Size matters Size matters 0
Agenda Welke boodschap kunnen of moeten we ook meegeven? Test Proef resultaten Theorie Conclusie 2
HH actieve stoffen Situatie gewasbeschermingsmiddelen Sinds begin jaren 90 is de toelating van vele actieve stoffen komen te vervallen 1000 800 600 400 Actieve stoffen 200 0 Nieuwe actieve stoffen 1993 1995 1997 1999 2001 2003 2005 2007 2009 Source: Europese Commission Jaar 3
Emissieroutes van gewasbeschermingsmiddelen 4
Bestrijdingsmiddelenatlas Grote transparantie van de analyses 0,01 PPM = 0,000.000.01 deel = 1 korrel rijst op 2000 kg rijst (1 kilo rijst 50.000 korrels) 5
Noodzakelijk dat drift wordt beperkt Gewasbeschermingsmiddelen staan steeds meer onder druk Met name het oppervlakte water wordt goed in de gaten gehouden Hierbij wordt gekeken naar jaargemiddelden en punt/piekbelasting Kan een verhoging in het oppervlakte water niet worden uitgelegd door de fabrikant; kan toelating komen te vervallen. 6
7 Wat is spuittechniek?
Waar kan ik gebruik van maken bij spuiten? Druk Rijsnelheid Doptype Water hoeveelheid 8
Met hogere druk betere bedekking A. Ja B. Nee 0% 0% Ja Nee 9
Met hogere druk dieper in het gewas A. Ja B. Nee 0% 0% Ja Nee 10
Met grovere druppel dieper in het gewas A. Ja B. Nee 0% 0% Ja Nee 11
12 Preiproef
Verwerking van de monsters voor latere analyse in het lab. Voor het later aantonen van het residu en de bedekking werden 15 planten geprepareerd. 14
45 Bedekking % (hele plant) 40 35 30 25 20 15 10 5 0 IDKN 03 300l (M) IDK 06 300l (ZG) IDKT 03 300l (M) IDKT 06 300l (ZG) IDKN 04 500l (M) IDK 06 500l (ZG) IDKT 03 500l (M) IDKT 06 500l (ZG) 15
2.00 Hoeveelheid depositie ((ng/cm3)/(g/ha)) Blad Schacht 1.50 1.00 0.50 0.00 IDKN 12003 300l (M) IDK 12006 300l (ZG) IDKT 12003 300l (M) IDKT 12006 300l (ZG) IDKN 12004 500l (M) IDK 12006 500l (ZG) IDKT 12003 500l (M) IDKT 12006 500l (ZG) 16
17 Spruiten
Monstername Depositie analyse 10 planten werden geoogst van ieder veldje na het spuiten. Van iedere individuele plant werd een monster van 5 bladeren genomen van zowel bovenin als onder in het gewas. Alle spruiten van elke individuele geoogste plant zijn losgehaald en verpakt als individueel monster (10 monsters in totaal) bovenste blad (5 bladeren) onderste blad (5 bladeren) Alle spruitjes van de stam (all sprouts) Analyse van de bedekkingsgraad Van iedere behandeling zijn foto s gemaakt onder UV licht van beide zijde van het blad. Upper (Side of the leaf) Lower (Side of the leaf) Photos van de spruitjes werden gemaakt maar niet geanalyseerd ivm verschillende kleuren. (wit) 18
Deposits (ng/cm2)/(g/ha) Hoeveelheid depositie Tracer deposits on Brussels sprouts (ng/cm2)/(g/ha). Neer, The Netherland. 2015 1.800 1.600 Top leaves Bottom Leaves Sprouts 1.400 1.200 1.000 0.800 0.886 0.817 0.905 0.772 0.745 0.924 1.121 1.024 1.040 0.915 1.248 1.189 0.821 0.960 0.649 0.661 0.600 0.400 0.288 0.407 0.320 0.482 0.368 0.290 0.475 0.316 0.537 0.451 0.525 0.200 0.124 0.104 0.129 0.135 0.157 0.124 0.083 0.080 0.124 0.000-0.200 Fine Coarse Very Coarse Medium Coarse Medium Coarse Very Coarse Coarse Very Coarse Extremely Coarse Very Coarse FF FF FF FF DFF DFF FF FF FF FF FF FF XR 110 04 IDK 120 05 IDK 120 05 IDK 120 03 IDKT 120 05 IDKT 120 05 IDK 120 05 IDK 120 05 IDK 120 05 IDK 120 05 ID3 120 05 ID3 120 05 550 500 300 500 300 500 1000 300 500 500 300 500 No AGRAL AGRAL No No No No No No No No No Application parameters; droplet size; nozzle type, nozzle, spray volume (l/ha), adjuvant 19
20 Suikerbieten een moeilijk gewas
Spuitproef suikerbiet Westmaas 2015 Airmix 110-05 1 bar 7km/h Airmix 110-05 1 bar 7km/h & Agral Gold Teejet 110-03 3 bar 7km/h 21
Het belang van de druppelgrootte De druppelgrootte belangrijk ivm bedekking en het raken van het gewas. Met dezelfde hoeveelheid spuitvloeistof bedekking van het gewas kan heel verschillend zijn. Pictures computer-generated Druppelgrootte en uniformiteit afhankelijk van: Dop type Spuitdruk Spuitvloeistof samenstelling (water hh) Druppelspectrum 22
23
24
Druppelbaan en impact op het doel Route van kleine druppels "Route van grove druppels Na het verlaten van de spuitdop worden de druppels met de luchtstroom richting grond of blad gebracht. Ieder blad vertegenwoordigt een hindernis en vormt een lucht of wind blokkade. Wanneer de lucht niet dwars door het blad heen kan moet het er omheen gaan. Druppels drijven met de lucht om het doel heen als ze klein zijn. Grotere en daardoor zwaardere druppels volgen niet helemaal de luchtstroom en botsen tegen het doel. 25
Druppelgrootte en het raken van het doel Druppel diameter 50 mm (voorbeelden geven) 10 % 60 % 80 mm 30 % 75 % 100 mm 65 % 95 % Des te groter het blad, des te moeilijker vangt het druppels. Voor kleine druppels is het moeilijker om het blad te bereiken. 26
Spuit druppels en impactsnelheid Een vallende druppel in windstille omstandigheden zal na korte tijd van versnelling een constante val snelheid bereiken afhankelijk van de druppelgrootte. De eind snelheid van de druppel is bereikt in minder dan 2,5 cm bij druppels kleiner dan 100 µm diameter en 70 cm voor een 500 µm druppel. Druppel-grootte (µm) Valsnelheid, cm/s 1000 400 500 220 200 72 100 26 50 7 20 1.2 10 0.3 Bij een hogere of gelijke windsnelheid dan valsnelheid de druppels zullen door windturbulentie wegwaaien voor ze het doel bereiken. Kleine druppels blijven langer in de lucht dan grote druppels. Verdamping is groter bij kleine druppels. 27
Spuit druppels en impactsnelheid Een vallende druppel in windstille omstandigheden zal na korte tijd van versnelling een constante val snelheid bereiken afhankelijk van de druppelgrootte. De eind snelheid van de druppel is bereikt in minder dan 2,5 cm bij druppels kleiner dan 100 µm diameter en 70 cm voor een 500 µm druppel. Druppel-grootte (µm) Valsnelheid, km/h Valtijd (sec) 0.5 m (boomhoogte) 1000 14,4 0.13 500 7,92 0.23 200 2,6 0.89 100 0,94 1.92 50 0,25 7.1 20 0,043 42 10 0,011 166 Bij een hogere of gelijke windsnelheid dan valsnelheid de druppels zullen door windturbulentie wegwaaien voor ze het doel bereiken. Kleine druppels blijven langer in de lucht dan grote druppels. Verdamping is groter bij kleine druppels. 28
Met hogere druk betere bedekking A. Ja B. Nee 0% 0% Ja Nee 29
Met hogere druk dieper in het gewas A. Ja B. Nee 0% 0% Ja Nee 30
Met een grovere druppel dieper in het gewas A. Ja B. Nee 0% 0% Ja Nee 31
Conclusie Spuittechniek heeft een groot dilemma Fijne druppels zorgen voor de beste bedekking Echter deze zijn drift gevoelig dit is een milieu nadeel maar ook een nadeel voor indringing in het gewas. 32