Lasrookemissie Neptune Inleiding Met behulp van de module C.3.1 Lassen van het werkboek metalektro industrie van maart 05 is een visie ontwikkeld op de te nemen milieumaatregelen bij het lasproces. De milieubelasting bij lassen heeft bij Neptune betrekking op emissies naar de lucht (met name emissie van lasrook), het energieverbruik en het vrijkomen van afvalstoffen. In dit document is alleen de lasrookemissie onderzocht. Situatie lasproces Neptune Bij Neptune wordt circa 6 ton lasdraad en laselektrodes per jaar gebruikt (inclusief verbruik nieuwe hallen) bij het lassen van onder andere stalen (werk)schepen en nautisch materieel op de scheepshelling of in de metaalbewerkingsloods (loods 5). Er wordt hoofdzakelijk ferrostaal gelast. Globaal kan worden gezegd dat het meeste lastoevoegmateriaal wordt verbruikt in loods 5 en de nieuwe scheepsbouwloodsen (naar schatting 3,5 ton) en het overige deel op de scheepshelling (naar schatting 2,5 ton). Daarnaast wordt gelast op andere locaties op het buitenterrein indien dit nodig is. Neptune past de onderstaande lastechnieken toe: - Autogeen - MIG/MAG - TIG - Booglassen met beklede elektroden Bij Neptune wordt voornamelijk booglassen en MIG/MAG lassen toegepast. Autogeen lassen en TIG-lassen worden op kleine schaal toegepast. TIG-lassen wordt voornamelijk toegepast bij RVS lassen. Aluminium en RVS lassen vindt slechts incidenteel plaats. RVS wordt alleen op zeer kleine schaal door onderaannemers gelast bijvoorbeeld bij de verplaatsing van bevestigingspunten aan RVS scheepsdelen als relingen, trapjes en kikkers. RVS wordt uitsluitend binnen gelast onder een bronafzuiging voorzien van filter met een rendement van 95%. Stappenplan lasrookemissie Stap 1: is recirculatie mogelijk? Uit oogpunt van energiebesparing is het volgens het stappenplan aan te bevelen om de gereinigde lucht in de oorspronkelijke ruimte terug te brengen waaruit deze is afgezogen. Met name waarbij het gaat om grote hoeveelheden en grote hallen is energiebesparing interessant.
Bij Neptune wordt uitsluitend in loods 5, 16 en 18 binnen gelast. De afgezogen lucht wordt hier niet gerecirculeerd. Er is een bronafzuiging aanwezig in de loods waaronder kleine werkstukken en roestvaststaal wordt gelast. Het gaat hier om kleine hoeveelheden waarbij recirculatie geen relevante bijdrage levert aan het besparen van energie. Daarnaast worden in loods 5, 16 en 18 grote werkstukken gelast zonder dat hier specifieke bronafzuiging wordt toegepast. De werkstukken zijn te groot om bronafzuiging toe te kunnen passen. De lasrook wordt via mechanische dakventilatie afgezogen. De afgezogen lucht wordt niet gefilterd. Recirculatie is in dit geval dan ook niet mogelijk. Indien geen recirculatie wordt toegepast dient verder te worden gegaan met stap 2. Stap 2: is bij het toegepaste lasproces, de soort toevoegmateriaal en het te lassen materiaal nabehandeling van lasrookemissies nodig? Bij deze stap dienen, wanneer meerdere lasprocessen plaatsvinden, alle hoeveelheden toevoegmaterialen opgeteld te worden. Het totaal hiervan dient te worden getoetst aan het lasproces met het hoogste nummer. Deze klasse-indeling komt uit de arbowetgeving (praktijkrichtlijn 13 maart 02). Het totaal aan toevoegmaterialen dat per jaar wordt verbruikt bedraagt 6 ton. Hieronder zijn de binnen de inrichting toegepaste lasprocessen en materialen weergegeven met daarbij de klasse waarin ze vallen, de ventilatie en afzuigverplichtingen en de milieu-eisen. Zoals uit de onderstaande tabellen blijkt dient te worden getoetst aan klasse III. Klasse I en II Lasproces en materialen TIG, alle ongeverfde* materialen Autogeen, alle ongeverfde* materialen Ventilatie / afzuiging Ruimte ventilatie, geen filtratie nodig Bronafzuiging, geen filtratie nodig *) Materialen worden ten alle tijden volledig ontdaan van verf en andere beschermende lagen voordat deze worden gelast. Klasse III Lasproces en materialen Beklede elektrode, uitsluitend ongeverfd* staal. MAG gevulde draad, Alle ongeverfde* materialen, m.u.v. RVS. MIG/Mag massieve draad, alle ongeverfde* materialen, m.u.v. Cu-, Be- en V-legeringen. Ventilatie / afzuiging Toepassen bronafzuiging is verplicht, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is. Ruimte ventilatie, geen filtratie nodig Bronafzuiging bestaande situaties, filtratie is verplicht. bij een verbruik van meer dan 60 kg lastoevoegmateriaal verplicht tenzij de emissie-eisen uit de NeR niet worden overschreden. *) Materialen worden ten alle tijden volledig ontdaan van verf en andere beschermende lagen voordat deze worden gelast.
Ventilatie / afzuiging Bij Neptune worden voornamelijk scheepsrompen en nautisch materieel gelast. Toepassing van bronafzuiging is hier dan ook redelijkerwijs niet mogelijk (zie p. 27 en 28, werkboek metalektro mrt 05) omdat er altijd wordt gelast aan grote- en lange constructies. Daarnaast zou bronafzuiging meer dan 10 keer per uur verplaatst moeten worden. Kleine constructies worden gelast onder de bronafzuiging (voorzien van filter) in loods 5. Loods 5 wordt afgezogen via ruimte ventilatie (mechanische dakventilatie). Volgens de klasse III tabel is hier filtratie niet nodig. Op de scheepshelling vindt geen afzuiging van lasrook plaats. Het toepassen van bronafzuiging is verplicht, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is. Op de scheepshelling en in loods 5 is bronafzuiging, zoals eerder aangegeven, niet mogelijk. Filteren van de lasrook geproduceerd in de centrale hal van loods 5 en op de scheepshelling is hier dan ook niet mogelijk. De emissies zijn getoetst aan de hand van het NeR stappenplan zoals hieronder weergegeven. Stap 1 Wanneer hanteert u de NeR? Er treden wezenlijke lasrookemissies op; de NeR is van toepassing. Stap 2 Gaat ander beleid vóór de NeR? Als onderdeel van het doelgroepenbeleid is voor de metaalindustrie een milieubeleidsconvenant opgesteld. Onderdeel daarvan is het Stappenplan lasrookemissies, waarin een eenduidige aanpak van lasrookemissies is vastgelegd. Stap 3 Is een bijzondere regeling van toepassing? De NeR kent algemene eisen en enkele tientallen bijzondere regelingen voor specifieke branches of situaties. Voor de metaalindustrie is geen bijzondere regeling van toepassing is. Daarom gelden de algemene eisen uit de NeR. Stap 4 Hoe werken de algemene eisen? Van welke stoffen kunnen relevante emissies optreden? Om dit te bepalen moet u de vracht toetsen aan de grensmassastroom van de relevante stofklassen. Hiervoor heeft u informatie nodig over de aard en omvang van de emissie: welke stoffen kunnen vrijkomen en in welke hoeveelheden? De relevante emissie is in dit geval lasrook afkomstig van het lassen van ferro- en non-ferrostaal en RVS. Hieronder is weergegeven welke emissies door Neptune worden uitgestoten: - Stof: de NeR kent hier geen grensmassastroom voor. De NeR is hier dus altijd van toepassing. Er wordt voor de emissie-eis echter onderscheid gemaakt in de grootte van de vracht. - Chroom IV en nikkel (komen alleen vrij bij RVS lassen): hiervoor geldt de minimalisatieverplichting.
In de tabel op de laatste pagina van dit stappenplan is weergegeven of de emissies van deze stoffen relevant zijn of niet. De vrachten zijn bepaald aan de hand van globale leveranciersgetallen de kentallen voor de Fume Emission Rate (FER) zoals deze in het werkboek metalektro zijn beschreven. Het heeft geen zin gedetailleerde absolute waarden op te geven op basis van leveranciersgegevens omdat deze in de praktijk een grote spreiding hebben door de specifieke situatie bij het bedrijf. Op basis van de getallen in het werkboek is een goede en reële inschatting te maken. Indien men de emissie bepaalt op basis van leveranciersgegevens (maximaal 1% van het toevoegmateriaal emitteert) blijken de emissies nog lager te zijn. Stap 5 Welke concentratie-eis geldt voor deze stoffen? Door toetsing aan de grensmassastroom heeft u bepaald of de NeR van toepassing is of niet. Hierbij is duidelijk geworden aan welke emissies eisen kunnen worden gesteld. De eisen in de NeR representeren zoveel mogelijk de Stand der Techniek. De emissie-eisen met daarbij de daadwerkelijke concentraties voor de diverse emissiepunten zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Van het lassen op de scheepshelling is geen emissie te berekenen, er vindt immers geen afzuiging plaats. Van het lassen in de centrale ruimte van loods 5 is geen emissie te berekenen omdat het debiet van de ventilatie niet bekend is. Deze is dan ook ingeschat. Stap 6 Hoe zit het met ALARA? In zijn algemeenheid mag u ervan uitgaan dat de eisen in de NeR de Stand der Techniek vertegenwoordigen en dat na afweging van een aantal factoren hiermee tevens volgens het alara-principe gewerkt wordt. Zoals in Module C3 van het Werkboek metalektro is beschreven zijn er een aantal maatregelen om luchtemissies te verminderen. Het betreft de volgende maatregelen: - LA.01 schoon materiaal lassen; - LA.02 optimalisatie van de procescondities bij het booglassen; - LA.03 toepassing van minder milieuschadelijke toevoegmaterialen en/of een minder schadelijk lasproces; - LA.04 afzuiging en nabehandeling van lasrook, daar waar dit mogelijk is (alleen bronafzuiging in loods 5 voor lassen kleine materialen en RVS). Neptune past deze maatregelen toe en voldoet daarmee dan ook aan de stand der techniek.
Tabel I: lasrookemissie Neptune Emissiepunt Stof Grensmassastroom (g/uur) Loods 5, hal - Stof > 0 Loods 5, RVS: Bronafzuiging - Stof > 0 (debiet = 10 m 3 /uur) - Chroom 0,5 - Nikkel 5 Overig: - Stof > 0 Scheepsbouwhal len, nieuwe hal 16 en 18 Overig: - Stof Scheepshelling - Stof > 0 Buitenterrein - Stof > 0 Emissieeis (mg/m 3 ) 5 0,1 1 5 Maximaal aantal apparaten gelijktijdig in werking Stroomster kte (A) FER (g / uur) Vracht (g/uur) Emissie (mg/m 3 ) 6 140 180 < Gem. 1 Geen afzuigdebiet bekend, schatting Max. 300 5.000m 3 /uur: 30 g/m 3 1 140 180 < 10 2 140 180 < 0,37 (na filtering) 0,09 (na filtering) 0,04 (na filtering) 0,31 mg/m 3 (na filtering, 95% rendement) 0,08 mg/m 3 (na filtering, 95% rendement) 0,04 mg/m 3 (na filtering, 95% rendement) Opmerkingen bij de bovenstaande tabel: - Er wordt gemiddeld 8 uur gelast op de diverse locaties bij Neptune. De inschakelduur van het lasapparaat bedraagt circa % van deze tijd. Het is dan ook alleen statistisch mogelijk dat alle apparaten daadwerkelijk langdurig gelijktijdig in ingeschakeld zijn. De vracht zal dan ook maar zelden zo hoog zijn als de in de tabel opgegeven vracht. Er kan vanuit worden gegaan dat, daar waar maximaal 6 apparaten worden gebruikt, slechts de helft gelijktijdig inwerking is. De emissie is in deze gevallen dan ook berekend met 1 g/uur. - Indien de emissie voor de leveranciersgegevens wordt berekend voor de hal in loods 5/scheepsbouwhallen bedragen de vracht en de emissie voor stof zoals hieronder beschreven. Hierbij is de 35 kg stof bepaald aan de hand van het verbruik van lastoevoegmateriaal (3,5 ton/jaar in loods 5 met een emissiefactor van 1%): Max. 100 0,42 mg/m 3 (na filtering, 95% rendement) > 0 5 2 140 180 < Max. 100 0,42 mg/m 3 (na filtering, 95% rendement) 6 140 180 < Gem. 1 Max. 300 6 140 180 < Gem. 1 Max. 300 Geen afzuiging Geen afzuiging 35 kg stof / jaar 16,8 g/uur Jaarvracht g/uur = --------------------------- = 16,8 g/uur. Emissie mg/m 3 = --------------------- = 3,4 mg/m 3 261 dagen * 8 uur 5.000 m 3 /uur Aanvraag revisievergunning Wet milieubeheer, Neptune Shipyards B.V. Rapportnr.: 083r110810