AANLEVERSPECIFICATIES CHECKLIST Gebruik deze checklist om de meest voorkomende fouten te voorkomen. DOCUMENTEN WORDEN IN DE VERKEERDE STAND AANGELEVERD Bij het aanleveren van een bestand met voor- en achterkant moet je goed letten op de ligging van beide zijden. Voorkomende problemen De voor- en achterkant van het document worden niet in de juiste stand aangeleverd. Bijvoorbeeld: een ansichtkaart waarbij het beeld van de voorkant staande is en het beeld van de achterkant liggend. Om dit te voorkomen kun je het model gebruiken dat hieronder staat, om te bekijken hoe de ligging van jouw document is en in welke stand je het dient aan te leveren. Rotatiewijze: staand document 1 2 Rotatiewijze: liggend document Rotatiewijze: Gerilde / gevouwen producten Binnen 2 achterzijde voorzijde Binnen 1 achterzijde voorzijde Binnen 1 Binnen 2 Buitenkant Binnenkant Buitenkant Binnenkant pagina 01/05
UW BESTAND HEEFT GEEN AFLOOP/SNIJMARGE Om te voorkomen dat er na het snijden witranden ontstaan, of delen van je ontwerp wegvallen, moet het aan te leveren bestand aan alle zijden groter zijn dan het gekozen formaat. De afloop is al in het aanleverformaat opgenomen. Voor de meeste producten geldt een afloop van 3 mm rondom. Afbeeldingen of achtergrondkleuren zijn niet in de afloop geplaatst. De afloop is te klein, of wordt niet meegegeven in het opmaakprogramma. De afloop wordt wel goed aangelegd, maar door foutief te exporteren niet meegegeven aan de PDF. In Office-programma s is het niet mogelijk om afloop en/of snijtekens aan te geven. Alle afbeeldingen of achtergrondkleuren die tot de rand lopen behoeven minimaal 3 mm afloop. Controleer of je document is voorzien van afloop. Vermijd Office-programma s voor het opmaken van drukwerk. FOLDERS HEBBEN DE VERKEERDE PAGINABREEDTE Paginabreedte is het formaat (horizontaal) van een pagina in het opmaakprogramma. Voorbeeld Bij de opmaak van een A4 folder (297 mm breed), gevouwen naar een wikkel, wordt het plano-formaat verdeeld in 3 gelijke delen (99-99 - 99 mm). Maak de bestanden op aan de hand van de werktekeningen op onze website. In dit voorbeeld: 98-99 - 99 mm. 98 mm 99 mm 99 mm 302 mm 216 mm pagina 02/05
DE LETTERTYPEN ZIJN NIET INGESLOTEN Tijdens het exporteren van je bestand naar PDF sluit je de lettertypen in. Dit zorgt ervoor dat de drukker deze niet hoeft in te laden (activeren) om je bestand te drukken. Lettertypen kunnen niet worden ingesloten wanneer ze niet geactiveerd zijn, beschermd zijn, of wanneer je ze niet hebt geïnstalleerd. In geïmporteerde EPS-delen zijn lettertypen niet ingesloten. Plaatsvervangende lettertypen in het bestand worden in de PDF overgenomen. Door een verkeerde exportinstelling worden de lettertypen door Office-programma s niet ingesloten tijdens het exporteren. Gebruik software om je lettertypen te beheren. Hierin kun je lettertypen activeren en deactiveren. Gebruik geen beschermde lettertypen. Sluit bij EPS bestanden voor het importeren naar een ander opmaakprogramma de lettertypen in, of zet deze om naar lettercontouren. Let op de juiste Distiller- en exporteerinstellingen. DE LETTERTYPEN IN DE OPMAAK ZIJN ONSCHERP Onscherpe teksten zijn teksten die zijn gerasterd (pixels) en daarna vergroot. De DPI (dots per inch) van deze teksten is door de vergroting te klein. Deze teksten komen hierdoor wazig over, waardoor je ze niet duidelijk kunt lezen. Gerasterde tekst wordt vergroot in het opmaakprogramma. Het bestand wordt onbedoeld gecomprimeerd tijdens de PDF-export. In oudere Photoshop-programma s wordt tekst gerasterd. Door latere vergroting wordt tekst dan onscherp. De lay-out wordt al direct in het opmaakprogramma met een te lage resolutie opgemaakt. Hanteer de juiste druk- en PDF-instellingen. Gebruik de juiste opmaakprogramma s (bij Adobe vanaf CS) die tekstlagen ondersteunen. Zorg dat de resolutie van het document 300 dpi is en dat het is opgemaakt volgens de juiste maatvoering. pagina 03/05
AFBEELDINGEN IN DE OPMAAK HEBBEN EEN TE LAGE RESOLUTIE De resolutie wordt bepaald door het aantal pixels per inch. Dit wordt ook wel DPI (dots per inch) genoemd. Voor drukwerk is een minimale resolutie van 300 DPI nodig. De afbeelding is niet juist verwerkt in een grafisch programma (zoals Photoshop). De afbeelding is niet juist gekoppeld aan het originele bestand en toont slechts een voorbeeldweergave. De afbeelding is van internet gedownload en heeft dus een (web)resolutie van 72 dpi. De afbeelding heeft wel een goede resolutie (300 dpi), maar is vergroot in een opmaakprogramma. Bij het maken van de PDF (voornamelijk in Office programma s), wordt het bestand verkeerd gecomprimeerd en heeft daardoor een slechte kwaliteit. Gebruik afbeeldingen met een resolutie van 300 dpi en maak deze niet groter dan 100% van de ware grootte. TRANSPARANTIES WORDEN NIET GOED WEERGEGEVEN Transparantie betekent dat er in jouw document afbeeldingen of objecten zitten die (deels) doorzichtig zijn. Bij de transparantie-afvlakking worden de verkeerde instellingen gebruikt. Wanneer transparante afbeeldingen niet worden afgevlakt tijdens het exporteren naar PDF, geeft dit vaak problemen in de RIP-software. Het gebruik van PMS en full color geeft problemen bij het afvlakken. Transparanties kun je als volgt afvlakken: exporteer je bestand naar PDF 1.3 (PDF/X- 1a:2001), of haal je bestand als PostScript-bestand door de Distiller. Zet je PMS-kleuren om naar CMYK voordat je met transparanties gaat werken. pagina 04/05
BIJ HET AFVLAKKEN VAN TRANSPARANTIES TREDEN PROBLEMEN OP Afvlakken is een proces dat plaatsvindt tijdens het exporteren van een bestand (een PDF maken). Transparanties kunnen in dit proces problemen opleveren. Voorkomende problemen Steunkleuren met achterliggende transparanties hebben bij Illustrator-bestanden verkeerde waarden na de CMYK-conversie in PDF. Afbeeldingen met een schaduw beïnvloeden de onderliggende tekstframes. en in tekstframes, onder vrijgemaakte transparante beeldobjecten, worden na het afvlakken vetter doordat deze in outlines of pixels worden veranderd. Bekijk het bestand in Acrobat altijd in het overdrukvoorbeeld, om het verwachte resultaat te bekijken. Plaats alle tekstframes op de voorgrond. Zet objecten met steunkleuren uit Illustrator, met transparanties bij het exporteren naar PDF, niet om naar CMYK-kleuren. ONJUISTE ZWARTOPBOUW (DOOR KLEURCONVERSIE) Zwartopbouw is de opbouw van de kleur zwart in CMYK: Cyaan, Magenta, Yellow en Black. Tezamen mogen deze vier drukkleuren bij zwartopbouw niet meer dan 280% zijn. Foutieve instellingen in het converteren van CMYK tijdens de export naar PDF. In Office-bestanden kan zwart opgemaakt zijn in RGB kleuren. Bij omzetting naar CMYK wordt zwart opgebouwd uit CMYK proceskleuren. Door een te zware opbouw van kleurgebruik (CMYK) gaan kleuren tijdens het drukken smetten en blijven er op het volgende drukvel inktsporen achter. Gebruik betrouwbare kleurprofielen zoals ISO-coated. In Acrobat converteer je als volgt van RGB naar CMYK: Geavanceerd -> kleuren converteren met de optie zwart behouden. Converteer CMYK bestanden slechts één keer met betrekking tot kleur. Zorg ervoor dat de opbouw van kleuren in het document niet zwaarder zijn dan 280% (%C+%M+%Y+%K). pagina 05/05