Spuittechniek Phytofar 2012-2013
Spuittechniek - overzicht Belang van de druppelgrootte 1. Bekomen van een maximale werking 2. Voorkomen van ongewenste effecten Spuitdoppen 1. Functie 2. Types en eigenschappen Praktische adviezen 1. Waarmee rekening houden op het veld 2
Belang van de druppelgrootte 1. Bekomen van een maximale werking Druppelgrootte en bedekkingsgraad spelen een grote rol in de werking! 3
Belang van de druppelgrootte Eén druppelgrootte bestaat niet NMD = numeriek gemiddelde diameter VMD = volume gemiddelde diameter Beiden moeten zo dicht mogelijk bij elkaar liggen voor homogene verdeling 4
Belang van de druppelgrootte Gaon herverdeelt de druppelgrootte Drift Aflopen van het blad Druppel test ILVO 3-4 bar 175 l/ha
Belang van de druppelgrootte Eén druppelgrootte bestaat niet Normale spleetdop Driftreducerende spleetdop Luchtmengdop 6
Belang van de druppelgrootte Keuze van de druppelgrootte Maximale werking Minimale neveneffecten Kleinere druppels Grotere druppels COMPROMIS Keuze van de spuitdoppen 9
Spuittechniek - overzicht Belang van de druppelgrootte 1. Bekomen van een maximale werking 2. Voorkomen van ongewenste effecten Spuitdoppen 1. Functie 2. Types en eigenschappen Praktische adviezen 1. Waarmee rekening houden op het veld 10
Spuitdoppen 1. Functie Zorgen voor de verdeling en het transport van de spuitvloeistof naar de plaats waar de actieve stof zijn effect moet uitoefenen Spuitdoppen zijn mee bepalend voor: Verspoten volume Plaats van depositie Bedekkingsgraad Bekomen maximale werking & Voorkomen van ongewenste effecten 11
Spuitdoppen 2. Types en eigenschappen Werveldoppen Holle werveldoppen Volle werveldoppen Spleetdoppen Standaard spleetdoppen Anti-drift spleetdoppen Luchtmengdoppen Luchtinjectiedoppen Ketsdoppen Speciale doppen Meer-straaldoppen Kantdoppen 12
Spuitdoppen Spuitdoppen : Iso-codering 1 kleur = 1 debiet (l/min) Uniformiteit over de fabrikanten heen Gebruiksgemak voor de landbouwer Minder vergissingen Liter / min L/Ha 3 bar 2 bar 3 bar / 6km 2 bar / 6 km Oranje 01 0.40 0.33 80 65 Groen 015 0.60 0.49 120 98 Geel 02 0.80 0.65 160 131 Lila 025 0.99 0.81 200 162 Blauw 03 1.20 0.98 240 196 Rood 04 1.60 1.31 320 261 Bruin 05 2.00 1.63 400 327 Grijs 06 2.40 1.96 480 392 22 Wit 08 3.20 2.61 640 523
Spuitdoppen Dopafgifte bij iso-gecodeerde doppen 24
Spuitdoppen Besluit Spuitdoppen Eén van de kleinste maar waarschijnlijk één van de belangrijkste onderdelen van de spuitmachine De keten is zo sterk als haar zwakste schakel 25
Spuittechniek - overzicht Belang van de druppelgrootte 1. Bekomen van een maximale werking 2. Voorkomen van ongewenste effecten Spuitdoppen 1. Functie 2. Types en eigenschappen Praktische adviezen 1. Waarmee rekening houden op het veld 26
Praktische adviezen Waarmee rekening houden op het veld? a. Temperatuur b. Relatieve luchtvochtigheid c. Wind Min of meer vaste gegevens volgens de omstandigheden van het ogenblik d. Watervolume e. Spuitdruk f. Rijsnelheid g. Hoogte van de spuitboom h. Spuitdoppen Aanpasbaar volgens de omstandigheden 27
Praktische adviezen - Samengevat Algemene spuitcriteria criterium spuitdop Antidrift (luchtmengdop) volume ongeveer 200 l temp 15-22 C druk 3-6 bar rijsnelheid 6 10 km/u vochtigheid % > 60 % wind tot 18 km/u (max. 3 Beaufort) Opm: sommige spuitdoppen of bepaalde types producten vragen een aanpassing van het watervolume, de druk en de temperatuur 34
Praktische adviezen - Bufferzones Bufferzones (oppervlaktewater) De bufferzone is een niet behandelde strook van het terrein in de nabijheid van een wateroppervlak (beek, vijver, plas, sloot met water, ) De breedte van de bufferzone is de minimale afstand tussen de laatste bespoten rij en de oever van het wateroppervlak. 35
Praktische adviezen - Bufferzones Bufferzones (oppervlaktewater) In functie van een risico-evaluatie kunnen extra bufferzones van 2, 5, 10, 20 of 30 m worden opgelegd - Type gewas akkerbouwgewassen, weiden, groenten, aardbeien, struikgewassen (aalbessen, wijngaard), sierbloemen boomgaarden hop - Drempelwaarden (vb tox voor waterorganismen) - Drift - Afbraaksnelheid - Bioaccumulatie In alle omstandigheden moet men een niet-behandelde zone respecteren van - 1 m voor veldspuiten (akkerbouwgewassen, groenten, aardbeien, ) - 3 m voor boomgaardspuiten 36
Praktische adviezen - Bufferzones Driftreductie volgens dop / toestel Document Fytoweb: http://www.fytoweb.fgov.be/nl/doc/doppen-nl.pdf 37 Voorbeeld van pagina uit document
Praktische adviezen - Bufferzones Vermindering bufferzone in functie van driftreductie volgens dop/toestel http://www.phytoweb.fgov.be/nl/doc/driftreducerende%20maatregelen%20voor%20gewasbeschermingsmiddelen.pdf 38
Kies de juiste doppen Bufferzones Klassieke spleetdop 0% driftreductie Luchtinjectiedop 50% vb. Lechler ID MAAR ook luchtinjectiedop: 75% vb. Lechler IDN (identieke afgifte als de ID) Doppen met zéér grote dopopening of spuittoestellen met luchtondersteuning: 90% 39
Praktische adviezen - Bufferzones Driftreductie volgens dop / toestel Document Fytoweb: http://www.fytoweb.fgov.be/nl/doc/doppen-nl.pdf 40 Voorbeeld van pagina uit document
Praktische adviezen - Spoelen 3 maal op het veld (spoelwatertank) Spoelstralen (binnen) 41
43 Acties ondernomen door Phytofar
Weg met de wolk! Luchtmeng- doppen Klassieke doppen Luchtmengdoppen hebben: dezelfde depositie, bedekking en efficiëntie! Phytofar en pcfruit bewijzen het in het project Weg met de wolk (2011-2012)
Homogenere bespuiting over het hele veld Klassieke spleetdop tegen wind Luchtmengdop tegen wind 45
46
47 Film
DANK U VOOR UW AANDACHT! Phytofar 2012-2013 Bronnen foto s: TOPPS, Phytofar, Delvano, pcfruit, ilvo