Nieuwsbrief van d.d. 24-08-2011 Nummer: 10 2011 Dat ervaren pijpfitters schaars zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt betekent niet dat de 30%-regeling van toepassing is / vereiste opleiding is te laag Uitspraak Hof Den Haag - 10/00235 (BR3880) - [22-06-2011] Een Duitser met een specialistische opleiding is op 1 augustus 2007 als 'eerste pijpfitter' in dienst getreden bij een Nederlandse BV. De arbeidsovereenkomst is op 18 juli 2007 gesloten. Vaststaat dat in Nederland al 20 jaar geen pijpfitters worden opgeleid waardoor er op de Nederlandse arbeidsmarkt geen aanbod is van nieuw opgeleide pijpfitters. Anders dan in Nederland wordt in Duitsland wel een (driejarige) opleiding tot eerste klas pijpfitter gegeven. Hiermee is volgens de BV de specifieke deskundigheid van de werknemer gegeven. De inspecteur heeft bij beschikking van 18 juni 2009 het op 13 mei 2009 ingediende gezamenlijk verzoek om toepassing van de zogenoemde 30%- regeling, afgewezen. De inspecteur heeft bij uitspraak van 29 juli 2009 het bezwaar van de BV tegen vorengenoemde beschikking afgewezen. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur beroep ingesteld bij de Rechtbank. Bij uitspraak van 25 maart 2010 (nr. 09/6512) heeft Rechtbank Den Haag het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de inspecteur opgedragen toepassing van de 30%-regeling alsnog toe te staan voor de periode van 1 juni 2009 tot 1 augustus 2017. Tegen deze uitspraak gaat de inspecteur in hoger beroep. Hier is uitsluitend in geschil of de Duitse werknemer bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst een specifieke deskundigheid in de zin van artikel 9a, lid 1 Uitvoeringsbesluit Loonbelasting 1965 bezat. Hof Den Haag oordeelt dat de werknemer, mede gelet op het functieprofiel van een fitter, over de vaardigheden van een ervaren pijpfitter beschikt. Van een ervaren pijpfitter
kan volgens het Hof echter niet worden gezegd dat hij een specifieke deskundigheid bezit in de zin van de 30%-regeling. Pijpfitten is een vak dat op het niveau van lager of middelbaar beroepsonderwijs kan worden geleerd. Niet kan worden gezegd dat de opleiding hoog gekwalificeerd of gespecialiseerd is. Dat in Nederland voor pijpfitten geen gestructureerde opleiding meer voor handen is maakt de bekwaamheid van een gekwalificeerd pijpfitter niet tot een specifieke deskundigheid. In het voorgaande ligt besloten dat ook niet kan worden gezegd dat de pijpfitters die vanuit het buitenland naar Nederland komen vanwege een gespecialiseerde opleiding over een in Nederland schaarse know-how beschikken. Dat ervaren pijpfitters op de Nederlandse arbeidsmarkt schaars zijn en de opdrachtgevers van de BV strenge eisen stellen aan het technisch kunnen van de pijpfitters, zijn omstandigheden die zowel afzonderlijk als in onderling verband bezien niet kunnen leiden tot specifieke deskundigheid van de werknemer. Commentaar: Voetballers hebben wel recht op de 30% regeling en daarvoor is zelfs lagere schoolopleiding niet eens voor nodig. Misschien gaat belastingplichtige in Beroep bij de Hoge Raad Nederlandse tandarts kan zich niet beroepen op de 30%-regeling Een Nederlandse tandarts is in dienstbetrekking werkzaam en wil, ondanks dat hij niet als ingekomen werknemer kwalificeert, gebruikmaken van de 30%-regeling. Hij stelt dat de beperking van die aftrek tot uit het buitenland aangetrokken specialisten in strijd met verschillende rechtsbeginselen, voornamelijk het gelijkheidsbeginsel. Hof Den Haag sluit zich aan bij de Rechtbank (nr. 10/2041; niet vrijgegeven) en weigert de 30%-regeling. De forfaitaire aftrek is bedoeld voor werknemers die extraterritoriale kosten maken en hiervan is al geen sprake. Aangezien de tandarts niet als een ingekomen werknemer kwalificeert, kan hij geen beroep doen op een ongelijke behandeling van rechtens en feitelijk gelijke gevallen. Of het voor de aftrek gemaakte onderscheid ongerechtvaardigd is, kan niet door de rechter worden getoetst en het stond de wetgever op zich vrij om een dergelijk onderscheid te maken. Vakantiedagen opnemen De wettelijke vakantiedagen (20 dagen per jaar bij een volledige werkweek) die in 2012 worden opgebouwd moeten voor 1 juli 2013 zijn opgenomen, anders vervallen deze dagen.
Tijdelijke regeling: Overgangsregeling opgebouwde vakantiedagen t/m 2011 kunnen nog worden opgenomen t/m 31 december 2016 In 2012 worden eerst de openstaande dagen van 2011 afgeboekt en daarna van de opgebouwde dagen t/m 2011 Langer doorwerken levert vanaf 2013 meer AOW op Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het Voorontwerp van de Wet verhoging pensioenleeftijd, extra verhoging AOW en flexibilisering ingangsdatum van de AOW bij de Tweede Kamer ingediend. In dit ontwerp staat dat per 1 januari 2013 mensen zelf kunnen kiezen of ze hun AOW op 65 jaar laten ingaan of later. Dat levert per uitgesteld jaar 6,5 procent extra AOW op. Mensen kunnen hun AOW straks maximaal 5 jaar later laten ingaan. Uitstellen of vervroegen van de AOW-uitkering kan ook gedeeltelijk plaatsvinden, steeds in treden van 10%. De AOW-leeftijd wordt in het voorontwerp aan de levensverwachting gekoppeld. Zoals eerder gememoreerd gaat de AOW-leeftijd per 1 januari 2020 naar 66 jaar en naar verwachting in 2025 naar 67 jaar. De verdere verhoging gebeurt overigens volgens een vaste formule die iedere 5 jaar wordt doorgerekend, te beginnen in 2014. Als er uit de formule een verhoging van de AOW-leeftijd volgt, dan treedt deze verhoging 11 jaar later in werking. Daarnaast krijgt men na 1 januari 2020 de keuzemogelijkheid om eerder AOW te ontvangen, dat betekent wel dat men 6,5 procent van het AOW-pensioen inlevert. Is een all-in loon toegestaan of toch strijdig met de Wet Met een all-in loon wordt hier bedoeld een loon inclusief vergoeding voor vakantiedagen en inclusief de wettelijke vakantietoeslag van 8%. Dit laatste is het probleem niet, omdat op grond van de Wet Minimumloon en minimumvakantiebijslag dit maandelijks mag worden betaald. De kantonrechter Heerenveen (LJN: BP5796) moet oordelen over een mondhygiëniste met een all-in loon, die zich op het standpunt stelt bij beëindiging van haar dienstverband nog recht te hebben op vergoeding van haar vakantiedagen. Niet ter discussie staat overigens of er een all in loon is afgesproken (dit speelt uiteraard ook nog wel eens). De vraag is in hoeverre het verdisconteren van de loonwaarde van de vakantieaanspraken zich verhoudt met artikel 7:639, lid 1 BW dat regelt dat een werknemer gedurende zijn vakantie recht behoudt op loon. Het Europese Hof van Justitie (EU-Hof) heeft uitgemaakt dat vooruitbetaling op gespannen voet staat met de mogelijkheid effectief vakantie te genieten (immers er zou wel eens onvoldoende
gereserveerd kunnen zijn door de werknemer). Dit is de achtergrond van de bepaling. Daarmee komt ook het op een andere plaats in de wet geregelde verbod van afkoop van vakantiedagen in beeld. Het EU-Hof stelt dat een en ander wel geoorloofd is als maar voldoende begrijpelijk en transparant is dat een vakantiedagenloon is afgesproken. Hof Amsterdam heeft in 2009 uitgemaakt dat ten aanzien van parttime medewerkers een all-in loon is toegestaan omdat gezien de arbeidsduur van deze werknemers het ging om geringe bedragen en dat dit geen reële invloed zou hebben op de mogelijkheid effectief vakantie te genieten (Albert Heijn-Vakbonden). De Heerenveense kantonrechter ziet ook geen problemen ten aanzien van de fulltimer nu er uitdrukkelijk is gekozen voor een hoger loon vanwege de verdisconteerde vakantiedagen, zodat daarmee de beoogde recuperatiefunctie van vakantie niet in het gevaar hoeft te komen. Commentaar: Het is van belang om in ieder geval de afspraken (arbeidsovereenkomst) goed vast te leggen. Verder zou uit de loonstrook moeten blijken wat de loonwaarde is van vakantieaanspraken en welk deel wordt uitgekeerd in de betreffende periode. Zo is maximale transparantie of inzichtelijkheid geboden. AEGON moet schadevergoeding betalen voor Koersplan In zijn uitspraak in hoger beroep betreffende AEGON s Koersplan (Spaarbeleg) komt Hof Amsterdam (LJN: BR2836), evenals eerder al in 2009 de rechtbank, tot het oordeel dat AEGON zich schuldig heeft gemaakt aan misleiding door bij de voorbeeldberekeningen te verzwijgen dat de in te houden overlijdensrisicopremie substantieel hoger kon zijn, dan de premie waarvan bij de voorbeeldberekening is uitgegaan. Dat verschil liep op tot 10% van de inleg. Ook heeft AEGON verzwegen dat dit van invloed was op de hoogte van het te behalen rendement. Voor zo n 680.000 deelnemers heeft AEGON te hoge premies in rekening gebracht. Koersplan is een levensverzekeringsproduct dat AEGON tussen 1989 en 1998 verkocht en nu moet AEGON het verschil met terugwerkende kracht terugbetalen. De 22.000 gedupeerden, die zich verenigd hadden in de stichting die de rechtszaak had aangespannen, krijgen gemiddeld 1.400 per polis. In een persbericht van AEGON staat onder andere: Het Hof vindt dat AEGON de verzekeringnemer duidelijker vooraf had moeten informeren over de hoogte van die (overlijdensrisico)premie. AEGON is zich er voldoende van bewust dat er indertijd beter had kunnen worden gecommuniceerd. Sindsdien heeft AEGON de communicatie sterk verbeterd.
AEGON gaat in cassatie bij de Hoge Raad. Als de Hoge Raad de uitspraak van het Hof bevestigt, zou dat voor AEGON een schadepost zijn tot 1 miljard euro. Hoogachtend, R.A.M. van der Velden b.v. Oostveenseweg 7-b 2636EC Schipluiden k.v.k. nummer 27231863 telf. nr. 015-3808141 fax. Nr. 015-3808095 Hoewel aan de inhoud van deze nieuwsbrief de uiterste zorg wordt besteed, kunnen wij geen aansprakelijkheid aanvaarden voor onverhoopte onjuistheden. Aanmelden nieuwsbrief, c.q. afmelden en e-mailadres wijzigen: info@rvdvelden.nl