Bron: VDAB Studiedienst - Arvastat NWWZ uit EU-ex-migratielanden of lage-inkomenslanden [aantal] - NWWZ uit EU-ex-migratie- of lage-inkomenslanden tov NWWZ [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest Werkzoekenden met een arbeidshandicap 27 Aantal niet-werkende werkzoekenden met als huidige of vorige nationaliteit een nationaliteit uit een EU-exmigratieland of een laaginkomensland. De EU-ex-migratielanden zijn Italië, Spanje, Griekenland en Portugal. Lage-inkomenslanden zijn alle landen die de Wereldbank niet classificeert als 'high income countries'. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal niet-werkende werkzoekenden. 62

2002 2003 Maasmechele NWWZ met arbeidshandicap n [aantal] 220 243 284 288 281 285 286 342 311 265 NWWZ met arbeidshandicap [%] 10,1 10,3 11,2 12,2 14,7 17,5 16,0 14,0 16,1 14,1 NWWZ met arbeidshandicap 3.689 [aantal] 4.216 5.364 5.555 5.378 5.081 5.195 5.430 5.192 4.648 NWWZ met arbeidshandicap [%] 12,3 13,7 14,7 17,7 20,2 19,8 16,3 18,0 16,9 11,9 Bron: VDAB Studiedienst - Arvastat NWWZ met arbeidshandicap [aantal] 2002- NWWZ met arbeidshandicap [%] 2002- Vergelijking met en Vlaams Gewest 63

Jonge (18-24) langdurig werkzoekenden Maasmechele Jongeren (18-24 jaar), n langer dan één jaar werkzoekend [aantal] Jongeren (18-24 langer dan één werkzoekend [%] jaar), jaar 2002 2003 144 207 189 161 76 64 74 168 136 128 4,0 5,8 5,4 4,7 2,3 1,9 2,2 5,2 4,1 3,8 2.422 2.464 2.163 1.417 879 920 1.919 1.651 1.371 3,2 3,4 3,0 2,0 1,3 1,3 2,7 2,3 1,9 Jongeren (18-24 jaar), 1.480 langer dan één jaar werkzoekend [aantal] Jongeren (18-24 langer dan één werkzoekend [%] jaar), jaar 28 2,0 Bron: VDAB Studiedienst - Arvastat Jongeren (18-24 jaar), langer dan één jaar werkzoekend [aantal] 2002-28 Aantal niet-werkende werkzoekende jongeren (18-24 jaar) die 2 jaar of langer werkloos zijn op 31 december. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal jonge (18-24) niet-werkende werkzoekenden. 64

Jongeren (18-24 jaar), langer dan één jaar werkzoekend [%] 2002- Vergelijking met en Vlaams Gewest 65

Jonge (18-24) laaggeschoolde werkzoekenden Maasmechele Jongeren (18-24 jaar), n werkzoekend en zonder diploma HSO [aantal] Jongeren (18-24 werkzoekend laaggeschoold [%] jaar), en 2002 2003 301 296 284 249 143 172 187 268 207 190 8,3 8,3 8,1 7,3 4,3 5,2 5,6 8,3 6,3 5,7 3.660 3.572 3.433 2.279 1.986 2.451 3.422 2.666 2.566 4,9 4,9 4,8 3,2 2,8 3,5 4,9 3,8 3,6 Jongeren (18-24 jaar), 3.499 werkzoekend en zonder diploma HSO [aantal] Jongeren (18-24 werkzoekend laaggeschoold [%] jaar), en 29 4,6 Bron: VDAB Studiedienst - Arvastat Jongeren (18-24 jaar), werkzoekend en zonder diploma HSO [aantal] 2002-29 Aantal niet-werkende werkzoekende jongeren (18-24 jaar) zonder diploma hoger secundair onderwijs ten opzichte van alle jongeren (18-24 jaar). Het gaat om jonge werkzoekenden die geen onderwijs gevolgd hebben, niet meer dan de 2de graad secundair of de 3de graad beroepsonderwijs gevolgd hebben, op leercontract hebben gezeten of (buitenlandse) studies gevolgd hebben die niet erkend zijn. 66

Jongeren (18-24 jaar), werkzoekend en laaggeschoold [%] 2002- Vergelijking met en Vlaams Gewest 67

Recht op wonen Recht op betaalbaar wonen Sociale huurwoningen Soc. huurwoningen [aantal] Soc. huurwoningen [%] Soc. huurwoningen [aantal] Soc. huurwoningen [%] 2002 2003 854 828 814 802 788 784 839 828 821 6,5 6,2 6,0 5,9 5,7 5,6 6,0 5,8 5,7 10.835 10.644 10.625 10.644 10.669 10.681 11.054 11.028 10.911 3,6 3,5 Bron: Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen Sociale huurwoningen [aantal] 2002- Sociale huurwoningen [%] 2002- Vergelijking met en Vlaams Gewest 68 3,4 3,4 3,4 3,3 3,4 3,3 3,2

Sociale huurappartementen Soc. [aantal] huurappartementen Soc. huurappartementen [%] Soc. [aantal] huurappartementen Soc. huurappartementen [%] 2002 2003 647 647 647 647 647 647 602 601 601 4,9 4,8 4,8 4,7 4,7 4,6 4,3 4,2 4,2 5.984 6.006 6.216 6.451 6.705 6.939 7.195 7.233 7.458 2,0 2,0 2,0 2,1 2,1 2,2 2,2 2,2 2,2 Bron: Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen Sociale huurappartementen [aantal] 2002- Sociale huurappartementen [%] 2002- Vergelijking met en Vlaams Gewest 69

Sociale huisvesting Soc. huisvesting [aantal] Soc. huisvesting [%] Soc. huisvesting [aantal] Soc. huisvesting [%] 2002 2003 1.501 1.475 1.461 1.449 1.435 1.431 1.441 1.429 1.422 11,4 11,0 10,8 10,6 10,4 10,3 10,2 10,0 9,9 16.819 16.650 16.841 17.095 17.374 17.620 18.249 18.261 18.369 5,5 5,4 Bron: Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen Sociale huisvesting [aantal] 2002- Sociale huisvesting [%] 2002- Vergelijking met en Vlaams Gewest 70 5,4 5,4 5,5 5,5 5,6 5,5 5,5

Recht op betaalbaar wonen in gevaar Kandidaat-huurders van sociale woningen 2003 Kandidaat-huurders [aantal] 792 874 808 891 Kandidaat-huurders [%] 5,9 6,4 5,8 6,2 10.652 11.748 11.036 11.997 3,5 3,7 3,4 3,6 Kandidaat-huurders [aantal] Kandidaat-huurders [%] Bron: Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen Kandidaat-huurders [aantal] 2003,,, Kandidaat-huurders [%] 2003,,, Vergelijking met 71

Jonge kandidaat-huurders (18-24) van sociale woningen 2003 Jonge kandidaat-huurders (18-24) [aantal] 167 143 113 99 Jonge kandidaat-huurders (18-24) [%] 4,7 4,2 3,4 3,0 1.445 1.477 1.207 1.197 1,9 2,1 1,7 1,7 Jonge kandidaat-huurders (18-24) [aantal] Jonge kandidaat-huurders (18-24) [%] Bron: Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen Jonge kandidaat-huurders (18-24) [aantal] 2003,,, Jonge kandidaat-huurders (18-24) [%] 2003,,, Vergelijking met 72

Oudere kandidaat-huurders (55-...) van sociale woningen 2003 Oudere kandidaat-huurders (55-...) [aantal] 136 157 146 197 Oudere kandidaat-huurders (55-...) [%] 1,6 1,7 1,5 1,9 2.098 2.583 2.583 3.144 1,0 1,2 1,1 1,3 Oudere kandidaat-huurders (55-...) [aantal] Oudere kandidaat-huurders (55-...) [%] Bron: Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen Oudere kandidaat-huurders (55-...) [aantal] 2003,,, Oudere kandidaat-huurders (55-...) [%] 2003,,, Vergelijking met 73

Recht op onderwijs Risicoschoolloopbanen Risicoschoolloopbanen in kleuteronderwijs Risicoschoolloopbanen kleuteronderwijs [aantal] in % risicoschoolloopbanen kleuteronderwijs [%] Risicoschoolloopbanen kleuteronderwijs [aantal] % risicoschoolloopbanen kleuteronderwijs [%] in in in 30 het 21 22 16 24 29 19 het 1,6 1,7 1,2 1,7 2,1 1,3 het 484 471 490 504 505 486 het 1,6 1,6 1,7 1,7 1,7 1,6 Bron: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Stafdiensten Onderwijs en Vorming Risicoschoolloopbanen in het kleuteronderwijs [aantal] - Percentage risicoschoolloopbanen in het kleuteronderwijs [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 30 Risicoschoolloopbanen in het kleuteronderwijs op 1 februari. Dit is de optelsom van kleuters met schoolse vertraging in het gewoon kleuteronderwijs en leerlingen buitengewoon kleuteronderwijs. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal leerlingen kleuteronderwijs, wonend in de gemeente. 74

75

Risicoschoolloopbanen in lager onderwijs 31 Risicoschoolloopbanen in het lager onderwijs [aantal] 691 671 660 622 658 644 % risicoschoolloopbanen in het lager onderwijs [%] 26,8 27,1 27,5 26,6 28,1 27,8 Risicoschoolloopbanen in het lager onderwijs [aantal] 10.996 10.837 10.664 10.588 10.768 10.918 % risicoschoolloopbanen in het lager onderwijs [%] 19,7 19,8 19,8 19,8 20,3 20,7 Bron: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Stafdiensten Onderwijs en Vorming Risicoschoolloopbanen in het lager onderwijs [aantal] - Percentage risicoschoolloopbanen in het lager onderwijs [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 31 Risicoschoolloopbanen in het lager onderwijs op 1 februari. Dit is de optelsom van leerlingen met schoolse vertraging in het gewoon lager onderwijs en leerlingen buitengewoon lager onderwijs. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal leerlingen lager onderwijs, wonend in de gemeente. 76

Risicoschoolloopbanen in secundair onderwijs Risicoschoolloopbanen in secundair onderwijs [aantal] % risicoschoolloopbanen secundair onderwijs [%] in Risicoschoolloopbanen in secundair onderwijs [aantal] % risicoschoolloopbanen secundair onderwijs [%] in 32 het 774 801 823 823 805 801 het 27,2 27,9 28,4 28,5 28,4 27,7 het 12.683 12.824 12.895 13.031 13.060 13.251 het 20,6 20,6 20,5 20,8 21,0 21,5 Bron: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Stafdiensten Onderwijs en Vorming Risicoschoolloopbanen in het secundair onderwijs [aantal] - Percentage risicoschoolloopbanen in het secundair onderwijs [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 32 Risicoschoolloopbanen in het secundair onderwijs op 1 februari. Dit is de optelsom van leerlingen met minstens één jaar schoolse vertraging in B-stroom/BSO van het gewoon secundair onderwijs, leerlingen met minstens twee jaar schoolse vertraging in A-stroom/ASO-TSO-KSO van het gewoon secundair onderwijs, leerlingen buitengewoon secundair onderwijs en leerlingen deeltijds beroepssecundair onderwijs. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal leerlingen secundair onderwijs, wonend in de gemeente. 77

78

Spreiding over de onderwijsvormen Leerlingen B-stroom 1ste graad gewoon secundair onderwijs 33 Leerlingen B-stroom 1ste graad gewoon secundair onderwijs [aantal] 213 216 247 218 212 226 % leerlingen B-stroom 1ste graad gewoon secundair onderwijs [%] 22,9 22,6 26,6 24,9 25,1 26,7 Leerlingen B-stroom 1ste graad gewoon secundair onderwijs [aantal] 3.190 3.221 3.182 3.052 3.014 3.009 % leerlingen B-stroom 1ste graad gewoon secundair onderwijs [%] 16,0 16,2 16,3 16,3 16,8 16,8 Bron: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Stafdiensten Onderwijs en Vorming Leerlingen B-stroom 1ste graad gewoon secundair onderwijs [aantal] - Percentage leerlingen B-stroom 1ste graad gewoon secundair onderwijs [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 33 Leerlingen B-stroom eerste graad gewoon secundair onderwijs op 1 februari. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal leerlingen in de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs, wonend in de gemeente. 79

ASO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs 34 ASO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [aantal] 439 472 515 543 527 485 % ASO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [%] 23,8 25,8 29,4 30,3 29,8 26,8 ASO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [aantal] 13.745 14.235 14.834 15.143 15.217 14.763 % ASO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [%] 35,3 35,9 37,2 37,6 37,6 36,7 Bron: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Stafdiensten Onderwijs en Vorming ASO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [aantal] - Percentage ASO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 34 Leerlingen ASO tweede en derde graad gewoon secundair onderwijs op 1 februari. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal leerlingen in de tweede en derde graad van het gewoon secundair onderwijs, wonend in de gemeente. 80

TSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs 35 TSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [aantal] 675 661 656 648 660 673 % TSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [%] 36,6 36,2 37,5 36,1 37,3 37,1 TSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [aantal] 13.148 13.213 13.176 13.175 13.306 13.079 % TSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [%] 33,7 33,3 33,0 32,7 32,8 32,5 Bron: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Stafdiensten Onderwijs en Vorming TSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [aantal] - Percentage TSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 35 Leerlingen TSO tweede en derde graad gewoon secundair onderwijs op 1 februari. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal leerlingen in de tweede en derde graad van het gewoon secundair onderwijs, wonend in de gemeente. 81

KSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs 36 KSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [aantal] 27 25 29 30 38 38 % KSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [%] 1,5 1,4 1,7 1,7 2,1 2,1 KSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [aantal] 735 782 838 877 954 970 % KSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [%] 1,9 2,0 2,1 2,2 2,4 2,4 Bron: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Stafdiensten Onderwijs en Vorming KSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [aantal] - Percentage KSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 36 Leerlingen KSO tweede en derde graad gewoon secundair onderwijs op 1 februari. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal leerlingen in de tweede en derde graad van het gewoon secundair onderwijs, wonend in de gemeente. 82

BSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs 37 BSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [aantal] 702 669 551 572 545 617 % BSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [%] 38,1 36,6 31,5 31,9 30,8 34,0 BSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [aantal] 11.350 11.409 11.038 11.092 11.029 11.416 % BSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [%] 29,1 28,8 27,7 27,5 27,2 28,4 Bron: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Stafdiensten Onderwijs en Vorming BSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [aantal] - Percentage BSO-leerlingen 2de-3de graad gewoon secundair onderwijs [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 37 Leerlingen BSO tweede en derde graad gewoon secundair onderwijs op 1 februari. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal leerlingen in de tweede en derde graad van het gewoon secundair onderwijs, wonend in de gemeente. 83

Participatie aan het hoger onderwijs Doorstromers naar het hoger onderwijs Doorstromers naar onderwijs [aantal] % doorstromers onderwijs [%] naar Doorstromers naar onderwijs [aantal] % doorstromers onderwijs [%] naar 38 het het het het hoger 164 187 187 224 209 197 hoger 35,3 42,7 40,6 44,2 45,7 44,1 hoger 4.911 5.188 5.187 5.365 5.507 5.428 hoger 51,5 53,5 53,9 54,4 54,8 52,5 Bron: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Stafdiensten Onderwijs en Vorming Doorstromers naar het hoger onderwijs [aantal] - Percentage doorstromers naar het hoger onderwijs [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 38 Studenten voor het eerst ingeschreven in het hoger onderwijs tijdens het lopende academiejaar. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal 18-jarigen, wonend in de gemeente. 84

Doorstromers naar het hoger onderwijs: masteropleiding t.o.v. bacheloropleiding 39 Doorstromers naar het hoger onderwijs: academische bachelor [aantal] 56 57 61 76 72 72 Index doorstromers naar het hoger onderwijs: academische bachelor versus professionele bachelor [%] 51,9 43,8 48,4 51,4 52,6 57,6 Doorstromers naar het hoger onderwijs: academische bachelor [aantal] 1.931 1.982 2.088 2.147 2.316 2.349 Index doorstromers naar het hoger onderwijs: academische bachelor versus professionele bachelor [%] 64,8 62,3 67,4 66,7 72,6 76,3 Bron: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Stafdiensten Onderwijs en Vorming Doorstromers naar het hoger onderwijs: academische bachelor [aantal] - Index doorstromers naar het hoger onderwijs: academische bachelor versus professionele bachelor [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 39 Studenten voor het eerst ingeschreven in het hoger onderwijs tijdens het lopende academiejaar, met berekening van de verhouding tussen studenten ingeschreven voor een academische bacheloropleiding (master) en studenten ingeschreven voor een professionele bacheloropleiding (bachelor). Cijfers hebben betrekking op studenten, wonend in de gemeente. 85

86

Studenten hoger onderwijs die een diploma behaalden: diplomakans Studenten hoger onderwijs diploma behalen [aantal] Diplomakanspercentage onderwijs [%] Studenten hoger onderwijs diploma behalen [aantal] Diplomakanspercentage onderwijs [%] 40 die 151 129 126 155 106 119 hoger 29,4 24,9 25,2 31,6 22,5 25,4 die 4.227 4.008 4.043 4.254 4.048 4.219 hoger 38,8 37,2 38,3 41,0 39,9 42,2 Bron: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Stafdiensten Onderwijs en Vorming Studenten hoger onderwijs die diploma behalen [aantal] - Diplomakanspercentage hoger onderwijs [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 40 Studenten hoger onderwijs die een diploma behaalden tijdens een academiejaar, gedeeld door het aantal 2125-jarigen (als theoretische afstudeerleeftijdsjaren), vermenigvuldigd met vijf en uitgedrukt als percentage: dit geeft de theoretische diplomakans voor wie hogere studies aanvat. De cijfers hebben betrekking op studenten en jongeren, wonend in de gemeente. 87

Recht op inkomen Lage-inkomensgroepen Lage inkomens 41 < 20.000 EUR [aantal] < 20.000 EUR [%] < 20.000 EUR [aantal] < 20.000 EUR [%] 11.754 11.903 11.530 10.783 10.532 10.692 59,0 57,4 55,2 52,0 50,9 51,3 238.231 236.630 232.723 222.564 214.171 214.716 52,7 51,2 49,5 46,9 45,1 44,8 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Fiscale inkomens < 20.000 EUR [aantal] - < 20.000 EUR [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 41 Aantal inkomensaangiften met een totale waarde kleiner dan 20.000 euro. Het vermelde jaartal is het inkomstenjaar. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal inkomensaangiften. 88

Leefloners 42 2003 2012 Maasmechele Totaal leefloners (RMI) en n equivalente leefloners (RMH) [aantal] 209 174 192 173 145 150 162 168 186 183 Totaal leefloners (RMI) en equivalente leefloners (RMH) [%] 0,89 0,74 0,82 0,74 0,61 0,63 0,68 0,70 0,77 0,76 Totaal leefloners (RMI) en 4.247 equivalente leefloners (RMH) [aantal] 3.950 3.552 3.347 2.990 2.593 2.549 2.952 2.938 2.756 Totaal leefloners (RMI) en equivalente leefloners (RMH) [%] 0,76 0,68 0,64 0,56 0,49 0,48 0,55 0,54 0,51 0,82 Bron: POD Maatschappelijke integratie, Armoedebestrijding, Sociale Economie en Grootstedenbeleid Totaal leefloners (RMI) en equivalente leefloners (RMH) [aantal] 2003-2012 42 Aantal begunstigden van het leefloon (RMI) of het equivalent leefloon (RMH) tijdens januari van het vermelde jaar. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het aantal inwoners op actieve leeftijd (18-64 jaar). 89

Totaal leefloners (RMI) en equivalente leefloners (RMH) [%] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 90

Ouderen met een IGO of een GIB 43 Ouderen met een inkomensgarantie [aantal] Ouderen met inkomensgarantie [%] een Ouderen met een inkomensgarantie [aantal] Ouderen met inkomensgarantie [%] een 2002 2003 216 226 214 204 202 208 207 205 214 4,6 4,6 4,3 4,0 3,8 3,9 3,9 3,7 3,8 6.097 6.077 5.771 5.425 5.161 5.132 5.525 5.749 5.758 5,3 5,1 4,7 4,3 4,0 3,9 4,2 4,2 4,1 Bron: FOD Sociale Zekerheid - Rijksdienst Voor Pensioenen Ouderen met een inkomensgarantie [aantal] 2002- Ouderen met een inkomensgarantie [%] 2002- Vergelijking met en Vlaams Gewest 43 Aantal ouderen van 65 jaar of ouder met een inkomensgarantie voor ouderen (IGO) of een gewaarborgd inkomen voor bejaarden (GIB) op 1 januari. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het aantal inwoners van 65 jaar of ouder. 91

Mensen die hun recht op voorkeurstarief in de ziekteverzekering opnemen 44 2012 Individuen die recht op voorkeurtarief in de ziekteverzekering opnemen [aantal] 5.507 5.272 5.457 5.995 6.408 Individuen die recht op voorkeurtarief in de ziekteverzekering opnemen [%] 15,0 14,3 14,8 16,1 17,1 Individuen die recht op voorkeurtarief in de ziekteverzekering opnemen [aantal] 110.251 104.646 106.344 112.575 117.649 Individuen die recht op voorkeurtarief in de ziekteverzekering opnemen [%] 13,3 12,6 12,7 13,3 13,9 Bron: Studiedienst Vlaamse Regering op lokalestatistieken.vlaanderen.be Individuen die recht op voorkeurtarief in de ziekteverzekering opnemen [aantal] -2012 44 Aantal personen dat omwille van een relatief laag inkomen geniet van een voorkeursregeling in de ziekteverzekering op 1 januari. Titularissen én personen ten laste van de verhoogde tegemoetkoming én OMNIO (geen onderscheid tussen titularissen en personen ten laste) worden samengeteld. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal inwoners. 92

Individuen die recht op voorkeurtarief in de ziekteverzekering opnemen [%] -2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 93

Kwetsbare groepen Langdurig werkzoekenden 45 2002 2003 Maasmechele >2 jaar werkloos [aantal] n NWWZ >2 jaar werkloos [%] 533 629 723 711 630 471 392 422 474 480 24,4 26,8 28,4 30,0 32,9 28,8 22,0 17,3 24,5 25,6 >2 jaar werkloos [aantal] 5.842 7.134 9.085 7.952 6.678 7.079 7.472 7.400 NWWZ >2 jaar werkloos [%] 18,9 20,9 23,2 31,7 25,4 21,3 25,9 27,0 10.037 10.457 26,6 34,4 Bron: VDAB Studiedienst - Arvastat >2 jaar werkloos [aantal] 2002- NWWZ >2 jaar werkloos [%] 2002- Vergelijking met en Vlaams Gewest 45 Aantal niet-werkende werkzoekenden (NWWZ) dat 2 jaar of langer werkloos is op 31 december. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal niet-werkende werkzoekenden. 94

Werkloze gezinshoofden 46 Werkloze gezinshoofden [aantal] 350 346 313 318 Werkloze gezinshoofden [%] 1,5 1,4 1,3 1,3 4.466 4.030 3.986 3.870 0,8 0,8 0,7 0,7 Werkloze gezinshoofden [aantal] Werkloze gezinshoofden [%] Bron: Rijksdienst voor arbeidsvoorziening Werkloze gezinshoofden [aantal] - Werkloze gezinshoofden [%] - Vergelijking met 46 Aantal gezinshoofden zonder werk. Het gaat om dossiers die in december werden ingediend. Worden beschouwd als gezinshoofd: gehuwde werklozen die samenwonen met hun echtgeno(o)t(e) ten laste; werklozen die samenwonen met hun partner ten laste; de werkloze zonder echtgeno(o)t(e) of partner die uitsluitend samenwoont met kinderen en kinderbijslag ontvangt voor minstens één kind (het eventuele inkomen van de andere kinderen is dan van geen belang); de werkloze zonder echtgeno(o)t(e) of partner die samenwoont met één of meerdere kinderen en geen kinderbijslag ontvangt de kinderen hebben geen inkomen hoger dan 329,88 euro. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het aantal inwoners op actieve leeftijd (18-64). 95

Dossiers collectieve schuldenregeling 47 Dossiers collectieve schuldenregeling [aantal] 264 271 318 369 Dossiers collectieve schuldenregeling (ratio) [index] 7,2 7,4 8,6 9,9 4.283 4.657 5.244 6.191 5,2 5,6 6,3 7,3 Dossiers collectieve schuldenregeling [aantal] Dossiers collectieve schuldenregeling (ratio) [index] Bron: Nationale Bank van België - Kredietcentrale Dossiers collectieve schuldenregeling [aantal] - Dossiers collectieve schuldenregeling (ratio) [index] - Vergelijking met 47 Aantal dossiers dat valt onder de collectieve schuldenregeling, in juni. De collectieve schuldenregeling wordt enkel gehanteerd als kan bewezen worden dat de schuldenlast zo groot is in verhouding tot het inkomen dat de schuld zeer moeilijk of nooit zal kunnen afbetaald worden. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het aantal inwoners. 96

Klanten voor elektriciteit met budgetmeter 48 2012 Klanten elektriciteit met budgetmeter [aantal] 389 410 437 456 Klanten elektriciteit met budgetmeter [%] 2,4 2,5 2,6 2,7 5.554 5.676 6.170 6.239 1,4 1,5 1,6 1,6 Klanten elektriciteit met budgetmeter [aantal] Klanten elektriciteit met budgetmeter [%] Bron: Infrax Klanten elektriciteit met budgetmeter [aantal] -2012 Klanten elektriciteit met budgetmeter [%] -2012 Vergelijking met 48 Aantal klanten voor elektriciteit met een budgetmeter. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal aansluitingen voor elektriciteit. 97

Recht op gezin Enkele gezinstypes in kaart Gezinnen met minderjarige kinderen 2000 2001 2002 2003 Eénoudergezinnen met minderjarige kinderen [aantal] 764 764 801 847 898 981 1.029 1.075 1.131 Eénoudergezinnen met minderjarige kinderen [%] 17,4 17,4 18,5 19,6 20,8 22,7 23,8 25,1 26,4 Eénoudergezinnen met 15.342 15.342 16.467 17.816 19.303 20.682 22.699 23.590 24.904 minderjarige kinderen [aantal] Eénoudergezinnen met minderjarige kinderen [%] 16,4 16,4 17,7 19,2 20,9 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Eénoudergezinnen met minderjarige kinderen [aantal] 2000- Eénoudergezinnen met minderjarige kinderen [%] 2000- Vergelijking met en Vlaams Gewest 98 22,5 24,7 25,6 27,0

Huishoudens met meer dan 5 personen Maasmechele 6 personen en meer [aantal] n 6 personen en meer [%] 2001 2002 2003 492 485 494 482 472 457 429 424 417 416 3,8 3,7 3,7 3,6 3,5 3,3 3,1 3,0 2,9 2,9 7.352 7.283 7.161 7.060 6.905 6.947 6.952 6.873 6.909 2,4 2,4 2,3 2,2 2,2 2,2 2,1 2,1 2,1 6 personen en meer [aantal] 7.486 6 personen en meer [%] 2,5 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie 6 personen en meer [aantal] 2001-6 personen en meer [%] 2001- Vergelijking met en Vlaams Gewest 99

Het recht op een gezin in gevaar Jongeren in de bijzondere jeugdbijstand 49 Jongeren onder maatregel jeugdbijstand [aantal] bijzondere 219 212 292 311 Jongeren onder jeugdbijstand [%] maatregel bijzondere 3,0 2,9 4,0 4,3 Jongeren onder maatregel jeugdbijstand [aantal] bijzondere 4.702 4.519 5.357 5.541 Jongeren onder jeugdbijstand [%] bijzondere 2,9 2,8 3,3 3,5 maatregel Bron: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Beleidsdomein WVG - Agenschap Jongerenwelzijn Jongeren onder maatregel bijzondere jeugdbijstand [aantal] - 49 Aantal maatregelen voor jongeren in de bijzondere jeugdbijstand. Dit geeft een beeld van de omvang van de groep minderjarigen die opgroeit in een problematische opvoedingssituatie en/of een als misdrijf omschreven feit heeft gepleegd en om die reden begeleiding krijgt in de bijzondere jeugdbijstand. Een jongere kan in de loop van een jaar meerdere maatregelen doorlopen. Dit cijfer is dus slechts een benadering van het aantal jongeren in de bijzondere jeugdbijstand. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal minderjarigen (0-17 jaar). 100

Jongeren onder maatregel bijzondere jeugdbijstand [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 101

Kinderen (0-17) met een alleenstaande ouder 50 2012 Kind bij een alleenstaande ouder (017) [aantal] 966 982 954 972 1.002 978 Kind bij een alleenstaande ouder (017) [%] 13,1 13,3 12,9 13,3 13,7 13,4 Kind bij een alleenstaande ouder (017) [aantal] 19.474 19.353 19.272 19.472 19.593 19.571 Kind bij een alleenstaande ouder (017) [%] 12,1 12,0 12,0 12,2 12,3 12,2 Bron: Rijksregister Kind bij een alleenstaande ouder (0-17) [aantal] -2012 Kind bij een alleenstaande ouder (0-17) [%] -2012 Vergelijking met 50 Aantal minderjarige kinderen (0-17 jaar) die opgroeien in een gezin met een alleenstaande ouder. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal minderjarigen (0-17 jaar). 102

Alleenwonenden Maasmechele Alleenwonende n [aantal] 2001 2002 2003 totaal 2.913 2.946 3.044 3.102 3.186 3.219 3.319 3.389 3.529 3.659 22,3 22,7 22,9 23,3 23,4 23,8 24,1 24,7 25,4 Alleenwonende totaal [%] Alleenwonende [aantal] 22,3 totaal 65.706 67.815 70.214 72.381 74.344 77.120 78.292 80.481 83.090 85.446 Alleenwonende totaal [%] 22,0 22,4 22,9 23,3 23,6 24,2 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Alleenwonende totaal [aantal] 2001- Alleenwonende totaal [%] 2001- Vergelijking met en Vlaams Gewest 103 24,3 24,6 25,0 25,5

Personen met een handicap Naar leeftijd Jongeren (2-18) in het buitengewoon onderwijs Jongeren (2-18) onderwijs [aantal] in het buitengewoon 270 272 282 270 Jongeren (2-18) onderwijs [%] in het buitengewoon 3,8 3,9 4,0 3,9 Jongeren (2-18) onderwijs [aantal] in het buitengewoon 5.313 5.387 5.476 5.547 Jongeren (2-18) onderwijs [%] in het buitengewoon 3,4 3,5 3,6 3,6 Bron: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Stafdiensten Onderwijs en Vorming Jongeren (2-18) in het buitengewoon onderwijs [aantal] - Jongeren (2-18) in het buitengewoon onderwijs [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 104

Personen (21-59) met een integratietegemoetkoming 51 2012 IT 20-59 jaar [aantal] 374 388 414 IT 20-59 jaar [%] 1,8 1,9 2,0 6.598 6.851 7.221 1,4 1,5 1,6 IT 20-59 jaar [aantal] IT 20-59 jaar [%] Bron: FOD Sociale Zekerheid - DG Personen met een handicap IT 20-59 jaar [aantal] -2012 IT 20-59 jaar [%] -2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 51 De integratietegemoetkoming (IT) wordt toegekend aan de persoon met een handicap bij wie een gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid is vastgesteld. Het bedrag van de integratietegemoetkoming verhoogt naargelang de categorie van verminderde zelfredzaamheid. De integratietegemoetkoming gaat in de meeste gevallen samen met een inkomensvervangende tegemoetkoming. 105

Ouderen (65-...) met een integratietegemoetkoming 52 2012 IT 65-... jaar [aantal] 160 159 144 IT 65-... jaar [%] 2,8 2,8 2,4 3.430 3.380 3.229 2,5 2,4 2,2 IT 65-... jaar [aantal] IT 65-... jaar [%] Bron: FOD Sociale Zekerheid - DG Personen met een handicap IT 65-... jaar [aantal] -2012 IT 65-... jaar [%] -2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 52 De integratietegemoetkoming (IT) wordt toegekend aan de persoon met een handicap bij wie een gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid is vastgesteld. Het bedrag van de integratietegemoetkoming verhoogt naargelang de categorie van verminderde zelfredzaamheid. De integratietegemoetkoming gaat in de meeste gevallen samen met een inkomensvervangende tegemoetkoming. 106

Ouderen (65-...) met tegemoetkoming hulp aan bejaarden 53 2012 Ouderen met THAB [aantal] 762 801 817 Ouderen (65-...) met een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden [%] 13,6 13,9 13,8 16.436 17.271 17.486 11,8 12,1 12,0 Ouderen met THAB [aantal] Ouderen (65-...) met een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden [%] Bron: FOD Sociale Zekerheid - DG Personen met een handicap Ouderen met THAB [aantal] -2012 Ouderen (65-...) met een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden [%] -2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 53 De tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB) wordt toegekend aan de persoon van 65 jaar of ouder, bij wie een gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid is vastgesteld. Het bedrag van de tegemoetkoming verhoogt naargelang de categorie van verminderde zelfredzaamheid. 107

Leefomstandigheden Personen (21-...) met een integratietegemoetkoming 54 2012 Pmh met IT [aantal] 534 547 558 Pmh met IT [%] 1,9 1,9 1,9 10.028 10.231 10.450 1,5 1,6 1,6 Pmh met IT [aantal] Pmh met IT [%] Bron: FOD Sociale Zekerheid - DG Personen met een handicap Pmh met IT [aantal] -2012 Pmh met IT [%] -2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 54 De integratietegemoetkoming (IT) wordt toegekend aan de persoon met een handicap bij wie een gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid is vastgesteld. Het bedrag van de integratietegemoetkoming verhoogt naargelang de categorie van verminderde zelfredzaamheid. De integratietegemoetkoming gaat in de meeste gevallen samen met een inkomensvervangende tegemoetkoming. 108

Personen (21-...) met een inkomensvervangende tegemoetkoming 55 2012 Pmh met IVT [aantal] 344 352 364 Pmh met IVT [%] 1,2 1,2 1,3 5.935 6.215 6.299 0,9 1,0 1,0 Pmh met IVT [aantal] Pmh met IVT [%] Bron: FOD Sociale Zekerheid - DG Personen met een handicap Pmh met IVT [aantal] -2012 Pmh met IVT [%] -2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 55 De inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT) wordt toegekend aan de persoon met een handicap van wie is vastgesteld dat zijn/haar lichamelijke of psychische toestand het verdienvermogen heeft verminderd tot een derde of minder van een gezonde persoon. De inkomensvervangende tegemoetkoming compenseert dit inkomstenverlies. Naast de inkomensvervangende tegemoetkoming kan de persoon eventueel ook aanspraak maken op een integratietegemoetkoming. 109

Personen (21-...) met integratie- en inkomensvervangende tegemoetkoming 56 2012 Pmh met IVT en IT [aantal] 313 321 317 Pmh met IVT en IT [%] 1,1 1,1 1,1 5.278 5.536 5.562 0,8 0,8 0,8 Pmh met IVT en IT [aantal] Pmh met IVT en IT [%] Bron: FOD Sociale Zekerheid - DG Personen met een handicap Pmh met IVT en IT [aantal] -2012 56 De integratietegemoetkoming (IT, vermindering van zelfredzaamheid) en de inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT, verminderd verdienvermogen) kunnen beiden aan eenzelfde persoon toegekend worden. 110

Thuiswonen met een handicap Personen (21-...) met integratietegemoetkoming, niet in een instelling verblijvend 57 2012 Pmh met IT niet in een instelling [aantal] 472 485 496 Pmh met IT niet in een instelling [%] 1,7 1,7 1,7 8.259 8.463 8.716 1,3 1,3 1,3 Pmh met IT niet in een instelling [aantal] Pmh met IT niet in een instelling [%] Bron: FOD Sociale Zekerheid - DG Personen met een handicap Pmh met IT niet in een instelling [aantal] -2012 57 De gerechtigden op een integratietegemoetkoming (persoon met een handicap met een gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid) die opgenomen zijn in een instelling ontvangen een integratietegemoetkoming die met een derde verminderd is. 111

Ouderen Naar leeftijd Hoogbejaarden (80-...) Maasmechele 80-... jaar [aantal] n 80-... jaar [%] 80-... jaar [aantal] 80-... jaar [%] 2003 2012 809 856 906 959 1.059 1.117 1.190 1.254 1.332 1.396 2,3 2,4 2,5 2,6 2,9 3,0 3,2 3,4 3,6 3,7 22.120 23.379 24.970 26.568 28.124 29.851 31.571 33.316 35.400 37.373 2,8 2,9 3,1 3,3 3,4 3,6 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie 80-... jaar [aantal] 2003-2012 80-... jaar [%] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 112 3,8 4,0 4,2 4,4

Interne vergrijzing Maasmechele 80-... jaar [aantal] n 80-... jaar [%] 80-... jaar [aantal] 80-... jaar [%] 2003 2012 809 856 906 959 1.059 1.117 1.190 1.254 1.332 1.396 2,3 2,4 2,5 2,6 2,9 3,0 3,2 3,4 3,6 3,7 22.120 23.379 24.970 26.568 28.124 29.851 31.571 33.316 35.400 37.373 2,8 2,9 3,1 3,3 3,4 3,6 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie 80-... jaar [aantal] 2003-2012 Interne vergrijzing [index] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 113 3,8 4,0 4,2 4,4

Allochtone ouderen Ouderen (60-...) met een origine van EU-ex-migratielanden of lage-inkomenslanden 58 2012 Ouderen 60-... met een origine van EU-ex-migratielanden of lageinkomenslanden [aantal] 1.485 1.543 1.571 1.605 1.667 1.741 Ouderen 60-... met een origine van EU-ex-migratielanden of lageinkomenslanden [%] 20,7 21,0 20,9 20,8 21,0 21,4 Ouderen 60-... met een origine van EU-ex-migratielanden of lageinkomenslanden [aantal] 8.418 8.816 9.263 9.702 10.302 10.739 Ouderen 60-... met een origine van EU-ex-migratielanden of lageinkomenslanden [%] 4,8 4,9 5,0 5,1 5,3 5,4 Bron: Rijksregister Ouderen 60-... met een origine van EU-ex-migratielanden of lage-inkomenslanden [aantal] -2012 58 Aantal personen ouder dan 60 jaar met als nationaliteit bij geboorte een nationaliteit van een EU-exmigratieland of een laaginkomensland. De EU-ex-migratielanden zijn Italië, Spanje, Griekenland en Portugal. Lage-inkomenslanden zijn alle landen die de Wereldbank niet classificeert als high income countries. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal inwoners ouder dan 60 jaar. 114

Ouderen 60-... met een origine van EU-ex-migratielanden of lage-inkomenslanden [%] 2012 Vergelijking met 115

Ouderen met een handicap Ouderen (65-...) met een integratietegemoetkoming 59 2012 IT 65-... jaar [aantal] 160 159 144 IT 65-... jaar [%] 2,8 2,8 2,4 3.430 3.380 3.229 2,5 2,4 2,2 IT 65-... jaar [aantal] IT 65-... jaar [%] Bron: FOD Sociale Zekerheid - DG Personen met een handicap IT 65-... jaar [aantal] -2012 IT 65-... jaar [%] -2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 59 De integratietegemoetkoming (IT) wordt toegekend aan de persoon met een handicap bij wie een gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid is vastgesteld. Het bedrag van de integratietegemoetkoming verhoogt naargelang de categorie van verminderde zelfredzaamheid. De integratietegemoetkoming gaat in de meeste gevallen samen met een inkomensvervangende tegemoetkoming. 116

60 Ouderen (65-...) met een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden 2012 Ouderen met THAB [aantal] 762 801 817 Ouderen (65-...) met een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden [%] 13,6 13,9 13,8 16.436 17.271 17.486 11,8 12,1 12,0 Ouderen met THAB [aantal] Ouderen (65-...) met een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden [%] Bron: FOD Sociale Zekerheid - DG Personen met een handicap Ouderen met THAB [aantal] -2012 Ouderen (65-...) met een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden [%] -2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 60 De tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB) wordt toegekend aan de persoon van 65 jaar of ouder, bij wie een gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid is vastgesteld. Het bedrag van de tegemoetkoming verhoogt naargelang de categorie van verminderde zelfredzaamheid. 117

Ouderen en thuiszorg Tenlastenemingen zorgverzekering (65-...) in de thuiszorg 61 Mantel- en thuiszorg 65-... jaar [aantal] 654 692 767 794 871 Mantel- en thuiszorg 65-... jaar [%] 12,3 12,9 13,9 14,1 15,1 16.028 17.466 18.629 20.173 21.796 12,3 13,1 13,7 14,5 15,3 Mantel- en thuiszorg 65-... jaar [aantal] Mantel- en thuiszorg 65-... jaar [%] Bron: Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid Mantel- en thuiszorg 65-... jaar [aantal] - Mantel- en thuiszorg 65-... jaar [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 61 De Vlaamse zorgverzekering biedt een tegemoetkoming in de kosten voor niet-medische zorgen. Zwaar zorgbehoevenden in de thuissituatie (langdurig en ernstig verminderd zelfzorgvermogen) met een indicatiestelling en alle bewoners van een woonzorgcentrum, een rust- en verzorgingstehuis of een psychiatrisch verzorgingstehuis komen in aanmerking. 118

Tenlastenemingen zorgverzekering (65-...) in de residentiële zorg 62 Residentiële zorg 65-... jaar [aantal] 191 197 202 176 159 Residentiële zorg 65-... jaar [%] 3,6 3,7 3,7 3,1 2,8 5.790 5.824 6.140 6.263 6.444 4,4 4,4 4,5 4,5 4,5 Residentiële zorg 65-... jaar [aantal] Residentiële zorg 65-... jaar [%] Bron: Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid Residentiële zorg 65-... jaar [aantal] - Residentiële zorg 65-... jaar [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 62 De Vlaamse zorgverzekering biedt een tegemoetkoming in de kosten voor niet-medische zorgen. Zwaar zorgbehoevenden in de thuissituatie (langdurig en ernstig verminderd zelfzorgvermogen) met een indicatiestelling en alle bewoners van een woonzorgcentrum, een rust- en verzorgingstehuis of een psychiatrisch verzorgingstehuis komen in aanmerking. 119

Mantelzorgratio 2003 2012 Maasmechele 40-79 jaar [aantal] n Mantelzorgratio [index] 16.111 16.374 16.630 16.908 17.130 17.317 17.442 17.600 17.883 18.055 370.26 377.07 384.06 390.25 396.40 402.05 406.91 411.54 415.83 419.19 8 3 6 0 4 4 7 1 4 3 40-79 jaar [aantal] Mantelzorgratio [index] 19,9 16,7 19,1 18,4 16,1 15,4 17,6 14,7 16,2 14,1 15,5 13,5 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie 40-79 jaar [aantal] 2003-2012 Mantelzorgratio [index] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 120 14,7 12,9 14,0 12,4 13,4 11,7 12,9 11,2

Familiale zorgindex Maasmechele 80-... jaar [aantal] n 80-... jaar [%] 80-... jaar [aantal] 80-... jaar [%] 2003 2012 809 856 906 959 1.059 1.117 1.190 1.254 1.332 1.396 2,3 2,4 2,5 2,6 2,9 3,0 3,2 3,4 3,6 3,7 22.120 23.379 24.970 26.568 28.124 29.851 31.571 33.316 35.400 37.373 2,8 2,9 3,1 3,3 3,4 3,6 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie 80-... jaar [aantal] 2003-2012 Familiale zorgindex [index] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 121 3,8 4,0 4,2 4,4

Financiële kwetsbaarheid Ouderen (75-...) die hun recht op voorkeurtarief in de ziekteverzekering opnemen 2012 75+ met voorkeurtarief [aantal] 1.261 1.239 1.261 1.353 1.368 75+ met voorkeurtarief [%] 55,2 52,1 51,1 52,5 52,1 31.947 31.312 31.714 32.568 33.310 54,3 51,1 49,7 49,2 48,7 75+ met voorkeurtarief [aantal] 75+ met voorkeurtarief [%] Bron: Studiedienst Vlaamse Regering op lokalestatistieken.vlaanderen.be 75+ met voorkeurtarief [aantal] -2012 75+ met voorkeurtarief [%] -2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 122

Minderheden Niet-Belgen naar nationaliteit Niet-Belgen 63 2003 2012 Maasmechele Niet-Belgen [aantal] n Niet-Belgen [%] 6.743 6.657 6.605 6.671 6.691 6.856 6.952 7.011 7.069 7.149 18,8 18,5 18,3 18,4 18,4 18,7 18,9 19,0 19,0 19,1 63.502 64.444 65.527 67.184 68.962 71.820 74.404 76.126 78.361 80.101 Niet-Belgen [aantal] Niet-Belgen [%] 7,9 8,0 8,1 8,2 8,4 8,7 Bron: Rijksregister Niet-Belgen [aantal] 2003-2012 Niet-Belgen [%] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 63 Aantal personen op 1 januari met een andere dan de Belgische nationaliteit. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal inwoners. 123 8,9 9,1 9,3 9,4

Niet-Belgen van Maghreblanden en Turkije 64 2003 2012 Maasmechele Maghreblanden en Turkije 1.021 n [aantal] 938 877 828 789 785 765 773 776 778 15,1 14,1 13,3 12,4 11,8 11,4 11,0 11,0 11,0 10,9 Maghreblanden en Turkije 8.932 [aantal] 8.239 7.719 7.214 6.949 6.996 6.873 6.824 6.952 6.902 Maghreblanden en Turkije [%] 12,8 11,8 10,7 10,1 9,7 9,2 9,0 8,9 8,6 Maghreblanden en Turkije [%] 14,1 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Maghreblanden en Turkije [aantal] 2003-2012 Maghreblanden en Turkije [%] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 64 Aantal personen op 1 januari met de huidige Turkse nationaliteit of de nationaliteit van een Maghrebland. De Maghreblanden zijn Marokko, Algerije en Tunesië. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal niet-belgen. 124

Niet-Belgen van Oost-Europa 65 Maasmechele Ex-Oostbloklanden [aantal] n Ex-Oostbloklanden [%] Ex-Oostbloklanden [aantal] Ex-Oostbloklanden [%] 2003 2012 127 114 131 146 143 196 240 283 320 378 1,9 1,7 2,0 2,2 2,1 2,9 3,5 4,0 4,5 5,3 1.722 1.873 2.034 2.512 2.816 3.556 4.251 4.959 5.938 7.045 2,7 2,9 3,1 3,7 4,1 5,0 5,7 6,5 7,6 8,8 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Ex-Oostbloklanden [aantal] 2003-2012 Ex-Oostbloklanden [%] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 65 Aantal personen op 1 januari met als huidige nationaliteit een nationaliteit van een ex-oostblokland (Bulgarije, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowaakse Republiek, Tsjechische Republiek, Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo, Kroatië, Macedonië, Moldavië, Montenegro, Oekraïne, Rusland / Russische Federatie, Servië en Wit-Rusland). Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal niet-belgen. 125

Niet-Belgen van EU-ex-migratielanden Maasmechele EU-ex-migratielanden n [aantal] EU-ex-migratielanden [%] EU-ex-migratielanden [aantal] EU-ex-migratielanden [%] 66 2003 2012 3.451 3.363 3.265 3.174 3.064 2.987 2.938 2.877 2.774 2.701 51,2 50,5 49,4 47,6 45,8 43,6 42,3 41,0 39,2 37,8 16.761 16.159 15.650 15.218 14.738 14.369 14.133 13.848 13.511 13.077 26,4 25,1 23,9 22,7 21,4 20,0 19,0 18,2 17,2 16,3 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie EU-ex-migratielanden [aantal] 2003-2012 EU-ex-migratielanden [%] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 66 Aantal personen op 1 januari met als huidige nationaliteit een nationaliteit van een EU-ex-migratieland (Italië, Spanje, Griekenland en Portugal). Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal niet-belgen. 126

Niet-Belgen van lage-inkomenslanden Maasmechele Lage-inkomenslanden n [aantal] Lage-inkomenslanden [%] Lage-inkomenslanden [aantal] Lage-inkomenslanden [%] 67 2003 2012 1.111 1.036 987 956 927 975 993 1.049 1.141 1.227 16,5 15,6 14,9 14,3 13,9 14,2 14,3 15,0 16,1 17,2 11.694 11.332 11.204 11.422 11.637 12.661 13.275 14.134 15.583 16.796 18,4 17,6 17,1 17,0 16,9 17,6 17,8 18,6 19,9 21,0 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Lage-inkomenslanden [aantal] 2003-2012 Lage-inkomenslanden [%] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 67 Aantal personen op 1 januari met als huidige nationaliteit een nationaliteit van een laaginkomensland. Lageinkomenslanden zijn alle landen die de Wereldbank niet classificeert als high income countries. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal niet-belgen. 127

Inwoners naar herkomst 68 Inwoners van niet-belgische herkomst 2012 17.499 17.937 18.241 18.531 18.872 19.182 48,0 48,9 49,6 50,2 50,8 51,4 169.416 176.198 182.681 188.330 194.339 199.615 20,7 21,3 21,9 22,5 23,0 23,5 Niet-Belgische herkomst [aantal] Niet-Belgische herkomst [%] Niet-Belgische herkomst [aantal] Niet-Belgische herkomst [%] Bron: Rijksregister Niet-Belgische herkomst [aantal] -2012 Niet-Belgische herkomst [%] -2012 Vergelijking met 68 Aantal personen op 1 januari met een andere dan de Belgische nationaliteit bij geboorte. Personen die als Belg geboren zijn, maar waarvan minstens één van de ouders bij hun geboorte niet de Belgische nationaliteit had, beschouwen we ook als personen van vreemde herkomst. Dit is alleen te bepalen voor de kinderen die tussen en 2012 op een gegeven moment inwoonden bij de ouders. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal inwoners. 128

Inwoners met herkomst uit Maghreblanden en Turkije 69 2012 Maghreblanden en Turkije [aantal] 5.339 5.516 5.637 5.822 5.968 6.110 Maghreblanden en Turkije [%] 30,5 30,8 30,9 31,4 31,6 31,9 48.454 50.290 51.988 53.538 55.204 56.606 28,6 28,5 28,5 28,4 28,4 28,4 Maghreblanden en Turkije [aantal] Maghreblanden en Turkije [%] Bron: Rijksregister Maghreblanden en Turkije [aantal] -2012 Maghreblanden en Turkije [%] -2012 Vergelijking met 69 Aantal personen op 1 januari van Turkse herkomst of herkomst van een Maghrebland. De Maghreblanden zijn Marokko, Algerije en Tunesië. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal personen van niet-belgische herkomst. 129

Inwoners met herkomst uit Oost-Europa 70 Ex-Oostbloklanden [aantal] Ex-Oostbloklanden [%] Ex-Oostbloklanden [aantal] Ex-Oostbloklanden [%] 2012 1.343 1.429 1.481 1.497 1.542 1.581 7,7 8,0 8,1 8,1 8,2 8,2 11.547 12.785 14.042 15.270 16.838 18.289 6,8 7,3 7,7 8,1 8,7 9,2 Bron: Rijksregister Ex-Oostbloklanden [aantal] -2012 Ex-Oostbloklanden [%] -2012 Vergelijking met 70 Aantal personen op 1 januari met als herkomst een land van een ex-oostblokland (Bulgarije, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowaakse Republiek, Tsjechische Republiek, Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo, Kroatië, Macedonië, Moldavië, Montenegro, Oekraïne, Rusland / Russische Federatie, Servië en Wit-Rusland). Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal personen van niet-belgische herkomst. 130

Inwoners met herkomst uit EU-ex-migratielanden 71 2012 EU-ex-migratielanden [aantal] 6.575 6.580 6.569 6.573 6.582 6.591 EU-ex-migratielanden [%] 37,6 36,7 36,0 35,5 34,9 34,4 38.105 38.411 38.784 39.166 39.492 39.904 22,5 21,8 21,2 20,8 20,3 20,0 EU-ex-migratielanden [aantal] EU-ex-migratielanden [%] Bron: Rijksregister EU-ex-migratielanden [aantal] -2012 EU-ex-migratielanden [%] -2012 Vergelijking met 71 Aantal personen op 1 januari met als herkomst een EU-ex-migratieland (Italië, Spanje, Griekenland en Portugal). Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal personen van niet-belgische herkomst. 131

Inwoners met herkomst uit lage-inkomenslanden 72 2012 Lage-inkomenslanden [aantal] 6.133 6.394 6.576 6.821 7.070 7.303 Lage-inkomenslanden [%] 35,0 35,6 36,1 36,8 37,5 38,1 63.269 66.922 70.342 73.805 77.892 81.335 37,3 38,0 38,5 39,2 40,1 40,7 Lage-inkomenslanden [aantal] Lage-inkomenslanden [%] Bron: Rijksregister Lage-inkomenslanden [aantal] -2012 Lage-inkomenslanden [%] -2012 Vergelijking met 72 Aantal personen op 1 januari met als herkomst een laaginkomensland. Lage-inkomenslanden zijn alle landen die de Wereldbank niet classificeert als high income countries. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal personen van niet-belgische herkomst. 132

Buitenlandse inwijkingen 73 Buitenlandse inwijkingen per 1.000 inwoners 2000 2001 2002 2003 381 392 413 367 324 467 436 536 547 446 Immigraties - niet-belgen 50,12 [per 1.000 inwoners] 55,13 60,74 54,43 48,67 70,70 65,36 80,11 79,78 64,15 Immigraties [aantal] niet-belgen 4.969 5.865 6.085 5.813 5.789 6.321 6.415 7.152 7.672 6.642 Immigraties - niet-belgen 74,26 [per 1.000 inwoners] 91,71 96,85 91,54 89,83 96,46 95,48 103,71 106,82 89,27 Maasmechele Immigraties n [aantal] - - niet-belgen Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Immigraties - niet-belgen [aantal] 2000- Immigraties - niet-belgen [per 1.000 inwoners] 2000- Vergelijking met en Vlaams Gewest 73 Alle personen die zich in de loop van een jaar vanuit het buitenland in de gemeente vestigen. 133

Buitenlandse inwijkingen, afkomstig van Nederland 1999 2000 2001 2002 2003 190 184 186 213 179 150 266 246 278 Nederland [%] 51,6 48,0 45,7 48,6 47,2 45,6 57,6 57,2 54,3 Nederland [aantal] 2.503 2.942 3.309 3.327 3.302 3.213 3.261 3.491 3.437 Nederland [%] 49,5 54,7 55,9 53,9 54,1 54,6 53,8 54,8 48,4 Nederland [aantal] 74 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie Nederland [aantal] 1999- Nederland [%] 1999- Vergelijking met 74 Alle personen met de Nederlandse nationaliteit, die zich in de loop van een jaar vanuit het buitenland in de gemeente vestigen. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal buitenlandse inwijkingen. 134

Buitenlandse inwijkingen, afkomstig van EU-ex-migratielanden en lage-inkomenslanden 75 1999 2000 2001 2002 2003 EU-ex-migratielanden en lageinkomenslanden [aantal] 137 149 155 141 139 117 128 136 136 EU-ex-migratielanden en lageinkomenslanden [%] 37,2 38,9 38,1 32,2 36,7 35,6 27,7 31,6 26,6 EU-ex-migratielanden en lageinkomenslanden [aantal] 1.306 1.280 1.350 1.600 1.580 1.488 1.517 1.570 1.878 EU-ex-migratielanden en lageinkomenslanden [%] 25,8 23,8 22,8 25,9 25,9 25,3 25,0 24,6 26,5 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie EU-ex-migratielanden en lage-inkomenslanden [aantal] 1999- EU-ex-migratielanden en lage-inkomenslanden [%] 1999- Vergelijking met 75 Alle personen met een nationaliteit van een EU-ex-migratieland (Italië, Spanje, Griekenland en Portugal) en een laaginkomensland (elk land dat de Weredlbank niet classificeert als een 'high income country'), die zich in de loop van een jaar vanuit het buitenland in de gemeente vestigen. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal buitenlandse inwijkingen. 135

Asielzoekers en erkende vluchtelingen 76 Asielzoekers 2012 Personen op wachtregister [aantal] 107 75 62 47 44 48 Personen op wachtregister [per 1.000 inwoners] 2,94 2,05 1,68 1,27 1,18 1,28 Personen op wachtregister [aantal] 3.067 2.753 2.423 2.284 2.198 2.579 Personen op wachtregister [per 1.000 inwoners] 3,74 3,33 2,91 2,72 2,60 3,04 Bron: Rijksregister Personen op wachtregister [aantal] -2012 Personen op wachtregister [per 1.000 inwoners] -2012 Vergelijking met 76 Aantal personen op 1 januari ingeschreven op het wachtregister van de gemeente. Het wachtregister bevat de vreemdelingen die zich vluchteling verklaren of die vragen om als vluchteling te worden erkend. 136

Werkzoekenden van diverse herkomst 77 Werkzoekenden met een origine van EU-ex-migratielanden of lage-inkomenslanden NWWZ uit EU-ex-migratielanden of lageinkomenslanden [aantal] 808 945 1.302 969 991 NWWZ uit EU-ex-migratie- of inkomenslanden tov NWWZ [%] lage- 49,5 53,0 53,3 50,1 52,9 NWWZ uit EU-ex-migratielanden of lageinkomenslanden [aantal] 6.232 7.024 9.652 8.056 7.864 NWWZ uit EU-ex-migratie- of inkomenslanden tov NWWZ [%] 24,8 26,7 29,0 27,9 28,6 lage- Bron: VDAB Studiedienst - Arvastat NWWZ uit EU-ex-migratielanden of lage-inkomenslanden [aantal] - 77 Aantal niet-werkende werkzoekenden met als huidige of vorige nationaliteit een nationaliteit uit een EU-exmigratieland of een laaginkomensland. De EU-ex-migratielanden zijn Italië, Spanje, Griekenland en Portugal. Lage-inkomenslanden zijn alle landen die de Wereldbank niet classificeert als high income countries. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal inwoners op beroepsactieve leeftijd met als nationaliteit bij geboorte een nationaliteit van een EU-ex-migratieland of een laaginkomensland. 137

NWWZ uit EU-ex-migratielanden of lage-inkomenslanden [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 138

Jongeren Het recht op gezin in gevaar Jongeren in de bijzondere jeugdbijstand 78 Jongeren onder maatregel jeugdbijstand [aantal] bijzondere 219 212 292 311 Jongeren onder jeugdbijstand [%] maatregel bijzondere 3,0 2,9 4,0 4,3 Jongeren onder maatregel jeugdbijstand [aantal] bijzondere 4.702 4.519 5.357 5.541 Jongeren onder jeugdbijstand [%] bijzondere 2,9 2,8 3,3 3,5 maatregel Bron: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Beleidsdomein WVG - Agenschap Jongerenwelzijn Jongeren onder maatregel bijzondere jeugdbijstand [aantal] - 78 Aantal maatregelen voor jongeren in de bijzondere jeugdbijstand. Dit geeft een beeld van de omvang van de groep minderjarigen die opgroeit in een problematische opvoedingssituatie en/of een als misdrijf omschreven feit heeft gepleegd en om die reden begeleiding krijgt in de bijzondere jeugdbijstand. Een jongere kan in de loop van een jaar meerdere maatregelen doorlopen. Dit cijfer is dus slechts een benadering van het aantal jongeren in de bijzondere jeugdbijstand. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal minderjarigen (0-17 jaar). 139

Jongeren onder maatregel bijzondere jeugdbijstand [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 140

Risicoschoolloopbanen bij kinderen en jongeren Risicoschoolloopbanen in kleuteronderwijs Risicoschoolloopbanen kleuteronderwijs [aantal] in % risicoschoolloopbanen kleuteronderwijs [%] Risicoschoolloopbanen kleuteronderwijs [aantal] % risicoschoolloopbanen kleuteronderwijs [%] in in in 79 het 21 22 16 24 29 19 het 1,6 1,7 1,2 1,7 2,1 1,3 het 484 471 490 504 505 486 het 1,6 1,6 1,7 1,7 1,7 1,6 Bron: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Stafdiensten Onderwijs en Vorming Risicoschoolloopbanen in het kleuteronderwijs [aantal] - Percentage risicoschoolloopbanen in het kleuteronderwijs [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 79 Risicoschoolloopbanen in het kleuteronderwijs op 1 februari. Dit is de optelsom van kleuters met schoolse vertraging in het gewoon kleuteronderwijs en leerlingen buitengewoon kleuteronderwijs. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal leerlingen kleuteronderwijs, wonend in de gemeente. 141

142

Risicoschoolloopbanen in lager onderwijs 80 Risicoschoolloopbanen in het lager onderwijs [aantal] 691 671 660 622 658 644 % risicoschoolloopbanen in het lager onderwijs [%] 26,8 27,1 27,5 26,6 28,1 27,8 Risicoschoolloopbanen in het lager onderwijs [aantal] 10.996 10.837 10.664 10.588 10.768 10.918 % risicoschoolloopbanen in het lager onderwijs [%] 19,7 19,8 19,8 19,8 20,3 20,7 Bron: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Stafdiensten Onderwijs en Vorming Risicoschoolloopbanen in het lager onderwijs [aantal] - Percentage risicoschoolloopbanen in het lager onderwijs [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 80 Risicoschoolloopbanen in het lager onderwijs op 1 februari. Dit is de optelsom van leerlingen met schoolse vertraging in het gewoon lager onderwijs en leerlingen buitengewoon lager onderwijs. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal leerlingen lager onderwijs, wonend in de gemeente. 143

Risicoschoolloopbanen in secundair onderwijs Risicoschoolloopbanen in secundair onderwijs [aantal] % risicoschoolloopbanen secundair onderwijs [%] in Risicoschoolloopbanen in secundair onderwijs [aantal] % risicoschoolloopbanen secundair onderwijs [%] in 81 het 774 801 823 823 805 801 het 27,2 27,9 28,4 28,5 28,4 27,7 het 12.683 12.824 12.895 13.031 13.060 13.251 het 20,6 20,6 20,5 20,8 21,0 21,5 Bron: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Stafdiensten Onderwijs en Vorming Risicoschoolloopbanen in het secundair onderwijs [aantal] - Percentage risicoschoolloopbanen in het secundair onderwijs [%] - Vergelijking met en Vlaams Gewest 81 Risicoschoolloopbanen in het secundair onderwijs op 1 februari. Dit is de optelsom van leerlingen met minstens één jaar schoolse vertraging in B-stroom/BSO van het gewoon secundair onderwijs, leerlingen met minstens twee jaar schoolse vertraging in A-stroom/ASO-TSO-KSO van het gewoon secundair onderwijs, leerlingen buitengewoon secundair onderwijs en leerlingen deeltijds beroepssecundair onderwijs. Dit aantal wordt bekeken ten opzichte van het totaal aantal leerlingen secundair onderwijs, wonend in de gemeente. 144

145

Het recht op werk bedreigd Jongeren (18-24), werkzoekend en laaggeschoold Maasmechele Jongeren (18-24 jaar), n werkzoekend en zonder diploma HSO [aantal] Jongeren (18-24 werkzoekend laaggeschoold [%] jaar), en 2002 2003 301 296 284 249 143 172 187 268 207 190 8,3 8,3 8,1 7,3 4,3 5,2 5,6 8,3 6,3 5,7 3.660 3.572 3.433 2.279 1.986 2.451 3.422 2.666 2.566 4,9 4,9 4,8 3,2 2,8 3,5 4,9 3,8 3,6 Jongeren (18-24 jaar), 3.499 werkzoekend en zonder diploma HSO [aantal] Jongeren (18-24 werkzoekend laaggeschoold [%] jaar), en 82 4,6 Bron: VDAB Studiedienst - Arvastat Jongeren (18-24 jaar), werkzoekend en zonder diploma HSO [aantal] 2002-82 Aantal niet-werkende werkzoekende jongeren (18-24 jaar) zonder diploma hoger secundair onderwijs ten opzichte van alle jongeren (18-24 jaar). Het gaat om jonge werkzoekenden die geen onderwijs gevolgd hebben, niet meer dan de tweede graad secundair onderwijs of de derde graad beroepsonderwijs, die op leercontract hebben gezeten of (buitenlandse) studies gevolgd hebben die niet erkend zijn. 146

Jongeren (18-24 jaar), werkzoekend en laaggeschoold [%] 2002- Vergelijking met en Vlaams Gewest 147

Jongeren (18-24), langdurig werkzoekend Maasmechele Jongeren (18-24 jaar), n langer dan één jaar werkzoekend [aantal] Jongeren (18-24 langer dan één werkzoekend [%] jaar), jaar 2002 2003 144 207 189 161 76 64 74 168 136 128 4,0 5,8 5,4 4,7 2,3 1,9 2,2 5,2 4,1 3,8 2.422 2.464 2.163 1.417 879 920 1.919 1.651 1.371 3,2 3,4 3,0 2,0 1,3 1,3 2,7 2,3 1,9 Jongeren (18-24 jaar), 1.480 langer dan één jaar werkzoekend [aantal] Jongeren (18-24 langer dan één werkzoekend [%] jaar), jaar 2,0 Bron: VDAB Studiedienst - Arvastat Jongeren (18-24 jaar), langer dan één jaar werkzoekend [aantal] 2002- Jongeren (18-24 jaar), langer dan één jaar werkzoekend [%] 2002- Vergelijking met en Vlaams Gewest 148

Bestaansonzekere jongeren Jongeren (18-24) met een leefloon 2003 2012 26 20 28 31 21 29 34 27 44 37 Leefloners en equivalente leefloners 18-24 jaar [%] 0,73 0,57 0,82 0,92 0,63 0,87 1,05 0,82 1,31 1,10 Leefloners leefloners [aantal] en equivalente 18-24 jaar 752 696 625 664 647 600 615 721 736 690 Leefloners en equivalente leefloners 18-24 jaar [%] 1,01 0,95 0,87 0,93 0,92 0,86 0,88 1,02 1,03 0,96 Maasmechele Leefloners n leefloners [aantal] en equivalente 18-24 jaar Bron: POD Maatschappelijke integratie, Armoedebestrijding, Sociale Economie en Grootstedenbeleid Leefloners en equivalente leefloners 18-24 jaar [aantal] 2003-2012 Leefloners en equivalente leefloners 18-24 jaar [%] 2003-2012 Vergelijking met en Vlaams Gewest 149