Schildklierchirurgie - 1 -
Deze folder heeft tot doel de procedure bij operatieve ingrepen aan de schildklier te beschrijven en te verduidelijken. Waarom moet de schildklier of een deel van de schildklier verwijderd worden? De normale schildklier situeert zich onderaan de hals, voor de luchtpijp en de slokdarm. De schildklier produceert chemische stoffen of hormonen, die via de bloedbaan een functie hebben in het ganse lichaam. Een correcte werking van de schildklier is belangrijk. Er kunnen afwijkingen zijn in de schildklier of in de werking ervan. De voornaamste afwijkingen worden hieronder opgesomd. 1. Soms produceert een zieke schildklier teveel of te weinig schildklierhormoon om het lichaam goed te laten functioneren. Men spreekt dan over hyperthyroidie (te veel schildklierhormoon) of hypothyroidie (te weinig schildklierhormoon). Vooral in het geval van overmatige hormoonproductie, dient (soms een deel van) de schildklier te worden verwijderd. 2. Naast stoornissen in de hormoonproductie, bestaan er ook ziekten waarbij de schildklier groter wordt. Deze volumetoename kan glad en zacht zijn, of met aanwezigheid van nodules. Enerzijds ontstaat daardoor een vervorming van de hals, die esthetisch storend kan zijn, anderzijds kan de schildklier ook drukken op de omliggende structuren, met name de luchtpijp en zelfs de slokdarm. Dit veroorzaakt een prikkelhoest, een beklemmende ademhaling, een drukgevoel en soms slikproblemen. Het spreekt voor zich dat het verwijderen van de volumineuze schildklier nodig is om de klachten te behandelen. 3. In de schildklier kunnen kwaadaardige nodules of gezwellen ontstaan. Soms kan aan de hand van een punctie, echografie of bloedanalyse geen zekerheid worden bekomen omtrent de aard van de zwelling. Zowel voor de diagnose als voor de behandeling kan een ingreep aan de schildklier noodzakelijk zijn. De reden waarom bij U de ingreep wordt gepland, zal uitvoerig worden besproken door de endocrinoloog en de behandelende geneesheer. - 2 - - 3 -
Waaruit bestaat de operatie? Een thyroïdectomie of een wegname van de schildklier gebeurt steeds onder algemene verdoving. Tijdens de verdoving wordt een horizontale insnede in de hals gemaakt. Indien mogelijk wordt de insnede in een huidplooi gemaakt, om een esthetisch litteken te bekomen. De schildklier wordt vervolgens vrijgemaakt van alle omgevende weefsel, waarbij alle kleine bloedvaatjes worden afgebonden. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van hoogtechnologische instrumenten. Op het einde van de ingreep is de schildklier vrijgemaakt en kan deze worden verwijderd. Na controle wordt de insnede zo mooi mogelijk gesloten. En wat met de postoperatieve periode en zorgen? Na verblijf op de ontwaakzaal wordt de patiënt overgebracht naar de afdeling intensieve zorgen, waar de eerste nacht wordt doorgebracht. Dit is vooral nodig om de patiënt zo goed mogelijk te observeren in de eerste postoperatieve nacht en bloedingen tijdig te kunnen vaststellen. Daags na de ingreep kan de patiënt terugkeren naar de kamer op de verpleegafdeling. Soms is er lichte keelpijn of keelhinder, soms hoofdpijn. Deze pijn kan met eenvoudige pijnstillers worden verholpen. Op het einde van de ingreep worden er flesjes geplaatst in de wonde, die dienen om het bloed op te vangen (de zogenaamde redons ). Wanneer er in de flesjes geen bloed meer bijkomt, kunnen deze worden verwijderd en is de patiënt klaar voor ontslag. Meestal is dit op de tweede of derde postoperatieve dag. Eenmaal thuis, kan de patiënt relatief normaal functioneren (eten, drinken, rustige activiteiten). Welke zijn de risico s van schildklierchirurgie? Elke ingreep en elke anesthesie houdt een zeker risico in. De frequentste verwikkelingen na een operatie aan de schilklier zijn: 1. Een bloeding in de eerste minuten of uren na de ingreep. Wanneer deze bloeding tijdig wordt herkend, heeft ze geen belangrijke gevolgen. Daarom wordt de patiënt in de eerste uren en de eerste nacht goed gevolgd in de ontwaakkamer en daarna op de afdeling intensieve zorgen. In geval van bloeding, dient de operatiewonde terug te worden opengemaakt onder anesthesie. De chirurg zal dan de wonde inspecteren op bloedingen, deze stelpen en de wonde weer zorgvuldig sluiten. 2. Letsel aan de bijschildklieren. De bijschildkliertjes zijn zeer kleine structuren, die zich bevinden aan de achterzijde van de schildklier. Normaal zijn er aan elke zijde twee bijschildklieren te vinden. De chirurg volgt een specifieke methode, om de bijschildklieren zoveel als mogelijk te vrijwaren en te sparen. Deze bijschildklieren maken een hormoon aan, dat zorgt voor de calcium huishouding in het lichaam. Indien er onvoldoende bijschildklierhormoon gemaakt wordt in het lichaam, bijvoorbeeld door beschadiging of wegname van de bijschildklieren, dan veroorzaakt dit tintelingen aan de vingers, rond de mond of oren en soms ook spierkrampen. Meestal zijn deze klachten tijdelijk en zonder gevaar. Wanneer de bijschildklieren zich herstellen van het trauma verdwijnen de klachten. - 4 - - 5 -
Bij een zeer klein aantal patiënten, voornamelijk na zeer uitgebreide schildklierheelkunde, is levenslange behandeling met calcium en vitamine D noodzakelijk. 3. Stemzwakte of heesheid kan optreden door beschadiging aan de zenuwen van de stembanden. De twee fijne zenuwen die naar de stembanden gaan liggen dicht tegen de schildklier en moeten door de chirurg zorgvuldig en voorzichtig worden vrijgemaakt. Ondanks een minutieuze operatietechniek, kan er toch een verminderde werking (parese of paralyse) van de stemband optreden. Meestal betreft het een voorbijgaande heesheid. Al bij al, zijn letsels aan de stembandzenuw, ook de tijdelijke, relatief zeldzaam. 4. Besmetting van de wonde. Deze zeldzame verwikkeling is vooral vervelend, omdat ze een langdurige wondverzorging vereist. Er is evenwel geen gevaar en geneest zonder blijvend letsel. Indien U na het lezen van deze brochure nog vragen zou hebben, dan raden wij U aan om Uw verwijzende arts of chirurg hierover te raadplegen. Contactgegevens Dr. T. Vandenbussche Neus-, Keel-, en oorarts Tel.: 058 333 334 nko@azsav.be Dr. Y. van Durme Endocrino- en diabetologie Tel.: 058 333 127 - --------------------------------------------------------------------------------------------- - 6 - - 7 -
- 8 - Bijlage versie 06/2012