Examenprogramma: Veiligheidscommunicatie Versie: Definitief, d.d. 6 augustus 2012 Goedgekeurd door ILT, d.d.
Inhoud 1 Inleiding Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 1.1 Algemeen 3 1.2 Toelatingsvoorwaarden voor het examen 3 2 Vakbekwaamheidseisen 4 3 Beoordeling van vakbekwaamheid 6 3.1 Wijze van beoordelen 6 3.2 Normering en cesuur 6 2
1 Inleiding en beschrijving van de taak 1.1 Algemeen In het railverkeerssysteem vindt communicatie plaats tussen veiligheidsfunctionarissen. Als deze communicatie betekenis heeft voor de arbeidsveiligheid van de medewerkers en/of de spoorwegveiligheid (veiligheid van het treinverkeer en rangeerbewegingen) dan noemen we dat veiligheidscommunicatie. De verstuurde en ontvangen berichten noemen we veiligheidsberichten. Het kunnen voeren van veiligheidscommunicatie is voor de persoonlijke en spoorwegveiligheid van zeer groot belang. Het certificaat maakt onderdeel uit van de examenprogramma's machinist, rangeerder, wagencontroleur en de treindienstleiders. Het certificaat geeft aan dat de houder in staat is de veiligheidscommunicatie in normale, stressvolle en bijzondere situaties te voeren in het kader van zijn/haar functie. De vakbekwaamheidseisen zijn onder andere gebaseerd op de Technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie en beheer treinverkeer van het conventionele trans- Europese spoorwegsysteem (2011/314/EU, L144/1 dd 12 mei 2011), aanhangsel C van de bijlage, hierna genoemd TSI. De veiligheidscommunicatie varieert per taak/functie naar aard en omvang. De casussen in de simulatietoets sluiten aan bij de werksituatie van de veiligheidsfunctie die de kandidaat uitvoert. Het certificaat is ook geldig voor andere functies dan de functie waarop de toets is afgestemd. Bij functiewisseling behoeft de kandidaat dan ook niet opnieuw een toets af te leggen. Wel moet de werkgever dan aanvullende instructie geven voor zover dat van belang is voor de afwijkende aspecten van de omgeving waarin de medewerker gaat werken. Bij een aantal taken is het gebruikelijk dat de medewerker ook een portofoon moet kunnen gebruiken; dat is het geval bij de wgc, de rgr, de mcn en trdl NCBG. Voor die functies wordt het juist hanteren van de communicatie per portofoon in het praktijkexamen getoetst. 1.2 Toelatingsvoorwaarden voor het examen De kennis van specifieke terminologie en kennis van de te volgen procedures is aanwezig is. De kandidaat beschikt over een voldoende kennisniveau van het Nederlands om de gebruikelijke procescommunicatie kan voeren en begrijpen (artikel 5 van het Besluit spoorwegpersoneel 2011. Het niveau dat minimaal nodig is om deze communicatie te kunnen uitvoeren is het niveau B1 zoals gedefinieerd door de CEF en de ongeveer gelijke taaleis in de Europese richtlijn 2007/59/EG bijlage VI, punt 8 en de TSI Operations (niveau 3). De kandidaat moet de taal duidelijk kunnen spreken; zonder dialect of accent dat de verstaanbaarheid negatief beïnvloed. Kandidaten waarvan bij de toets blijkt dat ze niet beschikken over deze toelatingseisen kunnen worden uitgesloten van verdere deelname. 3
2 Vakbekwaamheidseisen Om voor een certificaat in aanmerking te komen moet worden vastgesteld dat de kandidaat voldoet aan onderstaande vakbekwaamheidseisen. 1 De medewerker kan de veiligheidscommunicatie voeren conform de door de infrastructuurbeheerder vastgestelde procedures met toepassing van het Formulieren boek, de TSI Exploitatie en Beheer en met de gebruikelijke communicatieapparatuur. Criteria 1. De medewerker hanteert (de door de infrastructuurbeheerder vastgestelde): - de standaard terminologie voor veiligheidscommunicatie (dienstuitdrukkingen) - de standaard berichtenstructuur; - regels voor de start van een gesprek en identificatie; - regels voor schriftelijke aanwijzingen en gesproken berichten; - spoorwegtermen voor zover relevant voor de normale veiligheidscommunicatie en de communicatie over bijzondere voorvallen; 2. het NATO alfabet bij het spellen van woorden en aangeven van letters bij een aanduiding. 3. De veiligheidscommunicatie is effectief (verstaanbaar, nauwkeurig, begrijpelijk) in normale maar ook in stressvolle/drukke situaties en situaties waarbij communicatie anderszins onder druk staat (slecht weer, sterk omgevingsgeluid, incidenten, verstoringen en calamiteiten). 4. De medewerker; -luistert of er een gesprek gaande is voordat hij gaat spreken (behalve bij een noodbericht); - laat de ander uitspreken; - vermijdt ontkenningen; - spreekt bondig en zakelijk; - stelt controlevragen. 2 De medewerker kan teksten van veiligheidsberichten die hij ontvangt begrijpen en kan, mede op basis van zijn kennis van de veiligheidsprocedures, deze vertalen in te nemen acties. Criteria 1. De medewerker toont aan de instructies en de daarin gehanteerde dienstuitdrukkingen begrepen te hebben. 2. De medewerker kan aangeven wat de contactpersoon van hem als actie verwacht en kan correct reageren op gestelde vragen. 3. De kandidaat reageert correct en adequaat op de door de trdl gestelde vragen. 4
3 De medewerker is zich bewust van het belang van zorgvuldige veiligheidscommunicatie en kent de risico s van onzorgvuldige communicatie. Hij vertaalt dat in het consequent toepassen van de regels Criteria 1. De medewerker kan de gevolgen van onzorgvuldige communicatie weergeven/beschrijven. 2. De medewerker past consequent de regels voor de veiligheidscommunicatie zorgvuldig en correct toe. 3. Hij houdt zich aan de regels voor de veiligheidscommunicatie ook als dat niet gebeurt door zijn gesprekspartners en collega s. 4. De medewerker houdt zich aan de regels ook al leidt dat tot negatieve en afkeurende opmerkingen van collega s. 5. De medewerker spreekt de collega s en gesprekspartners effectief aan. Hij geeft de mogelijke gevolgen van onzorgvuldige communicatie aan. Effectief wil zeggen dat de aangesprokene zijn gedrag aanpast. 5
3 Beoordeling van vakbekwaamheid 3.1 Wijze van beoordelen Het examen bestaat uit twee onderdelen. Een simulatietoets en een praktijkexamen. Simulatietoets Er zullen twee tot drie casussen worden gespeeld van totaal maximaal 20 minuten. De toetsen wordt afgenomen door examinatoren van de VVRV. De toets is gericht op de vakbekwaamheidseisen 1 tot en 2. Deze simulatietoets kan ook afgenomen worden in bestaande, meer uitgebreide, simulatieomgevingen zoals die aanwezig is voor de machinisten van NSR en de Trdl s van ProRail. In de Prorail simulator wordt de procedurekennis gelijktijdig getoetst met de communicatieregels. Praktijkexamen Het praktijkexamen maakt onderdeel uit van het praktijkexamen voor de functie waarvoor de kandidaat wordt gecertificeerd. Het examen is in het bijzonder gericht op de houdings- en gedragsaspecten (vakbekwaamheidseisen 3). De werkgever gebruikt voor de beoordeling de beoordelingsstaat van de VVRV. De praktijkexaminator kan voor zijn oordeel in overleg met de kandidaat en ProRail verkeersleiding (of de BD SMC) gebruik maken van bandopnamen van gesprekken van de kandidaat. De praktijkexaminator kan voor zijn beoordeling gebruik maken van informatie van de praktijkinstructeur en mentoren. Indien dat het geval is maakt hij dat kenbaar aan de kandidaat. 3.2 Normering en cesuur Simulatie Alle casussen moeten positief worden beoordeeld. De kandidaat mag geen fouten maken waardoor er als direct gevolg gevaar kan ontstaan voor de spoorwegveiligheid of aanrijdgevaar. Dat zijn fouten m.b.t. het aangeven van de locatie van infra-objecten zoals wissels en sporen, tijdsaanduidingen en de nummers van wissels, sporen en nummers van formulieren. Een fout op één van deze aspecten leidt tot een onvoldoende. Als een kandidaat een beoordelingscriterium onvoldoende of verkeerd uitvoert kan de spelleider besluiten hetzelfde aspect opnieuw te laten toetsen. Maakt de kandidaat de fout in de tweede situatie niet opnieuw dan wordt het beoordelingscriterium als voldoende beoordeeld. Als een kandidaat zelf een fout herstelt wordt het criterium als voldoende beoordeeld. De kandidaat mag een tweetal fouten maken in het spellen met behulp van het NATO alfabet in situaties waarin dat niet leidt tot gevaarlijke situatie. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het spellen van namen van personen. Praktijkexamen Alle te beoordelen aspecten moeten minimaal als voldoende worden beoordeeld. 6