Beveiliging. Gebruikershandleiding



Vergelijkbare documenten
Beveiliging. Gebruikershandleiding

Security (Beveiliging) Gebruikershandleiding

Beveiliging. Handleiding

Beveiliging Handleiding

Software-updates Gebruikershandleiding

Computer Setup (Computerinstellingen) Handleiding

Externe apparatuur. Gebruikershandleiding

Software-updates Gebruikershandleiding

Setupprogramma. Gebruikershandleiding

Software-updates Handleiding

Setupprogramma Gebruikershandleiding

Backup en herstel Handleiding

Uw gebruiksaanwijzing. HP PAVILION DV9870EA

Externe apparatuur. Handleiding

Externe apparatuur Gebruikershandleiding

Uw gebruiksaanwijzing. HP PAVILION DV6500 CTO

Setupprogramma Gebruikershandleiding

HP Media Remote Control (afstandsbediening, alleen bepaalde modellen) Gebruikershandleiding

Computer Setup. Artikelnummer van document: Mei 2005

Cursorbesturing en toetsenbord Gebruikershandleiding

Back-up en herstel Gebruikershandleiding

Backup en herstel Handleiding

Software-updates, backup en herstel van software

Externe apparatuur Gebruikershandleiding

Back-up en herstel Gebruikershandleiding

Externe apparaten Gebruikershandleiding

Back-up en herstel Handleiding

Externe-mediakaarten. Gebruikershandleiding

HP Mobile Remote Control (alleen bepaalde modellen) Gebruikershandleiding

MultiBoot. Handleiding

Geheugenmodules. Artikelnummer van document: In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u geheugen in de computer kunt vervangen en upgraden.

MultiBoot Handleiding

MultiBoot Handleiding

Backup en herstel. Handleiding

Backup en herstel Handleiding

HP Mobile Remote Control (alleen bepaalde modellen) Gebruikershandleiding

MultiBoot Handleiding

Bluetooth koppelen. Gebruikershandleiding

Externemediakaarten Gebruikershandleiding

Afstandsbediening. Gebruikershandleiding

Geheugenmodules. Gebruikershandleiding

HP Easy Tools. Beheerdershandleiding

Geheugenmodules. Gebruikershandleiding

Beveiliging. Handleiding

Software-updates Handleiding

Geheugenmodules. Gebruikershandleiding

Geheugenmodules Gebruikershandleiding

Touchpad en toetsenbord

Software-updates, backup en herstel van software

Kennisgeving over het product

Mediakaarten Gebruikershandleiding

Schijfeenheden Gebruikershandleiding

Modemnetwerk en lokaal netwerk (Local Area Network)

Cursorbesturing en toetsenbord Gebruikershandleiding

Schijfeenheden. Gebruikershandleiding

Geheugenmodules Gebruikershandleiding

Transcriptie:

Beveiliging Gebruikershandleiding

Copyright 2006 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Microsoft en Windows zijn in de Verenigde Staten gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP producten en diensten staan vermeld in de expliciete garantievoorwaarden bij de betreffende producten en diensten. Aan de informatie in deze handleiding kunnen geen aanvullende rechten worden ontleend. HP aanvaardt geen aansprakelijkheid voor technische fouten, drukfouten of weglatingen in deze publicatie. Tweede editie, september 2006 Eerste editie, mei 2006 Artikelnummer van document: 415508-332

Inhoudsopgave 1 Computer beschermen 2 Wachtwoorden gebruiken Wachtwoorden instellen in Windows... 3 QuickLock gebruiken... 3 Wachtwoorden instellen in het setupprogramma... 4 Beheerderswachtwoord... 4 Beheerderswachtwoorden beheren... 5 Beheerderswachwoord invoeren... 5 Opstartwachtwoord... 5 Opstartwachtwoord beheren... 6 Opstartwachtwoord invoeren... 6 3 Antivirussoftware gebruiken 4 Firewall-software gebruiken 5 Kritieke beveiligingsupdates installeren 6 Optionele beveiligingskabel installeren Index... 11 NLWW iii

iv NLWW

1 Computer beschermen Met de standaard beveiligingsvoorzieningen van het besturingssysteem Microsoft Windows en het setupprogramma van de computer beschermt u uw persoonlijke instellingen en gegevens tegen een aantal risico s. Gebruik de volgende voorzieningen volgens de procedures in deze handleiding: Wachtwoorden Antivirussoftware Firewall-software Kritieke beveiligingsupdates Optionele beveiligingskabel Opmerking Van beveiligingsoplossingen moet op de eerste plaats een ontmoedigingseffect uitgaan. Deze oplossingen kunnen echter niet voorkomen dat uw software wordt aangevallen of dat uw computer wordt gestolen of verkeerd wordt behandeld. Computerrisico Beveiligingsvoorziening Niet-geautoriseerd gebruik van de computer QuickLock Opstartwachtwoord Computervirussen Norton Internet Security software Niet-geautoriseerde toegang tot gegevens Firewall-software Windows-updates Niet-geautoriseerde toegang tot het setupprogramma, de BIOS-instellingen en andere informatie voor het identificeren van het systeem Huidige of toekomstige bedreigingen voor de computer Niet-geautoriseerde toegang tot een Windowsgebruikersaccount Zonder toestemming meenemen van de computer Beheerderswachtwoord Kritieke beveiligingsupdates van Microsoft Gebruikerswachtwoord Slot voor beveiligingskabel (voor gebruik met een optionele beveiligingskabel) NLWW 1

2 Wachtwoorden gebruiken Een wachtwoord is een door uzelf gekozen combinatie van tekens ter beveiliging van uw computergegevens. U kunt verschillende typen wachtwoorden instellen, afhankelijk van hoe u de toegang tot uw gegevens wilt regelen. U kunt wachtwoorden instellen in Windows of in het setupprogramma dat vooraf op de computer is geïnstalleerd. VOORZICHTIG Noteer elk wachtwoord dat u instelt om te voorkomen dat u geen toegang tot de computer heeft. Aangezien de meeste wachtwoorden niet op het scherm worden weergegeven terwijl u ze instelt, wijzigt of verwijdert, is het heel belangrijk dat u elk wachtwoord onmiddellijk noteert en op een veilige plek bewaart. U kunt voor de voorzieningen van het setupprogramma dezelfde wachtwoorden gebruiken als voor de beveiligingsvoorzieningen van Windows. U kunt hetzelfde wachtwoord gebruiken voor meerdere voorzieningen van het setupprogramma. Houd de volgende richtlijnen aan bij het instellen van een wachtwoord in het setupprogramma: Een wachtwoord is een combinatie van maximaal 8 letters en cijfers en is niet hoofdlettergevoelig. Een wachtwoord moet met dezelfde toetsen worden ingesteld en ingevoerd. Als u bijvoorbeeld een wachtwoord heeft ingesteld met de cijfertoetsen op het toetsenbord en u probeert vervolgens het wachtwoord in te voeren met behulp van het numerieke toetsenblok, wordt het wachtwoord niet herkend. Opmerking Bepaalde modellen zijn voorzien van een afzonderlijk numeriek toetsenblok, dat precies functioneert zoals de cijfertoetsen op het toetsenbord. Typ een wachtwoord in wanneer u daar in het setupprogramma om wordt gevraagd. Typ een wachtwoord dat u in Windows heeft ingesteld wanneer u daar in Windows om wordt gevraagd. Gebruik de volgende tips voor het aanmaken en opslaan van wachtwoorden: Volg bij het aanmaken van wachtwoorden de specifieke vereisten van het programma. Noteer uw wachtwoorden en bewaar ze op een veilige plek (niet op de computer). Bewaar geen wachtwoorden in een bestand op de computer. Vermijd het gebruik van uw naam of andere persoonlijke gegevens aan de hand waarvan een buitenstaander uw wachtwoord gemakkelijk zou kunnen ontdekken. De volgende tabellen geven een overzicht van de Windows- en setupprogrammawachtwoorden en een beschrijving van de functies. Selecteer Start > Help en ondersteuning voor extra informatie over Windows-wachtwoorden, zoals wachtwoorden voor schermbeveiliging. 2 Hoofdstuk 2 Wachtwoorden gebruiken NLWW

Wachtwoorden instellen in Windows Wachtwoord Beheerderswachtwoord Functie Hiermee beschermt u de toegang tot de inhoud van de computer op beheerdersniveau. Opmerking Dit wachtwoord geeft u geen toegang tot de instellingen van het setupprogramma. Gebruikerswachtwoord QuickLock Hiermee beperkt u de toegang tot een Windowsgebruikersaccount. Met dit wachtwoord beperkt u tevens de toegang tot de inhoud van de computer. U voert het wachtwoord in wanneer u de computer weer activeert vanuit de standbystand of hibernationstand. Hiermee beschermt u de computer door weergave van het dialoogvenster Aanmelden van Windows. QuickLock gebruiken QuickLock beschermt de computer door in het dialoogvenster Aanmelden om een wachtwoord te vragen voordat u de computer kunt gebruiken. Voordat u QuickLock kunt gebruiken, stelt u in Windows een gebruikerswachtwoord of beheerderswachtwoord in. Nadat u een gebruikers- of beheerderswachtwoord heeft ingesteld, gaat u als volgt te werk: 1. Start QuickLock door op fn+f6 te drukken. 2. Sluit QuickLock af door uw Windows-gebruikerswachtwoord of -beheerderswachtwoord in te voeren. NLWW Wachtwoorden instellen in Windows 3

Wachtwoorden instellen in het setupprogramma Wachtwoord Functie Beheerderswachtwoord* Hiermee beveiligt u de toegang tot het setupprogramma. Nadat u dit wachtwoord heeft ingesteld, voert u het opnieuw in telkens wanneer u het setupprogramma opent. VOORZICHTIG Als u het beheerderswachtwoord vergeten bent, kunt u het setupprogramma niet openen. Opstartwachtwoord* Hiermee beschermt u de toegang tot de inhoud van de computer. Nadat u dit wachtwoord heeft ingesteld, voert u het bij het aanzetten, opnieuw opstarten of activeren vanuit de hibernationstand steeds opnieuw in. *Raadpleeg voor meer informatie over deze wachtwoorden de volgende gedeelten. VOORZICHTIG Als u het opstartwachtwoord vergeten bent, kunt u de computer niet aanzetten, opnieuw opstarten of activeren vanuit de hibernationstand. Beheerderswachtwoord Uw beheerderswachtwoord beschermt de configuratie-instellingen en de systeemidentificatiegegevens die in het setupprogramma worden bewaard. Nadat u dit wachtwoord heeft ingesteld, voert u het telkens wanneer u het setupprogramma opent, opnieuw in. Uw beheerderswachtwoord is niet uitwisselbaar met een beheerderswachtwoord dat in Windows is ingesteld en het wordt bij het instellen, wijzigen of verwijderen ook niet weergegeven. Vergeet niet uw wachtwoord te noteren en op een veilige plek te bewaren. 4 Hoofdstuk 2 Wachtwoorden gebruiken NLWW

Beheerderswachtwoorden beheren U kunt dit wachtwoord als volgt instellen, wijzigen of verwijderen: 1. Open het setupprogramma door de computer aan te zetten of opnieuw te starten en vervolgens op f10 te drukken wanneer het setupbericht linksonder op het scherm verschijnt. 2. Selecteer met behulp van de pijltoetsen Beveiliging > Beheerderswachtwoord en druk vervolgens op enter. Als u een beheerderswachtwoord wilt instellen, typt u uw wachtwoord in de velden Nieuwe wachtwoord invoeren en Nieuwe wachtwoord bevestigen en drukt u vervolgens op enter. Als u een beheerderswachtwoord wilt wijzigen, typt u het huidige wachtwoord in het veld Huidige wachtwoord invoeren, typt u een nieuw wachtwoord in de velden Nieuwe wachtwoord invoeren en Nieuwe wachtwoord bevestigen en drukt u vervolgens op enter. Als u een beheerderswachtwoord wilt verwijderen, typt u uw huidige wachtwoord in het veld Wachtwoord invoeren en drukt u vervolgens 4 maal op enter. 3. Als u uw voorkeuren wilt opslaan en het setupprogramma wilt afsluiten, drukt u op f10 en volgt u de instructies op het scherm. De voorkeursinstellingen zijn van kracht zodra de computer opnieuw is opgestart. Beheerderswachwoord invoeren Typ achter Wachtwoord invoeren uw beheerderswachtwoord (met dezelfde toetsen die u heeft gebruikt voor het instellen van het wachtwoord) en druk vervolgens op enter. Als het tot 3 keer toe niet gelukt is om het beheerderswachtwoord in te voeren, start u de computer opnieuw op en probeert u het opnieuw. Opstartwachtwoord Met een opstartwachtwoord voorkomt u niet-geautoriseerd gebruik van uw computer. Nadat u dit wachtwoord heeft ingesteld, moet u het telkens opnieuw invoeren wanneer u de computer aanzet, opnieuw opstart of activeert vanuit de hibernationstand. Een opstartwachtwoord wordt tijdens het instellen, wijzigen of verwijderen niet op het scherm weergegeven. NLWW Wachtwoorden instellen in het setupprogramma 5

Opstartwachtwoord beheren U kunt dit wachtwoord als volgt instellen, wijzigen of verwijderen: 1. Open het setupprogramma door de computer aan te zetten of opnieuw te starten en vervolgens op f10 te drukken wanneer het setupbericht linksonder op het scherm verschijnt. 2. Selecteer met behulp van de pijltoetsen Beveiliging > Opstartwachtwoord en druk vervolgens op enter. Als u een opstartwachtwoord wilt instellen, typt u uw wachtwoord in de velden Nieuwe wachtwoord invoeren en Nieuwe wachtwoord bevestigen en drukt u vervolgens op enter. Als u het opstartwachtwoord wilt wijzigen, typt u het huidige wachtwoord in het veld Huidige wachtwoord invoeren, typt u een nieuw wachtwoord in de velden Nieuwe wachtwoord invoeren en Nieuwe wachtwoord bevestigen en drukt u vervolgens op enter. Als u het opstartwachtwoord wilt verwijderen, typt u uw huidige wachtwoord in de velden Huidige wachtwoord invoeren en drukt u vervolgens 4 maal op enter. 3. Als u uw voorkeuren wilt opslaan en het setupprogramma wilt afsluiten, drukt u op f10 en volgt u de instructies op het scherm. De voorkeursinstellingen zijn van kracht zodra de computer opnieuw is opgestart. Opstartwachtwoord invoeren Typ achter Wachtwoord invoeren uw wachtwoord (met dezelfde toetsen die u heeft gebruikt voor het instellen van het wachtwoord) en druk vervolgens op enter. Als het tot 3 keer toe niet gelukt is om het wachtwoord in te voeren, start u de computer opnieuw op en probeert u het opnieuw. 6 Hoofdstuk 2 Wachtwoorden gebruiken NLWW

3 Antivirussoftware gebruiken Wanneer u met een e-mailprogramma werkt of wanneer uw computer toegang heeft tot een netwerk of internet, wordt de computer blootgesteld aan computervirussen. Computervirussen kunnen het besturingssysteem, applicaties of hulpprogramma s volledig uitschakelen of ervoor zorgen dat ze niet meer normaal functioneren. Met antivirussoftware kunnen de meeste virussen worden opgespoord en vernietigd, en kan in sommige gevallen de schade worden hersteld. Om de computer te blijven beschermen tegen de meest recente virussen, moet antivirussoftware regelmatig worden bijgewerkt. Het antivirusprogramma Norton Internet Security is vooraf op de computer geïnstalleerd. Met deze software ontvangt u gedurende 60 dagen gratis updates. We raden u ten zeerste aan om na het verstrijken van deze periode updates aan te blijven schaffen om uw computer te beschermen tegen de nieuwste virussen. In de applicatie treft u instructies aan voor het gebruik en voor het updaten van Norton Internet Security-software. Tevens krijgt u hier informatie over de aanschaf van updates. Om Norton Internet Security te openen selecteert u Start > Alle programma s. Typ virussen in het veld Zoeken in Help en ondersteuning voor meer informatie over computervirussen. NLWW 7

4 Firewall-software gebruiken Wanneer u met een e-mailprogramma werkt, uw computer met een netwerk is verbonden of wanneer u internet gebruikt, kunnen niet-geautoriseerde personen mogelijk toegang hebben tot uw persoonlijke informatie, uw computer en uw gegevens. Bescherm uw persoonlijke gegevens met de firewall-software die reeds op de computer is geïnstalleerd. De firewall-voorzieningen omvatten logboekregistratie, rapportage en automatische waarschuwingen om al het inkomende en uitgaande gegevensverkeer te bewaken. Raadpleeg voor meer informatie de gebruikershandleiding bij de firewall-software of neem contact op met de softwarefabrikant. Opmerking Onder bepaalde omstandigheden kan een firewall de toegang tot online games blokkeren, problemen veroorzaken met het delen van printers of bestanden in een netwerk of geautoriseerde e-mailbijlagen blokkeren. U kunt dit probleem tijdelijk oplossen door de firewall uit te schakelen, de betreffende taak uit te voeren en vervolgens de firewall opnieuw in te schakelen. Als u het probleem definitief wilt oplossen, past u de instellingen van de firewall aan. 8 Hoofdstuk 4 Firewall-software gebruiken NLWW

5 Kritieke beveiligingsupdates installeren VOORZICHTIG Installeer alle kritieke Microsoft-updates zodra u hierover een waarschuwing ontvangt, om het risico te beperken dat informatie beschadigd raakt of verloren gaat door inbreuk op de beveiliging of computervirussen. Mogelijk zijn na levering van de computer extra updates van het besturingssysteem en andere software beschikbaar geworden. Download alle beschikbare updates en installeer deze op uw computer: Voer Windows Update maandelijks uit om de meest recente software van Microsoft te installeren. Gebruik de updatelink in Start > Help en ondersteuning. Updates van Microsoft Windows en andere Microsoft-applicaties worden regelmatig uitgebracht. U kunt de updates downloaden van de Microsoft-website en via de updatelink in Help en ondersteuning. NLWW 9

6 Optionele beveiligingskabel installeren Opmerking Van een beveiligingskabel moet op de eerste plaats een ontmoedigingseffect uitgaan. Deze voorziening kan echter niet voorkomen dat de computer verkeerd wordt gebruikt of wordt gestolen. 1. Leg de beveiligingskabel in een lus om een voorwerp dat niet verplaatst kan worden. 2. Plaats het sleuteltje (1) in het kabelslot (2). 3. Plaats het kabelslot in het bevestigingspunt van de beveiligingskabel op de computer (3) en sluit het kabelslot met behulp van het sleuteltje. Opmerking De locatie van het bevestigingspunt van de beveiligingskabel varieert per model. 10 Hoofdstuk 6 Optionele beveiligingskabel installeren NLWW

Index A Antivirussoftware 7 B Beheerderswachtwoord beheren 5 invoeren 5 Beheerderswachtwoord beheren 5 Beheerderswachwoord invoeren 5 Beheren, opstartwachtwoord 6 Beveiliging voorzieningen 1 wachtwoorden 2 Beveiligingskabel 10 firewall 8 kritieke updates 9 W Wachtwoorden beheerder 4 instellen in setupprogramma 4 instellen in Windows 3 opstartwachtwoord 5 Windows, wachtwoorden instellen in 3 F Firewall-software 8 I Invoeren, opstartwachtwoord 6 K Kabel, beveiliging 10 Kritieke updates, software 9 O Opstartwachtwoord beheren 6 invoeren 6 Q QuickLock 3 S Setupprogramma wachtwoorden instellen in 4 Software antivirus 7 NLWW Index 11