FACULTEIT PSYCHOLOGIE EN PEDAGOGISCHE WETENSCHAPPEN Doctoraatsreglement van de FPPW Unaniem goedgekeurd door de Faculteitsraad op 7 oktober 2015 1. Inleiding Dit reglement bevat faculteitsspecifieke bepalingen inzake het doctoreren in de FPPW die van kracht zijn met ingang van het academiejaar 2015 2016. Dit reglement dient beschouwd te worden als een aanvulling op de universiteitsbrede regelgeving die vervat is in: het Doctoral Schools Reglement (goedgekeurd door het Bestuurscollege op 10 mei 2007 en laatst gewijzigd op 9 januari 2014), het Besluit inzake het inrichten van de Doctoraatsopleiding Universiteit Gent (goedgekeurd door het Bestuurscollege op 10 mei 2007 en laatst gewijzigd op 16 december 2010), het Onderwijs- en Examenreglement Academiejaar 2015 2016 (goedgekeurd door de Raad van Bestuur op 8 mei 2015 en 3 juli 2015), het verslag van de vergadering van de Raad van de Doctoral School of Social and Behavioural Sciences van 14 januari 2011. 2. Facultair reglement van de FPPW Artikel 1. 1. De toelating tot de eerste inschrijving voor het doctoraat in de Faculteit Psychologie en Psychologische Wetenschappen (FPPW) dient aangevraagd te worden aan de hand van het Formulier om de toelating te vragen tot de eerste inschrijving voor het doctoraat in de FPPW 1. Enkel volledig ingevulde, leesbare en correct ondertekende aanvragen zullen behandeld worden. 2. Bij de aanvraag tot de eerste inschrijving voor het doctoraat dient opgegeven te worden in welke taal het doctoraatsproefschrift zal gesteld worden. Conform artikel 83, 4 van het Onderwijs- en Examenreglement 2015 2016, wordt het doctoraatsproefschrift in het Nederlands of in het Engels gesteld. Op gemotiveerd schriftelijk verzoek vanwege de doctoraatsstudent kan de Faculteitsraad hiervan afwijken. 3. Eens de toelating tot de eerste inschrijving voor het doctoraat verkregen is, dient de doctoraatsstudent zich onmiddellijk bij de FDO (Facultaire Dienst Onderwijsondersteuning) in te schrijven 1 URL:http://www.fppwdocs.ugent.be/fppw/Figs/aanvraagformulier.pdf
2 voor het doctoraat en de doctoraatsopleiding aan de hand van het formulier Application for the first enrolment for the Doctorate and the Doctoral Training Programme (Doctoral Schools) 2. Artikel 2. Conform artikel 90, 1 van het Onderwijs- en Examenreglement 2015 2016 is elke doctoraatsstudent verplicht zich jaarlijks binnen de inschrijvingsperiode vastgelegd in artikel 15 van hetzelfde reglement, opnieuw in te schrijven voor het doctoraat en de doctoraatsopleiding totdat het doctoraatsproefschrift met succes is verdedigd. Artikel 3. De Faculteitsraad beslist over een aanvraag voor toelating tot de eerste inschrijving voor het doctoraat na advies van de facultaire Doctoraatscommissie. De facultaire Doctoraatscommissie bestaat uit de Decaan, die voorzitter is, en één ZAP-lid per afstudeerrichting van de masteropleidingen ingericht door de FPPW. Artikel 4. 1. Elke doctoraatsstudent heeft een promotor die een actief 3 ZAP-lid is in de FPPW. Daarnaast kunnen er één of meer medepromotoren zijn van binnen of buiten de UGent, waaronder ondermeer gastprofessoren met een onderzoeksopdracht aan de UGent en gepensioneerde leden van het ZAP die de toelating hebben verkregen tot de bezoldigde voortzetting van (een deel van) de onderwijsactiviteiten aan de UGent. Elke promotor dient zelf houder te zijn van een doctoraat op proefschrift. 2. De promotor die administratief verantwoordelijk is (in de zin van artikel 83, 4 van het Onderwijs- en Examenreglement 2015 2016 ) is steeds een actief ZAP-lid van de FPPW. Deze wordt in dit facultair reglement aangeduid als de hoofdpromotor en geldt als aanspreekpunt binnen de FPPW. De overige promotoren worden aangeduid als copromotoren. 3. Postdoctorale medewerkers met minimaal drie jaar postdoctorale ervaring kunnen optreden als copromotor. Artikel 5. Voor elk doctoraatsproject wordt door de Faculteitsraad na advies van de Doctoraatscommissie een doctoraatsbegeleidingscommissie aangesteld. Overeenkomstig artikel 88, 5 van het Onderwijs- en Examenreglement 2015 2016 bestaat een doctoraatsbegeleidingscommissie uit ten minste drie en ten hoogste vijf leden, waaronder de promotor(en). Ten minste één lid moet een expert zijn van buiten de vakgroep van de promotor(en) en bij voorkeur een expert van buiten de UGent. De leden van de doctoraatsbegeleidingscommissie moeten niet zelf over een doctoraatsdiploma beschikken. Artikel 6. De predoctorale opleiding wordt door de FPPW niet ingericht. Artikel 7. 1. Elke doctoraatsstudent die een doctoraat voorbereidt in de psychologie, de pedagogische wetenschappen of het sociaal werk, dient een doctoraatsopleiding te volgen die minimaal bestaat uit 4 : 1. Onderzoekzoeksgerelateerde activiteiten (zg. Categorie 1): 2 Beschikbaar ophttp://www.ugent.be/nl/onderzoek/doctoreren/administratie/forms 3 T.t.z. niet-gepensioneerd. 4 Zie artikel 4, 3 van het Besluit inzake het inrichten van de Doctoraatsopleiding Universiteit Gent.
3 één publicatie (minstens aanvaard) die voldoet aan de criteria om in aanmerking te komen voor de doctoraatstoelage in het onderzoeksdomein waartoe de doctoraatsstudent behoort; drie mondelinge presentaties of posters tijdens een nationale of internationale conferentie. 2. Verdiepende studies (zg. Categorie 2): Drie gespecialiseerde cursussen georganiseerd of erkend door de Doctoral School waarbij de doctoraatsstudent is aangesloten. Ook reguliere opleidingsonderdelen en onderdelen van de Permanente Vorming kunnen worden erkend als gespecialiseerde cursussen. 3. Doctoral seminars gericht op vaardigheidstraining (zg. Categorie 3): Drie transferable skills cursussen georganiseerd of erkend door de Doctoral School waarbij de doctoraatsstudent is aangesloten, gekozen uit drie van de vier volgende clusters: (1) communicatievaardigheden, (2) onderzoek en valorisatie, (3) loopbaanmanagement en (4) leiderschap en zelfmanagement. Ook reguliere opleidingsonderdelen en onderdelen van de Permanente Vorming kunnen worden erkend als doctoral seminars gericht op vaardigheidstraining. 4. Jaarlijkse rapportering over de voortgang van het onderzoek en van de doctoraatsopleiding: Alle doctoraatsstudenten zijn verplicht een jaarlijkse rapportering over de voortgang van het onderzoek en van de doctoraatsopleiding in te dienen via het elektronisch platform aangeboden door de Doctoral Schools. 5. De doctoraatsverdediging. 2. Voor: doctoraatsstudenten die zich voorbereiden op een doctoraat in de psychologie en die houder zijn van een masterdiploma in de psychologie uitgereikt door een andere dan een Vlaamse universiteit, doctoraatsstudenten die zich voorbereiden op een doctoraat in de pedagogische wetenschappen en die houder zijn van een masterdiploma in de pedagogische wetenschappen uitgereikt door een andere dan een Vlaamse universiteit, doctoraatsstudenten die zich voorbereiden op een doctoraat in het sociaal werk en die houder zijn van een masterdiploma in het sociaal werk uitgereikt door een andere dan een Vlaamse universiteit, kan de Faculteitsraad op advies van de Doctoraatscommissie Categorie 2 ( verdiepende studies ) uitbreiden met verplichte reguliere opleidingsonderdelen met een maximale omvang van 27 studiepunten. 3. Voor: doctoraatsstudenten die zich voorbereiden op een doctoraat in de psychologie en die geen houder zijn van een masterdiploma in de psychologie, doctoraatsstudenten die zich voorbereiden op een doctoraat in de pedagogische wetenschappen en die geen houder zijn van een masterdiploma in de pedagogische wetenschappen, doctoraatsstudenten die zich voorbereiden op een doctoraat in het sociaal werk en die geen houder zijn van een masterdiploma in het sociaal werk,
4 wordt Categorie 2 ( verdiepende studies ) uitgebreid met verplichte reguliere opleidingsonderdelen met een totale omvang van 27 studiepunten. Voor doctoraatsstudenten die zich voorbereiden op een doctoraat in het sociaal werk en die houder zijn van een masterdiploma in de pedagogische wetenschappen wordt Categorie 2 ( verdiepende studies ) uitgebreid met verplichte reguliere opleidingsonderdelen met een totale omvang van 15 studiepunten. 4. Voor wat de verplichte reguliere opleidingsonderdelen betreft, beslist de doctoraatsbegeleidingscommissie in overleg met de doctoraatsstudent binnen de twee maanden na de beslissing door de Faculteitsraad over het programma van de doctoraatsopleiding. De reguliere opleidingsonderdelen die een doctoraatsstudent wenst te volgen worden geregistreerd via het geëigende formulier dat daarvoor beschikbaar is op de website van de Doctoral Schools. Dit programma wordt ook door de hoofdpromotor meegedeeld aan het Decanaat. 5. Voor wat de Doctoral School of Social and Behavioural Sciences betreft, gebeurt de erkenning als verdiepende studies (Categorie 2) van gespecialiseerde cursussen (die niet georganiseerd worden door de Doctoral School) of van reguliere opleidingsonderdelen door de drie leden van de FPPW die zetelen in de Doctoral School Raad. De doctoraatsstudent dient voor een dergelijke erkenning aan de hand van het formulier Application for recognition of a course, not organized by the Doctoral Schools, as part of the minimum set of activities 5 een gemotiveerde vraag te mailen naar doctoralschools@ugent.be. Een lesgever kan op eigen initiatief een cursus voorstellen voor erkenning in Categorie 2. Voor wat de Doctoral School of Social and Behavioural Sciences betreft, gebeurt deze erkenning eveneens door de drie leden van de FPPW die zetelen in de Doctoral School Raad. Om een dergelijke erkenning te verkrijgen, mailt de betrokken lesgever een gemotiveerde vraag naardoctoralschools@ugent.be. 6. Voor wat de Doctoral School of Social and Behavioural Sciences betreft, gebeurt de erkenning van transferable skills cursussen (die niet georganiseerd worden door de Doctoral School) door de Directeur van de Doctoral School. De doctoraatsstudent dient voor een dergelijke erkenning aan de hand van het formulier Application for recognition of a course, not organized by the Doctoral Schools, as part of the minimum set of activities 6 een gemotiveerde vraag te mailen naar doctoralschools@ugent.be. 7. De Faculteitraad kan op voorstel van de Doctoraatscommissie en mits gunstig advies van de Doctoral School waartoe de doctoraatsstudent behoort vrijstellingen verlenen enkel in Categorie 2 en Categorie 3. Voor wat Categorie 2 betreft, wordt het advies van de Doctoral School of Social and Behavioural Sciences uitgebracht door de drie leden van de FPPW die zetelen in de Doctoral School Raad. Voor wat betreft Categorie 3, wordt het advies van de Doctoral School of Social and Behavioural Sciences uitgebracht door de directeur van de Doctoral School. Om een vrijstelling in Categorie 2 of Categorie 3 te bekomen, dient de doctoraatsstudent aan de hand van het formulier Application for (partial) exemption from the doctoral training programme 7 een gemotiveerde vraag te mailen naar doctoralschools@ugent.be. Voor een vrijstelling in Categorie 3 dient de doctorandus/a daarenboven het schriftelijk advies van zijn/haar doctoraatsbegeleidingscommissie aan de Decaan te bezorgen. 8. De beoordeling van de volledige doctoraatsopleiding met uitzondering van de verdediging van het proefschrift gebeurt door een beoordelingscommissie die bestaat uit de Directeur van de Doc- 5 Beschikbaar ophttp://www.ugent.be/doctoralschools/en/doctoraltraining/forms 6 Beschikbaar ophttp://www.ugent.be/doctoralschools/en/doctoraltraining/forms 7 Beschikbaar ophttp://www.ugent.be/doctoralschools/en/doctoraltraining/forms
5 toral School en de leden van de doctoraatsbegeleidingscommissie 8. De Directeur van de Doctoral School zit deze beoordelingscommissie voor. Deze beoordeling gebeurt voorafgaand aan de vergadering van de Faculteitsraad waarop het doctoraatsproefschrift neergelegd wordt. Daartoe dient de doctoraatsstudent ten laatste 20 werkdagen voor de betreffende Faculteitsraad het finale voortgangsrapport in te dienen via het elektronisch platform aangeboden door de Doctoral Schools. De beslissing van de beoordelingscommissie wordt door de voorzitter overgemaakt aan de Decaan. 9. Indien de beoordeling van de doctoraatsopleiding door de beoordelingscommissie vermeld in 8 gunstig is én de doctoraatsverdediging succesvol is, ontvangt de doctoraatsstudent een getuigschrift van de doctoraatsopleiding 9. Artikel 8. Binnen het jaar na het verkrijgen van de toelating tot doctoreren door de Faculteitsraad, stelt de doctoraatsstudent het doctoraatsproject voor aan de leden van de faculteit tijdens een posterpresentatie op één van de facultaire Onderzoeksnamiddagen. Deze presentatie kan pas plaats vinden nadat het doctoraatsproject voorgesteld en besproken werd in de doctoraatsbegeleidingscommissie. De data van de facultaire Onderzoeksnamiddagen worden jaarlijks vastgelegd in de facultaire kalender. Artikel 9. Van elke vergadering van de doctoraatsbegeleidingscommissie wordt een verslag gemaakt. De hoofdpromotor maakt van elk verslag onverwijld een kopie over aan het Decanaat. Artikel 10. De doctoraatsstudent kan schriftelijk een gemotiveerde vraag tot wijziging van de eerder goedgekeurde titel van het proefschrift richten aan de Decaan ten laatste drie maanden vóór het indienen van het proefschrift. Deze aanvraag wordt meeondertekend door de hoofdpromotor. Artikel 11. Om toelating te verkrijgen tot het wijzigen van de taal waarin het doctoraatsproefschrift gesteld wordt, richt de doctoraatsstudent ten laatste drie maanden vóór het indienen van het proefschrift een schriftelijke gemotiveerde vraag aan de Decaan, die deze voorlegt aan de Faculteitsraad. Deze aanvraag wordt meeondertekend door de hoofdpromotor. Artikel 12. Om toelating te krijgen om de verdediging in een andere taal dan het Nederlands of het Engels te laten verlopen, richt de doctoraatsstudent een schriftelijke gemotiveerde vraag aan de Decaan en dit ten laatste op het ogenblik dat het proefschrift wordt neergelegd. Deze aanvraag wordt meeondertekend door de hoofdpromotor en wordt behandeld door de Faculteitsraad. Artikel 13. Indien het proefschrift bestaat uit een bundeling van artikels, dient de doctoraatsstudent eerste auteur 10 te zijn van minstens 75 % van de artikels die opgestuurd, gepubliceerd of in druk zijn. Van artikels waarvan de doctoraatsstudent niet de eerste auteur is, moet hij/zij de tweede auteur zijn. Bovendien dient de doctoraatsstudent voorafgaandelijk schriftelijk de bevestiging te krijgen van de eerste auteur dat deze laatste akkoord gaat met de opname van het artikel in het proefschrift. Bij een proefschrift dat bestaat uit een bundeling van artikels, dient bij elk hoofdstuk de volledige bibliografische gegevens van het artikel waarop het hoofdstuk gebaseerd is, vermeld te worden. De volgorde van de auteurs dient hierbij correct opgegeven te zijn. 8 Conform artikel 92 van het Onderwijs- en Examenreglement academiejaar 2015 2016. 9 Conform artikel 5, 1 van het Besluit inzake het inrichten van de Doctoraatsopleiding Universiteit Gent. 10 De eerste auteur is de auteur die eerst vermeld is op de publicatie. Met voetnoten betreffende gelijke bijdragen van de auteurs, gedeeld eerste-auteurschap e.d. wordt geen rekening gehouden.
6 Artikel 14. 1. De keuze van de leden van een doctoraatsexamencommissie wordt gemotiveerd in het verslag van de Faculteitsraad 11. De hoofdpromotor maakt hiervoor een gemotiveerd voorstel over aan de Decaan. 2. Een doctoraatsexamencommissie voldoet aan volgende bepalingen: ten minste twee stemgerechtigde leden behoren niet tot de faculteit, waarvan ten minste één niet tot de UGent; ten minste de helft van de stemgerechtigde leden hebben in hun instelling het recht om als promotor van een doctoraat op te treden; de meerderheid van de leden bestaat uit ZAP-leden of postdoctorale onderzoekers van de FPPW; niet meer dan twee stemgerechtigde leden behoren tot dezelfde vakgroep; een stemgerechtigd lid kan geen (co-)auteur zijn van een artikel waarop een hoofdstuk van het proefschrift gebaseerd is. De doctoraatsexamencommissie wordt voorgezeten door de Decaan of de tot het ZAP behorende afgevaardigde van de Decaan. De voorzitter is stemgerechtigd lid van de examencommissie. De examencommissie wijst één van haar stemgerechtigde leden aan als secretaris. 3. De promotoren worden opgenomen in de doctoraatsexamencommissie als niet-stemgerechtigde leden. Artikel 15. Het proefschrift wordt enkel elektronisch ingediend als één enkel PDF-document. De leden van de examencommmissie ontvangen het proefschrift enkel in PDF-formaat. Het staat de hoofdpromotor vrij gedrukte exemplaren van het proefschrift rond te sturen. De officiële versie is echter steeds het proefschrift in PDF-formaat. Artikel 16. 1. Voor doctoraten die na 1 januari 2015 worden ingediend, moet samen met een elektronisch exemplaar van het proefschrift, één of meerdere data storage fact sheets worden beschikbaar gesteld via het UGent Biblio archief 12 zodat voor alle in het proefschrift gerapporteerde datasets informatie beschikbaar is over de bewaring van deze data. 2. Doctoraatsstudenten die na 1 januari 2015 van de faculteit toelating krijgen om te doctoreren moeten een data management plan voorleggen tijdens de eerste of tweede bijeenkomst van de doctoraatsbeleidingscommissie. Dit data management plan dient samen met het verslag van de vergadering van de doctoraatbegeleidingscommissie overgemaakt te worden aan het Decanaat. Artikel 17. Voor het eerste gedeelte van het doctoraatsexamen gelden volgende facultaire bepalingen: De doctoraatsstudent ontvangt de schriftelijke beoordelingen drie werkdagen vóór het eerste gedeelte van het doctoraatsexamen. Indien een lid van de examencommissie zijn verslag niet tijdig overmaakt aan het Decanaat, wordt deze uit de examencommissie verwijderd tenzij zijn verwijdering ertoe leidt dat de examencommissie niet meer geldig samengesteld is. 11 Conform artikel 94, 1 van het Onderwijs- en Examenreglement 2015 2016. 12 https://biblio.ugent.be/
7 Indien een lid van de examencommissie zijn verslag niet tijdig overmaakt aan het Decanaat en zijn verwijdering uit de examencommissie ertoe zou leiden dat deze niet meer geldig samengesteld is, wordt het eerste gedeelte van het examen uitgesteld. De doctoraatsstudent, alle leden van de examencommissie en de ombudspersonen ontvangen de volledige verslagen. De beoordelingen dienen opgemaakt te worden in dezelfde taal van het proefschrift. De doctoraatsstudent krijgt tijdens het eerste gedeelte van het doctoraatsexamen de gelegenheid om te reageren op de schriftelijke beoordelingen. Artikel 18. Voor het tweede gedeelte van het doctoraatsexamen gelden volgende facultaire bepalingen: De promotoren zijn niet aanwezig op de deliberatie 13. Na de proclamatie krijgt de promotor of krijgen de promotoren de gelegenheid om een korte laudatio uit te spreken. Artikel 19. Dit reglement is van toepassing op alle doctoraatsstudenten die ingeschreven zijn voor een doctoraatsopleiding in de FPPW. Voor doctoraatsstudenten die ingeschreven waren voor de doctoraatsopleiding vóór het academiejaar 2010 2011 gelden volgende overgangsmaatregelen: Er wordt vrijstelling verleend voor de verdiepende studies (Categorie 2) behalve voor de reguliere opleidingsonderdelen die gebeurlijk werden opgelegd. Voor doctoraatsstudenten die voor het einde van het academiejaar 2010 2011 drie doctoral seminars gericht op vaardigheidstraining hebben gevolgd die niet behoren tot verschillende clusters, volstaan deze seminars om te voldoen aan de component doctoral seminars gericht op vaardigheidstraining 14. Wat betreft de publicatievereiste vermeld in Categorie 1, kan de beoordelingscommissie waarvan sprake in Art. 7, 8, delibereren indien een artikel werd opgestuurd naar een tijdschrift dat voldoet aan de criteria om in aanmerking te komen voor de doctoraatstoelage, maar nog niet werd aanvaard voor publicatie. 13 Prof. Sabien Lust heeft bevestigd dat de formulering van artikel 96, 2 van het Onderwijs- en Examenreglement 2015 2016 niet toelaat dat de niet-stemgerechtigde leden aanwezig zijn op de deliberatie. 14 Conform artikel 6, 3 van het Besluit inzake het inrichten van de Doctoraatsopleiding Universiteit Gent.