Wat is een laparoscopie?
Wat is een laparoscopie? Een laparoscopie is een kijkoperatie in de buik. De arts voert de operatie uit met een laparoscoop. Dat is een lange dunne kijkbuis. Aan het uiteinde van deze buis zit een lampje. Aan de andere kant zit een camera. Deze camera is aangesloten op een beeldscherm. De arts brengt de kijkbuis via een klein sneetje in de buik. Op het beeldscherm ziet hij dan de binnenkant van de buik. Met een laparoscopie kan de arts de oorzaak van klachten opsporen en (kijk)operaties doen. Zij kan bijvoorbeeld verklevingen weghalen, een blindedarmoperatie doen of een orgaan weghalen. De instrumenten voor de operatie brengt hij in de buik via andere kleine sneetjes. Vergeleken met een 'gewone' buikoperatie heeft een laparoscopie de volgende voordelen: - de littekens zijn kleiner. - de kleine wondjes zijn minder pijnlijk dan een grote wond. - u hoeft minder lang in het ziekenhuis te blijven. - de meeste mensen herstellen sneller. - de kans op verklevingen (littekenweefsel) in de buikholte is kleiner. Wel duurt een laparoscopie soms langer dan een gewone operatie. Het nadeel hiervan is dat u langer onder narcose bent. Een andere naam voor laparoscopie is sleutelgatchirurgie. 1
Wanneer krijgt u een laparoscopie? Er zijn verschillende redenen om een laparoscopie te doen. Een arts kan een laparoscopie doen om uit te zoeken waarom u bepaalde klachten hebt. Verklevingen of ontstekingen in de buik zijn bijvoorbeeld duidelijk te zien. Verder kan de arts stukjes weefsel weghalen voor onderzoek. Onderzoek met de laparoscoop heet een diagnostische laparoscopie. Een arts kan ook opereren via een laparoscoop. Dit heet een therapeutische laparoscopie. U krijgt dan nog één of meer andere sneetjes in de buik. Door deze sneetjes kan de arts instrumenten in de buik brengen. Voorbeelden van operaties die met de laparoscoop gedaan worden zijn: - operaties waarbij de arts een orgaan weghaalt, bijvoorbeeld de galblaas, de prostaat, de blindedarm, de nier of de bijnier; - reparatie van buikwandbreuken, zoals een liesbreuk of een navelbreuk; - operaties aan organen zoals dikke darm, milt en lever. - operaties bij vrouwen, zoals sterilisatie, het weghalen van vleesbomen of het weghalen van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Bij sommige mensen is een laparoscopie niet mogelijk. Bijvoorbeeld bij mensen met ernstig overgewicht of bij mensen met hartproblemen. Wat gebeurt er bij een laparoscopie? Bij de meeste mensen gebeurt een laparoscopie onder narcose. Soms is een plaatselijke verdoving mogelijk. De arts maakt een sneetje van ongeveer 1 centimeter net onder de navel. De buikholte wordt gevuld met koolzuurgas. Hierdoor ontstaat ruimte in de buikholte, zodat de arts de verschillende organen goed kan zien. Daarna brengt de arts via hetzelfde sneetje een laparoscoop (kijkbuis) in de buik en sluit deze aan op een videocamera. Op een beeldscherm is de binnenkant van de buik goed te zien. 2
De arts maakt enkele andere sneetjes in de buik. Via deze sneetjes kan hij de instrumenten inbrengen om te opereren. Als de operatie klaar is haalt de arts de laparoscoop en de instrumenten weer uit de buikholte en laat het koolzuurgas eruit lopen. Daarna hecht hij de sneetjes. Na een laparoscopie Na een laparoscopie moet u nog enige tijd in het ziekenhuis blijven. Het hangt af van de operatie hoe lang. De meeste mensen kunnen na een paar dagen weer naar huis. Voor de operatie krijgt u een infuus waarmee u vocht krijgt toegediend. Dit infuus moet blijven zitten totdat u zelf weer genoeg kunt drinken. Tijdens sommige ingrepen is een blaaskatheter nodig. Dat is een slangetje om de urine af te voeren. Bij sommige mensen heeft de arts ook een drain ingebracht. Dit is een slangetje waardoor het wondvocht naar buiten loopt. Na de operatie moeten de drain en de katheter waarschijnlijk nog een of twee dagen blijven zitten. Na een laparoscopie kunt u verschillende klachten hebben, zoals: - pijn. U krijgt medicijnen tegen de pijn. - schouderpijn. Deze pijn ontstaat door het koolzuurgas dat tijdens de operatie in uw buik zat. Het lichaam ruimt het koolzuurgas vanzelf op. De pijn is de dag na de operatie meestal over. - een misselijk gevoel. - vermoeidheid. De meeste mensen zijn twee weken na een laparoscopie weer helemaal hersteld. Na een kleine operatie gaat het herstel sneller dan na een zware operatie. 3
Risico's en complicaties bij een laparoscopie Na een laparoscopie kunnen complicaties optreden. U kunt bijvoorbeeld een nabloeding of een wondinfectie krijgen. Heel soms raken organen beschadigd door de laparoscoop of de andere instrumenten. Na een laparoscopie kunnen verklevingen in de buikholte ontstaan. Maar de kans hierop is ook veel kleiner dan na een gewone operatie. Bij de volgende klachten moet u direct contact opnemen met de huisarts of het ziekenhuis: - koorts (meer dan 38 graden); - hevige buikpijn; - vocht uit de wondjes. Verantwoordingstekst laparoscopie De informatie over laparoscopie is algemeen. Hebt u na nog vragen, dan kunt u die stellen aan uw arts. De teksten zijn gebaseerd op: - voorlichtingsmateriaal van de Nederlandse Vereniging voor Endoscopische Chirurgie; - voorlichtingsmateriaal van het Universitair Medisch Centrum Sint Radboud; - voorlichtingsmateriaal van het Erasmus Medisch Centrum; - Informatie van de Maag Lever Darm Stichting. 137129-PK367-09/09 Deze folder is een uitgave van het Gemini Ziekenhuis 4