04-07-2014 HON1401R001



Vergelijkbare documenten
Windhinderonderzoek. Woontoren Bètaplein. Gemeente Leiden. Datum: 12 juni 2015 Projectnummer:

Oostduinlaan 75 Den Haag

Project De Eglantier, Apeldoorn Opdrachtgever Scan Estate Architect diverse Omschrijving Windhinderonderzoek R807174aaA2 Datum Opgesteld Ir

windhinderonderzoek Rijnsburgerblok, Leiden Versie 002 B R001 Datum 28 mei 2015

Bouwplan Verhulstplein te Den Haag. Windklimaatonderzoek met behulp van CFD

Kanaalpark blokken 1 en 2 te Leiden. Windklimaatonderzoek met behulp van CFD

Hourglass Amsterdam. Windklimaatonderzoek met behulp van de windtunnel

ONE. Simulations. HCN Locatie Nieuwegein. Nieuwegein, Nederland. Datum: Windsafe Projects Science Park EA Son Nederland

The New Atrium Amsterdam. Windklimaatonderzoek met behulp van de windtunnel.

Woningbouw Keerkring 5 te Amersfoort. Windklimaatonderzoek met behulp van CFD

straatniveau rond het huidige ontwerp van de nieuwbouw zal zijn in het geval dat de omgeving met de bestaande situatie overeenkomt. In overleg met de

Zalmhaven Rotterdam. Windtunnelonderzoek met betrekking tot het te verwachten windklimaat op loop- en verblijfsniveau

Rapport. Meeuwensingel 101 te Capelle a/d IJssel Windtunnelonderzoek met betrekking tot het te verwachten windklimaat op loop- en verblijfsniveau.

Ontwikkeling Hart van Zuid te Rotterdam. Windhinderscan voor de ontwikkeling van Hart van Zuid te Rotterdam

Blonk Advies B.V. Bouwfysica Akoestiek Brandveiligheid - Duurzaamheid. Project: ROC locatie Leiderdorp

Baantoren Rotterdam. Windklimaatonderzoek met behulp van de windtunnel

Windtunnelonderzoek naar het windklimaat bij Delflandpleinbuurt in Amsterdam

Notitie. 1 Inleiding. Nieuwbouw Oudelandseweg 44 te Woerden Kwalitatieve beoordeling windhinder

Windhinder Reactie Peutz m.b.t. punten die volgens de zienswijze ontbreken of niet correct zijn

Bestemmingsplan Regentessekwartier Zuid te Den Haag. Windklimaatonderzoek met behulp van CFD

Bestemmingsplan Spuikwartier Den Haag

Molen van Oude Hengel te Ootmarsum

Bestemmingsplan Kijkduin Ockenburgh. Windklimaatonderzoek met behulp van CFD

Invloed bouwplan Molenborgh op windvang De Zuidmolen te Groesbeek OO/OO//HC BR-001

Windhinderstudie Zalmhaven te Rotterdam

Project Cooltoren, Rotterdam Opdrachtgever U Vastgoed Architect VANWILSUMVANLOON architectuur & stedenbouw Omschrijving Literatuuronderzoek windhinder

Het nieuwbouwproject d Amandelhof bestaat uit een Zorgcentrum met blokken A, B en C en twee commerciële woontorens.

Plangebied Kop Zuidas Amsterdam. Windklimaatonderzoek met behulp van CFD

Molen van Oude Hengel te Ootmarsum

Windklimaat Kanaaltoren Wilhelminahaven Oosterhout. Windklimaatonderzoek met behulp van CFD

Rapport. Bouwplan Rijnsburgerblok te Leiden Windtunnelonderzoek met betrekking tot het te verwachten windklimaat op loop- en verblijfsniveau.

Windonderzoek Valley maximale variant. Windonderzoek Valley ten behoeve van het uitwerkingsplan maximale variant

Project: "Wozoco Veldstraat te Rotterdam. Indicatief onderzoek naar windhinder. Datum 10 november 2011 Referentie

hoogte van circa 57 m (Figuur 1). Ons is de vraag gesteld in hoeverre het windklimaat voor voetgangers op straatniveau rond het huidige ontwerp van he

Rapport. Concept. Windklimaatonderzoek hoogbouw Leeghwaterplein te Den Haag. Gemeente Den Haag - Dienst Stedelijke Ontwikkeling OO/OO/KS/WC RA

Bankrashof te Amstelveen; Theoretische beschouwing windklimaat. Datum 17 februari 2017 Referentie

Rapport Prestatie Gevellamel versus Luchtgordijn

Bestemmingsplan Koningin Julianaplein te Vaals Theoretische beoordeling van het windklimaat. Datum 17 augustus 2012 Referentie

Nieuwbouw kantoor Kolonos te Leiden

RAPPORT. nhow hotel RAI Amsterdam. Windhinderonderzoek mbv CFD

Windtunnel experimenten aan windhinder en de validatie van een virtueel windtunnel CFD-model

Windbelasting op constructies

Ruimtelijke onderbouwing Hoogbouw. Gemeente Tilburg

Schinkelkwadrant Zuid

Rapport. Leidsche Rijn Centrum Noord, Utrecht. Windtunnelonderzoek met betrekking tot het te verwachten windklimaat op loop- en verblijfsniveau.

RAPPORT. Molen "Nieuw leven" Onderzoek invloed nieuwbouw op windvang. KlokBouwOntwikkeling

De digitale windtunnel

Bestemmingsplan Kijkduin - Ockenburg. Bezonningsonderzoek

WINDCOMFORT TER PLAATSE VAN PRIVATE BUITENRUIMTEN

Rapport. Invloed nieuwbouw Scheermanlocatie op het windaanbod van de Standerdmolen te Moergestel. Figuur 1: Bouwplan Scheermanlocatie (variant 2).

CFD Tankputbrand; Toelichting CFD en validatie

Uitbreiding Trekvaartplein, realisatie brug Poelgeest en herinrichting woonboten. Berekening invloed windvang Kikkermolen te Leiden

CFD simulaties voor kostenbesparing in uw datacenter: Hoe werkt het, en wat levert het op? Eric Terry - Actiflow

Metro Oostlijn Amsterdam

Wethouder van Bouwen en Wonen

Beperken van wind hinder om gebouwen deell

Windhinderstudie Zalmhaven te Rotterdam

Rapport. Invloed geplande bebouwing bestemmingsplan Dieperhout e.o. op de windvang van de direct omliggende molens te leiden.

Onderwerp: Effect van bebouwing op grotere afstand op de molenbiotoop van molen De Hoop in Harderwijk

Welkom. CFD in de bouw 23 april 2015 Barlucca - Breda

Bouwplan Verhulstplein te Den Haag. Bezonningsonderzoek

De stroming rond een Lemsteraak

Windhinderonderzoek Joan Muyskenweg te Amsterdam

Opbrengst- en turbulentieberekeningen Windpark IJmond Lijnopstelling windturbines Reyndersweg Velsen-Noord

1. Inleiding. 2. Situatie

Nieuwbouw Parkeergarage Amphia Ziekenhuis Breda Gebruiksventilatie

Windtunnelonderzoek naar het windklimaat bij het geprojecteerde Sluishuis in Amsterdam

Transcriptie:

adviseurs ingenieurs 1/8 project Hotels van Oranje, Noordwijk betreft Windhinderonderzoek documentcode opdrachtgever BOMO III B.V. T.a.v. de heer Ch. de Boer Kon. Wilhelminaboulevard 25 2202 GV NOORDWIJK adres Balistraat 1 2585 XK Den Haag Lichttoren 32 5611 BJ Eindhoven T (070) 361 55 59 F (070) 361 79 30 info@zri.nl www.zri.nl Lid van NLingenieurs Opdrachten worden aanvaard en uitgevoerd volgens DNR-2011 KvK Haaglanden 27143118

2/8 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Uitgangspunten 3 2.1 Normstelling 3 2.2 Computational Fluid Dynamics 3 2.2.1 Rekenprogramma 3 2.3 Geometrie van het model 4 2.4 Fysische modellen en randvoorwaarden 4 2.5 Toetsingskader 4

3/8 1 Inleiding In Noordwijk wordt aan de boulevard het project Hotels van Oranje gerealiseerd. Het is een vervanging van bestaande bebouwing. Het project bestaat uit nieuwbouw, renovatie en uitbreiding (optopping). Binnen het project wordt een hotel gerealiseerd en een aantal appartementen. Door Van Egmond Totaal Architectuur is het ontwerp gemaakt van dit project. Aan ZRi is gevraagd om een windhinderonderzoek uit te voeren. Doel van dit onderzoek is inzicht te krijgen in het te verwachten windklimaat in de nieuwe situatie en met name de veranderingen in het windklimaat ten opzichte van de huidige situatie. ZRi voert het onderzoek naar het windklimaat uit door middel van CFD (computational fluid dynamics). Met deze simulatietechniek kan de wind worden nagebootst, vergelijkbaar met een windtunnel. In dit document worden de uitgangspunten vastgelegd voor het CFD-onderzoek. Op basis van deze uitgangspunten wordt het onderzoek uitgevoerd, waarvan een rapportage met de resultaten zal volgen. 2 Uitgangspunten 2.1 Normstelling In Nederland bestaat een norm voor windhinderonderzoek: NEN 8100:2006 'Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving'. Deze norm bevat, behalve criteria voor de beoordeling van de mate van hinder of gevaar, ook de basisuitgangspunten voor het uitvoeren van onderzoek. ZRi voert het onderzoek geheel uit volgens NEN 8100. 2.2 Computational Fluid Dynamics Voor het bepalen van de windsnelheden die optreden wordt gebruik gemaakt van een rekenpakket voor computational fluid dynamics (CFD). Met dit rekenpakket kunnen stromingen van massa, volume en energie worden gesimuleerd. Bij een CFD berekening wordt de ruimte opgedeeld in kleine cellen. Per cel zijn natuurkundige formules met de verbanden tussen druk, temperatuur, volume, snelheid van toepassing en dat in evenwicht met zijn buren. Voor de totale ruimte moeten de wetten van behoud van massa, energie en impuls opgaan. 2.2.1 Rekenprogramma Voor de CFD-simulaties wordt gebruik gemaakt van het pakket FloEFD 9. Dit pakket is gebaseerd op de eindige elementen methode. Het is een pakket voor het uitvoeren van stromingssimulaties. Onderdeel van dit pakket is een 3D modelleer programma waarmee een model wordt gemaakt van de stedelijke omgeving met alle randvoorwaarden, zoals de ruwheid en het windprofiel. Voor het model worden middels Navier-Stokes vergelijkingen de stromingen opgelost. Dit kan tijdsonafhankelijk of tijdsafhankelijk worden opgelost. Bij windsimulaties zijn er geen randvoor-

4/8 waarden die variëren over de tijd, daarom zijn tijdsonafhankelijke simulaties uitgevoerd. Er worden 12 simulaties uitgevoerd, voor de 12 windrichtingen, conform NEN 8100. De resultaten kunnen worden getoond in de vorm van tabellen of visualisaties van waarden op plattegronden. 2.3 Geometrie van het model Het bouwplan wordt door middel van onderzoek aan een digitaal 1 op 1 model in CFD getoetst op windhinder en windgevaar. Om de vergelijking te kunnen maken tussen de bestaande situatie en de nieuwe situatie worden twee modellen gemaakt (bestaand en nieuw). Van het hotel en de omringende bebouwing wordt een digitaal model gemaakt tot een straal van 250 m rondom. Binnen dit model wordt alle bebouwing, zoals deze aanwezig is, meegenomen. Het windprofiel, zie figuur 1, wordt als randvoorwaarde gedefinieerd. figuur 1 Het windprofiel is afhankelijk van de snelheid in het vrije veld en de ruwheid (obstakels) op het maaiveld. Hierdoor ontstaat een parabolisch verband tussen de snelheid en de hoogte. 2.4 Fysische modellen en randvoorwaarden Binnen de simulatie zijn de volgende fysische eigenschappen meegenomen: - Warmtegeleiding in vaste stof: uit - Straling: uit - Tijdsafhankelijk: uit - Zwaartekracht: aan - Stromingstype: laminair en turbulent Warmtegeleiding en straling in vaste stof hebben geen invloed op de resultaten. De berekening is tijdsonafhankelijk, omdat per windrichting geen variabelen bestaan over de tijd. De zwaartekracht heeft, een zeer geringe invloed, maar staat desondanks aan. Zowel turbulente als laminaire stroming wordt gesimuleerd, daar beide kunnen voorkomen. 2.5 Toetsingskader Personen kunnen hinder ondervinden door wind en de effecten daarvan: verwaaien van haar en kleding, bewaren van evenwicht enz. Deze hinder is uiteraard afhankelijk van de windsterkte en -richting, maar ook van de activiteiten dien men op dat moment onderneemt. Om die reden zijn

5/8 de eisen aan windhinder onderverdeeld in drie categorieën van activiteiten, nl. I doorlopen (trottoirs, voetpaden enz.), II slenteren (pleinen, winkelpromenades) en III langdurig in zitten (bijv. terrassen). Windhinder is geen enkele situatie geheel uit te sluiten. Bij harde wind of storm is windhinder onvermijdelijk. Om die reden worden de eisen aan windhinder gekoppeld aan een overschrijdingskans (in procenten van het aantal uren per jaar) dat de windsnelheid boven een zekere drempelwaarde uitkomt. Deze drempelwaarde is in NEN 8100 vastgesteld op 5,0 m/s. Dit beoordelingscriterium komt globaal overeen met een windkracht van 4 Beaufort en hoger. In de onderstaande tabel (NEN 8100 tabel 1) zijn de eisen voor de beoordeling van het windklimaat voor windhinder aangegeven. tabel 1 Eisen voor de beoordeling van het lokale windklimaat voor windhinder. Naast het veroorzaken van hinder kan een sterke wind ook gevaar veroorzaken. Personen kunnen, lopend of fietsend, omver geblazen worden of bijvoorbeeld door de wind van een loopof fietspad op de rijbaan belanden. De drempelwaarde voor windgevaar is in NEN 8100 gesteld op 15,0 m/s. Ook bij de beoordeling van de kans op windgevaar wordt een overschrijdingskans in procenten van het aantal uren per jaar gehanteerd, zie tabel 2 (NEN 8100 tabel 2). tabel 2 Eisen voor de beoordeling van het lokale windklimaat voor windgevaar. Situaties waarvoor een overschrijdingskans geldt van 0,05 < p < 0,30 mogen alleen geaccepteerd worden als deze vallen binnen activiteitenklasse I (doorlopen). Voor activiteitenklasse II en III geldt de eis p < 0,05. Situaties met een overschrijdingskans van p > 0,30 zijn evident gevaarlijk en behoren te allen tijde te worden vermeden; het publiek mag hier niet aan worden blootgesteld. Toetsingcriteria zijn dat loopkwaliteit op de openbare wegen en trottoirs kan worden gegarandeerd en nergens windgevaar optreedt, mits dit in de huidige situatie ook het geval is. Indien in

6/8 de huidige situatie een overschrijding optreedt, geldt de huidige waarde als eis. Het gebied met de verschillende toetsingscriteria is weergegeven in figuur 2. Terras Plangebied Hotels van Oranje Balkons Meetpunten op de dakterrassen / balkons figuur 2 Toetsingsgebied windstudie. Lichtblauw is het gebied bestemd voor doorlopen, donkerblauwe is slenteren en groen is verblijven. Per gebied wordt een uitspraak gedaan over de kwaliteit gerelateerd aan de norm en aan de bestaande situatie. Het gehele gebied rond het gebouw wordt beoordeeld op windgevaar. Met sterren zijn de meetpunten aangegeven.

7/8 2.6 Meetpunten In het model worden naar aanleiding van de resultaten meetpunten aangebracht. Bij een CFDsimulatie worden op alle punten binnen de grenzen van het model de snelheden bepaald. Zo kan een doorsnede worden gemaakt op 1,75 m boven maaiveld, loop- of verblijfsniveau conform NEN 8100, waarop de snelheden kunnen worden getoond. Op de doorsneden kunnen vervolgens de snelheden op kritische punten worden gecontroleerd door meetpunten aan te brengen. De doorsneden geven uitsluitend informatie over de luchtsnelheid, niet over de richting van de luchtstroming. Na verwerking van de gegevens, conform paragraaf 2.7, kan op datzelfde vlak het gebied worden aangegeven waar windhinder en/of windgevaar optreedt.

8/8 2.7 Gegevensverwerking, windstatistiek De simulaties worden uitgevoerd bij in totaal 12 windrichtingen. Beginnend met een windrichting van 0 (Noord) wordt, door het steeds 30 draaien van het model, in 12 simulaties de luchtsnelheden bepaald. De luchtsnelheden op loop- en verblijfsniveau (v LOK) worden vervolgens gerelateerd aan de gesimuleerde windsnelheid op 60 m hoogte (v REF), waarbij in elk meetpunt de windsnelheidscoëfficiënt c v = v LOK/v REF wordt bepaald. Bij de vertaling van de meetgegevens naar de werkelijke situatie wordt aangenomen dat de werkelijke windsnelheidscoëfficiënt overeenkomt met de uit de metingen bepaalde windsnelheidscoëfficiënt. De werkelijke windsnelheid op de projectlocatie op 60 m hoogte is bekend uit langdurige meetreeksen en onderzoek uit het verleden. Door middel van toepassing van NPR 6097 'Toepassing van de statistiek van de uurgemiddelde windsnelheden voor Nederland' kan op basis van meteogegevens en gegevens omtrent terreinruwheden tot 6 km afstand van het project voor elke locatie in Nederland de statistische verdeling van de windsnelheid en windrichting op 60 m hoogte worden bepaald. Met behulp van de NPR 6097 wordt de windstatistiek voor de locatie van de Hotels van Oranje bepaald. Met behulp van de windstatistiek en de gemeten coëfficiënten wordt voor elk meetpunt de kans (in procenten van het aantal uren per jaar) op overschrijding van een windsnelheid van 5,0 m/s (criterium voor windhinder) respectievelijk 15,0 m/s (criterium voor windgevaar) bepaald. De overschrijdingskansen worden gesommeerd voor alle windrichtingen. Vervolgens vindt een toets plaats op basis van de NEN 8100 voor de kwaliteit van het windklimaat en een vergelijking met de huidige situatie. 2.8 Windprofiel en voorland Een kenmerk van de wind in de praktijk is de toename van de windsnelheid met de hoogte: het windprofiel. De mate van toename varieert afhankelijk van de ruwheid van het terrein in stroomopwaartse richting. Een grote terreinruwheid, bijvoorbeeld in stedelijk gebied, geeft een lagere windsnelheid aan het aardoppervlak en een sterke toename van de wind met de hoogte. Een kleine terreinruwheid, bijvoorbeeld boven grasland of boven wateroppervlakken, geeft een sterkere wind aan het aardoppervlak en een minder sterke toename met de hoogte. In de simulatie wordt een windprofiel gebruikt dat overeenkomt met de gemiddelde ruwheid van het terrein in een wijde omtrek van het model. Deze ruwheid varieert van een grote ruwheid landinwaarts, een ruwheidslengte z 0 van 1,6 m, tot een lage ruwheid over de zee, een ruwheidslengte z 0 van 0 m. van Zanten raadgevende ingenieurs B.V. ir. S.P. (Bas) de Bont